Reislogboek 2008/2e helft
|
 Kaart van het Middellandse Zeegebied van Henri Chatelain, Parijs 1719
Direct naar
het laatste
bericht
(NB: Om een of andere reden werken de links binnen deze pagina niet in de browser van Firefox - als je tenminste de laatste verslagen überhaupt op je scherm kunt krijgen. De links naar foto's wel. Met Explorer zijn er geen problemen) |
|
Saint Florent Floor zont op het voordek Dinsdag 01-07-2008
Om 9 uur varen we weg uit Calvi op de motor. Wind N Bf 1 - 2. Geen wind dus. Floor probeert op het voordek een bruine teint te krijgen (zie foto hiernaast) Na kaap Spano moet je uitkijken voor een fors gebied met rotsen vlak onder water, het Danger d'Algajola. Er staat een grote noordkardinale boei op, niet erg logisch want er is zuidelijk van het gebied nog 1,5 mijl ruimte om tussen de ondiepte en de kust door te varen. Wat we ook doen, met een scherp oog op de dieptemeter. Een zuidkardinale boei zou heel praktisch zijn. In het ondiepe gebied liggen tientallen bootjes met duikers en snorkelaars. We passeren Île-Rousse, de veerhaven waar Floor a.s. zaterdag weer op de veerboot naar Nice moet. De rest van het traject is weinig spectaculair. Na de Punta di Mignola kunnen we zelfs motorzeilend wat meer snelheid halen. Om 14.00 uur zijn we bij Saint Florent, een oud stadje met een nogal ondiepe haven. We krijgen een redelijke ligplaats bij de haveningang en zien hoe vanaf vijf uur de rest van de haven, langs de Quai d'Honneur, helemaal dichtgebouwd wordt met mega-motorjachten. Vooral Britse. Ze torenen hoog boven de terrassen langs de kade uit. Het lijkt Saint Tropez wel. Morgen gaan we verder naar het noorden, om het lange schiereiland Cap Corse heen, naar Macinaggio.
Terug naar boven |
|
Macinaggio Langs Cap Corse naar het noorden. Alles is volledig blak en wazig Woensdag 02-07-2008
Gisteren onweert het even aan het eind van de middag. Even, ongeveer een halfuur, valt er wat regen, de eerste regen sedert hoe lang alweer? Het is snel weer droog, het blijft broeierig maar we kunnen 's avonds ongestoord op de kade barbecuen. De weerkaartjes vragen aandacht. Het lijkt erop dat de atmosfeer wat onstabieler wordt na al die weken met alle dagen boven de dertig graden.
Niettemin, vandaag is het opnieuw ruim 30° en geen wind: NNO Bf 1 - 2. Om negen uur stoten we af en motoren over een blakke zee naar het noorden de Golf van Florent uit. Alles is blak en wazig, de bergen aan stuurboord zijn nauwelijks te zien, de overgang van zee in lucht aan de horizon is evenzeer nauwelijks te zien (zie bijgaande foto) Floor ziet haar eerste dolfijn. Het is opnieuw een traag zwemmende, grote dolfijn op zijn eentje. Ik dacht dat dolfijnen altijd in groepen leefden. Het water is nogal vuil, er drijven overal grijze, vlekkige stukjes in. We varen langs een baaitje, de Marine d' Albo, een grijsbleke plek en wat onbestemde gebouwen markeren de plaats waar tot 1965 een asbestmijn was. Het vormt een lelijk litteken in het landschap en nog steeds spoelt het asbeststof van de groeve zomaar in zee. Om 12 uur varen we langs de Port de Centuri, een piepklein haventje met wat huisjes. Op de bergrug hoog erboven staan een vijftiental onbeweeglijke windmolens. Twintig minuten later ronden we de eerste kaap van het lange noordelijke uitsteeksel van Corsica (een soort op de kaart omhoogstekende blindedarm), de Capo Grosso. De wind is inmiddels toegenomen tot Bf 3 - 4 en draait steeds mee met de volgende kapen, zodat hij voortdurend pal tegen blijft. Het fameuze kaapeffect. We varen tussen de noordkust en het eiland Giraglia door. Daarna volgt Punta d' Agnello, de andere kaap aan de oostkant. Er staat een sombere torenruïne op. Verderop liggen drie eilandjes, de Iles Finocchiarola met een vuurtoren en een oude, vierkante kasteelruïne ernaast (zie foto hier), waar je beslist niet tussendoor moet varen. Een oostkardinale boei geeft de veilige route aan. Een halfuur later zijn we bij de haven van Macinaggio, roepen de capitainerie op en krijgen een vriendelijke ontvangst en een ligplaats aan de lange oostelijke havendam. Het is er bloedheet, we spoelen ons af met de buitendouche op het zwemplatform. Later vermaken we ons met een zwerfkat, een moeder met twee aanbiddelijke jongen. Ze drinken gretig uit het bakje met melk, met water aangelengd, dat we voor ze neerzetten. We zien het ook andere zeilers doen, die katjes krijgen dus genoeg (in het seizoen, tenminste)
Na het late eten zitten we buiten. De avondkoelte is aangenaam en vredig. Vanaf andere boten kabbelen de gesprekken en vormen een murmelend geluidsdecor van voornamelijk klankrijk en zangerig Italiaans. Het lijkt of we in een film van Fellini zitten. Buiten vaart een groot, hel verlicht cruiseschip langs. Terug naar boven |
|
Bastia Een treurig gezicht in de oude haven van Bastia. Vissers hijsen een grote zwaardvis op de kant Donderdag 03-07-2008
We vertrekken om 10 uur uit de haven van het gastvrije Macinaggio. Het weer is als gisteren: 30° en geen wind. Oost Bf 1 - 2 kun je geen wind noemen. Toch hangen er de hele dag wolken boven de wal, die vergeefs proberen te groeien tot het formaat van een onweerswolk. Knus motoren dus. Floor voelt zich helemaal thuis aan boord (zie foto hier) Het is slechts 17 mijl naar Bastia, waar we hopen in de Vieux Port te kunnen liggen, de oude haven in het pittoresque centrum van deze antieke Genuese vestingstad. Er zijn maar dertig plaatsen voor bezoekers, aldus de pilot. Als het er vol is moeten we naar de grote, moderne jachthaven Port Toga. Maar we hebben geluk, de havenmeester antwoordt op onze oproep op VHF dat we kunnen binnenvaren en meteen aan stuurboord kunnen aanmeren. (Hier een foto van de aanloop) Dat doen we, bow-to omdat er verder geen bewaking is. De stad rijst om ons heen op en oogt volledig Italiaans. Het doet overigens met al zijn terrassen, restaurants en bars langs de kade en de erachter oprijzende hoge oude huizen ook wat aan Honfleur denken, maar wel wat minder schoon. Vanuit de kuip zien ze hoe achter ons een vissersboot aanlegt en met een kraan een aantal grote tonijnen en zwaardvissen op de kant hijst. Sommige zijn ruim twee meter lang. Een treurig gezicht hoe de lange lijven met de vervaarlijke neuszwaarden dood en machteloos aan de hijslijn bungelen (zie foto boven en hier) Bij ons vangen ze nog grotere, zegt de Israëlische zeiler naast ons. We blijven hier een aantal dagen en zullen zaterdagochtend vroeg Floor met een huurauto naar Ile-Rousse brengen, waar haar veerboot vertrekt. Er wordt overigens minder goed weer verwacht. Eind van de middag bel ik mijn jongste zoon Bas, die vandaag 18 is geworden en dus meerderjarig. Vanmorgen had hij zijn eerste autorijles, hij laat er geen gras over groeien.
"Die avond ging ik met Naoko naar bed. Ik weet niet of dat goed was of niet. Ook nu, een kleine twintig jaar later, weet ik het nog steeds niet. Ik zal het waarschijnlijk nooit weten" (p. 48) Ik lees onderweg het aardige boek van de Japanner Haruki Murakami, dat Floor bij zich heeft. Het boek is al uit 1987 (Ned. vertaling 2007) Ietwat "therapeutelig" af en toe, maar voor het overige met een aangename lichte toon, weemoedig zonder zwaarmoedig te worden. Terug naar boven |
|
Bastia (2) Dulce in de Vieux Port van Bastia Vrijdag 04-07-2008
Hiernaast een foto van onze ligplaats in de Vieux Port van Bastia. Hier vind je er nog een en hier een foto van Floor op de kade tegenover ons schip. Vandaag huren we een auto om Floor morgenochtend naar Ile-Rousse te brengen. Veel puf om vanmiddag nog een tocht te maken hebben we niet. De hitte overdag maakt apathisch en fnuikt iedere activiteit. In de middag begint het trouwens zomaar ineens hard te waaien; dat wil zeggen: harde windstoten tot 40 knopen toe. Valwinden vanaf de bergen boven de stad, aldus de buurman. De twee boten die arriveren hebben veel moeite met afmeren. Uiteraard helpt iedereen. Je kunt met invaren het beste wachten tot er net een vlaag geweest is, het is dan een paar minuten rustig.
Als de zon achter de bergrug zakt, valt de temperatuur snel terug tot aangenamer niveaus. Het is de afscheidsavond van Floor, de dagen zijn omgevlogen. We eten aan de kade moules/frites (zie foto hier) en belanden later op een oud pleintje waar een aantal jongemannen, begeleid door twee gitaristen, prachtige meerstemmige liederen zingt (2 foto's hier) We genieten en blijven uren luisteren en zo wordt het toch nog laat. Terug naar boven |
|
Bastia (3) Afscheid van Floor bij de veerboot naar Nice Zaterdag 05-07-2008
Alweer een dag vol hitte. Om half acht rijden rijden we weg en nemen de weg door de bergen naar de westkant van het grote schiereiland Cap Corse. Niet zo slim, achteraf gezien hadden we beter de hoofdweg kunnen nemen. Die is weliswaar een stuk langer maar toch sneller, want hij loopt door een dal om de bergen heen. We zijn dan ook precies op tijd in Ile-Rousse waar we - met enige pijn in het hart - afscheid nemen van Floor (foto hierbij) Het waren erg gezellige dagen. Terug nemen we dus wel de hoofdweg en zijn op tijd terug in Bastia om de huurauto in te leveren. De hete middag brengen we tamelijk apathisch door in de kuip in de schaduw van de bimini. Ditmaal geen valwinden. We spuiten de boot schoon en ik lees de Italiaanse pilot nog eens na over onze bestemming van morgen, Elba, het eiland waar Napoleon, de schrik van toenmalig Europa, in 1814 zijn eerste gevangenschap doorbracht en waarvan hij februari 1815 wist te ontsnappen.Terug naar boven |
|
Marciana Marina, Elba Op een aandewindse koers naar Elba Zondag, 06-07-2008
In de loop van gisteravond bel ik mijn vriend en opvolger in Gorinchem Pieter op, naar aanleiding van een bericht in het Gastenboek dat hij en zijn zeilmaat Douwe met de Matjas van Pieter op de Shetlands eilanden zijn aangekomen. De Shetlands! Daar had ik altijd al eens heen willen varen. In 2003 waren we er dichtbij, op de Orkney's, maar toen ontbrak de tijd. Ze hebben er drie dagen over gedaan bij harde wind, een hele prestatie. De boot van Pieter is een supersnelle J133 en een afstand van 200 mijl in 24 uur is voor hem niet ongewoon. Wij zijn al heel tevreden als we 130 tot 150 mijl in 24 uur afleggen.
Vanmorgen vertrekken we om acht uur. Twee veerboten varen na ons uit. Ook nu geen wind, ZZO Bf 1. Ik leg de boot op een koers van 77°. Het is ieder keer een curieus gevoel, naar een eiland varen dat je nog urenlang helemaal niet kunt zien. Na een uurtje begint de wind aan te wakkeren en kunnen we motorzeilen. Twintig minuten later kan zelfs de motor uit. Onder een grijze wolk komt nog meer wind uit en we zeilen voortreffelijk op een aandewindse koers, Elba is zo precies bezeild. Het bootje snelt vooruit over een azuurblauwe zee, die schittert in het zonlicht. Zo was zeilen bedoeld! (zie foto boven en hier) Op 17 mijl afstand zien we de contouren van Elba, hoger dan verwacht. Een vrachtschip vaart voorbij tussen ons en het eiland (zie foto hier) Elba is als Corsica ook een bergachtig eiland, maar de hoogste top is net iets meer dan 1000 meter. Ons windmolentje snort in de wind en produceert naar behoren: van 6 tot 10 Ampère. Zo steken we het Canal de Corse over. Op 15 mijl afstand ligt de grens tussen Frankrijk en Italie, daar verwissel ik de gastenvlag. De zon schijnt uitbundig. Geleidelijk wordt Elba meer zichtbaar. We zien kale bergtoppen, zwaarbeboste hellingen en kleine dorpjes. We varen langs de noordkust en om 13.30 uur bereiken we de kleine haven van Marciana Marina. Een jongen op de kade gebaart dat er geen plaats is, geen wonder in het hoofdseizoen. Maar er liggen wat scheepjes geankerd dus we laten het anker zakken in 4,5 meter op een zanderige bodem met hier en daar plukken zeegras. Het anker houdt meteen, de boot draait bij door de wind en we liggen prima ten opzichte van de buren. Voor ons ligt een schilderachtig Italiaans dorpje. Mogelijk blijven we hier wat langer. Terug naar boven |
|
Marciana Marina (2) Geankerd in Marciana Marina Maandag 07-07-2008
Tegen de avond wakkert de wind aan. Ik ben eerder met snorkel en duikbril wezen kijken en kon zien dat het anker prima was ingegraven: alleen de schacht was te zien en die lag plat op het zand. De vloeien waren geheel ingegraven. Niets aan de hand maar de boot gaat meer gieren en komt wel erg dicht bij de Zwitserse HR46 naast ons. Uiteindelijk verkassen we naar een plek met wat meer zwaairuimte. ook daar graaft het anker zich meteen goed in, we steken bijna vier keer de diepte aan ketting. Daarna zien we de ankercapriolen van andere boten, altijd leuk als je zelf goed ligt. De wakkert steeds meer aan, dat wil zeggen: er komen snoeiharde valwinden van de berg af. Ik zet het ankeralarm en besluit op een kuipbank te gaan slapen met het kookwekkertje. De windvlagen worden steeds harder, ik zie 35 knopen op de meter. In de verte is misbaar. Van een paar schepen zijn de ankers gaan krabben. Ze zijn in het veld van ankeraars tegen een paar anderen gewaaid. Met veel inspanning lukt het ze de zaak te klaren. Gelukkig houdt ons anker goed, hetgeen tot grote voldoening en dankbaarheid stemt. Veel slaap krijg ik niet, af en toe een halfuurtje als de vlagen wat afnemen. In de loop van de ochtend neemt de wind af. We herademen. Ik roei voor wat boodschappen met de dinghy naar de wal en ontdek een Internet-café genaamd FotoBerti. Daar werk ik ´s middags de website bij. Tot mijn verbazing moet ik eerst mijn paspoort tonen. Dat heb ik niet bij me. Het is nodig vanwege de strijd tegen het terrorisme, legt de dame uit, maar als ik beloof morgen mijn legitimatie te tonen, mag ik toch een PC gebruiken. Daarna roei terug naar Ans op de boot. Er is meer wind, gelukkig heb ik hem mee en niet tegen. Ik ben net op tijd want Ans meldt dat ons anker net is gaan krabben. We verkassen en ankeren een stukje verder opnieuw. Het anker is goed ingegraven, stel ik vast als ik met duikbril en snorkel ga kijken.
We verpozen ons aan boord in het zonnetje (zie foto hier)`s Middags komt de kustwacht met een bootje langs. Drie boten moeten verkassen, waaronder wij, vanwege de invaart van een toeristenboot. Onnodig volgens ons, die boot vaart al de hele dag ongestoord langs. Maar enfin, we gaan ankerop en laten het een eind verderop weer zakken. Onze ankerervaring groeit snel. Terug naar boven |
|
Marciana Marina (3) Zonsondergang in Marciana Marina. Nog niets aan de hand Dinsdag 08-07-2008
Gisteravond kijken we in alle rust naar een prachtige zonsondergang. Het lijkt het begin van een rustige nacht, in tegenstelling tot de vorige nacht. Toch slaap ik buiten op de kuipbank met het kookwekkertje. Het is allemaal zo rustig, dat ik het niet gebruik en enige uren lekker slaap. Tot kwart voor drie. Vanuit het niets staat er opeens een snoeiharde wind, ZW Bf 6 - 7 met vlagen tot 8. Ons anker blijkt goed te houden maar dat is niet overal zo. Na een kwartier zie ik verderop twee boten bewegen, de ankers zijn gaan krabben. Ze schuiven langzaam in het donker door het botenveld, stemmen klinken op, gevloek, geschrokken reacties als ze andere boten raken. Het is niet leuk. Ook de Tsjechische boot naast is begint te schuiven. Ik zit klaar om hem af te houden maar hij schuift langzaam verder langs ons heen. Zijn achterbuurman - een Belgische boot - schuift achter hem aan. Ze gaan met moeite ankerop en de Belg vaart me ternauwernood vrij. Het is een heksenketel in de haven. Alle boten zijn gaan krabben of in elkaar verstrikt aan het raken. De schepen die vrij zijn, stuiven zo snel ze kunnen uit elkaar. De windvlagen zijn snoeihard, het windmolentje raast als een gek. Voor wie het wil weten, we steken steeds vier keer de diepte, dus in dit laatste geval hebben we op 5 meter diepte 20 meter ketting gestoken. De bodem is zanderig met hier en daar plukken zeegras. Tegen half vier stel ik vast dat ook wij gaan krabben. De rij aangemeerde motorboten aan de steiger tegenover ons komt geleidelijk dichterbij. De wind is steeds harder, zeker Bf 8 - 9. Langzaam schuiven we verder. Ik wek Ans, die allang klaarwakker is, zet de motor aan en we halen het anker op. "Er hangt een kreeftenkorf aan het anker!", roept Ans als ze van het voordek terugkomt, "we kunnen niet meer ankeren". Gelukkig zit de hele zaak klemvast onder de ankerrol, dus kan het niet slingeren en het schip beschadigen. De wind blaast onze neus om en snel motor ik de haven uit. Achter me zie ik dat onze dinghy op zijn kop ligt; als de peddels nu maar niet losslaan! Buitengaats staat een hoge, vervelende zeegang. Ans heeft ondertussen het ankerlicht uitgedaan en de navigatieverlichting aan. Door de hoge golven is de dinghy weer recht geslagen. Opgelucht zie ik dat de peddels nog vast zitten, alleen het hoosblik is weg. Ik kruip naar het stampende voordek en zie dat er geen kreeftenkorf is, maar dat er een blok beton omhuld door een plastic krat aan het anker zit. Een roestige ijzeren ring zit er bovenop. Op één of andere manier hebben we een stuk ankerbeton meegesleept! Eén van de vloeien van ons anker is door de plastic omhulling gestoken. Op zulke momenten ken je je eigen kracht niet: ik één zwiep trek ik het geval van de vloei los. Het valt met een enorme plons in zee. Ik kruip terug en voorzichtig motor ik weer de haven binnen, andere jachten vermijdend. In de haveningang kan ik zachtjes tegen de wind in motorend een redelijk rustige positie handhaven. Andere jachten kiezen zee, maar dat lijkt me helemaal niet verstandig met deze zeegang. Langzaam wordt het licht en om zes uur neemt de vreselijke wind af. We ankeren een eind in de haven op 4 meter diepte en strekken ons uit op de kuipbanken. Ans zet thee. We nemen alles door en geloven dat we er goed vanaf zijn gekomen. Tot acht uur slapen we als een blok, dan doe ik snel boodschappen met de dinghy en gaan we bedenken wat we zullen gaan doen. Dat wordt snel duidelijk: om tien uur waait het alweer hard, ZW Bf 5 - 6. Veel boten ontvluchten de haven maar ze komen snel terug: het is buitengaats veel erger. Ook de toeristenboot vaart vandaag niet uit. Aan de steigers is nog steeds geen plaats vrij. Om 13.00 uur verkassen we opnieuw, omdat ons anker weer krabt. De nieuwe plek houdt.
We besluiten gewoon hier af te wachten tot het rustiger wordt en dat wordt het ook in het begin van de middag. Via het betaalde WiFi-netwerk van FotoBerti werk ik dit Logboekverslag bij. Ik laat de generator een aantal uren draaien om de accu´s op te laden. Ik laat ze nooit verder ontladen dan 70% We kijken aan het eind van de middag om ons heen. Nu het rustig is komen er weer jachten aan. Iedereen gaat eerst bij de steigers kijken en keert dan terug om te ankeren, omdat er geen plaats is. Het valt op dat meer dan de helft huurboten zijn, vaak met Duitse of Nederlandse huurders. Je ziet het niet meteen, want ze voeren een Italiaanse vlag. Er is een groot verschil met de mensen die permanent met hun schip zwerven, zoals wij. Huurders moeten hun doelen halen in beperkte tijd, dus ze hebben altijd haast, nemen soms daardoor meer risico´s, gaan laat naar bed en maken nogal eens veel lawaai. Ze laten hun schip gemakkelijker onbeheerd achter, ook al is de ankergrond slecht zoals hier. Terug naar boven |
|
Portoferraio, Elba Aanloop van de prachtige, natuurlijke haven van Portoferraio, het hoofdstadje van Elba Woensdag 09-07-2008
In mijn verslag van gisteren was ik het voornaamste feit tijdens onze nachtelijke worstelingen met het anker nog vergeten te vermelden: op zeker moment hing er een betonblok aan ons anker! Ik heb het verhaal op dit punt aangevuld. Ankerstress, ik herinner me het begrip uit talloze artikelen in het blad Zeilen. De afgelopen nacht is het niet de wind, maar een hoge, vervelende zeegang die recht de haven inloopt en die de jachten door elkaar schudt. De boten rukken aan de kettingen, dus er is opnieuw kans op krabbende ankers. De bodem van de haven moet onderhand op een omgeploegde akker lijken. Onze pilot zegt er niets over, maar de zandige grond in deze haven is niet erg geschikt. Zo krijgen we een stoomcursus in ankeren. Ik sluimer opnieuw onder een plaid op een kuipbank, het kookwekkertje bij mijn hoofd. Vlak na het donker komt een Italiaanse tweemaster aan en werpt vlakbij het anker uit. Even later draait hij gevaarlijk dicht naar ons toe. Ik roep dat ik bang ben dat we elkaar gaan raken en vraag of ze iets verderop willen ankeren. "My engine is broke", zegt iemand op het voordek slap. Een doorzichtige leugen, in de hoop dat ik dan misschien ga verkassen. (De volgende ochtend motort hij doodgemoedereerd weg) Achter ons duiken twee boten opeens op elkaar af, een Brit en een huurboot met ook Engelsen. De crew is op zijn qui vive en ze weten een botsing te vermijden. De Brit gaat verliggen maar ligt nu weer dichter bij ons. Er is verdorie elders plek genoeg! Zo slingeren we aan onze ankers opnieuw een onrustige nacht door, de derde op een rij. Niettemin slaap ik tussendoor toch slaapjes van twintig tot dertig minuten. Bij het ochtendkrieken is de swell aan het afnemen en is er nauwelijks wind. We slapen nog een paar uur en besluiten deze haven maar snel te verlaten.
Om tien uur varen we uit, tegen de weinige wind (NO Bf 2 - 3) in en laten Marciana Marina achter ons (foto hier) We zouden wel kunnen zeilen, met één kruisrak zouden we Capo d´Enfola kunnen ronden, maar we zijn er te moe voor. Gelukkig wordt de hitte van de zon getemperd door een laag kleinvlokkige wolkjes. Na de kaap motoren we naar het eilandje Scoglietto, waarachter de Rede van Portoferraio ligt. Voor ons rijst de citadel van Portoferraio op, de schilderachtige hoofdstad van Elba. We ronden het schiereiland waarop de citadel ligt en varen een prachtige, natuurlijke haven binnen, ooit door admiraal Nelson beschreven als "for its size the most complete harbour in the world" (zie foto hier) We roepen de havenmeester op die ons vraagt even te wachten. De havenkom van de Darsena Medicea is schitterend, omzoomd door hoge huizen met muren in bleke pasteltinten, terracotta, oker en beige - overal restaurants en winkeltjes en natuurlijk Italianen op knetterende scootertjes. Aan stuurboord waakt een grimmig gekanteelde toren over de toegang. Een bootje komt langs, we krijgen te horen of we om 13.00 uur terug willen komen. Dan is er plaats. We motoren langs de aanlegplaats voor de talrijke veerboten en werpen daarachter het anker uit. Het houdt moeiteloos. Na anderhalf uur zijn we weer terug en meren stern-to aan aan de kade. Het blijkt overigens de duurste haven die we tot dusver bezochten: 100 euro voor een nacht en dan doet het WiFi-netwerk het ook nog niet eens. Niettemin genieten we de luxe van walstroom, kunnen de wasmachine draaien en de tanks vullen. Het uitzicht is levendig en we besluiten vanavond in het restaurant tegenover onze ligplaats te gaan eten (zie foto hier) Ik vind een Internet-café op de kade en zie in de e-mail een door zawger Cees ingescande brief van de politie over mijn wapenvergunning voor ons seinpistool. Of ik langs wil komen om de vergunning te verlengen. Ik had nota bene persoonlijk destijds uitgelegd dat we met het pistool het land gingen verlaten! Ik bel de betreffende brigadier in Dordrecht, die gelukkig adequaat reageert, zich opeens de zaak herinnert en toezegt alles te regelen en ons verder een goede reis wenst. Zo kan het ook! Terug naar boven |
|
Portoferraio (2) De studeerkamer van Napoleon in de Villa dei Mulini op Elba Donderdag 10-07-2008
Hier een foto van Dulce aan de kade van Calata Mazzini, Portoferraio. In de koelte van de avond drinken we een mojito aan de kade, hier moquito geheten. De beste die we tot dusver dronken, de knappe hoeveelheid rum wordt perfect gemaskeerd door de mintblaadjes en de limoen. Verrukkelijk! Ook de maaltijd bij Ristorante Nettuno, tegenover onze boot, is heerlijk: spaghetti alla vongole en daarna kip als hoofdgerecht. En natuurlijk formaggio, een espresso en van het huis een grappa na. Daarna kijken we vanuit de kuip nog lang naar de pantalonnade, de stroom slenteraars die over de kade op en neer kuiert en naar de bootjes en elkaar kijkt. De kade wordt er speciaal voor afgezet, tussen acht en twaalf uur mag er geen gemotoriseerd verkeer langs. Ook wij begeven ons in de wandelende en keuvelende rijen. We lopen langs de mega-jachten van de miljonnairs, enorme schepen met vier tot vijf verdiepingen en bemanning, serveersters en een kok, die we druk aan het werk zien in een compleet uitgeruste restaurant-keuken.
Vandaag lees ik in de Telegraaf dat Paul Sturkenboom plotseling is overleden. dat raakt me wel even. Ruim twintig jaar geleden leerde ik hem kennen. Ik nam korte tijd deel aan een groep die onder zijn leiding een nieuw bureau voor advies en interimmanagement wilde opzetten, het latere Sturkenboom & partners. Kort, want Paul was even gedreven als eigenwijs, een buitenbeentje met een enorme geldingsdrang. Daar voelde ik me niet erg bij thuis. Toch mocht ik hem wel. Zijn werkwijze was soms origineel en vaak omstreden, toch deden tal van ziekenhuizen een beroep op hem. De advertentie in de Telegraaf van wat spraakmakende figuren uit het Slotervaartziekenhuis (niet van het ziekenhuis zélf) waar hij lang - te lang - interimbestuurder was, is nogal slap: "die van betekenis voor ons ziekenhuis was", ja, maar welke?) Paul was een paar jaar jonger dan ik. Hij had een tomeloze werklust. De laatste keer dat ik hem sprak, alweer vier jaar geleden, vertelde hij dat hij een buitenhuisje in Friesland had gekocht en ook was gaan zeilen, in een open zeilboot op de Friese meren. Dat zal hij vast niet veel gedaan hebben. Nu kan het niet meer.
Ik maak een grote wandeling door het stadje, over de wallen van de verschillende bolwerken, door de steile straatjes (foto hier), loop wat kerkjes binnen (helaas geen orgelconcerten) Opeens stuit ik op de Villa dei Mulini, het huis waarin de Schrik van Europa, Napoleon Bonaparte, zijn eerste verbanning doorbracht. Het betrekkelijk lage, een voudige huis ligt hoog op de rotsen boven zee, naast het grote Forte Stella. Ik koop een kaartje en loop door de villa. Kleine kamertjes, weinig ingericht. Dan kom ik bij zijn studeerkamer, met een kleine bibliotheek die hij voor zijn verbanning in 1814 samenstelde uit zijn enorme collecties in Fontainebleau en Versailles (zie foto boven) Bijna de letterlijke toepassing van de vraag wat je mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Napoleon was een nieuwsgierig man en hij las veel: Verlaine en andere Franse dichters en filosofen, de klassieken, de encyclopedisten, de Bijbel, wetenschappelijke werken. Zo onbewoond was het hier natuurlijk ook niet. Hij mocht familie en bedienden en soldaten meenemen, 100 grenadiers en lichte infanterie en 600 anderen waaronder Poolse lansiers. Ik loop door de kamertjes naar een raam op de eerste verdieping en bedenk dat hij hier mogelijk vaak gestaan heeft, kijkend over de weelderige tuin (zie foto hier) naar de grote baai (waar zijn "vloot" lag, de brik Inconstant) broedend op een ontsnapping. Nog zo iemand met enorme geldingsdrang, wat is dat toch? In februari 1815 lukte het hem aan boord te gaan, de Engelse wachtpatrouilles te vermijden en naar Frankrijk te ontsnappen - om een nieuwe, vergeefse ronde van oorlog, dood en verderf te zaaien voor hij definitief werd verbannen, naar Sint Helena in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Ik verlaat het huis en beklim de helling naar Forte Stella, het bastion dat uitkijkt over de baai en de haven waar we liggen. Een schitterend uitzicht. Er vaart juist een veerboot binnen. Ik maak er verschillende foto's, eentje staat hier.
's Avonds bespreken we onze plannen. We hebben niet veel zin om weer terug naar Corsica te gaan om af te zakken langs de oostkant van Sardinie. Het is daar nu stervensdruk. We kunnen ook langs de Italiaanse kust naar het zuiden varen, temeer omdat Rod Heikell in onze pilot zegt dat het er minder druk is "with a good scattering of little visited harbours along its length" Bovendien geeft het de mogelijkheid van bezoeken aan Rome, Napels, de Vesuvius en Pompei. Morgen willen we naar de oostkant van Elba, ergens ankeren of aanleggen in Porto Azzuro. Mogelijk laten de komende verslagen wat op zich wachten, als er geen Internet is. Terug naar boven
|
|
Spiaggia Naregno, Elba Dulce voor anker bij het strandje van Naregno Vrijdag 11-07-2008
We vertrekken tegen elf uur, wind Z - ZW, Bf 2 - 3. Op de motor derhalve. Al snel bereiken we de Cabo della Vita, de noordkaap van Elba. Daar waait het fors tegen, de wind draait met de kaap mee en blijft tegen als we naar het zuiden varen. Om half twee gooien we het anker uit voor het strandje van Naregno, waar we luwte hebben. Het is een idyllische plek, een klein strand, wat gezinnen langs de waterlijn, een restaurantje, pijnbomen op de rotsen naast ons en wat andere ankeraars (zie foto hierbij en hier) Er daalt een diepe, weldadige rust over ons. We zwemmen en constateren dat het anker goed is ingegraven. Een paar meeuwen komen bedelen om een hapje. Ze brengen Lord Byron in opperste extase. We dachten dat hij bang voor ze zou zijn, maar nee.
Om zeven uur vertrekken de mensen op het strand en één voor één gaan ook de jachten weg. We zijn alleen met een ander Nederlands jacht, dat wat verderop ligt. De avond valt. Het enige geluid is het zachte filpfloppen van de golven tegen de rots naast ons. Tegen elf uur rijst een bleke halve maanschijf boven de bergrug uit om na twee uur al weer te verdwijnen. De sterrenhemel is prachtig. Ik zie een vallende ster als een snelle scherf van licht over het firmament schieten. Terug naar boven |
|
Spiaggia Naregno (2) De dag breekt aan met bewolking, Naregno Zaterdag 12-07-2008
Wat valt er te zeggen over zo´n paradijsje? Vanuit mijn slaapplaats op een kuipbank zie ik de dageraad aanbreken, "de rose vingeren van Eos", maar wel met bewolking (zie foto hierbij) Die trekt in de ochtend snel weg. We blijven een dag liggen om te lezen en te zwemmen. We hebben zelfs geen behoefte om aan wal te gaan. Ik lees de aardige thriller "De tiende vrouw" van NRC-journalist Roel Janssen, waar overigens veel zeilerij in voorkomt. In de middag komen er wat jachten ankeren, de wind trekt geleidelijk aan tot ZO Bf 5, recht ons ankerbaaitje in. Dus op zeker moment beginnen we te krabben en ankeren we een stikje verderop. Tegen de avond neemt de wind af en de nacht is rustig. We slapen zonder problemen. De navtex waarschuwt voor harde wind Bf 6 voor morgenmiddag. Terug naar boven |
|
Porto Azzuro, Elba ´s Ochtends regent het in Naregno Zondag 13-07-2008
We genieten van een goede nachtrust. Het is bewolkt als we wakker worden. Om half negen begint het te regenen en geleidelijk komt er meer wind (zie foto hierbij) Indachtig de weersvoorspelling voor vanmiddag, Bf 6 uit ZO, besluiten we het anker te lichten en te zien of er in de haven van Porto Azzuro - op slechts twee mijl afstand - plaats vrij is. Rod Heikell beveelt in zijn pilot aan, om het in dit populaire haventje ("a gem of Elba") in het midden van de ochtend te proberen. Dat blijkt een raak advies en met hulp van een medewerker leggen we in de inmiddels harde wind stern-to aan. Het is inderdaad een mooi plaatsje, maar wel heel erg druk met toeristen. Er is een kleine citadel boven het stadje, dat werd gesticht door de Spanjaarden in het midden van de 16e eeuw. Later - in de 19e en 20e eeuw - fungeerde het een tijd als gevangenis. Het nieuwe Italië bracht er politieke gevangenen en mafiosi onder.
De deining van de harde wind loopt de haven binnen, de boot rukt aan de touwen, maar we liggen stevig en na een paar uur neemt de wind af. Het is een sirocco, een zuidenwind, die kennelijk niet erg lang aanhoudt. Ik lees de hele middag met grote aandacht in de mooie biografie van Charles Williams over één van de merkwaardigste politici van de afgelopen eeuw, Generaal De Gaulle: "The Last Great Frenchman" (Abacus, 1993) En vind een Internetcafé om de website bij te werken. Terug naar boven |
|
Porto Azzuro (2) De baai en de haven van Porto Azzuro Maandag 14-07-2008
We dineren laat, buiten op straat, in een schilderachtig steegje. Vooral de voortreffelijke wijn uit Umbrië maakt veel indruk: een Pinot Nero 2002 van Castello della Sala van het bekende Italiaanse wijnhuis Antinori. Donker en krachtig, met een smaak van vanille.
Het waait fors vandaag, de hele ochtend Bf 5 - 6 uit zuidoost en de hele middag uit noordwest, dus precies tegengesteld. Voor morgen ziet het er wat rustiger uit en mogelijk steken we over naar het eilandje Giglio, een mijl of 35 naar het zuidoosten. Het ligt vlak voor de kust van het vasteland. In de middag beklim ik de hoge rotskam boven het stadje, waar een oude citadel ligt. Ik maak er een paar mooie foto´s van het uitzicht over de baai en de haven (zie hierboven en hier voor nog twee) Je mag er echter niet in, de ingang wordt zwaar bewaakt. Later vind ik uit dat het nog steeds een gevangenis is, met een honderdtal gevangenen. Porto Azzuro heette medio vorige eeuw nog Porto Longone, naar de gevangenis. De naam had een slechte klank in Italië en toen men het toerisme wilde bevorderen heeft men de naam veranderd in Porto Azzuro.
Mijn advokaat mailt dat ons beroep bij de bestuursrechter in Dordrecht (tegen het niet-verlenen van een briefadres door de Gemeente Papendrecht) is verworpen. (Voor de achtergond van die zaak, klik hier) We hebben het dus verloren en dat is jammer. De tekst van de uitspraak is er nog niet, die wil ik even afwachten voor ik definitief commentaar geef en er misschien een artikeltje voor Zeilen over schrijf. Het schijnt te draaien om de termijn van twee jaar. Wereldzeilers die langer dan 2 jaar wegblijven - wat de meeste wereldzeilers doen - zouden geen recht hebben op een briefadres, tenzij de gemeente zich "soepel" opstelt. Zoals Gorinchem in ons geval. Willekeur, dus. Het is allemaal niet zo erg, maar het klopt niet. Terug naar boven |
|
Cala Canelle, Isola del Giglio Voor de wind naar Isola del Giglio, dat je kunt zien onder de giek Dinsdag 15-07-2008
Om negen uur gooien we los. De wind is Noord Bf 2 - 4. Met een heerlijk bakstagwindje zeilen we rustig naar het Isola del Giglio, ofwel het "Eiland van de Lelie", aldus onze pilot. Er schijnen in het voorjaar overal lelies te bloeien. Rare tijd voor lelies. Ans zont bloot aan dek (zie foto hier) In de verte rijst het eiland op uit zee als een hoge, blauwgroene berg. Aan stuurboord zien we nog zo´n berg, het onbewoonde Isola di Montecristo, een nationaal park waar je niet mag komen. En nog verder zien we vaag de kartelrand van de bergen van Corsica. Het ligt allemaal niet ver van elkaar in dit gebied, bijna het centrum van het Romeinse Rijk. De stuurautomaat raakt een paar keer de koers kwijt - geen probleem natuurlijk omdat je alles zo goed kan zien. Volgens de pilot zijn er magnetische anomalieën door de rijke ijzerertsafzettingen in de bodem. De wind krimpt wat, zodat we de grote genua aan loef kunnen zetten en voor de wind verder varen. "De melkmeid optuigen", om de term van Zeeuwse Noke uit het Gastenboek te gebruiken (zie foto hierboven) Na 35 mijl ontspannen zeilen is het haast jammer dat we er al zijn. We varen langs het de kleine haven van Giglio, die vol lijkt, en omzeilen een aantal rotspunten. Daarachter ligt een mooie ankerbaai, Cala Canelle, waar we het anker uitwerpen. Het houdt meteen, daar hebben we ieder keer toch maar mooi geluk mee. Ons Danforth-anker is kennelijk goed geschikt voor de bodems van zand en zeegras hier. Schepen met ploegschaarankers zien we regelmatig tobben. Zo ook nu: een jacht verderop begint opeens te krabben en waait voor iemand er erg in heeft met een rotklap tegen een huurjacht met een Nederlandse crew aan. Geschrokken ankeren ze verderop en een uurtje later komen ze keurig met de dinghy bij het huurjacht langs om de zaak in orde te maken. Voor alle zekerheid duik ik onder de boot en zie dat ons anker met 30 meter ketting goed is ingegraven. Ik zie ook dat er een plastic zak om de schroef zit, die zich gemakkelijk los laat maken. Om een uur of acht steekt er een harde noordwestenwind op. Je denkt dat je in de luwte van de bergrug van het eiland er geen last van zou moeten hebben, maar dat is niet zo. De wind valt met een rotvaart van de berg af, het schip trekt aan de ankerketting. Ik installeer me voor de nacht met het kookwekkertje en de biografie van De Gaulle op een bank in de kuip. Als het donker is ankert een stukje verderop een mooie, klassiek houten tweemastbark. Een halfuur later komt de maan op, helemaal vol. Terug naar boven |
|
Cala Volo di Motte, Isola di Giannutri Zonsondergang op Isola del Giglio, achter ons ankert een mooie, klassieke tweemastbark Woensdag 16-07-2008
Om middernacht gaat de harde wind liggen, even plotseling als hij vier uur eerder begon. De rest van de nacht slaap ik rustig op de kuipbank. Soms word ik even wakker, een enkele blik leert dat alles in orde is. Om acht staan we op. Ik snorkel een uurtje langs de rotsen naast ons. Hele scholen kleine vissen zwemmen om me heen, kennelijk onverstoord. Aan boord terug aarzelen we, wat zullen we doen? We besluiten een kijkje te nemen in het haventje van Giglio, om wat boodschappen te doen en misschien het oude, ommuurde Aragonese vestingstadje te bezoeken, dat strategisch op de hoogste bergtop van het eiland ligt. We varen binnen maar op een steiger staat een marinero die uitlegt dat de haven completo is en dat we vanavond maar moeten terugkomen om het nog eens te proberen. We besluiten door te varen naar het piepkleine Isola di Giannutri, een mijl of tien verderop, waar een goed besloten ankerbaai moet zijn. Met enige spijt laten we het schilderachtige Giglio achter ons (zie foto hier) De wind, noordwest Bf 2 - 3, houdt net de genua vol en zo sukkelen we volkomen relaxed over de diepblauwe zee. Het Isola del Giglio schuift langzaam aan de kant en openbaart de vaag zichtbare kartellijn van Corsica. Na het middaguur valt de wind helemaal weg en moet helaas de motor aan. Maar - o schrik! - we voelen een klap en een vreemde trilling. De schroefas! Er zit iets vast aan de schroefas! We zetten de motor meteen af en aangelijnd duik ik even later onder het schip. Niks te zien. Dan kan het alleen maar binnen zijn. Ik haal het paneel boven de schroefas los evenals de achterste panelen van de motorruimte en ik zie het direct: de schroefaskoppeling is losgetrild. Er zit nog maar één schroef in, de andere liggen her en der onder de motor. Daar vind ik ook de losgetrilde bouten. Tja, ik heb er al een jaar niet naar omgekeken. Ik schroef met enige moeite onder een lastige hoek de koppeling weer stevig vast, start de motor, de trilling is weg en alles is in orde. Ans kijkt me bewonderend en dankbaar aan, maar dit was echt een fluitje van een cent, was het altijd maar zo eenvoudig. Overigens zag ze, toen we stil lagen te dobberen, een grote grijswitte rog van zeker een meter breed, die nieuwsgierig om de boot bleef zwemmen. Naast de kop zaten aan iedere kant twee griezelige uitsteeksels. Ze durfde me echter niet te storen tijdens mijn belangrijke werkzaamheden. Ze probeerde foto´s te nemen, maar met weinig succes. Hier zie je er iets van, maar hij duikt net in elkaar dus zijn grootte blijkt er niet uit.
We hervatten onze tocht op de motor. Ik mijmer over het leven van Charles de Gaulle, wiens biografie ik inmiddels uit heb. Wat is achteraf zijn betekenis gering geweest! Sommigen zeggen dat hij de positie van Frankrijk in de WO II heeft veilig gesteld. Roosevelt moest echter niets van hem hebben en deed de hele oorlog lang liever zaken met het collaborerende Vichy-bewind van Pétain. Churchill irriteerde hij voortdurend. Na de oorlog zou Frankrijk toch wel een stevige positie in Europa hebben gekregen. Zijn tweede regeerperiode in de jaren ´60 was een farce. Niemand in het buitenland nam hem nog serieus. Een visionair was hij niet, eerder een geroepene voor de grandeur en het prestige van Frankrijk. De rest deed er niet toe. Daarom hield hij zolang hij leefde de toetreding van Engeland tot de EEG tegen; het zou immers het Franse leiderschap kunnen aantasten. Hij dacht met het verslagen Duitsland als gehoorzame partner Charlemagne te kunnen herscheppen, het Heilige Roomse Rijk van Karel de Grote, onder Franse leiding en met Parijs als hoofdstad. Ja maar, kan je tegenwerpen, hij gaf toch maar Algerije de onafhankelijkheid. Zeker, maar pas toen het niet meer anders kon. Een paar jaar eerder riep hij nog tijdens een bezoek "Vive l´Algérie Francaise" Hij was een pur sang nationalist, autoritair, bekrompen en egocentrisch. De mei-revolte in Parijs van 1968 luidde zijn val in, maar veroorzaakte die niet (afgezien van zijn paniekvlucht van een dag met zijn vrouw naar generaal Massu en diens troepen in Duitsland) In feite veroorzaakte hij zijn val zélf, door een volstrekt nonsensikaal en overbodig referendum over participation uit te roepen en het vervolgens te verliezen. Eén van de eerste daden van zijn opvolger Pompidou was het instemmen met de toetreding van Engeland tot de EEG.
In 1968 woonde ik in Utrecht, in één van de (toen nieuwe) studentenflats aan de Ina Boudier Bakkerlaan. Eén van mijn etagegenoten had een bestelbusje en daarmee reden we het stakende Frankrijk in, op weg naar de studentenrevolutie in Parijs. Alle tankstations waren gesloten en halverwege kwamen we zonder benzine te zitten, afgezien van de ene jerrycan voor onze terugkeer. Dus gingen we terug. Twee weken later zakte ik voor mijn kandidaatsexamen geneeskunde. Ruim een halfjaar later was ik wel in Parijs, als lid van het linkse USF-bestuur (de Utrechtse studenten-grondraad), om van de revolte te leren. Het was winter en bitterkoud. Nog een halfjaar later bezetten we het Academiegebouw op het Domplein. Een bezetting die verder weinig uithaalde, maar natuurlijk wel grote betekenis had voor onze eigen emancipatie.
Om half drie bereiken we het piepkleine Isola di Giannutri. Het is een nationaal park en er zijn maar twee baaien waar je mag ankeren. Gelet op de weersvoorspelling (NW wind) doen we dat aan de oostkant, in de Cala Volo di Motte, een hoekje van de besloten Baai van Spalmatoio waar het eilandje aan drie kanten om heen ligt. Het is er diep en we ankeren vlak onder de rotsen met bijna 40 meter ketting. Ook nu houdt het anker meteen, hoewel ik even later snorkelend vaststel dat het plat op het zand ligt. Ans trekt de boot op de motor achteruit en 12 meter lager zie ik het anker zich na de tweede poging ingraven. We kijken rond. Het eilandje is nog geen 100 meter hoog op het hoogste punt, waar een vierkante kasteelruïne staat. Noordelijk daarvan zouden ergens de resten van een Romeinse villa moeten zijn, die volgens onze pilot het eigendom was van de moeder van keizer Nero. Op de hellingen groeit stekelig struikgewas tussen verweerde, grijze rotsen. In een inhammetje verderop zijn wat huizen, er legt twee keer per dag een veerbootje aan en er begint (helaas) enige toeristische ontwikkeling. In de hitte klinkt het eentonige gerasp van cicades. Om ons ligt een tiental andere jachten geankerd, allemaal verder van de rotsen af dan wij, in water van minstens 25 meter diep. Liggen we te dicht bij de rotsen? We besluiten het maar eens aan te zien. Ik maak van een landvast een lijn die ik aan een schakel van de ankerketting klik en op een bolder beleg. Daardoor staat de spanning niet meer op de ankerlier, hoewel die dat volgens mij best kan hebben, maar ik zag het bij vooral Engelse jachten. Enfin, baat het niet, het schaadt ook niet. Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia Het kleine Isola di Giannutri verdwijnt aan de horizon Donderdag 17-07-2008
De geankerde jachten in de Cala Volo di Motte vormen net een klein dorp. Je hoort mensen zacht praten. Ze zitten te eten in de kuip of zwemmen nog even voor het slapen gaan. Een dinghy van een Italiaanse boot verderop komt langs en vraagt of we misschien een kilo bloem hebben. Ze willen zeker een pizza bakken. Als dank ontvangen we een fles witte wijn. De volle maan komt op boven de zuidelijke heuvelrug en zakt er een paar uur na middernacht weer achter weg. Maar van slapen komt niet veel. Niet door anker-escapades maar door de steekvliegen, die zich niet laten wegjagen. Typisch voor zo´n natuurgebied, denk ik cynisch. We worden er gek van en besluiten om half zeven dat het genoeg is. Even later laten we Giannutri achter ons (zie foto hierbij en hier) Het is vroeg, de wind is niet meer dan een schamele ZZO Bf 1 - 2. Zo motoren we de Tyrrheense Zee binnen. Ik zet een koers uit op de havenstad Civitavecchia op het vasteland. Uren verstrijken, de wind draait naar ZW Bf 1 en later West Bf 1. De zee is geheel blak, de hemel vertoont wat hoge wolkensluiers en veren, vaak een teken van een komende weersomslag. De barometer is ook aan het zakken. Ik zit een tijd voor op de preekstoel te peinzen (zie foto hier) Ook Ans is stil en staart voor zich uit. Ik weet waar ze aan denkt. "Zullen we eens zien of we de komende week even naar Holland kunnen vliegen?", zeg ik en zie dat het meteen raak is. Een schot in de roos. Ik kijk op de zeekaart en verleg onze koers wat meer zuidelijk, naar Fiumicino, de haven van Rome met het grote internationale vliegveld, het Leonardo da Vinci Airport. Omdat we zo vroeg zijn vertrokken, kunnen we het gemakkelijk halen. Om half vier varen we langs het vliegveld. Ieder halve minuut zien we vliegtuigen opstijgen en landen. Er zijn veel jachthavens in Fiumicino, maar op basis van de pilot kies ik de grootste uit, de Porto Turistico di Roma: "A good reputation as a secure marina with a growing overwintering community" Als we een vlucht naar Holland kunnen vinden, is dit de plek om de boot weg te leggen. Een volledig kunstmatige haven, aangelegd in het moerasgebied waar twee kilometer verder in Romeinse tijden Ostia, de vermaarde haven van het oude Rome lag. Ostia Antica was een grote havenstad met ooit 100.000 inwoners. De val van Rome en de malaria vanuit de omringende moerassen maakten daar een einde aan. De moerassen om de jachthaven vormen nu een natuurgebied. Hier vond men in 1975 het zwaarverminkte lichaam van de beroemde Italiaanse cineast Pier Paolo Pasolini (o.a. het prachtige Teorema en Edipo Re), doodgeslagen door een 17-jarig scharrelvriendje die hem in het moeras dumpte en gepakt werd in de Alfa Romeo van de filmmaker.
We krijgen een plek tussen duizenden boten aan een lange, hoge betonnen steiger. Natuurlijk is er (betaald) Internet. Tot onze vreugde vinden we ondanks het hoogseizoen een goedkope vlucht van Transavia. Volgende week woensdag landen we ´s avonds laat in Rotterdam voor een weekje Holland. Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia (2) Luchtfoto van de haven. We liggen links aan de middelste steiger, aan de rechterzijde, vier boten vanaf het eind Vrijdag 18-07-2008
Hiernaast zie je een luchtfoto van deze haven. Hij is volledig kunstmatig met een vorm die doet denken aan de nog veel maffere havencomplexen, die ze tegenwoordig in de Golfstaten maken. De architect liet zich inspireren door het Ostia Antica van de Romeinse tijd. Wij liggen aan de linkerkant van de haven aan de middelste steiger, rechts, vier plaatsen vanaf het eind. De positie in het overzicht in de rubriek Kaarten & Routes toont het exact, maar in Google Earth of Google Maps werkt het niet echt goed, tenzij je je cursor zelf stuurt en goed let op de positie-markering. Dan kan je zowat bij ons aan boord stappen. Vandaag is een dag van dingen uitzoeken en regelen. Maar eerst moet ik langs het kilometerslange havenfront lopen, langs gebouwen met arcaden en winkeltjes, naar een minimarket om vers brood te halen. De juffrouw van de kassa is zo dom als een ui: ik moet € 16,05 afrekenen en heb alleen een biljet van 50 euro, dus geef ik er vijf cent bij om het gemakkelijk te maken en verwacht 34 euro terug. Ik krijg echter € 33,95 terug, alsof ik niet 5 cent had gegeven. Ik maak een opmerking - het lieftallig wichtje spreekt geen Engels - en krijg de kassabon die...€ 33,95 toont. Ik zeg "cinco centimes?" en die geeft ze me terug met een verachtelijke blik alsof ik een schooier ben. De relatie met dit meisje is onherstelbaar kapot.
Het hele havencomplex dus, ligt volledig van alles geïsoleerd tussen het moeras met de resten van het antieke Romeinse Ostia en de zee. In de lengte is het bijna twee kilometer lang met de gebouwen met winkelarcaden en parkeerplatformen er bovenop. Zonder auto begin je hier niks. Het is niet druk. Kennelijk is het Italiaanse vakantieseizoen nog niet aangebroken. We maken uitvoerig schoon schip en doen via Internet - een genot, zo´n Internetverbinding aan boord! - tal van achterstallige bank-, belasting- en verzekeringszaken. Er is e-mail van Gerard & Josje van de Mermaid, die vandaag hopen over te steken van Mahon, Menorca naar Zuid-Sardinië. We ontvangen ook de uitspraak van de Dordtse bestuursrechter in ons geschil met de Gemeente Papendrecht (klik hier voor de tekst) Ik lees hem twee keer door maar kan er nog geen touw aan vastknopen. Komt later wel. Ik werk liever eerst de website bij. Bij het havenkantoor kunnen we gelukkig afspreken dat Dulce voor twee weken kan blijven liggen op haar huidige plek voor een prijs die niet tegenvalt. En...ze willen wel een week op Lord Byron passen! Dat is heel bijzonder, hij krijgt een plekje in het kantoor. Verder leggen ze uit hoe we het best naar het vliegveld en naar Rome kunnen reizen: met de bus naar een station, met de trein naar Rome (20 km) en dan met de metro naar de bezienswaardigheden. Dat laatste gaan we morgen doen. Eind van de middag lopen we naar de zuidoostelijke uitgang van het complex en komen tot onze verbazing in een soort achterbuurt langs het strand. Het lijkt wat op die wijk in New York waar de West Side Story speelt, verveloze flats, vuile trottoirs, autowrakken langs de stoep, omgevallen vuilnisbakken, groepjes mannen en jongens op straat met ontbloot bovenlijf, die je zwijgend aanstaren als je langs loopt. In een kleine supermarkt slaan we boodschappen voor het weekend in, waaronder - door de eigenaar flinterdun gesneden, heerlijke carpaccio waarvan we ´s avonds smullen met peper en ramenaspasta (meerrettich), in de magnetron gepofte aardappels met knoflookboter, kikkererwten en een salata romana. Wat kan ze dat toch goed, mijn Ans. Morgen naar Rome! Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia (3) Ans in het Colosseum Zaterdag 19-07-2008
Vanmorgen is er in het Gastenboek bericht van Jan & Baukjen van de J&B (die we deze winter in Lagos, Portugal, leerden kennen) Ze liggen in Lymington in de Solent en hopen volgende week terug in Nederland te zijn. In het najaar gaan ze weer terug naar Lagos om er opnieuw de winter door te brengen.
Vandaag gaan we naar Rome. De stad is groot en en is zoveel te zien, dat je er minstens een paar weken zou moeten doorbrengen. We maken ons dus geen illusies en beperken ons: in elk geval willen we het Colosseum bezoeken, het Forum Romanum en de Trevi Fontein, vanwege de beroemde scêne met Marcello Mastroianni en Anita Ekberg uit de film "La Dolce Vita" van de Italiaanse meester Federico Fellini - en over twee dagen gaan we nog speciaal naar Vaticaanstad om de Sint Pieter te zien. Daar moet het bij blijven.
We lopen naar een kaal plein in het schamele buurtje naast de jachthaven. Daar stopt een bus die ons naar het station Lido Central van deze voorstad van Rome zal brengen. Het is nog vroeg maar al zinderend warm. Rome moet je eigenlijk in het voor- of naseizoen bezoeken. Een snelle, moderne metro (zie foto hier) brengt ons bovengronds in een halfuur naar het station Piramide. Ook hier heeft overal op gebouwen, borden, schuttingen en rijtuigen de lelijke volksziekte toegeslagen, die graffiti heet. Zelfs de ramen van een aantal wagons zijn dichtgespoten. Helaas is er nog steeds geen remedie voor gevonden. In Piramide stappen we over op een oudere lijn die onder de grond duikt. Twee stations verder is het Colosseum. Het openbaar vervoer is hier fijnmazig, met hoge frequentie en zeer toerist-vriendelijk: voor 4 euro p.p. kan je de hele dag ongelimiteerd gebruik maken van de metro, alle bussen en de lokale treinen. Bovengronds staan we meteen oog-in-oog met het Colosseum. Het is nog groter dan ik had verwacht, dit indrukwekkende relict uit het antieke Rome temidden van het eromheen razende, moderne stadsverkeer. Het heeft bijna twee millennia stand gehouden - nou ja - het is gedeeltelijk ingestort tijdens een aardbeving ongeveer 600 jaar geleden, maar toch. Eigenlijk is het een soort tijdreiziger; wat is er in al die eeuwen niet allemaal gepasseerd binnen en buiten deze enorme muren? Ik kan me nu beter voorstellen hoe machtig Rome geweest moet zijn, het centrum van de antieke wereld, hoofdstad van één van de eerste wereldmogendheden. In de brandende zon lopen we om de ellipsoïde kolos. Er staan lange rijen bezoekers, maar met betaling van een tientje p.p. extra kunnen we meteen mee met een Engelssprekend heertje die alle rijen mag passeren. De gids, een kleine grijzende, zongebruinde vijftiger, geeft ons een geïnspireerde rondleiding. Hij kan er wat van, deze gids: "Sometimes the Games lasted for nine days. Down in this wide arena people and wild animals, lions, tigers, hyena´s, bulls, fought with each other in sheer stress and agony, screaming, yelling, cursing their fate, crying for help, vomiting, urinating, defaecating, bleeding, begging on their knees for mercy to the Emperor and the roaring public, killing each other and dying in vast quantities only to be swiftly replaced by fresh desperate men and animals" Zulke beeldrijke teksten blijven je bij. Hier zie je een viertal foto´s, de laatste twee van de plaats waar de loge was van de Keizer en de hofhouding, de ambassadeurs, de senatoren en andere belangrijke personen. In de 18e eeuw heeft men op die plaats een stalen kruis geplaatst, als je goed kijkt zie je het op de foto´s. Teken van overwinning of van mededogen? In de latere eeuwen, onder de christelijke Keizers, waren de Spelen afgeschaft en werd het grote amfitheater niet veel meer gebruikt. In de vijfde eeuw van onze jaartelling viel het Westromeinse Rijk definitief, Rome werd veroverd door barbaarse volkeren. De rijke paleizen, bibliotheken, thermae, theaters en ook het Colosseum werden verwaarloosd en vervielen. Veel kennis en kunde gingen verloren. Er brak een donkere tijd aan, de Dark Ages, de Donkere Middeleeuwen. Barbaarse volken huisden in de ruïnes, families woonden in de afbrokkelende arcaden en krochten van het Colosseum. Ze sloopten de marmeren vloeren en de rijen zetels om de arena, hakten overal gaten in de pilaren en draagmuren, op zoek naar de bronzen verbindingsstukken, want het vermogen tot het zelf maken van brons was verloren gegaan (zie foto hier) Zo ondermijnden ze het gebouw verder. In de vijftiende eeuw stortte een groot deel in tijdens een aarbeving die ook andere antieke delen van Rome verwoestte. Het zou me niet verbazen als er nog tijdens de laatste Wereldoorlog troepen in het Colosseum gehuisvest waren. De hand van latere generaties is in de geschiedenis zelden mild.
We dwalen uren door het enorme complex. De toenemende hitte, door de muren teruggestraald - het is 38° - noopt ons tenslotte weg te gaan. We nemen de metro naar de buurt waar de Trevi Fontein is. In de schaduw van een van de vele straatjes genieten we een smakelijke, Italiaanse lunch (zie foto hier) Anderhalf uur later zijn we bij de fontein, die we onmiddelijk herkennen van de haast mythisch geworden scène uit "La Dolce Vita" Alleen is het kleine plein overstroomd met toeristen (zie foto hier) Kon je maar in dat verkoelende, lichtblauwe water springen! Maar een tweetal carabinieri is alert om zoiets te verhinderen, dus volstaan we met ieder een muntje in de fontein te werpen en te wensen dat we hier samen nog eens mogen terugkeren. We gaan met bus en metro terug naar het Forum Romanum en in de schaduw van een statige cypres, liggend in het gras op een heuvel bij Caesar´s triomfboog, sluimeren we een uurtje. Metro en bus brengen ons terug naar zee. Om zeven uur zijn we weer op de boot. Moe maar voldaan, zoals dat heet. Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia (4) De kilometerlange winkelarcaden van Porto Turistico di Roma Zondag 20-07-2008
Vandaag nemen we het ervan na de zware dag van gisteren en blijven aan boord. Er is overigens weinig in deze giga-jachthaven te beleven. Onder kilometerslange arcaden slenteren wat gezinnen en stelletjes langs de winkeltjes, maar het is erg rustig (zie foto hiernaast) De zon brandt onbarmhartig. Sommige bootbezitters hebben gisteren - zaterdag - hun boot schoon gespoten en komen vandaag met hun familie langs, eten lang en uitvoerig aan boord, gaan een uurtje varen en daarna gaan ze de boot weer schoonspuiten. Dan is de dag weer voorbij.
Ik koop twee bijgewerkte pilots in de chandlery verderop: de Greek Waters Pilot (10th ed, 2007) en de Turkish Waters & Cyprus Pilot (6th ed, 2006), allebei van Rod Heikell. Daarna download ik van de website van de uitgever, Imray, alle supplementen en aanvullingen, ook van de Italiaanse pilot. Alles weer up-to-date. Ik bestudeer de uitspraak van de Dordtse bestuursrechter in ons geschil met de Gemeente Papendrecht, zit te overwegen om een artikel voor Zeilen te schrijven over onze ervaringen op Elba en begin in een nieuw boek, "Breaking the spell. Religion as a natural phenomenon" van Daniel C. Dennet (2005, Ned. vert. "De betovering van het geloof", 2006, Contact) Website lezer Huib Koel mailt dat hij heeft uitgevonden hoe je de coördinaten van de havens, die we aandoen, moet weergeven om ze - met kopiëren/plakken - zo in te voeren in Google Earth of Google Maps, dat je exact bij de plek aan de steiger komt waar we liggen. Ik probeer het: het werkt geweldig! Je kopieert met je rechtermuistoets de coördinaten uit de betreffende kolom in de rubriek Kaarten & Routes, je gaat naar Google Earth of Google Maps en plakt ze met de rechtermuistoets in het zoekvenster van Google en drukt op Enter...en je zeilt in een prachtige boog exact naar de plekken waar we lagen en liggen. Zeer bedankt, Huib!
Morgen gaan we naar Vaticaanstad. Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia (5) God schept Adam - Michelangelo, Sixtijnse Kapel, Vaticaanstad Maandag 21-07-2008
De dag van ons bezoek aan het Vaticaan. Met bus en metro gaan we op weg. De eerste metro komt langs een halte die Ostia Antica heet. Hier liggen de ruínes van de voormalige haven van het Rome van de Romeinen. De verleiding om uit te stappen is groot, maar we reizen verder, het is onmogelijk om alles te zien. Op zeker moment stapt er een ietwat gezette, onbestemde man met een klarinet de coupé binnen. Hij stelt zich op bij de deuren en begint "Les feuilles mortes" te spelen. Een mooi begin van de dag. Op station Piramide stappen we over, rijden een keer verkeerd, maar komen toch uiteindelijk terecht op het knooppunt Termini en nemen de lijn naar het station op de Via Ottaviano. Onderweg steken we de Tiber over. Vanaf Ottaviano lopen we naar het Sint Pieter Plein. Het ziet er zo uit als ik me het herinner van de talloze keren dat er beelden van op televisie waren. De trappen van de Sint Pieter, het bordes waar de pausen de jaarlijkse zegen Urbi et Orbi over de stad (Rome) en de wereld uitspreken, de vleugel met de vensters van de privé-vertrekken waarachter maandenlang de stervende paus Woytila (Johannes Paulus II) lag en waar hij zich af en toe even aan de bezorgde menigte toonde, die dag en nacht op het plein zijn dood afwachtte, de mal geuniformeerde wachters van de Zwitserse Garde, die de toegangen bewaken, het is er allemaal. Dit is het grootse en indrukwekkende centrum van een wereldgodsdienst; natuurlijk is alles bedoeld om indruk te maken want een religie zonder macht, pracht en praal nemen de mensen niet serieus. Het is bewolkt, dus gelukkig niet zo heet als eergisteren bij het Colosseum. Soms vallen er wat druppels. Er zijn duizenden mensen op het plein. Velen staan in een een lange rij, die zich naar de Sint Pieter slingert (zie foto hier) Dat kost uren! Maar we kunnen net als eergisteren met een betaalde gids mee, die ons snel langs de duizenden wachtenden en door de bezienswaardigste punten van het Vaticaan zal loodsen. Het is een Amerikaanse, Cathy, een vlotte praatster die al vier jaar in Rome woont. Toch duurt het wel even voor iedereen in de groep kaartjes heeft en, voorzien van een ontvangertje met oorknopjes, achter Cathy en haar behulpzame zus Kelly aan snelt naar de Vaticaanse musea. We worstelen ons door de drommen toeristen in ijltempo over binnenplaatsen, gangen, patio´s, zalen, trappen, galerijen, allemaal vol met een duizelingwekkende hoeveelheid antieke beelden, mozaïeken, schilderijen, tapijten, wat niet al. De rijkdom aan kunstwerken is fenomenaal en verwarrend. Als je dit allemaal rustig zou willen zien, ben je jaren bezig! Een paar springen eruit, soms alleen maar omdat er toevallig niemand voor staat. De beroemde beeldengroep van Laocoön en zijn zonen, worstelend met de slangen (foto hier), een prachtig klassiek torso zonder armen en benen dat een inspiratiebron zou zijn geweest voor zowel Michelangelo (fresco van de zegevierende Christus) als voor Auguste Rodin (De Denker) - rechts ervan zie je op de foto trouwens gids Cathy, in de gele jurk (foto hier) - , een merkwaardig bronzen beeld dat pas in de 19e eeuw in Rome werd opgegraven en dat na zijn opstelling in het Colloseum door de bliksem getroffen werd en waarvan men aanneemt dat de Griekse halfgod Hercules voorstelt (foto hier) - een blikseminslag die voedsel gaf aan tal van interpretaties als goddelijk teken. Het gaat steeds meer op een kermis lijken, ik word er een beetje lacherig van. Op zeker moment zien we in het gelaat van een beeld van een Griekse strijder, dat wat terzijde staat in een galerij, onmiskenbaar de trekken van Bill Clinton op jongere leeftijd (zie foto hier)
Via de fameuze Kaartengalerij en een aantal brede en daarna smalle trappen komen we tenslotte in de Sixtijnse Kapel met de wereldberoemde fresco´s van Michelangelo. Cathy geeft uitvoerig uitleg. We zitten op de banken langs de wanden met de erop geschilderde gordijnen, waar de kardinalen zitten tijdens de urenlange, geheime sessies van een Conclaaf, als er een nieuwe paus gekozen moet worden. Vlak naast ons is de plaats van het kacheltje, waar met witte of zwarte rook de buitenwereld, verzameld op het Sint Pieter Plein of achter de beeldbuis thuis, geïnformeerd wordt. Het voelt alsof we naar de Middeleeuwen zijn afgedaald. Je mag in de Sixtijnse Kapel niet fotograferen, sinds een Japanse firma de fotorechten heeft gekocht. Ik doe het natuurlijk toch, maar de foto is mislukt (bewogen) Daarom staat hierboven een plaatje vanaf het Internet. De schilderingen zijn trouwens beeldschoon, vooral die tegen het plafond die het scheppingsverhaal voorstellen.
Daarna laat gids Cathy ons vrij voor de Sint Pieter basiliek. Die is enorm (foto hier) We lopen naar rechts, naar de kapel met de beroemde Piëtà van Michelangelo. Er staan een kogelwerende glaswand en een menigte mensen voor. Over de schouders van de bezoekers proberen we een glimp op te vangen. In 1972 probeerde een gestoorde geoloog met een hamer het beeld stuk te slaan; hij riep dat hij de opgestane Christus was. Sindsdien mag je er niet meer dichtbij komen. We staan, lopen en zitten hier en daar wat in de gigantische ruimte. Je krijgt er geen grip op. De koepels, groot en klein, zijn prachtig. De rijkelijk versierde altaren, het kostbaarste marmer, het goud en zilver de ornamenten, de beelden, het is niet te bevatten. En dan die verhalen! De basiliek werd gebouwd op de plaats waar men sedert eeuwen het graf van de apostel Petrus veronderstelt. Eens stond hier het Circus, waar keizer Nero zijn wrede Spelen liet houden. Erachter zou men Petrus hebben gekruisigd, op Petrus´ verzoek op zijn kop om niet op dezelfde manier als Jezus te sterven. Hier zocht men tussen de duizenden botten niet lang geleden nog naar zijn gebeente, dat aan drie echtheidscriteria moest voldoen: een correcte datering via radioactieve koolstofisotopen, forse botten want de apostel was een grote man, en er mochten geen voeten meer aan zitten. Na de kruisdood werden die verwijderd, om de ontsnapping te verhinderen van wie de kruisiging overleefde. Niet nóg een opstanding, zal men hebben gedacht. Ik weet niet of die botten gevonden werden. We hebben geen moed meer om de koepel te beklimmen en gaan naar de kelders onder de basiliek met de graven van de pausen. Daar lopen we ondermeer langs het graf van de laatstoverleden paus, Woytila. Er staat een tiental biddende mensen bij. Ik wil even teruglopen om het beter te bekijken, maar een bewaker fluistert dat het niet mag. Waarom niet?, vraag ik. Not possible, fluistert hij. Ik haal mijn schouders op en loop verder. Roomse fratsen, zou mijn moeder hebben gezegd. Het is curieus dat ik juist nu bezig ben met het boek van Daniel C. Dennet, dat religie omschrijft als een natuurlijk fenomeen in de evolutie van onze hersenen, die uiterst ontvankelijk zijn voor de suggestieve kracht van mythologische betekenisgeving, geboden en verboden, verhalen en riten - een fenomeen dat zichzelf ook weer een keer zal overleven zodra het niet meer bruikbaar is en geen evolutionair voordeel meer biedt. Zal ik het einde van de bruikbaarheid van religie nog meemaken? Of is het misschien al zover?
Vermoeid lopen we de basiliek uit, langs de toegangspoort naar het Vaticaan, die bewaakt wordt door twee Zwitsers (foto hier) De paus is momenteel in Australië. We nemen de metro terug naar station Termini. Het is helaas een oud treinstel zonder airco, dat afgeladen met zwetende, tegen elkaar aanhangende mensen tergend langzaam door de gloeiend hete, broeierige en benauwde tunnels sukkelt. Ook in de aansluitende verbindingen treffen we het niet, zodat we bezweet en doodmoe aan boord terugkomen. Morgen een rust- en opruimdag. Overmorgen vliegen we ´s avonds naar Nederland. Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia (6) Samen in het avondlicht. Een foto met de zelfontspanner Dinsdag 22-07-2008
Vandaag een rust- en opruimdag, is de bedoeling. Maar vannacht begint het hard te waaien - NW Bf 5 tot 6 in de haven - en de boot rukt wild aan de touwen. We staan vroeger op dan bedoeld om de mooringlijn aan de voorkant strakker te spannen met behulp van de electrische lier - anders krijg je er geen millimeter beweging in. Aan de achterkant ruim ik de landvasten wat verder, zodat we verder van de steiger liggen. In de loop van de dag blijft de harde wind doorstaan. Ik leg aan de spiegel twee kruisende landvasten op de wal, waardoor we wat meer stabiliteit hebben. Voor de rest luieren we en ruimen op: de boot afspuiten, de bedden verschonen, de was draaien, het kopen van elegante Italiaanse schoentjes (gele, beeldig!) en bijpassend tasje en shirtje (Ans), het verslag van gisteren op de website zetten, coördinaten van Google Earth & Maps plaatsen bij de havens in de rubriek Kaarten & Routes (nog niet af), alle foto´s vanaf april op de externe harde schijf zetten, vuilnis afvoeren, scepters poetsen (RVS = niet zo roestvrij), e-mail beantwoorden en enige hoofdstukken lezen (Tom) in het boek van Daniel C. Dennet. Verwonderd zien we hoe onze buurman zijn strak gestroomlijnde, metaalgrijze "strijkbout" voor de derde opeenvolgende dag helemaal wast en afspuit, exact in dezelfde volgorde als alle vorige dagen. Hij is er nog geen uur mee weg geweest en is alsmaar alleen aan boord. Heeft zijn vriendin hem verlaten? Misschien wel om die boot niet alsmaar schoon te hoeven maken? Enfin, speculaties, we bemoeien ons er niet mee maar verzoeken hem alleen vriendelijk of hij zijn blèrende radio a.u.b. wat zachter wil zetten. Doet hij. Zelf luisteren we - in de kajuit - naar een prima klassieke zender van de RAI op FM 100.30. Aan het eind van de dag bedenk ik dat ik eens moet kijken hoe de zelfontspanner van mijn camera eigenlijk werkt. Dat levert bij de avondborrel de bovenstaande foto op. Terug naar boven |
|
Gorinchem Lord Byron in zijn kooi op de kast (rechts) in het havenkantoor Woensdag 23-07-2008
Weinig te melden. De meeste voorbereidingen om de boot goed achter te laten voor ons bezoek aan Nederland deden we gister al. Om vier uur brengen we Lord Byron in zijn kooi naar het havenkantoor. Hij krijgt een plaats op de frisdrankautomaat (zie hiernaast) en vindt het allemaal best. We maken de boot klaar, sluiten hem af en trekken de loopplank in. Om zes uur brengt een taxi ons naar de overzijde van de Tibermonding, naar het Leonardo da Vinci vliegveld in Fiumicine. Exact op tijd, 20.35 uur, stijgt de Boeing 737 - 700 op en landt tweeëneenhalf uur later op Zestienhoven. Onderweg zien we onder ons eilanden die we bezochten: Giannutri, Giglio, Elba en het noorden van Corsica. Later, glanzend in de schemering, de besneeuwde toppen van de Alpen en de kalme spiegel van het Meer van Genève. Boven Brussel wordt de landing ingezet. Tweeëneenhalf uur vanaf Rome, we deden er een jaar over om het te bereiken.
In Rotterdam halen Ans´ schoonzoon Michel en dochter Tessa ons af. De eerste dagen logeren we bij oudste dochter Barbara. Tot half twee vannacht praten we bij. Terug naar boven |
|
Gorinchem (2) Damesbad met één heertje bij Barbara achter het huis Donderdag 24-07-2008
Vanmorgen huren we een autootje met de kleur van een aubergine, volgens de dame van Europcar. Bij Correct in Rotterdam kopen we de splinternieuwe, herziene editie van de "Adriatic Pilot. Croatia, Slovenia, Montenegro, East Coast of Italy and Albania" van Trevor & Dinah Thompson (Imray, 2008) en de nieuwe "Vaarwijzer Kroatië" van Ben Brunet de Rochebrune (Hollandia, 2008) We bezoeken de moeder van Ans in haar verzorgingshuis in Gorcum en de rest van de dag bestaat ook uit familiebezoek. Het is heerlijk zonnig weer, de bijgaande damesfoto met één heertje getuigt daarvan.
De planetenjager Corot, de Franse satelliet die sinds het voorjaar van 2007 het heelal afspeurt naar exoplaneten, heeft iets bijzonders gevonden, meldt de website van Astronieuws Een zogenaamde "hete Jupiter", een grote gasplaneet wiens rotatiesnelheid gelijk is aan zijn omlooptijd om de ster, waar hij om draait. Daardoor toont hij altijd hetzelfde halfrond aan zijn ster. Bijzonder, maar Corot heeft nog steeds geen echte "aardachtige" planeet gevonden. Zie voor de achtergronden hier. Terug naar boven |
|
Gorinchem (3) Het nieuwe verwarmingselement voor de boiler Vrijdag 25-07-2008
In de ochtend haal ik in Drimmelen bij Rob Krijgsman, de importeur van Jeanneau in Nederland, een nieuw verwarmingselement voor onze boiler. Medewerkster Berna had hem al een paar maanden geleden voor me apart gelegd. Terug aan boord moet ik uitzoeken of ik zelf het kapotte element kan vervangen. Het ziet er niet moeilijk uit, foto hiernaast. Daarna rijdt ik naar Breda. Daar liggen mijn ouders begraven op begraafplaats De Bieberg in Ginneken. Het graf ziet er netjes uit; een oud-beheerder van de begraafplaats houdt het bij. Ik trek wat onkruid weg, mijn moeder zou - geloof ik - wel tevreden zijn. Terug in Gorcum parkeer ik in de binnenstad en slenter wat door het centrum. Ans heeft ondertussen ergens afgesproken met een jeugdvriendin. Eind van de middag gaan we naar Wijk en Aalburg, naar Marian & Herman Ursinus (Herman is degeen die me ooit met het zeilvirus heeft besmet. Wie dat verhaal niet kent, kan het hier lezen) Terug naar boven |
|
Gorinchem (4) Mosselen eten met Herman (l) en Marian in Heusden Zaterdag 26-07-2008
Het is hartverwarmend om de oude vrienden terug te zien. We zitten in de mooie, besloten tuin van hun landelijk gelegen huis in Wijk en Aalburg, drinken rode wijn en praten bij. Ze tonen de "foute kathedraalboom" die er gezond uitziet na een periode waarin hij wat ziekelijk was. Het is jammer dat hij op deze breedtegraad nooit zal bloeien en vruchten dragen (Voor het verhaal van de "foute kathedraalboom", klik hier) Later rijden we naar het oude stadje Heusden, waar we op een terras op de Vismarkt verse mosselen eten bij Restaurant Centraal (zie foto hiernaast)
Vanmiddag rijd ik naar een eveneens oud plaatsje, Heukelum, waar in de Gasthuisstraat 1 Proeverij de Goede Neus staat. Ook wel Wijnhuis Heukelum genoemd, de zaak van Inge Hogerdijk, mijn oude vriend en vroegere buurjongen op de Deilsedijk in Deil. Op vrijdag- en zaterdagmiddagen kun je er wijn proeven en kopen, ik reed destijds vrijwel wekelijks even naar Heukelum. Aan de houten stamtafel is het vanouds gezellig - er komen zowaar vroegere buren uit Deil langs: Wybo Dekker en Anny Tissot van Patot. Zij voeren met ons mee naar Cowes op de voorjaarstocht van Dulce in 2003 (klik hier voor het verhaal van die tocht) Hier staat een foto van Inge en zijn vriendin Jacqueline in de voordeur van de proeverij. Zulke gezellige uurtjes zijn goud waard. Natuurlijk mis ik die zaterdagse samenkomsten wel eens. Toch verlang ik nu al weer naar de boot en naar verder te zwerven door de wereld. Terug naar boven |
|
Gorinchem (5) Met Bas, Rommert en Esther in Grieks restaurant Odyssey in Geldermalsen Zondag 27-07-2008
Dit is één van die ongeremde hoogzomerweken, zoals ik me die herinner uit mijn jeugd. Warme, lome dagen rijgen zich aaneen en ´s nachts lig je te woelen onder niet meer dan een laken. Dagen zoals ze vroeger waren, toen mijn broertje en ik meer dan vijftig jaar geleden in Gaasterland logeerden bij de ouders van mijn moeder. Hun hoge huis stond in Rijs, midden op een tuinderij aan de rand van het Rijsterbos. Ze woonden in het bovenste deel van dat huis. Er stond een naam op, ik meen dat het Pomona heette, de naam van een Romeinse godin voor boomvruchten (zegt Wikipedia) In mijn herinnering was het toen altijd zomer, compleet met hevige, zomerse onweersbuien zoals we die nu ook hebben. Beppe, mijn grootmoeder, stond dan stil en angstig opzij van het raam naar buiten te kijken, waar kartelige bliksems de hemel in stukken scheurden en felle donderslagen dreunden. Ze was altijd bang voor onweer. Niet ten onrechte gelet op de hoogte van het huis. Je moet de seconden tellen, zei ze, zoveel seconden, zoveel kilometer is het onweer weg.
Vanmiddag leen ik een fiets en peddel uren over de dijkjes van de Linge in de buurt van Spijk. Het Betuws landschap is vol van overdadig groen. Mensen varen en zwemmen in de Linge. In een gehuchtje met de naam Vogelswerf is een uitspanning in een boomgaard, ik drink er een glas vers geperst sinaasappelsap. Vogels kwetteren om me heen, zacht gefilterd zonlicht valt door het gebladerte. Ooit zullen we stoppen met varen, willen we dan hier ergens wonen? Wie weet.
Aan het eind van de middag verhuizen we van logeeradres, van Barbara (Ans´oudste dochter) naar Tessa (de jongste), een aantal straten verderop in Gorcum. Daar brengen we de rest van ons verblijf door. ´s Avonds ontmoeten we mijn zonen Rommert en Bas, en Esther (de vriendin van Rommert) in het Grieks restaurant Odyssey in Geldermalsen (zie foto boven en een andere hier) Het gaat goed met ze, ze leven en genieten volop hun eigen levens waarover ze niet uitverteld raken. We maken afspraken over wanneer ze ons aan boord komen bezoeken: Bas eind augustus en Rommert & Esther met de jaarwisseling, als we mogelijk in Malta liggen. Terug naar boven |
|
Gorinchem (6) Utrecht, werfje langs de Oudegracht, tegenover Het Wed Maandag 28-07-2008
Vannacht een knetterend onweer met veel regen. Een geweldige knal vlakbij duidt op een inslag. Later horen we dat er op een spoorbrug van de Betuwelijn, anderhalve kilometer verder, een inslag is geweest. ´s Middags rijdt ik naar Utrecht om bij Boekhandel Broese op de Stadhuisbrug boeken in te slaan voor de komende maanden. De lucht is een beetje betrokken, het licht is van een gefilterd wit en er hangt een lome warmte in de stad. Utrecht ziet er als altijd mooi uit (zie foto hiernaast) Ik heb bijna vijftien jaar gewoond in deze stad, van 1965 toen ik er medicijnen ging studeren, tot 1979 toen ik naar Deil verhuisde. Een ander bekend loopje is naar de Drieharingsteeg, naar de "platenzaak" van Staffhorst. Je kunt er vaak oude films op DVD kopen. Ik schaf er drie aan voor 25 euro. Later strijk ik neer voor een kop koffie op een bank voor Restaurant Graaf Floris op de Vismarkt en raak aan de praat met een man van (geschat) midden 40 die na een carrière in de financiële sector een zware hartoperatie moest ondergaan. Noodgedwongen moest hij uit de ratrace stappen. Hij vertelt hoe hij bezig is zichzelf opnieuw uit te vinden - zoals hij het noemt - ondermeer door veel te reizen in Italië en met name langs de Amalfi kust. Hij vertelt er enthousiast over. Het is een gebied waar we nog langs zullen varen, op weg naar Sicilië.
Terug bij Tessa in Gorcum boeken we een trip voor mijn jongste zoon Bas naar Palermo. Daar pikken we hem op en van 23 tot 30 augustus komt hij met ons meevaren. Terug naar boven |
|
Gorinchem (7) Voor het huisje van Tessa en Jeffrey in Gorcum Dinsdag 29-07-2008
Gisteravond en vannacht valt er weer regen. Desondanks blijft het broeierig en warm. De Hondsdagen, zegt de krant. Vandaag is Ans weer bij haar moeder. Ik maak al peinzend een lange wandeling door Gorcum. Ik zal nog wel eens opschrijven wat ik allemaal dacht, maar nu nog niet. ´s Avonds gaan we op de koffie bij Barbara en kijken naar een Star Trek film. Morgen vliegen we vroeg in de avond terug naar Fiumicino bij Rome. Benieuwd hoe het met Lord Byron is. Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia (7) De Boeiing 737-700 van Transavia, die ons terug zal vliegen naar Rome Woensdag 30-07-2008
Broeierig warm. De week in Holland is voorbij gevlogen. We pakken de koffers in en vrezen voor enig overgewicht door alle nieuwe boeken. Verder hebben we de tweede Raymarine RL70 radar/plotter bij ons, die als reservetoestel meegaat, en de het nieuwe verwarmingselement voor de boiler. We rijden langs het verzorgingshuis en nemen afscheid van Ans´moeder. Op Zestienhoven leveren we de huurauto in, checken in (er wordt geen overgewicht gerekend), kopen een cadeautje voor de mensen van de jachthaven die op Lord Byron passen (drie oud-Hollandse koffiemokken met molens, klompen en tulpen erop), kopen toch nog wat laatste boeken en wachten een uurtje op het terras op het dak van het vliegveld (zie foto hier) Het toestel naar Rome vertrekt met een kwartier vertraging. Tot onze verbazing is het helemaal niet vol. De lucht is heiig, er is weinig uitzicht. Boven Duitsland en de Alpen onweert het flink, we vliegen op 12,5 kilometer hoogte er net boven en hebben er nauwelijks last van. De vlucht duurt slechts 1 uur en 50 minuten. Onwezenlijk kort, we zijn zomaar weer in de wereld van varen en zwerven waar alles een totaal ander tempo heeft. In Fiumicino is het tamelijk chaotisch, we worden naar een verkeerde bagageband gedirigeerd, na twintig minuten wachten blijken we naar een andere band te moeten. Buiten vraagt een taxichauffeur liefst 40 euro om ons naar de haven te brengen, we weigeren resoluut en hij brengt ons voor 30 euro, dezelfde prijs als een week geleden op de heenweg. Het is al donker als we bij ons bootje staan. Het ligt er prima en ongeschonden bij. We sjouwen de bagage aan boord, switchen schakelaars om, zetten afsluiters open, pakken uit, ruimen in, en...pfff....zitten om half elf met een glas wijn in de kuip. Het is ontzettend warm en volledig windstil. Morgen halen we Lord Byron op, doen boodschappen, maken de boot verder klaar en dan gaan we overmorgen, vrijdag, verder naar het zuiden. Terug naar boven |
|
Porto Turistica di Roma - Ostia (8) Ans spuit de boot af Donderdag 31-07-2008
We slapen uit, maar om tien uur verdrijft de hitte ons uit bed, of beter: drijven we uit bed. Het is al ruim 30° Op de wal is het drukker dan voor onze reis naar Holland. Er lopen veel meer mensen rond en er is nu ook een toeristentreintje met een rinkelbel, dat je voor een euro langs de kade met de eindeloze winkelarcaden naar de andere kant van deze enorme jachthaven brengt. We lopen naar het havenkantoor om Lord Byron op te halen. Hij lijkt wat timide en somber en heeft ook nogal wat staartveren verloren, maar hij heeft het in elk geval overleefd. Hij floot weinig en sliep veel, vertellen ze. Thuis aan boord maken we zijn kooi schoon, geven hem allerlei lekkere stukjes fruit en hangen hem op zijn vast plek in de kuip. Hij geeft wat benepen piepjes maar doet er verder het zwijgen toe. We maken verder schoon schip (zie bijgaande foto), Ans draait de wasmachine en ik controleer het peil van de motorolie en trek de bouten van de schroefaskoppeling nog een keer extra aan.
In de heetste uren van de dag schuilen we onder de bimini. Het is 36° Ik lees in één ruk het boekje uit van Chris van der Heijden over het Israëlisch-Palestijnse conflict, "Israël. Een onherstelbare vergissing" (Bert Bakker, 2008), dat ik gisteren nog snel kocht. Jaren terug las ik zijn "Grijs verleden" (2001) waarin hij, zelf kind van ouders die lid van de NSB waren, laat zien hoe de overgrote meerderheid van de Nederlanders zichzelf zonder veel verzet door de oorlog schipperde. In dit laatste boekje (159 bladzijden met een omvangrijk notenapparaat) beschrijft hij de wordingsgeschiedenis van de staat Israël, inderdaad een tragische fout van de grote mogendheden, met name de Britten en tegenwoordig de Amerikanen, die niet meer terug te draaien is. De passages over de slachtingen die joodse terreurgroepen, (maar ook het reguliere leger!) eind jaren ´40 in Palestijnse dorpen aanrichtten, waren voor mij nieuw. Ook de verkrachtingen van moslimvrouwen door Israëlische soldaten. Ik had zoiets van joodse mensen niet verwacht. Israël verschuilt zich nu achter een hoge muur, met electronica en kernwapens, tegen de explosieve groei van de Palestijnse bevolking aan de andere kant. Het creëert zijn eigen getto. Inderdaad, de Israëlische zeilers die wij dit jaar tegenkwamen, durven niet eens de eigen vlag te voeren; ze hebben een of andere Caribische vlag op de spiegel. Voor de oplossing van dit gevaarlijke conflict, een potentiële bron voor onophoudelijk terrorisme en mogelijk een nieuwe wereldoorlog, zijn concessies nodig die noch Israël noch de Palestijnen zullen doen, vrees ik. De politiek wordt aan beide kanten in feite jammerlijk gegijzeld door groeperingen van religieuze fanatici. (Altijd weer die verderfelijke invloed van religie!) Van der Heijden is er ook somber over:
"Als een proces, zoals in dit geval, fundamenteel verkeerd begonnen is, is de kans zeer klein dat het ooit goed komt. De enige kijk daarop begint met de erkenning van de beginfout en - schuld zonder boete is een wassen neus - de aanvaarding van de consequenties. (...) Want zonder erkenning van de fout én een schadeloosstelling aan de slachtoffers kan het met Israël, de Palestijnen en dus met één van de belangrijkste conflicten op onze wereld alleen maar nóg slechter gaan" (pag. 118/119)
Het KNMI maakt in een nieuwe studie vandaag bekend dat de opwarming in Nederland twee keer zo snel is dan het wereldgemiddelde van de laatste vijftig jaar. Het wordt "hoogst waarschijnlijk" niet veroorzaakt door natuurlijke schommelingen. Met name de jaren 2006 en 2007 gaan ver uit boven natuurlijke trendschommelingen. Helaas strekt die trend zich nog over een beperkt aantal jaren uit en je moet je afvragen hoe betrouwbaar dat is. De oorzaak van de snelle opwarming in Nederland legt men bij de snellere opwarming van het water van de Noordzee.
Eind van de middag rekenen we af op het havenkantoor. Ineens moet er 50 euro bij voor afvoer van "the garbage" Is de prijs dan niet all-in? Nee, en in ons geval is het maar voor een week, is het antwoord. We hebben toch het gevoel dat we bedonderd worden, maar ze hebben op Lord Byron gepast, dus we laten het maar zo. We slaan voorraden in bij een supermarkt op het plein in de achterbuurt, oostelijk van de haven. Ongeveer drie kilometer lopen, dus zes heen en terug, met de boodschappenkar en twee volle tassen. We hadden gehoopt op het toeristentreintje, maar dat is er even niet. In de chandlery kopen we drie detail-kaarten van de kustgebieden tot en met Sicilië. Morgen weg! Terug naar boven |
|
Anzio Draagvleugelboot bij Anzio Vrijdag 01-08-2008
Na een benauwdwarme nacht staan we vroeg op. Ik breng de steigersleutel twee kilometer verderop naar de bewaking bij de slagboom en incasseer het deposito van 20 euro. Het haven kantoor gaat namelijk pas om negen uur open. Overigens moet ik corrigeren dat we gisteren bedonderd werden, want voor de kosten van de vuilnisafvoer kregen we een keurige, genummerde factuur. Om half negen gooien we los en nemen 179 liter diesel in bij de bunkersteiger. Er is geen wind - NNW Bf 1 - en geen deining, de zee is glad als een spiegel. Het logwieltje zit weer eens vast, dus voer ik de bijna-routine operatie uit van het los te schroeven, de reservestop erin te draaien en een hoop aangroeisel te verwijderen alvoren hem terug te plaatsen. We motoren langs een kust van duinen en volle stranden. Om half één ronden we Capo d´Anzio, een lage landtong met een vuurtoren. Erachter liggen resten van een oude haven uit de Romeinse tijd. Om kwart over één laten we het anker zakken in de ondiepe baai tussen de havens van Anzio en Nettuno. Het waait intussen aardig en in de loop van de middag waait het steeds harder, Bf 5 uit het westen. het anker houdt prima, alleen komt de kustwacht zeggen dat we nog iets verderop moeten. We liggen te dicht bij de vaargeul naar de haven Anzio. In een mum van tijd verkassen we en ook nu graaft ons anker zich gemakkelijk in. Ik lees de nieuwe, spannende thriller "De Marionet" (Bezige Bij, 2008) van Tomas Ross, één van de nieuwe boeken die we uit Holland meenamen. Het verhaal speelt zich af in een Nederland waarin Pim Fortuyn niet vermoord is en met Hans Wiegel een rechts kabinet vormt met o.a. Geert Wilders als staatssecretaris. Buiten vaart af en toe een draagvleugelboot voorbij, net zo´n mal model als er bij ons op het Noordzeekanaal vaart (zie foto boven) ´s Avonds gaat de wind liggen en genieten we van een prachtige zonsondergang. Ankeren is mooi! Ik vind zelfs een draadloos netwerk op de wal, waarop ik kan inloggen, al is de verbinding tamelijk instabiel.
Niet dat iemand er nog aan twijfelde, maar vandaag komt het officiële nieuws: de Marslander Phoenix heeft eindelijk vastgesteld dat er water op Mars is. En waar water is, kan leven (geweest) zijn. Terug naar boven |
|
Isola di Ponza Drukte op de ankerplaats bij Ponza Zaterdag 02-08-2008
Om half tien lichten we het anker. Geen wind (Zuid Bf 1) Lord Byron baart ons zorgen. Hij zwijgt in alle toonaarden en verliest steeds meer veren. Is hij in de rui geraakt en, zo ja, wat is dat en hoe komt het en is het erg? We varen over een blakke zee naar het zuidoosten. Om 11 uur is de "wind" West Bf 1. Op zee drijft een grote stootwil. We gaan even kijken, stootwillen zijn duur, maar het is een kapotte. Motorboten, type strijkbout, varen af en aan. Veerboten passeren ons op mee- en tegenkoers. Ook de Russische draagvleugelboot, foto hier. Aan bakboord ontwaren we de contour van een hoge berg. Het is de Monte Circeo, een kaap en een voormalig eiland dat nu aan het vasteland vastzit. Monte Circeo! Het eiland van de tovenares Circe, waar de Griekse held Odysseus met zijn manschappen strandden na hun ontsnapping aan de cyclopen, de eenogige reuzen. De tovenares veranderde de mannen in wilde zwijnen, maar ze werd verliefd op Odysseus, die werd geholpen door de god Hermes. De mannen genoten een vol jaar van de rijke tafels, de wijn en de gunsten van de dienaressen van de tovenares, totdat Odysseus zich wist te bevrijden uit de bedwelmende omhelzingen van Circe en ze ongemerkt weer zee kozen. Hier zie je een foto van de (schier)eilandrots, zoals hij uit de nevels naast ons oprees. Op de top zouden de resten staan van een oeroude zonnetempel en op de hellingen de ruïnes van de oude stad Circeii. Waarom varen we er toch aan voorbij? Omdat we naar Isola di Ponza willen, het grootste eiland van de Pontine-groep. Uren motoren we over de roerloze zee. Af en toe kan de genua even bij. Ampel tijd om over zee te staren en te peinzen.
Zoals over mijn korte periode bij Prismant, het grote adviesbureau voor cijfers, informatie en advies voor de zorgsector, dat in 1999 mede onder mijn leiding ontstond door de fusie tussen NZi (Nationaal Ziekenhuisinstituut) en SIG (Stichting informatievoorziening Gezondheidszorg) Hoe vol ideëen en enthousiasme begon ik aan die baan! Helaas kreeg ik al snel een knetterende ruzie met mijn collega-directeur. Weliswaar had ik principieel en ethisch gelijk - vind ik nog steeds - maar ik speelde het tactisch erg onhandig. Te heetgebakerd en te verontwaardigd. Het kostte ons allebei de kop, een halfjaar na ons aantreden en dat maakte de weg vrij voor de raad van toezicht om te doen, wat ze al meteen hadden moeten doen, één directeur aanstellen. Nog steeds zou ik het wel over willen doen, anders, slimmer, maar misschien zou de uitkomst niet eens anders zijn. De beide raden van toezicht, bijgestaan door een duurbetaalde broddelaar van het prestigieuze adviesbureau GITP, hadden al eerder zoveel andere blunders gemaakt in het fusieproces. Vanwege zijn geknoei, waar ik me het slachtoffer van voelde, heb ik destijds de adviseur van het GITP voor de tuchtcommissie van de ROA (Raad van Organisatie-Adviesbureaus) gedaagd. Die legde hem twee jaar later de maatregel van "waarschuwing" op, een geducht feit in die wereld. Schrale troost. Nee, het verleden kun je nooit meer over doen. In mijn vroegere werkwereld kapseizen de meeste bestuurders vroeg of laat. Vaak in conflicten met de medische staf. Ik heb er velen gesproken. Het veroorzaakt veel verontwaardiging, woede, verdriet en onzekerheid. Tegen één van die collega´s zei ik een paar jaar geleden: "Het begint pas over te gaan als je je eigen fouten in het proces leert zien" Heb ik dat? Ja. En ik ben blij dat ikzelf zonder al teveel kleerscheuren uit die wereld ontkwam.
Om 13 uur zien we de contouren van Ponza voor ons. Rechts ervan ligt de ruige rots van het eilandje Palmarola, links de reeks rotsen en eilandjes tot aan het onbewoonde Zannone, een natuurreservaat. De Pontine-eilanden zijn de kraterranden van oude vulkanen. Ze waren al eeuwen voor de Romeinen bevolkt. We varen voorzichtig om het mini-eilandje Gavi en over de kraterrand, die op een diepte van 7 meter onder water ligt, naar de oostkant van Ponza. Daar ligt een vermaarde ankerplek, Cala d´Inferno genaamd, vanwege de helwitte kliffen die een felle weerkaatsing van de zon veroorzaken. Er liggen - hoogseizoen - helaas al enige honderden boten geankerd, er is geen beginnen aan. Hier een foto van de Cala, die we een dag later maakten toen het wat rustiger was. In de volgende inham, vlak voor de invaart van de haven van Ponza (waar we niet eens ons geluk willen beproeven), vinden we een ankerplekje (zie foto boven) Er is aan het strand een drukbeklante bar/disco, het water is woelig door de vele bootjes en dinghy´s. Het doet ons denken aan de wanhopige drukte in de baai van Arcachon, een jaar geleden. Er waait nu, eind van de middag, de gebruikelijke forse westenwind maar ons anker houdt prima. Er is helaas geen WiFi-netwerk. Een paar mega-jachten om ons heen hebben wel een eigen netwerk, maar dat is beveiligd. Dat lijkt krenterig, maar het werkt via satelliet-telefoon en daar reken je af per kilobyte en dat is erg duur, zeker als er ook nog ongenode gasten inloggen. Tot diep in de nacht houdt snoeiharde blèr- en boenke-boenke muziek uit de bar/disco ons uit de slaap. Terug naar boven |
|
Isola de Ventotene De ingang van de Romeinse haven van het stadje Ventotene Zondag 03-08-2008
Het is helemaal niks met Lord Byron, vandaag. Hij verliest steeds meer veren en krijgt kale plekken. Is hij in de rui geraakt in het havenkantoor van Ostia? Hij eet en drinkt wel goed, maar er omt geen geluid uit. Af en toe zit hij te bibberen, zijn snaveltje trilt en staat halfopen. Het is een zielig gezicht. Uiteraard stoppen we hem vaak lekkere hapjes toe, stukjes peer en appel, brood, die hij met smaak opeet. We wachten maar af en maken ons op om verder te varen. In deze lawaaiige discohoek willen we niet blijven. Ik check de motorolie en de bouten van de schroefaskoppeling, allebei in orde. Om 10 uur lichten we het anker. Wind - nou ja, wind - NO Bf 0, koers 106° In de noodzakelijke schaduw van de bimini tuffen we over de blakke zee (zie foto hier) Na twee uur varen zien we op ongeveer drie mijl afstand in het zuidwesten een klein rotspuntje, 10 tot 15 meter hoog, midden in zee. Ik zoek op de zeekaart: het is de Scogli della Botte, het puntje van een onderzeese berg. Het is hier namelijk 800 meter diep. Vreemd genoeg is het onverlicht, zie ik op de kaart, je moet er in het donker niet tegenaan varen (zie foto hier) We motoren verder. Opeens zie ik beweging in het water, schuin achter de boot, op een halve mijl. Dolfijnen! We zien de donkere rugvinnen, het zijn er een zevental. Even lijken ze dichterbij te komen. Ach, op dit drukbevaren traject wekken boten hun nieuwsgierigheid niet meer. Want druk is het, steeds komen motorboten en zeiljachten ons tegemoet of varen strijkbouten ons achterop. Ze trekken een breed, golvend spoor met hun snelheden boven 20 knopen. Zo ben je in een uur op Ventotene, dat wij pas om 12 uur in de wazige verte kunnen zien. De wind is West Bf 1 - 2.
Om half twee naderen we het Isola de Ventotene aan de noordkant. Erachter weg schuift het kleine Isola San Stefano, het eilandje met de ruïne van een enorme gevangenis. Nu is het een natuurgebied, je mag er niet komen. Tussen de eilanden liggen talloze ankeraars. De beide haventjes van Ventotene proberen we niet eens. Het ziet er wel heel schilderachtig uit met zijn pastelkleurige huisjes en een groot, vermoedelijk Aragonees paleis. De zuidelijke haven is nog van Romeinse oorsprong (zie foto boven en hier) Hij werd kunstig uit de zandstenen rotsen uitgekerfd en functioneert nog steeds en ligt - zo te zien - vol met "dozen" (strijkboutvormige motorjachten) en drie zeiljachten. Langzaam varen we langs het ankerveld met honderden boten tot het zuidelijk eind van het eiland. Om 14 uur werpen we het anker uit onder de hoge rotskliffen van de Punta dell´Arco, waar het natuurgebied begint en je niet meer mag ankeren. We kijken omhoog, het eiland is begroeid met maquis. Overal boven op de klifwand staan de telefoonpalen van de bloei van talloze agaven. Ik ga te water en zwem tot boven het anker. De bodem bestaat uit enorme rotsblokken, waarschijnlijk het gevolg van een vurige stenenregen door een vroegere vulkaanuitbarsting. De blokken zijn grillig van vorm, soms lijken ze op gezonken en versteende schepen. Ik ben gerust, het anker ligt weliswaar op zijn kant achter zo´n blok, maar als het schuift zal het zich vasthaken. Met een mesje krab ik wat aangroei weg bij sommige afsluiters en bij de koelwaterinlaat van de motor. Het laat zich gemakkelijk verwijderen tot het mesje uit mijn handen glipt. Weg! Dan zwem ik maar naar de kust om te snorkelen. De rotsen aan de voet van de klifwand bestaan gedeeltelijk uit zwart, vulkanisch basalt. Er zijn veel zeeëgels , dus oppassen geblazen. De klifwand zelf is van zachte zandsteen, zeer gevoelig voor erosie en instorting. Toch moeten we tegen het donker verkassen, omdat blijkt dat we geen mobiel telefoonnetwerk hebben. Ans zou haar dochter Barbara bellen, die morgenochtend met haar gezin met vakantie gaat. Bij het stadje werpen we opnieuw het anker uit, dat met de vloeien blijft haken achter een rotsblok. Als een huis. Er liggen nu veel meer ankeraars, allemaal zeiljachten. De dozen zijn naar huis. We drinken wijn in de kuip en kijken naar het voormalige gevangeniseiland achter ons. Het is volledig donker op drie verlichte ramen na, helemaal bovenin. Nachtwakers? Krakers? Boven ons welft zich het besterde uitspansel. Het sikkeltje van de maan ging al uren terug onder. In het zuiden staat een heldere ster. Venus? Jupiter? Waarom weet ik er niet meer vanaf? De band van de Melkweg welft zich schitterend over ons hoofd. Daar maken we deel van uit, onze Melkweg. Terug naar boven |
|
Casamicciola, Isola d´Ischia In de haven van Casamicciola, Isola d´Ischia. Merk op hoe de Italiaanse buurvrouw rechts de rug van haar man masseert Maandag 04-08-2008
Ventotene. Onze pilot meldt dat in Romeinse tijd allerlei ongewenste personen hier in ballingschap leefden, onder andere Julia, de dochter van Augustus. Ze leefde hier in een grote villa en ontving er haar talrijke minnaars. Keizer Nero stuurde er zijn vrouw Octavia in ballingschap op verzoek van zijn minnares Poppea Sabina. "Later Nero had her killed on the island and her head was allegedly presented to Poppea" Ook later fungeerden beide eilandjes als gevangenis, San Stefano nog tot in de tijd van Mussolini. Ik maak nog een foto van Ventotene vanaf onze tweede ankerplek (zie hier) en om 9.45 uur lichten we het anker. Het komt moeiteloos vrij. We varen onderlangs San Stefano. Er is een betonnen kade met aan weerszijden obelisken. Op één ervan staat een Christusbeeld. Een pad slingert naar boven. Hier werden de gevangenen aan wal gebracht. Bovenop het eiland staan de gevangenisgebouwen. de muren zijn schilferig. De ramen zijn lege gaten, er zit geen glas meer in de sponningen (als het er al ooit in gezeten heeft) Op een binnenplaats staat een palmboom. Verderop blijkt het hoofdgebouw een ronde vorm te hebben (zie foto hier), de theorethisch ideale vorm voor gevangenissen (zie de ronde koepelgevangenissen in Breda en Haarlem) Een dag later, als we in een haven op het eiland Ischia liggen en weer Internet aan boord hebben, ontdek in een poging uit te vinden wie hier allemaal gevangen hebben gezeten, dat San Stefano - nota bene een natuurgebied! - door de Italiaanse regering in de verkoop is gedaan. Zie hier. Merkwaardig. Er staan wel twee mooie luchtfoto´s op die site. In de Italiaanse Wikipedia staat nog wie er als politiek gevangenen hebben gezeten en dat de gevangenis tot 1965 in gebruik was. Onder andere de marxistische politicus en publicist Lelio Basso zat hier gevangen, ik heb nog een boek van hem in mijn kast staan, pardon, in de opslag liggen.
We laten de eilanden achter ons in het kielzog. Toch nog een mooie foto hier. Al na een paar mijlen zien we in het oosten boven de wazigheid uit de hoge bergpieken van eiland: Isola d´Ischia, met Capri één van de lieflijkste parels van de Golf van Napels. Ook nu geen wind, N 1 - 2. Om half twee meren we aan in de Marina Aragonesi, in het dorpje Casamicciola aan de noordkust. Na drie ankerdagen weer aan een kade met drinkwater en walstroom, supermarkets en restaurantjes. Hoewel de haven erg duur is, liefst 120 euro per nacht, besluiten we een paar dagen te blijven en te zien of we vanuit hier een tocht naar de Vesuvius en Pompei kunnen maken. Terug naar boven |
|
Casamicciola, Isola d´Ischia (2) Pleintje in Casamicciola, op een bankje bij het politiebureau onder een bloeiende oleander Dinsdag 05-08-2008
Casamicciola is een charmant plaatsje. Het bezit een aantal thermale bronnen met heet water (63°), vanwege het vulkanisme in de diepe bodem. In 1883 werd het door een aardbeving verwoest, vandaar dat het relatief nieuw oogt. "A pleasant unpretentious place after the hurly-burly and boutiques of Porto d`Ischia", zegt onze pilot. Vandaar dat we hier liggen en niet in dat Porto d`Ischia, de nog duurdere haven verderop. het is hier niet druk, er zijn beminnelijke pleintjes (zie foto hierbij, beschaduwde terrasjes, fonteinen, parken en een strand naast de jachthaven. Een plaquette bij de haven memoreert het feit dat de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen hier zijn Peer Gynt schreef. We boeken een trip voor morgen naar Pompeï en de Vesuvius, die om 6 uur ´s ochtends begint.
Ischia is het grootste van de eilanden in de Golf van Napels. Eigenlijk is het hele eiland een verzameling van vulkaankraters en oude lavastromen. De begroeiing is semi-tropisch met veel palm- en pijnbomen en wilde bloemen. Het werd al in de 5e eeuw voor onze jaartelling gekoloniseerd door de Grieken en in de Griekse mythologie speelt het een belangrijke rol vanwege een honderdkoppig monster, Typhon, die de vader zou zijn van welgeschapen gruwelen als de Chimaera en de Hydra. Mythen, misschien ontstaan vanwege de vele angstaanjagende vulkanische uitbarstingen, die steeds leidden tot de vlucht en evacuatie van de kolonisten-nederzettingen? Na de Romeinen heersten hier de Saracenen (7e en 8e eeuw), later de stadstaat Pisa (12e eeuw) en daarna deelde het eiland het lot van Napels. Het heeft niet de naam, maar het is zeker zo mooi en lieflijk als Capri, aldus kenners.
Lord Byron is vandaag wat tieriger dan vorige dagen. Nu we weer Internet hebben zoeken we op wat hem mankeert. We vinden een website van een Belgische deskundige, Wout van Gils, waaruit blijkt dat ons vogeltje inderdaad in de rui is geraakt. Mogelijk heeft hij in het havenkantoor van Ostia te donker gestaan. Het is ook mogelijk dat hij toch al in de rui zou zijn gekomen, omdat kanaries dat vaak in augustus hebben. We noteren tal van adviezen, zoals voeding met ei en eenmaal per week een halve ui ("ajuin"), vaak badwater en fruit, afleiding geven (buiten in de kuip hangen) en vooral een strikt regime van maximaal 11 lichturen. Na zes tot acht weken zou hij er dan weer bovenop komen en misschien ook weer zingen. Vol goede moed gaan we ermee aan de gang.
Ik sta in de rij voor een kaart van het eiland voor het toeristenbureau. Het duurt wel even. Ans zit verderop op een muurtje. Ik kijk naar haar. Een politieman met een dure zonnebril, een gebruinde en geuniformeerde carabinieri van zeker twintig jaar jonger, drentelt al een poosje om haar heen. Ik ben het gewend, zeker in Italië, je hebt een mooie vrouw of niet, zelfs al is ze bijna zestig. Net als hij haar wil aanspreken, scheuren zijn collega´s opeens voorbij in een auto. Ze roepen en wijzen op twee scooters die ondertussen verkeerd geparkeerd werden. Van schrik begint de agent meteen hard op zijn fluitje te blazen, loopt naar de overkant en begint ijverig bonnen uit te schrijven. Terug naar boven |
|
Casamicciola, Isola d´Ischia (3) Pompeï, 79 AD. Dit vind ik een aangrijpend beeld. Het gipsafgietsel van een man die vergeefs de handen voor zijn mond en neus houdt, om het giftige gas niet in te ademen van de uitbarsting van de Vesuvius Woensdag 06-08-2008
Om vijf uur gaat de wekker. Een busje brengt ons om zes uur naar Porto d`Ischia waar we de veerboot nemen naar Napels (zie foto hier) Twee uur later leggen we aan in de grote Porto Commerciale. Daar brengt een ander busje, met Massimo, onze gids en chauffeur ons naar Pompeï. Ik vind het een onvergetelijk bezoek. Niet dat we in drie uur alles kunnen zien. Daarvoor zou je een maand moeten uittrekken. Zoveel tijd willen we er niet voor uittrekken, het gaat om een goede indruk. Dat lukt. Ik heb me nooit gerealiseerd wat een grote stad het Romeinse Pompeï was. En ik heb me ook nog nooit zo dicht bij die oude wereld gevoeld. Alles is zó herkenbaar, zelfs voor een 21e-eeuwer: deze levendige stad met straathoeken, pleinen, uitgesleten karresporen, winkels, oversteekplaatsen, een huis met een mozaïek in vloer van de hal van een vervaarlijke zwarte hond en eronder "Cave canem", bordelen, nog veel meer huizen, theaters - en alles werd opeens drie tot vijf meter diep begraven onder een een regen van as en stenen, die drie dagen lang aanhield, in het jaar 79 AD. Geschiedschrijver Plinius de Jongere zei in een ooggetuigeverslag dat het op klaarlichte dag opeens donker als de nacht werd. Zijn vader (de Oudere) zag de uitbarsting op 35 kilometer afstand. Hij kwam om tijdens de reddingswerkzaamheden. Ze kregen geen kans, de mensen in Pompeï en in het nabije Herculaneum, duizenden werden overrompeld en stikten vrijwel terstond in het giftige gas - ik vermoed koolmonoxide en/of zwaveldioxide - dat de Vesuvius uitbraakte. Rijken en armen, slaven en meesters, zonder onderscheid. De gipsen afgietsels die men vanaf de 18e eeuw ging maken van de holten die hun ontbonden en vergane lichamen in de versteende as en lava achterlieten, zijn deerniswekkend (zie foto boven en hier) We lopen uren rond, hangend aan de lippen van onze gids Roberta (zie foto hier) Hier is een mooie foto van Ans in de pas gerestaureerde thermen van Pompeï. Ach, ik maakte nog veel meer foto´s, bijvoorbeeld deze ergens op straat en deze op de binnenplaats van een prachtig patriciërshuis, met een indrukwekkend mozaïek op een vloer van Alexander de Grote die de Perzische Koning Darius overwint. Dat mozaïek kreeg ik nauwelijks op de foto. Voor wie er nooit geweest is: je moet een keer in je leven naar Pompeï - en ga dan vroeg in de ochtend, net als wij, voor de grote toeristenstromen, en bij voorkeur niet in de zomer, want we legden het af en toe bijkans af.
Ik zou er nog lang over kunnen vertellen, maar intrigerend is vooral de vraag waarom men maar blijft wonen en verbouwen op de hellingen van zo´n gevaarlijke vulkaan. Een vulkaan die globaal iedere 50 jaar een uitbarsting heeft, de laatste in 1944, zij het nooit meer met zoveel slachtoffers als in het jaar 79. In de bus onderweg naar de vulkaan - we lunchen halverwege in een restaurant op 650 meter hoogte - vertelt Massimo dat de lavagrond erg vruchtbaar is en grote oogsten oplevert. Maar men voelt er wel degelijk angst. Er is sedert 20 jaar een observatorium op de berg dat de bewegingen onder de vulkaan nauwgezet registreert, maar men weet ook dat, als dat observatorium een beginnende uitbarsting registreert en een waarschuwing of een alarm uitgeeft, de autoriteiten niet in staat zijn om 1 miljoen mensen tijdig te evacueren. Vreemd - en ook weer niet zo vreemd, als je bedenkt hoe luchtig we bijvoorbeeld leven met de tijdbom die de opwarming van de aarde voor ons is.
Na de lunch rijden we door tot de bus niet verder kan en we te voet in de zinderende hitte verder moeten klimmen over een steil, gruizelig en stoffig pad naar de rand van de krater op bijna 1300 meter (zie foto hier) Voor de uitbarsting van 79 AD was de vulkaan veel hoger, ruim 3000 meter, maar in de eerste explosies werd de hele top weggeslagen en gleed de toenmalige kraterrand met al zijn hellingen naar beneden. gevolgd door gloeiende lavastromen. Vanaf het pad kunnen we die oude rand en de latere lavavelden van de uitbarsting van 1944 zien. Na een klim van bijna een uur bereiken we de kraterrand. Er zijn heel wat toeristen die de klim gemaakt hebben, maar we kunnen op een of andere manier goed aan ze voorbij zien. Ik maak er deze foto en Ans deze (van mij) De krater zélf is dicht, er zit een grote prop in van gestolde magma en gruis. We zien dat er in de diepte groene bosjes op groeien. Door de uitbarstingen van deze berg zijn tienduizenden mensen gedood, denk ik. Vreemd om in al je nieuwsgierigheid rond te lopen op een plaats waar iedere dag kans is op de volgende vulkaanuitbarsting. Op de kraterrand staan wat schaarse distels en grasachtige bloemen op de gruizige rotsen (foto hier) Een bleekblauw vlindertje fladdert over de rand naar beneden alsof er niets aan de hand is. Er zijn gemene kleine steekmuggen. Soms glijden er wolkenflarden over de kraterrand (foto hier) De zon is dan even weg. Ver beneden en toch dicht onder de voet van de vulkaan ligt - kwetsbaar en klein - de kustvlakte met de miljoenenstad Napels. Zo staan hier de zaken. Op de terugweg maak ik uit de bus nog een foto van de Vesuvius, vanaf de autostrada naar Napels (zie foto hier) Een snelle ferry brengt ons in een uur terug naar het Isola d`Ischia en Casamicciola. We zijn bekaf, maar het was een onvergetelijke dag.
Met Lord Byron lijkt het overigens beter te gaan. We geven hem stukjes ei en ui en liefde, spuiten hem af en toe nat met een plantenspuit (vindt hij heerlijk) en hangen na circa 11 - 12 uur daglicht een doek over de kooi. Zowaar - zijn gehavende staart vertoont het begin van nieuwe, witte staartpennen. Wie weet! Morgen gaan we verder en steken we de Baai van Napels over, naar Capri. Terug naar boven |
|
Capri Voor anker bij Capri. Op zee vaart een groot, verlicht cruiseschip voorbij Donderdag 07-08-2008
Om 8 uur doe ik nog snel wat laatste boodschappen en om half tien varen we weg. Als steeds geen wind: ZZW Bf 1 - 2. We varen langs Porto d`Ischia en even later langs het Castello d´Ischia, een spectaculair gelegen kasteel dat de Aragonezen ooit bouwden op een lavapuist aan de noordwestkant en met een dijk en een lage brug verbonden met het eiland. Wat een prachtplek! Een plek om uren bij weg te dromen en te denken dat je in die andere tijd bent en daar ter plekke uren zit weg te dromen, enzovoorts (zie 2 foto´s hier) Het is overigens een goede ankerplaats, aan de ene of de andere zijde van het brugje, afhankelijk van de wind. Maar wij varen verder over de vlakke Golf van Napels en zien na een uurtje op 14 mijl afstand het rijkeluiseiland Capri uit zee oprijzen. Aan de landzijde aan bakboord rijst op 25 mijl de Vesuvius op, de top omkranst met wolken (nóg maar een foto, hier) Rechts daarvan loopt de kartelige bergrug van het hoge schiereiland van Sorrento. Aan de andere kant ligt de wonderschone Amalfi-kust aan de Golf van Salerno. Ach, kon je maar alles bezoeken, overal tegelijk wonen en in dezelfde tijd ook nog elders verblijven (zoals katholieke heiligen dat schijnen te kunnen, het fenomeen van de bilocatie van heiligen is niet voor niets in Italië uitgevonden) Enfin, het is ook niet weinig waar wij het mee moeten doen. De "wind" lijkt de komende dagen uit het zuiden te blijven waaien. Aan de noordkust van Capri is, na spectaculair steil uit zee oprijzende rotswanden (foto hier), een ankerbaai naast de peperdure en razend drukke haven Marina Grande (meer dan 300 euro per nacht, horen we later) Er liggen zoveel schepen geankerd, dat we besluiten een stillere baai aan de westzijde op te zoeken, de Cala del Rio. We liggen er een paar uur. Ik snorkel om de hoge rotsen, de zon dringt ver in het water door en het is met al die kleurige visjes, veelal synchroon in scholen zwemmend, zeesterren en kleurige rotsen, alsof je in een acquarium zwemt. Ik dring diep in een donkere kloof door, maar als ik een paar bruingele kwallen tegenkom, ben ik - de beet die Ans´dochter Tessa in Menorca opliep indachtig - als een speer weg. Ook op deze plek staat teveel zeegang om gerieflijk te kunnen overnachten, dus we gaan eind van de middag ankerop en varen langs de steile noordkust naar de oostkant van Capri. Een grote windjammer ligt voor de haven van Marina Grande geankerd, de "Royal Clipper" geheten (zie foto hier) Veerboten varen jachtig de haven in en uit. We ronden de honderden meters hoge klifkaap van Capo Tiberio. Even verderop is een ankerbaai onder de enorm hoge krijtkliffen met holtes en grotten. Mensen varen met dinghy´s en bootjes die grotten in en uit. Tegen de avond gaan de meesten weg. We liggen nog met drie schepen, waaronder een antiek motorjacht met de mooie naam "Absinthe" dat de Panamese vlag voert. De eigenaar wordt door een motorbootje naar de stad gebracht, voor het diner vermoedelijk. Er daalt een weldadige rust neer, cicades raspen hun eentonig geluid van de schaarse bosjes langs de steile rotswanden en de maan rijst boven de kliffen. Het lijkt op de oude prenten van Gustave Doré en ook op schilderijen van Arnold Böcklin, die - als ik het me goed herinner hier ooit verbleven. Van de laatste bijvoorbeeld het schilderij "Die Toteninsel", dat ooit Rachmaninov inspireerde tot zijn gelijknamig symfonisch gedicht en waarvan ik een mooie oude reproductie in zwart/wit bezit die in ons flatje in Andel de gang versierde. Een treurende figuur wordt in een bootje, gebogen boven de kist van een overledene, over een kalme zee naar het dodeneiland geroeid, waar tussen de hoge rotskliffen en enkele cypressen nissen voor de doden zijn uitgehakt. Misschien vind ik op Internet er wel een afbeelding van, die ik kan laten zien. Met de camera probeer ik vergeefs wat van die schoonheid vast te leggen(kijk hier) We zitten in de kuip te genieten met een glas rode wijn (foto boven en hier) In de verte op zee kruipt een verlicht cruiseschip voorbij, zo te zien richting Palermo. We zien de flitsen van toeristencamera´s die een beeld van Capri mee naar huis willen nemen. De avondlucht is aangenaam zacht en koel. Als er dan ook nog een vallende ster langs de hemel scheert en opeens tot onze grote verrassing ergens in de bosjes, die aan de rotsen hangen, ook nog twee vogels met virtuoze loopjes en trillers beginnen te zingen en te kwinkeleren, dan is het geluk niet meer te bevatten. Zijn het nachtegalen? Gelet op het late uur, moet het haast wel. Lord Byron, die binnen in de kajuit de slaap der rechtvaardigen slaapt, wordt er niet wakker van. Terug naar boven |
|
Palinuro Onze ankerplek aan de oostkant van Capri Vrijdag 08-08-2008
Om vier uur wekt een nijdige zeegang ons uit de slaap. Dulce rukt aan de ankerketting. De deining en de wind komen uit het zuidoosten en de swell loopt zo het baaitje in. Maar verder lijkt er weinig aan de hand. Een klein motorjacht naast ons vertrekt in het donker. Anders dan zeiljachten met hun diepe kiel zijn motorkruisers in deze omstandigheden erg instabiel. Ik leg me te slapen in de kuip. Geleidelijk wordt het minder. Even na negenen gaan we ankerop. Ik maak nog wat foto´s van deze beeldschone ankerplek (zie boven en hier) Dan varen we af en steken de Golf van Salerno over. De mooie Amalfi-kust laten we helaas links liggen. Over twee weken komt mijn jongste zoon Bas naar Palermo, om hem op te pikken moeten we toch wat voortgang maken. Opnieuw motoren we, het is ONO Bf 2. Achter ons verdwijnt Capri in de verte (foto hier) De uren verglijden terwijl we over de spiegelgladde zee motoren. Onderweg lees ik in één ruk de nieuwe thriller van Henning Mankell uit: "De Chinees" (De Geus, 2008), die we onlangs op de valreep op vliegveld Zestienhoven kochten. De politieke dimensies in zijn boeken spreken me aan. In een vorig boek speelde de zorgelijke ontwikkeling in Zuid-Afrika een rol, nu is het de problematiek van China, de wereldmacht in opkomst, die op een goede manier in het verhaal is opgenomen. Dat Mankell met enige vertedering schrijft over het maoïstisch verleden van de hoofdpersoon, een vrouwelijke rechter in het Zweedse Helsingborg, wekt het vermoeden dat hij het over zijn eigen linkse verleden heeft. Om 15 uur passeren we de Punta Licosa, de Golf van Salerno ligt achter ons. We varen langs een tamelijk eentonige bergkust met overal volle stranden. Er zijn weinig havens langs dit zuidelijk deel van de Italiaanse laars. Het is 18.15 uur als we het anker uitgooien in de luwte van het stille haventje van Palinuro, eigenlijk de enige plaats met wat beschutting (foto hier) Dat komt door de hoge rotspuist van kaap Palinuro, waar je - afhankelijk van wind en zeegang - aan één van beide kanten kunt ankeren. Langzaam valt de avond, de vuurtoren op de kaap strijkt met zijn bundels over ons heen. We zijn fors opgeschoten, 56 mijl. Terug naar boven |
|
Cetrona Opeens springt een windhoos van het strand op. Zie hoe de slurven onder en boven zich verbinden Zaterdag 09-08-2008
Rond haf tien gaan we ankerop met Oost 2. Rond kaap Palinuro waait het harder en tegen. Moteren dus. We moeten de Golf van Policastro oversteken en komen in Calabrië, het arme zuiden, de "voet" van de laars van Italië. De weersverwachting op de Navtex voorspelt dat de wind naar zuidwest gaat krimpen en wat toeneemt. Misschien kunnen we dan weer eens zeilen. Tegen het middaguur gebeurt dat ook, de wind is Bf 3 en de genua kan bij. Al motorzeilend maken we goede voortgang (zie foto hier) Na de Golf varen we langs een eentonige bergkust met volle stranden ervoor. Voor ons begint zich een onweerswolk te ontwikkelen, daar komt misschien veel wind uit. Opeens zien we voor ons op het strand een bruine, draaiende zuil van zand omhoog schieten. Een windhoos! Nota bene op het enige stukje strand dat niet bezet is. Verbijsterd zien we hoe de slurf aan de onderkant van de wolk een tegen-slurf krijgt. Ze slingeren naar elkaar toe en verenigen zich. Ik grijp mijn camera, die gelukkig vlakbij ligt, en maak een paar foto´s (zie 2 hier) Net op tijd, want binnen een minuut zakt het hele geval ineen. Het strandje ligt er weer bij alsof er niets gebeurd is. Een meter of vijftien verderop staat een man te vissen, schijnbaar onbekommerd, alsof hij ook niets gemerkt heeft. Ik dacht dat windhozen nogal wat kabaal maakten.
We varen door. De onweerswolk trekt het land in, de zon komt weer tevoorschijn. We naderen het haventje van Diamante, één van de weinige aan deze kust. Maar het is niks, het lijkt wel helemaal verzand. Ik sla er de suplementen op de pilot maar eens op na (laatst had ik ze van Internet gehaald). Inderdaad: "Harbour closed by the authorities", staat er, "Entry prohibited to all craft or risk being impounded." Verder dus. Tien mijl verder is Cetrona, een haven die wat meer belooft. We ronden Capo Bonifati en zien de haven. In de luwte is inderdaad een ankerplaats. Ons anker houdt meteen. We krijgen steeds meer plezier in ankeren. Het is zo gemakkelijk, je hoeft niet moeilijk aan te meren en moeilijk te manouvreren in havens. En, je bent lekker op jezelf. Terug naar boven |
|
Vibo Valentia Marina Zonsondergang boven de haven van Cetrona Zondag 10-08-2008
Later in de avond komt er een Nederlands jacht binnen, de Zouterik uit Texel. Ze komen even groeten en gaan naar de haven voor de nacht. In de kuip genieten we van de zonsondergang (zie foto hierbij) ´s Nachts worden we wakker van hevige knallen. Verbouwereerd zien we dat er een vuurwerk is begonnen in de haven. Per slot is het zaterdagavond. Ik tel negen vuurpijlen en dan is het weer voorbij.
Bij het zetten van thee is één van onze beide gaslessen leeg. Lang mee gedaan. Ik koppel de tweede aan. Komende periode moeten we de lege ergens laten vullen. Om kwart voor tien varen we verder bij Zuidoost Bf 1. De koers is 175°, bijna pal zuid. Opnieuw belooft Meteo Rome op de Navtex Zuidwest Bf 4. We zullen zien. Het landschap is monotoon. De eindeloze stranden zijn minder druk dan gisteren. Er liggen dorpjes langs de kust, soms hoog als arendsnesten op de rotsen gebouwd. Oude kerkjes in basiliekvorm domineren. De berghellingen zijn deels kaal, deels bebost. Ertussendoor zijn wijngaarden. De hoogste bergtoppen zijn kaal met plukken bewolking erboven. Boven zee is geen wolk te bekennen. Het is al gauw zinderend warm. Omstreeks de middag waait het Noorwest Bf 2. Het is tamelijk saaie kust, langs dit Calabrië. De enige afwisseling vormen twee rotsblokken, die voor de kust liggen, de Scoglio Iscaa, en verderop nog twee, de Scoglio Formicola. Langs de hele kustlengte, gisteren ook al trouwens, loopt een spoorlijn, direct langs het strand. Märklintreintjes sporen af en aan. Geen mooie situering van een spoorbaan, het blokkeert het strand van de kust. Maar tja, het is het enige horizontale stuk en dus wat moest men?
Ondertussen ben ik begonnen in een volgend boek, dat we uit Nederland meenamen. Opnieuw een klimaatboek, "Ice, mud and blood" (Macmillan, 2008) van de jonge Britse geoloog Chris Turney. Het richt zich vooral op klimaatomslagen in het verre en nabije verleden en de risico´s dat we opnieuw zo´n omslag meemaken, of beter, veroorzaken. Voor mij is het, omdat het recent uitkwam en veel nieuw onderzoek bevat, vooral een update van eerdere klimaatboeken. Zorgelijk, dus.
Halverwege de middag steken we de Golf van Santa Eufemia over. De laatste twintig minuten, als het eigenlijk niet meer hoeft, waait het lekker. De beloofde Zuidwest Bf 4. We jakkeren naar de kust en achter het ruime havenhoofd van Vibo Valencia Marina strijken we de zeilen. Een kilometer of wat westelijk zien we een beginnende bosbrand. Een zware rookpluim breidt zich uit over de berghelling. Aan de jachtponton van Stella del Sud krijgen we een plek. De haven is niet zo duur, voor Italiaanse begrippen dan: 75 euro per nacht. Terug naar boven |
|
Vibo Valentia Marina (2) Die Toteninsel, Arnold Böcklin, 1883 Maandag 11-08-2008
Een ontspannen dag aan de steiger in een haven. gelegenheid voor boodschappen, wassen, boot schoonmaken en de website bijwerken. Als je een aantal dagen achter bent, is dat een aardige klus. Op Wikipedia vond ik de bijgaande afbeelding van het beroemde schilderij "Die Toteninsel" uit 1883 van de Zwitserse symbolistische schilder Arnold Böcklin, waar ik het een paar dagen eerder over had toen we bij Capri voor anker lagen.
Op de steiger spreker we een Nederlandse zeiler, die wegens ziekte hier al drie jaar (!) ligt met zijn schip. Zes jaar geleden hadden zijn vrouw en hij, net als wij, hun huis van de hand gedaan om door de wereld te zwerven. Tja, waar moet je dan naar toe als je ziek wordt? Ze hebben hier op de helling vlakbij de haven een huis gehuurd. Na veel onderzoek en een operatie in een lokaal ziekenhuis is hij eindelijk aan de betere hand. Ze hopen over niet al te lange tijd hun zeiltocht voort te zetten, richting Griekenland. We zijn er even stil van. Zo kan het ook gaan. Aan het eind van de middag lopen we met de boodschappenkar het stadje in. Morgen gaan we weer wat verder, nu naar het zuidwesten. Het is daar weer drukker met toeristen, we rekenen erop veel te moeten ankeren, dus slaan we veel zaken in. Eigenlijk is het wel een aardig plaatsje, dit Vibo Valentia. We vinden een supermarkt en een zaakje waar ze de vandaag vers gevangen vis verkopen. Er staat een rij mensen voor, vooral van restaurants, die grote partijen aanschaffen. Juist als we wanhopen of er nog iets voor ons overblijft, zijn we opeens aan de beurt (na vriendelijk een tweetal opdringerige Italianen te hebben gezegd dat wij eerder waren) en de laatste schep superverse gamba´s is voor ons. We smullen er er ´s avonds van, met een knoflook- en een gembersaus. Later komt Peter, de zeiler die we eerder noemden, een glas wijn met ons drinken. Hij hield er vroeger een grote volière op na en heeft veel verstand van vogels. Hij denkt dat het met Lord Byron wel goed gaat komen. Het is een z.g hazer-kanarie, zegt hij, whatever that may be. Die kunnen mooi zingen. We moeten hem ook af en toe wat vet geven. Okay, doen we. Terug naar boven |
|
Vibo Valentia Marina (3) Joanni bezig met de servicebeurt Dinsdag 12-08-2008
Hier zie je een foto van Dulce aan de steiger in Vibo Valentia. Op nog geen kilometer afstand van de haven ontstaat een bosbrandje, vanmorgen. De schaarse wind drijft roet en uitgedoofde sintels onze richting op. Alle boten, zo liefdevol door de eigenaren dagelijks afgespoten, zijn smerig. Ook wij hebben roetvlekken en -strepen. Ook wij spuiten met ruim drinkwater de boot schoon. We zijn toch nog een dag in Vibo Valentia gebleven. Via zeiler Peter troffen we een man met de pauselijke naam Joanni, die voor een schappelijke prijs de motor een 250-uren servicebeurt geeft (foto hiernaast) In feite hadden we er al 274 uren op zitten, maar zo nauw komt het niet - als je het oliepeil maar goed in de gaten houdt. Ik had er eerlijk gezegd geen trek in het zelf te doen in die bloedhitte, zonder ook maar één zuchtje wind. Ans is de hele dag op haar beurt verdiept in de nieuwe Mankell en ik ben begonnen in een mooie dikke pil: "De ondergang van Napoleon en het Congres van Wenen" van Adam Zamoyski (Ned vert. De Balans, 2008) Natuurlijk vanwege ons bezoek aan Elba, meegenomen toen we even in Holland waren. Lord Byron is nu ruim veertien dagen in de rui. Hij wordt steeds tieriger, hij maakt zelfs verrukte pruttelgeluidjes als de motor even aangaat vanwege de servicebeurt. Als alles klaar en opgeruimd is, is het over vieren en besluiten we nog een nacht te blijven en morgen verder te gaan. Terug naar boven |
|
Reggio Calabria Straat van Messina. Een grote bosbrand woedt boven de stad Woensdag 13-08-2008
Vroeg op. Ik haal nog snel verse broodjes. Peter en zijn vrouw Mary van de Samen (uit Rotterdam) zijn er om afscheid te nemen. Bij de dieselsteiger nemen we brandstof in, ik houd de tank graag goed gevuld, je weet nooit. Om half elf is het NNW Bf 1. We motoren langs de kust en passeren het op de rotsen boven zee gelegen Tropea. Aan bakboord zien we over de blakke zee in de wazige verte het vulkaaneiland Stromboli, op een afstand van dertig mijl. Er komt een duidelijk rose gekleurd rookpluimpje uit. Daar liggen ook de Liparische eilanden, een groep beeldschone, vulkanische eilanden - en afgeladen vol met vakantiegangers in deze periode. Met enige spijt varen we verder naar het zuiden. Ik probeer Stromboli nog op de foto te zetten, maar later blijkt dat je er nauwelijks iets van ziet. Na één uur is het nog steeds NW Bf 1 en ontzettend warm. Blij dat we op zee zitten, hier is het nog uit te houden. We passeren Capo Vaticano. Er liggen wat venijnige rotspuntjes, die moeilijk te zien zijn want ze zijn van alle kanten omringd door bootjes met vissende en zwemmende Italianen (foto hier) Achter de kaap schuift Sicilië langzaam in het zicht. We steken de Golf van Goia over, de laatste golf voor de fameuze Straat van Messina. Om 14 uur komt er zowaar wat wind en kan de genua erbij. De zee heeft een prachtige, lichtblauwe kleur met allemaal zonneschitteringetjes op de golfjes. Er is nu meer scheepvaart. Aan stuurboord nader een containerschip, het is op weg naar de containerhaven Goia Tauro - een aanvankelijk volledig overbodige haven, gebouwd met Europees geld door de eerste regering van Berlusconi, met - zo wordt gefluisterd - grote betrokkenheid van de mafia, een haven die jarenlang leeg stond en spottend de Catedrale del Deserto werd genoemd. Tegenwoordig is er kennelijk toch enig bedrijf. Voor ons is de vraag belangrijk of we nog vóór het zeeschip langs kunnen, altijd even een spannende situatie. Maar het levert geen probleem op.
Langzamerhand krijgen we een knoopje stroom mee, zie ik op de GPS. We naderen de Straat (zie foto hier) De forse tijstroom in de Straat kun je beter niet tegen hebben. Hij wordt gerelateerd in een tabel aan het tij in de Straat van Gibraltar, maar die tabel heb ik niet bij me. (De noordgaande stroom begint 1 uur en 45 minuten voor HW Gibraltar) Het is dus een volledig gok welk tij we zullen aantreffen. Voor alle zekerheid koers ik op het haventje van Scilla (Scilla!) dat op de Calabrese oever ligt. Zit het tegen, dan lopen we daar binnen. Maar het zit niet tegen. De wind valt helemaal weg, we draaien de genua in. We zien aan stuurboord een achttal zeeschepen en twee jachten, die de Straat naderen of er juist uitvaren. Aan bakboord de steile, kale en zwaar geerodeerde bergen van Calabrië, doorsneden door de spectaculaire bruggen, viaducten en tunnels van een autostrada. Verderop komen de donkere berghellingen van Sicilie op ons toe, we zien er de rookkolommen van diverse bosbranden. In het midden, tussen de lage kapen van Punta Pezzo (links) en Capo Peloro (rechts) in, lijkt een hoge electriciteitsmast te staan. Maar hij staat echter verderop, op de uitgestrekte industrieterreinen van de stad Messina. Drie mijl voor het haventje van Scilla sturen we geleidelijk meer naar stuurboord, om de voorzichtig langs de Calabrese kustlijn de Straat in te varen en niet te hoeven oversteken. Zo willen we de haven van Reggio Calabria bereiken. Om half vijf is er nog maar weinig zeescheepvaart, de wind is NNW Bf 1. Dan worden we opeens gegrepen door de stroom.
Homeros' Odyssee maakt melding van het monster Scylla, een zeskoppige draak met lange, slurfachtige nekken, die jankend aan de kant zat bij de ingang van de Straat en zwaardvissen en dolfijnen uit het water sleurde en zeelieden van hun schepen. Aan de andere kant bulderde de Charybdis, een gigantische draaikolk die hele schepen opslokte:
"Driemaal,
van dageraad tot schemer, spuwt ze (...)
een wervelende maalstroom uit"
Het gejank van de Scylla horen we niet. Volgens de boeken zou het een slurpend geluid zijn, veroorzaakt door de deining die de grotten van de Calabrese kust inrolt. Maar Charybdis is geen fantasie! Op de zeekaart staat aan de Siciliaanse zijde, bij een toren (de Torre Faro) inderdaad een draaikolk aangegeven, met de tekst: "Charibdis. Strongest tidal stream" De oorzaak van de tijstroom is ingewikkeld. In feite kent de hele Middellandse Zee, een aan beide kanten afgesloten bekken, geen tij. Zelfs in de Straat van Messina is het maximale niveauverschil tussen beide uiteinden niet meer dan 30 centimeter. Dat lijkt gering. Maar de uiterst geringe invloed van de aantrekkingskracht van de maan op de Med geeft, door de scheiding van de Italiaanse laarsvoet, een verschil in synchronisatie tussen de Tyrheense Zee (in het noorden) en de Ionische Zee (in het zuiden), waardoor een voor de Med ongebruikelijke helling ontstaat in de flessenhals van de Straat. Het wordt verder gecompliceerd door verschillen in temperatuur en zoutgehalte tussen de beide zeeen en een bovenstroom en een tegengestelde onderstroom door de tamelijk diepe Straat. Dat alles veroorzaakt wervelingen en draaikolken en soms forse stromen.
Maar het valt wel mee. Met twee knopen stroom mee spoelen we de Straat in, die hier - op het nauwste punt - slechts 1,5 mijl breed is. We zien rafelingen, onverwachts vlakke stukken die omhoog lijken te borrelen, kolken en grillige golven. Het sist en schuimt om ons heen. Maar het is beslist niet erger dan wat we eerder meemaakten in bijvoorbeeld de Race of Alderney of de Pentland Firth. Het is bovendien al gauw voorbij. Veel zenuwachtiger worden we van alle veerponten die tussen beide oevers heen en weer schieten. We zien ook een typische zwaardvisboot (ik kom daar nog op terug) Vlak boven de stad Messina woedt een grote bosbrand, de enorme rookkolom staat als een dreigende reus boven de flatgebouwen en de Straat (zie foto boven en hier) Het is nog een mijltje of vijf naar de haven van Reggio Calabria. Daar ben je de Straat haast al weer uit.
Terug naar boven |
|
Reggio Calabria (2) De kale haven van Reggio Donderdag 14-08-2008
Gisteren had ik nog niet verteld dat we naar Reggio zijn gevaren, omdat er de komende dagen slecht weer wordt verwacht in de Tyrrheense Zee. Eerst wilden we langs de noordkust van Sicilie naar Palermo varen, om daar op de 23e augustus mijn jongste zoon Bas op te halen. Maar bij slecht weer is die hele kust lage wal en dat lijkt ons bepaald onaangenaam. Reggio ligt dan in de luwte en daar wilden we de ontwikkelingen even afwachten. In de kale haven is weinig te beleven, hij ligt langs een snelweg en een spoorlijn, vlakbij een druk station. De hele tijd hoor je een omroepster treinen aankondigen. Er is ook al geen Internet. We worden wel aardig welkom geheten door een oude man, die Saverio Chirico heet, een manusje van alles die ons vandaag twee verse croissants overreikt. Rod Heikell beveelt hem aan als betrouwbaar in zijn pilotboek: "Saverio has been around Reggio for at least 20 years" Een dag later slaan we ons voor het hoofd: we hadden hem natuurlijk moeten vragen of hij ons lege gasfles kon vullen.
De voor een dag later voorspelde harde noordwester begint vannacht al. Het komt vaker voor dat weersontwikkelingen zich sneller voltrekken dan de voorspelling. Het is in de Middellandse Zee meestal zo, dat er of te weinig of te veel wind is. Ondanks de luwte waarin Reggio ligt komt er toch een onrustige deining de haven inlopen. ´s Nachts krijg ik ook nog geklooi met de pomp van het voorste toilet. Opeens houd ik het handvat los in mijn hand. Dat komt vaker voor en je kunt het handvat er gewoon weer opschroeven. Dus haal ik mopperend een tangetje om de pompstang mee omhoog te trekken. Maar helaas duw ik hem per ongeluk juist naar beneden, waardoor hij onbereikbaar is. Verdomme! Ik moet de afsluitkap van het pomphuis eraf halen. Bij Jabsco-toiletten zit die met zes schroeven vast. Zo krijg ik de stang weer te pakken, maar hoe de kap met zijn pakking en een plaatje (dat een functie heeft bij het omzetten van de knop van buitenwater pompen naar pot leegpompen) precies teruggeplaatst moet worden, daar kom ik niet uit. Waarom heb ik niet beter opgelet toen ik het uit elkaar haalde! Gefrustreerd kruip ik weer in bed. De volgende dag blijkt het allemaal een eitje.
De rest van de dag liggen we verwaaid aan de kade te stampen. We inventariseren onze opties en besluiten morgen - als het weer rustig is - verder naar het zuiden te varen. De haven van Syracuse, naast de oude vestingsstad, lijkt een interessante plek voor een wat langer verblijf en we kunnen Bas met een huurauto in Palermo ophalen. Met hem aan boord willen we langs de zuidkust van Sicilië om hem na een week weer ergens in de buurt van Palermo af te zetten. Terug naar boven |
|
Catania Typische zwaardvis-harpoeneerboot. Wordt vanaf het kraaiennest bestuurd. Vanaf het puntje van de lange boegspriet worden slapende zwaardvissen geharpoeneerd Vrijdag 15-08-2008
De volgende dag is het rustig en zonnig als altijd, OZO Bf 1, als we uitvaren. Aan de overkant in Sicilië zien we nieuwe bosbranden. De lucht is er helemaal grijs en de grote vulkaan Etna is niet te zien. Een traditionele harpoeneerboot die op zwaardvissen jaagt, komt ons tegemoet. Het schip heeft een torenhoge mast met een kraaiennest, van waaruit de boot bestuurd wordt en met naar zwaardvissen speurt, die aan de oppervlakte liggen te slapen. Men probeert de enorm lange boegspriet boven de slapende vis te manoevreren en vanaf het puntje hem te harpoeneren (zie foto hierboven en hier) Wat een stiekeme tactiek. We komen dichter bij de Siciliaanse kust. Het fikt er behoorlijk, het is natuurlijk kurkdroog, hele hellingen branden, we zien rode vlammen hoog oplaaien. Gele blusvliegtuigjes zwermen als nijdige vliegjes door de rookwolken (zie foto hier) Door de verrekijker kunnen we volgen hoe ze grote waterwolken loslaten, exact op de plaatsen waar het het ergst brandt. Dan duiken ze terug naar zee en scheppen een nieuwe lading, vrijwel zonder snelheid te verliezen. Ook aan de Calabrese kust ontstaan nu nieuwe bosbranden. Sommige vliegtuigjes zwaaien af om daar te gaan blussen. Er blijkt een grote, nogal fatalistische routine uit. De brand aan onze kant neemt af en dat maakt dat we de vulkaan de Etna weer kunnen zien. Er komt een grijze rookpluim uit (zie foto hier) De Etna is met zijn ruim 3000 meter de hoogste berg van Sicilie en nog steeds actief. Het zou zelfs de actiefste vulkaan van Europa zijn, met in 2001 de laatste grote uitbarsting. Nog onlangs, op 10 mei jl, is er een kleine uitbarsting geweest met een lavafontein van 300 meter hoog. Vol ontzag staren we naar de enorme vulkaan, die de hele dag niet van onze zijde zal wijken. Aan de andere kant verdwijnt achter ons Capo dell'Armi, het puntje van de teen van Italie, uit het zicht. Dit is de Ionische Zee. De "wind" is West Bf 1 - 2. Enkele keren scheren vliegende vissen met een rotvaart langs. Ze zijn niet lang, maar zo'n 15 tot 20 centimeter. Om 12 uur passeren we het oude Taormina, met zijn mooie ankerbaaien. We zien nu dat de Etna ook rookt uit talrijke rotsspleten, ver onder de top waar de krater is. De Griekse filosoof Empedocles, zo wordt verteld, is rond het jaar 430 voor onze jaartelling in een vlaag van grootheidswaanzin in de krater van de Etna gesprongen. Hij dacht dat hij onsterfelijk was. Om 14 uur passeren we Riposto, een haven die bijna direct onder de vulkaan ligt. Opnieuw, net als bij de Vesuvius, begrijpen we niet waarom zoveel mensen het risico nemen en hier blijven wonen. We nemen aan dat ze niet denken onsterfelijk te zijn.
Verderop naderen we Acitrezza, een haventje waar we een kijkje nemen. Misschien kunnen we er overnachten. Voorzichtig, goed lettend op de dieptemeter, omcirkelen we een aantal grote rotsen van grijszwart basalt. Het zijn de zogenaamde Ciclopi. Homerus verhaalt hoe Odysseus en zijn mannen door de eenogige reus Polyphemos in een grot gevangen worden gehouden. Iedere dag eet de reus een aantal mannen op. Omdat Odysseus - die zich met de naam "Niemand" had voorgesteld - wijn had meegebracht, zou de reus hem als laatste opeten. De listige Odysseus voerde de reus dronken en met een gloeiende houten spies brandden de mannen het enige oog van Polyphemos uit. De woeste reus sprong naar de ingang van de grot en blokkeerde die, blind tastend naar wie voorbij zou durven kruipen. Odysseus en zijn mannen ontsnapten door zich onder de schapen van Polyphemos vast te binden, zodat hij hij hen niet voelde toen de schapen naar buiten gingen. Toen de reus merkte dat de Grieken weg waren, riep hij de andere reuzen en verklaarde "Niemand heeft mij dit aangedaan", terwijl hij grote rotsblokken achter de Grieken in zee wierp. Die rotsblokken, dat zijn de Ciclopi waar we langsvaren. De huidige aanblik is zeer vreedzaam, want overal op de rotsen zitten baders en zonaanbidders en er liggen tientallen bootjes omheen (zie foto hier) het schilderachtige haventje van Acitrezza blijkt bij binnenvaren helaas wanordelijk vol. Als we ook nog hoge stapels vuil op de kade zien liggen, maken we rechtsomkeert en varen voorzichtig om de Ciclopi heen verder naar het zuiden. Een uur later lopen we de grote haven van Catania binnen, met nog steeds de Etna in de verte, (foto hier) en worden gastvrij ontvangen bij de Circulo Nautico in de uiterste noorwesthoek. Terug naar boven |
|
Syracusa Invaart Syracusa, we varen rond het Castello Maniace Zaterdag 16-08-2008
Verderop aan de steiger ligt een Nederlands jacht, de Rebel - Rival geheten, want het is inderdaad een Rival. Een mooi, scherpgesneden en zeer zeewaardig jacht, zoals bijvoorbeeld ook de Mermaid van Josje & Gerard (die momenteel vermoedelijk ergens in Corsica of Sardinië rondtoeren) De boot heeft een vaste ligplaats in Malta. Met de crew ruilen we boeken, die we al gelezen hebben. ´s Nachts in Catania is het onderdeks haast niet uit te houden van de hitte. Ik ga op een kuipbank liggen en val weer in slaap totdat het geknetter van een vuurwerk achterin de haven me wekt. Een tijd later wordt ik wakker van donker gerommel in het noorden. Onweer? Een uitbarsting van de Etna? Ongerust kijk ik in de richting van het geluid tot blijkt dat het ook om vuurwerk gaat. Voor ons vertrek zeggen we nog even goedendag bij het Hollandse jacht. Hebben we vannacht de gloeiende lavastromen op de Etna gezien?, vragen ze. Nee, na het laatste gerommel viel ik weer in slaap.
Om half tien varen we uit. De Navtex had Noordwest Bf 4 - 5 beloofd, een mooie wind om naar Syracuse te zeilen. Maar het is Zuidoost Bf 2. Toch kan de genua bij en als er later nog iets meer wind komt, zeilen we lekker aan de wind de grote Baai van Catania over. Na het middaguur ronden we de kaap San Croce. Achter ons kijkt de Etna somber en donker boven een wolkenkrans uit. Aan stuurboord liggen de kranen en andere installaties van de grote olie-terminal Augusta. Dan komt Syracusa in zicht, lange rijen vuile, lelijke flatgebouwen bovenop de klifkust. Maar daarachter volgt de oude vestingsstad, Ortigia, gelegen op een eilandje en met mooie bruggen verbonden met het vasteland. Op het zuidelijke puntje ligt een machtige citadel, het Castello Marciane (zie foto hierboven) en daarachter de besloten baai, Grand Harbour geheten. In het noordoostelijk deel is Marina Yachting, de kleine jachthaven, direct naast de Darsena, het kanaal dat het oude en het nieuwe stadsdeel scheidt. Helaas, er is geen plek. Morgen misschien, zegt een marinero op de steiger. Het geeft niet, we laten even verderop het anker vallen in de goede kleibodem van de baai. Voor ons strekt zich de prachtige oude stad uit. Terug naar boven |
|
Syracusa (2) De maan komt op boven Ortigia, de oude vesting van Syracusa Zondag 17-08-2008
In de koelte van de avond zien we de volle maan langzaam achter de mooie, middeleeuwse paleizen van Ortigia omhoog rijzen (zie foto hiernaast) Er is ook weer vuurwerk. Later die nacht kijken we ademloos hoe de aardschaduw langzaam de maan verduistert. Een imposant schouwspel. Al dagen verstoken van Internet en nieuws (we luisteren weinig naar de radio), waren we de maansverduistering helemaal vergeten. Vergeefs probeerde ik eerder op één van de draadloze netwerken, die ik op de ankerplaats ontvang, in te loggen.
De volgende ochtend om half elf roept Ans op de VHF Marina Yachting op. Verrast horen we dat er een plaats voor ons is en dat we kunnen komen. Een halfuur later hebben een mooi plekje aan een binnensteiger, buiten bereik van eventuele swell in de baai bij zuidenwinden. In de haven heerst een gezellige drukte, iets dat ook Lord Byron bevalt. Bedrijvig scharrelt hij door de kooi, die aan het bakboordachterstag hangt en kijkt met zijn schrandere kraaloogjes vergenoegd om zich heen. His Lordship ziet er steeds beter uit. De oude, lelijke staartpennen zijn verdwenen en ervoor in de plaats zijn mooie, nieuwe en helder witte staartveren gegroeid. Ook zijn verdere verenkleedje oogt minder haveloos dan een week terug. Maar zingen doet hij nog niet. Alleen wat gepruttel als hij verbaasd is en een enkele "piep" op het moment dat een van ons naar de fruitschaal reikt, signaal dat hij ook een stukje wil.
We kunnen hier tot zeker maandag 25 augustus blijven liggen en de stad verkennen. Navraag leert dat het met een auto drie uur kost om naar Palermo te rijden, waar we a.s. zaterdag Bas moeten ophalen. Helaas is er geen draadloos netwerk in de haven. Ik loop door de stad en vind vier Internetcafé´s, alle gesloten wegens vakantie. In een vijfde, die wel open is, werk ik een deel van de achterstand op de website bij. Terug naar boven |
|
Syracusa (3) Overheerlijke mosselen, ergens op een binnenplaatsje in Ortigia, de oude vesting van Syracusa Maandag 18-08-2008
In de avondlijke koelte slenteren we de kade af en lopen langs het oude havenfront, het Foro Vittorio Emanuele II, en langs het Acquarium naar de Fonte Aretusa. Dat is een zoetwaterbron, vlak naast of eigenlijk vrijwel in de stadswal waar de kalme branding van de baai tegenaan slaat. Een merkwaardig bassin, diep en beschaduwd door oude bomen. Er zwemmen wat karpers en eenden onder hooggaand riet. Nota bene: papyrus-riet. Volgens de oude verhalen vluchtte de nymf Aretusa voor een riviergod, die haar belaagde. De goden kwamen haar te hulp en veranderden haar in deze bron. Wat je "helpen" noemt...
Op het schitterende Domplein staat in de deur van de oude kerk van Santa Lucia alla Badia een zangeres te zingen. Middeleeuwse liederen, lijkt het. Ze begeleidt zichzelf op een luit. Even verderop, aan de andere kant van het plein, vinden we in de Via S. Landolina een poortje, dat leidt naar een restaurantje in knusse binnenplaats. We smullen er van Insalata Italiano, overheerlijke mosselen, en Bisteca met verrukkelijke sauzen (zie bijstaande foto) Bij de laatste gang drinken we een mooie, donkerrode Lamùri uit 2005, een wijn uit het gebied Avola, vlak ten zuiden van Syracuse. De druif is een Nero d´Avola, maar de wijn smaakt haast alsof ze van een Pinot Negro druif is gemaakt. Een wijndruif waar ik gek op ben.
Vanmorgen oriënteren we ons wat in de stad. We vinden een dagelijkse markt in de straten achter de tempel van Apollo. Resten die overigens deels onder een later gebouwde kerk liggen, een toonbeeld van de wijze waarop religie zich op religie stapelt in de loop der eeuwen. We kopen twee moten verse tonijn, oude kaas, verse kruiden (basilicum en munt), sla, etcetera. De rest van de dag luieren we, totdat ik nog eens probeer een draadloos netwerk te krijgen. En verdraaid, nu lukt het wel! Internet aan boord en nog gratis ook. Ik maak de verslagen op de website af, werk de e-mail en Internet-bankieren bij en lees het nieuws over de oorvijg, die de Russen aan de Georgische president Sjaakasjvili uitdeelden. Ordinaire machtspolitiek, zoals grote mogendheden die plegen te bedrijven. Het boek van Zamoyski, dat ik haast uit heb, over de val van Napoleon en het Weense congres staat er ook vol van. Terug naar boven |
|
Syracusa (4) De Romeinen belegeren Syracuse. Met de spiegel van Archimedes wordt zonlicht geconcentreerd op de zeilen van een Romeins schip, dat in brand vliegt (muurschildering van Giulio Parigi, ca. 1600, het is duidelijk geen schip uit de tijd van Rome) Dinsdag 19-08-2008
´s Avonds kijken we geboeid naar de prachtige film op DVD van Jean-Paul Rappeneau met Gérard Depardieu in de glansrol van Cyrano de Bergerac (1990). In de film gebruikt men de originele tekst van het toneelstuk van Edmond Rostand uit 1897. Ach, wat een prachtig stuk! Het slot - als Roxane in het klooster beseft dat het al die tijd Cyrano was, die...."Ce voix?..." - ach, ik moet het niet verklappen - is zeer onroerend. Alleen komt er daarna maar geen eind aan de sterfscêne. De rol van de ongelukkige musketier met de lange neus is Depardieu op het lijf geschreven. Ik herinner me dat ik lang geleden, tientallen jaren terug, ooit de Nederlandse acteur Guus Hermus een indrukwekkende Cyrano zag spelen. Ik geloof op televisie.
De stad Syracusa - en dan bedoel ik vooral Ortigia, het oude vestingdeel, waar we tegenaan liggen - is indrukwekkend en snikheet. Het valt niet mee in die hitte zonder een zuchtje wind enige activiteit te ontwikkelen. Gelukkig vond ik op Internet een mooie luchtfoto. Rechts is de Ionische Zee, links de besloten ankerbaai die Grand Harbour heet. Bij de gele pijl links liggen wij. In 2005 werd Ortigia door de Verenigde Naties op de Werelderfgoedlijst geplaatst.

Syracuse werd al in 743 v.Chr. gesticht als Griekse nederzetting. Het werd later één van de belangrijkste steden van de antieke Griekse wereld, na Athene. Eén van de illustere inwoners van de stad was de wis- en natuurkundige Archimedes, bekend van de beroemde Wet die zijn naam draagt en die hij ontdekt zou hebben - iedereen weet het - toen hij in het bad zat. In zijn enthousiasme over zijn vondst zou hij naakt de straat zijn op gerend onder het roepen van "Eureka!" ("Ik heb het!") Minder bekendheid verwierf hij als uitvinder van wapens, zoals de befaamde Klauw van Archimedes, waarmee vijandelijke schepen tot schommelen en zinken werden gebracht. Syracuse was aanvankelijk, in de 1e Punische Oorlog van Rome tegen Carthago, op de hand van de Romeinen. Maar toen in de 2e Punische Oorlog (218 - 201 v. Chr.) het er op leek dat Carthago aan de winnende hand was, liep Syracuse over en dat lokte in 214 v.Chr. een Romeins beleg uit. Archimedes ontwierp grote spiegels, zo gaat het verhaal, die men op de vestingmuren plaatste. Het zonlicht werd ermee gefocust op de zeilen van de Romeinse galjoenen, die erdoor in brand vlogen (zie het plaatje bovenaan dit verslag) Het is nog steeds een onuitgemaakte zaak of deze eerste wapenstraal van de geschiedenis echt werkte, het is verschillende keren geprobeerd met wisselend resultaat, lees ik toevallig juist in "Physics of the Impossible" (Allen Lane, 2008) van de Amerikaanse fysicus Michio Kaku. Een verschrikkelijk leuk boek over de wetenschappelijke aspecten en mogelijkheden van zulke uiteenlopende zaken als tijdreizen, sneller dan het licht reizen, psychokinese, robots, enzovoorts, en dus ook stralingswapens.
Vandaag is de verjaardag van mijn oudste zoon Rommert. Hij wordt 21. Ik probeer hem herhaaldelijk te bellen, maar krijg helaas almaar zijn Voicemail. Zeker uit eten. Ik spreek een felicitatie in. Terug naar boven |
|
Syracusa (5) Ans koopt tenerumi (bladeren van de lange zunicchi-vrucht, die op de voorgrond liggen) op de markt achter de tempel van Apollo Woensdag 20-08-2008
Het is zo mogelijk nog warmer dan gisteren. Op ons gemak slenteren we met het boodschappenkarretje naar de markt achter de Apollo-tempel (zie foto hier) Het is er gezellig druk. Handelaaren prijzen hun waar luidkeels aan in het rauwe dialect van Syracuse. Ans vindt een uiterst simpel knalrood jurkje en ik een bruingeruite zwembroek en een nieuw schipperspetje. Bij één van de vele kramen met verse vis kopen we grote gamba´s (zie foto hier) en verderop, bij een groentestalletje, zien we allerlei dingen die we niet kennen. We vragen om uitleg en krijgen die in gebarentaal, omstanders helpen mee (zie foto boven en hier) Het gaat om tenerumi, de bladeren van een zeer lange, courget-achtige vrucht, die zucchini heet. Je kunt de tere, jonge tenerumi-bladeren gebruiken in de pasta, de grote bladeren zijn niet geschikt. We gaan het vanavond proberen. Verder reserveren we bij AVIS een huurauto voor het weekend, om Bas in Palermo op te halen op zaterdag en op zondag wat tochtjes te doen.
NRC-Handelsblad meldt op zijn website een toename van het aantal Afrikanen die oversteken naar Zuid-Italië en Malta, in de eerste helft van 2008. Nu de Spaanse autoriteiten het toezicht bij de Canarische Eilanden en de Spaanse kust hebben versterkt, zou de stroom "gelukzoekers" zich verleggen naar het gebied waar wij nu zijn. Mensen dus, die om begrijpelijke redenen het uitzichtloze bestaan in hun eigen land proberen te ontvluchten. Zie het overzicht hieronder.

Ook de Italianen schroeven de surveillance op zee op. Dag en nacht zien we hier de snelle boten van de Guardia Costiera en de douane af en aan varen. De criminelen die deze mensen voor geld in boten over zee vervoeren, zetten ze daarom steeds verder van de kust af in wankele rubberbootjes en dan moeten ze maar zien ergens aan wal te geraken. Wij kunnen er dus mee te maken krijgen in het komende deel van onze tocht, die immers langs de zuidkust van Sicilië en Malta voert. Je moet dan wel een gedragslijn hebben als je zo´n afgeladen bootje ontmoet. Uiteraard roep je meteen de kustwacht op VHF 16 op met een PAN-PAN-bericht (spoedbericht) en geef je de positie door - in de hoop dat ze luisteren. Je blijft dan in de buurt maar moet je ze ook aan boord nemen, met alle risico´s van dien, zoals overgewicht, diefstal en het risico zelfs beticht te worden van medeplichtigheid? Zolang het hun bootje niet zinkt en er geen onmiddelijk levensgevaar dreigt, denken we te kunnen volstaan met in de buurt te blijven tot de kustwacht er is. Terug naar boven |
|
Syracusa (6) De heetste uren van de dag. Ans ligt uitgeteld onder de ventilator (linksboven) in de achterhut Donderdag 21-08-2008
Gisteravond belt Rommert. Hij is net terug van een muziekfestival in Sziged, in Hongarije. Daarom kon ik hem niet bereiken. Ik feliciteer hem nogmaals en we bevestigen de afspraak dat hij en zijn vriendin Esther bij ons Oud & Nieuw komen vieren. We liggen dan waarschijnlijk in Malta.
Vandaag is het opnieuw heet. De middag is het ergst, het is dan bijna 40° Ans ligt uitgeteld in de achterhut onder de luchtstroom van de ventilator (zie bijgaande foto) De hitte verhinderd iedere activiteit. De dag brengen we door in de schaduw van de bimini. Dat is eigenlijk alles wat er te melden is. Terug naar boven |
|
Syracusa (7) De Porta Marina, toegangspoort tot de oude stad, vlak naast de haven Vrijdag 22-08-2008
Opnieuw weinig te melden. Gisteren heb ik de Internet-browser van Firefox ge-download. En kunnen constateren dat die nog steeds moeite heeft met het weergeven van de lange pagina´s uit de Logboeken. Lezers meldden dat al eerder. Op zeker moment wordt alles zwart. Je kunt dus beter Internet Explorer gebruiken.
Gisteravond aten we de pasta met de verse blaadjes van de tenerumi. Een succes! De smaak ligt ergens tussen die van andijvie en brandnetels. Vandaag lopen we in de ochtend, als het nog niet zo heet is, vijf kilometer naar een mega-supermarkt om van alles in te slaan. Bijvoorbeeld bier voor Bas, want dat drinken ze op die leeftijd toch? Onderweg stuiten we, als een oase temidden van loodsen, koopcentra en een militaire kazerne, op de ruïnes van een klein Romeins theater. Het staat niet eens op de kaart van het toeristenbureau. We dwalen een tijdje tussen de stenen muren, overwoekerd door gras en de mooiste oleanderstruiken. Helaas heb ik de camera niet bij me. De rest van de dag luieren en lezen we onder de bimini. Vervelend is dat het draadloos netwerk opeens instabiel is geworden en steeds uitvalt. Ik ben al blij dat dit stukje op de site staat. Morgen halen we Bas op in Palermo. Terug naar boven |
|
Syracusa (8) Met Bas in Restaurant Pescomare, Syracuse Zaterdag 23-08-2008
Om half elf halen we de huurauto op. We rijden nog snel even langs de ruïnes van het kleine Romeinse theater, die vreemde mooie plek midden in een industrieterrein waar we gisteren opeens op stuitten, om er nog wat foto´s te maken (zie een foto hier) Dan rijden we via Catania naar de autostrada, de autoweg die dwars door het kale en kurkdroge binnenland van Sicilië naar de noordkust en Palermo voert. We hebben er 300 kilometer opzitten, als we om drie uur bij het internationale vliegveld arriveren. De vlucht van Transavia is exact op tijd en even later zien we Bas door de deuren komen, gitaar op zijn rug en een brede smile op zijn gezicht (foto hier) Geweldig om hem weer te zien! Hij heeft van alles meegenomen: gierststengels voor Lord Byron (op ons verzoek), NRC/Handelsblad van vandaag en een fles Italiaanse wijn. De 300 kilometer terug door heel Sicilië lijkt een stuk korter met Bas aan boord. Om half acht zijn we terug in Syracuse, zetten de auto in een parkeergarage met zes muntautomaten, waarvan er vijf stuk zijn. We eten genoeglijk in de binnenplaats van Restaurant "Pescomare", vlakbij het Domplein. Natuurlijk drinken we weer die prachtige rode Lamùri van de vorige keer (zie foto boven en een andere hier) Het wordt laat, natuurlijk wordt het laat. Er is zoveel bij te praten. Later, als Ans al lang naar bed is, zitten Bas en ik nog uren te praten in de warme nacht in de kuip. Het is twee uur als we gaan slapen. Terug naar boven |
|
Syracusa (9) Bas bij een krater van de Etna Zondag 24-08-2008
Vandaag bezoeken we de catacomben van San Giovanni in Syracuse. In feite een ondergrondse stad voor de doden, een necropolis uit de derde en vierde eeuw van onze jaartelling, in het begin van het christendom. Evenals in Rome zijn er hier veel van, in Syracuse. Deze catacomben liggen onder een basiliek, die later werd gebouwd toen de Normandiërs Sicilië hadden veroverd. Anders dan in Rome, dateren de catacomben uit de tijd dat de christenen in het Romeinse rijk niet meer aan vervolging bloot stonden en hun doden in alle openbaarheid in de necropolis konden bijzetten. We worden rondgeleid door een chagrijnige dame die slecht Engels spreekt. Toch raken we onder de indruk van de uitgestrektheid van deze ondergondse dodenstad. Sommige gedeelten waren eerder grote cysternen, waar water in werd opgeslagen. Nu zijn er aan alle kanten diepe nissen en gangen in uitgehakt, waarin men de gestorvenen neerlegde.
Daarna rijden we naar de Etna. Na enig gezoek vinden we een weg die steeds meer stijgt en slingert en door eindeloze lavavelden omhoog leidt. Onderweg zien we een aantal keren huizen, die door de lava gedeeltelijk verzwolgen werden. Een eind verderop wordt middenin een gestolde lavastroom een hotel herbouwd, dat kennelijk eerder ook bedolven werd (zie foto hier) De weg slingert verder omhoog over de machtige lavahellingen en eindigt in Nicolosi Nord, op 1923 meter hoogte. Hier parkeren we de auto en kopen dure kaartjes (49,50 euro) voor de rest van het traject. Een kabelbaan brengt ons over de grijszwarte gruishellingen naar 2504 meter hoogte. Ans heeft het niet zo op kabelbanen (zie foto hier) Daarna stappen we over op een grote 4WD-truck die ons over een slingerend spoor omhoog voert naar 3323 meter, midden in het gebied waar tientallen grotere en kraters liggen. Want de Etna heeft nogal wat kraters en er komen er nog steeds meer bij. De Etna zou de grootste vulkaan van Europa zijn en hij is nog steeds actief. Al eerder vertelde ik, toen we er met de boot langs voeren, dat de laatste uitbarsting nog dit jaar, in mei was. Een gids voert ons lopend en klimmend langs een aantal kraterranden (zie foto´s boven en twee hier) Er komt rook uit sommige en het ruikt erg naar zwavel. Onder onze voeten is de bodem van lavagruis warm. Als je erin graaft met je vingers, wordt het al gauw ondragelijk heet. De enorme warmte van de diepere aardlagen komt hier nog steeds aan de oppervlakte. Toch ligt er op sommige plaatsen zelfs nu nog sneeuw. We hadden het aanvankelijk niet door, omdat de sneeuw bedekt is door een zwarte laag as en roet. Het is ook tamelijk fris, de truien die we meegenomen hebben komen goed van pas. Het uitzicht vanaf deze hoogte strekt ver. In het noordoosten zien we de Straat van Messina en de punt van Calabrië, in het zuiden kunnen we Syracuse zien liggen. Wonderlijke wereld hier! In de winter kan men hier skieën. Diverse - nu ontmantelde - stoeltjesliften voeren naar de skihellingen. En altijd dreigt er een uitbarsting. Net als bij de Vesuvius is er ook hier geen schijn van kans dat bedreigde steden en dorpen bij een uitbarsting tijdig ontruimd kunnen worden. Na anderhalf uur rondstappen over de kraterranden brengen de 4WD-bus (foto hier) en de kabelbaan ons terug naar de auto. Een indrukwekkend bezoek! Terug naar boven |
|
Marzamemi Bas aan het roer, met ruime wind op weg naar Marzamemi Maandag 25-08-2008
´s Ochtends gebruiken we de huurauto nog om snel op het industrieterrein bij de Family-super heel veel boodschappen in te slaan. Terwijl Ans en Bas alles aan boord brengen, breng ik de auto weg en haal bij een Farmacia zeeziektepillen en Azaron. Ik reken af bij de havenmeester en om elf uur verlaten we de prachtige stad Syracusa. In de baai hijsen we het grootzeil. Met een zacht windje (NO Bf 3) ronden we de kaap Murro di Porci en zeilen we de 24 mijl naar Marzamemi. Een kleine, gastvrije marina zonder veel meer dan een steiger. Op het zuidoostelijk puntje van Sicilie, uitgangspunt voor velen om over te steken naar Malta. Bas was niet zeeziek en stond aan het roer (zie foto hierbij) ´s Avonds lopen we de steiger af en langs een asfaltweg naar het dorp. Er is niks te beleven, alle restaurants en bars zijn dicht, het vakantieseizoen lijkt hier opeens voorbij. We keren terug naar de boot. Op de PC van de havenmeester mag ik even de e-mail nakijken en de positie op de website zetten. In de kuip drinken we nog een glas, de avond is zacht en koel, ergens op de steiger zitten krekels. We kijken naar de DVD van "Orfeu Negro", een mooie film van Marcel Camus van tientallen jaren terug. Maar Ans en ik zien het einde niet, we vallen in slaap. Bas wel, hij vond het een wat trage film. Terug naar boven |
|
Licata Bas leest in de typische Zijlstra-houding, terwijl we tegen zonsondergang Licata aanlopen Dinsdag 26-08-2008
Om negen uur varen we af. In de haven hijsen we het grootzeil. Wind is NO Bf 2 - 3. Voor het eilandje met een oud fort, Capo di Passero, liggen uitgestrekte fish-farms. Je schijnt ertussen door te kunnen varen, maar voor alle zekerheid vaar ik eromheen. Daarna ronden we de kaap. Dit is zo´n plek waar zeevaarders al tientallen eeuwen langs varen (zie foto hier) Vervolgens ronden we de zuidkaap van Sicilië, ook met een rotseilandje ervoor, het Isola delle Correnti - het Eiland der Stromen (zie foto hier) Er zitten wat badgasten op. We zijn nu van de Ionische Zee in het Malta Channel. Aan stuurboord liggen de strekdammen van Porto Palo. Afhankelijk van de wind kun je geankerd achter één van die dammen een gunstige wind afwachten voor de oversteek naar Malta, ongeveer 50 mijl. Maar die kant gaan we nog niet op. De kust aan de zuidrand van Sicilië is erg ondiep, je moet je dieptemeter goed in de gaten houden. Voor Pozzalo liggen twee tankers voor anker. Tegen de middag wakkert de wind gelukkig aan tot Zuidoost Bf 4. We kunnen gerieflijk zeilen en maken met een ruime wind 8 knopen. Zo schiet het lekker op, maar na twee uur valt de wind weer weg. We passeren diverse verzandde haventjes, waaronder het als toeristische jachthaven opgezette Marina di Ragusa. Zonde. We moeten een fikse afstand afleggen over een grote baai naar Licata, de eerste grotere haven, met voldoende diepgang. Onderweg is er middenin de baai een ondiepe plek; ook daar ligt een tanker voor anker, de Diego uit Catania. Verderop passeren we twee grote offshore platforms. Het zijn olieterminals die met een pijplijn aan de wal zijn verbonden, ze heten Perla en Prezioso. Merkwaardige namen voor zulke lelijke staketsels. Merkwaardige namen voor zulke lelijke staketsels. Ondertussen begint de hemel te bewolken. De tocht duurt vandaag toch wel erg lang, veel langer dan ik vanmorgen calculeerde. Ik kijk er de pilot van Rod Heikell nog eens op na en ontdek dat de schaal van het overzichtskaartje op pagina 371 verkeerd is. Die moet niet 10 mijl maar 20 mijl lang zijn, tweemaal zo lang. Dus is ons traject van vandaag geen 35 mijl, maar 70 mijl. Ans moppert. Terwijl de zon langzaam ter kimme neigt is Bas helemaal verzonken in de thriller "Rising Sun" van Michael Crighton (A. Knopf, 1992) We vonden die tussen een stapeltje gelezen boeken op de kade, ergens in Corsica. Hij leest in de typische Zijlstra-houding, zo lig ik er ook het liefst bij met een boek (zie foto boven en hier)
Tegen acht uur, net voor het donker wordt, varen we nieuwsgierig de haven van Licata binnen. We hebben er inderdaad 70 mijl opzitten. Aan de westelijke dam van de binnenhaven zou een catwalk zijn, waar je kunt aanmeren. Er liggen een viertal boten, misschien kunnen we er nog naast, maar er is niemand te zien. Even verderop ligt een motorboot geankerd, het is er maar 1,2 meter diep en erachter ligt een wrak half boven water. het ziet er allemaal nogal unheimisch uit. Dan roept iemand in het Engels vanaf de catwalk en beduidt dat we voor één nacht wel langszij een motorboot mogen liggen. Hij helpt ons met aanmeren en stelt zich voor als Gary, de havenmeester. Later drinkt een pilsje aan boord en vertelt dat hij hier woont in een camper met zijn Russische vrouw en dit baantje nu vier jaar doet. Hij klaagt over de mafia, die ondermeer verhinderd dat de geplande jachthavens langs de zuidkust van Sicilië tot ontwikkeling komen. Waarom? Er wordt geen protectiegeld betaald? Of de mafia tolereert geen investeerders van buiten? Of het gaat ze er niet om een echte haven te ontwikkelen, maar om het witwassen van crimineel geld? Helemaal duidelijk wordt het niet. In elk geval liggen al die leuke haventjes treurig te verzanden en is er weinig mogelijkheid te schuilen langs deze kust. Terug naar boven |
|
Porto Empedocle Dulce aan het steigertje van de Club Nautico in Porto Empedocle. Op de achtergrond een cruiseschip Woensdag 27-08-2008
De weinige wind is vanmorgen ZuidZuidOost Bf 2. Opnieuw een stralend zonnige dag. Om 10 uur varen we uit en koersen verder westwaarts langs een dorre rotsige kust. Er is weinig bewoning. Een enkel kasteel staat grijs en verweerd op een uitstekende punt. Of een oude wachttoren. Het is nog steeds erg ondiep, zelfs een paar mijl uit de kust, circa 10 meter. We passeren Marina di Palma, opnieuw een hopeloos verzand haventje. De zee heeft een mooie groenblauwe kleur. Verderop steekt een gemene, scherpe rotspunt net boven het water uit, de Scoglio O Pietro Patella. Met mijn potjeslatijn zou ik dat als dokter vertalen als "stenen knieschijf" Ook hier zitten er wat baders op. Het is een gevaarlijke plek in het donker. Net als gisteren is er na het middaguur wat meer wind. Motorzeilend passeren we om half twee de Punta Agragas. Daarna zien we vanuit zee de beroemde ruïnes van de Griekse tempels bij de stad Agrigento, de Vallei der Tempels.
Om 14 uur lopen we Porto Empedocle binnen, in de hoop hier een plekje te vinden nu het Italiaanse vakantie seizoen op zijn eind is (We hebben trouwens de indruk dat deze zuidkust van Sicilië heel wat minder bevaren wordt dan de noordkust) Een aardig stadje, direct naast de haven. Het is genoemd naar de filosoof Empedocles De man die dacht dat hij een god was en die in de krater van de Etna sprong om naar de godenwereld te gaan, aldus het verhaal. De geschiedsschrijver Lucianus vertelt dat de krater alleen een van zijn sandalen uitspuwde. Achterin de haven is een steigertje van de Club Nautico, waar precies één plekje vrij is naast het enige andere zeiljacht (zie foto boven en hier) Dat is voor ons. Een jongeman komt uit een bar op de kade om onze lijntjes aan te nemen. Hij stelt zich voor als Giuseppe. Als we hem nodig hebben, kunnen we hem altijd in het café vinden. Tegenover ons ligt een cruiseschip afgemeerd. Verderop wat zeeschepen en voor de rest zijn er alleen vissers en motorbootjes. Het is erg schilderachtig maar het stinkt af en toe behoorlijk. Kennelijk komt het stadsriool in de haven uit.
´s Avonds gaan we uit eten. Giuseppe brengt ons naar het restaurant van een familielid, zo gaat het hier. We eten spaghetti met garnalen, ravioli en diverse soorten gegrillde vis, verrukkelijk klaargemaakt. De uitstekende rode wijn is op aanraden van de ober een Planeta Burdese 2004, van Cabernet Sauvignon en Cabernet Franc druiven (zie uit Sicilië. Later lopen we mee in de avondlijke pantalonnade door de hoofdstraat. Onderweg zien we een standbeeld van Luigi Pirandello, een beroemde Italiaanse toneelschrijver en Nobelprijswinnaar uit de vorige eeuw. Op de sokkel staat dat hij hier in 2000 is gestorven. Op een terrasje drinken we een expresso (zie foto hier) Bas kijkt zijn ogen uit naar de mooie, donkere Italiaanse meisjes. Op het Piazza J.F. Kennedy, naast de kerk, treedt een zanger op met twee danseressen: Dino, Francesca en Tamara. Veel jaren zestig en zeventig muziek. We staan tussen de mensen bij de oude kerkmuur. Niemand danst op de muziek, dat was in Spanje wel anders! Op de bank naast de muur zit een stokoude man, ineengedoken en met een blik waarin je kunt lezen dat van hem allemaal niet meer hoeft. Waarom zit hij dan toch hier? Terug op de boot is er telefoon van mijn broer Wiebe, die opgetogen meldt dat hij grootvader is geworden. Moeder en kind maken het goed. Hij is eerder opa dan ik! De nieuwe telg, de eersteling van een nieuwe generatie bij ons, heet Lucas Ronald Zijlstra. Terug naar boven |
|
Sciacca Nog een foto van de uitgaansavond in Porto Empedocle Donderdag 28-08-2008
We vertrekken om 10 uur uit Porto Empedocle met een zuidenwind Bf 2. De zon straalt als altijd. We hebben al maanden geen regen meer gehad. Om 11 uur zijn we bij Kaap Rosello. De wind neemt toe en wordt ZuidZuidWest, we kunnen zeilen. Om 14 uur meren we aan aan de gastvrije steiger van de Lega Navale in Sciacca. Ondertussen is de wind fors toegenomen tot West Bf 6. Blij dat we binnen zijn, anders hadden we hem precies tegen gehad.
Ik lees geboeid de wetenschappelijke thriller "Cosm" van de fysicus Gregory Benford (Orbit, 1998) In een grote deeltjesverneller laat men uraniumkernen met grote snelheid op elkaar botsen. Daardoor ontstaat een mini Big Bang en een mini-universum, dat met het onze verbonden blijft door een soort navelstreng van ruimte/tijd, waardoor men de inflatie en de daarop volgende ontwikkeling van die andere wereld kan volgen tot het onvermijdelijke einde. De veronderstelling is dat ons eigen universum misschien ook wel ontstaan is bij een experiment in een heel andere wereld, enzovoorts. Zeer boeiend en actueel, nu de Large Hadron Collider van CERN in Genève volgende maand gaat draaien.
Het lukt ergens in de buurt op een draadloos netwerk in te loggen, maar helaas is het heel erg onstabiel. Bas leert me een trucje om teksten niet kwijt te raken, als de verbinding uitvalt. Terug naar boven |
|
Sciacca (2) Bas werkt aan een nieuwe compositie Vrijdag 29-08-2008
Gisteravond kijken we naar de DVD van de film "The Red Violin" (1998) van Francois Girard. Vandaag reserveer ik huurauto. Bas werkt aan een nieuwe compositie (zie foto hiernaast en hier) Morgen brengen we hem naar Palermo, dan moet hij al weer terug. Volgende week begint hij zijn nieuwe studie, Composition for the media aan de HKU in Utrecht/Hilversum. Ondertussen heeft hij in de supermarkt bij de haven af en toe aardig sjans. Bij de borrel speelt hij de ruwe versie van zijn nieuwe compositie voor ons. Zeer melodieus. ´s Avonds klimmen we naar de stad, die boven de haven op een klifrand ligt. We drinken bier en eten een voortreffelijk Italiaans ijsje op een terras, kijken naar de mensen die voorbij lopen en vermaken ons best. Terug naar boven |
|
Sciacca (3) Bas loopt naar de veiligheidscontrôle op het vliegveld van Palermo
Zaterdag 30-08-2008
Gisteravond komt Karien van de Tishuit, een Hollandse Amel die verderop aan de steiger ligt, een glas wijn drinken. Zij wacht op haar man Hans, die even naar Holland is en morgen terugkeert.
Met de huurauto rijden we vandaag langs de kust in westelijke richting. Bij Castelvetrano pikken we de autostrada naar Palermo op. De wegen in Sicilië zijn heel behoorlijk dankzij financiering door de EU. Alleen de Italiaanse chauffeurs, de mannen, rijden werkelijk als idioten. Snelheidsbeperkingen tellen niet, inhaalverboden vatten ze op inhaalgeboden, liefst vlak voor onoverzichtelijke bochten. Meerdere malen zien we narrow escapes. En denk niet dat wij dat uitlokken door (te) langzaam te rijden, nee, onze snelheid is behoorlijk aangepast. Maar een auto die voor een Italiaan rijdt, moet ingehaald worden en wel direct. Na anderhalf uur parkeren we opgelucht bij de vertrekhal van het vliegveld. Er staat een enorme rij voor de incheckbalie, allemaal vakantiegangers die naar Holland terugkeren. Gelukkig gaat er al gauw een tweede balie open, zodat het redelijk opschiet. Bij de veiligheidscontrôle nemen we afscheid van Bas (zie foto boven) We hadden een fijne week met hem en hij komt zeker nog vaker meevaren. Als we teruglopen is er een verrassing, opeens ziet Ans twee bekenden uit Gorinchem. Zij waren ook op vakantie in Sicilië.
Omdat de middag pas half om is, besluiten we langs een andere weg door het binnenland terug te keren. Over een slingerende weg (zie foto hier) en een bergpas rijden we naar Agrigento, om de beroemde Vallei der Tempels te bezoeken. Het landschap is erg droog maar ook erg vruchtbaar. Over zijn bevloeiingsinstallaties. Niettemin zien we veel stervende bomen, vaak eucalyptus, langs de wegkant. Slachtoffers van de toenemende droogte? De oude Griekse tempels bij Agrigento zijn wonderschoon. Vooral de redelijk intacte Tempel van Concordia, met zijn hoge zuilen en tympanen in Dorische stijl, in een prachtige bruingele, mosterdachtige kleur in het avondlicht, maakt een grote indruk op ons (zie foto hier) Het hele terrein staat vol met ruïnes, onder andere een Tempel voor Hercules (foto hier), die de resten vormen van een ooit rijke, antieke samenleving in de vijfde en vierde eeuw voor onze jaartelling. Een samenleving die ook weer teloor ging in talloze oorlogen met andere steden en nederzettingen, tussen Carthago en Rome, tussen Byzantium en de Arabische wereld, enzovoorts. Het geeft me tevens weer een bevestiging van de wijze waarop religie en de ermee verbonden priesterkaste altijd weer weet te parasiteren op een angstige en afhankelijke samenleving, en de grootste rijkdommen weet te verzamelen en enorme tempels, piramides en kathedralen kan laten bouwen. Die ook weer teloor gaan, instorten, afbranden, in puin geschoten en gesloopt worden om met het materiaal nieuwe wallen, huizen en kerken te kunnen bouwen, die op hun beurt....enzovoorts. Toch is het me vreemd te moede, rond te lopen op zo´n plaats waar grote menigten ooit samendromden op gezag van de priesterkaste om offers te brengen om de goden tevreden te stellen en gunstige tijden af te smeken. Op de terugweg krijgen we van Bas een SMS-bericht, dat hij op Schiphol geland is.
´s Avonds een gezellige avond aan boord bij Hans en Karien van de Tishuit. Terug naar boven |
|
Sciacca (4) Griekse tempel in Selinunte Zondag 31-08-2008
Vandaag rijden we met de huurauto via Menfi naar de Griekse ruïnes van Selinunte. De naam zou afkomstig zijn van sélinon, de naam voor wilde peterselie, die ook op de toenmalige munten zou prijken. Het was de meest noordelijke Griekse nederzetting op Sicilië, aldus het gidsje dat ik koop, gesticht rond 650 vóór onze jaartelling door Griekse kolonisten. Ze verjoegen daarvoor de oorspronkelijke bevolking. De stad werd op de resten van hun dorpen gebouwd en bereikte in de 5e eeuw een grote welvaart. Ook hier weer het verhaal van diverse oorlogen met naburige volken met de Feniciërs en later Carthago, die de stad onder leiding van Hannibal verwoestten in 409 voor Chr. Later bouwden de Byzantijnen hier nog een castrum, op de ruïnes van de twee grootste tempels, waarvan ze het bouwmateriaal gebruikten. In de Middeleeuwen leefden er monniken. Een heftige aarbeving verwoestte de resterende monumenten ergens tussen de 10e en de 11e eeuw. Later bouwden de Arabieren er een dorp met de naam Rahl-al-´Asnam, oftewel "dorp van de pilaren" Die lagen er immers in overvloed. In latere eeuwen sleepten omringende bewoners veel bouwmateriaal uit de ruïnes, tot in 1823 onder Engelse leiding serieuze opgravingen begonnen.
Het gebied bestaat uit twee heuvels. Op de oostelijke staan een drietal tempels. Het is niet duidelijk aan welke godheden die gewijd waren (zie hier twee foto´s) Met een electrisch wagentje worden we naar de westelijke heuvel gereden, waar de Acropolis, de eigenlijke stad lag. Er is veel minder intact gebleven dan in de Vallei van de Tempels in Agrigento, waar we gisteren waren. We lopen er een uurtje rond. Het stratenpatroon is nog goed herkenbaar. In de verte, onder een klif, zien we het strand van de badplaats Marinella, vol badgasten. In het oosten zien we de tempel waar we eerder waren, op de hoge kust liggen (zie foto hier) het is warm tussen de stenen die de gloed van de zon weerkaatsen. We transpireren fors. Al dwalend stuiten we opeens op een tekening, in een stenen vloer aangebracht met kleine witte steentjes. Het is een teken van de Fenicische godin Tanit, vind ik in het gidsje (zie foto hier) Dezelfde godin wier heiligdom we maanden geleden tevergeefs zochten in Ibiza! We rijden terug naar Sciacca en brengen een vredige avond aan boord door. Terug naar boven |
|
Sciacca (5) De haven van Sciacca, vanaf het Piazza Scandaliato. Dulce ligt in het midden, boven het gele gebouw, aan de kop van de steiger van de Lega Navale Maandag 01-09-2008
Ik breng de huurauto terug en maak nog even een foto van het prachtige zicht vanaf het Piazza Scandaliato, in het centrum van Sciacca, op de haven (zie foto boven en hier) Vandaag maken we alles aan boord in orde en schoon. En tanken vol. Morgen willen we oversteken naar het eilandje Pantellaria in het Kanaal van Sicilië, tussen Sicilië en Tunesië in. Daarna willen we via een nog kleiner eilandje, Lampedusa, naar Malta varen. Aan het eind van de middag begint de hemel te bewolken. De Franse buurman heeft het over onweer op komst. Maar de weersverwachting voor morgen is goed: NoordWest Bf 2 - 3. We zien wel. Terug naar boven |
|
Isola di Pantelleria Een Russisch marinevaartuig monitort de doorvaart in de Straat van Sicilie Dinsdag 02-09-2008
Om half zes loopt de wekker af. Het is nog donker. De Navtex meldt een SAR-bericht (Search And Rescue): "In southern Mediterreranean sea is a boat in difficulty with about 165 migrants on board. Last known position on...." De ongelukkigen! Het is ten oosten van Malta, zie ik, opgelucht dat het niet bij ons in de buurt is. We maken de boot klaar, de navigatieverlichting moet nog aan. Om 10 over zes varen we uit en hijsen het grootzeil direct buiten de haven. Vissers varen in en uit. De weinige wind is NoordNoordWest Bf 2 en er staat een lichte deining. Ik zet de stuurautomaat op 233°, richting Pantelleria. Iedere keer is het weer een apart gevoel om zee te kiezen en af te koersen op een plek, die je niet zien kan. Toch weet je zeker dat de stuurautomaat je er feilloos heen stuurt. Het wieltje van het log zit alweer vast door aangroei, ik laat het nu maar zo, het is veel te warm voor zo´n karweitje. Na een half uur wordt het licht, we laten Capo San Marco, het laatste stuk Sicilië achter ons. De zon komt rood op in een vaalrode nevel, waarin Sicilië geleidelijk oplost. Er is niets meer te zien om ons heen. Om acht uur vlakt de zee helemaal af, de "wind" draait via West Bf 1 naar ZuidZuidOost Bf 1. We varen over een zacht schommelende, azuurblauwe spiegel die vrijwel zonder onderscheid overgaat in de zachtblauwe ochtendhemel. Een vreemd gezicht, alsof je in het binnenste van een transparante bol vaart. Een paar stormvogels scheren vlak over het wateroppervlak en brengen je oriëntatie weer in orde. Een kwartier later schuift er een grote tanker uit de nevel tevoorschijn. Zagara, lees ik op de boeg. Ik neem een peiling: 264° Drie minuten later is het 260°, hij gaat dus oostwaarts voor ons langs (zie foto hier) De transparante bol herstelt zich. Om negen uur varen we langs de boeien van een visnet. Een grote dolfijn zwemt er traag omheen. Wat zoekt hij daar? Zit er soms aas in? Weer herstelt de opaak transparante bol zich. Om tien uur zien we in de verte een marineschip, op 285° Hij zet zich in beweging en vaart langzaam voor ons langs (zie foto hierboven en hier) Het is een Russisch schip, zien we aan de vlag die hij achter de mast voert. Op de boeg staat het cijfer "43", we zien de lopen van kanonnen en achterop lijken twee van de gevreesde Stalinorgels te staan, kanonnen die enorme salvo´s in één keer kunnen afvuren. Als het schip oostelijk van ons is, gaat hij weer stilliggen. Merkwaardig, kennelijk monitort hij de scheepvaart door de Straat van Sicilië.
Een halfuur later is er een vreemd optisch verschijnsel, een soort fata morgana. In het zuidwesten lijkt de horizon een heel stuk hoger te liggen dan de echte horizon. Het lijkt alsof er een langgerekte waterberg op ons afkomt. Een minuut of tien later is alles weer gewoon en motoren we verder door de opalen bol om ons heen. Tegen twaalf uur zijn we op de helft van de afstand naar Pantelleria. Er passeert achter ons een leeg containerschip van west naar oost. De wind is West Bf 1. Urenlang gebeurt er verder niks. We zitten te lezen onder de bimini. Om half drie duiken er zomaar opeens vier zeeschepen rond ons op, maar geen licht op aanvaringskoers. Daarna zijn er twee nieuwe op 270°, die uit de richting van Tunesië komen, dat nu vlakbij ligt. Eén lijkt op ons af te komen, maar schuift dan langzaam naar 175° en 180°, die gaat zometeen achter ons langs. Om drie uur zien we opeen de hoge, grijsblauwe contour van Pantellaria (zie foto hier) We zien de top van de hoogste berg, Montagna Grande, 836 meter hoog. Af en toe flitsen wat vliegende visjes ons voorbij. Het laatste uur komt er wat wind, Zuidoost Bf 2, de genua kan erbij.
Achter de dam van de haven van Pantelleria strijken we het grootzeil. Volgens de gids van Rod Heikell zijn er wat steigers in de Porto Nuevo. Het valt erg tegen, het is een smoezelige haven vol met lokale bootjes. Er ligt verderop een Frans zeiljacht, we schuiven langszij aan de steiger erachter. Erg fraai is het niet, er staan kale loodsen en alles ligt vol met vuile netten die stinken naar rotte vis. En het zou hier zo gezellig en schilderachtig zijn, zei iedereen ons! De Fransen zijn weinig mededeelzaam, ze staren alleen maar naar ons en naar Lord Byron, alsof we van een andere planeet komen. Met enige moeite weten we de informatie los te krijgen dat er ook in de Porto Vecchio aangelegd kan worden. In de pilot staat dat er veel rotsen en ondiepten zijn, daarom was ik naar deze Porto Nuovo gegaan. We gaan toch maar eens kijken. Nagestaard door de stugge, immer starende Fransen varen we weg en in de naastgelegen Porto Vecchio ziet het er inderdaad veel gezelliger uit met terrassen en winkels. Er is een kade aan de noordzijde, waar wat jachten liggen. verderop staat een somber, donkergrijs kasteel langs het water. Voor het eerst stromen we het anker voor uit, ik neem daarvoor ruim drie bootlengten, ongeveer 50 meter, en meer af met de kont naar de kade. Een zeiler van een ander jacht neemt de touwtjes aan. Dan trek ik de ankerketting strak, die gelukkig houdt. Er staat een lichte swell maar het schijnt hier gratis te zijn, walstroom is er niet en soms is er water bij een kraan aan de muur. Maar aan het eind van de kade staat een echte friettent! Ans bakt een heerlijke biefstuk met veel knoflook en een knapperige salade, en ik haal uitstekende patatjes bij het kotje. Terug naar boven |
|
Isola di Pantelleria (2) De haven van Pantelleria. Dulce is het hoogste mastje, iets rechts van het midden tegen de kademuur Woensdag 03-09-2008
Voor de dagelijkse hitte toeslaat doen we boodschappen. Op een terras aan de haven drinken we een capuccino. Ik maak wat foto´s (zie hierboven en hier) Pantelleria is ook al een vulkanisch eiland. Het is betrekkelijk jong, 324.000 jaar geleden rees het uit zee op bij een uitbarsting van een onderzeese vulkaan, lees ik in een folder van het Tourist Office. Daarna volgden nog vele uitbarstingen, waarbij puin en lava tot aan de Ionische kust van Griekenland geslingerd werden. De laatste activiteit dateert van 1891, in de vorm van kleine eruptie-kegels, die op een aantal plaatsen zichtbaar zijn.
In het enige Internet-café werk ik de website bij. Wel even wachten want er zijn slechts twee PC´s. De rest van de dag liggen we zo´n beetje op apegapen, de hitte slaat ons plat. Ik lees desondanks het nieuwe boek van Fareed Zakaria uit, "The Post-American World" (Norton. 2008) De inhoud vat hij goed samen in de eerste zin: "This is a book not about the decline of America but rather about the rise of everyone else" Ik had de neiging er een commentaar op te willen schrijven, ware het niet dat ik begon aan een ander boek dat zó mooi is en zó vol van rijke gedachten, dat ik erin verzonken raakte - zonder dat ik er veel in kon lezen, want bijna elke zin noopt tot uren nadenken. Had ik dit boek maar eerder gelezen! Het gaat om een bundel essays van Joseph Brodsky, "On Grief and Reason" (1995, Ned Vert. De Bezige Bij, 1997) Brodsky is één van mijn lievelingsdichters, een Rus, verbannen uit zijn vaderland in 1972 en overleden in New York in 1996. Een pijnlijk heldere geest en een geweldig dichter. Hoe belangrijk ook, de politieke trubbels van deze tijd verbleken bij het denkend proza van Brodsky.
Hij analyseert in een opstel van bijna zestig bladzijden één mijn meest geliefde gedichten, "Orpheus. Euridike. Hermes" van Rainer Maria Rilke. Helaas in een Engelse vertaling, die overigens toch zeer verdienstelijk is, maar wie het Duitse origineel van dit schitterende gedicht kent, wil nooit meer een vertaling. Geen enkele bladzijde van zijn analyse verveelt. Rilke was in de jaren zestig een favoriet van me. Ik herinner me dat ik in 1967 met mijn moeder op vakantie was aan het Lago Maggiore. Ze was toen twee jaar weduwe, mijn vader was in 1965 bij een auto-ongeval om het leven gekomen. Het was de tijd van "Sergeant Peppers Lonely Heart Club Band" van de Beatles, een psychedelisch getinte LP die ik erg interessant vond. Op een dag reed ik met mijn moeder via de Simplon-pas naar het dal van de Rhône. Ergens op één van de noordelijke hellingen ligt het dorpje Raron. Rilke ligt er begraven tegen de zuidelijke muur van het kerkje, een eenzaam graf apart van het kerkhofje dat aan de andere kant is. Je hebt er een prachtig uitzicht over het Rhônedal. Ik meen dat er een haag om het graf stond, in elk geval waren er rozen. Een zongestoofde rechtopstaande steen droeg alleen de initialen R M R en de jaartallen. In de liggende steen was een prachtig gedicht gebeiteld. Het luidde ongeveer zo:
Roos, o reiner Widerspruch, Roos, o zuivere tegenspraak,
niemandes Schlaf zu sein niemands slaap te zijn
unter soviel Lidern onder zoveel oogleden
Ergens voel ik dat er iets ontbreekt. Iets zegt me dat er "Mut," of zelfs "Lust,"staat voor "niemandes", maar dat weet ik niet meer zeker en ik kan het zonder Internet niet nakijken (ik typ dit stukje in Word en zet het later vandaag met behulp van een USB-stick in het Internet-café op de website) Enfin, mijn moeder zag mijn ontroering wat sceptisch aan. "Denk je nog wel eens aan je vader?", vroeg ze. Natuurlijk wel, mompelde ik (en dat was ook zo)
Terug naar boven |
|
Isola di Pantelleria (3) Het Castillo aan de haven. Het dateert uit de 16e eeuw Donderdag 04-09-2008
Het is ongemeen heet, vandaag. We komen tot weinig. Bijgaande foto van het donkere Castillo aan de haven is van gisteren (voor nog een foto, klik hier)Ik lees het indrukwekkende "Waiting for the barbarians" (1980) van J.M. Coetzee (ned. vert, 2002) We laten de generator een aantal uren stroom maken (er is geen walstroom) Vanochtend heeft het enige Internet-café op het eiland geen verbinding met Internet. Vanmiddag wel. Lord Byron heeft nu - is dit het laatste van de rui? - een kaal koppie. Alle veertjes zijn daar weg, geen gezicht. Toch deed hij vanmiddag een rauwe poging tot zingen, nogal schor, maar niettemin. Hij vermaakt zich uitstekend met de gierststengels, die Bas onlangs meebracht. Meer is er over vandaag niet te vertellen. Terug naar boven |
|
Isola di Pantelleria (4) Het kratermeer Lago di Venere op Pantelleria Vrijdag 03-09-2008
We halen gisteravond gevulde paprika´s en tomaten en een pizza bij het frietkotje (zie foto hier) Daarna genieten we van de avondkoelte in de kuip als er opeens een tenger Italiaans mannetje op de kade staat. Hij vraagt of we Nederlanders zijn en toont zich uitermate verheugd als dat het geval blijkt. Want achtenveertig jaar geleden heeft hij in Nederland gewerkt, in Arnhem in de vezelindustrie. Hij woonde toen in Velp aan de Arnemsestraatweg. Vanzelfsprekend heeft hij uit die tijd amoureuze herinneringen aan een meisje, ze heette Margreet. Helaas wou ze niet met hem mee naar Pantelleria. We noden hem aan boord en hij stelt zich voor als Pasquale. Je ziet hier bijna nooit een schip uit Holland, zegt hij. Pasquale is ruim 70 jaar en hij woont op de heuvel boven het stadje. Hij stelt voor ons morgen het eiland te laten zien.
Al om zes uur worden we wakker van rukken aan onze ankerketting. De Franse buurman, die vroeg vertrekken wilde, heeft bij het optrekken van zijn anker ons anker meegenomen. Als er dan ook nog juist een Zweeds jacht arriveert dat naast ons aanmeert, raakt de Fransman helemaal in de problemen. Hij heeft inmiddels ons anker boven water, het hangt aan zijn railing, maar nu drijft hij met zijn schip over de ankerlijn van de Zweed. Enfin, na een uur van veel gehannes lukt het hem de zaak te ontwarren, ons anker op de goede plek terug te laten zakken en opgelucht te vertrekken.
Om negen uur is Pasquale er. Met zijn aftandse Fiat Panda rijdt hij ons over het eiland. Het is adembenemend mooi! De grond bestaat geheel uit oude gestolde lava, donkergrijs van kleur. Dat is dan ook de belangrijkste kleur van het eiland, van de huizen, de muren en de terrassen - afgezien van het overdadige groen. De steile hellingen zijn vol kleine terrassen en lage begroeiing. De smalle weggetjes slingeren zich erdoorheen. Overal is de zee te zien. Het eiland is ongeveer 23 kilometer lang en 9 breed, het is iets kleiner dan Malta. Het is eigenlijk een hoge vulkanische berg van 2000 meter hoogte, die zich verheft vanaf de zeebodem, gelegen op een strategische positie middenin de Straat van Sicilië. De oude lava is zeer vruchtbaar. Overal zien we olijfbomen en wijngaardjes op de terrassen en verder heel veel fruit. Pasquale rijdt ons over de rand van een krater en opeens zien we in de diepte een onwaarschijnlijk mooi meer met een prachtige, groenblauwe kleur (zie foto boven en hier) Het is het Lago di Venere, een ondiep kratermeer dat vol vulkanische modder, dat warm wordt gehouden door de opstijgende aardwarmte. Het ligt ongeveer twee meter onder de zeespiegel, nagenoeg ongerept en niet verpest door massatoerisme. De oever bestaat uit zand en verzeepte modder. We waden het water in (zie foto hier), je zakt soms heupdiep weg in de zwarte modder. Het ruikt sterk naar zwavel. Ans smeert zich ongeremd in met de modder, die bij opdrogen groen verkleurt (zie twee foto´s hier) Terwijl Pasquale wat vrienden opzoekt in een provisorisch huisje vlakbij, genieten wij een uur in het heerlijke water. Op sommige plekken stijgen bubbelende stroompjes zwavelgas op, net een bubbelbad en erg heet (zie foto hier)Daarna rijdt Pasquale ons naar boven, waar hij een veld heeft met druivenstruiken. Op de grond liggen rode druiven in de zon in te drogen tot rozijnen. Pasquale raapt voor ons zak vol op en snoeit een doosje vol zoete, witte druiven (foto hier) Via de dorpjes Bugeber en Bukkuram rijden we naar de zuidkant van het eiland. Veel namen zijn van Arabische oorsprong en ook de typische koepelvormige daken van de huizen tonen dat. De Arabieren bezaten Pantellaria ruim vierhonderd jaar. Pasquale rijdt een eind de steile helling van de Montagna Grande op tot we niet verder kunnen. In de zinderende hitte klimmen we te voet verder tot we bij een grot komen, een verticale spleet in de bergwand waaruit een klamme, warme tocht komt. Het is de Sauna Naturale, de spleet leidt naar een ruimte waar wat mensen op stenen zitten te transpireren in de hete, vulkanische damplucht die uit gaten en spleten uit de berg opstijgt (foto hier) We houden het er nog geen halve minuut uit. Pasquale rijdt ons terug naar het stadje. Naast zijn huis heeft hij een oude, stenen schuur met de typische cupula, het Arabisch booggewelf. Het is er aangenaam koel. Hier maakt hij zijn eigen wijn, dit jaar overigens niet erg succesvol. We kopen van hem een fles dessertwijn (wel gelukt), passito geheten, en een zak kappertjes. In zijn huis maken we kennis met zijn vrouw, een wat gereserveerde dame met een kruk wegens een niet geheel geslaagde heupoperatie.
De middaghitte doorstaan we suffend en puffend onder de bimini aan boord. We zijn zuinig met water, want uit de kraan op de kade komt al een dag lang niks. Later, als het stadje weer tot leven komt en we de aangename avondkoelte genieten in de kuip, komt Pasquale langs met een dik boek, dat ik morgen moet lezen, zegt hij. Het gaat over de Geallieerde invasie van Pantelleria in 1943, het eerste stukje Europa dat op de As-mogendheden werd veroverd in de Tweede Wereldoorlog: "Pantelleria 1943. D-Day nel Mediterraneo" van Marco Belogi (LiberEdizione 2002) Er staan veel foto´s in en een Engelse vertaling. Terug naar boven |
|
Isola di Pantelleria (5) Drie dames bij het Lago di Venere Zaterdag 06-09-2008
Voor de tweede achtereenvolgende dag komt er geen water uit de kraan op de kade. Het mannetje dat dagelijks de vuilnisbakken komt legen en de kade aanveegt, belooft dat er morgenochtend water is. Vandaag doen we in elk geval zuinig, je weet nooit, en we kopen extra flessen bij het supermarktje op de Piazza Cavour.
Door het boek van Pasquale begrijp ik nu waarom er nog zoveel lege plekken en bouwvallen in het stadje zijn. Pantellaria werd in mei/juni 1943 een maand lang gebombardeerd door de geallieerden, voordat ze hun invasie begonnen. Vooral het vliegveld, een aantal kustbatterijen en de haven van Pantellaria kregen de volle laag van tapestry-bombing. Vanwege het Duitse en Italiaanse afweergeschut voerden ze de bombardementen vanaf 5000 meter hoogte uit, waardoor het onmogelijk was om goed te richten. Het stadje leed grote schade. De wederopbouw liet lang op zich wachten en de nieuwe gebouwen die er wél kwamen werden fantasieloos neergezet, zonder rekening te houden met de delicate structuur van een eens mooi Zuid-Italiaans havenstadje. Zelfs nu bouwt men een wanstaltige kathedrale kerk midden in het centrum, in een open gebied naast het Piazza Cavour, een witbetonnen mammoet die het zwartgrijze Castillo uit de 16e eeuw - redelijk onbeschadigd gebleven tijdens de bombardementen - tot een kleuterkasteel van klei degradeert. Mooi is het stadje Pantellaria derhalve niet.
Met Anders en Birgit van het Zweedse jacht naast ons, en Vicky van het Australische jacht "Wraith" dat iets verderop ligt, huren we een auto en toeren het hele eiland rond (zie foto hier) De zuidoostelijke kapen zijn spectaculair. Hier is de vulkaan ooit vrijwel loodrecht uit de kilometersdiepe zee opgerezen. In het dorpje Khamma kopen we verse trostomaten en gedroogde vijgen (foto hier) We rijden door een adembenemend mooie en zeer vruchtbare vallei onder de hoge Montagna Grande. Overal is men bezig met de oogst van witte wijndruiven. Deze besloten vallei en die aan de andere kant van de berg, waar we een tijdlang over een karrenspoor voorthobbelen, waren al in de prehistorie bewoond. Tenslotte komen we bij het kratermeer Lago di Venere, waar we een uurtje in de warme modder baden (zie foto hier)
´s Avonds haalt Pasquale ons op om bij hem en zijn vrouw te komen eten. Het is geen groot succes, hoewel hij erg zijn best doet en lekkere kippenbouten roostert boven de gloeiende as van een houtvuurtje. Zijn vrouw spreekt alleen maar Italiaans en heeft de neiging te geloven, zoals velen hier, dat we het wel verstaan als je maar veel herhaalt en hard spreekt. Pasquale zelf spreekt nauwelijks nog Nederlands, dus dat helpt ook niet. Het wordt nog erger als hij na het eten uit de slaapkamer een stapel fotoalbums haalt. We moeten iedereen zien, vader, moeder, kinderen, ooms, tantes, broers, zussen, vrienden, iedereen. Er zijn ook foto´s uit zijn tijd in Arnhem, een knappe Italiaan met een scherp profiel. Best te begrijpen dat de Nederlandse Margreet op hem viel. Maar van haar is er geen foto. Wel van alle poezen die hij had. Hij zoekt een album met foto´s van de vissen die hij ooit ving, maar dat kan hij gelukkig niet vinden. Enfin, uiteraard doen ze hun best en wij ook, maar we zijn bekaf en blij als we terug op de boot zijn. Terug naar boven |
|
Isola di Pantelleria (6) Dulce aan de kade in de Porto Vecchio, Pantelleria. Rechts achterin de boot van de Griekse sponzenvissers Zondag 07-09-2007
Vanmorgen vertrekken de Zweden naar Tunesie. de Australiers zijn vanmorgen vroeg al op weg gegaan naar Sicilie. Verderop ligt alleen nog de Griekse vissersboot (foto hiernaast) Het zijn sponzenduikers. Ze hebben grote zakken met sponzen bij zich die ze kennelijk hier gaan verkopen. Maar ze lijken ook vakantie te hebben, dus misschien moet het enen het andere financieren. Af en toe gooien ze de netten met sponzen in het water, om ze nat te houden. Verdroogde sponzen breken en zijn waardeloos.
Je krijgt altijd de neiging ook te vertrekken, als iedereen weggaat. Onzin natuurlijk, aan dergelijke neigingen moet je niet toegeven. Er hangt vandaag wat bewolking en de wind is zuidoost. Die hebben we dus pal tegen als we naar het eilandje Lampedusa willen, ongeveer 90 mijl zuidoost van hier. Beter morgen afwachten, volgens de prognoses is de wind dan gedraaid. Er komt vandaag inderdaad water uit de kraan op de kade. Met een slangklemmetje bevestig een stukje tuinslang aan de kraan en met een koppelstuk maak ik onze waterslang eraan vast. Het is zo'n kraantje dat je permanent ingedrukt moet houden, anders slaat hij na een halve minuut af. Maar een touwtje eromheen helpt. Het water is warm en het stroompje is iel, het duurt dus uren voor de tanks gevuld zijn. Niettemin zijn de tanks uiteindelijk vol, we rekenen er niet op dat je in Lampedusa gemakkelijk aan water kunt komen. 's Middags arriveert er een Hollands jacht, de Freja uit Amsterdam. ik neem de touwtjes aan, zoals het hoort, en help ze met onze geimproviseerde waterslang.
Later op de dag zijn de wolken weg en wordt het ondraaglijk heet. Ik werk me in het zweet als ik het logwieltje uit de bodem haal en schoonmaak van aangroei. Had ik maar wat antifouling bij de hand, zoals de crew van Gulliver adviseert in het Gastenboek! Enfin, dat komt straks op Malta wel. (Overigens heeft mijn vriend Herman - die de schuld draagt van mijn zeilverslaving - in het Gastenboek de correcte tekst van het grafschrift van Rilke geplaatst) Om af te koelen begeef ik me te water. Met een stuk harde plamuurrubber schrap ik gemakkelijk de aangroei rondom het schip weg. Een dankbaar werkje. Daarna douche ik me schoon bij de kraan op de wal (zie foto hier), verder lezen we. Ik heb de draad weer opgevat in Susskinds "The Cosmic landscape", waar ik een aantal maanden geleden in strandde.
's Avonds staat Pasquale wat bedremmeld op de wal. Hij heeft een bord met cactusvijgen bij zich, die we gisteravond waren vergeten. Cactusvijgen groeien hier overal langs de Med. Ze zijn het lekkerdst in november, zegt Pasquale, maar sommige zijn nu al rijp. Je moet ze voorzichtig schillen vanwege de gemene stekeltjes. De Engelsen noemen ze daarom prickly pears. Later op de avond eten we ze in een salade met tomaten, een uitstekende combinatie. Pasquale drinkt een glas wijn in de kuip en neemt afscheid. Op de kade zien we hem in de richting van de Freja schuifelen. En ja hoor, even later horen we hem roepen: "Holland! Iek werken in Holland! Holland koed!" Terug naar boven |
|
Isola di Lampedusa Midden op zee, onderweg naar Lampedusa, treffen we een lege Arabische boot aan Maandag 08-09-2008
We gaan op tijd naar bed, maar van slapen komt weinig. Tot drie uur houdt de boenk-boenk muziek van een disco aan de overkant ons wakker. Vreemd, de vorige dagen was het ´s nachts rustig. Als om vier uur de wekker gaat, zijn we net in diepe slaap. Het duurt even voor ons duidelijk is wat ook weer de bedoeling is. Zachtjes om de buren niet te storen, maken we los en halen de ankerketting in. In de haven hijsen we het grootzeil. Om half vijf zijn we buitengaats. Wind Zuidoost Bf 1. Het is aardedonker, er is geen maan. Alleen dat schitterende uitspansel! We motoren voorzichtig tussen wat vissers door. Bij de kleine haven van Sauri aan de zuidkust van Pantelleria zetten we de stuurautomaat op 159°, de koers voor Lampedusa (zie foto hier) Om de hoek van het eiland haalt de wind aan tot Oost Bf 3, de genua kan erbij. Het is alleen maar een "kaapeffect" , om half zeven zakt de wind terug. De zon komt op, de zee wordt helemaal blak. De uren verstrijken terwijl het scheepje ijverig naar het zuiden vaart en het gloeiend warm wordt. Om 10 uur zien we in de verte een tanker op weg naar Tunesië. De wind is nu Zuidwest Bf 2. We motoren verder.
Om half elf ziet Ans een stipje aan stuurboord. Met de verrekijker zien we een blauwe houten boot drijven, hij lijkt leeg. Wat is er aan de hand? Een boot die losgeslagen is? Of een boot waarop een aantal migranten probeerde Europa binnen te komen? Misschien liggen er wel uitgedroogde of zelf dode mensen op de bodem! We besluiten een kijkje te nemen en varen er voorzichtig omheen (zie foto´s boven en twee andere hier) De boot is ongeveer vijf meter lang en is leeg, op de bodem staat wat water, de mast lijkt eraf gescheurd, op een bank ligt een geblokte handdoek, op de romp staan goudkleurige Arabische letters. Dat is alles. Ik roep de Italiaanse kustwacht op om de boot te rapporteren. Ik krijg antwoord in keurig Engels en geef de positie door, waarna allerlei Arabische stemmen erdoorheen beginnen te schreeuwen. De Italiaanse kustwacht vraagt me naar een werkkanaal te gaan, maar daar is het niet rustiger. Ik geef nogmaals de positie op en vind dat we onze plicht hebben gedaan. Dit is het gebied waar veel migranten in hachelijke bootjes proberen over te steken naar Europa. Velen brengen het er niet levend af. Zuidelijke eilandjes als Lampedusa krijgen momenteel de volle laag. Een paar weken terug kwamen er maar liefst 500 op één dag in Lampedusa aan.
We varen verder over de glinsterende, paarsblauwe zee. Om half twaalf hoor ik hoe het Engelse jacht Touché, ergens aan de noordoostkant van Pantelleria, een zeeschip oproept. "Your are on a collision course!" Hij krijgt geen antwoord. Een halfuur later horen we hoe hij de wachtsman van het schip, waar hij inmiddels de naam van heeft kunnen zien, de mantel uitveegt. "One day a yacht will be crashed due to someone who is not on his post", brult hij. De wachtsman stamelt wat excuses en zwijgt verder. Om 12 uur ontmoeten we een Frans jacht op tegenkoers. We zijn vrijwel op de helft, hij is kennelijk op dezelfde tijd uit Lampedusa vertrokken. De wind draait naar Zuidwest Bf 2, de genua kan er nét bij. Dat scheelt een halve knoop in snelheid. Als er eigenlijk niets gebeurt, is alles belangrijk. Om half 1 zien we aan stuurboord een visser en aan bakboord een zeeschip. Om half 2 passeren we een spartelend, bruingeel schildpadje. Om half 3 zien we twee vissers. Om half 4 zien we, op 16 mijl, een plat, kaal eiland: Lampedusa. Het duurt nog lang voor we dichterbij komen. Om vier uur passeren we een grote, roodbruine schildpad. Aan bakboord zien we tegen de glinstering van de zon in het piepkleine eilandje Lampione liggen, een platte rotsscherf met een vuurtorentje erop (zie foto hier) De wind is West Bf 2.
We naderen de noordkant van Lampedusa, een hoge geelbruine, ongenaakbare klifkust, waarboven een plat en kaal landschap, zonder bomen en struiken (zie foto hier) Om half 6 ronden we Capo Ponente, de westelijke kaap (zie foto hier) De zuidkust is beduidend vriendelijker, met rotsbaaien en zandstrandjes. We passeren de Isola dei Conigli, ofwel de Konijnen Eilanden, waarachter je aan de oostkant een mooie ankerplaats hebt. Een paar mijl verderop is de haveningang. Er komt juist een tankschip uit en ervoor ligt er een te wachten om binnen te varen. Ze brengen brandstof naar het eiland. We vinden een plek in de haven aan een kade tussen de Cala Salina (de vissershaven) en de Cala Palma (voor de locals), waar met het anker vooruit aanmeren. Twee jongens die staan te vissen, moeten voor ons opschuiven, want juist daar ligt een ketting waar de landvasten aan vast moeten gemaakt. Als alles in orde is, lopen we de stad in. Het is er drukker en veel toeristischer dan in Pantelleria. Een lange straat met restaurants, bars en boetiekjes, de Via Roma, is afgezet voor de avondlijke pantalonade. Op een terras drinken we - o wonder! - een mojito. Zelfs twee. Het is maanden geleden dat je die ergens kon krijgen. Daarna eten we een heerlijke risotto alla marinara met daarbij een fles rode Lamùri 2006 bij Ristorante "Il Saraceno" op het terras boven de haven, beneden schommelt onze boot zachtjes aan de kade. Terug naar boven
|
|
Isola di lampedusa (2) Dulce (l) in de haven van Lampedusa. Aan de overkant de kade van de kustwacht, waar de zwarte migranten aan wal worden gebracht Dinsdag 09-09-2008
Direct in de ochtend is het alweer bloedwarm. Links en rechts van ons leggen vissers aan en brengen hun vangsten aan wal. Hier twee foto's van de haven, die overigens gratis is maar dan ook geen enkele voorziening heeft. Geen walstroom en geen water. Om 9 uur komt overigens een man op een scooter vragen of we water nodig hebben, hij kan het leveren met een tankauto of in flesse. We hebben echter niks nodig. Om 10 uur zien we een verbijsterend tafereel. We zien hoe een grijze patrouilleboot van de Guardia di Finanza tegenover ons een kleine honderd zwarte migranten aan wal brengt. Ergens op zee opgepikt van een wrak bootje. Op het voordek staat een groep van ongeveer honderd zwarte mannen samengedrongen (klik hier voor twee foto´s) Het meest bizarre beeld is dat van de passerende boten met grotendeels ontklede toeristen, die er vlak langs varen. Sommige zwaaien naar de Afrikanen. Wat moeten die een vreemde indruk van dit Europa krijgen, het land van beloften. Halfnaakte vrouwen, die staan te wuiven!
Dan begint de ontscheping. De groep wijkt uiteen, tussen hen in ligt een dode. Die is onderweg bezweken. Een zwarte man in een rose overhemd. Het lichaam wordt door de carabinieri - iedereen draagt handschoenen - in een body-bag geritst en van boord gedragen. Verderop staat een ambulance gereed. Dan volgen twee kinderen, gedragen door vrouwelijke agenten. Dan 10 vrouwen, allen dik gekleed. Daarna de mannen. Het gaat allemaal heel gemoedelijk. De agenten geven schouderklopjes aan de Afrikanen. Die bedanken de bemanning van de patrouilleboot met een handdruk. Dan lopen ze naar een bus, die verderop gereed staat. Een lange rij zwarte mannen, ze kijken nieuwsgierig en tamelijk fit rond. Zal het lot hen goed gezind zijn? Voorzover ik weet worden ze naar een opvangkamp gebracht en daarna naar grotere kampen op het vasteland. Italië is nogal lankmoedig, het is gemakkelijk voor ze om uit die kampen te ontsnappen en een illegaal bestaan te beginnen (dat op zichzelf overigens niet zó gemakkelijk is) Maar in elk geval duizend keer beter dan de uitzichtloosheid in hun eigen land van herkomst. Ik geloof niet dat de Italianen er veel terugsturen. De Spanjaarden doen dat wel. Dat zal de reden zijn dat de migrantenstroom zich vooral naar hier heeft verlegd.
`s Middags is het te heet voor wat dan ook. In de koelte van de avond komen we bij. Boven ons staat een halve maan helder te schijnen. Door de kijker kijken we naar het reliëf van de kraters langs de schaduwrand. Vlak boven de maan staat een heldere ster. Jupiter? Morgen vroeg op - half vier - voor de 100 mijl naar Malta. Met een verre gedachte aan de mogelijkheid om morgen zelf een migrantenboot tegen te komen, slapen we in.
Waarom we nu al naar Malta gaan? We zijn het zwerven even een beetje zat. Daarom gaan we ook niet naar Tunesië, hoewel het vlakbij is. Op de terugweg naar de Atlantische Oceaan kunnen we daar nog wel langs. We hebben zin om ergens voor wat langere tijd te zijn, een maand of vier, vijf, te wonen voordat we verder trekken naar Griekenland en verder. En liefst op een plek waar wat afwisseling en vertier is. We gaan eens kijken of dat in Malta te vinden is. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta Op weg naar Malta, om zeven uur komt de zon op Woensdag 10-09-2008
Om half vier gaat de wekker. Ik ben al een halfuur wakker, een vast patroon als we vroeg moeten vertrekken. De maan is onder, afgezien van de lampen in de haven en de immense sterrenhemel is het aardedonker. We maken los, halen het anker op en varen uit om vier uur. We hijsen het grootzeil. De wind is WNW Bf 3, we varen hem deels dood zodat de genua nét niet blijft staan. Tussen een aantal visserschepen en het donkere eiland door varen we naar het oosten. De wind is warm. Als we de Punta Sottile passeren leg ik de boot op een koers van 79°, rechtstreeks naar de zuidpunt van Malta. Er komt iets meer wind om de hoek van Lampedusa, de genua kan uitgerold. Ik had verwacht de vuurtoren van Linosa te kunnen zien, een ander klein eiland van de Pelagische archipel, 20 mijl noordelijker. Maar die zien we niet. Het scheepje ploegt in de donkere nacht voort, het ene uur verstrijkt na het andere. Ik staar in de donkerte voor het schip en als altijd komen er allemaal van die "what, if"-verhalen in me op. Ik geloof dat iedere zeiler dat heeft. Stel dat je op een oliedrum vaart, die half onder water drijft. De Navtex had er een uur geleden een waarschuwing voor, gelukkig niet hier in de buurt. Of dat je een onverlichte boot vol met Afrikaanse migranten ramt. Het kan hier zomaar gebeuren. Of dat je in de nacht in de stinkende blubbermassa van een dode walvis vaart. Ik heb daar wel eens een verslag over gelezen, van een jacht dat ´s nachts in zo´n drijvend kadaver vast kwam te zitten. Hakkend met bijlen en messen probeerde de bemanning de boot los te maken voordat het kadaver naar de bodem zou zinken en hen meesleuren. Overal hoorden ze het borrelen en knallen van ontbindingsgassen, om van de gruwelijke stank nog maar niet te spreken. Al dergelijke gedachten op een scheepje dat zich voortspoedt door de nacht... Zo komen zeemansverhalen tot stand.
Om half zes is de wind Noordwest Bf 4. We zeilen lekker, met de motor bij af en toe ruim 7 knopen. Ik zie tal van sterrenbeelden, maar ik ken alleen de Grote en de Kleine Beer en Orion. Het rijtje sterren van zijn riem staan duidelijk aan de zuidelijke hemel. Een vallende ster schiet als een scherf plotseling licht naar de horizon. In het oosten wordt de hemel vaal licht, de ochtend. Langzaam verbleken de sterren Om zeven uur komt de zon op, een schijf van puur goud (zie foto boven en hier) Helaas zakt de wind terug naar Noord Bf 2, we draaien de genua in.
Rond negen uur - op ongeveer 35 mijl van Lampedusa - zitten we in de kuip wat te bakkeleien over de vraag of Lord Byron wel Malta binnen mag. De tekst in de pilot van Rod Heikell is nogal onverbiddelijk: "There is a total ban on the introduction of dogs, cats and all pets onto the island" (pagina 425) We verwijten elkaar dat we het niet tevoren goed hebben uitgezocht, straks mogen we Malta niet eens binnen en gaat de voorgenomen overwintering niet door! We zijn allebei struisvogels, kop in het zand, nu is het te laat. Dan ziet Ans een schip in de verte. Het lijkt qua vorm op een vissersschip. Het draait in onze richting. Ze geeft me de kijker en dan schrik ik me een ongeluk. Het is helemaal geen visser! Tegen het licht van de zon in zie ik een wrakke, donkere boot op ons afkomen, afgeladen met donkere mensen! Het is een luguber en dreigend gezicht. Een boot met zwarte migranten! Nu horen we ze ook schreeuwen, een groep staat op het dak naar ons te springen en te zwaaien met lappen. Ik maak een ontwijkende manoeuvre, ze proberen me te volgen. Tegelijkertijd nadert er uit het oosten nóg een boot, een kleinere. Nóg een migrantenschip, denk ik met schrik, tot we zien dat het dit keer wel een vissersbootje is. Het voert de Maltese vlag. Er zijn zes mannen aan boord. Ondertussen roep ik op VHF 16 de kustwacht op en krijg antwoord van de kustwacht van Malta. "What is your position?" vragen ze. Als ik die geef, is het antwoord dat ik de kustwacht van Lampedusa moet roepen. Die reageert meteen. Ik zet de situatie uiteen en krijg een werkkanaal op voor de verdere communicatie. Daar vragen ze opnieuw mijn positie, om hoeveel mensen het gaat, hoe hun conditie is, wie wij zijn, enzovoorts. Of ik stand-by wil blijven tot nader order. De drie boten draaien wat om elkaar heen, we bewaren een gepaste afstand. Het is aangrijpend om te zien hoe véél mensen er op die boot zitten, het zijn er naar schatting bijna honderd (zie foto hieronder en twee andere hier)

Ze schreeuwen voortdurend naar ons, wenken en wuiven en houden lege, plastic waterflessen omgekeerd omhoog. "Aqua!", verstaan we. We zien ook dat ze aan het hozen zijn, om de paar minuten legen ze een blauwe container boven zee, die scheppen ze kennelijk beneden steeds vol. Degenen die aan de zijkanten zitten of staan, drenken voortdurend lappen in zee en geven die door naar anderen op het dek of op het dak. De mensen wringen ze voor koelte boven hun hoofden en lichamen uit. Er zijn ook een paar vrouwen en kinderen bij. Een wanhopige situatie. We overleggen met de vissers. Ik vertel dat ik contact heb met de kustwacht van Lampedusa, de vissers hebben tot mijn verbazing zelf geen VHF aan boord. Die is stuk. Ze komen van Gozo en zijn al twee dagen op zee, overigens zonder ook maar één vis te vangen. We spreken af dat ze, omdat ze met meer mannen zijn, zullen proberen een aantal flessen water over te gooien. Dan zien we een akelige uitbeelding van het spreekwoord dat de mens de mens een wolf is: er ontstaat meteen een heftig gevecht om het water. Een man maait met een knuppel en slaat woest in op een ander die een fles heeft bemachtigd. Binnen een halve minuut vliegen de nog volle flessen overboord. Beter niemand water dan sommigen wel en anderen niet, kennelijk. Er is duidelijk geen leiding, de mensen zijn wanhopig. De visser keert bij ons terug. Het is geen doen om ze water te geven. Hij heeft wel met ze gesproken, ze drijven nu voor de vierde dag op zee en ze hebben nauwelijks brandstof. We zijn de eerste schepen die ze tegenkomen. Ik geef alle informatie via de VHF aan de kustwacht door en vraag om spoedige actie. De operator toont veel begrip, maar hij vraagt me af te wachten. Zo verstrijken er twee uren. De schepen dobberen op de goddank kalme zee, van het migrantenschip komt gejammer en geweeklaag. Dit is hun vierde dag onder de mokerende zon, zonder enige schaduw. Af en toe proberen ze ongemerkt dichterbij te komen. Een paar springen in het water, niet om naar ons toe te zwemmen, maar voor de paar waterflessen die bij de boot ronddrijven, misschien zit er nog wat water in. Ze worden door hun maten weer omhoog gehesen.
Ik roep nog eens de kustwacht. Over 30 minuten kan een patrouilleboot bij ons zijn, is het verlossende antwoord. Opgelucht informeren we de Maltezers. We turen naar het westen, maar na een uur is er nog niks te zien. Op zeker moment zien we dat ze de motor weer hebben aangezet en op volle kracht naar ons toe varen. Maar ze kunnen geen snelheid maken met hun overvolle schip. We wijken gemakkelijk uit. Nogmaals roep ik de kustwacht, het is al 12 uur, maar ik heb nog niks gezegd of de operator meldt dat over enkele ogenblikken een vliegtuig over zal komen en dat niet lang daarna een snelle kustwachtboot zal arriveren. Vlak daarop horen en zien we het vliegtuig. Het scheert een paar keer laag over ons heen (foto hier) om de situatie op te nemen. De migranten kijken, wuiven en schreeuwen. In het westen zien we tegelijkertijd een snelle, witte boot aan de horizon verschijnen, zo snel dat hij - in een spoor van schuim - binnen tien minuten bij ons is. De Guardia Costiera. De mensen op het migrantenschip zijn stil. Het is een emotioneel moment, we voelen ons eindeloos opgelucht. Want wat had er niet allemaal kunnen misgaan? Als ze massaal in het water waren gesprongen, als hun schip was gezonken, als ze ons hadden weten te enteren, je weet het niet. De kustwachtboot nadert voorzichtig (foto hier) We zien mannen en vrouwen in het gangboord staan, in witte pakken, met handschoenen aan en mondkapjes voor. Een fotojournalist schiet plaatjes vanaf de brug, ook van ons. Morgen staan we in Lampedusa in de krant. We hebben genoeg gezien, we draaien en hernemen onze koers naar Malta. Het is opnieuw een emotievol moment als we zien hoe tientallen vluchtelingen naar ons zwaaien om te danken voor onze hulp. Die niet veel voorstelde, eigenlijk. We volgden de gedragslijn die we eerder hadden bepaald, naar aanleiding van een artikel in het blad Zeilen van mei 2008: de kustwacht roepen, erbij blijven, niemand bij je aan boord laten, zo mogelijk water geven. Maar het had ook veel slechter kunnen aflopen. Ik roep de operator van Lampedusa Coastguard nog een keer op VHF 16, om me af te melden. "Wil dit kanaal svp vrijhouden!", roept tot mijn stomme verbazing een hollandse stem opeens. Een Nederlands jacht in de buurt? Ik ben zo verbouwereerd dat ik niet eens vraag wat voor een eikel hij eigenlijk is. De kustwacht komt in. We gaan naar een werkkanaal en hij bedankt ons uitvoerig voor de samenwerking. "Your action has saved lifes, sir", zegt hij.
De wind is inmiddels Zuidoost Bf 2 - 3. We motorzeilen aan de wind. De genua blijft goed staan en helpt flink op deze koers. Uren gebeurt er niks. We zeggen weinig, ieder bezig met de eigen gedachten over het voorgevallene. De beelden staan in onze geheugens gegrift, zoveel wanhoop, mensen die hun leven wagen om een beter te krijgen.
Om half drie passeert een catamaran op tegenkoers. Om 15 uur een grote, roodbruine schildpad. Een aantal malen passeren we mijlenlange visnetten. Om 17 uur twee vissers ver aan bakboord. Om 17.30 uur ziet Ans land: Malta! Op 28 mijl. We zien van links naar rechts Gozo, het kleine Comino en Malta zelf. Om 20 uur is het donker, de navigatieverlichting gaat aan. Voorzichtig nader ik de kleine rotspuist van Filfla, een piepklein eiland dat ooit werd bezocht door Boudewijn Büch en is opgenomen in één van zijn eilandenboeken. De puist is niet verlicht, ik houd hem op veilige afstand. Boven land zien we af en toe prachtig vuurwerk omhoog schieten. Ik meld me bij Port Control Valetta op 10 mijl uit de kust. Ze vragen of ik weer wil roepen als ik vlak voor Msida Marina ben. Aan stuurboord passeren we een offshore platform, fel verlicht als een circustent. Het staat niet op de kaart. Voor de industriehaven van Marsaxlokk Bay is het erg druk: vissers en veel geankerde schepen op de rede. Boeien met lichtsignalen bij ondiepten. We manoeuvreren ons erdoorheen. Opeens krijgt Ans een harde, natte klap in haar nek. Ze schrikt zich kapot. Met de zaklamp zoeken we in de kuip en het gangboord wat het geweest is. We zien een zieltogende vliegende vis liggen, de kleine vleugeltjes beven, het bekje staat open. Ik gooi hem terug. Na middernacht varen we de indrukwekkende havens van Valetta binnen, overal oude forten, versterkingen, wallen, kerken en paleizen. PC Valetta adviseert ons ergens in Msida een plekje te zoeken en ons mogen te melden bij het havenkantoor/customs. We zien een lege plek aan de N-steiger en schuiven erin. Doodmoe vallen we in bed.
Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (2) De Black Pearl, een gezellig bar/restaurant, op de wal bij de ingang van Msida Marina Donderdag 11-09-2008
Vanmorgen loop ik met lood in de schoenen naar het havenkantoor annex customs office, met de bootpapieren, de paspoorten en de kopie van de verzekeringspolis. We hebben afgesproken dat ik op de vraag, of we pets aan boord hebben, met nee zal antwoorden. Als ze aan boord willen inspecteren, zullen ze de kooi met Lord Byron meteen boven het aanrecht zien hangen. We verstoppen hem niet, maar hebben nooit eraan gedacht dat met pets nog andere dieren kunnen bedoeld zijn dan honden en katten. En dat een kanarie nooit uit zijn kooi komt en op de wal loopt. En dat je er geen ziekte van kunt krijgen, zelfs geen whistling disease. En dat ik dat weet omdat ik zelf dokter ben, en wel eens met de chief medical officer wil spreken als onze kanarie Malta niet in mag. Enzovoorts. Tot de tanden gewapend met Engelse zinnen en redeneringen sta ik voor de balie. Maar ze vragen helemaal niks over pets aan boord! Ja, dan begin ik er ook niet over. Hoe lang we willen blijven, vragen ze. Misschien wel een halfjaar. Ze lachen, we zijn te vroeg, de tijd om een winter contract af te sluiten is pas in oktober. Nu is de haven nog vol. Pas in oktober gaan de locals de wal op en komen er winterplaatsen vrij. Enfin, vandaag mogen we blijven op de plek aan de N-steiger, maar we moeten zien te verhuizen naar één van de tien gastenplaatsen aan de voorste twee steigers, de O- of de customs-steiger. Daar kunnen we liggen tot oktober. Zodra er iemand vertrekt, moeten we er meteen inschieten en er niet meer weggaan - want opstaan is hier plaats vergaan. Ik ben allang blij dat ze niet over huisdieren beginnen en vind alles best. De havenmeester komt later nog even naar me toe: een Engels jacht aan de gastensteiger wil morgen vertrekken, als ik nou een afspraak met de schipper maak....
We lopen voor het eerst de stad in. Ontbijten uitgebreid en lekker in een sjieke tearoom met airco. We vullen ons boodschappenkarretje bij een super. Bij een dierenwinkel vinden we schelpenzand voor de kooi van his lordship. Ans is helemaal vertederd door de jonge katjes, mager en aanhankelijk, in een vieze bak. Het is trouwens een heel vies zaakje, die pet shop. Het is afgeladen met zakken zaad, potten, middeltjes en levende have, van papegaaien tot kippen en hanen. Onze Keuringsdienst van Waren of de Veterinaire Inspectie zou er wel raad mee weten. Enfin, ons vogeltje mag blijven en wij dus ook. We maken de boot van binnen en van buiten helemaal schoon. Alles is kleverig van het zout. De wasmachine draait bergen was weg en ik werk de website bij met verhaal over het migrantenschip. Ik kan gebruik maken van een betaald netwerk van Vodafone Malta. Voor de middag loop ik bij de Brit aan de O-steiger langs. Inderdaad wil hij wel vertrekken, maar zijn vrouw nog niet. Als het echter mooi weer is, denkt hij toch weg te gaan. We spreken af dat hij me een halfuur voor vertrek waarschuwt.
Het is opnieuw een gloeiend hete dag. Zelfs onder de bimini liggen we te puffen. Binnen is het 36° Het is een genade als de avond komt met koelte. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (3) Ans vult de watertanks. Dit is nog aan de customs-steiger Vrijdag 12-09-2008
Vandaag verhuizen we twee keer. ´s Ochtends komt de havenmeester zeggen dat de eigenaar van onze plek vanavond terugkomt. We kunnen verkassen naar een lege plek aan de customs-steiger. Daar mogen we wat langer blijven. We verkassen. ´s Middags is een Fransman, met wie ik gisteren een praatje had, zo aardig om langs te lopen en te zeggen dat hij straks vertrekt naar een ankerplek in Sliema Creek en dat we zijn guest berth op de O-steiger mogen hebben. Dat is geweldig. er zijn 10 van die gastenplaatsen en we kunnen er blijven tot we een plek voor de wintermaanden hebben. Dus nog een keer verkast, overigens met een lastige wind op de boeg, maar het ging goed. Een Maltese zeiler neemt de touwtjes aan. We hebben nu een leuker uitzicht over de haven.
De rest van de dag bestaat uit wassen draaien, drogen en de tanks opnieuw vullen (doet Ans, zie foto hierbij) Ik schrijf een artikel voor Zeilen over onze ontmoeting met het migrantenschip van eergisteren. ´s Middags mail ik het aan de redactie. Toch een bijzondere gebeurtenis, misschien vinden ze het interessant genoeg voor plaatsing. Ook schrijf ik een stukje voor het Liber Amicorum dat een oud-collega van me voor zijn afscheid gaat krijgen. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (4) Gzira, aan het einde van Msida Marina Zaterdag 13-09-2008
Ik loop de steiger af om vers brood te gaan kopen. Een man in uniform komt me tegemoet. Hij kijkt op een lijst. Verdorie! Zou het een douaneambtenaar zijn? Misschien is hij op weg naar onze boot, we zijn het enige nieuwe schip op deze steiger. Ans ligt nog in bed, ik hoop dat ze niet reageert als de man bij ons moet zijn. Ik besluit zelf om wat langer weg te blijven en doe nog meer boodschappen. Misschien is hij weg als ik terugkom. Bij terugkeer aan boord, blijkt er niets gebeurd, de geüniformeerde is niet bij ons geweest. Opgelucht hangen we Lord Byron in zijn kooi buiten, hij waardeert dat zeer. De ruiperiode is nog niet voorbij. Het gaat in fasen, eerst wisselde hij zijn staartveren, daarna de veren op vleugels en ruggetje, daarna op zijn kop en nu is hij bezig met zijn nek en buik. Af en toe eet hij uitgevallen veertjes op. Hij doopt ze vooraf even in zijn waterbakje. Nog altijd ziet hij er verfomfaaid uit maar hij lijkt er geen last van te hebben, hij is levendig en scharrelt actief door de kooi.
Vanwege de hitte in de middaguren, lopen we vanochtend om de haven heen een eind de stad in (zie bijgaande foto) Omdat ze hier links rijden, moet je bij het oversteken ontzettend uitkijken. Het verkeer komt van een andere kant dan je gewend bent, en ze rijden snoeihard. Veel haast om de stad uitgebreid te verkennen, maken we niet. We hebben immers maanden de tijd. Bij de vieze pet shop, waar we al eerder waren, kopen we voor Lord Byron een plastic bad dat je voor het deurtje van zijn kooi kunt hangen (zie foto hier, waar je - als je goed kijkt - ook his lordship zelf ziet, die er verbaasd naar kijkt) Het grootste deel van de dag negeert hij het nieuwe bad, tot hij ´s avonds er opeens in duikt, per ongeluk lijkt het, en stomverbaasd een halve minuut stil blijft zitten in het bad, tot zijn buikje in het water. Dan springt hij er snel weer uit en gaat op een stok zitten om het allemaal te verwerken. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (5) Samen dinerend op het dek van de driemastschoener Black Pearl op de wal bij onze steiger Zondag 14-09-2008
Gisteravond tracteren we onszelf, vlakbij in het Restaurant "Mare Nostrum" dat in de oude driemastschoener Black Pearl is ondergebracht (zie foto hiernaast) De schoener staat op de wal vlakbij onze steiger, een foto plaatste ik al een paar dagen geleden. We zitten aan dek, de ambiance is indrukwekkend en de geschiedenis van het schip mag er ook zijn. Ik houd wel van die levensgeschiedenissen van schepen, vaak even boeiend als een mensenleven. Denk bijvoorbeeld aan "Het fregatschip Johanna Maria" (1930) van Arthur van Schendel. Het werd gebouwd in Zweden in 1909 als één van de laatste zeilende handelsschepen. Op de Oostzee en de Noordzee vervoerde het jarenlang hout, kolen en graan. De constructie was zwaar om in de winter ijsgang en harde wind te kunnen trotseren. In de jaren ´50 zou het in privébezit zijn geweest van de acteur Errol Flynn. In 1973 werd het opgeknapt in Ramsgate en op kerstavond vertrok het naar Australië, via Lissabon, Martinique, de Maagdeneilanden, het Panamakanaal en de Galapagos eilanden. Het deed slechts een paar jaar dienst als passagiersschip in de Zuidelijke Pacific, omdat het houtworm kreeg en voor reparatie terug moest naar Engeland. In het Suezkanaal ontstond brand in de machinekamer. Toch wist het nog door te strompelen naar Malta, waar het zonk in Marsamxett Harbour op 25 meter diepte. In 1979 werd het gelicht en gerestaureerd door een club van liefhebbers. Het schip speelde daarna een hoofdrol in de film "Popeye" van Robert Altmann met Robin Williams. Dat was nog niet het einde. In 1981 zonk het opnieuw, in een storm bij Malta, en werd voor de laatste keer gelicht en op de kade gezet voor restauratie. Liefhebbers knapten het schip opnieuw op, ze deden er zes jaar over. En dan gebeurt er iets onbegrijpelijks: in 1987 werd het hier op de wal gezet als bar/restaurant. Merkwaardig, waarom gingen ze er niet mee varen? Geen geld, waarschijnlijk. (Deze gegevens ontleen ik aan een folder, die ik in de bar vond)
Enfin, we eten er voortreffelijk en drinken daarbij een prachtige, rode wijn uit de Bekaa Vallei in Libanon, Château Kefraya 2001. Zwaar en rijk van smaak. Zeer aanbevolen!
Vandaag arriveert de weersverslechtering, die we al een paar dagen zagen naderen. Een lagedrukgebied boven Italië sleurt het eerste koufront over ons, met harde NW wind en wat regen. Niet veel regen, nog, wel wat onweersgerommel en windvlagen. De warmte is nog niet weg, volgende week knapt het alweer op. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (6) Het nieuwe schoenenmandje aan de hekstoel Maandag 15-09-2008
Zoals je op de foto hiernaast ziet, hebben we een gevlochten mandje gekocht en aan de hekstoel vastgemaakt. Het is bedoeld om je schoenen in te doen, voordat je aan boord stapt. Dat is voor de preventie van kakkerlakken. We zagen het bij een aantal andere boten. De zomer is bijna voorbij, hadden we dat al niet veel eerder moeten doen? Ja, maar het kwam er maar niet van.
Gisteren vergat ik te vertellen dat Lord Byron ´s ochtends meteen, met een air en een vanzelfsprekendheid alsof hij het al maanden gewoon was, in zijn badje stapte en zich ging wassen. Had hij misschien de hele nacht over nagedacht. Vannacht ging de harde wind liggen en gelukkig was het een stuk minder warm, 24° in onze slaaphut vinden we echt al lekker fris. Vandaag steekt de wind weer op, NW Bf 6, en viel er voor het eerst in maanden een echte, malse regenbui. Gedurende ongeveer 8 minuten. Ik heb een reis naar Holland geboekt bij Air Malta van 7 tot 21 oktober a.s.
Eind van de middag pakken we een bus naar het centrum van Valetta. Daarover morgen. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (7) Valletta Bus Terminal bij de Triton Fontein. Eén van de vele oude stadsbussen van Malta Dinsdag 16-09-2008
Gisteravond namen we op de kade een bus naar het centrum van Valetta. Er rijden hier prachtige, oude bussen in een hoge frequentie, ongeveer iedere 7 minuten en een ritje kost 47 (euro)cent. Allerlei vergeten merknamen doen hier nog gewoon dienst, zoals Bedford, Dodge, Perkins en Leyland (zie foto hiernaast) Hier een foto van de bestuurderspositie, uiteraard aan de rechterkant. Boven hem prijken talrijke stichtelijke plaatjes. Op het busstation bij de Triton Fontein stappen we uit. Er is een hoge poort die door de indrukwekkende vestingwallen van Valetta voert. Daarachter liggen Freedom Square en Republic Street, zeer druk met toeristen. Hoge oude gebouwen en talrijke oude kerken. In Old Theatre Street staan kitscherige heiligenbeelden tegen de gevels op de vier straathoeken (foto hier) Het is trouwens overal erg katholiek, niet verwonderlijk voor wie de geschiedenis van Malta als Hospitaalriddersstaat kent. We zien er ook een oud theater: Teatru Manoel Op het St John Square (in het Maltees: Misrah San Gwann) drinken we op een terras een matige mojito waar we liefst 35 minuten op moeten wachten. De mint was misschien op.
Vannacht vallen er wat buien, vandaag is het droog, winderig en bij lange niet zo warm als een week geleden. Bij het ontbijt genieten we van een vruchtensap dat we in de supermarkt ontdekten en dat we nog niet kennen: sap van de zuurzak ofwel guanabana. Overheerlijk! De Nederlandse naam "zuurzak" stamt uit voormalig Nederlands-Indië, geloof ik. Ik heb al een week een zweer aan mijn rechterwijsvinger, het gevolg van zo´n gemeen naaldje van een cactusvijg die ik zonder beschermende handschoen in Pantelleria plukte. Bij zes farmacia´s klop ik vergeefs aan voor trekzalf, in het Engels black ointment of drawing salve geheten. De apothekers glimlachen, ja, dat middel kennen ze nog wel, iets van vroeger, nee, ze hebben het niet meer. Gelukkig begint de zweer uit zichzelf te slinken. In de buurt van de haven vind ik een kapper, een aardige Marokkaan, genaamd Abdulrahim, die voor 5 euro mijn haar knipt. Het was méér dan nodig. "Tien jaar jonger", zegt Ans.
Daarna neem ik weer zo´n mooie, oude stadsbus naar Valetta. Bij het Teatru Manoel koop ik 2 kaartjes voor het concert waarmee op 27 september a.s. het seizoen geopend wordt. Het wordt gegeven door het Malta Philarmonic Orchestra o.l.v. Brian Schembri met op het programma Beethovens 5e pianoconcert en de 9e Symfonie van Schubert. Het kon beroerder. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (8) Msida Point met de invaart van Marsamxett Harbour. Links Lazaretto Creek en Manoel Island, rechts Valetta met Fort St Elmo op de punt Woensdag 17-09-2008
Een zonnige dag met een beetje wind. Niet zo warm, dus. Iedere ochtend komt een groentemannetje op de steiger langs. Zijn groenteauto staat op de kade en zijn waar is vers (zie foto hier) Het is hetzelfde mannetje dat met zijn karretje in de pilot van Rod Heikell op bladzijde 425 staat. De Engelse buurvrouw vindt dat hij de zaak bedonderd, maar daar hebben we niks van gemerkt.
Twee kleine klusjes vandaag: het glasscherm tussen het aanrecht en de zithoek goed vastgezet (zat los) en een stootrubber op het deurtje van onze slaaphut gezet (deurtje van natte cel sloeg er tegenaan) Morgen wil ik eens zien of ik de aangroei van de schroef kan afschrapen. Dit alles onder het motto: iedere dag een klusje en soms twee. Ik ben begonnen in de uiterst boeiende pil van Anthony Summers, "The Arrogance of Power. The Secret World of Richard Nixon" (Orion House, 2000, 640 blz.) De figuur van Nixon heb ik altijd een vreemd raadsel gevonden, een volkomen verknipte man die het machtigste ambt in de wereld bereikte. Een pathologische leugenaar die zijn eigen peilloze val veroorzaakte. (Süsskind en zijn megaversum heb ik weer even opzij gelegd)
´s Middags lopen we naar de punt bij de haven, Msida Point. Je hebt een mooi uitzicht op Marsamxett Harbour, Manoel Island en het oude Valetta (zie foto hierboven en hier) We nemen weer zo´n mooie oude stadsbus (foto hier) en via het knooppunt bij de Triton Fontein rijden we naar de oude vestingstad Vittoriosa, waar de hospitaalridders van de Joannieter Orde aanvankelijk leefden, na hun vlucht uit Rhodos en hun komst naar Malta in 1530. In de jaren erna bouwden ze, onder leiding van Grootmeester Jean de Parisot de la Valette, de veel grotere vesting Valetta die zijn naam kreeg. We lopen meteen naar Dockyard Creek, onder de oude stad, om de Grand Harbour Marina te bekijken (zie foto hier) en te beoordelen op zijn geschiktheid als potentiële overwinterstek. Maar dat valt tegen. Het is er niet bijster gezellig, er liggen wat miljonnairsjachten en de afstand naar de winkels is groot. Onze keus blijft dus om in Msida Marina te overwinteren, met zijn snelle busverbinding naar Valetta en de winkels niet al te veraf. We klimmen naar boven en slenteren door de oude, zeer schilderachtige stad met zijn vele doorkijkjes, trappen en steegjes (zie foto hier) Op onverwachte momenten zie je steeds weer de zee of één van de havens ter weerszijden. De vele wallen en fortificaties zijn indrukwekkend. Je kunt je goed voorstellen hoe Malta in staat was om een beleg te doorstaan, zoals in 1565 door de Osmaanse Turken, en in de WO II door de Duitsers. Anderszijds had Napoleon er in 1798 weinig moeite mee om de Ridders tot een snelle overgave te bewegen. Op een pleintje drinken we koffie. De stad (en heel Malta) is vol geschiedenis, die - heel Brits - op talloze gedenkstenen, gevelplaten en borden wordt weergegeven. Op een hoekhuis bij het terrasje waar we zitten, staat onder een crucifix een tekst die memoreert dat dit de plaats was waar de Ridders van de Orde de openbare terechtstellingen lieten uitvoeren, waarschijnlijk van geloofsafvalligen, ketters, verraders en misdadigers (zie foto hier) Je kijkt er een tijdje naar, je bedenkt dat hier op dit pleintje beulen hun werk deden, dat er misschien hele menigten kwamen kijken en je vraagt je af hoeveel doodsangst hier gevoeld is en waar het allemaal goed voor is geweest. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (9) Het Maltezerhuis, Nieuwegracht 14, Utrecht met de ordevlag aan de gevel Donderdag 18-09-2008
Een voortreffelijk zonnige dag. Twee klusjes: ik ga te water en schrap aangroei van de schroef. Dat gaat redelijk gemakkelijk, maar je moet steeds even naar de oppervlakte om adem te halen. Eigenlijk zou ik mijn duikuitrusting aan moeten, maar daar ben ik te lui voor. Het schoonmaken van de schroef is veel gemakkelijker als we deze winter een keer op de wal staan. Daarna vervang ik het kapotte lampje van het bakboord navigatielicht op de preekstoel en vervang een draadschoentje (of hoe heet zo´n ding) door een betere. Vlakbij is n.l. een goed voorziene chandlery.
Ik vroeg me af waarom het Napoleon in 1798 wél lukte om Malta te veroveren (en de Osmaanse Turken in 1565 en de Duitsers in WO II niet) Enig zoeken op Internet levert het antwoord: hij gebruikte een perfide list. Hij was met zijn vloot op weg naar Egypte en vroeg de Grootmeester van de Maltezer Orde of hij in Valetta vers water mocht innemen. Eenmaal veilig in de haven keerde hij zich tegen zijn gastheren. Er werden slechts weinig schoten gelost. De Grootmeester gaf zich over met het motief dat hij niet tegen mede-christenen wilde vechten. Daarna trad hij af en werd de Orde ontbonden, hoewel een aantal Ridders naar Sint Petersburg vluchtte en de Russische tsaar tot Grootmeester uitriep. Napoleon bleef zes dagen op Malta en probeerde door de afkondiging van talrijke edicten het om te vormen tot een Frans departement. Lang duurde het Franse bewind niet. Het Franse garnizoen werd al in 1800 verdreven met behulp van de Britse admiraal Nelson en de Maltezers zochten de bescherming van de Britse troon.
Toch is de Maltezer Ridderorde blijven bestaan, tot op de dag van vandaag. Met als voornaamste kern Sint Petersburg ontstonden er afdelingen in diverse andere landen. Maar sedert de Franse verovering en de vrijwillige inlijving van Malta bij het Britse Rijk, zonder soeverein grondbezit. Ook in Nederland is een afdeling: de Soevereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta geheten, sinds 1919 gevestigd te Utrecht in het bij Utrechters bekende Maltezerhuis op de Nieuwegracht 14 (zie foto boven) Daar vind je ook de geschiedenis van de Orde in Nederland. Er stijgt een belegen geur van adellijke, katholieke charitas uit op. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (10) The ultimate Malta Experience. Twee musici spelen Tulpen uit Amsterdam voor Ans Vrijdag 19-09-2008
Zonnige dag met aangename temperatuur. Vandaag geen klusjes, want we nemen opnieuw voor 47 cent de bus naar Valetta en lopen door andere delen van deze prachtige, oude stad dan de vorige keer. Het stratenpatroon binnen de vesting is rechthoekig. Er staan overal fraaie kerken en paleizen. Onder andere het paleis in Merchant Street waar Napoleon zes dagen verbleef nadat hij Malta in 1798 ingenomen had. Tegenwoordig zit het Ministerie van Buitenlandse Zaken erin. Aan het eind komen we bij het Sint Lazarus Bastion, waar we op een terrasje uitpuffen. Twee musici spelen voor Ans "Tulpen uit Amsterdam" als ze horen dat we uit Nederland komen (zie foto hierboven) Beneden in het bastion zien we The Malta Experience, een audio-visueel spektakel over de de 7000-jaar lange geschiedenis van Malta. Een nuttig overzicht. Over de zuidelijke wallen lopen we terug. Er zijn mooie uitzichten over Grand Harbour en het Fort St Angelo aan de overkant, bij de ingang van Dockyard Creek, waar we eergisteren waren (zie foto hier) Op deze plek stond een groot kanon in WO II, nu is er een oorlogsmonument: The Siege Bell. We genieten een late lunch op het St John Square. Tegen de avond begint de hemel te betrekken, er is minder weer op komst. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (11) Overdag is het nog zonnig Zaterdag 20-09-2008
Gisteravond kijken we naar een uitstekende film op DVD: "Amores Perros" ("Hondse liefde") van de Mexicaanse regisseur Alejandro González Iñáritu uit 2000. Het is zijn debuutfilm. Een rauwe film over honden en mensen die beide niet veel geluk hebben. Aanbevolen! ´s Nachts is er veel wind, er vallen enige forse regenbuien. Overdag is het winderig, de zon schijn tot ´s middags de hemel dichttrekt en de wind naar zuidoost draait en sterk aantrekt. Er komt een vervelende deining de haven in, we leggen de boot beter vast. We wilden uit eten gaan in het uitgaanscentrum St Julian´s Bay, maar het is geen terrasweer. We blijven liever op de boot.
Ik repareer een lamp in de keuken en worstel me door een aantal hoofdstukken in Summers. Vaak tamelijk saai, omdat hij al zijn beweringen wil staven met zoveel mogelijk bronnenmateriaal. Terecht natuurlijk, maar het wordt er niet leesbaarder door. Een aardig detail, desondanks, bijna het enige grapje in het boek: na de machtsovername in Cuba in 1959 door Fidel Castro zinnen Nixon (toen vice-president onder Eisenhower), de CIA en anderen op pogingen hem ten val te brengen of te vermoorden. Ian Fleming, de geestelijk vader van James Bond, was juist op bezoek en stelde een oplossing voor, "gentler than murder" Fidel belachelijk maken zou even effectief zijn. De Cubaanse bevolking zou bestookt moeten worden met propaganda met een waarschuwing voor radioactieve resten op het eiland, die zich ophopen in baarden en tot impotentie leiden. De volgelingen van Castro - en El Líder Máximo zelf - zouden zich haastig gaan scheren. Met het verdwijnen van het belangrijkste symbool zou de revolutie zelf ook snel inzakken.
Morgen begint de herfst.
Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (12) Op Manoel Island, achter Ans de brug die het eiland met de stad verbindt Zondag 21-09-2008
Veel regen vannacht, vandaag een mooie zonnige dag. We verkennen te voet een paar uur lang Manoel Island, dat met een brug verbonden is met de stad (zie foto hiernaast) Bij de brug runnen vrijwilligers een opvangcentrum voor eenden (zie foto hier), het is een verre herinnering aan de vroegere functie van dit eiland. Oorspronkelijk was het eiland in Marsamxett Harbour, waar de hospitaalridders een ziekenhuis hadden, namelijk de plaats waar ze zieke zeelieden in quarantaine hielden. Vandaar de naam Lazaretto Creek, de zuidelijke kreek langs het eiland waar ook een jachthaven is. De jachthaven valt ons wat tegen, vooral omdat de steigers niet afgesloten zijn. In het begin van de 18e eeuw werd op het eiland een prachtig fort gebouwd, Fort Manoel, waar 500 soldaten in huisden. Het beheerst de toegang van de haven volledig. De weg naar het fort is echter afgesloten, omdat het op vele plaatsen op instorten staat. Toch doet de bewaker de slagboom voor ons omhoog, omdat we zeggen dat we naar de Yacht Club willen lopen, helemaal op het uiterste punt van het eiland. De weg slingert door een vreemd verwaarloosd gebied met vestingwerken, dat helemaal in puin ligt. Overal zien we oude wallen en brokkelige muren, de kalkzandsteen is overal sterk verweerd, elders betonnen structuren, ingestorte bunkercomplexen, roestige hekken, alles overwoekerd door struiken. Waarschijnlijk ligt het al sedert 1942 zo in puin, toen de Duitse Luftwaffe zware bombardementen op Manoel Island uitvoerde. Daarna is er niets aan gedaan. Tenslotte komen we op de punt. Daar is de ingang van het fort, tevens de ingang van de jachtclub. Er is geen mens. Alles dicht en afgesloten achter hekken in afwachting van een omstreden restauratie. Weliswaar wordt het fort in de toekomst geheel gerestaureerd, inclusief de hele mooie kapel voor de Heilige Anthonius die ergens in het complex moet staan, maar de rest van het eiland is in handen gegeven van projectontwikkelaars, die er in de komende jaren allemaal appartementencomplexen mogen bouwen. Het uitzicht is overigens erg mooi, over de haveningang met rechts de forten en kerken van Valetta en links de landtong van Tigne Point, die ook al door projectontwikkelaars wordt volgebouwd met luxe appartementen (zie drie foto´s hier)
Vanmiddag, we zijn terug aan boord en lezen in de kuip, probeert Lord Byron aarzelend wat onzekere twielpjes. Het lijkt nog nergens naar, maar het is een begin. Op de site van de NRC lees ik dat het opstarten van de Large Hadron Collider bij CERN in Zwitserland met technische problemen kampt. De "verklaring" van de Oerknal is met twee maanden uitgesteld. Veel mensen overlijden in die tijd. Die zullen het dus nooit weten. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (13) We ruimen de dinghy op het voordek op Maandag 22-09-2008
Gisteravond lekker samen uit eten in het restaurant op de driemaster "Black Pearl", waar we twee weken geleden al een keer aten. Dit keer Kip Limoncello (Ans) en Maltese Rabbit (ik) konijn dus, smakelijk, maar veel erg kleine botjes.
Weinig te melden, verder. Het is een aangename dag, niet te warm, toch zonnig. We maken de boot schoon en ruimen de dinghy op (zie foto hiernaast) We maken een aantal afspraken met familie, vrienden, tandartsen, e.d. voor als we over ruim twee weken in Holland zijn en we lezen veel. |
|
Msida Marina, Malta (14) Marsamxett Harbour vanaf het bastion boven Hay Wharf. De ferry naar Gozo vaart juist uit. Aan de steiger links ligt Dulce Dinsdag 23-09-2008
Het is broeierig warm vandaag, 27° Ik maak een fietstocht rond Msida Creek en Pieta Creek naar de noordwestelijke bastions van Valetta, het gebied bij Hay Wharf. Daar mag je niet komen, het is militair terrein. Er liggen wat marineschepen. Op de wallen en bastions erboven zijn de regeringsgebouwen en het hoofdkwartier van de politie. Ik ontdek een mooie, schaduwrijke tuin op de bastions, waar je wel mag komen: de Sa´Maison Gardens (foto hier) Vanaf de bastions heb je fraaie uitzichten over Marsamxett Harbour, waar juist de veerboot naar Gozo uitvaart (zie foto hierbij en 2 hier) De hoge, steile wal van het Salvatore Bastion werpt rond het middaguur een aangename schaduw over de tuin (foto hier) Aan de voet van de wallen zijn op verschillende plaatsen oude Britse garnizoenswapens in de muur gekerfd, misschien door soldaten die tijdens het beleg in WO II hier gelegerd waren. De onuitroeibare behoefte om sporen achter te laten. Kilroy was here. De teksten en de jaartallen zijn niet meer leesbaar, kalkzandsteen verweert snel. In een perkje zelf staan drie stenen leeuwen, één is omgevallen (foto hier), verderop hebben de soldaten - uit verveling? - een tamelijk karikaturaal kasteel gemaakt (foto hier) Het is volledig stil in deze prachtige tuin, er is niemand. Hij ligt dan ook ver van de gebieden waar de toeristen heengaan, op een kwartiertje fietsen van onze boot.
´s Middags lees ik verder in Summers´ "The Arrogance of Power" uit 2000, opnieuw onder de indruk van de vergaande verkniptheid van de persoon Nixon. Ik heb destijds de onthullingen over Watergate van Woodward & Bernstein gelezen, maar ik was me er niet meer zo van bewust dat Nixon zóveel misstappen beging, dat Watergate nog maar één van de geringere was. Over ieder ervan had hij moeten vallen. Bijvoorbeeld zijn intense banden met de mafia, de pogingen om Castro te vermoorden (toen nog formeel een bevriend staathoofd), de vele illegale geldstromen uit Saudie-Arabië en het Griekse kolonelsregiem, de omkoperijen en de steekpenningen, de perfide spaak die hij in het wiel stak bij de vredesonderhandelingen van president Johnson om te voorkomen dat zijn rivaal Kennedy er profijt van zou hebben, enzovoorts. En die voortdurende smerige streken en leugens, waar hij dan uiteindelijk ook in vastloopt. En nog steeds, ook na zijn aftreden, blijven ontkennen dat er iets mis was. Die tenenkrommende houding van elder statesman, die hij zich na zijn verdiende val aanmat. Het blijft verbazen (en verontrusten) dat zo iemand de machtigste functie in de wereld kon bemachtigen. Er is veel mis met de Amerikaanse democratie maar in elk geval heeft men hem tot aftreden weten te dwingen. Dat pleit weer voor het systeem.
Aan het eind van de middag wordt het snel aardedonker. Er komt een zwaar onweer opzetten uit het noordoosten. Een paar keer slaat de bliksem met fel knetterende slagen ergens in de buurt in. Daarna valt er in korte tijd heel veel regen. We houden het in de gaten, maar tot dusver (afkloppen) hebben we nergens lekkage. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (15) In de Gala supermarkt in Msida Woensdag 24-09-2008
Heel veel regen, vannacht. Vandaag is het weer redelijk zonnig. We doen uitgebreid boodschappen in de grote supermarkt in de wijk Msida (foto hiernaast) Eigenlijk hebben ze alles, zelfs Maggi, Aromat, oude Hollandse kaas en Sandwich Spread en dergelijke. Het enige dat ontbreekt zijn SenSeo-padjes. We maken verder schoon schip, ik stel de TV en de radio in op de zenders die we in Malta kunnen ontvangen. Gelukkig is er ook een klassiek radiostation, Classic FM. Een beetje populair, maar vooruit. Ik lees Summers uit. Watergate behandelt hij uiteraard als laatste, maar - zoals gisteren gezegd - het was niet eens de ergste misstap van Nixon. Toen Summers het boek schreef, in 2000, was de identiteit van Deep Throat nog niet bekend, de man die in 1974 de geheime bron voor Woodward & Bernstein was. In 2005 maakte hij zich bekend: W. Mark Felt, adjunct-directeur van de FBI. Het lot van Nixon was een beklemmend drama, dat hij zichzelf eigenlijk aandeed. En niet zonder gevaar voor de wereld, want in het laatste jaar van zijn presidentschap, toen hij eigenlijk ontoerekeningsvatbaar was en nauwelijks met iets anders bezig dan met de cover up van zijn misstappen, was hij nog steeds de opperbevelhebber en de machtigste man ter wereld. Onthullend te lezen hoe ministers als Kissinger en Schlesinger in de laatste periode zijn opdrachten meestal negeerden als die gevaarlijk of vreemd waren.
Via het Gastenboek en de e-mail ontvang ik een artikel dat Hans Tomson schreef naar aanleiding van ons geschil met de Gemeente Papendrecht over het briefadres. Tomson werkt bij het Adviesbureau Burgerzaken van de Gemeente Amsterdam en het artikel verscheen in het augustusnummer van het tijdschrift Burgerzaken & Recht (15e jaargang, nr 7/8) Je vindt het artikel onder de knop hieronder. Duidelijk is dat hij de uitspraak van de bestuursrechter van Dordrecht onderschrijft. Daarmee zijn we dus niet geholpen als wereldzeilers (en back packers en andere zwervers) Het blijft vreemd dat er in de wetgeving niet rekening kon worden gehouden met mensen die erop uit trekken, hun inkomen in Nederland ontvangen en keurig belasting betalen en verder geen enkel kwaad uitvoeren. Terug naar boven | jurisprudentie_briefadres.pdf
|
|
Msida Marina, Malta (16) Het regent en we blijven lekker lang in bed. Foto met de zelfontspanner Donderdag 25-09-2008
Opnieuw veel regen vannacht en vanmorgen regent het nog steeds. We blijven lekker lang in bed liggen (zie foto hiernaast) Een stevige noordwestenwind blaast in de loop van de dag de hemel weer schoon. Ans wast de gordijntjes boven het aanrecht, ze zijn vet geworden van et koken. Ik demonteer de roe die we ook ontvetten. Van Ernst Steinmeier van Zeilen krijg ik bericht dat ze mijn artikel over de ontmoeting met het migrantenschip graag willen plaatsen, waarschijnlijk in januari of februari a.s. om enige afstand te creeëren met een eerder artikel over een dergelijke ontmoeting in het nummer van mei jl.
Het nieuws is niet erg opwekkend. In de VS trekt de regering Bush er een megabedrag van 700 miljard dollar voor uit om de voortwoekerende bankenkredietcrisis op te lossen. Critici vinden dat het onverantwoord gretige gedrag van de banken ten onrechte wordt afgewenteld op de belastingbetaler. Bush denkt dat het geld op den duur weer terugkomt als de crisis is afgewend. Ik weet het niet. Niemand weet het. Alleen verbaas je je over het relatieve gemak waarmee zo´n immens bedrag wordt gefourneerd om de gevolgen van wangedrag van bankmanagers af te dekken. Het Amerikaanse Congres zal er wel mee instemmen. Terwijl datzelfde Congres destijds in 1993 de bouw van een geweldig project, een superdeeltjesverneller (de Superconducting Supercollider in Texas) voor "slechts" 12 miljard dollar, nog groter dan de LHC van CERN in Genève, afblies. Terwijl er nota bene al 2 miljard dollar voor was uitgegeven. En waarom? Omdat de bouw van het internationale Space Station ook al zoveel kostte en men vond dat je de belastingbetaler niet kon opzadelen met twee van die grote projecten tegelijkertijd. Overigens lees ik ook dat het opstarten van de LHC nu zes maanden is uitgesteld, naar voorjaar 2009. En dat de toename van de concentratie van koolstofdioxide in de atmosfeer in de afgelopen vier jaar sneller was dan in het allersomberste scenario van IPCC China heeft in die periode de VS verdrongen van de eerste plaats als grootste vervuiler en India rukt op naar de derde positie. De mensheid dendert door op zijn ramkoers. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (17) Tarxien tempels. Een small lady bij de onderhelft van een Fat Lady Vrijdag 26-09-2008
Gisteren heeft Ans de nagels van Lord Byron geknipt. Die waren veel te lang geworden. Hij was ontzettend bang en er lieten maar liefst vier staartveren los. Daarna moest hij een hele tijd bijkomen in zijn kooi. Het kan zomaar gebeuren dat ze bij zo´n operatie dood blijven. Enfin, vandaag was hij weer zeer actief.
Vandaag nemen we de bus naar de Tarxien Tempels in het stadsdeel Paola. Het hoort bij de top-vier van tempelcomplexen die op de vaste route van de toeristen liggen, maar verder zijn er meer dan veertig overige, in meer of mindere staat, over de eilanden Malta en Gozo verspreid. Want er was hier al vanaf 7000 jaar geleden sprake van reguliere bewoning door stammen die van de landbouw leefden. De alleroudste bewoners kwamen waarschijnlijk van Sicilië (bij goed weer kun je vanaf Sicilië Malta op 90 kilometer afstand zien liggen) Over hen is nauwelijks iets bekend. Ze leefden in grotten en gebruikten primitieve stenen werktuigen. Van hun opvolgers is veel meer bekend. Die leefden in het neolithicum, vanaf 6000 jaar geleden, en ze bouwden grote tempels - lang voor de Egypenaren pyramides en de Grieken tempels bouwden en in Engeland Stonehenge werd gebouwd.
Maar eerst gaan we langs het Hal Saflieni Hypogeum. Dat is een kilometer eerder in Paola. Het is een wereldberoemd ondergronds tempelcomplex en later een dodenstad, een ondergrondse begraafplaats. Er zijn vele gebruiksvoorwerpen en beeldjes uit de Steentijd gevonden, onder andere de fameuze "Fat Ladies", vrouwelijke beeldjes met een weelderig onderhelft en een smalle bovenkant. Vruchtbaarheidsgodinnen? De geleerden zijn het er niet over eens. De toegang tot het complex is in een gewoon woonhuis in een straat, aan de deur is alleen een bordje. Je moet reserveren, iedere dag mogen er maar een beperkt aantal mensen in, want men handhaaft er een strikt microklimaat qua temperatuur en kooldioxide. Het is volgeboekt tot liefst 20 oktober! Voor ons niet erg, we zijn dan zeker nog hier (na Holland), dus we boeken voor een bezoek op 24 oktober.
We lopen de kilometer naar de Tarxien tempels. Het terrein ligt midden in de stad en is kleiner dan ik dacht. Toch indrukwekkend. Dit onbekende volk maakte in het hele gebied van de Middellandse Zee, de toenmalige wereld, als eerste zulke tempels. Onder een eucalyptusboom liggen ronde stenen op een hoop. Die gebruikten ze om de grote brokken steen naar hun plek te rollen. De tempels werden achtereenvolgens gebouwd vanaf ruim 6000 jaar geleden. Voor welke godheden? Dat is niet bekend. De oriëntatie van de verschillende tempels is niet hetzelfde. Sommige liggen precies parallel achter elkaar, andere niet (zie twee foto´s hier) We zien hier en daar altaren en grote stenen met inscripties, eigenaardige abstracte cirkelvormige structuren. Op een paar grote stenen zijn tekeningen van schepen gegrift, moeilijk te zien, want er zit een beschermende plaat plastic over. Op een andere plaats zijn platte reliëfs gebeiteld van twee stieren en een ander dier. Het lijkt een koe met zogende kalfjes (zie foto hier) Niet ver van de ingang van de eerste tempel staat een beeld, het onderstuk van een Fat Lady (zie foto boven en hier) Merkwaardig. Op een rotsblok zitten we een tijd te kijken naar deze vreemde plek. Je zou een tijdreiziger willen zijn, zeg ik tegen Ans, en naar hun tijd kunnen reizen om ongezien in hun midden te lopen. Wat je zou zien? Vermoedelijk mensen die op rituele wijze hun offergaven op een altaar leggen, misschien begeleid door enigerlei gebed of gezang, om de goden gunstig te stemmen voor regen en een goede oogst.
Op tijd terug aan boord. Om vier uur zou een monteur langskomen om het kapotte element in de boiler te vervangen. Ik zou het misschien wel zelf kunnen, maar ik vertrouw het niet helemaal met al die slangen. Helaas komt de monteur niet. In het kleine hutje blijkt de boekenplank van de wand te zijn gevallen. Te zwaar beladen, dat krijg je met zoveel boeken. Mooi klusje voor morgen. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (18) Johan (rechts) en zijn collega vergelijken de het oude en het nieuwe element Zaterdag 27-09-2008
Vandaag vrijwel de hele dag monteurs over de vloer. Ze vervangen het kapotte element van de boiler. Dat blijkt niet zo eenvoudig als het leek. De plaats in een hoek onder een kuipbank maakt de klus lastig, er is weinig werkruimte. Natuurlijk loopt door een stommiteit van mij alle water uit de boiler in de bilge. Bovendien blijkt op zeker moment de schroefdraad van het nieuwe element, dat ik maanden geleden bij Rob Krijgsman in Drimmelen haalde, niet te passen. Onder leiding van de baas, een Nederlander met de naam Johan Huy, lukt het om de zaak met vijlen passend te maken (zie bijgaande foto) Wat was er nou eigenlijk mis met het oude element? Volgens Johan is het "opgeblazen". Oh. Het stond volgens hem ook op een te hoge temperatuur afgesteld, ongeveer 85°. Dat kun je beter lager afstellen, op 60°. Oh. Johan is een bijzondere man. Hij woont al een jaar of vijftien op Malta, heeft tegenover onze steiger een eigen bedrijf en een chandlery. Het heet White Sails. Hij vertelt veel over de toestanden op Malta. Al die verhalen vergen een groot deel van de dag, maar dat vindt Johan niet erg.
Het is een groot genoegen om aan het eind van de middag, nadat we alles opgeruimd hebben, een lekkere warme douche te nemen. Vanavond gaan we samen naar een klassiek concert in het Teatru Manoel in de binnenstad. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (19) Teatru Manoel, Valletta. Applaus na de uitvoering van de 9e Symfonie van Schubert Zondag 28-09-2008
Door de regen lopen we gisteravond naar de bushalte. Een oude Bedford brengt ons rammelend en schuddend naar Valletta. Het oude Teatru Manoel ziet er schitterend uit, een juweeltje van een baroktheater. We hebben plaatsen in de zaal, op de begane grond. Toen ik de kaartjes kocht vroeg ik waar je de beste geluidskwaliteit had. In de zaal zelf, zei de dame achter de kassa beslist. Rond ons heen rijzen de galerijen vijfhoog op (foto hier) De zaal is helemaal uitverkocht. Op het podium het bekende beeld van musici die hun instrumenten stemmen. Het toneel is niet erg groot, het moet er krap zijn en veel musici gaan schuil achter de grote vleugelpiano op de voorgrond. Opeens is het stil, het publiek in de zaal gaat staan: het Malta Philarmonic Orchestra speelt (zonder dirigent) kennelijk het nationale volkslied. Daarna komen de dirigent Brian Schembri en de solist Stefan Cassar samen op. De uitvoering van Beethovens´ 5e pianoconcert is niet denderend, omdat de piano alles overheerst. De klank van het orkest is in verhouding veel te zacht en weinig genuanceerd. De akoestiek is muf en droog, zonder enige nagalm. In de pauze drinken we een glas wijn in de elegante foyer (foto hier)
Dan volgt de grote 9e Symfonie in C-groot van Schubert. En nu is alles veel beter. Zonder het overheersende geluid van de piano klinkt het orkest veel beter en mooier. Ze geven een mooie, gedreven uitvoering van de symfonie. Een werk waar ik ten onrechte nooit veel aandacht aan besteed had. Wat een prachtige, dansante symfonie is dat toch! Levendig, zelfs vrolijk, maar de melancholie is nooit ver te zoeken bij Schubert. We genieten met volle teugen. Ik moet denken aan mijn oude schoolkameraad Wim Thijs, die nooit iets van Schubert moest hebben. Een Biedermeiermannetje, zei hij altijd misprijzend. Onbegrijpelijk! Als Schubert iets niet is dan is het dat wel! Hij schreef zelfs muziek die ik tot de mooiste reken, die ooit gemaakt is, zoals het onnavolgbaar schone Strijkkwintet en een aantal van de pianosonates. Willem heeft nooit naar Schubert willen luisteren, vrees ik, anders zou hij zoiets nooit zeggen.
Na het slotapplaus gaat het publiek opnieuw staan. Het orkest speelt nogmaals het volkslied. Merkwaardige gewoonte. Voldaan lopen we over de van regen glinsterende straten van Valletta naar het busstation bij de Triton Fontein. Het is kwart over elf als we weer aan boord komen. Er is een probleem met de boiler, overigens. Eerder vandaag leek hij letterlijk "over te koken". Er stroomde gloeiend heet water in het bilgeputje, dus voor we weggingen heb ik de boiler uitgezet. Nu ik - bij terugkeer - hem weer inschakel, begint hij na drie kwartier weer over te koken. Het is duidelijk: op één of andere manier staat de thermostaat veel te hoog. Of hij werkt niet en begrenst dus niet. Het water in de boiler wordt veel te heet, zet uit en drukt het drukventiel open en vloeit af. Ik schakel de boiler uit en we gaan slapen. Maandag zullen we Johan vragen ernaar te kijken.
Vandaag - zondag - is een mooie, zonnige dag, die we lui lezend in de kuip doorbrengen. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (20) Een Italiaans marineschip draagt 101 migranten uit Afrika over aan de P52 van de marine van Malta (foto uit de Times of Malta) Maandag 29-09-2008
De stroom Afrikaanse migranten uit Libië houdt aan. Alleen dit weekend kwamen er 139 aan op Malta. Op zondag zijn er 28 vlakbij geland; ze waren al aan wal en zwierven rond voor ze aangehouden werden. Een aantal uren later hield een Italiaans marineschip in de Maltese wateren een houten boot aan met 101 migranten, 87 mannen, 10 vrouwen en 4 kinderen. Vlakbij de kust werden ze overgedragen aan een Maltese kunstwacht (zie foto hiernaast) en vannacht op Hay Wharf, tegenover ons op nog geen zestig meter afstand, aan wal gebracht. Op Lampedusa werden ditzelfde weekend 150 Afrikaanse migranten uit drie boten aan wal gebracht. Allemaal afkomstig uit Libië, de kust die in vroeger eeuwen de uitvalsbasis was voor de rooftochten van de barbarijse moslimpiraten. Het kan verkeren. Het eilandje lijkt de hoofdstroom van de illegale migranten te ontvangen. Onbekend is hoeveel er verdrinken. Ze drijven in hun wrakke boten gemiddeld twee tot vier dagen op zee, voor ze opgepikt worden. De afgelopen drie jaar zouden het er 50.000 zijn geweest op meer dan 700 boten, alleen op Lampedusa, levert een zoektocht op websites van Italiaanse kranten op. Sedert januari 2008 waren het er 6500 op meer dan 100 boten, een cijfer dat overigens niet op een toename wijst. Op Malta bracht men dit jaar 2400 aan wal. Zestig procent komt uit de landen van de Maghreb, 18% is afkomstig uit Oost-Afrika (vooral Somalië en Eritrea), 15% komt uit West-Afrika (o.a. Nigeria) en de rest komt van het Indiase subcontinent of het Midden Oosten. In veel gevallen heeft de hele familie van een migrant het geld bijeen gespaard om de criminele mensensmokkelaars, die de overtocht regelen, te kunnen betalen. Vooral de smokkelaars worden er rijk van, de familie moet maar afwachten of (meestal) hun zoon erin slaagt om te ontsnappen en illegaal genoeg geld te verdienen om naar huis te sturen. In The Times of Malta zijn de afwijzende reacties van lezers niet van de lucht. Er is veel verzet bij de bevolking. Velen roepen de regering op om maar weer snel uit de Europese Unie te treden, zodat Malta zich niet aan de Europese regels hoeft te houden en ze zonder meer kan repatriëren. Die mensen onderschatten het probleem, want als voor Malta de oplossing ergens vandaan moet komen, is het juist uit de EU. In Italië heeft de nieuwe regering van Berlusconi overigens wel drastische repatriëring aangekondigd en daarover wordt een fel debat gevoerd, want juist in Italië kan men zich nauwelijks meer redden zonder al die illegale Afrikaanse arbeiders. Die doen het vele werk waar de Italianen zich te goed voor voelen.
Vandaag is het opnieuw lekker zonnig. Klus-ochtend. Ik maak de bodem van de motorruimte schoon, er lag wat olie. Het peil van de motorolie is overigens prima. Dan laat ik de motor een kwartiertje lopen, mede in de hoop dat het geluid Lord Byron tot zingen aanzet, zoals destijds in Barbate ook het geval was toen we hem net gekocht hadden. Maar helaas, hij wordt er weliswaar opgewonden van en springt heen en weer op zijn stokjes, maar hij brengt het niet verder dan twieteren en pruttelen. Zou hij het zingen verleerd hebben? We raadplegen deel 3 van de serie boeken van zeiler Leonard van Veldhoven, die ook een kanarie in de rui had. Die heeft er maanden over gedaan om weer te gaan zingen, blijkt. We geven dus de moed niet op. Daarna haal ik op de fiets bij een ironmongery in de buurt vijf meubelhoekjes en 20 schroeven. Daarmee breng ik tot volle tevredenheid het boekenkastje in het kleine (derde) hutje weer stevig op zijn plaats aan (foto hier) Het was onderweg van de wand gevallen.
De weerberichten tonen dat we komend weekend de eerste storm kunnen verwachten, uit het noordwesten. Je mag hopen dat er dan geen migrantenboten op zee zijn. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (21) The Sleeping Lady of Malta, 5000 jaar oud, National Museum of Archeology, Malta Dinsdag 30-09-2008
De dag begint bewolkt, later gaat het regenen en het blijft de hele dag regenen. De föhn van Ans begeeft het en ondanks een verwoede poging kan ik hem niet maken. We nemen de bus naar Valetta en bij de stadspoort gaan we ieder ons weegs. Met paraplu (zie foto hier) Ans gaat cadeautjes kopen voor de kleinkinderen en ik bezoek een boekhandel. Altijd één van de leukste dingen om te doen en dan vooral Engelse boekhandels. Volkomen onoverzichtelijk en rommelig, ideaal dus om schatten te zoeken. Behalve een boek van Henning Mankell ("Kennedy´s Brain", 2005, Eng.vert. 2007) vind ik een splinternieuw boek van de Britse historicus Christopher Kelly, "Attila the Hun. Barbarian Terror and the Fall of the Roman Empire" (The Bodley Head, 2008) Voorzien van deze schatten bezoek ik het tegenover de boekhandel gelegen National Museum of Archeology, gevestigd in een voormalig paleis van de Maltezer Ridderorde genaamd Auberge de Provence. Er is een fraaie overzichtstentoonstelling van vondsten uit de tijd van de eerste bewoners van Malta. In tegenstelling tot de toeristenfolders, die allemaal bluffen dat Malta zo vroeg bewoond werd, kun je hier goed zien dat juist betrekkelijk laat bevolkt werd. Voor een vroege, levensvatbare kolonisatie door jagers-/verzamelaars was het eiland immers veel te klein, hoewel de kusten van de Middellandse Zee allang bevaren werden. De verspreiding van de agrarische revolutie vanuit Mesopotamië, de Vruchtbare Halve Maan, voltrok zich circa 10.000 jaar geleden eerst en vooral langs de kustgebieden en op de grotere eilanden, zoals Kreta, Sardinië en Sicilië. Toen de landbouwmethoden doelmatiger werden staken rond 5200 vChr de eerste kolonisten met zaden, planten en gedomesticeerd vee vanuit het voller rakende Sicilië over naar de Maltese archipel. Ze woonden in grotten en hutten en vervaardigden dezelfde werktuigen, aardewerk en andere voorwerpen als elders in de kustgebieden. Opvallend vroeg verschijnen echter de eerste uitbeeldingen van menselijke figuren. Het museum heeft daar fraaie voorbeelden van, kleine okerkleurige kleifiguurtjes van vooral vrouwen. Curieus is natuurlijk wél dat men op Malta heel erg vroeg een indrukwekkende begrafenis- en tempelcultuur ontwikkelde. Veel eerder dan elders. Daar is niet echt een verklaring voor, behalve dan dat ondanks de scheepvaart de eilandcultuur een groot isolement kende en zonder veel externe invloeden een eigen vorm kreeg. Natuurlijk zijn er in de museumcollectie ettelijke Fat Ladies, vrouwenfiguren van wat later datum, met brede heupen en een smal bovenlijf, die bij de opgravingen van de tempelcomplexen gevonden werden. De meeste zijn klein maar er is ook het origineel van de enorme Fat Lady - althans de onderkant ervan - dat we eerder deze week in het tempelcomplex van Tarxien zagen. Dat was ooit wel een meter of drie hoog (die foto staat hier) De mooiste is echter heel klein en terecht wereldberoemd, The Sleeping Lady of Malta, ook wel de Venus van Malta genoemd. Niet meer dan 14 centimeter breed en acht hoog, ligt ze met haar grote heupen te slapen, op haar zij, op een ruw bed - al 50 eeuwen lang. Ze werd gevonden in een gat in het Hypogeum, de ondergrondse tempel- en dodenstad, waar we op 24 oktober a.s. naar toe kunnen. Ik vind haar prachtig. Je mag natuurlijk geen foto´s maken in het museum, maar op Internet is ze uiteraard wel te vinden. Zie de foto hierboven. Ik vind haar zo mooi dat ik in de museumwinkel voor 15 euro een redelijk getrouwe replica koop, even groot als het origineel. Die krijgt een mooi plekje op de boot en - later - ooit in een huis dat we bewonen.
Na het museum lunchen we op een overdekte binnenplaats in een ander oud gebouw, La Societá Fil Naz geheten, volgens een plaquette opgericht op 19 oktober 1874 (toevallig ook de verjaardag van mijn dochter Floor) (zie foto van de sociëteit hier) Ans neemt een omelet maar ik kies voor een gebakken Lampuki, de vis van Malta. De vismethode is merkwaardig. De vis zoekt graag schaduw op. Daarom binden de vissers grote palmbladeren achter hun boten, waaronder de Lampuki´s zich verzamelen en gevangen worden. De visser die we weken geleden bij de migrantenboot tegen kwamen, deed het ook zo (maar hij ving niks) De Lampuki is een dorade of mahi-mahi, die in de herfst (van eind augustus tot november langs Malta trekt) Het blijkt een stevige en smakelijke witvis, hij doet aan tong denken. Met de bus rijden we terug naar de haven, het regent nog steeds, de steigers zijn nat en glad (foto hier) De replica van de Sleeping Lady moet aan boord een plekje krijgen, waar ze stormvast staat, niet in de weg zit en tóch goed zichtbaar is. Vooralsnog plaats ik haar met klitteband op de weerkaartenontvanger, die we nooit gebruiken (zie foto hier) Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (22) De verspreiding van landbouw en veeteelt in Europa, 8000 jaar geleden (koolstofdateringsmethode) Woensdag 01-10-2008
Vannacht heel veel regen en onweer. Een aantal keren kom ik uit bed om te controleren. Er vallen enorme hoosbuien, zo erg zag ik ze nog niet vaak. Je ziet geen hand voor ogen, behalve als er een bliksemontlading is en lange bliksems langs het zwerk flitsen. Het duurt uren. Uiterst bevredigend is dat het helemaal nergens lekt. Zelfs niet in de bakboord klerenkast in onze hut, waar we afgelopen winter in Lagos last van hadden. Vandaag is het water in de haven grijs, troebel en ondoorzichtig. Het stinkt af en toe. De riolen en de straten in de stad, ze wateren allemaal hierlangs af naar zee. Het is een tamelijk zonnige dag, tegen de avond betrekt het weer en voor de komende dagen staan ons harde wind en thunderstorms te wachten. Dezer dagen verwachtten we Jaap & Diana met hun Kiara, maar met deze vooruitzichten zullen ze nog wel even in Syracuse blijven. Na het weekend lijkt het weer op te knappen.
Ik zit vandaag wat door te peinzen over de ontdekking en de verspreiding van de landbouw, naar aanleiding van het museumbezoek van gisteren. De landbouw ontstond rond 11.000 jaar geleden in Mesopotamië en verspreidde zich snel over de wereld, naar het Indiase subcontinent, richting Zuidoost-Azië en vooral langs de randen van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Hierboven zie je daar een mooi kaartje van, dat ik op Internet vond. Je ziet onderaan dat de vroegste verspreiding inderdaad langs de kusten en de grote eilanden van de Med was, ongeveer 8000 jaar geleden. De overgang van jagers/verzamelaars volken naar reguliere landbouw en veeteelt maakt een forse groei in bevolkingsaantallen mogelijk. Terecht wordt gesproken van de "agrarische revolutie". Er is een interessante theorie over klimaatverandering aan verbonden door William Ruddiman en Jonathan Thomson. Voor het vrijmaken van grond voor landbouw was grootscheepse ontbossing nodig, waardoor veel kooldioxide in de atmosfeer werd gebracht. De concentraties van methaan, een sterk actief broeikasgas, in de atmosfeer stegen door (natte) rijstbouw en veeteelt. Ongeveer 8000 jaar geleden zie je iets ongewoons gebeuren: de concentraties van beide gassen - die na de laatste IJstijd en een piek in het het Dryas tijdperk sterk waren teruggelopen - stegen opnieuw. Het is gebruikelijk dat in een Interglaciaal de niveaus laag blijven tot er een nieuwe IJstijd aanbreekt, maar dat gebeurde dus niet. Het tijdstip van de ongebruikelijke toename is verdacht dicht bij dat van de ontwikkeling van landbouw en veeteelt. De stelling van Ruddiman en Thomson is dan ook, dat de menselijke beïnvloeding van het klimaat niet begon met de industriële revolutie maar veel eerder, met de agrarische revolutie. Ik haal deze gegevens uit "Ice, mud and blood" (2008, MacMillan) van Chris Turney van de Universiteit van Exeter, dat ik deze zomer las. Tegen de tijd van de industrialisatie, zegt hij, hadden onze agrarische voorouders de niveaus van broeikasgassen al naar de bovengrenzen gestuwd van hun natuurlijke bandbreedtes. Anders zouden ze lager zijn geweest, bedoelt hij. "I guess if we want to look on the bright side we can always say we´ve stopped an Ice Age" (page 149) Er zijn eerder auteurs geweest bij wie ik las dat de menselijke invloed op het klimaat het aanbreken van de volgende IJstijd verhindert. Ik betwijfel of dat optimisme gerechtvaardigd is. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (23) De groei van de wereldbevolking over de laatste 10.000 jaar Donderdag 02-10-2008
Rustige nacht. Ik doe op de fiets boodschappen bij de Gala supermarkt. Daarna regent het een uur. Mooi tijd voor Internetbankieren. Dat gaat hier soms moeizaam vanwege de instabiliteit van het draadloos WiFi-netwerk van Vodafone. Heb je net al je opdrachten gereed staan voor verzenden, valt het netwerk juist uit. Enfin, uiteindelijk lukt het. Daarna is het droog. We gaan naar het havenkantoor om de maand september af te rekenen. Het is hier aangenaam goedkoop, na alle peperdure havens in Italië, 300 euro voor een maand. Een wintercontract voor zes maanden, dus tot eind april, kost maar 1300 euro. We lopen naar White Sails Ltd, het bedrijf van Johan op de kade. Hij is er en komt de thermostaten van de boiler bijstellen. Met enige moeite zet hij ze op 80° respectievelijk 60° Ook neemt hij een lege gasfles mee om te vullen. Helaas, na drie uur loost het overdrukventiel opnieuw kokend water in het bilgeputje. Dat is minder snel dan eerst, toen duurde het maar drie kwartier, maar het klopt dus nog niet. Ondertussen wisselen buien en zon elkaar af, het is toch nog liefst 28° buiten. Ik poets de beide olielampen en knip een mooi recht randje aan de kousen. Ans spuit het vuil van het dek, dat met de regen mee komt. Het is allemaal niet zo opzienbarend wat we beleven, zeker niet, maar wel lekker vreedzaam.
Gisteren schreef ik over de agrarische revolutie van 10.000 jaar geleden, en hoe die een veel snellere groei van de wereldbevolking mogelijk maakte dan in het tijdperk van de jagers/verzamelaars. In de tijd van het Romeinse Rijk woonden er al 300 miljoen mensen op aarde. Tegenwoordig zijn het er 6 miljard. Die groei zie je in de grafiek hierboven. Ik vind het altijd een indrukwekkend plaatje. Het is allemaal mogelijk gemaakt door de bijzondere kenmerken van Homo Sapiens, zijn vindingrijkheid en de enorme ontwikkeling van technologie en wetenschap die daar het gevolg van was. De achtereenvolgende revoluties van landbouw, industrie en technologie maakten het mogelijk die ongebreideld groeiende wereldbevolking van voedsel en drinkwater te voorzien en steeds opnieuw de grenzen aan de groei te doorbreken, die malthusiaanse deskundigen voorspelden. Denk bijvoorbeeld aan het Rapport van Rome uit de jaren ´70. Kan dat maar zo doorgaan? Zijn er dan geen grenzen aan de groei van de wereldbevolking? Bijvoorbeeld door de snel toenemende opwarming, die de groeiende mensheid zelf veroorzaakt? Veel demografen putten hoop uit het verschijnsel dat in welvarende gebieden het geboortecijfer sterk terugloopt, tot zelfs onder de vervangingsfactor. Naarmate de wereldbevolking welvarender wordt, zou ze in omvang weer gaan afnemen. Veel prognoses voorspellen die ombuiging rond 2100, bij een wereldbevolking van circa 9 of 10 miljard, geloof ik. Andere voorspellen rampen, oorlogen of nieuwe ziektes, die een drastische ombuiging zouden veroorzaken. De wereld lijdt aan uitgezaaide primateritis, zegt James Lovelock, de hoogbejaarde guru van de Gaia-hypothese. Die ziet de aarde als een zelfsturend mechanisme, dat in miljarden jaren van groei en evolutie ontstond en dat nu ontregeld raakt door de menselijke invloed. Sommige theoretici opperen dat de mens tijdig kan ontsnappen aan een door overbevolking ontredderde planeet door kolonisatie van het zonnestelsel of zelfs verder. Het is allemaal mogelijk, je weet het niet, maar je zou erbij willen zijn - al is het maar om te weten hoe het afloopt (of verder gaat)
Dezer dagen stuitte ik bij het herlezen van Stephen Baxters´ zeer boeiende SF-roman "Time" uit 1999 (deel 1 uit de Manifold-serie, de andere 3 delen liggen op me te wachten in Holland) opnieuw op het zogenaamde Doomsday Argument. In de roman speelt het een centrale rol. Het werd voor het eerst geformuleerd door de Britse astrofysicus Brandon Carter in 1983 en het wordt daarom ook wel de Carter Catastrophe genoemd. De redenering rekent met waarschijnlijkheden en, ervan uitgaande dat de wereldbevolking zich stabiliseert op 10 miljard mensen en een gemiddelde levensduur van 80 jaar, voorspelt met een betrouwbaarheid van 95% dat de mensheid zal verdwijnen binnen 9120 jaar. Vooral die precisie is vermakelijk. Er bestaan verschillende versies van het Doomsday Argument met uiteraard andere uitkomsten. Het is interessant genoeg om in één van de komende dagen (of weken of maanden) een poging wagen om het hier uiteen te zetten. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (24) Valletta. Uitzicht vanaf de Barakka Gardens op Grand Harbour Vrijdag 03-10-2008
Bij het ontwaken heb ik nog flarden van een malle droom in mijn hoofd. Het speelt zich af op de Eerste Hulp in een ziekenhuis, waarin ik vaag het Ziekenhuis Rivierenland in Tiel herken. Samen met een niet-definieerbare collega ben ik er ambulanceverpleegkundige. We nemen als eersten een nieuw (proto)type ambulance-fiets in gebruik. Dat is handig!, denk ik, je kunt er gemakkelijk mee door menigten en over voetpaden rijden en door steegjes in de stad. De fietsen zijn voorzien van grote fietstassen met apparatuur en spullen. We rukken er voor het eerst mee uit en wekken wat lacherige verwonderde blikken bij de mensen onderweg. Als het drukker wordt, tast ik naast het stuur, waar de sirene moet zitten. Met een knop zet ik hem aan. Geweldig! En als je hem uitzet, produceert hij automatisch vrolijke muziek, een soort "arbeidsvitaminen" voor onderweg. Opgetogen over zoveel praktische vernuft rijd ik verder. En, bedenk ik, als je nou bij een gewonde arriveert die vervoer nodig heeft naar het ziekenhuis? Nou, dan kun je altijd de gewone ambulance bellen - een kritische gedachte, die ontstaat op de rand van wakker worden. Waar komt zo´n droom vandaan? Misschien omdat we straks in Holland ook op bezoek gaan bij mijn oude vriend en collega Binso Wymenga van het Tielse ziekenhuis.
Een warme dag. De bus brengt ons naar het oude Valletta, waar in de kleine kerk van St Catharina van Italië een kamermuziekconcert is, waar ondermeer het Musikalisches Opfer van J.S. Bach zal worden uitgevoerd. Maar als er om half twaalf nog niemand is, kijken we eens goed in ons gidsje en blijkt dat we ons vergist hebben en een dag te laat zijn. We slenteren verder. In de stad zie je af en toe bescheiden groepen Afrikaanse migranten, gestoken in nieuwe kleren. Spijkerbroeken, t-shirts en gympies. Tijdens hun procedure kunnen ze het opvangkamp kennelijk in- en uitlopen. Begrijpelijk, opsluiten geeft alleen maar problemen. We lopen naar de enorme stadswallen bij de Upper Barakka Gardens. Je hebt er een prachtig uitzicht over Grand Harbour (zie foto boven en 2 hier) Er liggen twee grote cruiseschepen beneden aangemeerd. In de Gardens is men bezig met het opbouwen van podia en lange rijen tafels. Alles wordt - net als op tal van andere plaatsen in de stad - in gereedheid gebracht voor het Notte Bianca Festival van morgenavond. Dat is een jaarlijks terugkerend festijn, waarbij gedurende de hele nacht op alle straten en pleinen in de oude stad concerten, toneel- en dansuitvoeringen, en andere culturele manifestaties zijn. Uiteraard gaan we daar ook heen. We slenteren verder. Veel plaquettes en beelden in de Gardens herinneren aan historische figuren, die ooit op Malta waren. Uiteraard is er een borstbeeld van Churchil, maar tot mijn verbazing ook een plaquette voor Albert Einstein (foto hier) Beneden ons zien we een grote vrachtwagen-ferry van Grimaldi Lines de haven binnenvaren, terwijl op het plantsoen direct onder ons een groep lachwekkend uitgedoste Britse veteranen de werking van een kanon gedemonstreerd krijgen (foto hier) Dan lopen we door de karakteristieke, hellende straten (foto hier) naar Republic Street, waar we een bezoek brengen aan het Casa Rocca Piccola. Een prachtig 16e eeuws stadspaleis, een van de weinige die niet verknald werden door verbouwing tot winkel, kantoor of bank. De eerste bewoner was de Italiaanse prior van één van de afdelingen (langues genaamd) van de Hospitaalridderorde. Begin 17e eeuw werd het gekocht door Lorenzo Ubaldesco de Piro, een rijke Maltese handelaar. Zijn zoon werd door de Orde in de adelstand verheven voor zijn verdiensten in de bevoorrading van Malta met voedsel uit het Siciliaanse Licata. De huidige eigenaar verzorgt zelf de rondleiding. Hij heet Nicholas en hij is de 9e Baron van Budach en de 9e Markies van Piro, het is maar dat je het weet. Zijn verhaal over het huis, waar hij met zijn familie nog steeds in woont, is onderhoudend en geestig. Overal staat en hangt kunst, er is een mooie bibliotheek en bij alles hoort een verhaal. In de grote eetkamer mag je een foto maken, achterin is een aardig trompe l`oeil (zie 2 foto´s hier) We krijgen ook de kelders te zien, waarin bij hevige bombardementen tijdens het lange beleg in WO II 150 mensen schuilden. Het is een aanrader, als je ooit naar Malta gaat moet je dit paleis zeker bezoeken. Het is al vier uur als we een late lunch genieten op het terras (met de slechte bediening) op het St John Square. Daar, op de klokkentoren van de St Johns kathedraal, zie je drie uurwerken met achtereenvolgens de tijd, de datum en de dag van de week (zie foto hier) Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (25) Vanmorgen een regenbui met wat onweer Zaterdag 04-10-2008
Gister vergat ik te vertellen dat we in een boekhandeltje bij het Casa Rocca Piccola een boekje kochten over de "Maltese Keuken" van ene Valerie, in een Nederlandse vertaling van Georges Meekers (PEG, 2001. Meekers is een Belg die in Malta blijkt te wonen) In principe bestaat er helemaal niet zoiets als de Maltese keuken, gerechten kwamen in de grillige geschiedenis van Malta overal vandaan. Toch maakt het boekje nieuwsgierig, zeker als je recepten leest van bijvoorbeeld Rolpenssoep, Varkenspoten in ´t nat, Gehakt in varkensmiltvlies, Gevuld en gestoofd varkenshart en Hersenbollen. Ik ben er niet zeker van of Ans bereid gevonden wordt om deze exclusiviteiten klaar te maken.
Gisteravond komt na thuiskomst een zeiler van één van de boten aan de havendam tegenover ons, ons uitnodigen voor een barbecue met alle overwinteraars op maandagavond. Het sociale havenleven vangt aan. Op de website van Air Malta boek ik twee tickets voor mijn oudste zoon Rommert en zijn vriendin Esther. Ze komen van 28 december tot 4 januari a.s. naar Malta bij ons logeren en Oud & Nieuw vieren.
Vanochtend begint het te regenen (zie foto hierboven) Volgens de weerkaartjes trekt er vandaag een koufront over, in de loop van de middag zou het echter weer opklaren. Dat is te hopen, want anders valt vanavond de Witte Nacht, La Notte Bianca, van Valetta in het water. Lord Byron zingt nog steeds niet, wel pruttelt hij en fluit héél zachtjes (sotto voce) maar hij is gewoon actief en levendig. Volstrekt niet verzwakt of ziek, dus. Op Internet zoek ik naar informatie over kanaries en met name de vraag wanneer ze na de rui weer gaan zingen. Je komt uiterst uiteenlopende en verwarrende verhalen tegen, tot eindelijk iemand heel nuchter en overtuigend stelt, dat kanaries een seizoencyclus hebben. In het voorjaar en de zomer zingen ze, van juli tot oktober zijn ze in de rui en daarna gaat de winterperiode in. Daarin zingen ze weinig of helemaal niet, tot het voorjaar aanbreekt. Dan gaan ze weer zingen. Don´t we all? Natuurlijk! Dat klinkt heel logisch en geloofwaardig. We hebben de Maltees Paul, bewoner van de zeilbark Barney schuin aan de overkant op onze steiger, bereid gevonden om voor Lord Byron te zorgen als we naar Holland zijn.
In de loop van de dag wakkert de wind aan tot Noordwest Bf 5 - 7. Maar het is droog en de zon schijnt. Voor het artikel in het blad Zeilen over onze ontmoeting met de migrantenboot, dat in januari a.s. verschijnt, zoek ik foto´s uit en brandt ze op CD. We nemen we de bus naar Valletta, om er de Witte Nacht mee te maken. Het verslag volgt morgen. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (26) Naast de St Johns´ Cathedral in Merchant Street staat een spectaculaire slagwerkgroep Zondag 05-10-2008
De Notte Bianca van Valletta is geen oeroude traditie. Dat vertelt de ober in het restaurantje in Archbishop Street ons, waar we halverwege de avond eten. Nee, het is een idee van de plaatselijke middenstandsvereniging en het vindt voor het tweede jaar in successie plaats. Nou ja, tradities moeten ergens beginnen. Het is in elk geval ontzettend druk op de straten en de pleinen van de oude vestingstad. De straten zijn versierd met duizenden lichtjes en grote, kleurige banieren (foto hier) die soms heftig klapperen in de nog steeds harde wind. Restaurants, bars en winkels blijven de hele nacht open. Veel gebouwen zijn opengesteld voor het publiek, dat zich vergaapt aan de pracht en praal in de oude paleizen, waarin nu ministeries, banken en kantoren zijn gevestigd. De meeste gebouwen zijn de rest van het jaar niet toegankelijk en velen maken gebruik van de gelegenheid en nemen er een kijkje. Wij bezoeken het paleis in Merchant Street, waar Napoleon vijf dagen verbleef na zijn slinkse verovering van Malta in 1798. Het herbergt nu het Ministerie van Buitenlandse Zaken. We mogen even om de hoek in de werkkamer van de minister kijken. Er staat een eenvoudig, oud bureau in maar de muren en de wanden zijn van marmer, de laatste behangen met schilderijen van oude meesters. Ze tonen bijbelse taferelen of scènes uit de geschiedenis van de hospitaalridders. De talloze kerken en kapellen zijn ook open. In het begin van de avond wordt in de meeste een uitvoerige mis gelezen, daarna is letterlijk iedereen op straat. De menigte wringt zich langs de verschillende bezienswaardigheden en optredens. Rockbands wisselen elkaar af op het podium op het St George Square voor het paleis van de president (ook open voor publiek) Overal zijn tafels en stalletjes met drank en lekkernijen. We kopen dadels in bladerdeeg voor morgen, bij de koffie. We drinken rode wijn op een terrasje op het St Johns Square en laten alles aan ons voorbij trekken. Er lopen veel fier uitgedoste ridders rond, met lange zwaarden. Hun helmen vertonen een sterke gelijkenis vertonen omgekeerde champagnekoelers, een kijkspleet in het midden. Hier en daar vertonen ze hun kunsten in schijngevechten met elkaar of met geïmponeerde jongetjes (foto hier) We ontmoeten er ook een valkenier met een echte valk op zijn arm. De vogel heeft kapjes voor de ogen, zodat hij niets kan zien. Ans mag hem even aaien (foto hier) Hij houdt laatdunkend zijn kop opzij. Dat is nog eens wat anders dan onze Lord Byron. Op Independence Square proeven we bij een stalletje een zoete likeur, gemaakt van prickley pears (cactusvijgen) Hm, matig. We ontmoeten er Joseph, een vrolijk mannetje van 79 jaar met een even oude accordeon (foto hier) Hij speelt voor ons nogal vals "Lili Marleen" en zegt dat hij dat niet voor Duitsers wil spelen, want die houden er sinds WO II niet van. We ontkennen verbaasd, we zijn geen Duitsers en volgens ons houden ze wel van dat lied. We lopen verder. Overal is muziek. In Merchant Street, naast de St Johns Cathedral, genieten we van de opzwepende ritmiek van een grote slagwerkgroep (foto bovenaan en hier) In de kerk van St Catherine of Italy vertolken studenten van de toneelschool scènes uit "Richard II" en "Antony and Cleopatra" van Shakespeare (foto hier) Helaas niet erg goed, maar wat geeft het vanavond? Ik wou dat ik nog zo jong was. Op Freedom Square bij de stadspoorten stuiten we op de apotheose van onze Witte Nacht. Het loopt inmiddels tegen middernacht. Twee fantastische gitaristen improviseren en spelen de sterren van de hemel. De ene is een klein mannetje, in het zwart gekleed en met een grote zwarte kapiteinspet op. De andere draagt een rood/zwart gestreept flanellen overhemd en lijkt sprekend op Eric Clapton (zie foto hier) Zou het hem zijn? Wie weet? Waarom zou een wereldberoemd musicus er geen lol in kunnen hebben om ergens op een eiland in de Middellandse Zee volkomen anoniem met een collega op een straatfeest lekker vrijuit te staan spelen? Wat zou ik graag met hem willen ruilen, als ik tenminste ook zo mooi zou kunnen spelen. Wat een leven lijkt me dat! De muziek swingt als een scheepje in de wind, de gitaren janken zó mooi dat ik er tranen van in de ogen krijg. Je kunt haast niet stil blijven staan. Met spijt en moeite scheuren we ons tenslotte los om de laatste bus naar Msida te halen.
Vandaag doen we niet veel en dat hoeft ook niet. De zon schijnt lekker en we lezen in de kuip. Vanavond is er een kennismakings-barbecue voor overwinterende zeilers op de havendam naast onze steiger. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (27) Zeilersbarbecue op de havendam. Als je goed kijkt zie je achteraan rechts de Black Pearl liggen. De man met het hoedje rechts is Hugo, de zeiler die de barbecue organiseerde Maandag 06-10-2008
Om zes uur gisteravond lopen we met een tas met wijn, bier, glazen, borden, bestek en hapjes naar de havendam bij de Black Pearl. Op de rand van de dam zitten jonge zwerfpoesjes. Magere scharminkeltjes met een dik buikje vanwege de wormen, waarmee de meesten geinfecteerd zijn. Ans raakt helemaal vertederd door het meest magere poesje (zie foto hier) De zeilersbarbecue op de dam, die de haven afsluit, is gezellig. En - zoals doorgaans - ook erg informatief. Twee schepen, een in Canada wonende Rus en een Duitser, hebben het grootste deel van hun wereldomzeiling achter de rug. De Canadees vertelt gruwelverhalen over Zuid-Afrika, waar ze met de beruchte Agulhasstroom en tegenwind hebben geworsteld. De havens waren een afknapper, zwaar bewaakt met vijf meter hoge hekken en gewapende bewakers. Niet leuk meer. Een Duitser vertelt over Israël, Egypte, het Suezkanaal en de Rode Zee (Golf van Akaba), allemaal interessante bestemmingen met goede havens. Weer een ander vertelt dat er aan de Turkse kust uitstekende mogelijkheden zijn om te overwinteren, behalve in de buurt van Antalya. Enzovoorts. We horen het allemaal met belangstelling aan. Ze hebben hier op de dam overigens veel last van al die zwerfkatten. Ze bevuilen ook de boten, pissen op de kuipkussens, gaan aan de schone was aan de waslijn hangen en jatten allerlei eetbaars door de openstaande raampjes. Op onze steiger komen die katten gelukkig niet. Er zijn eigenlijk twee, of liever vier soorten zeilers, blijkt op de bijeenkomst. De echte wereldomzeilers natuurlijk, een kleine maar hooggewaardeerde minderheid. Een tweede categorie die volgens schema vaart en in één keer grote afstanden aflegt, bijvoorbeeld vanaf Gibraltar direct naar Malta, en na de winter weer gelijk door naar Kreta. Die zien dus niks dan zee. En de derde categorie, die niets vooruit plant en zo´n beetje van haven naar haven zwerft en soms langer ergens blijft liggen. Tot die soort horen wij. De vierde soort zeilt alleen in het seizoen en legt na zes maanden de boot voor de winter ergens op de wal. Die zijn er vanavond niet. De nationaliteiten? Er zijn Zweden, Denen, Duitsers, Fransen, een stel uit Hawaii en een stel uit Canada. Vreemd genoeg geen Engelsen. En wij dus, als (nog) enige Hollanders. De barbecue duurt tot in de kleine uurtjes.
Vandaag is er een e-mail van Jaap & Diana uit Syracuse. Ze verwachten hier met hun Kiara over een week aan te komen. We zijn dan net in Holland. Vandaag is het opnieuw zonnig en warm. We gaan de koffer pakken en vanavond overbuurman Paul instrueren over de verzorging van Lord Byron. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (27) Overbuurman Paul krijgt instructie over de verzorging van Lord Byron Dinsdag 07-10-2008
Vandaag terug naar Holland. Om 10 uur komt overbuurman Paul langs. Hij houdt een oogje op de boot. Dat is nodig, want met een storm uit het noordoosten kan het hier aardig spoken. Ans geeft hem instructie over de verzorging van Lord Byron (foto hierbij) His lordship blijft namelijk aan boord. Een kanarie is erg gesteld op regelmaat (en Lord Byron is helemaal een hypergevoelige ziel), als hij gewoon aan boord op zijn eigen plekje kan blijven geeft dat minder verstoring. We maken verder de boel aan kant, via Internet reserveer ik een huurauto op Schiphol, we pakken de laatste zaken in, ook de laptop gaat zo uit de lucht en in de tas. Dan zetten we de koffers op de kant, sluiten de boot af, brengen de loopplank aan boord en gaan een taxi bestellen. Om half acht vanavond arriveren we in Holland.
Website-lezeres Noke uit Zeeland meldt in het Gastenboek problemen met het downloaden van het huidige Logboek (met Windows Internet Explorer) Dat is vervelend! Hebben meer lezers daar problemen mee? En wat zou de oorzaak kunnen zijn? Toch te lange bladzijden? Hoewel de andere Logboeken zelfs langer zijn dan het huidige. Of is het een kwestie van onvoldoende snelheid of capaciteit van je eigen PC of Internet-verbinding? Terug naar boven |
|
Gorinchem (1) Hevige regen op Malta Inernational Airport. Merk op dat rechts op het platform, met die afhangende vleugels, een prachtige Antonov staat Woensdag 08-10-2008
Het regent pijpenstelen op de luchthaven van Malta (zie foto hiernaast) Op het platform staat een druipende kolos, een grote Antonov, waarschijnlijk een An-124, een Russisch toestel met vier motoren en van die mooie, afhangende vleugels alsof ze te zwaar zijn om te tillen. (Hier een foto, genomen door de glazen pui van de vertrekhal, waarop je hem beter ziet. De vertrekhal wordt weerspiegeld in het glas, ik vind dat een aardig effect) De vlucht met een Airbus A 319 van Air Malta vertrekt met drie kwartier vertraging. Het is dan allang weer droog. Nog geen drie uur later landen we op Schiphol. Aanvankelijk goed zicht, we zien 10 kilometer lager een zonovergoten Sicilië onder ons door schuiven en identificeren de havens van Licata en Porto Empedocle, waar we lagen. Het lijkt vele maanden geleden. Verderop vliegen we over Elba en niet lang daarna zien we de besneeuwde toppen van de Alpen. Dan neemt bewolking het zicht weg tot anderhalf uur later de daling wordt ingezet en we onder het wolkendek uit de lichten van een grote stad aan een breed kronkelende rivier zien: Rotterdam. We halen de huurauto af en tegen half elf arriveren we in Gorinchem bij Ans´jongste dochter Tessa. Ons eerste logeeradres en eindelijk weer het genot van een snelle Internet-verbinding. Die overigens zonder problemen het Logboek download. Enfin, ik verdiep me nog wel in het probleem. Zie ook de reacties van Lex Boezeman en Kees Oskam in het Gastenboek. Dat Firefox halverwege stopt met het Logboek was me bekend, ook uit eigen ervaring. Met Windows Internet Explorer heb ik nooit problemen gehad, ook niet in Malta.
Het is een mooie, verstilde herfstdag. Voorlopig blijft het weer zo. Vandaag doen we boodschappen, want Ans gaat vanavond op verzoek van Tessa & Jeffrey harira maken, een verrukkelijke Marokkaanse soep met linzen en kikkererwten. Ik koop het nieuwe boek "Suezkade" (De Bezige Bij, 2008) van Jan Siebelink en het oktobernummer van Zeilen. Ettelijke boeken die ik besteld had bij bol.com arriveren met de post bij Tessa thuis. Allemaal cadeautjes om uit te pakken. We reserveren voor aanstaande vrijdagavond een tafel voor het familiediner bij een restaurant met de duidelijke en krachtige naam: Wok Gorkum Dan bezoeken we Oma Steers in het verzorgingshuis. Ze heeft het er best naar haar zin. Wat was het vorig jaar - achteraf gezien - een opluchting voor ons dat ze daar een plek kon krijgen! Aan het eind van de middag gaan we nog langs bij Ans´oudste dochter Barbara en haar gezin. Terug naar boven |
|
Gorinchem (2) Henk bij zijn prachtige woonark Donderdag 09-10-2008
Opnieuw zo´n mooie, zonnige herfstdag. Op Malta niet! Integendeel, daar waait het nu hard uit oostelijke richtingen met regen en onweer. Ik ben blij dat ik onze boot voor vertrek wat verder van de steiger heb getrokken, kruislijnen heb gelegd en de mooringlines nog een keer stevig heb aangetrokken. Want bij wind uit het oosten loopt er een fikse deining de haven in. Altijd vervelend om je scheepje achter te laten. Enfin, overbuurman Paul houdt de zaak - en Lord Byron - in de gaten. Maar ik kijk wel dagelijks even op de website van GozoWeather voor het weer op Malta. Vandaag gaat Ans naar haar moeder en naar de tandarts. Eigenlijk zou ik ook moeten maar ik heb een hekel aan tandartsen. Uitstelgedrag, ik ga de volgende keer wel. In plaats daarvan rijd ik naar Amsterdam en bezoek mijn oude vriend Henk Bezemer in zijn prachtige woonboot (zie bijgaande foto) We drinken koffie, genieten van het uitzicht over het water en praten bij. Het geeft me het onbehaaglijke besef dat we allebei sneller oud worden dan we leuk vinden. Ik voel protest in me, de neiging mijn kop in de wind te gooien en verder te gaan. Het is nog steeds zonnig als ik naar de terracottakleurige kantoortoren van Sanoma Men´s Magazines rijd. Op de 7e verdieping van het nogal saaie kantoorgebouw in een omgeving met nog meer van die macho-torens zetelt de redactie van het maandblad Zeilen. Wat was hun vroegere lokatie bij het Centraal Station met uitzicht op het IJ toch veel leuker! Ernst Steinmeier ontvangt me met koffie. Hij checkt of de foto´s voor mijn artikel over het migrantenschip goed op de CD staan (zie foto hier) Op de achtergrond zie je het hele oktober-nummer (net uit) nog aan de wand hangen. Het is aardig om te zien waar ze werken, allemaal bij elkaar in één vleugel, alleen de vormgevers zitten een verdieping lager. De fameuze kast met flessen en potten water uit de meest exotische lokaties is er niet meer. In 2003 tapte Henk bij ons aan boord nog een lege whiskeyfles vol kil zeewater uit de roerige stromingen van de Pentland Firth, tussen Schotland en de Orkney Eilanden (dat verhaal staat hier en hier) Ze werden erg troebel en smerig, die potten en flessen, zegt Ernst, we moesten ze wegdoen. Tja, begrijpelijk. Ik ben natuurlijk zelf nog uit de tijd dat je Zeilen opvatte als jouw blad, "van zeilers en voor zeilers" De overgang naar een groot uitgeversconcern bezag ik met scepsis. Zou het blad dat aanvankelijke karakter kunnen behouden? Het werd er niet beter op toen een deel van de oude redactie afhaakte en Zilt startte, een eigen online blad op Internet. Eerst hield ik mijn hart vast, de nieuwe opmaak van Zeilen vond ik rommelig en onwennig, met rare kleuren, andere rubrieken en de artikelen waren ook niet altijd even best. Toch moet ik zeggen dat de nummers van de afgelopen maanden er steeds beter gingen uitzien. We koesteren goede hoop.
Vandaag is er in Holland een file-arme dag, op instigatie van de ANWB. Toch sta ik op de terugweg in files op de A2 en de A27. Mogelijk dat de kredietcrisis en de recessie van de economie die er kennelijk aankomt, tijdelijk meer soelaas gaan bieden. Iedereen is erg opgewonden over dreigend verlies van spaargeld. Logisch, ik heb zelf ook nagegaan of ons spaargeld risico loopt. Het lijkt er niet op, maar het is per slot een voorziening die noodzakelijk is om ons zwervende leven voort te kunnen zetten, als ons inkomen minder wordt na mijn 65e. Je moet er niet aan denken dat we het kwijt zouden raken. Toch voel ik noch paniek noch opwinding. Ik kan me wel vinden in de analyses die zeggen dat het om een tijdelijke ontsporing gaat, het gevolg van het ongecontroleerde graaigedrag van topmanagers van hedgefondsen, private equity en banken. Aanpassingen, nieuwe regels en nieuwe mensen zullen de economie weer op de rails brengen tot er weer nieuwe problemen ontstaan, enzovoorts. In deze fase van de geschiedenis laat het gereguleerde kapitalisme opnieuw een groot aanpassingsvermogen zien. En de grote economische blokken inclusief China coördineren hun acties en interventies op wereldschaal. Een belangrijk nieuw fenomeen. Terug naar boven |
|
Gorinchem (3) Het Beatrixziekenhuis in aarzelend herfstlicht. Rechts is het verpleeghuis ´t Nieuwe Gasthuis Vrijdag 10-10-2008
Aan het eind van de middag, gisteren, rijd ik even het oude Gorcum in. Ik koop een nieuwe scheurkalender voor 2009, de 12e editie van de Wetenschappelijke Scheurkalender van NWT Na een jaar scheuren van een culinaire kalender wil ik wel wat anders. En ik koop 2 CD´s: "Terra" (2008), de nieuwe CD van fadozangeres Mariza en de nieuwe CD van ons nationaal talent Wende Snijders "Wende chante" (2008) met een bonus-DVD van haar openlucht optreden op de Amsterdamse Uitmarkt in 2007. Daarna slenter ik naar de Grote Markt. Op het terras van De Hoofdwacht drink ik een glas witte wijn en koester me in het zachte licht van de herfstzon.
Vanmorgen ga ik even naar het Beatrixziekenhuis, mijn oude ziekenhuis (zie foto hij) Op de prikpoli wordt bloed afgenomen voor onderzoek op bloedsuiker, nierfuncties, cholesterol en hartenzymen. Ik laat dat één keer per jaar contrôleren. Ooit heb ik mede dit ziekenhuis gebouwd, in 1992 was het klaar - hoewel - een ziekenhuis is nooit klaar. In de vertrouwde gangen kom ik geen bekenden tegen en bij het afnamelab ben ik meteen aan de beurt. Nog geen vijf minuten later sta ik alweer buiten. Met de post komt er vandaag weer een boek van bol.com, waar ik erg naar uitzag. Het is "Time Travel in Einstein´s Universe. The Physical Possibilities of Travel through Time" (Mariner Books, 2002) van J. Richard Gott, hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Princeton. Een voorproefje? In het voorwoord schrijft hij:
"I have received calls from people who want to know about recent developments in time travel because they wish to return to the past to rescue a loved one who died under tragic circumstances. I treat such calls with great seriousness. I have written this book partly to answer such questions" (pagina XI)
Ondertussen heb ik weer genoeg boeken voor de komende maanden. Vanavond is het bijna traditionele familiediner met de kinderen. Het is nog nooit gelukt om ze een keer allemaal tegelijk om de tafel te hebben, de drie van Ans en de drie van mij. Ook vanavond zijn ze er niet allemaal, ze hebben zulke drukke levens. Hadden wij dat vroeger ook? Vast wel.
De planetenspeurende satelliet Corot heeft dezer dagen een bijzonder zware exo-planeet ontdekt, die mogelijk in een nieuwe categorie valt. Tussen een planeet en een bruine dwergster. Ik volg de ontwikkelingen rond Corot trouw, over de nieuwe ontdekking kun je hier lezen. Terug naar boven |
|
Gorinchem (4) Familiediner in Wok Gorkum. Vlnr Tessa, Jeffrey, Pijke, Floor, Bas, Esther, Rommert en ik Zaterdag 11-10-2008
Het familiediner in Wok Gorkum is ontzettend gezellig. Ditmaal waren alle drie mijn kinderen van de partij. Floor had haar nieuwe vriend Pijke meegebracht. Aan de kant van Ans ontbraken helaas Barbara (moet vanavond ergens zingen) en Derrick (vaart in Duitsland) met hun gezinnen. Zoals gezegd, het lukt eigenlijk nooit om ze allemaal eens bij elkaar te krijgen. Zie de foto hiernaast en 2 foto´s hier. Na het wokken lopen we door de binnenstad naar Buiten de Waterpoort, het stukje land tussen de stadswal en de Merwede. In het kader van het festival "De Vloek van de Duveltjesgracht" staat daar een feesttent waar vanavond hiphop muziek wordt gespeeld. Niet dat we daar erg dol op zijn. Het optreden van de band is nogal vermakelijk. Iedereen heeft een microfoon. Om de beurt of samen uiten ze een tamelijk langdradige litanie van verongelijkt klinkende woorden, die je niet kunt verstaan. Op de muziek staan ze wat heen en weer te bewegen of ze springen juist op en neer. Af en toe wijzen ze schuin naar boven terwijl ze "wapperen!" roepen. Een in het zwart gekleed Indisch meisje springt er tussendoor. Tessa´s vriend Jeffrey is gevraagd om samen met musicus Ron Krop een paar nummers met de band mee te spelen (zie foto hier) Dat klinkt meteen een stuk beter. Na dat optreden lopen we naar de parkeergarage waar hun auto´s staan. Rommert rijdt nog steeds met plezier in het oude Ford Ka´tje van Ans (foto hier) We nemen afscheid van mijn kinderen, over een maand of drie zien we ze weer. Rommert en zijn vriendin komen echter eerder naar Malta om bij ons Oud & Nieuw te vieren.
Het is vandaag weer zo´n prachtige, zonnige herfstdag. Toch slapen we uit. Vanmiddag bezoeken nog een keer Oma Steers en daarna gaan we naar het onzalige Papendrecht voor een bezoek aan zwager Cees en zijn vrouw Mieke. Terug naar boven |
|
Gorinchem (5) Met Cees en Mieke eten we in Villa Augustus in Dordrecht Zondag 12-10-2008
Gistermiddag gaat het helemaal mis met mij in de boekhandel in het Piazza Center. Ans is met Tessa boodschappen doen in de supermarkt en ik ben op weg gestuurd om een verjaardagscadeautje voor zwager Cees te kopen. Straks gaan we bij hem op bezoek. Ik zie alleen maar boeken die ik zelf wil hebben, en eentje voor Oma Steers (dik boek over de tragische Duitse razzia in Gorcum na Dolle Dinsdag in 1944. Dat heeft ze zelf destijds meegemaakt) Voor Ans vind ik ook een leuk boekje - om haar te plagen - over het soms bizarre Engels van Nederlanders met de titel "I always get my sin" (Maarten H. Rijkens, BZZTôH, 2008) Op de achterkant staat ook een goeie: "May I thank your cock for the lovely dinner?" Maar nog steeds niks voor Cees. Tenslotte loop ik scheef en moeizaam met een stapel boeken voor mezelf naar de kassa, met bovenop de nieuwe Siebelink voor Cees. Je moet mij niet zonder bewaking loslaten in een boekhandel.
Cees fungeert als postadres voor ons (officieel briefadres mocht niet van de gemeente Papendrecht) en hij treedt af en toe op als zaakwaarnemer. Ik vind er nog zeven boeken, die ik eerder vanuit Malta bij bol.com bestelde en die naar Cees gestuurd zijn. De bange vraag begint te rijzen of we al die boeken wel in onze koffer kunnen krijgen. Ans neemt ook nieuwe boeken mee. Het is dit keer wel erg veel. Bij Cees thuis vergaar ik alle gegevens voor de Aangifte Inkomstenbelasting 2007, waarvoor we dit voorjaar uitstel vroegen en kregen. Ik stuur alles per mail aan onze accountant. We gaan met zijn vieren genoeglijk eten in een bijzonder restaurant in Dordrecht. Op het voormalige waterleidingterrein aan het Wantij is een mooi horeca-complex ontwikkeld. In de watertoren zelf is een hotel ingericht en in het vroegere pompgebouw (uit 1942) een restaurant. Het geheel heet Villa Augustus, Hotel Restaurant met Markt-Café & Tuin. Want er is ondermeer ook een uitgebreide groente- en kruidentuin en een boomgaard. We eten er lekker in een levendige ambiance (zie foto hierboven)
Vandaag is het bewolkt maar de temperatuur is aangenaam. Later op de middag komt de zon toch. Ik probeer me middels kranten en Internet te verdiepen in die wonderlijke en onvoorspelbare kredietcrisis, die het nieuws beheerst. Natuurlijk staan er nu ook profeten op, die beweren dat ze er altijd al voor waarschuwden. Het lijkt er toch op dat niemand het verwacht had. En niemand kan zeggen of volgende week de bodem bereikt zal zijn of dat het nog veel erger wordt. In Newsweek van 13 oktober voorspellen lieden als Francis Fukuyama het einde van het Amerikaanse economisch leiderschap in de wereld. De verschuiving naar China, India en andere opkomende centra gebeurt nu. Europa hangt er wat bij. Dat is mogelijk. Maar Fukuyama had het al vaker bij het verkeerde eind (hij voorspelde "Het einde van de geschiedenis" na de ineenstorting van het Sovjet-blok) Enfin, ik had nooit de neiging om in aandelen te gaan. Daar mag je achteraf gezien nu wel blij mee zijn. Onze spaarrekening is vooralsnog gegarandeerd, voor onze levensverzekeringen is er meer onzekerheid. In elk geval zitten ze bij verschillende maatschappijen. Terug naar boven |
|
Gorinchem (6) Deja en Binso Maandag 13-10-2008
Gister reden we aan het eind van de middag naar Rhenen voor een bezoek aan mijn oude vriend en voormalige collega Binso Wymenga en zijn vrouw Deja (zie foto hiernaast) Tegelijk met ons arriveerden ook andere bekenden, die we erg lang niet gezien hadden: Leonne & Jan de Geus. Het werd aldus uitermate gezellig tot in de late uurtjes. Daardoor heb ik vandaag "een dom hoofd". Straf voor zoveel onmatig plezier. Maar de beurzen beginnen vanmorgen fors in de plus. Terug naar boven |
|
Gorinchem (7) De Merwedebrug bij Gorinchem Dinsdag 14-10-2008
Gistermiddag overwon ik mijn kater, nam ik de fiets van Tessa en reed naar de Merwedebrug (zie foto hierbij) Meer dan 15 maanden geleden passeerden we hier met onze Dulce. Een ononderbroken strook van water, soms roerloos en stilstaand en soms heftig stromend zoals onder deze brug, verbindt deze plek met onze huidige ligplaats op Malta. Van Gorkum naar Malta, ruim 4000 zeemijlen. Ik kijk naar de scheepvaart op de rivier, de lange aken die stroomafwaarts komen aandenderen of moeizaam er tegenin ploeteren. Als je doorvaart en blijft doorvaren kom je vanzelf ergens, met of zonder plan. Bij de zuidelijke afrit van de brug sla ik af naar het oosten. Over de slingerende dijk rijd ik langs Sleeuwijk naar de vesting Woudrichem. Het zonlicht wordt gesluierd door frêle wolkenbankjes. Soms staan er kneuterige dijkwoningen te koop. Het zou niet zo gek zijn hier te wonen, als we ooit weer aan de wal gaan leven. Tussen de dijk en de Merwede ligt een mooi natuurgebied. Over een fietspad rijd ik onder langs de wallen van Woudrichem. Aan de westkant is een werfje. Aan een steiger met walstroom en water ligt een motorjacht, een man maakt net de lijnen vast. Ze zullen hier wel overnachten, op dit prachtige plekje onder hoge bomen, goed beschut door de stadswal. Dit kan je ook nog altijd doen, als je stopt met zeilen. Ik fiets naar de andere kant van de vesting. Op een lange bank zitten oude mannen te kijken. Het veerbootje naar Gorkum legt net aan (zie foto hier) Vijf minuten later varen we de Afgedamde Maas uit en zijn we op de Merwede (foto hier) Na een kwartier sta ik op Buiten de Waterpoort.
´s Avonds eten we thuis bij Jeff & Tessa. Vandaag verhuizen we naar Ans´ oudste dochter Barbara. Met al die nieuwe boeken...maar ze passen in de koffer. ´s Middags fiets ik langs de polikliniek van mijn oude ziekenhuis voor een bezoek aan de internist. Mijn bloeddruk is prima, de nierfuncties, cholesterol en hartenzymen zijn goed, maar de bloedsuiker en de triglyceriden zijn wat te hoog. Dus: wat minder wijn en wat minder vet. Juist. Straks ga ik even bij mijn oude vriend Herman Ursinus langs, degeen die de oorzaak is van mijn zeilverslaving. Op hun website lees ik dat Jaap & Diana in Malta zijn aangekomen. Terug naar boven |
|
Gorinchem (8) Stukje Oudegracht in Utrecht vanaf de Vollersbrug. Hier woonde ik vlakbij Woensdag 15-10-2008
Om kwart voor elf bel ik vanmorgen de praktijk van mijn huisarts. Voor we teruggaan wil ik - als zestig-plusser - een gratis griepprik halen. Kan ik daarvoor vandaag komen? Ik krijg een antwoordapparaat dat zegt dat ik tussen acht en elf uur kan bellen voor een afspraak. Maar het is nu toch pas kwart vóór elf? Huisartsen! Tijdens mijn loopbaan in de gezondheidszorg heb ik hun dienstverlening steeds slechter zien worden. Geen wonder dat mensen zich steeds vaker zonder verwijzing bij ziekenhuizen gingen melden. In Twente verzonnen we toen een samensmelting van huisartsenpost en Spoedeisende Hulp Afdeling van het ziekenhuis. Er zou dan voortaan maar één adres zijn voor alle onverwachte medische problemen, altijd open en altijd te bereiken. Speciaal opgeleide triage-verpleegkundigen zouden de binnenlopers snel kunnen inschatten en óf zelf helpen óf ze de goede richting op kunnen sturen binnen het centrum. Een belangrijke verbetering en nog kostenbeparend ook. Ik geloof dat het er na mijn tijd inderdaad van is gekomen, zij het in sterk afgezwakte vorm, want de werelden van huisartsen en specialisten moesten persé gescheiden blijven. Ergens in een Eerste Hulppost van een ziekenhuis zag ik ooit een zuil met een telefoon; daar kon je de naastgelegen huisartsenpost bellen voor een afspraak.
´s Middags rijd ik naar Utrecht om nog eens door mijn vroegere universiteitsstad te zwerven. Ans is met haar jeugdvriendinnen Jannie en Rita naar Museum Boymans Van Beuningen in Rotterdam; vanavond gaan ze in Gorkum eten bij Chef Abbas. Onderweg bel ik opnieuw de assistente van de huisarts, want tussen 2 en 5 uur PM kan je ook bellen. Helaas, ze hebben het griepvaccin niet op voorraad. Dat hebben ze pas weer op 4 november. Dan ben ik al weer het land uit, zeg ik. Misschien, zegt de assistente, kan ik de apotheken afbellen of ze griepvaccin op voorraad hebben? Tja, ik heb die telefoonnummers niet en - voeg ik eraan toe - is dat eigenlijk niet uw werk? Nee, dat hoort niet tot mijn taak, bitst ze. Maar u zult toch wel vaker geneesmiddelen en vaccins bestellen?, wil ik zeggen, maar ik bedenk me - het schiet anders toch niet op - en vraag het telefoonnummer van de apotheek. Dat moet ze even opzoeken. (Ze had natuurlijk ondertussen allang die apotheek kunnen bellen) Ik bel de apotheek. Die heeft het vaccin ook niet op voorraad. Ik krijg de nummers van vier andere apotheken. Nummer twee heeft griepvaccin op voorraad, maar kan het niet verstrekken zonder recept van de huisarts. Ik bel opnieuw de assistente van de huisarts en vraag of de huisarts een recept naar de apotheek wil faxen. Jawel, dat kan ze regelen (kennelijk hoort dit wel tot haar taak) Enfin, aanstaande vrijdag kan ik de injectie krijgen. Inmiddels ben ik in Utrecht.
De rest van de middag dwaal ik uren door de oude binnenstad (zie foto boven) Het is een sombere dag. De nog steeds vertrouwde straten glinsteren van een druilerige regen, natte herfstbladeren verzamelen zich in de goten. Af en toe kan ik het niet laten om op naambordjes te kijken, zou die-en-die hier nog wonen? Nee, natuurlijk. Ach, kroeg zus-en-zo is er nog steeds. Hoezeer is dit mijn stad geweest! In 1965 ging ik in Utrecht medicijnen studeren en ik heb er tot de zomer van 1979 gewoond. Veertien jaar. De laatste jaren, van 1974 tot 1979, woonde ik een leuk bovenhuisje op Oudegracht 370bis (zie foto hier), niet ver van de Twijnstraat. Daar is mijn dochter Floor geboren. Daarvoor woonde ik van 1970 tot 1974 in het studentenhuis aan de Oude Kamp 17 (foto hier) Ik kan er uren over vertellen. Komt wel een keer. Terug naar boven |
|
Gorinchem (9) Jitske de Vries en Wiebe de Jager, mijn Beppe en Pake, circa 1920 (?) Donderdag 16-10-2008
We worstelen ons tussen 9 en 10 uur door de files rond Utrecht. Onderweg belt de echtgenote van onze huisarts: morgen kunnen we allebei onze griepvaccinatie krijgen. Kijk, zo kan het ook. Vandaag bezoeken we leden van mijn familie in Friesland. In de polders schieten we goed op. Af en toe geselen hagelbuien de weg. Even na elven parkeren we in Oranjewoud bij het verpleeghuis Anna Schotanus. Daar woont Tante Marie, een zuster van wijlen mijn moeder. Eerder dit jaar overleed haar man hier, Oom Kees. Ze herkent ons gelukkig en is blij ons te zien. Daarna rijden we naar Veenwouden, waar Klaas & Hinke wonen. Hinke is de jongste zus van mijn moeder - zoveel jonger dat ik tegen haar nooit "tante" ben gaan zeggen. We lunchen er en praten urenlang genoeglijk bij (zie foto hier) We hebben elkaar immers een aantal jaren niet gezien. Ze hebben een mooie foto van Pake en Beppe, wijlen mijn grootouders van moederszijde. Klaas en ik digitaliseren de foto en mailen hem naar ons email-adres (zie foto hierboven) Pake en Beppe woonden hun hele leven in Gaasterland en mijn broertje en ik hebben vaak bij ze gelogeerd. Daar hebben we mooie herinneringen aan. Elders in één van de logboeken heb ik daar wel eens over geschreven.
Aan het eind van de middag arriveren we tenslotte in Leeuwarden bij mijn nichtje Klaasje en haar man Harry. Zij kennen Malta goed, ze zijn er liefst 14 keer geweest omdat één van hun dochters er tot voor kort heeft gewoond. Om 19 uur aanvaarden we de terugweg door regen, onweer en hagel. Soms wijkt de bewolking en zien we een stralende, nog bijna volle maan boven de kale poldervlakten. Om 21 uur zijn we in Gorkum.
Op de heen- en terugweg luisteren we naar Radio 4. Zo kom ik erachter dat je via de website http://kco.radio4.nl/ in de komende weken gratis mooie opnames kan downloaden van 10 symfonieën door het Concertgebouworkest. Vanavond zet ik alvast Schuberts 8e en Beethovens 2e symfonie op de harde schijf. De komende dagen is er iedere dag een nieuwe symfonie op die site. Als we terug in Malta zijn zal ik ze op CD branden. Terug naar boven |
|
Gorinchem (10) De Deilse Watersportvereniging vergadert in Brasserie Buuren in Alphen a/d Rijn. Vlnr. Erik, Ans, Pieter, Tom, Thea en Esther Vrijdag 17-10-2008
Vandaag is er weer een nieuwe gratis opname van het Concertgebouworkest down te loaden op http://kco.radio4.nl/, de 4e Symfonie van Mendelssohn, een opname uit 1979 met Kirill Kondrashin. ´s Middags halen we allebei een griepprik bij onze huisarts. Daarna bezoeken we Oma Steers. Vervolgens rijden we door de avondlijke files naar Erik & Thea in Ter Aar voor de bijeenkomst van de Watersportvereniging Deil. De leden Pieter & Esther arriveren niet veel later. De vergadering vindt plaats in Brasserie Buuren in Alphen aan de Rijn. Het eten en drinken is er prima, het wordt als vanouds een vrolijke avond. De vergadering zelf duurt niet lang. Natuurlijk is er weer geen verslag van de vorige keer, maar secretaris Pieter zegt dat je het op onze website kunt lezen. Dat was op 25-01-2008 (klik hier) Enfin, er waren verder geen ingekomen stukken en geen mededelingen. Snel en zonder veel discussie viel het besluit om de volgende vergadering, waarschijnlijk in april 2009, in Gorinchem te beleggen. Niemand meldde zich voor de rondvraag. We hebben nog nooit zo snel vergaderd! Er was later echter een meningsverschil of de vergadering wel gesloten was door de voorzitter. Ik weet het zelf ook niet meer. Enfin, we zijn om 1 uur thuis. Terug naar boven |
|
Gorinchem (11) Met broer Wiebe en Marina in Restaurant ´t Fort in Vijfhuizen Zaterdag 18-10-2008
Een mooie herfstdag. Ik maak een lange wandeling naar de binnenstad. In een dierenwinkel aan de Arkelstraat vind ik een dun boekje over kanaries: "De kanarie. Aanschaf, huisvesting, verzorging, voeding, gezondheid, soorten en nog veel meer" (Welzo, 2002) van Henk van de Wal. Er moet er ook eentje zijn over de zangkanarie, maar dat hebben ze niet. Hoe zou het toch met Lord Byron zijn? ´s Middags breng ik een bezoekje aan mijn vriend Inge Hogerdijk in zijn wijnhandel in Heukelum (Wijnhuis Heukelum, Gasthuisstraat 1) Ik ontmoet er wat oude bekenden en later komt ook Inge´s vriendin Jacqueline binnen. We proeven een aangename rode wijn van Domaine Petrus de Roy, een Côtes du Ventoux gemaakt van de druivenrassen Syrah (75%) en Grenache (25%) Petrus de Roy is de Nederlander Peter van Rooij, die al vele jaren mooie wijn maakt.
Aan het eind van de middag rijden we naar Vijfhuizen bij Schiphol, naar mijn broer Wiebe en zijn vrouw Marina. Met zijn vieren lopen we we naar Restaurant ´t Fort, gevestigd in een prachtig oud fort uit de Stelling van Amsterdam, een ring oude verdedigingswerken uit de 18e en 19e eeuw om de stad op een afstand van 15 kilometer. We eten er een geraffineerd 5-gangenmenu en hebben een gezellige avond (zie foto hierboven, ja sorry, alweer een eetfoto...) Terug naar boven |
|
Gorinchem (12) In de verte gaat de Bazelbrug bij Meerkerk omhoog Zondag 19-10-2008
Een bewolkte, donkere zondag. ´s Middags pak ik de fiets en fiets twee uur over smalle polderweggetjes naar het noorden. Bij de Bazelbrug over het Merwedekanaal bij Meerkerk wil ik oversteken. De brug gaat juist open, maar niet om een schip door te laten (zie foto hiernaast) Twee mannen zijn bezig met de reparatie van het hefmechanisme. Aan de andere kant van het kanaal fiets ik terug naar Gorkum. Tegen de wind in, met zweet op mijn rug. Dit is een vreemd land. Polderland. Aan weerszijden van het kanaal liggen de weilanden en de huizen langs de dijk een paar meter lager dan het waterniveau. Als de dijkt breekt, stroomt alles onder. Dat is al eeuwen zo in Holland, men is eraan gewend en gaat nog altijd onbekommerd door met het bouwen van talloze woonwijken in polders die ver onder zeeniveau liggen. Tegelijkertijd rijst de zeespiegel sneller dan ooit als gevolg van de opwarming van de aarde. Blijft men dat voor? Bij de A15 langs Gorkum staat een moskee. Al minstens vijftien jaar, geloof ik. Er staat een woud van fietsen tegen het hek. Op de dakrand staat in grote, rode letters het allerminst Arabische woord "WELKOM" (foto hier) Ertegenover staat in de tuin van een woonhuis een groot bord met de tekst "JEZUS IS WAARLIJK OPGESTAAN! HIJ LEEFT!" (foto hier) Achter het raam van de woonkamer hangt een groot spandoek met een tweede tekst. Is hier een kleine godsdienstoorlog aan de gang? In de woonkamer zie ik een vrouw en een man zitten, ze kijken terwijl ik een foto maak maar ze reageren niet.
De rest van de middag zit ik lekker te lezen in één van mijn nieuwe boeken, "Space" van de wiskundig ingenieur Stephen Baxter, deel 2 van zijn Manifold-serie. Uiterst boeiende, wetenschappelijke SF van hoog niveau. Ans is naar haar moeder. Vanavond gaan we met Barbara, Michel en hun drie kinderen eten in het wokrestaurant Wok Gorkum. Ze konden er vorige week niet bij zijn. Ans´jongste dochter Tessa komt ook. Terug naar boven |
|
Gorinchem (13) In Wok Gorkum met mijn tafeldame Esri Maandag 20-10-2008
Smakelijk gegeten in Wok Gorkum gisteravond. Alleen thee gedronken. Dat smaakt trouwens eigenlijk het best bij de Oosterse keuken, vind ik. Ans maakte deze leuke foto van mij en mijn tafeldame Esri (foto hiernaast) Als je goed kijkt zie je dat ze een Chinees jurkje draagt.
Vandaag is het bepaald nog niet afgelopen met de kredietcrisis. Dit weekend besloot ING, een van de grootste banken in ons land, gebruik te willen maken van het steunfonds voor banken van minister Bos. Nu komen er indicaties dat ook bankverzekeraar Aegon overweegt er gebruik van te maken. Toch ook niet de kleinste. Ze zeggen het niet zomaar, je kunt aannemen dat ze forse problemen hebben. Komt er dan geen einde aan? Ik ben trouwens benieuwd of er ook ziekenhuizen zijn, die - net als provincies en gemeenten - geld hebben weggezet bij IJslandse banken. Nog niets over gehoord.
Vandaag erger ik me weer eens over een column van wetenschapsredacteur Simon Rozendaal op de website van Elsevier Ik vind die man zo ontzettend slecht schrijven en het niveau van de reacties van zijn lezers, afgedrukt onder de stukjes, is ook al zo bedroevend. Dus stuurde ik een reactie:
"Het valt me op dat in de meeste reacties niet geargumenteerd wordt, maar gescholden. Vreemd. Schelden is een zwaktebod van mensen die geen argumenten hebben, zei mijn moeder altijd. Die kun je in een debat dus negeren. Dan blijft er in dit geval weinig over. De heer Rozendaal maakt er zich zelf ook vaak aan schuldig. Hij voert inderdaad geen wetenschappelijke discussie (dat kan hij waarschijnlijk niet eens), maar maakt stemming. Zijn verkeerd lezen van het KNMI-fragment over het poolijs in 2008 laat dat zien. Van een ombuiging in de trend van opwarming van de aarde de laatste tien jaar is ook al geen sprake. Integendeel, zie b.v. www.realclimate.org. En waarom je geen serieuze aandacht zou geven aan de waarschuwingen van een miljonair - dus iemand die ook slim genoeg was om rijk te worden - ontgaat me volledig"
Eigenlijk moet ik dat niet doen, dergelijke reacties insturen. Ik heb wel eens vaker kritisch op Simon Rozendaal gereageerd op de website. Maar enfin, je weet nooit of het helpt. Vanavond gaan we naar oude vrienden: Paul & Tine Andela in Nieuwegein. Morgenavond vliegen we terug naar Malta. Terug naar boven |
|
Gorinchem (14) Het logo van VOZ Magazine Dinsdag 21-10-2008
Paul & Tine Andela ontvangen ons gisteravond met hun gebruikelijke warmte. We zijn bevriend vanaf 1974, toen we vlak bij elkaar woonden op de Oudegracht in Utrecht, bij de Twijnstraat. Paul is gister net teruggekomen van een bezoek aan Namibië. Zoals iedere keer als we dezer dagen ergens op bezoek zijn, vragen Ans en ik of we onze schoenen mogen uittrekken. Waarom? Omdat ze pijn doen aan onze voeten. Schoenen dragen zijn we niet meer gewend, we lopen altijd op slippers, Crox of op blote voeten. Sinds tien dagen heb ik pijnlijke wondjes aan beide hielen. Tine, die verpleegster is en eind van dit jaar stopt met werken, toont een testsetje waarmee je zelf je bloedsuiker kan meten.Die kans laat ik niet voorbijgaan! Bij mij meet ze 5 mmol/l, een prima waarde! Ans heeft zelfs een iets hogere waarde: 5,3 mmol/l (normaalwaarde is 4 - 8 mmol/l) Paul & Tine schotelen ons een echte Hollandse maaltijd voor: erwtensoep en daarna zuurkool, met heerlijke ambachtelijke rookworst, spekjes, e.d, omspoelt met een Pinot Blanc uit de Elzas. Jongstleden mei vierden ze met een groot feest op een boot het feit dat ze allebei 60 werden. Hun twee zonen interviewden familieleden en vrienden, voor een DVD-film over het leven van Paul en Tine. Ik werd negen maanden geleden op de Oudegracht in Utrecht gefilmd en ondervraagd over hun jaren in Utrecht. Met veel plezier kijken we later op de avond naar die film en praten bij tot laat in de avond onder het genot van mooie Spaanse Rioja´s en een Italiaanse Barolo-wijn. Helaas zijn de foto´s die ik maakte allemaal onscherp, blijkt vandaag. En mijn bloedsuiker zal vanmorgen ook wel een stuk hoger zijn.
Bij toeval vind ik op Internet op de website van het maandblad VOZ Magazine het interview dat ik een jaar geleden had met redacteur Bas Budde. Ik had het nog niet eerder gezien, maar kennelijk hebben ze onlangs alle nummers online geplaatst. Om het te lezen moet je even hier klikken.
Vandaag schaf ik bij de apotheek een bloedglucosemeter aan, net zo één als Tine gisteren gebruikte. Een FreeStyle Freedom Lite bloedglucosemeetsysteempje. Prijs: 15,50 euro. De teststripjes zijn wel duur: € 38,50 voor 50 strips. Bij Barbara thuis voer ik de test uit. Er is slechts een miniem druppeltje bloed uit een vingertop voor nodig. Daarvoor gebruik je een eenvoudig prikapparaatje. Na enig stuntelen gaat de test goed. Uitslag: 6,4 mmol/l. Mooi. We maken we ons klaar om te vertrekken. We krijgen gelukkig alles inclusief de stapels nieuwe boeken in de koffer. Straks om vier uur rijden we naar Schiphol, vroeg met het oog op de files waarmee het land vandaag vergeven is. Vannacht om een uur of één kunnen we op Malta weer aan boord stappen, schatten we. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (28) Air Malta heeft vertraging, wachten op Schiphol Woensdag 22-10-2008
We nemen om drie uur afscheid van Barbara en haar kinderen. Altijd even moeilijk. We hebben het erg fijn bij ze gehad, net als bij Tessa trouwens. Het liefst zien ze dat we langer blijven. Dat is goed, het zou minder zijn als ze blij waren dat we opkrasten. We rijden langs het verzorgingshuis om Oma Steers dag te zeggen (zie foto hier) Bij de apotheek haal ik nog snel een voorraad van 200 scalpels, waarmee je in je vinger prikt voor een bloeddruppel voor de bloedsuikertest. We rijden zonder file-oponthoud naar Schiphol, onderweg tanken we de huurauto vol. Bij Europcar leveren we hem zonder problemen in. In de grote hal van Schiphol staat bij de ingang een tentje waarop Hema staat. Verdraaid, ze verkopen de fameuze halve rookworsten! We bezwijken, per slot kan het weer drie maanden duren voor we een rookworst kunnen eten, en eten zo´n heerlijke vette worst met mosterd, uit de hand, gevat in een vloeipapiertje. De Airbus A 319 van Air Malta is drie kwartier te laat, wachten dus (zie foto hierbij) We kopen een stuk oude brokkelkaas en - jawel - nóg een boekje, net verschenen: George Soros - "De Internationale Kredietcrisis. De Toekomst van de Financiële Markten" (2008, Ned. Vert. Uitgeverij Contact) In het vliegtuig zitten we naast iemand met een bekend gezicht. Verdraaid, het is de gitarist die ons twee weken geleden verrukte met zijn spel tegen middernacht op Freedom Square in Valletta tijdens La Notte Bianca en die zo sprekend op Eric Clapton leek (zie voor het verslag hier en voor de foto hier) Hij stelt zich voor als Carlos Vamos, van Spaanse komaf maar hij woont in Amsterdam. Zijn collega en hij werden speciaal door de organisatie uitgenodigd om op te treden. Met zijn Australische collega (de kleine man met de kapiteinspet op de foto) vormt hij een duo dat regelmatig optreedt op festivals rond de Middellandse Zee. Het merkwaardige instrument van zijn collega is een dulcimer (een snaarinstrument uit de Amerikaanse Appalachen, waar je op hamert, verwant aan de citer, het cymbaal en het hakkebord) Vamos keert nu speciaal terug naar Malta om werk te kopen van een Maltese schilder, die hij zeer is gaan waarderen. Als ik vandaag op zijn naam google, blijkt hij een hele beroemdheid, die veel speelt op de Dam en het Leidseplein in Amsterdam en optrad met o.m. Herman van Veen. Muziek van hem kun je beluisteren op YouTube en zijn officiële website. Om middernacht landen we na een rustige vlucht. In de hoek van de aankomsthal, naast de uitgang, is een centrale balie voor taxi´s. Er hangt een lange lijst van bestemmingen op het eiland en de prijzen. De rit naar onze haven kost € 20,53, daarvoor krijg je een voucher waarmee je de taxichauffeur betaalt. De regering heeft een paar jaar geleden deze desk ingesteld nadat het agressieve werven van klanten door de chauffeurs de spuigaten uitliep. Misschien een idee voor Schiphol?
Vol spanning lopen we naar onze boot. Zou het goed zijn met Lord Byron? In het licht van de vaste schijnwerper op de steiger doemt onze giek op met de naam Dulce op de huik. De boot ligt een eind van de steiger, dat heb ik bij vertrek expres gedaan voor het geval er harde wind en swell op de kop zou komen. Daarom haalden we de loopplank ook weg. Nu is het rustig. Via de verlaten boot van de buren klauteren ik aan boord. Voor de klapdeurtjes staat een doosje met een fles wijn, een fles water en een schaal met hapjes. Er zit een kaartje bij van Jaap & Diana ("welkom thuis en een snack voor de trek") Wat aardig! Uit de tekst blijkt verder dat ze tegenover ons aan de steiger liggen. We kijken om: daar ligt inderdaad hun Dufour 38. We draaien de sleutel om, openen de klapdeurtjes en dalen de kajuittrap af, schakelen de lampen aan en zien hoe Lord Byron als een bolletje wollige veren op zijn stokje zit te slapen en bezig is wakker te worden. Hij leeft dus nog! Ik vier de lijnen op de kop zodat de boot wat dichter naar de steiger opschuift, we halen de loopplank uit de voorhut, leggen hem uit en brengen zachtjes de bagage aan boord. Het is onze gewoonte om altijd meteen alles uit te pakken en op te ruimen. Om half twee vallen we doodmoe in slaap, in ons eigen bed in de achterhut met de vertrouwde geluiden van soms krakende landvasten en kabbelende golfjes tegen de achterkant van het schip.
Vandaag bestaat uit schoonmaken, tanks vullen, de fiets in elkaar zetten en boodschappen doen bij de Gala supermarkt, verschillende wassen draaien, enzovoorts. Het groenteboertje komt langs en om half twaalf komen Jaap en Diana op de koffie. Het is fijn om ze terug te zien. We zagen ze voor het laatst in Palma op Mallorca, het lijkt jaren geleden. Ook zij hebben een voorlopig plaatsje, net als wij in afwachting op een definitieve voor de winter. Lord Byron is ondertussen zeer in zijn nopjes met onze komst en het feit dat hij weer buiten hangt, in de kuip in de zon aan het achterstag, voorzien van vers badwater en lekkere dingen zoals een stukje appel en een takje gierst. Hij uit zijn genoegen door intens te kwetteren en te pruttelen en héél zacht lijkt hij af en toe een zangriedel te proberen. Oppasser Paul van de zeilbark Barney geven we een fles goede whiskey en een chocoladeletter P. Het zonnetje is aangenaam en de temperatuur is 25°, niks mis met Malta! Toch betrekt de lucht in de loop van de middag. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (29) Jaap en Diana op de borrel Donderdag 23-10-2008
Later gisteren begint het inderdaad te regenen. Jaap & Diana komen op de borrel, knus in de kajuit (zie foto hiernaast) We hebben veel uit te wisselen. We zagen elkaar voor het laatst in Mallorca, dit voorjaar. Zij hebben een andere route genomen dan wij, naar Sardinië waar ze lang waren, en de west- , noord- en oostkust van Sicilië (zie hun website) We hebben een lange, genoeglijke avond. Ondertussen onweert het heftig, regent klettert tegen de ruiten en het is binnen warm en knus.
Ook vandaag regen. Pas na de middag knapt het wat op. Overigens blijft de temperatuur aangenaam: 23° Eergisteren parkeerde ik de huurauto voor een laatste boodschap bij het Piazza winkelcentrum in Gorkum. Onderwijl luisterde ik geboeid naar de radio (Radio 4) waarop een prachtig celloconcert werd uitgezonden in de stijl van John Adams. Minimal music, dus. Ik kon me niet van de muziek losmaken en bleef luisteren tot het einde om de afkondiging te horen: de wereldpremière van een celloconcert van een jonge Bulgaarse componiste, live uitgezonden vanaf de Cello Biënnale in het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam. Door dit soort toevalligheden kom ik vaak aan mijn mooiste muziek. Helaas kon ik de naam niet verstaan. Vandaag zocht ik op Radio 4 en vond het: het Concerto voor Cello and strings van een mij onbekende Dobrinka Tabakova. Dat moet ik natuurlijk hebben, maar het zal nog wel niet op CD zijn verschenen.
Verder lezen we, de hele godganse dag. Heerlijk, niks hoeft. Jaap brengt nog een hele zak tijdschriften. Ik ben middenin het derde deel van Stephen Baxters´ Manifold-serie: "Origin" (2002, Del Rey) Gedurende de middag keren er jachten terug die hebben deelgenomen aan de zeilrace rond Sicilië. Maar wij lezen door. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (30) Hal Saflieni Hypogeum, een tempelruimte op het middelste niveau (bron Times of Malta) Vrijdag 24-10-2008
Gisteravond vuurwerk boven Valletta, een mooi gezicht. Feestelijkheden ter afsluiting van de Rolex Cup, de zeilwedstrijd rond Sicilië van de afgelopen week. Het water van Marsamxett Harbour spiegelt en verdubbelt de fonteinen van licht.
Vandaag bezoeken we het Hal Saflieni Hypogeum, de dodenstad van de eerste, neolithische inwoners van Malta, ongeveer 6000 jaar oud. Met twee stokoude bussen rijden we, nou ja, rijden....scheuren we ernaartoe. Een maand geleden hebben we geboekt voor een bezoek, want in deze officiële Heritage site van de Verenigde Naties (al sinds 1980) mogen dagelijks maar een beperkt aantal bezoekers naar binnen. Toen was de wachtlijst een maand, nu slechts een week, zien we bij de ingang. In de dodenstad wordt een speciaal microklimaat gehandhaafd, nadat men in het begin van de negentiger jaren ontdekte dat er algen op de muren groeiden en de prehistorische oker schilderingen dreigden te vervagen. Fotograferen is natuurlijk ook ten strengste verboden (vandaar dat ik het plaatje hiernaast op Internet moest zoeken) Deze adembenemende dodenstad werd in 1903 ontdekt toen men er een nieuwe stadswijk bouwde. Bij het boren van de toen voor ieder huis gebruikelijke cisterne voor de opslag van regenwater vond men het uitgebreide stelsel van graf- en tempelruimtes. Uiteraard zagen grafrovers meteen kans een onbekend aantal belangrijke voorwerpen van onschatbare waarde te stelen.
De ingang van het complex is een eenvoudige deur op straatniveau met een bordje. Van buiten zie je niet dat zich onder deze straat één van de oudste en mooiste dodensteden ter wereld bevindt (zie foto hier) Een necropolis is geen zeldzaam fenomeen in het Middellandse Zeegebied. Ook in Syracuse bezochten we er een die beduidend groter was. Maar die is van veel later datum, uit de tijd van het vroege christendom. De dodenstad op Malta is bijzonder omdat hij de alleroudste is en een heel bijzonder karakter draagt, namelijk dat van een heiligdom van een volledig onbekende, verloren godsdienst. Een bezoek is dus een absolute must als je op Malta bent. (Ook als je hier maar een week bent, kun je van tevoren een bezoek boeken via Heritage Malta. Zoals gezegd is het complex niet erg groot, het telt drie niveaus. Je loopt er in een strikt tijdschema in een uur doorheen, inclusief een introductiefilmpje van tien minuten. De onderste laag, 10 meter onder de straat, is de jongste; het oudste niveau is bovenaan. Het complex ontwikkelde zich dus de diepte in. Bij de opgravingen na 1900 trof men de resten van 7000 doden aan. In een twee meter diepe put op het laagste (jongste) niveau vond men het beroemde en intrigerende beeldje van de slapende Fat Lady, waarvan een replica in onze kajuit staat. Hoewel het klein is, doet het complex aan als een labyrinth. Je moet je voorstellen dat hier eeuwenlang aan gewerkt is bij het spaarzame licht van fakkels, door mensen die met primitieve stenen gereedschappen en eindeloos geduld de ruimtes uitschraapten, pilaren en nissen uit de zachte rots hieuwden, met voortdurend het gevaar van instorting. De grotere ruimtes waren waarschijnlijk bestemd voor begrafenisrituelen (zie foto hierboven en nog een hier, genomen van Internet) Die ruimtes zijn verbazingwekkend mooi. Ze hebben iets buitenwerelds, alsof ze niet van onze aarde zijn. In sommige gedeelten zijn de wanden en de plafonds beschilderd met oker - nu bleekrood vekleurd - in vreemde spiraalmotieven. Het doet wat aan slingerplanten denken. Merkwaardig abstract, haast als fractals. Ooit was die oker fel rood, alsof de gangen en ruimtes met bloed waren beschilderd. Alles is merkwaardig trouwens, men weet verder helemaal niets van dit oude volk. Ze zijn volledig verdwenen in de allesverwoestende maalstroom van de geschiedenis. Wat dachten ze en wat dreef hen hiertoe? Het begraven van overledenen en de idee van een onderwereld voor de doden is een concept dat in veel oude culturen ontstond. Denk aan de Hades bij de oude Grieken. Het doet me weer denken aan de prachtige mythe van Orpheus en Eurydice. Ook dat is een oud verhaal. Het toont het maar al te menselijke verlangen de dood te overwinnen en terug te kunnen keren naar het leven. Tja. Ondanks de grafrovers vond men in het Hypogeum nog een aantal grafgiften. Veelal beeldjes met een menselijke vorm. Je vindt ze nu in het Archeologisch Museum in Valetta. De slapende Fat Lady is er een van. Ook die beeldjes geven hun geheim niet prijs. Tot het - misschien - ooit lukt om de Tijd te beheersen en terug te reizen om zelf te zien waarvoor ze bedoeld waren. Mogelijk blijkt het dan iets heel gewoons te zijn, dat je zelf had kunnen bedenken. Raadsels die opgelost worden, vallen vaak tegen.
(De feitelijke informatie ontleen ik aan het boekje "The Hal Saflieni Hypogeum" van Anthony Pace (2004, Heritage Books, Malta) Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (31) Koptekst in de Volkskrant van 24-10-2008 Zaterdag 25-10-2008
Een fraaie zonnige dag. Een attente lezer van onze website mailt me een artikeltje uit De Volkskrant van gisteren (zie hiernaast de koptekst) Daarin spreekt mijn vriend en opvolger in Gorinchem, Pieter de Kort, zich uit voor een nauwere band, zelfs een fusie, tussen de Rivas Zorggroep en de zorgverzekeraar Univé (ik denk overigens dat de UVIT-groep bedoeld wordt, waarin de zorgverzekeraars Univé, VGZ, IZA en de plaatselijke verzekeraar Trias zich hebben verenigd) Ik ben nog steeds (plaatsvervangend) trots als ik zoiets lees. Het ongekamde, creatieve denken bestaat nog steeds in Gorinchem! Een groot deel van de dag peins ik over mijn zorgverleden en de ontwikkelingen die zich in Gorcum voordeden. Zozeer zelfs dat ik er wel een stukje over wil schrijven voor de rubriek Beschouwingen. Een gezellige borrel bij Jaap & Diana op de Kiara haalt me uit al dat gepeins. Later eten we met zijn vieren uitstekend in Restaurant Mare Nostrum, hiernaast gevestigd in de oude driemastschoener de Black Pearl, waar we al een paar keer eerder aten. Natuurlijk drinken we er ook weer die prachtige rode wijn uit de Bekaa Vallei in Libanon, Château Kefraya. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (32) De rest van de dag regent het. Zondag 26-10-2008
De zon komt stralend op. In alle vroegte schrijf ik vanochtend een stuk voor de rubriek Beschouwingen, waar ik het gisteren al over had. Het heet "Darwinisme in de gezondheidszorg" In de loop van de ochtend betrekt de hemel en vanaf een uur of twaalf regent het onophoudelijk (zie bijgaande foto) De dag duurt extra lang, want pas vanochtend ontdekken we dat de klok een uur terug moest. Ook op Malta ging vannacht de wintertijd in. ´s Middags komt er nog onweer bij. We lezen in de kajuit en het wordt vroeg donker. Ik kruk een hele tijd om met de haperende verbinding met het WiFi-netwerk. Het kost uren om de website bij te werken en het stuk over de gezondheidszorg te plaatsen. De neiging om de laptop overboord te gooien is groot. Verder niets te melden. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (33) Links van het witte zeilbootje ligt alweer een migrantenboot op de marinekade tegenover ons Maandag 27-10-2008
Aangenaam, zacht weer vandaag. We ruimen, maken schoon, tappen de tanks vol en doen onze bankzaken. Ans laat per ongeluk een lierhendel in het water vallen. (Die gebruiken we om de doppen van de vulopeningen van de tanks te draaien) Het is hier liefst 17 meter diep, te diep om hem op te duiken. We proberen vergeefs hem op te pikken met een zware magneet aan een lange lijn, tot we even de magneet bij de andere lierhendel houden. Dan blijkt die niet magnetisch te zijn, dus het hengelen heeft geen zin. Gelukkig hebben we nog twee reserve hendels. Met Jaap van Kiara fiets ik naar de jachtwerf op Manoel Island Daar regelen we dat onze boten op 5 maart volgend jaar voor twee weken de wal op gaan voor onderhoud. De antifouling willen we zelf aanbrengen, evenals nieuwe offeranodes en (bij ons) het onderhoud van de Max-prop schroef We kunnen aan boord blijven en als we eerder klaar zijn, kunnen we eerder te water. De prijs is redelijk: € 650 inclusief afspuiten. Was het maar zover, denk ik onwillekeurig als we terugfietsen. Ik zou wel weer verder willen varen. daarna doen Ans en ik boodschappen bij de Gala supermarkt. Tot onze verrassing vinden we bij toeval rookworsten! Van Zwan. Deze super heeft werkelijk alles.
Af en toe springt er onder of bij de heetwaterboiler (die uit staat) een pomp aan, die ik niet kan vinden, die water via een slang naar het bilgeputje pompt. Dan springt ook de bilgepomp aan, die het naar buiten pompt. Ik begrijp het niet goed. Ik kan me wel voorstellen dat de boiler een eigen pomp heeft, die druk in de warmwaterleidingen brengt. Maar waarom slaat die pomp af en toe aan? Er staat bij mijn weten niets open. En waarom loopt het water in het bilgeputje? Zou het overdrukventiel niet goed werken sedert de boiler "overkookte"? Al die vragen waar je niet voor gestudeerd hebt. Dezer dagen zal Johan Huy van White Sails langskomen om het nieuwe verwarmingselement mee te nemen en het kromme buisje van één van de twee thermostaten voorzichtig recht te buigen, in de hoop dat die dan weer werkt (en de zaak niet weer "overkookt") Dan zal ik vragen wat er verder mis kan zijn.
Op de marinekade aan de overkant ligt sinds vanmorgen een Arabische sloep naast een witte zeilboot (zie foto hierboven) Er is een tent op bevestigd. Zou men vannacht weer migranten uit Afrika aan wal gebracht hebben? Malta kreeg in 1988 de eerste zwarte migranten, nu komen er 2500 per jaar en het aantal neemt snel toe. The Sunday Times (of Malta) bericht over een conferentie die hier pas belegd werd. Ene Paul Clough, een antropoloog van de universiteit van Malta, "made the astute observation that if living conditions in detention centres were substantially improved, then the summer wave of boat people would become ´a human tsunami´" Ze hebben immers allemaal met hun mobieltjes of via Internet contact met thuis. "Many more would risk the Mediterranean crossing" Inderdaad astute (pienter), daar moet je wel voor gestudeerd hebben. Dus hoe ellendiger en uitzichtlozer die kampen, hoe beter? Dat zegt meneer Clough niet. Misschien is dat niet wetenschappelijk of pienter. Gelukkig was Tonio Borg er ook, de minister van buitenlandse zaken van Malta. Hij "hinted that more transparency was around the corner" Ik heb even om de hoek gekeken maar ik zag niks. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (34) Lege paviljoens en nieuwbouw op Tigne Point Dinsdag 28-10-2008
Een winderige dag, maar de zuidoostenwind afkomstig uit Libië is warm: 25° Ik verken op de fiets een groot deel van de kust langs het stadsdeel Sliema tot Saint Julian´s Bay. Het is goed opletten met dat linksrijdende verkeer. Zoals eerder gezegd, de mensen rijden net als in Italië ook hier als idioten. Het eiland is hemelsbreed maar 27 kilometer lang, maar iedereen schijnt voortdurend enorme haast te hebben. Je voelt je kwetsbaar op zo´n vouwfietsje. Eerst rijd ik langs The Strand, de boulevard van Sliema langs Sliema Creek, tegenover Manoel Island. het is een drukke weg met talrijke restaurants, hotels, winkels en bars. Overal slenteren toeristen, dat gaat geloof ik het hele jaar door in Malta. Ik rijd helemaal door tot Tigne Point, de punt die naar het zuiden uitsteekt en aan stuurboord de invaart van Marsamxett Harbour vormt. Hier wordt koortsachtig gebouwd aan hoge appartementencomplexen, die een schitterend uitzicht bieden over de zee, de oude stad Valletta en de haven. Ik fiets langs de enorme bouwplaats waar een tiental hoge bouwkranen heen en weer zwaaien. Er zijn veel zwarte Afrikanen aan het werk. Van de regering mag dat. De mensen van de migrantenboten verlaten iedere ochtend hun kamp en verzamelen zich op een aantal verkeerspleinen, waar ze ondermeer worden opgepikt door opzichters van bouwprojecten voor een dag werk. Veel mogen ze niet verdienen (maar kennelijk genoeg om de mobiele telefoontjes te kopen, waarmee ze volgens de Maltese antropoloog Paul Clough - zie gisteren - hun families in Darfur, Tsjaad, Somalië en andere ongelukkige streken in Afrika kunnen informeren hoe fijn het hier is) Ik beklim hijgend een hellende straat en zeil aan de andere kant naar de kust beneden. Aan de zeekant liggen verlaten toeristenpaviljoens, met lege zwembaden en terrassen en alweer roestende hekken. Hier is het seizoen duidelijk wél voorbij (zie foto hierboven) De Tower Road is een kilometerslange boulevard langs Sliema. Hier zijn op de rotsige strandjes nog wel badgasten. Een bord van de deelgemeente verbiedt topless bathing in een aantal talen, waaronder zelfs Russisch. In de verte zie ik de ingang van Saint Julian´s Bay en de hoge toren van het Hilton Malta (zie foto hier) Op Saint Julian´s Point, waar ik een scherpe bocht naar links moet maken om de baai landinwaarts te volgen, staat een oude verdedigingstoren uit 1654. Er zit een restaurant in. Overal zitten in de panden hier trouwens restaurants, want Saint Julian is hét uitgaanscentrum van Malta, met een groot aantal grote toeristenhotels. Bij een plantsoentje ontmoet ik opeens Paul, ons groentenboertje, met zijn wagen. Hij heeft hier een vaste standplaats op zijn route. We praten wat - hij vindt dat we op Malta moeten komen wonen - en geeft me een banaan. Daarna wrik ik me weer omhoog en sla af naar Paceville, waar het hoge Hilton Hotel staat met eronder een kleine jachthaven, Portomaso Marina. Ik fiets over de kades. De jachthaven is rustig, goed beschermd door golfbrekers en dammen, peperduur (naar men zegt), helemaal ingesloten door een hoge wal van appartementen - en volledig vol. Er liggen wat overwinteraars, die zo te zien niet aan boord verblijven. Ik ben ondertussen aardig bekaf. Met enige moeite ontdek ik een kortere weg terug, maar die leidt wel dwars door Sliema over een niet onaanzienlijke heuvelrug. Hellende straten dus, moeizaam beklommen, zegevierend weer afgesuisd. Voor vandaag heb ik weer voldoende lichaamsbeweging gehad. Op de kuipbank val ik ´s middags lekker in slaap.
Er is een e-mail van Josje & Gerard van de Mermaid. Zij waren afgelopen winter ook in Lagos. Nu liggen ze voor anker in de baai van Syracuse. Ze wilden nu ergens in Tunesië overwinteren, maar omdat het hen niet lukte via Internet en email daar een overwinterplaats af te spreken, zullen ze dezer dagen hierheen komen. Daar zien we wel naar uit. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (35) Artists impression van de ster Epsilon Eridani (rechts) met asteroïdengrodels en een planeet (linksonder) Woensdag 29-10-2008
Hiernaast zie je een prachtig en belangwekkend plaatje. Het is een artists impression van het stelsel van de ster Epsilon Eridani, op een afstand van 10,5 lichtjaar van de aarde. In kosmologisch opzicht een buurman, de op acht na dichtstbijzijnde ster. Daar is zojuist een boeiende ontdekking gedaan, niet door de exoplanetenjager Corot, maar door NASA´s Spitzer Space Telescope. Die heeft rond de ster drie ringen van asteroïden ontdekt. De binnenste ring lijkt sprekend op onze eigen asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter. Hij ligt op dezelfde afstand. De buitenste ring lijkt op onze eigen Kuiper-gordel van ijslichamen, met 100 keer meer materiaal. De middelste ring is ter hoogte van de baan van onze planeet Uranus. De aanwezigheid van de drie ringen impliceert dat een aantal onbekende, nog niet ontdekte planeten het stelsel vormgeven en in stand houden.
Epsilon Eridani is met het blote oog zichtbaar. Het is één van de sterren in het sterrenbeeld Eridanus, de mythologische kronkelende hemelrivier die vanaf Orion naar het zuiden loopt. De rivier waar Phaëthon, een zoon van de lichtgod Helios, brandend instortte. Met de zonnewagen van zijn vader kwam hij te dicht bij de aarde. Die dreigde erdoor in brand te vliegen, totdat oppergod Zeus hem met een bliksemschicht net op tijd uitschakelde. De ster Epsilon Eridanus is wat kleiner en koeler dan onze zon en behoorlijk jonger, circa 850 miljoen jaar. Onze zon is ongeveer 5 miljard jaar oud. Epsilon en zijn stelsel vertonen een opvallende gelijkheid met ons zonnestelsel, toen het dezelfde leeftijd had. In die periode zag onze Kuipergordel er volgens de sterrenkundigen ongeveer zo uit als die van Epsilon. Sedertdien is bij ons veel materiaal het zonnestelsel uit geslingerd, de interstellaire leegte in. Een deel van het materiaal werd echter naar de binnenplaneten geslingerd; een periode die men het Late Zware Bombardement noemt. Onze maan en ook de planeet Mercurius tonen daarvan nog steeds de grote kraters. Het is goed mogelijk dat Epsilon ook zo´n dramatische ontwikkeling doormaakt of zal doormaken. In diezelfde periode, ongeveer 4 miljard jaar gelden, ontstond het eerste leven op onze aarde. Kijk voor meer informatie op deze webpagina Overigens staat ook Eta Eridani, een andere ster in hetzelfde sterrenbeeld, ook in de warme belangstelling. Deze ster op 11 lichtjaar afstand, lijkt heel ook erg op onze eigen zon en heeft waarschijnlijk eveneens een planetenstelsel.
De jacht op leven in het universum wordt steeds intensiever. Als er ergens een planeet wordt aangetroffen met een atmosfeer die zuurstof bevat, is dat vrijwel een bewijs van leven. Soms denk je dat het iedere maand kan gebeuren.
Het is een zonnige, broeierige dag. Vanochtend leek er onweer te ontstaan, maar vanmiddag werd het helderder. Ans is met Diana uit winkelen in de buurt. Lord Byron zijn kooitje hangt aan het achterstag. De hele dag zit his Lordship te kwinkeleren en twieteren. Niet zo hard als voor de ruiperiode. Maar het lijkt alsof hij een nieuw repertoire ontwikkelt, minder melodieus fluitend en meer ritmisch twieterend van aard met af en toe een loopje. Als het van hoog uit de lucht zou komen, zou je direct geloven dat het een leeuwerik was. De zon schijnt in de kuip. Ik lees vol verbijstering het relaas van een man die wist te ontsnappen uit de hel van de genocide in Darfur: "De Tolk" van Daoud Hari (Arena, 2008) Een hel waarvan de omvang nog steeds onderschat wordt. Het is niet gek dat mensen daaruit weg vluchten en proberen ergens in het Westen toevlucht te zoeken. En door wie wordt het fundamentalistisch Islamitische bewind in Khartoum gesteund? Door de Volksrepubliek China, dat op grote schaal olie in het zuiden van Soedan wint. Natuurlijk, de opkomende grootmacht moet ergens zijn enorme honger naar energie stillen om het eigen explosieve groeitempo te kunnen volhouden. Maar ook de USA en de Europese Unie gaan niet vrijuit. Door onze hoge tariefmuren en subsidies aan de eigen landbouw fnuiken we de ontwikkeling van stabiele economieën in de arme landen, met name in Afrika. Onderontwikkeling, schaarste en honger veroorzaken oorlogen en vluchtelingenstromen zoals in Darfur. De toestroom van berooide migranten uit Afrika wordt mede door onszelf veroorzaakt. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (35) Alexander Vella Gregory en Sarah Spiteri oogsten een verdiend applaus in de kerk van St Catherina van Italië Donderdag 30-10-2008
DomDomDomDom hoofd... Waardoor? Gisteravond was er een welkomstborrel voor alle overwinterende zeilers in Restaurant Mare Nostrum, in de driemastschoener Black Pearl die hiernaast op de wal ligt. Gratis drinken en hapjes. Nooit vermoed dat er zoveel overwinteraars in de haven zijn. De voormalige kapiteinshut, waar nu de bar is, was mudjevol. En warm! Daar krijg je dorst van. Jaap en ik hebben vanwege de hitte binnen nog een hele tijd buiten op het balkon bij de ingang gezeten, in de mooie zwoele avond. Nieuwe mensen leren kennen, onder andere Gerda & Fred Bol uit Leiden, wier schip Pegasus verderop tegen de wal ligt in afwachting van een definitieve overwinterplek. Zij hebben een appartementje in de buurt. Later mengde alles met een grotere groep Maltezers die beneden in het scheepsruim een feest hadden. Toen kwamen er opeens drie buikdanseressen om het nog gezelliger te maken. Toch gingen we tamelijk op tijd naar huis, maar met Jaap & Diana namen we nog wat afzakkers bij ons aan boord. Tja, wie ´s nachts vist moet overdag de netten boeten, zei mijn moeder altijd (in het Fries)
Een hevige kater na een vrolijke avond maakt mij altijd erg ontvankelijk voor muziek. Het komt dus goed uit dat we vandaag naar een concert in Valletta gaan. Jaap & Diana gaan mee. Een hevig rammelende. Stokoude Lijn 62 brengt ons in een ijltempo, met gierende banden en piepende remmen, naar de stad. We zijn er te vroeg en drinken eerst maar even rustig koffie, om bij te komen van de zoveelste dodenrit met het openbaar vervoer. Jaap is ook een beetje brak. In de kleine intieme barokkerk van St Catharina van Italië is een Beethoven-programma. Wekelijks zijn er twee kamermuziekuitvoeringen in deze kerk, die geld moeten opbrengen voor de hoognodige restauratie. Er zijn een kleine honderd mensen op komen dagen. Eerst geeft een jonge Maltese pianist (en componist) Alexander Vella Gregory een goede vertolking van de Pianosonate nr. 17 in d "Der Sturm" Vooral de finale (Allegretto) van de sonate vind ik altijd heel mooi, dat snelle voortrennen van de noten, voortstormen eigenlijk. Moeilijk te spelen, maar de pianist brengt het er goed af. Dan komt er nog iets veel moeilijkers. De eveneens Maltese violiste Sarah Spiteri en de pianist voeren samen de Frühlingssonate opus 24 uit. Vooral het immens weemoedige Adagio molto espressivo is razend moeilijk. Ongelooflijk hoe in ogenschijnlijk zulke simpele noten zo´n enorme spanning kan worden opgebouwd. De beide vertolkers zijn echter uitstekend op elkaar ingespeeld en ze geven een meeslepende uitvoering van de sonate. Ze oogsten dan ook een daverend applaus (zie foto hierboven)
In het Gastenboek op de website tref ik een nuttig bericht aan van mijn maat en collega Fons van Jachtwerf Numansdorp inzake de problemen met de boiler. Inderdaad schuilt het euvel in het overdrukventiel. Als ik er wat aan jutter en trek, houdt het afstromen van boilerwater meteen op. Het ventiel moet dus vervangen worden. Morgen zal ik erachter heen gaan. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (36)Vrijdag 31-10-2008
Een warrige dag. Nog steeds problemen met de boiler. Gelukkig komt in de loop van de middag een van de jongens langs, die bij Johan werkt in White Sails Ltd. Volgens hem is het een kwestie van het goed instellen van de temperatuur van de beide thermostaten. Hij is een tijd bezig, het is een plek waar je lastig bij kan en bovendien heb je een spiegeltje nodig om het palletje te zien dat je moet aandraaien. Dat betekent: precies andersom draaien, in spiegelbeeld dus. Als hij weg is, wordt het water na verloop van tijd opnieuw gloeiend heet. Ik besluit het zelf te doen, met veel geduld. Ik zie inderdaad twee blokjes met een schaalverdeling. De ene loopt van 60° - 100°, de andere van 40° - 100° Die laatste moet dus wel de thermostaat voor de ondergrens van de temperatuur zijn, de eerste die voor het instellen van de boventemperatuur. Ze staan echter precies verkeerd ingesteld. Een verwisseling, dus, niet zó vreemd als alles in spiegelbeeld is. Het lukt me ze in stellen op 70° en 50°. Nu afwachten. Het overdrukventiel laat nog steeds af en toe wat water schieten, dus dat is nog niet opgelost. Ik neem een verdiende warme douche.
Ook vandaag draai ik voor het eerst de nieuwe CD van Bob Dylan, die ik in Holland kocht. Het is "Tell Tale Signs", nummer 8 uit de bootleg-serie. Nu weten alle zeilers wat tell tales zijn, de korte lintjes aan het zeil die laten zien hoe de wind langs je zeil strijkt. Er staan allerlei nummers op de CD die niet eerder verschenen of in andere versies. Verrassend goede nummers vaak. Er wordt wel gezegd dat Dylan altijd slecht in staat was zijn eigen nummers in te schatten. Veel mooi materiaal verscheen daardoor nooit op CD. Prachtig is een song met de naam "Red River Shore" met een wat warrige, onsamenhangende tekst. Toch staan er prachtige regels in, door Dylan gezongen met de vanouds bekende begeleiding van gitaar en mondharmonica.
"Some of us turn off the lights and we live
In the moonlight shooting by
Some of us scare ourselves to death in the dark
To be where the angels fly
Pretty maids all in a row lined up
Outside my cabin door
I´ve never wanted any of them wanting me
´Cept the girl from the Red River shore"
Wat de eerste vier regels nu met de volgende vier te maken hebben, vermag ik echter niet te doorgronden.
Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (37) Ans in de St John´s Co-Cathedral. Achter haar resp. Gerda, Diana en Jaap Zaterdag 01-11-2008
Gisteravond scheuren we met lijn 62 in ware doodsverachting naar Valletta. Er is in de St John´s Co-Cathedral een gratis koorconcert. Co-Cathedral? Inderdaad, want de eerste aartsbisschoppelijke kathedraal van Malta staat in de oude hoofdstad Medina. Later, onder het bewind van de Kruisridders, werd de kathedraal in de nieuwe, snel groeiende vesting Valletta minstens zo belangrijk. Derhalve een Co-Cathedral. Het concert wordt gegeven door de St Paul Choral Society, een koor dat zijn 10e verjaardag viert. Het wordt bijgewoond door de president van Malta en zijn vrouw. In het programmaboekje heet het concert immers plaats te vinden "under the distinguished patronage of H.E. the President of Malta and Mrs. Fenech Adami". De naam van de echtgenote wordt dus niet genoemd. In Malta houden ze van decorum. Het concert is gratis toegankelijk en voor de zekerheid zijn we een halfuur eerder al bij de kathedraal. Op de trappen staat al een hele rij. Dan zwaaien de grote deuren open, de mensen schuifelen eerbiedig naar binnen. Een man controleert het schoeisel. Vanwege haar iets te geprononceerde hakjes moet Ans van hem sloffen aandoen. Anders beschadigt ze mogelijk de grafstenen in de kerk. Bovendien, zegt een dame in het portaal, is ze te bloot, ze moet haar schouders bedekken. Als dat allemaal geregeld is, mogen we de kerk in. De enorme ruimte schittert van de overdaad aan bladgoud, zilver en prachtige fresco´s tegen muren en plafonds (zie foto hier) We vinden een plaatsje bij de kapel van de Duitse langue van de Kruisridderorde. Daar zitten we op een rijtje (zie foto hiernaast) Het zwaar gesponsorde concert begint en eindigt - net als het concert van een aantal weken geleden in het Manoel Theatre - met het spelen van het volkslied, terwijl iedereen staat. Gelukkig is het volkslied kort. Dan opent men met de Chandos Anthem No. 9 van Händel, een stuk dat ik niet ken, dat een mooie alt-aria bevat: "God´s tender mercy knows no bound" Händel wist hoe hij moest troosten en de meest ontroerende aria´s schreef hij voor alt. Dan komt voor mij het hoofdgerecht van de avond: de bekende Tripelfuga BWV 552 van J.S. Bach, gespeeld op het pijporgel van de kathedraal, dat gebouwd werd door Mascioni in 1960 (de kathedraal heeft meerdere pijporgels) door Hugo Agius Muscat. Die man moet wel een duizendpoot zijn, geloof ik. Want zijn biografie in het programmaboekje vermeldt niet alleen dat hij oprichter en dirigent van het jarige koor en organist is, afgestudeerd aan de Royal School of Music in Londen, maar ook nog consultant in Public Health Medicine. Hij speelt de fuga erg langzaam, te langzaam naar mijn smaak, maar daardoor hoor je soms onverwachts details die je niet kende. Hij slaat ook een keer mis, maar dat zij hem vergeven. De klank van het orgel is zilverachtig, aan de scherpe kant, maar dat kan ook liggen aan de keus van registers. De rest van het concert bestaat uit bekende werken, waarbij blijkt dat het koor uitstekend a capella kan zingen.
Vandaag is het opnieuw winderig, maar ook zonnig. We verwonderen ons over Lord Byron. Hij zingt de laatste dagen steeds vaker, en nu ook met wat meer volume. Alleen de prachtige fluitende loopjes van voor de rui-periode, die klinken nog schor, alsof hij verkouden is. Maar dat is hij helemaal niet. We raadplegen het boekje dat ik in Gorinchem kocht. Zou hij luchtpijpmijt hebben? (Lijkt me eerder iets voor een kerkorgel) Maar ach, His Lordship is tierig genoeg en gedraagt zich niet als een zieke vogel. In de loop van de dag wordt het zingen gelukkig steeds wat beter. Overigens lezen we in het boekje dat je vaak pas merkt dat een kanarie ziek is, als hij dood neervalt.
Website-lezer Ger Sleeuwits mailt dat hij mijn kritische bemerking gisteren over de tekst van "Red River Shore" op de nieuwe CD van Bob Dylan niet deelt. Ik kijk er opnieuw naar. Zouden met die "angels" dan de "pretty girls" uit de volgende regel bedoeld worden? Maar waarom zijn die niet meer in de hemel, maar "outside my cabin door"? Gevallen engelen? Misschien moet het bij mij nog wat groeien en rijpen. De boiler warmt vanochtend goed op, maar in de loop van de dag koelt het water langzaam af tot lauw. En warmt niet opnieuw op. Gisteren was ik zo trots op mezelf, maar nu snap ik er opnieuw niks van. Ans neemt nog snel en bibberend een lauwe douche. Heb ik misschien de lage thermostaat gewoon te laag ingesteld? Om vijf uur trekken we ons al terug in de kajuit. Overdag is het nog gemakkelijk 25° tot 28°, maar ´s avonds wordt het snel koeler - en donker. Na de invoering van de wintertijd, vorig weekend, is het om kwart over vijf al zo donker dat het licht aan moet. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (38) Barbecue op het dak van het havenkantoor. Vlnr. Ludovic, een Franse zeiler, ik en Fred van de Pegasus Zondag 02-11-2008
Een winderige, warme dag. De wind is voortdurend zuidoost, net als vorige week. Toen kregen we een laag rood zand op de boot, afkomstig van de Sahara. Dat is vandaag opnieuw het geval. Vanmiddag is er op het dak van het havenkantoor een barbecue voor de overwinterende zeilers. Op een of andere manier is het geen groot succes. We vertrekken halverwege de middag alweer en lezen lekker in de luwte van onze buiskap. De boiler heeft vandaag helemaal de geest gegeven. Ik snap er niks van. Verder geen nieuws. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (39) Johan test in een emmer in zijn werkplaats het element dat ik bij Rob Krijgsman kocht Maandag 03-11-2008
Het is bewolkt en benauwd, 26°. Jaap & Diana verhuizen naar steiger K omdat op hun plaats een grotere boot moet komen liggen. Verder is de hele dag gewijd aan de boiler. Johan en Duncan van White Sails Ltd. Halen het verwarmingelement uit de boiler, om het in de werkplaats te testen. Natuurlijk ga ik mee. Ik wil dat precies zien. Voor de goede orde: dit is dus het element dat ik nieuw kocht bij Rob Krijgsman Watersport, afgelopen zomer, en dat het dus niet doet. Johan en Duncan stellen de bovenste thermostaat (toch de andere dan ik laatst dacht!) op 70° en plaatsen het element in een emmer water. We wachten af (zie bijgaande foto) en na een goed kwartier stellen we vast (met een mooie infrarood thermometer) dat hij niet afslaat als de temperatuur van het water in de emmer 70° bereikt. Hij stijgt verder naar 75° en hoger. Ergo: de thermostaat werkt niet. Johan gaat ergens op zoek naar een nieuw element. Duncan pakt ondertussen het probleem van het overdrukventiel aan. De gedachte is dat het voortdurend aflopen van water wordt veroorzaakt door een te hoge druk in het expansievat van onze waterleiding. Ook mijn maat Fons opperde dat al in het Gastenboek. Duncan haalt het vat achter het schot onder de kaartentafel los en in de werkplaats testen we het. Er blijkt helemaal geen lucht in te zitten en dat verklaart, aldus Duncan, alles. Zonder lucht loopt het expansievat helemaal vol water en krijgen de waterleidingen een te hoge druk. Gevolg: het overdrukventiel van de boiler gaat open en loost water tot het weer dichtgaat bij een lagere druk. Dan loopt de druk in het expansievat weer op, totdat...enzovoorts. Enfin, aan het eind van de middag ligt alles overhoop aan boord. Johan bouwt het nieuwe element in. Dat maar één thermostaat heeft, die op 50° wordt gezet. De capaciteit is groter, 3 kW in plaats van 1,25) Duncan pompt lucht in het expansievat tot 1,5 bar en zet het weer vast achter het schot. Het is al donker als we de banken, de schotten en de kajuittafel weer op hun plaats hebben. Iedereen transpireert zich gek. Maar...de boiler warmt snel op en het overdrukventiel lijkt zijn gemak te houden. En we kunnen douchen. Pfff...wat een dag.
Om zes uur zitten we rustig in de kajuit. Opeens slaat de bilgepomp aan en direct daarna de waterpomp. Als door een wesp gestoken springen we op en uiten ieder een krachtterm. Ik licht het vloerluik op: gloeiend heet water stroomt opnieuw in het bilgeputje. Goeie genade! Ook na plaatsing van een gloednieuw element is het probleem nondeju nog niet opgelost! En nu begint het opeens ook nog snoeihard te waaien! Wat een geklooi allemaal! Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (40) Vlnr. Jaap, Diana, Tom, Ans Dinsdag 04-11-2008
Het eerste wat ik doe vanochtend is langsgaan bij White Sails Ltd. Helaas is Johan er niet en ik vraag of hij deze week wéér wil langskomen voor de boiler. Vandaag niet, want we gaan een wandeltocht maken langs de noordwestkust. Overigens is er toch iets opgelost: het steeds afvloeien van boilerwater via het overdrukventiel is over nadat we gister meer lucht in het expansievat hebben gepompt.
Met Jaap & Diana pakken we een bus, ditmaal met een rustige chauffeur, dwars over het eiland naar Golden Bay. Daar is een groot hotel met een van de weinige zandstranden van Malta. Dat verklaart de naam. We lopen om het hotel heen naar het noorden. Het is bewolkt maar toch warm, de flinke wind waait warm uit zuidoost. Het landschap is kaal en stenig. Veel natuurschoon heb je niet op Malta, behalve langs de grillige hoge rotskust aan de westkant. We passeren aan de kust een vreemd torentje van beton (zie foto hier) In de verte ligt het kleinere eiland Gozo, de hoge kaap van Point Wardija is goed zichtbaar. We zien honderden stenen hutjes in het landschap rond ons. Daarin verschuilen de beruchte vogeljagers van Malta zich. Ze loeren op vogeltjes. Malta heeft in elk geval één ziekelijke gewoonte en dat is het massaal uitroeien van vogels, zowel van de eigen populatie als van de miljoenen trekvogels die twee keer per jaar langskomen. Daarvoor gebruiken ze de wreedste methoden, zoals buksen met hagel, lokvogeltjes, lijmstokjes, -plankjes en netten. De omvang van het jaarlijkse, krankzinnige moorden is verbijsterend, hele vogelsoorten worden met uitroeiing bedreigd, zoals bijvoorbeeld de ortholaan. Kijk maar eens op de site van Birdlife Malta waar ze alles bijhouden. Je vindt er ook het laatste nieuws over de strijd tegen de vogeljacht onder "recent developments". Waar doen de jagers het voor? Om ze te eten of te exporteren, vooral naar Italië waar vogels als lekkernij beschouwd worden. Ze worden ook opgezet en thuis in de woonkamer trots op de kast geplaatst. Sommige Maltezen streven ernaar om alle 384 inheemse vogelsoorten op het dressoir te zetten. Velen doen het ook gewoon voor de kick. Overal in het veld zien we de hulzen liggen van de hagel. In de hele wereld protesteert men tegen de barbaarse vogeljacht op Malta. De Europese Unie heeft het inmiddels verboden. Maar in Malta wordt het verbod traag en met tegenzin ingevoerd. Dat blijkt als we verderop inderdaad jagers zien, stiekem weggestoken achter de muurtjes van hun kotjes. Hier en daar lopen lange lijnen naar netten, die op de grond liggen. Overal staan paaltjes met kooitjes erop, en kwinkelerende lokvogeltjes er in (zie foto hier) Als ik daar foto´s van maak, wuiven ze dat ik weg moet gaan. Jaap brengt te berde dat we toch ook het vlees van koeien en b.v. schattige lammetjes eten. Ja, dat is wel zo, de mens is altijd een vleeseter geweest, maar we roeien geen soorten meer uit en we slachten ze niet op zo´n wrede manier. Hoewel?
We lopen verder over de stenige bodem, overal muurtjes langs de ongelijke karrensporen. Overal staan de letters RTO op stenen en muren geschilderd. Ook op een oude torenruïne op een hoge kaap, die we passeren. Op de kaart zie ik dat het de Ghajn-Znúber Tower is (zie foto hier) Vroeger was het deel van een versterkte boerenhoeve. Later kom ik via Google erachter dat de letters RTO Reserved To Owner betekenen: privégrond dus. Dat klopt helemaal niet want dit is duidelijk een publiek pad over publieke grond. Het is de manier waarop de illegale vogeljagers proberen toeristen en andere ongewenste pottenkijkers op een afstand te houden. De kliffen die we passeren staan soms hoog en steil boven de kust, waar de branding schuimend en bruisend uiteenslaat en aan de kalkrotsen knaagt. Over een heuvelrug komen we bij een kleine, diepe baai, Anchor Bay. Beneden ons staan allemaal kleurige, wormstekige huisjes. Het is het filmdorpje Sweethaven, ook wel Popeye Ville genoemd (zie twee foto´s hier) Het is het decor waar in 1979 de film "Popeye" werd opgenomen met Robin Williams (Popeye) en Shelley Duvall (Olijfje) Sedertdien probeert men het te ontwikkelen tot een klein pretpark. Op de hoge klif zijn een restaurant en een Fun Park gebouwd, met een cartbaan, een roller coaster, quad bikes en dergelijke. We slenteren naar beneden, naar het filmdorpje. Om de kleine baai te beschutten tegen de zeegang heeft men speciaal voor de film een havendam gebouwd. Een levensechte Olijfje en Popeye komen ons tegemoet. "Are you my Daddy?", vraagt Popeye en Olijfje wil een handkus van me. Ze ondergaat hem kirrend. Het dorpje is grappig. Kinderen vinden dit fantastisch. Je kunt hierbeneden in het baaitje waarschijnlijk wel ankeren, per slot heet het niet voor niets Anchor Bay. Er is een winery met een terrasje. We drinken er rode Popeye-wijn, die wordt geserveerd door een dame van Britse komaf, die Nederlands spreekt met een Vlaams/Limburgse tongval. Ze heeft, vertelt ze, twintig jaar in Heerlen gewoond en daarna een aantal jaren in Maasmechelen. Na een scheiding kwam ze naar Malta, waarom en waardoor vragen we niet. Er zijn weinig toeristen, we lopen terug. Een Duits meisje maakt van ons een foto, onze hoofden door het obligate bord met filmfiguren (zie foto hierboven en hier) Een bus brengt ons eind van de middag naar Mellieha Bay, ook een zandstrand aan de grote Mellieha Bay aan de noordoostkant van Malta. Daar stappen we over op lijn 45 naar Valletta. Het is een ongeveerde, hevig rammelende bus. Deze chauffeur is er weer zo een die het snelheidsrecord kost wat kost wil breken. Met geblutste, pijnlijke rug en zitvlak stappen we opgelucht uit bij Msida Marina, blij dat we het er levend van hebben afgebracht. Vanavond gaat Diana op de Kiara voor ons koken: gebakken inktvis en tijgergarnalen. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (41) Het metalen kapje van de Backer 311C immersion heater Woensdag 05-11-2008
Een grijze dag. Duncan en later ook Johan over de vloer, omdat de heetwaterboiler nog steeds niet werkt. Dat wil zeggen: de thermostaat niet, die begrenst de watertemperatuur niet tot de 50° waarop hij staat ingesteld. Dus gaat het water koken en het overdrukventiel loost het kokende water in het bilgeputje. Dat was eergisteren. Natuurlijk gooiden we er meteen koud water bij, in het putje, om schade aan de afvoeren en de pomp te voorkomen. Enfin, de boot weer overhoop, Duncan draait wat aan de thermostaat en vraagt me de boiler aan te zetten. Pats! Kortsluiting. Aardlekschakelaar en walstroom afgeslagen. Duncan gaat Johan erbij halen. Die gaat naar de zekeringschakelaar op het 230V-paneel kijken. Die is 15A. Vindt hij te licht. (Ik niet, als het element 230V nodig heeft, dan is de stroom 3000W : 230 = 13A. Dat zou moeten kunnen) In elk geval ligt de kortsluiting er niet aan. De verbinding naar de boiler? Ze koppelen hem af van het element en sluiten een gloeilamp aan. Die brandt. Dus de verbinding is goed. Dus zit het in de aansluiting op het element of in het (nieuwe!) element zelf. Daar zit een metalen dekkapje op (zie foto hierboven) Misschien maakt dat sluiting. Kapje eraf. Opnieuw stroom aan, geen kortsluiting. Aha! We vervangen het metalen kapje door het plastic kapje van - zal ik maar zeggen - het Krijgsman element. Stroom aan, kortsluiting. Verdraaid! Duncan prutst een hele tijd. Hij zorgt dat de plus en de mindraad goed uit elkaar liggen. Plastic kapje erop, stroom aan, geen sluiting. Aha! Slordig aangesloten door de heren, eergisteren. We laten de boiler opwarmen. De thermostaat staat op 50°. Duncan en Johan zijn intussen naar een klus elders. Na een uur kookt de boiler weer over, heet water stroomt in de bilge, ik giet snel koud erbij. We zijn weinig tot niks opgeschoten. Allebei hebben we het gevoel dat ze niet goed weten hoe ze de thermostaat moeten instellen. Er zit een reset-knopje op, misschien is dat alles? Ik zoek op Internet, maar helaas vind ik geen handleiding voor een Backer 311C immersion heater. Morgen verder.
Dat Barack Obama vannacht tot president van de USA is gekozen, gaat een beetje aan ons voorbij. Niettemin: toch maar de eerste zwarte president van Amerika, met nota bene als tweede naam Hoessein, afkomstig uit Afrika, zoals de NRC terecht opsomt. Het is een resultaat dat misschien de mensen in veel landen met ondemocratische regimes toont dat in de USA de koers toch omgaat, als een meerderheid dat wil. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (42) Met de fietspomp (links) pomp ik voorzichtig wat lucht in het expansievat Donderdag 06-11-2008
Vannacht regent en waait het hard, zuidwest Bf 6. Ook vandaag vallen er heel wat buien, sommige met onweer, maar de wind is afgenomen. Zwager Cees mailt dat ons Jabsco expansievat misschien toch moet worden vervangen. Er zit een rubberen membraan in, die onder spanning staat en op de duur poreus wordt. Opnieuw druk in het vat pompen helpt dan niet lang. Fons van Jachtwerf Numansdorp merkte dat ook al op in een e-mail. Inderdaad is het aflopen van boilerwater via het overdrukventiel vannacht weer begonnen, ongeveer ieder uur, later om het halfuur. Vandaag pomp ik met de fietspomp er voorzichtig wat lucht bij, zie foto hiernaast. Het helpt iets, d.w.z. dat de bilgepomp weer iets minder vaak lijkt aan te springen. Het vat is acht jaar oud. Maar we zullen nu toch op zoek moeten naar een nieuw.
Fons mailt ook dat de schakelzekering van 15A inderdaad in staat moet zijn om het 3kW element te "trekken", maar dat ik problemen kan krijgen in havens waar niet meer dan 16A walstroom is en ik ook andere verbruikers aan heb. Dan slaat de walstroom af. Hij zou liever zien dat ik het oude element gebruik, van 1,25 kW. Zeker. Ik besluit Johan te vragen om dat nog een keer te testen in de werkplaats van White Sails Ltd. Dat doen we aan het eind van de regenachtige middag uitgebreid. Het resultaat: beide thermostaten werken absoluut niet. Als we weer in Holland zijn, zal ik hem terugbezorgen bij Rob Krijgsman Watersport. Tja, dan zitten we nu alleen wel met het 3kW Backer-element. Sitelezer Corné Heijnen meldt in het Gastenboek dat ook hij op Internet geen gebruiksaanwijzing ervoor heeft gevonden. Johan en ik testen het element nog eens. De thermostaat staat op 50° De infrarood afstandsthermometer meet een temperatuur die oploopt tot boven de 75° en even later kookt de boiler weer over. Die thermostaat is dus duidelijk ook kapot. Morgen zal Johan er een nieuwe in zetten. Het is allemaal heel vervelend, maar je kunt het best maar lakoniek onder zijn. Als Lord Byron. Die heeft er helemaal geen last van. Hij staat tegenwoordig overdag in de luwte van de buiskap en kwinkeleert er lustig op los. Helemaal zuiver is zijn zang nog steeds niet en soms lijkt hij wel een fluitketel, maar het gaat iedere dag wat beter. Natuurlijk heb ik op Internet gezocht naar de symptomen van luchtpijpmijt. Die heeft hij in zeer geringe mate: alleen enige schorheid in de zang. Er bestaan middelen voor zoals ivermectine-druppels (Bogena), het ophangen van een Vapona insectenstrip naast de kooi (niet te lang en de strip eerst een halve dag buiten hangen om de concentratie te verlagen) en......knoflook! Een oud middel. Dat proberen we eerst maar eens, nu sedert drie dagen. We strooien wat knoflookpoeder over het zaadvoer en persen een knoflookteen uit in zijn drinkwater. Hij schuwt het niet en - zoals gezegd - het lijkt alsof hij iedere dag wat zuiverder zingt. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (43) Het nieuwe, rode expansievat ligt op de toonbank. Rechts Johan Huy Vrijdag 07-11-2008
Tijdens de storm eergisternacht heeft een Russische bulkcarrier, de "Yelena Shakova", in zware zeegang in de buurt van Malta 67 Afrikaanse migranten opgepikt. Aan boord van het Russisch schip beviel een vrouw van een tweeling. Ze had al een jongetje van 4 bij zich. De groep is gisteren hier aan land gebracht. De exodus uit Afrika gaat nog steeds door, hoewel het al november is en het weer slechter. Ook vannacht was er harde wind, zomaar ineens. Om 10 voor één woei het binnen een paar minuten Bf 7 uit het zuidwesten. De jachten rukten heftig aan de lijnen en helden zwaar over. Het duurde nog geen twintig minuten, toen was het weer volledig windstil.
Vandaag schijnt de zon, maar het is beduidend koeler (22°) We halen de bimini binnen en fixeren de beugels tegen de spruit van het achterstag. Daarna halen we de kuiptent uit de opbergruimte onder ons bed. Daar heeft hij sinds Lagos, dus sinds februari ingezeten. We zetten hem met moeite op, want de ritsen gaan niet erg makkelijk. Een paar zullen we volgend jaar moeten laten vervangen. Daarna haal ik met Johan ergens in de stad een nieuw expansievat voor 46 euro (zie foto hierbij) Ze hebben er geen van Jabsco, maar deze is van dezelfde maat (8 liter) en is al pre-pressurized op 2,0 Bar. Daarna ruilen we de kapotte thermostaat in voor een nieuwe. Het plastic schroefje met pijl, waarmee je de temperatuur instelt, zit op de nieuwe niet zo los, evenals het kapje. Bij het instellen hoor je een duidelijke "klik". Als we weer aan boord komen, blijkt dat de tapkraan op de steiger geen water geeft. Er is in de hele stadswijk langs de haven geen water, schijnt het. Ook dat nog. Volgens Johan komt het op Malta regelmatig voor dat water en/of electra uitvallen. Tja, en we hebben toevallig nog maar 25 liter in de tank. We gaan natuurlijk toch vast aan het werk. De nieuwe thermostaat zit er zo in, maar het inbouwen van het expansievat achter het schot onder de kaartentafel levert een probleem op. De wateraansluiting aan de onderkant van het vat is langer en breder. Tegen de avond is de zaak passend gemaakt. Johan gaat naar huis. We schakelen de boiler in. De temperatuur staat veiligheidshalve afgesteld op slechts 45°. Na een halfuur komt er water van 30°. Hij moet dus hoger worden afgesteld, lijkt het, maar in elk geval werkt de thermostaat kennelijk en begrenst hij de temperatuurstijging. Maar twee uur later is de watertemperatuur niet gestegen, maar gezakt naar 28° en lijkt het er meer op dat de boiler helemaal niet werkt. Je wordt er niet goed van! Ik haal de kussens weg en maak de kajuitbank weer open. Ans licht me bij en in het licht van de zaklamp en de make-up spiegel van mijn gade zie ik dat het schroefje op 35° staat. Voorzichtig draai ik het naar 50° en hoor een "klikje" Aha! Na 10 minuten wachten is de watertemperatuur gestegen naar 41° Nu afwachten of hij bij 50° inderdaad afslaat. Terug naar boven |
|
Msida Marina, Malta (44) Dit is ons uitzicht. De avond valt boven Valletta (rechts) en de havenuitgang naar zee Zaterdag 08-11-2008
Hoe liep het gisteravond af met de boiler? Goed, de watertemperatuur bleef rond 50° Hèhè... Alleen blijft er nog steeds om de 10 à 15 minuten wat water uit de boiler aflopen door het overdrukventiel. De vervanging van het expansievat heeft dus niet geholpen en was waarschijnlijk ook niet nodig. We zullen dus nog een nieuw ventiel moeten proberen. Achteraf gezien hadden we dat beter als eerste kunnen doen. Vandaag komt Johan van White Sails Ltd helaas niet opdagen. Vervelend. Er is gelukkig wel weer water op de steiger, we toppen ´s ochtends meteen de tanks helemaal af. Het is een mooie dag, vol overdadige zonneschijn. Op ons gemak slenteren we helemaal langs The Strand, de drukke boulevard langs Sliema Creek, vol winkelende en slenterende mensen. Op een terrasje drinken we koffie (zie foto hier) Omdat de kooi van Lord Byron wat begint te roes | |