sailing-dulce.nl

Logboek 2008/2 (Corsica>Malta)

Kaart van het Middellandse Zeegebied van Henri Chatelain, Parijs 1719
Kaart van het Middellandse Zeegebied van Henri Chatelain, Parijs 1719

Direct naar

het laatste

bericht

 

(NB: Om een of andere reden werken de links binnen deze pagina niet in de browser van Firefox - als je tenminste de laatste verslagen überhaupt op je scherm kunt krijgen. De links naar foto's wel. Met Explorer zijn er geen problemen)

Saint Florent

Floor zont op het voordek
Floor zont op het voordek

Dinsdag 01-07-2008

Om 9 uur varen we weg uit Calvi op de motor. Wind N Bf 1 - 2. Geen wind dus. Floor probeert op het voordek een bruine teint te krijgen (zie foto hiernaast) Na kaap Spano moet je uitkijken voor een fors gebied met rotsen vlak onder water, het Danger d'Algajola. Er staat een grote noordkardinale boei op, niet erg logisch want er is zuidelijk van het gebied nog 1,5 mijl ruimte om tussen de ondiepte en de kust door te varen. Wat we ook doen, met een scherp oog op de dieptemeter. Een zuidkardinale boei zou heel praktisch zijn. In het ondiepe gebied liggen tientallen bootjes met duikers en snorkelaars. We passeren Île-Rousse, de veerhaven waar Floor a.s. zaterdag weer op de veerboot naar Nice moet. De rest van het traject is weinig spectaculair. Na de Punta di Mignola kunnen we zelfs motorzeilend wat meer snelheid halen. Om 14.00 uur zijn we bij Saint Florent, een oud stadje met een nogal ondiepe haven. We krijgen een redelijke ligplaats bij de haveningang en zien hoe vanaf vijf uur de rest van de haven, langs de Quai d'Honneur, helemaal dichtgebouwd wordt met mega-motorjachten. Vooral Britse. Ze torenen hoog boven de terrassen langs de kade uit. Het lijkt Saint Tropez wel. Morgen gaan we verder naar het noorden, om het lange schiereiland Cap Corse heen, naar Macinaggio.

Terug naar boven

Macinaggio

Langs Cap Corse naar het noorden. Alles is volledig blak en wazig
Langs Cap Corse naar het noorden. Alles is volledig blak en wazig

Woensdag 02-07-2008

Gisteren onweert het even aan het eind van de middag. Even, ongeveer een halfuur, valt er wat regen, de eerste regen sedert hoe lang alweer? Het is snel weer droog, het blijft broeierig maar we kunnen 's avonds ongestoord op de kade barbecuen. De weerkaartjes vragen aandacht. Het lijkt erop dat de atmosfeer wat onstabieler wordt na al die weken met alle dagen boven de dertig graden.

 

Niettemin, vandaag is het opnieuw ruim 30° en geen wind: NNO Bf 1 - 2. Om negen uur stoten we af en motoren over een blakke zee naar het noorden de Golf van Florent uit. Alles is blak en wazig, de bergen aan stuurboord zijn nauwelijks te zien, de overgang van zee in lucht aan de horizon is evenzeer nauwelijks te zien (zie bijgaande foto) Floor ziet haar eerste dolfijn. Het is opnieuw een traag zwemmende, grote dolfijn op zijn eentje. Ik dacht dat dolfijnen altijd in groepen leefden. Het water is nogal vuil, er drijven overal grijze, vlekkige stukjes in. We varen langs een baaitje, de Marine d' Albo, een grijsbleke plek en wat onbestemde gebouwen markeren de plaats waar tot 1965 een asbestmijn was. Het vormt een lelijk litteken in het landschap en nog steeds spoelt het asbeststof van de groeve zomaar in zee. Om 12 uur varen we langs de Port de Centuri, een piepklein haventje met wat huisjes. Op de bergrug hoog erboven staan een vijftiental onbeweeglijke windmolens. Twintig minuten later ronden we de eerste kaap van het lange noordelijke uitsteeksel van Corsica (een soort op de kaart omhoogstekende blindedarm), de Capo Grosso. De wind is inmiddels toegenomen tot Bf 3 - 4 en draait steeds mee met de volgende kapen, zodat hij voortdurend pal tegen blijft. Het fameuze kaapeffect. We varen tussen de noordkust en het eiland Giraglia door. Daarna volgt Punta d' Agnello, de andere kaap aan de oostkant. Er staat een sombere torenruïne op. Verderop liggen drie eilandjes, de Iles Finocchiarola met een vuurtoren en een oude, vierkante kasteelruïne ernaast (zie foto hier), waar je beslist niet tussendoor moet varen. Een oostkardinale boei geeft de veilige route aan. Een halfuur later zijn we bij de haven van Macinaggio, roepen de capitainerie op en krijgen een vriendelijke ontvangst en een ligplaats aan de lange oostelijke havendam. Het is er bloedheet, we spoelen ons af met de buitendouche op het zwemplatform. Later vermaken we ons met een zwerfkat, een moeder met twee aanbiddelijke jongen. Ze drinken gretig uit het bakje met melk, met water aangelengd, dat we voor ze neerzetten. We zien het ook andere zeilers doen, die katjes krijgen dus genoeg (in het seizoen, tenminste)

 

Na het late eten zitten we buiten. De avondkoelte is aangenaam en vredig. Vanaf andere boten kabbelen de gesprekken en vormen een murmelend geluidsdecor van voornamelijk klankrijk en zangerig Italiaans. Het lijkt of we in een film van Fellini zitten. Buiten vaart een groot, hel verlicht cruiseschip langs.   Terug naar boven

Bastia

Een treurig gezicht in de oude haven van Bastia. Vissers hijsen een grote zwaardvis op de kant
Een treurig gezicht in de oude haven van Bastia. Vissers hijsen een grote zwaardvis op de kant

Donderdag 03-07-2008

We vertrekken om 10 uur uit de haven van het gastvrije Macinaggio. Het weer is als gisteren: 30° en geen wind. Oost Bf 1 - 2 kun je geen wind noemen. Toch hangen er de hele dag wolken boven de wal, die vergeefs proberen te groeien tot het formaat van een onweerswolk. Knus motoren dus. Floor voelt zich helemaal thuis aan boord (zie foto hier)
Het is slechts 17 mijl naar Bastia, waar we hopen in de Vieux Port te kunnen liggen, de oude haven in het pittoresque centrum van deze antieke Genuese vestingstad. Er zijn maar dertig plaatsen voor bezoekers, aldus de pilot. Als het er vol is moeten we naar de grote, moderne jachthaven Port Toga. Maar we hebben geluk, de havenmeester antwoordt op onze oproep op VHF dat we kunnen binnenvaren en meteen aan stuurboord kunnen aanmeren. (Hier een foto van de aanloop) Dat doen we, bow-to omdat er verder geen bewaking is. De stad rijst om ons heen op en oogt volledig Italiaans. Het doet overigens met al zijn terrassen, restaurants en bars langs de kade en de erachter oprijzende hoge oude huizen ook wat aan Honfleur denken, maar wel wat minder schoon. Vanuit de kuip zien ze hoe achter ons een vissersboot aanlegt en met een kraan een aantal grote tonijnen en zwaardvissen op de kant hijst. Sommige zijn ruim twee meter lang. Een treurig gezicht hoe de lange lijven met de vervaarlijke neuszwaarden dood en machteloos aan de hijslijn bungelen (zie foto boven en hier) Bij ons vangen ze nog grotere, zegt de Israëlische zeiler naast ons. We blijven hier een aantal dagen en zullen zaterdagochtend vroeg Floor met een huurauto naar Ile-Rousse brengen, waar haar veerboot vertrekt. Er wordt overigens minder goed weer verwacht. Eind van de middag bel ik mijn jongste zoon Bas, die vandaag 18 is geworden en dus meerderjarig. Vanmorgen had hij zijn eerste autorijles, hij laat er geen gras over groeien.

 

"Die avond ging ik met Naoko naar bed. Ik weet niet of dat goed was of niet. Ook nu, een kleine twintig jaar later, weet ik het nog steeds niet. Ik zal het waarschijnlijk nooit weten" (p. 48) Ik lees onderweg het aardige boek van de Japanner Haruki Murakami, dat Floor bij zich heeft. Het boek is al uit 1987 (Ned. vertaling 2007) Ietwat "therapeutelig" af en toe, maar voor het overige met een aangename lichte toon, weemoedig zonder zwaarmoedig te worden. Terug naar boven

Bastia (2)

Dulce in de Vieux Port van Bastia
Dulce in de Vieux Port van Bastia

Vrijdag 04-07-2008

Hiernaast een foto van onze ligplaats in de Vieux Port van Bastia. Hier vind je er nog een en hier een foto van Floor op de kade tegenover ons schip. Vandaag huren we een auto om Floor morgenochtend naar Ile-Rousse te brengen. Veel puf om vanmiddag nog een tocht te maken hebben we niet. De hitte overdag maakt apathisch en fnuikt iedere activiteit. In de middag begint het trouwens zomaar ineens hard te waaien; dat wil zeggen: harde windstoten tot 40 knopen toe. Valwinden vanaf de bergen boven de stad, aldus de buurman. De twee boten die arriveren hebben veel moeite met afmeren. Uiteraard helpt iedereen. Je kunt met invaren het beste wachten tot er net een vlaag geweest is, het is dan een paar minuten rustig.

 

Als de zon achter de bergrug zakt, valt de temperatuur snel terug tot aangenamer niveaus. Het is de afscheidsavond van Floor, de dagen zijn omgevlogen. We eten aan de kade moules/frites (zie foto hier) en belanden later op een oud pleintje waar een aantal jongemannen, begeleid door twee gitaristen, prachtige meerstemmige liederen zingt (2 foto's hier) We genieten en blijven uren luisteren en zo wordt het toch nog laat. Terug naar boven

Bastia (3)

Afscheid van Floor bij de veerboot naar Nice
Afscheid van Floor bij de veerboot naar Nice

Zaterdag 05-07-2008

Alweer een dag vol hitte. Om half acht rijden rijden we weg en nemen de weg door de bergen naar de westkant van het grote schiereiland Cap Corse. Niet zo slim, achteraf gezien hadden we beter de hoofdweg kunnen nemen. Die is weliswaar een stuk langer maar toch sneller, want hij loopt door een dal om de bergen heen. We zijn dan ook precies op tijd in Ile-Rousse waar we - met enige pijn in het hart - afscheid nemen van Floor (foto hierbij) Het waren erg gezellige dagen. Terug nemen we dus wel de hoofdweg en zijn op tijd terug in Bastia om de huurauto in te leveren. De hete middag brengen we tamelijk apathisch door in de kuip in de schaduw van de bimini. Ditmaal geen valwinden. We spuiten de boot schoon en ik lees de Italiaanse pilot nog eens na over onze bestemming van morgen, Elba, het eiland waar Napoleon, de schrik van toenmalig Europa, in 1814 zijn eerste gevangenschap doorbracht en waarvan hij februari 1815 wist te ontsnappen.Terug naar boven

Marciana Marina, Elba

Op een aandewindse koers naar Elba
Op een aandewindse koers naar Elba

Zondag, 06-07-2008

In de loop van gisteravond bel ik mijn vriend en opvolger in Gorinchem Pieter op, naar aanleiding van een bericht in het Gastenboek dat hij en zijn zeilmaat Douwe met de Matjas van Pieter op de Shetlands eilanden zijn aangekomen. De Shetlands! Daar had ik altijd al eens heen willen varen. In 2003 waren we er dichtbij, op de Orkney's, maar toen ontbrak de tijd. Ze hebben er drie dagen over gedaan bij harde wind, een hele prestatie. De boot van Pieter is een supersnelle J133 en een afstand van 200 mijl in 24 uur is voor hem niet ongewoon. Wij zijn al heel tevreden als we 130 tot 150 mijl in 24 uur afleggen.

 

Vanmorgen vertrekken we om acht uur. Twee veerboten varen na ons uit. Ook nu geen wind, ZZO Bf 1. Ik leg de boot op een koers van 77°. Het is ieder keer een curieus gevoel, naar een eiland varen dat je nog urenlang helemaal niet kunt zien. Na een uurtje begint de wind aan te wakkeren en kunnen we motorzeilen. Twintig minuten later kan zelfs de motor uit. Onder een grijze wolk komt nog meer wind uit en we zeilen voortreffelijk op een aandewindse koers, Elba is zo precies bezeild. Het bootje snelt vooruit over een azuurblauwe zee, die schittert in het zonlicht. Zo was zeilen bedoeld! (zie foto boven en hier) Op 17 mijl afstand zien we de contouren van Elba, hoger dan verwacht. Een vrachtschip vaart voorbij tussen ons en het eiland (zie foto hier) Elba is als Corsica ook een bergachtig eiland, maar de hoogste top is net iets meer dan 1000 meter. Ons windmolentje snort in de wind en produceert naar behoren: van 6 tot 10 Ampère. Zo steken we het Canal de Corse over. Op 15 mijl afstand ligt de grens tussen Frankrijk en Italie, daar verwissel ik de gastenvlag. De zon schijnt uitbundig. Geleidelijk wordt Elba meer zichtbaar. We zien kale bergtoppen, zwaarbeboste hellingen en kleine dorpjes. We varen langs de noordkust en om 13.30 uur bereiken we de kleine haven van Marciana Marina. Een jongen op de kade gebaart dat er geen plaats is, geen wonder in het hoofdseizoen. Maar er liggen wat scheepjes geankerd dus we laten het anker zakken in 4,5 meter op een zanderige bodem met hier en daar plukken zeegras. Het anker houdt meteen, de boot draait bij door de wind en we liggen prima ten opzichte van de buren. Voor ons ligt een schilderachtig Italiaans dorpje. Mogelijk blijven we hier wat langer. Terug naar boven

Marciana Marina (2)

Geankerd in Marciana Marina
Geankerd in Marciana Marina

Maandag 07-07-2008

Tegen de avond wakkert de wind aan. Ik ben eerder met snorkel en duikbril wezen kijken en kon zien dat het anker prima was ingegraven: alleen de schacht was te zien en die lag plat op het zand. De vloeien waren geheel ingegraven. Niets aan de hand maar de boot gaat meer gieren en komt wel erg dicht bij de Zwitserse HR46 naast ons. Uiteindelijk verkassen we naar een plek met wat meer zwaairuimte. ook daar graaft het anker zich meteen goed in, we steken bijna vier keer de diepte aan ketting. Daarna zien we de ankercapriolen van andere boten, altijd leuk als je zelf goed ligt. De wakkert steeds meer aan, dat wil zeggen: er komen snoeiharde valwinden van de berg af. Ik zet het ankeralarm en besluit op een kuipbank te gaan slapen met het kookwekkertje. De windvlagen worden steeds harder, ik zie 35 knopen op de meter. In de verte is misbaar. Van een paar schepen zijn de ankers gaan krabben. Ze zijn in het veld van ankeraars tegen een paar anderen gewaaid. Met veel inspanning lukt het ze de zaak te klaren. Gelukkig houdt ons anker goed, hetgeen tot grote voldoening en dankbaarheid stemt. Veel slaap krijg ik niet, af en toe een halfuurtje als de vlagen wat afnemen. In de loop van de ochtend neemt de wind af. We herademen. Ik roei voor wat boodschappen met de dinghy naar de wal en ontdek een Internet-café genaamd FotoBerti. Daar werk ik ´s middags de website bij. Tot mijn verbazing moet ik eerst mijn paspoort tonen. Dat heb ik niet bij me. Het is nodig vanwege de strijd tegen het terrorisme, legt de dame uit, maar als ik beloof morgen mijn legitimatie te tonen, mag ik toch een PC gebruiken. Daarna roei terug naar Ans op de boot. Er is meer wind, gelukkig heb ik hem mee en niet tegen. Ik ben net op tijd want Ans meldt dat ons anker net is gaan krabben. We verkassen en ankeren een stukje verder opnieuw. Het anker is goed ingegraven, stel ik vast als ik met duikbril en snorkel ga kijken.

 

We verpozen ons aan boord in het zonnetje (zie foto hier)`s Middags komt de kustwacht met een bootje langs. Drie boten moeten verkassen, waaronder wij, vanwege de invaart van een toeristenboot. Onnodig volgens ons, die boot vaart al de hele dag ongestoord langs. Maar enfin, we gaan ankerop en laten het een eind verderop weer zakken. Onze ankerervaring groeit snel. Terug naar boven

Marciana Marina (3)

Zonsondergang in Marciana Marina. Nog niets aan de hand
Zonsondergang in Marciana Marina. Nog niets aan de hand

Dinsdag 08-07-2008

Gisteravond kijken we in alle rust naar een prachtige zonsondergang. Het lijkt het begin van een rustige nacht, in tegenstelling tot de vorige nacht. Toch slaap ik buiten op de kuipbank met het kookwekkertje. Het is allemaal zo rustig, dat ik het niet gebruik en enige uren lekker slaap. Tot kwart voor drie. Vanuit het niets staat er opeens een snoeiharde wind, ZW Bf 6 - 7 met vlagen tot 8. Ons anker blijkt goed te houden maar dat is niet overal zo. Na een kwartier zie ik verderop twee boten bewegen, de ankers zijn gaan krabben. Ze schuiven langzaam in het donker door het botenveld, stemmen klinken op, gevloek, geschrokken reacties als ze andere boten raken. Het is niet leuk. Ook de Tsjechische boot naast is begint te schuiven. Ik zit klaar om hem af te houden maar hij schuift langzaam verder langs ons heen. Zijn achterbuurman - een Belgische boot - schuift achter hem aan. Ze gaan met moeite ankerop en de Belg vaart me ternauwernood vrij. Het is een heksenketel in de haven. Alle boten zijn gaan krabben of in elkaar verstrikt aan het raken. De schepen die vrij zijn, stuiven zo snel ze kunnen uit elkaar. De windvlagen zijn snoeihard, het windmolentje raast als een gek. Voor wie het wil weten, we steken steeds vier keer de diepte, dus in dit laatste geval hebben we op 5 meter diepte 20 meter ketting gestoken. De bodem is zanderig met hier en daar plukken zeegras. Tegen half vier stel ik vast dat ook wij gaan krabben. De rij aangemeerde motorboten aan de steiger tegenover ons komt geleidelijk dichterbij. De wind is steeds harder, zeker Bf 8 - 9. Langzaam schuiven we verder. Ik wek Ans, die allang klaarwakker is, zet de motor aan en we halen het anker op. "Er hangt een kreeftenkorf aan het anker!", roept Ans als ze van het voordek terugkomt, "we kunnen niet meer ankeren". Gelukkig zit de hele zaak klemvast onder de ankerrol, dus kan het niet slingeren en het schip beschadigen. De wind blaast onze neus om en snel motor ik de haven uit. Achter me zie ik dat onze dinghy op zijn kop ligt; als de peddels nu maar niet losslaan! Buitengaats staat een hoge, vervelende zeegang. Ans heeft ondertussen het ankerlicht uitgedaan en de navigatieverlichting aan. Door de hoge golven is de dinghy weer recht geslagen. Opgelucht zie ik dat de peddels nog vast zitten, alleen het hoosblik is weg. Ik kruip naar het stampende voordek en zie dat er geen kreeftenkorf is, maar dat er een blok beton omhuld door een plastic krat aan het anker zit. Een roestige ijzeren ring zit er bovenop. Op één of andere manier hebben we een stuk ankerbeton meegesleept! Eén van de vloeien van ons anker is door de plastic omhulling gestoken. Op zulke momenten ken je je eigen kracht niet: ik één zwiep trek ik het geval van de vloei los. Het valt met een enorme plons in zee. Ik kruip terug en voorzichtig motor ik weer de haven binnen, andere jachten vermijdend. In de haveningang kan ik zachtjes tegen de wind in motorend een redelijk rustige positie handhaven. Andere jachten kiezen zee, maar dat lijkt me helemaal niet verstandig met deze zeegang. Langzaam wordt het licht en om zes uur neemt de vreselijke wind af. We ankeren een eind in de haven op 4 meter diepte en strekken ons uit op de kuipbanken. Ans zet thee. We nemen alles door en geloven dat we er goed vanaf zijn gekomen. Tot acht uur slapen we als een blok, dan doe ik snel boodschappen met de dinghy en gaan we bedenken wat we zullen gaan doen. Dat wordt snel duidelijk: om tien uur waait het alweer hard, ZW Bf 5 - 6. Veel boten ontvluchten de haven maar ze komen snel terug: het is buitengaats veel erger. Ook de toeristenboot vaart vandaag niet uit. Aan de steigers is nog steeds geen plaats vrij. Om 13.00 uur verkassen we opnieuw, omdat ons anker weer krabt. De nieuwe plek houdt.

 

We besluiten gewoon hier af te wachten tot het rustiger wordt en dat wordt het ook in het begin van de middag. Via het betaalde WiFi-netwerk van FotoBerti werk ik dit Logboekverslag bij. Ik laat de generator een aantal uren draaien om de accu´s op te laden. Ik laat ze nooit verder ontladen dan 70% We kijken aan het eind van de middag om ons heen. Nu het rustig is komen er weer jachten aan. Iedereen gaat eerst bij de steigers kijken en keert dan terug om te ankeren, omdat er geen plaats is. Het valt op dat meer dan de helft huurboten zijn, vaak met Duitse of Nederlandse huurders. Je ziet het niet meteen, want ze voeren een Italiaanse vlag. Er is een groot verschil met de mensen die permanent met hun schip zwerven, zoals wij. Huurders moeten hun doelen halen in beperkte tijd, dus ze hebben altijd haast, nemen soms daardoor meer risico´s, gaan laat naar bed en maken nogal eens veel lawaai. Ze laten hun schip gemakkelijker onbeheerd achter, ook al is de ankergrond slecht zoals hier. Terug naar boven

Portoferraio, Elba

Aanloop van de prachtige, natuurlijke haven van Portoferraio, het hoofdstadje van Elba
Aanloop van de prachtige, natuurlijke haven van Portoferraio, het hoofdstadje van Elba

Woensdag 09-07-2008

In mijn verslag van gisteren was ik het voornaamste feit tijdens onze nachtelijke worstelingen met het anker nog vergeten te vermelden: op zeker moment hing er een betonblok aan ons anker! Ik heb het verhaal op dit punt aangevuld. Ankerstress, ik herinner me het begrip uit talloze artikelen in het blad Zeilen. De afgelopen nacht is het niet de wind, maar een hoge, vervelende zeegang die recht de haven inloopt en die de jachten door elkaar schudt. De boten rukken aan de kettingen, dus er is opnieuw kans op krabbende ankers. De bodem van de haven moet onderhand op een omgeploegde akker lijken. Onze pilot zegt er niets over, maar de zandige grond in deze haven is niet erg geschikt. Zo krijgen we een stoomcursus in ankeren. Ik sluimer opnieuw onder een plaid op een kuipbank, het kookwekkertje bij mijn hoofd. Vlak na het donker komt een Italiaanse tweemaster aan en werpt vlakbij het anker uit. Even later draait hij gevaarlijk dicht naar ons toe. Ik roep dat ik bang ben dat we elkaar gaan raken en vraag of ze iets verderop willen ankeren. "My engine is broke", zegt iemand op het voordek slap. Een doorzichtige leugen, in de hoop dat ik dan misschien ga verkassen. (De volgende ochtend motort hij doodgemoedereerd weg) Achter ons duiken twee boten opeens op elkaar af, een Brit en een huurboot met ook Engelsen. De crew is op zijn qui vive en ze weten een botsing te vermijden. De Brit gaat verliggen maar ligt nu weer dichter bij ons. Er is verdorie elders plek genoeg! Zo slingeren we aan onze ankers opnieuw een onrustige nacht door, de derde op een rij. Niettemin slaap ik tussendoor toch slaapjes van twintig tot dertig minuten. Bij het ochtendkrieken is de swell aan het afnemen en is er nauwelijks wind. We slapen nog een paar uur en besluiten deze haven maar snel te verlaten.

 

Om tien uur varen we uit, tegen de weinige wind (NO Bf 2 - 3) in en laten Marciana Marina achter ons (foto hier) We zouden wel kunnen zeilen, met één kruisrak zouden we Capo d´Enfola kunnen ronden, maar we zijn er te moe voor. Gelukkig wordt de hitte van de zon getemperd door een laag kleinvlokkige wolkjes. Na de kaap motoren we naar het eilandje Scoglietto, waarachter de Rede van Portoferraio ligt. Voor ons rijst de citadel van Portoferraio op, de schilderachtige hoofdstad van Elba. We ronden het schiereiland waarop de citadel ligt en varen een prachtige, natuurlijke haven binnen, ooit door admiraal Nelson beschreven als "for its size the most complete harbour in the world" (zie foto hier) We roepen de havenmeester op die ons vraagt even te wachten. De havenkom van de Darsena Medicea is schitterend, omzoomd door hoge huizen met muren in bleke pasteltinten, terracotta, oker en beige - overal restaurants en winkeltjes en natuurlijk Italianen op knetterende scootertjes. Aan stuurboord waakt een grimmig gekanteelde toren over de toegang. Een bootje komt langs, we krijgen te horen of we om 13.00 uur terug willen komen. Dan is er plaats. We motoren langs de aanlegplaats voor de talrijke veerboten en werpen daarachter het anker uit. Het houdt moeiteloos. Na anderhalf uur zijn we weer terug en meren stern-to aan aan de kade. Het blijkt overigens de duurste haven die we tot dusver bezochten: 100 euro voor een nacht en dan doet het WiFi-netwerk het ook nog niet eens. Niettemin genieten we de luxe van walstroom, kunnen de wasmachine draaien en de tanks vullen. Het uitzicht is levendig en we besluiten vanavond in het restaurant tegenover onze ligplaats te gaan eten (zie foto hier) Ik vind een Internet-café op de kade en zie in de e-mail een door zawger Cees ingescande brief van de politie over mijn wapenvergunning voor ons seinpistool. Of ik langs wil komen om de vergunning te verlengen. Ik had nota bene persoonlijk destijds uitgelegd dat we met het pistool het land gingen verlaten! Ik bel de betreffende brigadier in Dordrecht, die gelukkig adequaat reageert, zich opeens de zaak herinnert en toezegt alles te regelen en ons verder een goede reis wenst. Zo kan het ook!  Terug naar boven

page loading