Reislogboek 2010/2e helft

De Levant in 1135, na de eerste kruistocht. De door de kruisridders gestichte Christelijke staten zijn weergegeven in verschillende tinten groen
De Levant in 1135, na de eerste kruistocht. De door de kruisridders gestichte Christelijke staten zijn weergegeven in verschillende tinten groen

Direct naar

het laatste

bericht

 

De Levant. Zo genoemd naar de opkomende zon. Wieg van de mensheid, bakermat van de allereerste beschavingen op aarde. Hier werd de landbouw uitgevonden en ontstonden de eerste steden. Vele rijken en talloze heersers met hun paleizen en hun legers volgden elkander op en dat alles ligt begraven in lagen aarde over elkaar heen als de verschillende vliezen van een ui. Het bodemarchief van hoop en wanhoop, van zege en verlies, van overvloed en honger. En het is nog lang niet afgelopen want deze regio kent nog steeds geen vrede. Hier gaan we dit seizoen naartoe.

Fethiye

Mijn oudste zoon Rommert gistermiddag tijdens de presentatie van zijn afstudeerproject aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht
Mijn oudste zoon Rommert gistermiddag tijdens de presentatie van zijn afstudeerproject aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht

Donderdag 01-07-2010

Vlak voor het diner van gisteravond bel ik Rommert. Hij is geslaagd! Bachelor in Digital Media Design aan de HKU in Utrecht. Helemaal tevreden is hij desondanks niet want hij kreeg slechts een 7; hij had meer verwacht voor zijn presentatie. Hiernaast een foto ervan. Hoe dan ook, ik ben apetrots (of is het apentrots?) Na Floor is mijn tweede kind gereed om aan het werkzame deel van zijn leven te beginnen, hoewel ik - ik schreef het al eerder - liever had gezien dat hij eerst nog zijn Master ging doen. We gaan met de crews van Anégada en Kiara eten in het restaurant aan de wal en brengen een toast uit op het succes van de jonge bachelor. De keuken is prima en de avond gezellig. Het etablissement heet Nomad Bar & Restaurant en behalve eten en drinken bieden ze ook nog een kapper, getuige een bord waarop in grote letters staat: MASSAGE, SHAVE, HAIRCUT, LEG SHAVE, HAIR WASH. Een bijzonder element in de avond vormt de enorme sprinkhaan die we opeens ontdekken op het tafeltje naast ons (foto hier) Er zijn overigens veel insecten, met name wespen, die de Turken proberen te verdrijven door op tafel een schaaltje met gemalen koffie te plaatsen, waarop ze een brok gloeinde houtskool leggen. Tamelijk effectief. Tijdens de maaltijd stellen we onze plannen bij. We vinden elkaar op het plan om eerder de tocht naar het Anatolisch binnenland te doen. Over een dag of tien leggen we de boten weg in de veilige marina van Marmaris. Na de terugkomst van Ans uit Holland op 13 juli vertrekken we na een paar dagen met huurbusje voor een tocht van een week of drie. Vrij kort na terugkeer gaan Ans en ik naar Holland, in mijn geval voor de contrôle van mijn prostaat en de derde Zoladex-injectie. Dan zijn we omtreeks 25 augustus weer terug aan boord om de tocht naar het oosten, Noord-Cyprus en de Levant aan te vangen.

 

Vanochtend kondig ik telefonisch onze komst aan bij de steiger van het Yacht Classic Hotel in Fethiye, waar we een aantal dagen willen liggen. We zijn welkom. Kiara gaat naar Gözek aan de noordkant van de grote Fethiye baai en Anégada gaat weer voor anker liggen op het plekje achterin de baai bij de scheepswerf, waar we eerder met zijn drieën lagen. We zeilen gerieflijk op de genua met halve tot bakstagwind de 12 mijl naar het oosten. Vlak voor de haven halen Geert & Ine, die later waren vertrokken, ons in. Ik maak opnieuw foto´s van hun schip onder zeil. Dan gaat ieder zijns weegs.

 

Een marinero ontvangt ons met een lazy line op de steiger van het hotel dat direct westelijk naast de grote Ece Marina ligt. De faciliteiten zijn voortreffelijk: walstroom en water op de steiger, een restaurant, een bar, een zwembad, goede douches en toiletten en direct bij het centrum gelegen. We genieten van de luxe. Het liggeld is op een linke manier geregeld: als je ´s avonds in het restaurant komt eten, slechts 22 TL (ongeveer 12 euro) en anders 1 euro per voet bootlengte (in ons geval dus 43 euro) We vullen onze watertanks en de accu´s tot aan de rand en de wasmachine maakt overuren. Aan de andere kant van de straat ligt, tegenover het hotel, een nieuwe moskee. Voor de gebedsoproepen zitten we eerste rang. Vanavond gaan we in elk geval dat restaurant eens proberen. Morgen een auto huren om Ans zaterdag naar het vliegveld van Dalaman te brengen. Het jaar 2010 is voor de helft voorbij. Wat voor een helft! Ik werd bestraald voor prostaatkanker (de hormoonbehandeling gaat nog tweeëneenhalf jaar door) en werd voor het eerst opa, dan de ellendige trubbels met Ans´kleinkind Liam en op het eind studeert mijn oudste zoon af.

Fethiye (2)

Het zwembad van Yacht Classic Hotel. Op de achtergrond de steiger met de jachten
Het zwembad van Yacht Classic Hotel. Op de achtergrond de steiger met de jachten

Vrijdag 02-07-2010

Grote schoonmaak vandaag, we maken onder- en bovendeks alles fiks schoon. Verder weinig te melden. Ik huur een auto bij KAAN, een aardig bedrijfje vlakbij. De eigenaar vertelt dat zijn zoon van 23 in het Universiteitsziekenhuis van Antalya werd genezen van acute lymfatische leukemie, dezelfde ziekte die kleinkind Liam heeft (maar die heeft er ook nog zijn anoxemisch trauma bij) Dat wordt zo´n ingewikkeld verhaal en de man spreekt dermate gebrekkig Engels, dat ik het maar achterwege laat. Het is een warme dag net als in Nederland. De middag brengen we luierend, badend en soms slapend door in het zwembad (foto hiernaast) Op het heetst van de dag ontbreekt alle puf. Zowel Ans als ik zijn wat in mineur vanwege de komende scheiding voor tien dagen. Eerlijk gezegd zien we er allebei tegenop.

 

In de loop van de middag keren de flottieljeboten van Sunsail terug. Die organisatie heeft deze steiger gepacht. Gelukkig hoeven we niet weg, er is net genoeg plaats. Morgen komen de nieuwe gasten en loopt de steiger weer leeg. De crews van Anégada en de vanmiddag uit Göcek gearriveerde Kiara komen langs om in de eetzaal van het hotel met wat andere Nederlanders, Belgen en Duitsers naar de zeer spannende WK-wedstrijd Nederland - Brazilië te kijken. Zelfs ik raak in de ban van de wedstrijd die verrassend door Nederland gewonnen wordt. Later eten we met Jaap & Diana in het restaurant. Zo is er zomaar weer een dag van de rest van je leven voorbij. Terug naar boven

Fethiye (3)

Het vliegtuig heeft een uur vertraging. We lunchen op het vliegveld van Dalaman
Het vliegtuig heeft een uur vertraging. We lunchen op het vliegveld van Dalaman

Zaterdag 03-07-2010

Vandaag wordt mijn jongste zoon Bas 20 jaar. Ik besluit hem niet te vroeg te bellen. We zien Anégada vertrekken voor een tochtje naar de baaien oostelijk van Fethiye, Kiara verkast ook en ankert honderd meter van onze steiger. Om tien uur haal ik de huurauto op, een auto met een automatische schakeling. Altijd even wennen dat je maar met één been de pedalen bedient. Om 12 uur bel ik Bas, het is dan 11 uur in Nederland. Voicemail. Ik spreek alvast een felicitatie in. We rijden we in ruim een uur naar het internationale vliegveld van Dalaman. Het vliegveld wordt bewaakt, Turkije verkeert opnieuw in staat van oorlog met een deel van haar bevolking, de Koerden. De PKK zou hebben aangekondigd om weer als in de jaren ´90 aanslagen te gaan plegen op toeristencentra. Bij sommige auto´s kijken beveiligingsmensen met spiegels onder het chassis. Wij mogen gewoon doorrijden. Ze zien dat we in een huurauto rijden, zegt Ans. Ik dacht dat terroristen doorgaans huurauto´s gebruiken, zeg ik.

 

Op de borden in de vertrekhal zien we dat de vlucht van Corendon naar Amsterdam een uur vertraging heeft. Dat geeft in elk geval de gelegenheid om samen rustig te lunchen (foto hiernaast) We zeggen niet veel, we zien er allebei tegen de scheiding op ook al is die kort, slechts tien dagen. Om half drie gaan we naar de incheckbalie. Gelukkig geen lange rij. We lopen samen naar de security-check, daar nemen we afscheid. Ik zie hoe ze snel door de douane geholpen wordt en het taxfree gebied inloopt. Ze kijkt herhaalde malen om, we zwaaien en dan is ze weg. Op het parkeerterrein belt ze al: het vliegtuig heeft nóg een uur vertraging en vertrekt pas om tien voor zes.

 

Om kwart over vier ben ik weer op de boot. Als iedere middag waait het weer stevig. Daardoor is het niet zo heet. Op de steiger is de schoonmaakoperatie van alle Sunsail flottieljeboten nog in volle gang. Sommige nieuwe crews zijn al aangekomen, Britten, Duitsers, Fransen en wat Nederlanders. Het zal vanavond druk zijn in het restaurant. Morgen zijn ze allemaal weg. Om half vijf heb ik Bas te pakken. Maar hij verstaat me niet. De speaker van zijn mobieltje doet het niet goed, zegt hij. Ik hoor wel een enorme herrie en vermoed dat hij op een popfestival is of zoiets. Ik heb geld voor een cadeau op je rekening overgemaakt, brul ik. Dat hoort hij wel. Vanavond proberen we het nog eens. Om 17.40 piept een SMS-bericht van Ans: ze zit in het vliegtuig. Terug naar boven

Fethiye (4)

De stuurboord schootlier uiteen genomen
De stuurboord schootlier uiteen genomen

Zondag 04-07-2010

Tegen half twee vannacht (Turkse tijd) SMS´t Ans dat ze bij het gezin van haar zoon Derrick in Gorcum is gearriveerd. Vanmorgen bericht ze dat kleinkind Liam erg ziek is van de chemotherapie maar ze ziet wel vooruitgang. Zijn linkerarm is niet meer zo spastisch gespannen. Ook zijn beentjes zijn niet meer zo onrustig en de wrijfwonden genezen. Hij kan ook al een beetje slikken. Maar de afgelopen nacht sliep hij niet.

 

Ik ben om acht uur op en neem me een ijzeren schema voor. Eerst 20 baantjes zwemmen en daarna goed ontbijten. Lord Byron verzorgen (zingt nog steeds) Daarna schroef ik de houder met het logwieltje uit de bodem van de boot en plaats de stop ervoor in de plaats. Door de hoge watertemperatuur komt er snel aangroei op het wieltje, zeker als je ergens wat langer stil ligt. Voorzichtig schrap ik het wieltje schoon en leg het naast de stop. Zodra we verder varen zal ik het terugplaatsen. Daarna breng ik de huurauto terug en haal iets voor de lunch. Het wordt een verdraaid warme dag. Toch moet er een klusje gedaan worden. De schootlieren kraken de laatste weken nogal bedenkelijk, vooral die aan bakboord. Ik haal het werkboek "Dit is klussen aan je boot" van Pat Manley (Hollandia, 2007, bewerkt door zeezeiler Olav Cox) tevoorschijn en de handleiding van Harken. Ik heb het namelijk nog nooit eerder gedaan. Hoewel hoofdstukje 65 over een Anderson 40ST lier gaat is het duidelijk genoeg om me te helpen bij mijn Harken-lieren. Ik haal de bakboordlier voorzichtig uit elkaar en maak de onderdelen schoon met benzine, daarna vet ik ze in met liervet en zet we weer in elkaar. De lier draait bevredigend soepel zonder gekerm. Dat stimuleert en de stuurboordlier doe ik in de helft

Gisteren lag de steiger vol met Sunsail

flottieljeboten.

van de tijd (zie foto hierboven) Tijdens de klus komen Jaap & Diana even langs. Ze hebben De Telegraaf van gisteren bij zich (Een en al oranje boven) Ze nodigen me uit voor de borrel aan het eind van de middag. Het is inmiddels erg heet geworden. Ik laat de buiskap neer om meer wind door te kunnen laten.

 

Vanmorgen krijgen de nieuwe crews van de Sunsail-flottieljes instructie op twee bijeenkomsten, een in het restaurant en de andere in de bar. Ik moet zeggen dat de

 

Vanmiddag zijn ze bijna allemaal vertrokken

organisatie het professioneel en met humor aanpakt. Grote kaarten hangen aan de muur c.q. aan de palmbomen en alles, zelfs de bevoorrading, wordt in detail besproken. Er wordt veel gelachen en de begeleiders sloven zich uit. In de loop van de middag gaat de een na de andere boot weg en keert de rust op de steiger weer terug (zie foto´s boven) de gebruikelijke stevige middagwind uit het westen komt vandaag pas na vier uur. Dan is het beter uit te houden.

 

de website van de NRC meldt vandaag dat geleerden in de VS een nieuwe hypothese hebben ontwikkeld om de snelle beëindiging van ijstijden te verklaren. Over het onderwerp van abrupte klimaatveranderingen schreef ik al eerder hier en hier in de rubriek Beschouwingen. Het stuk in de NRC maakt me niet zoveel wijzer. Milankovitch-cycli, het stilvallen van de Warme Golfstroom en de volgende rol van het zuidelijk halfrond zijn niet nieuwe zaken. Ook de abstract in Science maakt het niet veel helderder en om de hele tekst te kunnen lezen moet je een abonnement hebben.  Terug naar boven

Fethiye (5)

Rhodos. de beroemde vuurtoren van St. Nikolaos met links zeiljachten in de Mandraki haven
Rhodos. de beroemde vuurtoren van St. Nikolaos met links zeiljachten in de Mandraki haven

Maandag 05-07-2010

Gisteren bedacht ik dat het leuk zou zijn om een dagtrip naar Rhodos te maken met de snelle draagvleugelboot. Die brengt je van Fethiye in anderhalf uur naar het Griekse eiland. Vandaag voeg ik de daad bij het woord. Een ticket v.v. kost 130 TL (65 euro) Ik heb er geen spijt van. De Turkse grenspolitie zet een stempel onder mijn visum. De hydrofoil (foto hier) heeft een snelheid van rond de 27 knopen en dan vlieg je vrijwel letterlijk over het water. Er is weinig zeegang, de tocht verloopt rustig. Om 11 uur arriveren we langszij bij het douanegebouw in de Emborikos haven. Even terug in de Europese Unie!

 

Ik neem eerst eens een kijkje in de Mandraki haven, waar de jachten afmeren. Hier ergens zou misschien ooit de beroemde Kolossus van Rhodos gestaan hebben, een van de zeven wereldwonderen, verwoesd door een aardbeving in 226 vChr. De haven is bomvol, er zijn veel flottieljeboten. Enkele jachten cirkelen rond, zoekend naar plekjes die er niet zijn. Direct ten westen van de haven ligt een tiental jachten geankerd, hoewel op de plattegrond in de pilot van Rod Heikell staat dat het daar niet mag. Kennelijk dus wel. In elk geval kun je hier in het hoogseizoen beter niet heengaan. Daarna loop ik naar de oude stad. De enorme vestingwerken doen vertrouwd aan, je denkt onmiddelijk aan Malta waar ze overigens nog groter zijn. De hospitaalridders waren fenomenale vestingbouwers. Het paleis van de grootmeesters van de Orde is helaas gesloten, de transen van de linkse toren van de hoofdpoort zijn in 2008 ingestort en worden nu gerestaureerd. De straat Ippoton met de paleizen van de verschillende langues van de Orde heeft iets van een kleinschaliger Malta. De straten, straatjes, steegjes en pleinen zijn overwoekerd met drommen toeristen en hinderlijke lieden die je hun terras proberen op te trekken. "Where are you from?" vragen ze je met geveinsde belangstelling om na het antwoord triomfantelijk iets in eigen taal te zeggen. Daarmee doen ze alsof je vrienden bent geworden en ze het recht hebben je mee te trekken. Ik zeg altijd maar "Next time I will come to your restaurant" en loop rustig maar beslist door. in een parkje bel ik met Ans, het bellen naar Holland is hier heel veel goedkoper dan in Turkije. Liam slaapt slecht en heeft nog veel last van bijwerkingen van de zware chemotherapie, waarvan hij nu in elk geval de laatste dosis heeft gehad. De komende kuren zijn minder zwaar. 

 

Ach Rhodos! De rijke geschiedenis van het eiland, strategisch gelegen op de handelsroutes van oost naar west en van zuid naar noord, heeft vele lagen van bebouwing achtergelaten (hier drie foto´s) Langs een van de enorme, gekanteelde muren, niet ver van de St. Anthoniuspoort, is onder een jonge boom een tafel met een stenen boek geplaatst. Vrijwel iedereen loopt eraan voorbij. Er staan vier metalen plaatjes op, de eerste met een gedicht in het Grieks, de andere drie met vertalingen in het Engels, Frans en Italiaans. De Engelse vertaling staat hieronder. De Italiaanse is nóg mooier en doet denken aan madrigaal van Monteverdi op de tekst een gedicht van Petrarca

 

 DE PROFUNDIS

 

You the passer by, who you love me

let the others admire the castles

and listen to me:

my fate has been marked by a ravine singer

and the trembling in my foliage, it´s a song,

the deep voice of life.

For you a sweet memory

but I, a tiny tree,

I need it for faith, to grow taller and taller

and stare beyond these walls.

DE PROFUNDIS

 

Tu che mi ami lascia gli altri ammirar le mura

vogli gli occhi a me e dai udienza.

Il canzoniere del bosco segno m´il destino

e ciò che tu vedi tremolar nelle foglie mie

è canto, voce profonda delle vita

che tu ne farai le ali a volar nel ricordo

Io però un alberetto l´ho bisogno di fede

a salir e miara al di là delle mura. 

 

Onder de Engelse vertaling staat "Translation by Sofia Varelis" maar met die naam kom ik op Google niet verder. Wel met de naam Fotis Varelis, kennelijk een dichter uit de Dodekanesos uit de vorige eeuw. Verdere informatie vind ik niet. Misschien is Sofia zijn dochter.

 

Temidden van de veellagige achitectuur tref ik meer gebouwen uit de Ottomaanse tijd dan ik verwacht had. Moskeeën, badhuizen, tuinen en ook een wat verstoken, uiterst charmante bibliotheek. Het is de bibliotheek van een raadsman en hoveling van de sultan, Hafiz Ahmed Aga, gebouwd in 1793. Het sierlijke gebouwtje staat op een binnenplaats, beschaduwd door een lommerrijke bladerdak, ondermeer van een ranke mispelboom (foto hier) De Ottomaanse Turken waren altijd meesters in het scheppen van dergelijke paradijsjes onder de mokerende zon. Aga bouwde de bibliotheek in de Turkse wijk van de middeleeuwse stad en voorzag het van 2000 handgebonden kopieën van Arabische manuscripten. Er werkten twee bibliothecarissen, twee wachters en twee portiers. Nu kan je alleen rondkijken in de voorruimte, de bibliotheek zelfmag je niet binnen.

 

Het is knap heet in de middag. In een zijstraatje eet ik een Griekse boerensalade met een klein flesje retsina bij aardige Grieken, Archodiko Dimitris Taverna. Een tijdlang kijk ik naar de langstromende toeristen. Tegen vieren slenter ik terug naar de haven en koop in de belastingvrije winkel twee flessen retsina en een fles ouzo. De laatste op verzoek van Jaap & Diana. Om zes uur zijn we terug in Fethiye. Lord Byron begroet me met blij gekwinkeleer. Jaap komt de fles ouzo ophalen. Mogelijk moeten we overmorgen erg vroeg op weg naar Marmaris, zegt hij, want daarna gaat de meltemi hier een dag of zes tegen staan. Je hebt hem dan precies op de kop en dat wordt vervelend hakken tegen een narrige zeegang op.  Terug naar boven

Fethiye (6)

Fethiye. De moderne moskee tegenover het hotel. Onder zie je nog net de parasols van het hotelzwembad
Fethiye. De moderne moskee tegenover het hotel. Onder zie je nog net de parasols van het hotelzwembad

Dinsdag 06-07-2010

Vroeg op, wassen en aankleden, ontbijt klaarmaken, de afwas doen, de vuilnis wegbrengen en His Lordship verzorgen: zijn kooi schoonmaken, vers water geven en nieuw voer en hem buiten onder de bimini ophangen. Hij kwinkeleert uit volle borst. Ik maak het verslag van gisteren en ruim de boot op. Overal vind ik de zilvergrijze haren van mijn liefste. Daarna ga ik zwemmen. De weerkaartjes zijn iets gunstiger dan gisteren, de meltemi zou vooral vanaf vrijdag opsteken hetgeen twee dagen geeft om Marmaris te bereiken en tussentijds in een mooie baai te ankeren.

 

Het is goed warm vandaag, bijna 35° in de kajuit. Sedert een paar dagen ben ik doende om een trip van drie weken uit te stippelen door het binnenland van Anatolië. Dat is enorm groot. Allereerst moeten we ongeveer 800 kilometer afleggen van Marmaris naar Cappadocië, waar we in een grothotel van kennissen van Geert & Ine in Ürgüp een dag of drie vier willen blijven om wat van de wonderen in dat gebied te bekijken. De volgende bestemming zou Nemrut Dağı kunnen zijn, ongeveer 400 kilometer naar het oosten, het centrum van het geheimzinnige koninkrijk Commagene uit de periode vlak voor en na de geboorte van Christus. Voor de derde bestemming moeten we weer zo´n 500 kilometer naar het oosten. Daar ligt het op een na hoogste meer ter wereld, het meer van Van. Een van de bijzonderheden van dat meer is dat het geen uitstroom kent. Die meren noemt men endorheïsche meren zoals ook de Kaspische Zee en het Aral Meer endorheïsch zijn. En daarna? We hebben drie weken dus we kunnen verder reizsen naar bijvoorbeeld de berg Ararat, de ruim 5000 meter hoge berg bij de grens met Armenië waar volgens een populaire mythe de Ark van Noach gestrand zou zijn na de zondvloed. We kunnen dan ook naar de ruïnes van de middeleeuwse stad Ani, ooit de hoofdstad van het Koninkrijk Armenië. En naar Meteor Çukuru, de plaats van een grote meteoorinslag in 1920 vlakbij de Iraanse grens. En naar Harran aan de grens met Syrië, een van de oudste steden ter wereld en mogelijk de plaats waar de aartsvader Abraham vertoefde voor hij naar het land Kanaän vertrok. En zo zijn er nog veel meer intrigerende bestemmingen in dit enorme land.

 

Als aan het eind van de middag de wind wat gaat liggen, haal ik de zonnetent van over de giek weg. Ook stop ik de houder met het logwieltje weer in de scheepsbodem en top ik alle watertanks af. Straks ga ik eten met Jaap & Diana en later komen Geert & Ine erbij om met zijn allen vanaf half elf naar de WK-wedstrijd Nederland - Uruguay te kijken. Terug naar boven

Marmaris, Pupa Yat Hotel

Marmaris, Pupa Yat Hotel

Woensdag 07-07-2010

De maandelijkse update van de gemiddelde temperatuur in de atmosfeer, gemeten door satellieten, is er weer (zie hiernaast) Het 13-maands gemiddelde blijft hoog. De World Climate Widget op mijn homepage is ook al aangepast. Voor het eerst is de kooldioxide-concentratie in de atmosfeer niet gestegen. Men wijt dat aan de recessie in de economie in het westen die de uitstoot van broeikasgassen doet dalen. In China en India en andere opkomende economieën is de uitstoot wel gestegen. Dat compenseert de daling in het westen. En verder? Verder kan je er niks aan ontlenen.

 

Gisteravond kijken we na het diner naar de halve finale van het WK-voetbal. Het hotel heeft een breedbeeld-TV in het restaurant opgsteld. Naast Nederlanders kijken Fransen, Duitsers en wat Finnen hoe onze nationale ploeg van Uruguay wint in een wedstrijd die tot de laatste minuut ijselijk spannend is. Het is broeierig en benauwd. met de crews van Anégada en Kiara besluiten we om morgenochtend vroeg te vertrekken en direct naar Marmaris te varen met het oog op de komende meltemi-periode, de geduchte Egeïsche noordenwind die hier hard uit het noordwesten waait.Het is de eerste keer in mijn leven dat ik mijn scheepje solo zal varen. Terug aan boord ruim ik ettelijke zaken in de kajuit zeevast op, maak de genuaschoten vrij (die dienden als waslijn), haal de zonnehoezen van de kajuitluiken, doe de afwas, hang de kooi met His Lordship erin slingervast op en haal de loopplank ook vast binnen. Dat hoef ik allemaal morgenochtend niet meer te doen. Om half een ga ik slapen. Het is de bedoeling om om zeven uur te vertrekken.

 

Een kwartier voordat de wekker afgaat ben ik wakker. Om zeven uur vaar ik voorzichtig tussen mijn buren uit. Samen met Kiara motor ik de baai uit. H belooft een warme dag te worden, de wind is ZO 2, de zee is blak. Op het traject van 13 mijl over de grote baai van Fethiye, een plek waar vaak een flinke zeegang staat, is het rustig. Om half tien zijn we aan de overkant bij kaap Ince. Tien minuten later passeren we kaap Kordoglu. Aan bakboord ligt het rotspuntje Peksimet met een lichtbaken erop. Het is nog steeds zeer kalm, OZO 1 - 2. Eigenlijk had ik hier de snelle draagvleugelboot verwacht langs te zien stuiven, op weg naar Rhodos. Maar hij komt niet. Vaart hij niet elke dag?

 

Om half elf passeren we het rotseilandje Nar. Ans stuurt een SMS dat Liam, zij en de anderen vannacht eindelijk de hele nacht geslapen hebben.  De wind wakkert wat aan tot ZO 3 en de genua kan erbij. Scheelt een halve tot een hele knoop. De wind draait verder door en na elven is het - als voorspeld - ZZW 3. Kort na half twaalf passeren we kaap Disibilimez. Een uur later, we motorzeilen zachtjes, wordt ik slaperig. het was een korte nacht. Het kost me moeite wakker te blijven. Toch is het een mooi gevoel om alleen je boot te varen. Om half drie zijn we bij de ingang van de baai van Marmaris. Een klein uurtje later laat ik het anker vallen bij het Pupa Yacht Hotel in 14 meter water, alleen vergeet ik de rode schakels te tellen zodat ik niet weet hoeveel ketting ik stak. Dus tel ik ze in het resterend deel in de ankerbun en zie je wel, te weinig gestoken. Als ik echter meer steek kom ik te dicht bij de catamaran die achter me ligtt. Dus anker op en een stuk verder opnieuw ankeren. Jaap komt met zijn dinghy kijken of er iets mis is, maar het lukt dit keer prima. Er ligt nu ruim 45 meter ketting en het houdt prima als ik even vol gas achteruit geef. Om vijf uur ankert Anégada naast me. Zij hebben het hele traject gezeild op de lichte wind. Vanavond gaan we in Pupa eten. Terug naar boven

Marmaris (2), Pupa Yat Hotel

Dulce achter het anker vanmorgen bij Pupa Yat Hotel
Dulce achter het anker vanmorgen bij Pupa Yat Hotel

Donderdag 08-07-2010

Gisteravond zien we op het terras van Pupa Yat Hotel Duitsland tamelijk roemloos ten onder gaan tegen Spanje. Komende zondag is de WK-finale Nederland - Spanje. Hm. Je begrijpt dat ik toch maar ga kijken maar me niet opwinden zal, conform het stoïcijnse beginsel: alles waarnemen maar je niet opwinden.

 

Vanmorgen ben ik al voor zevenen op. Ik ga in de kuip liggen kijken hoe de wereld om me heen ontwaakt, hoe hanen kraaien, enzovoorts. Maar de wereld ontwaakt altijd door, rondom zichzelf, vierentwintig uur lang en de ochtend schuift zonder ophouden door naar het westen. Juist als ik hierover peins voel ik een steek in mijn rechter onderbeen, iets onder de kuitspier. Een wespensteek! Gisteravond dreinde en zeurde een wesp rondom de kooi van een bangige Lord Byron. Kennelijk heeft de wesp zich daarna onder een kuipkussen verborgen en kwam in het nauw toen ik er filosoferend op kwam liggen. Nu doen wespen- en bijensteken mij gelukkig nooit zoveel. Vroeger smeerde je er groene zeep op en dan was het snel over. Nu lukt het met vloeibare zeep ook.

 

Na het ontbijt komen Jaap & Diana me ophalen met de dinghy voor een bezoek aan onze vrienden Gerard & Josje, die met hun Mermaid tegenover ons voor een reparatie in Yachtmarine liggen. Eerst reserven Jaap en echter ik drie plaatsen voor onze boten bij het havenkantoor voor de periode van onze tocht door het binnenland (plus de tien dagen in augustus dat Ans en ik naar Nederland moeten) Het weerzien met Gerard & Josje is hartelijk, sedert onze bijeenkomst in De Oude Silo in Andel een halfjaar geleden heb ik ze niet meer gezien. Er is heel veel om bij te praten. Ik doe boodschappen in de havensuper en vaar met Jaap & Diana mee terug naar de Dulce (foto hierbij) In de kajuit piept de Navtex juist een near gale warning door van Izmir Turk Radio: "Near gale 7, very rough sea" voor ons zeegebied. Maar het zal hier in de beschutte baai achter een goed ingegraven anker wel meevallen.

 

´s Middags zit ik aan de kuiptafel verder te werken aan de planning voor onze aanstaande tocht. De wind wakkert ondertussen fiks aan tot West 5 - 6 en de zeegang in de baai is toch vrij onrustig. Maar mijn schip verschuift geen millimeter. Het is leuk om allerlei bijzondere bestemmingen op te zoeken en erover te lezen. Zo zullen we waarschijnlijk de eerste nacht - onderweg naar Cappadocië - in Konya verblijven, ondermeer de vroegere hoofdstad van het Selchuk Sultanaat van Rum (zie ook het kaartje bovenaan in dit Logboek) in de 13e eeuw verbleef daar een van de grote moslim-mystici, Celaleddin Rumi, door zijn volgelingen Mevlâna genoemd (Onze Gids) Hij was een schoolvoorbeeld van religieuze tolerantie binnen de Islam, getuige bijvoorbeeld het onderstaande gedicht dat ik in de Lonely Planet Guide Turkey (7e editie, 2001) vond (in mijn vertaling uit het Engels):

 

"Wie je ook bent, kom,

  zelfs al ben je een ongelovige, een heiden

  of een vuur-aanbidder, kom.

  Onze broederschap is niet een van wanhoop

  zelfs al heb je je beloftes om boete te doen

  wel honderd keer gebroken, kom"

 

Konya is ook de bakermat van de dansende derwisjen, de dansers die in een wervelende rondedans tot een mystieke extase en eenheid met hun god komen. Tja, wat ervan te denken? Enfin, dan de oude stad Harran aan de grens met Syrië. Ik vond de tekst uit het Bijbelboek Genesis waar sprake is van dat aartsvader Abraham er verbleef in 1900 vChr.:

 

"En Terach nam zijn zoon Abram en Lot, de zoon van Haran, zijn kleinzoon, en Sarai, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram; en hij deed hen wegtrekken uit Ur der Chaldeeën om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen te Haran en bleven daar." (Genesis 11:31)
"En de dagen van Terach waren tweehonderd vijf jaar, en Terach stierf te Haran." (Genesis 11:32)

 

Waar was Ur der Chaldeeën? Volgens veel deskundigen in het huidige Irak waar de rivieren Euphraat en Tigris samen in de Perzische Golf uitmonden. Maar volgens anderen kwam Abraham ter wereld in de Turkse stad Şanlıurfa of Urfa, in de Middeleeuwen door de ridders van de 1e Kruistocht Edessa genoemd, hoofdstad van het kortstondige Graafschap Edessa, een van de christelijke kruisvaarderstaten (zie opnieuw het kaartje bovenaan dit logboek) Een stad evenzeer langs de grens met Syrië die op mijn lijstje staat. Toen Abraham 75 jaar oud was gaf God hem opdracht om Har(r)an te verlaten en naar het land Kanaän te vertrekken, hoewel daar al andere volken woonden (de Kanaännieten en de Perizzieten, Genesis 13.7) Maar dat soort volksverhuizingen zijn de hele geschiedenis door gebeurd tot op de dag van heden.

 

Tegen zeven uur waait het nog steeds snoeihard uit het westen, de zeegang is hol geworden, de golven krijgen witte kuiven en rollen sissend en schuimend langszij maar het anker houdt als was het in beton gegoten. De windgenerator heeft de accu´s tot 100% opgeladen. De jachten dansen en bokken. Een enkeling licht het anker en verkast naar de andere kant van de baai. Doorgaans neemt de wind in de loop van de avond af. Ik hoop dat dat ook ditmaal zo is, anders wordt het een onrustige nacht. Ik bak een omelet en bereid een salade met tomaten, ui en komkommer. Om half negen lijkt de wind af te nemen. Morgenochtend vroeg is de zee weer spiegelglad. Alles begint opnieuw, de wereld ontwaakt, de hanen kraaien, enzovoorts. Pas iedere ochtend op voor slaperige wespen. Terug naar boven

Marmaris (3), Pupa Yat Hotel

Marmaris. Geankerd voor Pupa Yat Hotel. Halverwege de avond neemt de wind af om een paar uur later weer aan te wakkeren
Marmaris. Geankerd voor Pupa Yat Hotel. Halverwege de avond neemt de wind af om een paar uur later weer aan te wakkeren

Vrijdag 09-07-2010

Van slapen komt vannacht niet veel terecht. Aanvankelijk neemt de harde westenwind inderdaad wat af (foto hiernaast) maar tegen elf uur begint hij weer te jakkeren en doet het schip achter zijn anker stampen. Ik dommel wat met een laken om me heen op een bank in de kuip. Steeds als ik op schrik leert een snelle blik me dat ik nog exact op dezelfde plek lig. Tegen de ochtend neemt de wind tijdelijk af. Ik ga naar bed en haal een aantal uren slaap in. Vanochtend opnieuw "near gale warnings, West to Northwest Bf 7, very rough seas" op de Navtex.

 

Ik maak de kooi van His Lordship schoon en even later ligt er weer een staartveer in. Onmiskenbaar een aankondiging voor de jaarlijkse rui maar hij zingt er nog steeds niet minder om. Gisteren vond ik Gerard & Josje van de Mermaid bereid om op de Lord te passen tijdens onze binnenlandse trip. Geert van Anégada is er intussen in geslaagd om een vrijwel nieuw mini-busje te huren voor 22 dagen à raison van 70 TL per dag. Ook voor mij is het een regelochtend. Ik maak afspaken voor contrôlebezoeken aan mijn dokters in mijn oude Beatrixziekenhuis en het Verbeeten Instituut en met de onvolprezen zuster Yvonne Koeweiden van de Zoladex-thuisservice. Laatstgenoemde zal in week 34 mij de derde hormooninjectie geven van de 12 waaruit de kuur bestaat. Daarna boek ik twee retours  Dalaman - Amsterdam v.v. We zijn in augustus dus een dag of twaalf in Holland. Verder huur ik een auto voor maandagmiddag om Ans dinsdag in alle vroegte van Dalaman op te halen.

 

Sedert ongeveer een jaar - het kan ook langer zijn - heb ik een knobbeltje onder de huid van mijn rechteroksel ter grootte van een kliertje. Het doet geen pijn, is goed beweegbaar en zit los van huid en spieren. Ik heb me er nooit ongerust over gemaakt en voor mijn gevoel heeft het niets te maken met mijn prostaatgeschiedenis. Maar nu wil ik toch zekerheid en omdat we volgende maand in Holland zijn, regel ik een afspraak om het te laten verwijderen (en onderzoeken) op de Ingrepenpoli Chirurgie in het Gorcums ziekenhuis. Mijn opvolger Pieter en zijn secretaresse Nelleke "bewilligen" daar even in, waarvoor veel dank. Het secretariaat van de chirurgen wil wel een verwijskaart. Krijgt de chirurg het anders niet betaald, hoe zit het ook alweer in Holland? Enfin, de verwijskaart vraag ik per email aan onze huisarts en verzoek hem meteen de derde en laatste injectie van de vaccinatie tegen Hepatitis A + B in augustus te mogen halen.

 

De rest van de middag breng ik lui en lezend in de kuip door. Ik kom een heel eind in een fascinerend boek dat ik nog niet uit had: "The Classical World. An Epic History of Greece and Rome" van Robin Lane Fox (Penguin, 2006) De westenwind blaast weer op volle kracht over het scheepje en stuwt witgekuifde golven voor zich uit. Het anker houdt zich prima. Bij de steiger van Pupa Yat Hotel komen allengs de huurboten aan. Morgen is het daar wisseldag. Tegen de avond neemt de wind weer af. het was vandaag minder erg dan gisteren en vannacht omdat de wind iets noordelijke was. Dan heb je hier wat luwte van de landtong waar Pupa op ligt. Vandaag heb ik niemand live gesproken. Ik begin al af en toe hardop in mezelf te praten en tegen Lord Byron. Maar die vindt alles goed. En ik draai naar hartelust "moeilijke muziek" Zelfs over de speakers in de kuip, dat is het voordeel van ankeren ver van andere boten. Dit keer muziek mede vertolkt door de legendarische Russische cellist Sviatoslav Knushevitsky.

 

De laatste keer dat ik in Gorcum was kocht ik een 5CD-cassette met mooie oude opnames uit begin jaren ´50 bij Het Kruidvat. Knushevitsky was een lyricus bij uitstek, meer dan zijn veel beroemdere collega Rostropovitch, en een zuiplap als de meeste Russen, hij stierf in 1963 toen hij pas 55 was. "Soms kon hij nauwelijks spelen omdat hij te dronken was", zegt de Letse cellist Yosif Feigelson van hem in het booklet. Zijn vrouw was de zangeres Natalia Spiller. Zij was een favoriete van sovjet-dictator Stalin en overleefde haar man meer dan 30 jaar. Ze heeft dus nog de perestroika meegemaakt. Hun levens moeten een aangrijpend verhaal zijn. Knushevitsky speelt op de cassette ondermeer schitterend in het onvoltooide Strijksextet in d van Borodin en ook in het Kwintet in A opus 39 G84 van Glazoenov. De Navtex blijft ondertussen bijna-stormwaarschuwingen produceren. Ik zie wel, het anker ligt vast als een huis en als het niet erger wordt als gisteren dan slaap ik vannacht gewoon in mijn bed.

 

Ik word erg sentimenteel van het spel van die Knushevitsy en het zou mooi zijn als er een muzikantenhemel bestond waarvandaan hij op me neerkeek en het fijn vond dat ik aan hem dacht. Terug naar huis, pardon, boven

 

 

Marmaris (4), Pupa Yat Hotel

Marmaris. Op de zandplaat bij het moerasje naast Pupa Yacht Hotel staat een man op krab te vissen
Marmaris. Op de zandplaat bij het moerasje naast Pupa Yacht Hotel staat een man op krab te vissen

Zaterdag 10-07-2010

Gisteravond kwam Geert even buurten, het werd laat en ik had nogal wat op - zodanig dat ik als een blok in slaap viel en pas vanmorgen om kwart voor acht wakker werd. Gelukkig was er vannacht vrijwel geen wind. Tja.

 

Vandaag een rustige dag, geschikt om nu eindelijk eens met de satelliettelefoon aan de slag te gaan. Ik haal het hele pakket tevoorschijn, plaats de lithium-ion batterij in het toestel en schakel het in. In het beeldschermpje verschijnt de vraag "pincode?" Pincode? Wat was die ook alweer? Het zweet breekt me uit. Ik probeer er eentje die ik vaker gebruik. Het resultaat is "error" Oef, nu heb ik nog maar twee kansen voordat het toestel blokkeert. Heb ik die pincode niet ergens opgeschreven? Vast wel, maar waar? Ik foeter mezelf uit, moet je verdomme ook niet zoveel drinken. Op een geheim plaatsje is een geheim boekje waarin hij vast staat. Tja, er staat van alles in dat boekje maar geen pincode van de satelliettelefoon. Alzheimer not so light. Ik probeer nog een andere combinatie met opnieuw "error" als resultaat. Nijdig op mezelf berg ik alles maar weer op. Gelukkig komt Jaap even koffie drinken. Later ga ik lezen en word rustig. Ik kijk vanuit de kuip naar de ondiepe zandplaat die zich vanaf het kleine moeras enige tientallen meters uitstrekt. Er staat een man op krab te vissen (foto hiernaast) Na de lunch weet ik het opeens - ik haal alle satfoon-spullen weer tevoorschijn en toets hem in - dit is de laatste kans! -  en verdraaid, dit keer is het goed.

 

De rest van de middag verloopt niet in alle opzichten bevredigend. Allereerst bel ik Ans via de satelliettelefoon. De ontvangst over en weer is goed alleen moeten we wennen aan de vertraging in de doorkomst van het signaal. Daardoor praten we eerst ongewild door elkaar, je moet even wachten voor je de ander antwoordt. Daarna ben ik uren bezig met de installatie van de driver, het modem en de software voor de bediening via de PC. Als dat eindelijk is gelukt en ik probeer met de satfoon op Internet te komen, lukt het niet. Reden tot veel peinzerij want wat is er mis? Tijd om erachter te komen heb ik niet want Geert & Ine komen me halen voor een borrel bij Pupa Yat Hotel met hun vrienden Jappie & Marijke, Friezen uit Lemmer die in de buurt liggen met hun jacht Horizon. Later zetten we de borrel voort op de Kiara met Gerard & Josje en je begrijpt dat het net zo laat als gezellig wordt. Diana heeft lekkere hapjes en tenslotte zelfs een heerlijk avondmaal. Ik zou in staat willen zijn om al die leuke en boeiende gesprekken hier weer te geven, we diskussiëren bijvoorbeeld over de Rode Zee en de piraten bij Somalië en over  het einde van het universum en over de evolutietheorie, maar op dit late uur vermag ik dat - vergeef het me - niet te reproduceren. Ook over het ontmoeten van medezeilers en over met wie je wel en niet vriendschap sluit en waaraan dat ligt. Sorry, ik slaag er nu niet meer in om dat allemaal weer te geven maar ik kom er vast en zeker wel een keer op terug. Het weer is rustig, golfjes kabbelen tegen het achterschip en ik hoop op een lange nacht van gezegende rust. Morgen verder met de installatie van de satfoon op de PC, nodig om ermee te kunnen internetten. Morgenavond de WK-finale die heel Nederland stil schijnt te leggen. Terug naar boven

Marmaris (5)

Marmaris Yachtmarin. Tegenover me aan de steiger ligt dit marineschip te koop
Marmaris Yachtmarin. Tegenover me aan de steiger ligt dit marineschip te koop

Zondag 11-07-2010

Vanmorgen installeer ik met succes de driver, het modem en de software voor de Iridium satelliettelefoon op mijn kleinde notebook-computer. Omdat die geen DVD-drive heeft moet ik alle software eerst van de CD op een USB-stick kopiëren. De verbinding met Internet is via de statelliettelefoon erg langzaam. Ik moet nog verder uitzoeken wat ik er precies mee kan. In elk geval snap ik nu ook waarom het gisteren op de grote Sony VAIO-laptop niet werkte: de driver en het modem zitten niet op dezelfde COM-poort. Dat is gemakkelijk te verhelpen.

 

Geert & Ine keren terug van een tocht met hun dinghy naar Marmaris Yachtmarine. Ze maakten zich zorgen of er morgen wel een goede plek voor hun grote catamaran zou zijn. Dat blijkt het geval en ze kunnen meteen komen. igenlijk spreekt dat me ook wel aan. Per slot is het nu rustig weer en dat is wel zo prettig aangezien ik het op mijn eentje moet doen. Bovendien is het gemakkelijk dat we dan vanavond na het diner en de uitzending van de WK-finale in de marina niet meer met de dinghy naar de ankerplaats hoeven varen. Ik roep Kiara op de VHF en leg het voor. Ook Jaap & Diana zijn ervoor. Ik roep de marina op en ze beloven me een ligplaats. Vlot haal ik het anker op en motor naar de overkant. Ik kijk om en zie Anégada naderen, Ine is bezig de stootwillen te hangen. De stootwillen! Ben ik vergeten, dat doet Ans altijd. Ik zwaai af en knoop mijn fenders aan beide kanten vast. Bij de invaart van de haven klimt een marinero aan boord om me te assisteren. Ik krijg een plek aan de binnenkant van steiger Bravo, niet ver van Anégada en tegenover een marineschip dat te koop ligt (foto hierboven) M1051 staat erop geschilderd. De kannonnen zijn eraf gehaald. Wat zou zo´n schip kosten? We grappen dat we hem misschien kunnen kopen en meenemen als escorte in de Golf van Aden. Even later arriveert Kiara en legt twee plaatsen naast me aan.

 

In het havenkantoor sluit ik een contract voor anderhalve maand à raison van 350 euro. Het loopt op 25 augustus af, dab beginnen we na terugkeer uit Holland onze tocht naar Cyprus en de Levantkust. Het is een hete dag en ik ga afkoelen in het zwembad van de marina, al bekend van de vorige keer. Later breng ik een lege gasfles naar de supermarkt van de haven, morgen kan ik hem gevuld weer afhalen. Om half acht gaan we dineren met 8 andere Nederlanders in het restaurant (de crews van Anégada, Kiara, Mermaid en Beaver2), om half tien begint de wedstrijd. Terug naar boven

Marmaris (6)

Marmaris. Met Jaap en Diana op de steiger voor de WK-finale. Nu zijn we nog vrolijk
Marmaris. Met Jaap en Diana op de steiger voor de WK-finale. Nu zijn we nog vrolijk

Maandag 12-07-2010

Geheel in stijl - Diana had voor oranje shirts en hoeden gezorgd (foto hiernaast) - vertrekken we om half acht gisteravond naar het restaurant van de marina. Na een prima maaltijd zetten we ons in de bar voor een van de twee TV-schermen. Het is een nerveuze, spannende wedstrijd maar geen mooie. Er wordt nogal op de man gespeeld in plaats van op de bal. Ontregelen van de tegenstander noemt men zoiets, fraai is het niet en uiteindelijk helpt het ook niet. In de tweede helft van de verlenging maken de Spanjaarden het winnende doelpunt. Iedereen gaat maar gauw naar de boot en naar bed.

 

Het is de hele nacht winderig, warme wind uit het westen. Vandaag neemt de wind af en wordt het drukkend warm. Ik doe niet veel. Alleen trek ik het logwieltje maar weer uit de bodem van de boot en zet de stop ervoor in de plaats. In anderhalve maand zou het volledig vast komen te zitten door aangroei. Verder lees ik eindelijk Robin Lane Fox´ geschiedenis van Griekenland en Rome uit. Aan het eind van de middag loop ik langs de supermarkt. Mijn gasfles staat er nog leeg, ze beloven dat het morgen in orde komt. Dan komt de verhuurder de huurauto brengen. Hij heet Yüksel, is in Middelburg geboren en spreekt vloeiend en accentloos Nederlands. In de stad Marmaris is het superdruk met toeristen. Bij het fili8aal van Vodafone vul ik mijn tegoed op de mobiele internet-dongel aan. Morgen vroeg op, het is ongeveer anderhalf uur rijden van hier naar het vliegveld van Dalaman. Ans komt om 8.50 uur aan. Terug naar boven

Marmaris (7)

Ans vanmorgen bij de uitgang van het vliegveld Dalaman
Ans vanmorgen bij de uitgang van het vliegveld Dalaman

Dinsdag 13-07-2010

Om kwart voor zes, een kwartier voor de wekker afloopt, sta ik klaarwakker op. Opnieuw veel wind vannacht, de bekende meltemi, hier een westenwind die de hele dag blijft doorstaan. Om half zeven rijd ik de ongeveer 100 kilometer naar het vliegveld van Dalaman in een kleine twee uur. Het is niet erg druk op de weg die me door dichte dennen- en eucalyptusbossen, valleien en over lage bergpassen voert. De aankomsthal is in tegenstelling tot de vertrekhal een kale bedoening zonder voorzieningen. Ik wacht er een uurtje al drentelend voor de automatische glazen deurpanelen, die ik niet door mag. Je hebt echter wel goed zicht op de reizigers die zich om de bagagebanden groeperen. Voorlopig komen er allen maar bleke Russische toeristen door de deuren, hun koffers dicht omwikkeld in plastic. Het personeel op Russische luchthavens is notoir onbetrouwbaar met de koffers van reizigers. Om 8.50 uur, precies op tijd, wordt de landing van de Corendon-vlucht uit Amsterdam omgeroepen. Het duurt nog ruim een halfuur voor ik mijn liefste bij de band zie staan, ze ziet me ook, we zwaaien. Dan valt opeens de electriciteit op het hele vliegveld uit, er wordt geroepen, alle lichten gaan uit, de bagagebanden komen tot stilstand en de automatische deuren schuiven open. Veiligheidsbeambtes en luchthavenmedewerkers rennen heen en weer, roepend in hun walky-talkies. Na anderhalve minuut floepen de lichten weer aan en komt alles in beweging. Het hele gebeuren herhaalt zich drie keer. En dan komt mijn Ans naar buiten, we sluiten elkaar in de armen en staan minutenlang aaneen geklemd. Ze schokschoudert en huilt, er staan scherpe lijnen in haar gezicht en ze is doodmoe, zie ik, ze heeft tien dagen bijna niet kunnen slapen.

 

We drinken op een terras tussen de uitgang en het parkeerterrein. In de auto komen de verhalen los. De toestand van kleinkind Liam is zó moeilijk en nog zó ernstig en aandoenlijk dat alle betrokkenen, zijn ouders op de eerste plaats, zich vaak wanhopig voelen. Met de leukemie gaat het weliswaar de goede kant maar het jochie zit nog steeds opgesloten in zijn eigen hoofd, kan niet praten, slikt moeilijk en hij is nog altijd verschrikkelijk angstig, spastisch en gefrustreerd. Geleidelijk is men bezig de medicatie te verminderen, eerst de Haldol en daarna de anti-parkinsonmiddelen. Dat geeft veel ontwenningsverschijnselen die in een week of twee moeten verminderen. Meestal slaapt hij ´s nachts niet en moet er bij hem gewaakt worden om zijn beentjes te masseren en te verhinderen dat hij zichzelf verwondt. De wrijfwonden zijn daardoor wel allemaal genezen. Overigens is er nog steeds geen uitslag over de PGB-aanvraag die Derrick al een paar maanden geleden heeft ingediend (PGB = Persoons Gebonden Budget, een voorziening in de AWBZ waarmee je zelf hulp en zorgondersteuning kunt regelen en betalen), dus ruim voor de de stop die minister Klink per 1 juli heeft ingesteld. En dat is er natuurlijk ook nog de kleine Caelan, het goedlachse Tsjechische boertje, die nu kan lopen en woordjes brabbelen en veel aandacht nodig heeft. Gelukkig zijn er een vriend en een vriendin van Kate overgekomen om een tijdje hulp te bieden. Enfin, Ans is òp.

 

Om twaalf uur zijn we terug in Marmaris en kopen er voer en schelpenzand voor Lord Byron. Die gaat immers overmorgen drie weken logeren op de Mermaid. Ans kruipt snel in bed, ze valt als een blok in slaap en slaapt vier uur aaneen. Ondertussen breng ik de huurauto naar de stad en keer terug met de dolmus. Bij de havensupemarkt haal ik de (nu wel gevulde) gastank op. ´s Avonds dineren we intiem en gelukkig met elkaar in de sprookjesachtig geillumineerde tuin van het restaurant. Ans vertelt honderduit over de indringende ervaringen met Liam, zijn broertje en zijn ouders in Gorcum. Later kibbelen we over familieverhoudingen, leggen het weer bij en zijn domweg zeer blij om weer samen te zijn. Over de haven waait het West Bf 6. Kan je nagaan hoe hard het buitengaats moet waaien. Opnieuw near gale warnings op de Navtex. De meltemi die nog dagen blijft doorstaan, hier een warme nukkige wind uit het westen. Morgen aan de slag om de boot op orde te brengen, verder te beveiligen en om de koffer in te pakken voor onze trip door het Anatolische binnenland. Terug naar boven

Marmaris (8)

Thijs Thomas in zijn derde maand
Thijs Thomas in zijn derde maand

Woensdag 14-07-2010

Kleinkinderen. Werelden van verschil. Gisteren de rampspoed bij Derrick & Kate met Liam, vandaag de voorspoed van Floor & Pijke met hun Thijs Thomas. loor stuurde de laatste foto´s van hem, genomen in de derde maand van zijn leven (zie hiernaast en een andere hier) Zo lief en sereen in zijn wereld van louter onschuld.

 

Vandaag opnieuw meltemi. Die voortdurende wind om de oren is vermoeiend. Hij neemt gelukkig in de middag iets af. Om 11 uur vanochtend komen we op de Anégada bij elkaar om voorbereidingen af te spreken voor onze reis dwars door Anatolië. Bijvoorbeeld de vraag welke CD´s we meenemen voor onderweg. Nou, dat maakt iedereen zelf uit.

 

Gisteren woei er door de harde wind een mountain bike van een marinero naast ons in het water. Het is hier knap diep dus dreggen met een ankertje leverde niks op. Vandaag komt er een duiker. Die haalt de fiets boven water en wonder boven wonder: nóg een fiets, helemaal bezet met schelpen en aangroei. Het lijkt de Utrechtse Oudegracht wel. Verder zijn we bezig met schoonmaken, wassen en opruimen. Weinig interessant dus. Halverwege de dag komen Gerard & Josje langs om Lord Byron op te halen. Ze krijgen instructie over de verzorging van His Lordship. Als we ´s avonds van het eten in het jachthavenrestaurant over de steiger teruglopen zitten ze beiden op het voordek van de Mermaid te genieten van de verkoeling die de wind brengt. De Lord heeft al gezongen op zijn nieuwe lokatie, melden ze. De maan is een sikkeltje aan de hemel, de ster die ermee in conjunctie staat is geel. Is het Saturnus? Over de baai voert de wind een gestage disco-dreun aan van de lange stranden van de stad Marmaris, op drie mijl van hier. Niet luid genoeg om hinderlijk de wind te overstemmen.

 

Vandaag krijg ik bericht dat Jan van der Sar is overleden, voormalig hoofd van de voedingsdienst in het Beatrixziekenhuis. Jan heb ik goed gekend en erg gewaardeerd. Voor de eerste keer sprak ik hem in 1987. Ik was juist aangesteld als directeur patiëntenzorg. Dat voorjaar was er een feest van de personeelsvereniging in De Til in Giessenburg en hij stond er achter een kar met verse haring. Een traditie die jaren later teloor ging. Hij was al met pensioen toen hij in 1992 medewerker werd van de kunstmanifestatie BRAIN/Internal Affairs en daar met een groepje vrijwilligers zes weken lang het Breincafé runde. Je kunt hem nog zien op de foto hier. Later ging het niet zo goed met hem. Hij trok erop met zijn camper maar hij kreeg zware hartproblemen en toen zijn vrouw Annie stierf, hoefde het allemaal niet meer zo. Voor ons vertrek in 2007 is hij nog eens langsgekomen op ons flatje in Andel. Jan genoot van gezelschap en dat kreeg hij te weinig. Terug naar boven

Eğirdir

Ergens onderweg op een plek waar we een glas Turkse thee dronken
Ergens onderweg op een plek waar we een glas Turkse thee dronken

Donderdag 15-07-2010

Half acht allebei klaarwakker. Weinig wind en dus al snel warm. Wassen en douchen stellen we uit tot na het inpakken van de koffer en de laatste werkzaamheden om de boot vertrouwd achter te laten. Op verzoek van ons reisgezelschap neem ik ook de Iridium satelliettelefoon mee. Je weet maar nooit in de ruwe oosten van Turkije. Het relaas van alle werkzaamheden zal ik de lezer besparen alsmede het tellen van de liters transpiratievocht. Ik voer een worsteling met een van de afsluiters in het toilet bij de kombuis. Je moet die dingen af en toe even open en dicht doen, dat houdt ze soepel beweegbaar, maar ja, dat doe je niet. Enfin, we zijn om elf uur klaar en bij de Hyundai mini-bus. Een dieselauto. Onze bestemming voor vandaag is het stadje Eğirdir aan het gelijknamige meer op ruim 400 kilometer afstand. Vanaf daar is het nog een kilometer of 600 naar Cappadocië.

 

We klimmen vanaf Marmaris door een steile kloof op naar een plateau. Daar kiezen we de snelweg naar de stad Muğla. Er volgt een zeer bergachtig en mooi landschap waarin we niet veel voortgang maken. De valleien en bergpassen zijn dicht bebost met pijnbomen. De drie mannen rijden afwisselend een uur en het rijden is inspannend vanwege de hitte en de vele onverwachte situaties. De wegen zijn overigens tamelijk goed. Na een tijd bereiken we een hoogvlakte met uitgestrekte graanvelden en grote, stoffige steden zoals Denizli, een stad met een half miljoen inwoners. We rijden een tijd lang langs een groot zoutmeer, grotendeels een droge, wit glanzende vlakte. Anatolië is onbegrijpelijk groot en we zijn pas een paar honderd kilometer op weg.

 

Het is tegen vijf uur als we het vreemde meer van Eğirdir bereiken. Het in grootte vierde meer van Turkije. In de Oudheid lag deze plaats aan de handelsroute tussen Ephese in het westen en Babylon in het oosten. Net als overal elders hebben vele volken deze plaats bewoond: Hittieten, Phrygiërs, Lydiërs. Perzen, veroverd door Alexander de Grote, Romeinen en Byzantijnen. Voor laatstgenoemden was het een bisdom dat ze Akrotiri noemden. Namen veranderen. De Ottomaanse Turken noemden het Eğridir. Volgens de Lonely Planet gids betekende dat zoiets als "oneerlijk" of "fout" Raar verhaal. Waarom zou iemand een stad zo willen noemen? Zou dat verhaal, dat je ook op Wikipedia vindt, wel kloppen? Enfin, ergens in 1980 draaide de gemeente op voorstel van een PR-bureau de "i" en de "r" om en dan krijg je een naam die iets te maken heeft met "spinnen" en "rozenteelt" Ook dat verhaal geloof ik niet zonder meer. Ik zal het eens vragen aan de herbergier van het Sahil Pension waar we vannacht slapen (drie kamers voor 110 TL bij elkaar) Aan de zuidelijke oever van het meer steken wat eilandjes in zee, die ooit door een dam verbonden werden met de kust. Het verste eilandje heet Yešilada ("Groen eiland") en daar vonden dit pensionnetje. Het is benauwd en de kamers hebben geen airco maar wel een eigen douche en toilet en een mooi uitzicht over het meer. In strenge winters zou het meer overigens helemaal dicht vriezen. Dit plaatsje doet nog heel erg aan als een dorp, het is minder toeristisch dan we hadden verwacht. Het doet in al zijn eenvoud van door elkaar geplaatste huisjes en straatjes wat denken aan de oude dorpen aan de Bulgaarse kust waar we de vorige zomer waren. Sozopol bijvoorbeeld. Vanaf ons balkon zien we hoe de zon ondergaat boven de westelijke bergketens (foto hier) We eten aan de overkant, gezeten aan de oever van het meer. Golven kabbelen zacht tegen de oever. Zoet water. Het meer schijnt gevoed te worden door bronnen en geen uitstroom te hebben. Er scharrelen wat ganzen en eenden langs de kant. De vis die we eten werd hier gevangen. Hij heet Levrek. Niet erg bijzonder van smaak, maar ach, het is gezellig. Een schriele goorwitte kat dreint langs de tafel. Morgen moeten we dus bijna 600 kilometer rijden. Vandaag deden we 410 kilometer. Terug naar boven

Ürgüp

In de hoogvlakte voor Konya ontmoeten we nogal wat traditioneel verkeer
In de hoogvlakte voor Konya ontmoeten we nogal wat traditioneel verkeer

Vrijdag 16-07-2010

Vandaag 502 kilometer afgelegd. Sinds vertrek uit Marmaris 912 kilometer.

 

We ontbijten om half negen op hetzelfde terras aan het meer, waar we gisteravond dineerden. Ons Sahil Pension heeft geen keuken, het terras is van het naastgelegen hotel. Onderwijl slaan de golven ritmisch - ook hier waait het stevig uit het westen - tegen de kiezelstenen langs de oever. We kijken nog eens goed rond. Eigenlijk wordt dit Eğirdir niet erg druk bezocht door toeristen. Het lijkt alsof voornamelijk Turken hun vakantie aan het meer doorbrengen. In het stadje pinnen we bij een bank, doen wat inkopen voor onderweg en bij een apotheek kopen we voor slechts 13 TL (6,5 euro) een antibiotisch kuurtje om Ans van haar blaasontsteking af te helpen. Om een doktersrecept wordt niet gevraagd. Langs de oostelijke oever van het meer rijden we naar het noordoosten. Al gauw voert de weg door een landschap van golvende heuvels met uitgestrekte graanakkers. Dit is de vruchtbare hoogvlakte van Anatolië waar al duizenden jaren landbouw en veeteelt wordt bedreven, de enorme graanschuur van Turkije.

Na het middaguur dalen we af naar de grote stad Konya, min of meer de religieuze hoofdstad van Turkije, toegewijd aan de Islam, met rond een miljoen inwoners. In de tijd van het Middeleeuwse Sultanaat van Rûm was dit de hoofdstad van de Seltsjukvorsten. Een brede rondweg voert ons om de noordelijke rand van de stad heen. Zoals verwacht zijn er voornamelijk mannen op straat maar we zien ook westers geklede, ongesluierde jonge vrouwen lopen. De rondweg leidt naar een autosnelweg die recht de eindeloze steppe in leidt. Je stelt je bij een steppe een dor en droog gebied voor maar deze steppe, het hartland van Turkije, is zeer vruchtbaar. De kaarsrechte snelweg lijkt langs een lineaal door de grassige steppe getrokken (foto hier) Ver naar het zuiden en oosten, op enige honderden kilometers afstand, zien we vage gebergten na uren rijden nog even veraf lijken. Hoewel de steppe inderdaad droog en stoffig is, is er veel landbouw. Op de graanvelden halen mannen en vrouwen de oogst binnen. Verder zijn er maïsvelden en arealen met zonnebloemen, hun grote bloemen als soldaten in het gelid allemaal dezelfde kant opgewend, naar het zuiden vanwaar de zon op de vlakte brandt. Af en toe ontstaan er kleine stofwervelingen – dust devils – die soms overgaan in kortdurende windhoosjes.

De uren verstrijken. Onze snelheid is vrijwel constant 120 km/uur. Veel verkeer is er niet. We passeren kleine nederzettingen en zien ook tenten waarin mensen wonen. Het tentdoek is omhoog getrokken om de wind door te laten. Op enige afstand van iedere tent staat een latrinetentje. Tenslotte bereiken we op 45 kilometer van Aksaray, de eerstvolgende stad, een dorp met de naam Sultanhani. Hier bekijken we de grootste karavanserai van Turkije, in 1229 gebouwd door de Seltsjukse Sultan Alâeddin Keykubad I. Een karavanserai is een soort motel avant la lettre langs de Middeleeuwse zijderoute. Ze werden gebouwd op dagreis-afstanden van elkaar, zo´n 20 tot 30 kilometer. Het zijn monumentale forten met grote binnenplaatsen voor de karavanen, stallen voor de kamelen, de paarden en de ezels, reparatiewerpklaatsen, eetzalen, kamers, toiletten en baden voor de reizende kooplieden en de karavaandrijvers. Op de binnenplaats staat een kleine moskee op portaalbogen, verheven boven het profane koopmansbedrijf op de grond. De enorme stallen erachter doen met hun hoge pilaren en koepelgewelf aan als een gothische kerk. Zou die stijl zijn afgekeken van deze oude oosterse architectuur? Misschien is het wel omgekeerd en vormden de eerdere Byzantijnse basilieken de inspiratie voor deze indrukwekkende bouwstijl. Kijk hier voor 3 foto´s van de Sultan Han in het dorp dat er nog steeds naar heet.

We rijden verder naar het oosten. Ver weg in het zuidoosten staat een hoge, eenzame berg. De vorm doet denken aan een vulkaan, de top is meestal in wolken gehuld. Je krijgt de associatie met de Eenzame Berg uit Tolkiens “The Hobbit”, de berg waar het wezen Gollem woont in oeverloze grotten en waar Bilbo de doemring vindt. Hoe heet deze berg? Op de kaart vinden we dat het de Hasan Daği moet zijn, 3268 meter hoog. Ik onderdruk het verlangen om erheen te willen gaan. Later vind ik uit dat het inderdaad een (inactieve) stratovulkaan is en dat het zes uur klimmen kost om de top te bereiken. Dat kan alleen te voet. De laatste uitbarsting zou rond 7500 vChr. geweest zijn.

Vanaf de stad Aksaray komen we in de landstreek die Cappadocië heet, een vruchtbaar heuvelachtig gebied dat al duizenden jaren voor het begin van onze jaartelling bewoond werd. In de oude taal van de Hittieten zou de naam "Land van Goed Gefokte Paarden" betekenend hebben. De eerste bewoners vonden er talloze bewoonbare grotten in de zachte kalksteenrotsen – grotten die tot de jaren ´70 van de vorige eeuw nog bewoond werden, tot de Turkse overheid het verbood. Waarom eigenlijk? Want nu zijn nogal wat van die grotcomplexen, die soms hele onderaardse steden vormen, omgebouwd en verfraaid tot grothotels en grotpensions waar de toeristen graag verblijven. Eén van die grothotels ligt in het plaatse Ürgüp en heet “Viv´s House”, het is van Vivienne Hudson en haar man Will Menzies, een zeilerspaar uit Nieuw Zeeland dat we afgelopen winter in Ayíos Nikoláos op Kreta ontmoetten. Geert & Ine hebben geregeld dat we hier een aantal dagen kunnen logeren. Het is een paleisje van grotkamers op verschillende niveaus in de rotsen uitgehouwen, verbonden door trapjes en terrasjes. Ook hier krijg ik weer een associatie met Tolkien: het lijkt een een klein Rivendel, Het Laatste Huiselijke Huis van de elfenvorst Elrond. Opgetogen kijken we rond en installeren ons in onze grotwoning. Kijk hier voor 4 foto´s en kijk vooral ook op hun website (zie boven) die een goede indruk geeft van deze prachtplek. Voor een aantal dagen is dit de uitvalsbasis om deze wonderschone, oude landstreek vanuit te verkennen. Terug naar boven

Ürgüp (2)

Göreme. Fresco van het Laatste Avondmaal in de  Donkere Kerk uit de 11e eeuw. Naast Jezus (met witte baard) zit Judas (links) Een kopie is geschilderd op de muur naast onze grotkamer in het pension
Göreme. Fresco van het Laatste Avondmaal in de Donkere Kerk uit de 11e eeuw. Naast Jezus (met witte baard) zit Judas (links) Een kopie is geschilderd op de muur naast onze grotkamer in het pension

Zaterdag 17-07-2010

We ontbijten in een grote eetkeuken, in de rotswand uitgehouwen op de onderste verdieping van ons grotpension (foto hier) Daar wordt het ontbijt vezorgd door een uiterst vriendelijke, jonge Turkse vrouw en haar 14-jarige dochter. Ik moet hun namen nog eens vragen. De vrouw werd op haar 14e uitgehuwelijkt zoals het hier nog vaak de gewoonte is, vertelt Will. Ze kreeg kort daarop haar eerste kind. Het ontbijt is smakelijk, uiteraard met Turkse thee, en vooral de nogal gepeperde quiche-achtige schotel die de vrouw voor ons bereidt met parika, ei, tomaten, ui en kaas, en de eigengemaakte marmelade van Viv van abrikozen en gember, vallen in de smaak.

 

Ongeveer 50 kilometer in zuidoostelijke richting ligt de Mount Erciyes, net als de al de eerder genoemde Mount Hasan (die in zuidwestelijke richting ligt) een stratovulkaan. Het is met zijn bijna 4000 meter de hoogste berg in Centraal Anatolië. Zijn laatste uitbarsting was in 253 vChr. en zou zijn afgebeeld op Romeinse munten uit die tijd. Er wordt gezegd dat je vanaf de top op heldere dagen zowel de Zwarte Zee als de Middellandse Zee kunt zien. Uitbarstingen van deze twee vulkanen en van een derde, Mount Melendiz in het zuiden, hebben het hele gebied bedekt met een dikke gloeiend hete laag vulkanische as, die uithardde tot zachte, poreuze tufsteen. De vulkaanuitbarstingen hebben het landschap ingrijpend veranderd. Over een lange reeks jaren erodeerden water, wind en zonnehitte de lagen tufsteenrots, met grote verschillen in hardheid, tot eigenaardige, vreemde vormen. De zogenaamde hoodoo´s of rotspilaren zijn daarvan de meest bekende. Die zie je hier dan ook veel. De vroege bewoners van deze streek ontdekten al snel dat je in de zachte tufsteen gemakkelijk graftombes, schuilplaatsen en grotwoningen kon uithakken. Ze boden opeenvolgende volkeren en vervolgde groepen eeuwenlang uitstekende schuilplaatsen. De Hittieten hakten er complexe onderaardse steden uit, soms meer dan tien niveaus. Daarvan zijn er tientallen in de streek. Ze boden bescherming tegen de Assyriërs, hun aartsvijanden. Later vonden de eerste groepen christenen, toen nog vervolgd door de Romeinen, er een schuilplaats. Het openlucht museum van het nabije dorp Göreme is daarvan het mooiste voorbeeld. We brengen er vandaag een bezoek. De plaats is al in 1985 door de Verenigde Naties uitgeroepen tot World Heritage Site.

We rijden de vallei van Göreme binnen, dalen af langs een paar haarspeldbochten en de eerste aanblik is meteen indrukwekkend. Een bruingele hoge, puntige rots verheft zich boven de schaarse bomen. We zien verschillende uitgehakte nissen, op een vijftal niveaus boven elkaar, sommige met okerrode tekens beschilderd. Het blijkt een kloosterkerk te zijn geweest uit de 2e eeuw van onze jaartelling. Jezus Christus moet nog een levende legende geweest zijn. Later ontstonden er grote christelijke gemeenschappen, je vindt hier wel zo´n 30 kerken en kloostertjes, uitgehouwen in de tufstenen wanden, de een nog mooier dan de andere. Sommige van binnen verfraaid en beschilderd met ontroerende, primitieve fresco´s. Het kost geen moeite om hier een aantal uren rond te dwalen, de smalle trappen te beklimmen en over gaanderijen en terrassen de lage ingangen en tunnels te bereiken. Bij onraad wentelde men er grote molenstenen voor die de toegangen hermetisch afsloten. Er zijn eetzalen met uit de rots gehouwen lange tafels en banken, voorraadkelders, keukens, sanitaire ruimtes, waterputten, enzovoorts. In de vloeren en muren zijn smalle grafruimtes uitgehakt, sommige zo klein dat ze voor kinderen geweest moeten zijn. Ook toen bestond de gewoonte al om de doden in of bij de kerken te begraven. Op een plaats heeft men wat graven afgedekt met glasplaten, waaronder je wat stoffige pijpbeenderen en een enkele schedel ziet liggen. Andere graftombes zie je juist hoog in de rotswanden, op nauwelijks bereikbare plaatsen, zodat grafrovers er moeilijker bij konden. Kijk voor 5 foto´s hier.

Later was dit gebied in handen was het Byzantijnse Rijk maar het werd voortdurend aangevallen door Arabieren, Mongolen, Seltsjukken en Perzen. De rotskerken uit die periode hebben mooiere, zeer kleurrijke muur- en plafondschilderingen zoals in de Karanlik Kilise ofwel de Donkere Kerk. Daar vinden we ook in de nis boven een kleine zijkapel de originele schildering van het Laatste Avondmaal. Op de muur naast ons eigen rotsappartement in Viv´s House is een kopie geschilderd (foto hier) De Engelssprekende gids van een juist aanwezig gezelschap verteld dat het triest ogende gezicht links van Jezus (die een witgrijze baard draagt) dat van de verrader Judas is. Hm. Eerlijk gezegd kijken alle discipelen nogal somber (foto hierboven en een detail hier) Je moet onmiddellijk denken aan de woorden van Jezus (“an die Worte Jesu”), dat één van de disgenoten hem zal verraden. Allen vragen: “Ben ik het, Heer?” en als Judas dat zegt, zegt Jezus zacht: “Gij zijt het” In de Matthäus Passion van Bach klinkt dat nog mooier, want directer: “Du sagests” Merkwaardig is hoe de gezichten van de afgebeelde figuren op de lagere niveaus allemaal door krassen onherkenbaar zijn gemaakt. De gids weet niet goed raad met die vraag. Tot 1924, het jaar van de gedwongen uitwisseling van de Turkse en Griekse bevolking tussen beide landen, woonden hier veel Grieken, orthodox-christelijke mensen. Ze zouden gedeelten van de fresco´s als aandenken hebben meegenomen, beweert hij. Ik geloof er niks van. Ik denk dat de Turken het toen zelf hebben gedaan, omdat de Islam het afbeelden van gezichten immers verbiedt. Gelukkig konden ze niet bij de figuren op de hogere niveaus komen, die zijn dan ook nog volledig intact. 

Als we na een aantal uren en een lunch het complex verlaten en naar het parkeerterrein lopen, passeren we een man die zich heeft opgesteld met drie kamelen, een kamelenjong en wat ezels. Voor 5 TL (2,5 €) mag je een foto maken, voor 20 TL (10 €) mag je erop zitten en wat rondrijden. Ans ontwaart het kamelenjong en is onmiddellijk verliefd. Het is drie weken oud, zegt de man. Ze aait het beestje dat het zichtbaar aangenaam vindt (foto hier) Ik stop de man braaf 5 lires toe.

Vanaf Göreme rijden we naar het dorp Avanos en langs een ander weggetje terug naar Ürgüp via een weggetje door een vallei met een bizar landschap van rotspiramides en leemkleurige tufsteenhellingen, golvend alsof het een gestolde zee is. Je kunt het niet goed in foto´s vastleggen, maar kijk toch even hier voor 2 foto´s. In Ürgüp rijden we langs de wijngaard van Turasan, waar een van de vermaarde wijnen van Cappadocië worden gemaakt. We kopen wat dozen van de rode wijn van 2008, een blend van de Turkse druivenrassen Öküzgözü en Bogazkere. Die zijn bedoeld voor de barbecue die Viv en Will morgenavond voor ons opzetten. Vanavond eten we in het dorp in het Han Çiragan Restaurant. Ze blijken er een overheerlijke schotel van rundertong te hebben. Terug naar boven

Ürgüp (3)

Schematische weergave van een onderaardse stad van de Hittieten. Uit Lonely Planet Turkey, 7e ed. 2001 In werkelijkheid is het veel meer een chaotisch labyrinth
Schematische weergave van een onderaardse stad van de Hittieten. Uit Lonely Planet Turkey, 7e ed. 2001 In werkelijkheid is het veel meer een chaotisch labyrinth

Zondag 18-07-2010

Vroeg op, om half zes gaat de wekker. We rijden naar het gebied tussen Nevşehir en Göreme voor een voettocht van ruim 4 kilometer door Love Valley. De reden voor die toeristenlokkende naam wordt later duidelijk. Toeristen komen we er overigens niet tegen. Maar ze zijn er wel, grote groepen nemen deel aan ballonvaarten over de streek, een activiteit waar lokale ondernemers een booming bussiness van hebben gemaakt. Een ballonvaart kost namelijk rond de 200 euro p.p. Overal langs de slingerende autoweg rijzen tientallen bontgekleurde ballonnen op als grote bizarre boleten. We tellen er ruim dertig die langzaam en geruisloos boven het landschap zweven. In tegenstelling tot Nederland, waar ballonvaarten pas aan het eind van de middag op de thermische luchtstroom kunnen plaatsvinden, moet het hier in de vroege ochtend. De reden daarvoor doorgrondt ik niet goed.

We zijn met twee auto´s. Will parkeert de zijne bij het eindpunt van de voettocht en met onze mini-bus rijden we naar het begin. Daar zien we boven een paar bomen twee grote valken cirkelen. Ze jagen op veldmuizen en op de grappige stokstaartjes, marterachtige knaagdiertjes, die vaak een tijdlang roerloos en kaarsrecht op een rotsblok de omgeving afspieden. Maar het gevaar komt dus van boven. Ik dacht dat die diertjes alleen in Zuid-Afrika voorkwamen maar we zien ze hier toch duidelijk. Anderhalf uur lang lopen we over smalle slingerpaadjes door een groene kloof, vol populieren, druivenstruiken en andere planten. Het is aangenaam lopen in de schaduw, de zon reikt nog niet over de hoge, roomkleurige klifwanden. Nu begrijp ik waarom we deze tocht zo vroeg doen, later op de dag zou het veel te warm zijn. De klifwand zelf toont fraaie, golfachtige patronen en op veel plaatsen rijzen dunne pilaarrotsen op die zondermeer aan lange fallussen doen denken. Vandaar Love Valley. Het is een onwaarschijnlijk bizar gezicht. Kijk hier voor 5  foto´s. Hoog in de klifstrukturen maar ook in de rotsfallussen zitten gaten, rotsgraven van de Hittieten, op onbereikbare plaatsen aangelegd in de hoop grafroof te ontmoedigen. Voor mijn geestesoog zie ik hoe mensen in witte gewaden ooit langs lange smalle, aan elkaar geknoopte ladders de doden naar die arendsnesten hesen. In latere eeuwen werd de rust van de overledenen toch verstoord, niet zozeer door grafrovers, maar door boeren. Ze metselden de openingen dicht en lieten een rijtje vierkante doorgangen aan de bovenzijde open. De graven werden intensief gebruikt door de alom tegenwoordige duiven. Hun uitwerpselen werden eens per jaar langs een opening aan de onderkant verzameld en gebruikt als kunstmest voor de velden.

´s Middags bezoeken we Kaymakli, een van de vele onderaardse steden die de Hittieten hier duizenden jaren geleden aanlegden. De oudste dateren van 4000 jaar geleden. In vredestijd leefde de bevolking bovengronds en beoefende de landbouw, maar als er vijanden verschenen trokken ze zich in de ondergrondse complexen terug. Soms voor meer dan zes maanden, het ging dus niet om permanente bewoning. In Kaymakli telde men 2000 kamers waarin 5000 mensen konden leven. Dat vertelt onze gids Sahín, een sterk uit zijn mond ruikende kleine man met een ruïneus gebit dat ook erg antiek aandoet. Hij leidt ons door verwarrende doolhof die liefst 8 verdiepingen diep is (de onderste drie zijn in de vorige eeuw ingestort en niet meer toegankelijk) die sterk aan een Zwitserse gatenkaas doet denken. Overal holtes, doorkijkjes, vensters, gaanderijen en tunnels. Sommige ondergrondse steden zijn door kilometerslange gangen met elkaar verbonden, de onze met het 9 kilometer verderop gelegen Özlüce. Het is een merkwaardig, benauwend geheel. De Hittieten hadden een kleiner postuur dan de hedendaagse mensen, gemiddeld waren ze 1,45 meter lang. We passeren woonruimten, voorraadkamers met uithollingen voor amforen, een kerkje, een eetzaaltje, keukens, waterputten, enzovoorts. Verse lucht werd aangevoerd door lange ventilatieschachten. Zwart beroete holtes geven aan waar olielampen ooit walmden en wat schaars licht aan deze onderwereld gaven. Je moet je overigens niet voorstellen dat hier het electrisch licht zou uitvallen. Het iele zaklampje van onze gids zou niet veel verschil maken. Sahin is slecht te verstaan. Hij dreunt staccato zijn verhaal op en herhaalt zichzelf regelmatig, alsof hij een lang episch gedicht voordraagt. “Enemy outside, people inside, for example” is een van zijn staande uitdrukkingen waarbij hij het laatste woord op zijn Frans uitspreekt. Als er toch vijanden wisten binnen te dringen, konden hele segmenten van de stad worden afgesloten door molensteen-deuren, die men voor een doorgang rolde en die van buitenaf niet in beweging waren te brengen. Ook waren er valkuilen, waarin spiezen werden geplaatst. In de Romeinse tijd zouden de ondergrondse steden schuilplaatsen zijn geweest voor de vroege christenen, niet voor maanden zoals de Hittieten, maar voor periodes van maximaal een week, als er Romeinse patrouilles in de buurt waren (“Enemy outside, people inside, for example”) Kijk hier voor twee foto´s.

´s Avonds richten Will & Viv een barbecue voor ons aan op het grote terras. Er zijn ook twee andere gasten, Carl, een Belg die verderop een ander grothotelletje drijft, met zijn moeder die met vakantie over is. Carl kent Turkije goed, hij is net teruggekomen uit het oosten van het land waar hij een tocht met hotelgasten maakte. Het is daar gevaarlijk, waarschuwt hij, sedert een halfjaar is het oorlog in de streken waar de Koerden wonen. Er zijn al slachtoffers gevallen en op de wegen word je om de paar kilometer aangehouden bij road blocks van het Turkse leger, die langdurig en vervelend je papieren controleren. Hij heeft zelf zijn laatste tocht moeten afbreken en raadt ons ten stelligste af het gebied binnen te gaan. We kijken elkaar teleurgesteld aan maar het lijkt onverstandig zo´n advies in de wind te slaan. Wat we kunnen doen na ons bezoek aan Mount Nemrut en het Meer van Van is zuidelijk naar Urfa gaan aan de Syrische grens, waar aartsvader Abraham geboren zou zijn. Daar is veel te zien. We kunnen vandaar naar Aleppo in Syrië rijden en vervolgens de Turkse provincie Hatay bezoeken, waar het oude Antiochië lag. We praten lang na. Geert vindt ergens een gitaar en we zingen oldies in koor. Terug naar boven

Ürgüp (4)

Derwisj dansers in Karavanseray Saruhan bij Avanos
Derwisj dansers in Karavanseray Saruhan bij Avanos

Maandag 19-07-2010

Vanochtend slapen we wat langer uit. Het zijn per slot vermoeiende dagen. De anderen maken onderwijl opnieuw een voettocht voor het ontbijt, ditmaal door Rose Valley. Na elven rijden we naar het centrum van Ürgüp en doen inkopen voor een lunchpicnic onderweg. Dan zetten we koers naar het westen, naar de stad Nevşehir, de hoofdstad van Cappadocië. Door kronkelige straatjes met armetierige huisjes en ruïnes van huisjes klimmen we langzaam de hoge klifrots op, die hoog boven de stad uitrijst. Bovenop staat een oud kasteel dat nog dateert uit de Byzantijnse tijd (foto hier) Later werd het opgeknapt door de Seltsjukse veroveraars en nog later door de Ottomanen. Op de binnenplaats geven accacia´s schaduw en daar genieten we van de meegebracht lunch.

We hervatten onze tocht en rijden in noordelijke richting naar het dorp Gülşehir. Een kilometer of drie voor de stad is het merkwaardige ruïne-complex van Açik Saray, veel minder bekend dan dat van Göreme maar zeker zo interessant en nog gratis ook. De in de tufsteen rotsen uitgehakte ruimtes waren ooit kleine paleizen en zouden bewoond zijn geweest door Hittietische vorsten. Later werden ze uitgebouwd door vroege christenen, die er kerken, kapellen en kloosters in uithakten, net als in Göreme. Deze zijn echter primitiever en ze zijn misschien wel van ouder datum. Kijk hier voor 4 foto´s. Het blijft ieder keer een vreemd gevoel, het besef dat deze ruimtes ooit de vertrouwde woonplaatsen van mensen en hun kinderen zijn geweest en dat er van die samenlevingen niets meer over is dan deze kale grotruïnes en wat kunst- en gebruiksvoorwerpen die in musea in de buurt zijn opgeborgen. Zo zal het ons ook vergaan en wie zal onze spullen in de musea van de toekomst tentoonstellen? We zien veel figuren op de wanden, tekeningen in oker die dieren, kruisen en geometrische figuren voorstellen. “Since there are no explanatory writings on none of the structures, it is hard to define them” zegt het gidsje “Cappadocia, life and travel guide 2010” van het Capadocia Culture and Publicity Magazine ervan. In een deels ingestorte voorruimte van een diepe grot, die een paleis lijkt te zijn geweest, zie ik een embleem op de zijmuur. Het heeft de vorm van een kruis, mogelijk is het van Byzantijnse oorsprong (zie 2 foto´s hier) Jaap en ik dwalen rond, we kunnen er niet genoeg van krijgen, terwijl de anderen in de schaduw van het wachtershuisje bij de ingang op ons wachten.

In Gülşehir zelf bezoeken we de kerk van St Johannes, een van de meest spectaculaire kerken van de streek, aldus het eerder genoemde gidsje. Het werd in een groot rotsblok uitgehakt. Later werd er een bovenverdieping aan toegevoegd, eigenlijk een tweede kerk boven de eerste. Die kwam volgens een inscriptie op de wand gereed op 25

Zondaars worden gemarteld in de hel

 

De hemelvaart van Maria

april 1212 (toevallig mijn verjaardag) De muurschilderingen beneden zijn primitief maar op die bovenverdieping zijn schitterende veelkleurige fresco´s aangebracht met taferelen uit de Bijbel (Je mag van de wachter geen flitslicht gebruiken, daarom een wat onscherpe foto hier en wat foto´s van elders hierboven) De linker toont hoe zondaars - onder wie priesters – in de hel worden gemarteld. Op een andere (hier rechts) zie je de hemelvaart van Maria. De apostelen staan rond de baar waarop ze ligt en Jezus zelf is afgedaald uit de hemel om haar ziel, weergegeven als een baby gewikkeld in doeken, mee naar de hemel te voeren.

In het al eerder genoemde gidsje vind ik een wel heel bijzondere lokatie. We moeten ervoor ongeveer 25 kilometer verder naar het westen rijden, naar het onooglijke dorpje Gökçetoprak. Daar zou een rotsblok liggen met een zeer oud reliëf erin gekerfd, waarop je de god Zeus ziet. Maar we kunnen het eerst niet vinden. Nergens is een bordje te vinden, er komt misschien zelden iemand naar kijken. Het is een heel armoedig dorpje met wrakke huisjes, stallen en schuurtjes van leem en hout. De helft is in elkaar gevallen. Bestrating is er niet en de kippen scharrelen er vrij rond. Het dorp ligt onder een rotswand waarvan hele brokken in de loop der eeuwen zijn afgebrokkeld en tussen de armetierige optrekjes gevallen. Mogelijk tijdens recente aardbevingen. De bewoners hebben hun huisjes eromheen weer opgebouwd en soms zelfs er bovenop. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van soms heel antieke stenen, getuige de inscripties en uitgehakte figuren die je hier en daar in muren en boven deuren en vensters ziet. Bij een soort kantine of café vragen we waar we moeten zijn. De mannen wijzen schuin omhoog een steeg in. Maar daar lijken we ons klem te rijden. Een waakhond bij een huisje gaat geweldig tekeer en een mannetje komt naar buiten. Hij wijst ons de weg, we lopen achter hem aan om wat bouwvallen heen en daar is opeens het rotsblok met het reliëf. Een heel vreemd reliëf (zie 2 foto´s hier) Zeus – als hij het is – is in zittende houding weergegeven en hij heeft geen gezicht meer en zijn armen zijn ook deels weg. Zijn bovenlichaam is naakt en vanaf zijn middel draagt hij een kleed. Het moet inderdaad erg oud zijn. Het gidsje veronderstelt dat het uit de 5e eeuw vChr. is, op gezag van een zekere Hans Rott, een Oostenrijkse architect die het in 1906 beschreven zou hebben. Hij stelde dat er in die tijd een sterke Zeus-cultus onder de Hellenen in Cappadocië bestond. De god zou toen vrouwelijke en mannelijke trekken hebben gehad: “This figure has a beard and his breasts are distinctive” Nou, dat zie ik er echt niet vanaf (Kijk zelf maar) En dit ook niet: “He holds a lance in one of his hands and an axe in his other hand” Hoe komen ze erbij? Het beeld heeft helemaal geen handen. Je vraagt je ook af waar het rotsblok oorspronkelijk zat, voor het naar beneden viel. Zijn daar nog meer van die reliëfs? Geen idee en het is te laat om te gaan zoeken. We geven het mannetje een hand en bedanken hem zeer.

Even na vieren zijn we terug in Ürgüp. Om half zes zijn we in een gerestaureerde Karavanserai op 13 kilometer van het dorp, Saruhan heet hij om eindelijk een de rite van de dansende derwisjen mee te maken. De Islamitische mystici die zich al ronddraaiend in een extatische trance dansen om dichter bij hun god te geraken. Ik moet zeggen dat we er niet zo van onder de indruk raken. De muziek is wel mooi – ik koop er zelfs aan CD van – maar het ritueel zelf is traag en met veel herhalingen. Het is oneerbiedig gezegd tamelijk lachwekkend, zoals alle religies hun eigen rare poespas hebben. Foto´s maken is niet toegestaan. De foto bovenaan dit verslag heb ik van hun website gehaald (zie boven), waar je overigens ook muziek en filmpjes schijnt te kunnen downloaden. Dat mag dus weer wel.

Morgen zullen we onze reis door Anatolië hervatten en op weg gaan naar de verre berg Nemrut, ongeveer 500 kilometer naar het oosten. Terug naar boven

Mount Nemrut

De miljoenenstad Kayseri ligt onder de grote vulkaan Mount Erciyes. Je ziet hem overal tussen de wouden van flatgebouwen oprijzen. Er ligt sneeuw op de noordelijke hellingen
De miljoenenstad Kayseri ligt onder de grote vulkaan Mount Erciyes. Je ziet hem overal tussen de wouden van flatgebouwen oprijzen. Er ligt sneeuw op de noordelijke hellingen

Dinsdag 20-07-2010

Vandaag 521 kilometer afgelegd. In totaal vanaf Marmaris is dat 1433 kilometer.

 

Een lange reisdag. We verlaten Ürgüp om negen uur. De weg naar het oosten voert ons over uitgestrekte hoogvlaktes en door gebergten met bergpassen tot 2000 meter hoogte. Bij de stad Kayseri (1 miljoen inwoners) draaien we anderhalf uur lang van west naar noordoost om de grote vulkaan Erciyes heen (bijna 4000 meter hoog) Op de noordelijke hellingen ligt sneeuw. Net als Napels, waar we een paar jaar geleden op de Vesuvius waren, ligt Kayseri bij een uitbarsting in de gevarenzône en zou onmogelijk op tijd ontruimd kunnen worden. Erciyes wordt echter als een inactieve vulkaan beschouwd, hoewel dat geen garantie is. We passeren de drukke stad langs de zuidrand over brede boulevards. Overal zie je tussen de hoge flatgebouwen door de intimiderende vulkaan oprijzen als een zwijgende waarschuwing voor de vernietigende krachten van de natuur die eronder sluimeren (foto hierboven) Overigens zijn de flatgebouwen soms zo dicht op elkaar gebouwd dat het op een getto van stenen reuzen lijkt. Als die ooit bij een uitbarsting of bij een aardbeving – hier niet zeldzaam - om zouden vallen, slepen ze elkaar mee; de inwoners hebben geen enkele kans.

Het gaat verder over de eindeloze weg naar het oosten (foto hier) Zowel op de hoogvlaktes als in de bergen staan palen langs de wegkanten, in de winter ligt hier veel sneeuw, de palen geven aan waar de weg loopt. Vroeger was dit de zijderoute van China naar het westen. De Venetiaan Marco Polo moet hier in de dertiende eeuw gereisd hebben. De wegen zijn goed en niet erg druk. Er wordt langs de hele route intensief aan verbetering van de weg gewerkt. Het valt ons toch al op hoeveel de Turkse overheid investeert in projecten om de verbindingen in het uitgestrekte land te verbeteren. Vrijwel alle wegen die we bereizen worden uitgebouwd tot snelwegen en dat zal de economie hier zeker ten goede komen. Alleen moet je als chauffeur goed opletten; regelmatig tref je opeens ezelkarren, tractoren en landbouwmachines op de snelweg.

Om half acht bereiken we onze bestemming, Nemrut Daği, de berg die ooit in het hart van het merkwaardige Koninkrijk van Commagene lag en die de begraafplaats van zijn koningen was. Een steil kronkelwegje leidt door stoffige dorpjes en tussen imposante, schaars begroeide bergen omhoog. De afwezigheid van souvenirwinkeltjes, shops, bars voor toeristen verrast ons, we hadden hier een druk toeristenbedrijf verwacht. Maar dat is er helemaal niet, er zijn slechts een paar eenvoudige hotelletjes en restaurants langs de route. Een paar honderd meter voor de toegang tot het archeologisch complex op de top van de Nemrut vinden we Çesme Hotel Restaurant, een schamel maar schoon logementje met zes kamertjes en een terrasje dat uitzicht geeft op het dal in het zuiden, waar je nog net een stukje blauw ziet van het enorme Atatürk stuwmeer. In het licht van de halve maan genieten we buiten op het terras (foto hier) van een smakelijke barbecue-maaltijd. Het is niet warm meer op deze hoogte; we schatten het op ongeveer 2000 meter. Terug naar boven

Mount Nemrut (2)

Op ezeltjes laten Ans en ik ons naar de top van Mount Nemrut rijden
Op ezeltjes laten Ans en ik ons naar de top van Mount Nemrut rijden

Woensdag 21-07-2010

Tegen negen uur vertrekken we vanaf ons Cesme Pansiyon Restaurant (foto hier) voor de tocht naar de top van Mount Nemrut, ongeveer 9 kilometer steil klimmen langs een bijna spiralend weggetje omhoog. We komen niemand tegen en niemand komt ons achterop. In de verte rijst majestueus de top op. Als je goed kijkt (foto hier) zie op die top de tumulus, de kunstmatige verhoging van circa 50 meter die daar ooit met veel moeite is aangebracht en waaronder men de graftombe van koning Antiochus I van Commagene vermoedt (69 - 31 vChr)Hij regeerde lang en was de meest succesvolle koning van dat curieuze Koninkrijk van Commagene, een rijkje tussen de rijken van Rome, de Parthen en van de opvolgers van Alexander de Grote in, dat door de grote mogendheden gedoogd werd. Ook zijn zoon, koning Mithradates II (31 - 20 vChr.), bezat de slimheid van zijn vader en liet bijvoorbeeld zijn dochter trouwen met de Parthische koning Orodes II maar hij koos in de Romeinse burgeroorlog tijdens de Slag bij Actium de verkeerde kant. Die van Marcus Antonius tegen diens rivaal Octavianus, de latere Keizer Augustus. Daardoor moest hij zijn provincie Syrië aan Augustus afstaan en laatstgenoemde hield hem daarna nauwlettend in de gaten. Toen Mithridates´ broer ook nog diens koningschap betwistte was het gedaan met de autonomie. Mithridates moest steun vragen bij Augustus, die de broer naar Rome sommeerde waar hij na een proces werd geëxecuteerd. Voortaan bepaalden de keizers in Rome wie er koning werd in Commagene. Zo gaan die dingen, zo gingen en zou het ook in de toekomst zo blijven gaan?

 

De berg is 2150 meter hoog, volgens andere bronnen is het 2206 meter. Ik acht het mogelijk dat de ene bron de 50 meter van de tumulus meetelt en de andere juist niet. Bij een cafetaria is een grote parkeerplaats waar geen enkele auto staat. Het is nog een fors eind naar de voet van de tumulus, waar de terrassen met beelden zijn, de plaatsen waar men tweemaal per jaar offers aan de goden bracht. Ans en ik kiezen ervoor de klim niet te voet maar per ezel te maken (foto hierboven) Boven wacht ons een tafereel van onbeschrijflijke schoonheid. Hoe komt het toch dat je altijd een diep gevoel van ontroering krijgt, brok in je keel en ogen die vol springen, als je in werkelijkheid iets moois ziet dat je voordien alleen maar van afbeeldingen kende? Voor ons strekt zich het oostelijk terras van het enorme grafmonument uit. Zie de schematische tekening hieronder. De berg strekt zich ver boven de andere in zijn omgeving uit, Antiochus wist wél te kiezen. Diep beneden ons is het wijdse dal van de legendarische rivier, de Euphraat, wiens bedding nu met ondermeer met de resten van oude hoofdstad Samosate van Commagene sinds 1992 begraven ligt onder tientallen meters water van het Atatürk stuwmeer dat nieuwe welvaart naar deze oude regio moet brengen.

Schematische tekening van Mount Nemrut en de tumulus van Antiochus I van Commagene. Rechtsonder het oostelijk terras met het altaar (helemaal rechts) en tegen de tumuluswand de rij beelden van de goden en van de koning, zelf ook een god. De tumulus is deels opengewerkt en toont in het binnenste de veronderstelde graftombe zelf. Die is echter nooit gevonden. Midden rechts het noordelijk terras. Dat heeft geen beelden hoewel er wel sokkels staan voor reliëfs die nooit zijn gemaakt. Linksboven het westelijk terras, in grote lijnen een kopie van het oostelijk terras, maar zonder altaar.

Boven ons uit torent de tumulus uit, een ronde piramide van 50 meter hoog die geheel lijkt te bestaan uit tamelijk kleine stenen. Je snapt niet hoe het al die eeuwen van aardbevingen en erosie heeft kunnen trotseren. Ergens binnenin veronderstelt men een grafkamer. Niemand heeft hem ooit weten te vinden. Er zijn wel pogingen gedaan, schrijft Mustafa Çoban in zijn boekje "Nemrut" (Adiyaman, ongedateerd), ook met seismisch onderzoek maar alle pogingen leidden tot niets. Ik snap het wel, Antiochus was slim, als je teveel van die steentjes weghaalt gaat de boel immers rollen (zoals bij een aardverschuiving) en dreig je eronder bedolven te worden. Maar hij meldt ook dat de regering het resultaat van het allerlaatste geofysisch onderzoek niet heeft willen publiceren (Toch iets gevonden?) Misschien is dat wijs.

 

Maar dan de beelden. De sokkels staan nog op een rij maar de hoofden zijn eraf gevallen. Men heeft ze ieder voor de eigen sokkel gesleept. De gelaatsuitdrukkingen zijn ondanks de inwerking van weer en wind wonderschoon. De koning staat helemaal rechts, naast de leeuw en de adelaar, die symbolen van de kracht van Commagene zijn. Dan volgt de godin Tychè (in het Grieks, Fortuna in het Latijn), de godin van het gelukkige toeval en van Commagene zélf. "Tychè" was de naam van mijn tweede boot, tussen haakjes, een Dufour 39CC. Dan volgt - in het midden - de god Zeus. De goden hadden in dit grensrijk tussen de Helleense en de Zoroastrisch-Perzische wereld meerdere namen. Zeus heette hier dus ook Oromasdes en Ahura Mazda in het Perzisch. Het geldt ook voor de rechtse twee: Apollo (of Mithras c.q. Helios c.q. Hermes) en Heracles (of Artagenes c.q. Ares) Hetgeen maar weer eens laat zien hoe flexibel religies toch ook kunnen zijn. Antiochus zélf staat dus ook in dat rijtje en hij was al vroeg ervan doordrongen dat je als koning een langer leven hebt, als je onderdanen je ook als godheid beschouwen. Een gewoonte die de Romeinse keizers vanaf Augustus ook toepasten. Op de achterkant van de sokkels staat een lange Helleense tekst, waarin Anthiocus I verhaalt over de successen van zijn koningschap en over zijn bedoelingen met dit immense grafmonument. Mustafa Çoban geeft het in het Engels weer:

 

"Thus I justify my intention in erecting, close to the celestial thrones and on foundations inaccessabile to the ravage of time, this hieroiheston where my body, after having aged in the midst these blessings, will sleep in eternal rest separated from the pious soul flying off towards the celestial regions of Zeus-Oromasdes..."

 

Eigenlijk ontroerend, deze tekst, een wonderlijke mengeling van hovaardij en doodsangst tegelijk. "Inaccessable to the ravage of time". In zekere zin - we staan per slot hier anno 2010 - is dat hem toch al 2000 jaar gelukt. Anderzijds: na zijn dood werd het enorme monument door zijn opvolgers nooit afgemaakt. Die hadden andere prioriteiten en zorgen.

 

We lopen naar het noordelijke terras. Daar zijn geen beelden. Wel een rij stenen met inkepingen waar de stenen panelen op stonden die nu achterover op de grond liggen. Antiochios had deze bestemd voor reliëfs van bezoekende vorsten. Na zijn dood kwam het er niet meer van. Dan komen we op het westelijk terras. Dat is minder intact dan het oostelijk, maar op een of andere wijze hebben de van hun sokkels afgevallen hoofden een menselijker uitdrukking. Vooral de Apollo is betoverend mooi. Kijk hier voor helaas slechts 5 foto´s.

 

Langs smalle, hachelijke weggetjes en haarscherpe S-bochten schroeven we onszelf door het gebergte naar een andere berg met een koninklijke graflokatie: Arsameia. Het ligt aan een beek die heel mooi Nymphaios heet. In 80 vChr. bouwde Mithradates I Kallinikos, de vader van Anthiocus I, hier zijn mausoleum. Het is inmiddels ontzettend warm. We parkeren de auto onder een accacia en sjokken het zigzaggende pad naar de top op. In het eerste stuk vinden we een beeldreliëf van de koning als de god Mithras-Helios-Apollo (foto hier) Het beeld is in Perzische stijl en de godkoning draagt een tiara met stralen. Heersend kijkt hij uit over de vallei die hij ooit bezat. Hijgend - er is minder zuurstof op deze hoogte - bereiken we een grot met  erboven een wandpaneel met Griekse inscripties. Die beschrijven een ritueel dat in de grot zou moeten plaatsvinden tot het eerste licht van de zon binnenschijnt. De grot is 158 meter diep en onverlicht; hij zou eindigen in een ruimte waarin ooit offers werden gebracht. Het echte wonder staat echter linksboven: een schitterend reliëf dat Antiochus I liet maken, niet van zijn vader maar van hemzelf, waarop hij de god (daar gaan we weer) Heracles/Artagenes/Ares een hand geeft (2 foto´s hier) We klauteren in de zinderende hitte naar de top. Hier stond ooit een enorm mausoleum voor Mithridates. Er is niks van over behalve resten van een monumentale trap en stukken van pilaren in het dorre gras (2 foto´s hier) De eeuwigheid duurt niet lang. Ik kan niet laten door al die verspreide resten te lopen, de anderen zijn allang terug op weg naar beneden. Zwaluwen schichten langs me heen. Krekels. Onleesbare inscripties op gescheurde stenen in het gras. Insecten. Planten met viltige bladeren. Hitte. Struiken. Tijd.

 

Het derde wonder van deze rijke dag is de Romeinse brug over de rivier de Cendere, in Griekse/Romeinse tijd de Chabinas geheten. Keizer Septimius Severus (193 - 211 AD) liet hem bouwen door zijn XVIde legioen als vervanging van een eerdere brug op dezelfde plaats, die ruim honderd jaar eerder door de soldatenkeizer Vespasianus was gebouwd. De brug was in de vorige eeuw nog in gebruik, nu ligt er een moderne brugTerug naar boven op een halve kilometer naast. Het boeiende aan deze brug is bovendien dat hij aan een kant twee pilaren heeft en aan de ander kant slechts een. De eerste twee zijn ter ere van de keizer en zijn vrouw Julia Domna. Aan de andere kant stonden er ooit ook twee, ter ere van hun kinderen Geta en Marcus Aurelius Severus Antoninus. Nu staat er nog maar een en hiermee kom je een stukje boeiende Romeinse intrige tegen. Bij zijn dood had Septimus bepaald dat zijn beide zonen samen keizer zouden zijn en Julia Domnia probeerde hartstochtelijk haar beide kinderen te verzoenen. Maar Marcus liet zijn soldaten zijn broer doden. Hij stierf in de armen van zijn moeder. Toch viel ze haar andere kind niet af. wie begrijpt dat? Hij regeerde met steun van zijn moeder een beperkt aantal jaren onder de naam Caracalla tot zijn soldaten hem in een nieuwe intrige doodden in 217 AD toen hij langs de weg stond te pissen.  Maar terug naar deze brug, die er nog altijd is en de pilaar mist, die gewijd was aan broertje Publius Septimius Antoninius Geta. Caracalla verordende na de moord dat in het hele Romeinse Rijk alle inscripties aan zijn broertje herinnerden, vewijderd moesten worden. Hier hebben ze gewoon zijn hele zuil weg gehaald. Kijk voor die brug naar 3 foto´s hier.

 

Verder door de bergen treffen we na enig zoeken in het dorpje Damlacik een aardige plek voor een late lunch in Damlacik Garden Camping (foto hier) Tegen vijf uur zijn we terug op onze basis. Morgen gaan we verder naar het oosten, we weten nog niet waar we zullen overnachten. Terug naar boven

Erzurum

Jaap rijdt ons mini-busje achteruit op het pontveer over het Atatürk stuwmeer. Vroeger de bedding van de Euphraat
Jaap rijdt ons mini-busje achteruit op het pontveer over het Atatürk stuwmeer. Vroeger de bedding van de Euphraat

Donderdag 22-07-2010

Vandaag 524 kilometer afgelegd. Sinds Marmaris is dat 1957 kilometer.

 

Tien voor negen rijden we weg van ons pension onder de berg Nemrut. Op weg naar de berg Ararat in het verre noordoosten van Turkije, zo hebben we besloten. Toch de oorspronkelijke ambitie waarmaken. Allereerst moeten we het Atatürk stuwmeer oversteken da in de bedding van de rivier de Euphraat ligt. Bij het pontveer moeten we een uur wachten. Een tijd die bekort wordt met handen-en-voeten gebabbel met Turkse families, die ook willen oversteken. Ans toont foto´s van haar kinderen en kleinkinderen aan twee gesluierde vrouwen, die beide bij één man lijken te horen (foto hier) Het hebben van meer vrouwen is bij wet verboden in Turkije maar in de praktijk doen mensen toch wat ze willen, maar je mag betwijfelen of dat ook voor de vrouwen ik kwestie geldt.

 

De rest van de dag pogen we voortgang te maken naar het noordoosten. dat valt niet mee. Net als elders wordt ook hier intensief aan de wegen gewerkt. Dat betekent dat we lange trajecten stapvoets moeten rijden omdat de wegen opgebroken zijn. Het schiet volstrekt niet op. In het stadje Siverker vinden we eindelijk een pin-automaat en een goed voorziene supermarkt. Een volledig correct Vlaams sprekende Turk wijst ons de weg. We lunchen onderweg op een schaduwrijke plek onder bomen langs de weg. Het is vandaag 37° Celsius. De weg is saai, eindeloos en moeizaam vanwege de vele wegwerkzaamheden. We passeren dorre en droge streken, gebieden met veel landbouw en boomgaarden en kale gebergten, waar de weg soms meer dan 10% stijgt¨of daalt. Als ik niet hoef te rijden, val ik regelmatig in slaap. Op de weg doen zich in toenemende mate vreemde en onverwachte taferelen voort. Loslopende koeien en ezels, een overstekende schildpad, en breed beladen landbouwkarren met de familie er bovenop (foto hier) Het is duidelijk, we komen in een gans andere streek. Meer vrouwen lopen zwaar gesluierd, meer vuilnis hoopt zich op in de straten van de stadjes en dorpen, meer armoede is duidelijk zichtbaar, meer werkeloze mannen zitten langs de huizen en cafetaria´s en meer mensen kijken verbaasd op als ons vreemde gezelschap langskomt.

 

We zijn blij als we om half acht de grote stad Erzurum bereiken. Het weer is verslechterd. Er hangen zware onweerswolken boven de stad. Af en toe schieten er bliksems door. Na wat zoeken vinden we een goed hotel, Hotel Esadas geheten aan de CumhuriyetCaddesi Nr. 7/A. Een drukke en gezellige straat in het centrum. Onze kamers zijn aan de voorkant en het straatgedruis dringt naar boven door. Het herinnert me aangenaam aan vroeger keren, lang geleden, in hotels in het centrum van Parijs. We douchen het vuil van de reis van ons af en mijn geliefde maakt zich mooi voor het avondlijk diner (foto hier) Beneden gekomen willen we de auto naar de plek voor de hotelingang rijden waar ze hem in de gaten kunnen houden, maar hij wil niet meer starten. Het blijkt dat de accu vrijwel leeg is. Hoe kan dat nou? We bellen autoverhuurder Yüksel in Marmaris die belooft dat er morgenochtend vroeg meteen een monteur komt. We dineren uiteindelijk laat maar lekker in een restaurant waar ze wijn schenken. Dat is hier dieper in de Islamitische wereld geen regel meer. Maar Restaurant Güzelyurt, opgericht in 1928 in een fraai pand in Jugendstil stijl op een paar honderd meter afstand van het hotel, heeft goede wijn en een aangename ambiance. Er wordt gefluisterd dat Mustafa Kemal, de latere Atatürk, hier graag kwam wijn drinken. Tja. Vanuit deze stad werd in 1915 de volkerenmoord op de Armeniërs geleid. De stad zelf had ook een grote, bloeiende Armeense gemeenschap. Toen de Russen het in 1916 bezetten tijdens de WO I - het Ottomaanse Rijk had de zijde van Duitsland gekozen - vonden ze er nog maar een handjevol van in leven. Maar nu schitteren de etalages vol dure westerse kleding, electronica  en sieraden en flaneren de Turkse jongeren in moderne kleren langs de brede straten. Schuldige straten in een schuldige stad. Maar over het verleden praten ze niet. Geen interesse. Waarom zouden ze? Het was allemaal immers ver voor hun tijd en die van hun ouders. Het leven is gewoon verder gegaan. Doodmoe tuimelen we een uur of wat later in bed. Terug naar boven

Kars

De weg naar Kars is goed
De weg naar Kars is goed

Vrijdag 23-07-2010

Vandaag hebben we 207 kilometers afgelegd. In totaal vanaf Marmaris is dat 2164 kilometer.

 

Vanochtend blijkt dat de accu van ons mini-busje het heeft begeven. Jaap rijdt met de monteur naar diens garage en laat er een nieuwe inzetten. Geert regelt met verhuurder Yüksel dat we de kosten in Marmaris terugkrijgen. Maar als hij de monteur om een kwitantie vraagt voor Yüksel, is die daar niet onmiddelijk toe bereid. De meeste transacties zijn hier - net als in Griekenland - zwart. Maar zonder bonnetje krijgen wij geen geld, dus gaat hij door de knieën. Ik benut het oponthoud om in de rubriek Kaarten en routes een blokje te maken met een routekaart en -tabel van onze binnenlandse trip. Klik hier. Alleen de Google Earth en Google Maps posities kan ik er nog niet inzetten; die websites worden hier weg gefilterd.

 

Om tien uur rijden we de stad uit naar het oosten. Ons doel is de stad Kars, niet ver van de grens met buurland Armenië. Een grens die de Turken nog altijd gesloten schijnen te houden uit protest tegen de de facto annexatie van de Azerbeidzjaanse enclave Nagorno-Karabach in 1994. Het is hier toch al een warrig gebied na het uiteenvallen van Sovjet-Unie want ingesloten tussen Armenië, Iran en een klein stukje van Turkije ligt ook nog een Azerbeidzjaanse enclave, Nachitsjevan. Een regio vol gevoeligheden dus. Kars zelf heeft een tijd deel uitgemaakt van het Russische tsarenrijk, dat het in 1878 veroverde op het Ottomaanse Rijk. Ruim tienduizend Turken verlieten toen de stad terwijl veel Armeniërs en Grieken zich er vestigden. In 1920 wisten in de nadagen van het Ottomaanse sultanaat revolutionaire Turkse troepen zich meester van Kars te maken. In elk geval schijn je in het centrum van de stad nog huizen in Russische stijl te kunnen vinden en is er een russisch-orthodoxe kerk, die tegenwooordig als moskee dienst doet.

 

Het is een mooie rit, die deels door groene, heuvelachtige valleien en pijnboombossen voert. Dat er af en toe koeien, ezels en paarden los op de weg lopen, zijn we ondertussen gewend (foto hier) In het centrum van de stad zijn de straten modderig. Er is veel volk op de been, het schijnt vandaag een feestdag in Turkije te zijn. We vinden onderdak in het Bimiz-2 Hotel en krijgen een ruime kamer op de derde verdieping op de hoek. We nemen vanmiddag de tijd om eens uit te rusten van de vermoeienissen van dagenlange autoritten. Een douche nemen lukt pas tegen zessen, tot die tijd komt er geen water uit de kranen. Ondertussen betrekt de hemel, het gaat regenen en onweren. De straten worden er nog modderiger van. We willen hier toch een dag blijven om morgen de ruïnes van de middeleeuwse stad Ani te bezoeken en wat van Kars zelf te zien.

 

Na het onweer komt de brandweer langs om de ondergelopen kelders in de straat leeg te zuigen (foto hier) We slenteren de stad in, waden zorgvuldig door de modder voor de deur naar het trottoir aan de overkant. We hebben onze fleece-jacks aan, voor onze begrippen is het koud: slechts 12°  Mensen kijken ons aan en roepen ons na. Proberen hun twee woorden Engels uit: "Where are you from?" Je gaat er na de tachtigste keer niet eens meer op in, ze willen toch alleen maar iets aan je verdienen. Hier in Kars komen kennelijk niet vaak toeristen meer. Een oude gesluierde vrouw loopt klaaglijk bedelend lang me heen, ik geef haar wat munten.De straten zijn vol armzalige panden. Behalve de begane grond. Daar zitten rijen juweliers, kaas- en honingwinkels, een enkel supermarktj , wat Kebab-zaakjes (die je zo naar een Nederlandse winkelstraat zou kunnen transplanteren) en wat andere neringdoenden. Op de stoep spelen mannen tric-trac. Na lang zoeken treffen we een redelijk restaurant: Ocakbasi restaurant op de Atatürkstraat nr. 276. Op de kaart staat gans uit de oven. Gans! Altijd al eens een gans willen eten. Helaas, ze hebben geen gans hoewel ze op hun website juist ermee adverteren. Ach, wat geeft het, een Turkse vrouw die in Nederland heeft gewoond helpt ons en iedereen is ontzettend vriendelijk, er is zelfs rode wijn en we eten heerlijk zachte, gegrillde lamslever. Opvallend: hier beheerst de Islam minder het openbare leven dan we eerder zagen. De vrouwen lopen veelal ongesluierd, dragen spijkerbroeken en merkkelding en bezoeken zonder begeleider café´s en restaurants. Dat moet komen door de Russisch/Armeens/Griekse historie van deze stad, denk ik. Genietend van de koele avond lopen we in onze warme kleren onder de rijen accacia´s langs de trottoirs terug. Er is een 1-lire winkel schuin tegenover ons hotel. Ietwat dwaas van de rode wijn kopen we overbodige artikelen. In mijn geval een achteraf belachelijke lederen cowboyhoed (3 TL), die ik waarschijnlijk nooit zal dragen. Geeft het? Nee, het geeft niet. De winkelier neemt afscheid van me als was ik zijn beste vriend. Terug naar boven

Kars (2)

Ezeltjes bij de stadsmuren van de middeleeuwse stad Ani
Ezeltjes bij de stadsmuren van de middeleeuwse stad Ani

Zaterdag 24-07-2010

Vannacht opnieuw onweer en langdurig regen. ´s Ochtends is het droog, de zon schijnt door een licht wolkenfloers. Een jongen van het hotel brengt ons voor het ontbijt naar een etablissementje om de hoek. Daar krijgen we een schotel brood en een kom linzensoep. Ach, waarom niet. Een curieus maar haast Bijbels ontbijt. Met een glas Turkse thee.

 

Vandaag brengen we een bezoek aan de middeleeuwse stad Ani, 45 kilometer ten oosten van Kars, vlak tegen de Arpa rivier (in het Armeens: Akhurian rivier) die de grens met het huidige Armenië vormt. Het is een onvergetelijk bezoek. In de tijd van de Sovjet-Unie en nog een jaar of tien na het uiteenvallen ervan kon je Ani niet bezoeken. Het lag binnen de 700 meter brede strook niemandsland, die volgens een protocol tussen Moskou en Ankara vóór de daadwerkelijke grens met het sovjetrijk lag. We rijden door het armetierige dorpje Ocakli Cöyu, lemen huisjes, smerige erfjes met stapels gedroogde koeienmest en turf, plassen van de recente regenbuien en ganzen en kippen die er rond scharrelen. Op straat staren werkeloze mannen ons na, kinderen zwaaien en rennen met de auto mee. Dan ontwaren we de stad met zijn enorme muren, die het dorpje nog nietiger maken dan het al is. We parkeren de auto bij de Arslan Poort, die vermoedelijk zijn naam ontleend aan Alp Arslan, de sultan van de Turkse Seltsjuks die in 1064 de stad veroverde op de Byzantijnen. Hij stelde de Byzantijnse keizer Romanos IV Diogenes voor vrede te sluiten, maar die wilde er niets van weten. Dat leidde tot de Slag van Manzikert ten noorden van het Van Meer, waar Arslan het 600.000 man tellende leger van de keizer in 1071 vernietigend versloeg en Romanos gevangen nam. Het verhaal gaat dat de gevangen keizer voor de sultan stond, die vroeg: "Wat zou jij met mij doen als je mij gevangen had genomen?" Waarop de keizer antwoordde: "Misschien zou ik je ter dood brengen of je als gevangene door de straten van Constantinopel slepen" Arslan: "Mijn straf voor jou is zwaarder. Ik zou je vergeven en je vrijlaten"

 

Er staan op de parkeerplaats nog een paar auto´s en een mini-busje, het is kennelijk niet druk. Verderop waar de bruingele stadmuren zich ver in het zacht golvende grasland uitstrekken, staan wat ezels (foto hiernaast) Achter de hoge stadspoort is een binnenplaats, in een portacabin kopen we kaartjes voor 5 Tl per persoon (€ 2,50) Er is een tweede stadsmuuur, hoger dan de eerste, met het reliëf van een leeuw bovenin. We lopen naar links tussen beide muren door naar een groot poortgebouw met hoge torens.

 

"Your first view of Ani is stunning: wrecks of great stone buidings adrift on a sea of undulating grass, landmarks in a ghost city of nearly 100.000 people which once rivalled Constantinople in power and glory", schrijft onze Lonely Planetgids mooi. Het is volkomen waar. Vol verbazing staren we over een golvende vlakte met gras, distels en koeienvlaaien, waar de herders van Ocakli Göyu hun vee plegen te laten grazen tussen de duizenden steenhopen die resten van de huizen van een rijke stad. Op een aantal plaatsen verpreid over het veld staan enorme ruïnes overeind van paleizen en kerken, als de wrakken van gestrande slagschepen. Inderdaad, de stad moet enorm groot zijn geweest. In het oosten en zuiden rijzen de groene bergen op van Armenië. Ondertussen dringen kinderen zich op met flesjes water voor een lire. Temidden van een drom kinderen koopt Ans een flesje (foto hier) We kijken terug naar het grote poortgebouw en zien dat bovenin de muur een rechtsdraaiende swastika is afgebeeld zoals die van het Derde Rijk (2 foto´s hier) Later zoek ik het op en vind dat het niet zo verbazend is, de swastika werd in vele religies als symbool gebruikt en ook deze van de vroegere Armeense vorsten hier in Ani is bekend.

 

  De oude munt die ik kocht in Ani

We lopen verder langs de binnenkant van de muren. Bij een volgende stadspoort, met een schaakbordpatroon bovenin, komt een sjofel geklede, ongeschoren man naar me toe. Hij wil me oude munten verkopen die hij hier heeft gevonden. Een herinnering komt in me op, een soort déja vu: in de zomer van 1968 liftte ik als student naar Turkije en bezocht ondermeer het antieke Ephese. Ik reed erheen met een busje en ook daar kwam een man op me af, die me oude Romeinse munten wou verkopen. Ik wees het af en heb er later altijd spijt van gehad. Hoewel ik besef dat het waarschijnlijk niet mag, is het duidelijk: ik zal er een kopen. Voor een tientje bezit ik nu de munt die hiernaast is afgebeeld. Hij toont aan een zijde letters. Ze lijken Grieks. Wat wil ik ermee? Nou ja, als we ooit weer aan de wal gaan wonen dan zal ik hem in een vitrine leggen met andere voorwerpen die we op onze reizen verwierven, en ik zal ernaar kijken en denken: deze munt is een soort tijdreiziger. Hij heeft ooit in de zakken of in de beurs van andere mensen gezeten, misschien wel duizend jaar geleden. Waar zal hij over nog eens duizend jaar zijn? Je zou er een boek over willen schrijven, maar dat is in 1954 al gedaan door Harry Mulisch. Niet over een munt maar over een diamant.

Het pad voert ons langs de grote, roestkleurige ruïnes. Allereerst langs wat volgens de gids de Kerk van de Heilige Verlosser heet. Alleen het koorgedeelte is er nog, het staat tussen het puin van zijn eigen schip als een vreemde raket omhoog (foto hier) Dat schip werd in 1957 verwoest door een blikseminslag, toen de stad nog in het door politieke machtsverhoudingen bepaalde niemandsland lag en er waarschijnlijk niemand naar omkeek. De plaats waar Ani ligt werd al veel eerder, in de prehistorie, bewoond. Over de oorsprong van haar naam bestaan verschillende verklaringen. De stad zou genoemd zijn naar Anahid, het Perzische equivalent van de Griekse godin Aphrodite. Anderen beweren iets heel anders. In elk geval koos de Armeense koning Ashot III het in de tiende eeuw als hoofdstad van zijn rijk. Geschiedenis die voor ons geen betekenis heeft en die we volstrekt niet kennen.

 

Het is niet mijn bedoeling de ingewikkelde historie van dit wonderlijke Ani te vertellen. Zoek het vooral op Wikipedia op, het is boeiend genoeg en er zijn verhalen waar we nog nooit van gehoord hebben. Ik vertel wat we zien. Langs het pad komen we bij een tamelijk intacte roestbruine kerk, de Kerk van St. Gregorius, die dicht op de klifrand van de rivierkloof staat (foto hier), gebouwd in 1215. Binnen op de muren zien we afgebladderde fresco´s, ooit mooi van beeld en kleur, maar nu verschoten en volgekalkt met handtekeningen en opschriften van bezoekers. Welke idioten doen zoiets? (1 foto hier, de rest laat ik achterwege) De staat van de fresco´s is belabberd en wordt alleen maar

beroerder. We passeren meer kerken, maar voor het bevallige, kleine Klooster van de Maagden moeten we ver afdalen naar de rivier, die snel en bruisend door de kloof stroomt (foto hier) Vlakbij zijn de resten van een brug die ooit de kloof overspande en die vandaag naar de Armeense overkant zou hebben geleid. Moeizaam klimmen we terug, per slot zijn we hier op ongeveer 2000 meter hoogte en het zuurstoftekort wreekt zich. Dan is er het meest bizarre gebouw, bekend onder de naam van Kathedraal van Ani, de ruïne van een basiliek die tot moskee werd verbouwd, en dat ettelijke malen opnieuw op het wisselend getijde van de bezettende machten in Ani. We lopen door de immense ruimte en kijken recht omhoog de hemel in, de hoge koepel is er niet meer. Met zijn roestbruine kleur doet het hele geval ook denken aan een afgedankte fabriek uit het begin van de industriële revolutie. Aan de zuidkant schraagt een stalen stut het gebouw. Zie hiernaast.

 

Het pad voert verder door de golvende graslanden naar een ander vreemd gebouw.  Het is de Menüçer Camii, een vroege moskee

                        De ruïne van de kathedraal van Ani

en volgens sommigen zelfs de allerereerste moskee die in door de Turkse Seltsjukken in Anatolië gebouwd werd (1072) Het gebouw heeft een opvallende achthoekige minaret. De spitse top is eraf (foto hier) Langs de moskee en en langs de fundamenten van een Ottomaans stadspaleis loopt het pad naar de citadel, op een heuvel gelegen. Een groot deel is verwoest tijdens een aardbeving in 1966. Er staat een bord dat het hier militair gebied is en dat je niet verder mag (foto hier) Ik kijk naar de overkant. Aan de Armeense zijde is een steengroeve in de steile kloofhelling van de grensrivier. Ronkende tractoren lijken bezig om een weg aan te leggen. In 1988 was er een forse aardbeving benoorden de Armeense hoofdstad Yerevan, die 25.000 mensen het leven kostte. Het was juist in de tijd dat deze voormalige Sovjet-republiek de eerste schreden zette naar onafhankelijkheid. Ik zou er graag eens kijken, maar daarvoor is helaas onze tijd te beperkt en overigens schijnen de Turken de grens nog steeds gesloten te houden.

 

Er is nog veel meer te zien in Ani, teveel om allemaal te beschrijven. Kijk voor 3 foto´s hier. Hieronder een foto van de grensrivier met links de kathedraalruïne van Ani en beneden de resten van een brug. Vervuld van verbazing en verrukking loop ik uren door de ruïnes van een eens machtige stad. Konden de inwoners van toen hun stad eens zien anno 2010, hun geschoktheid zou geen grenzen kennen.  

Ani. De grensrivier met Armenië. Links de machtige ruïne van de kathedraal, beneden resten van een middelleeuwse brug

Slechts voor één ruïne maak ik een uitzondering. Het is de oudste binnen de muren van de stad. Een heiligdom van de vuuraanbidders, een tempel van de profeet Zoroaster (Zarathoestra) uit de eerste eeuw van onze jaartelling. Vier korte, zware zuilen staan in een perfect vierkant. Meer is er niet meer te zien (foto hier) De cultus van de vuuraanbidders heeft veel mensen in het westen altijd geïntrigeerd omdat het gaat om een strijd tussen goed en kwaad. Simon Vestdijk schreef eens een roman over hen waar ik me weinig meer van herinner ("De Vuuraanbidders", 1947) Curiueus om hier zo´n tempel aan te treffen. Geen idee of hij later, tijdens de hoogtijdagen van Ani, nog steeds in gebruik was.

 

Tegen half drie zijn we terug in Kars. De anderen gaan lunchen maar ik voel me opvallend moe en ga een paar uur slapen. Ans gaat mee naar het hotel. ´s Avonds regent het pijpenstelen en het onweert opnieuw. De straat is een modderpoel die we moeten oversteken voor een diner in een restaurant aan de overkant, boven de 1-lire shop. Ine is jarig en we zingen voor haar en toasten op haar gezondheid. Morgen verder naar het zuidoosten, naar de berg Ararat. Terug naar boven

Doğubayazit

 Dogubayazit. De berg Ararat gezien vanuit onze hotelkamer
Dogubayazit. De berg Ararat gezien vanuit onze hotelkamer

Zondag 25-07-2010

Vandaag 206 kilometer afgelegd. In totaal vanaf Marmaris is dat (exclusief uitstapjes) 2370 kilometer. 

 

Na opnieuw een bijbels ontbijt (linzensoep, brood, water en thee) vertrekken we in zuidoostelijke richting over een golvend en kaal hoogland. Kaal, want er staan vrijwel geen bomen maar er zijn wel uitgestrekte velden waar boeren met hun gezinnen de graanoogst binnen halen. We zien ze ook bezig bij de schamele boerderijtjes met dorsvlegels op het koren te slaan. In de niet bebouwde velden grazen grote kuddes koeien en paarden. De herders wonen met hun familie naast de kuddes in tenten. Voorwaar ook een zeer bijbels tafereel. Na het dorp Digor buigt de weg steeds meer naar de grens met Armenië toe, die hier net als in de oude stad Ani ook gevormd wordt door de kronkelige loop van de Arpa rivier ofwel de Ahuryan in het Armeens. Aan de voormalige Sovjet-zijde van de grens staan dezelfde lege wachttorens als we eerder zagen aan de Turks-Bulgaarse grens en ook aan de grens van Roemenië met de Oekraïne. Daar zijn er wat van gebouwd. We spelen met de gedachte om even een bezoek te brengen aan Yerevan, de hoofdstad van Armenië, die slechts op 45 kilometer afstand ligt. Zou dat mogelijk zijn?

 

Bij een wegsplitsing is een road block. De soldaten dragen machinegeweren en kijken argwanend naar ons busje. Toch laten ze ons zonder enige contrôle passeren. Verderop, na het dorp Tuzluca, een groene enclave in dit zo boomloze gebied, loopt de weg heel dicht langs de grens. Volgens onze gids uit 2002 is hij van zonsondergang tot zonsopgang gesloten. "The army patrols the area to prevent border violations and smuggling, and if you are on that road at night they´ll assume you´re doing one or the other" Aan de Armeense kant is het landschap groen als hier. Alleen rijzen er boven de dorpen geen minaretten uit, de bevolking daar is chistelijk. Verder het land in zien we hoge bergen. Later zal een Turk ons vertellen dat de grens inderdaad nog steeds dicht is. Als je van hier naar Yerevan zou willen, moet je helemaal omrijden over buurland Georgië. Die omweg geldt ook voor de im- en export met het gevolg dat het leven in Armenië erg duur is, veel duurder dan hier, en dat smokkelen loont. Hij zou toejuichen dat de grens open ging zodat de mensen aan beide zijden ervan kunnen profiteren in plaats van het geboefte.

 

Bij de grote stad Igdir slaan we af naar het zuiden. Al een tijdlang hebben we de Agri Dagi voor ons, de berg Ararat. De top is in wolkensluiers gehuld. Toch is het een geweldig gezicht. De berg, 5137 meter hoog, domineert zijn omgeving volledig. Het is de hoogste berg van Anatolië. Het populaire verhaal wil al eeuwen dat de Ark van Noach na de veertigste dag van de zondvloed op deze berg strandde. Zie het plaatje hiernaast dat in 1686 in Londen verscheen (de pijl is later toegevoegd)

 

Het verhaal is zelfs een aantal keren serieus onderzocht. In 1955 vond een expeditie op de berg een stuk hout dat misschien wel van de ark afkomstig was. Ik herinner me dat dat verhaal stond in het boek "De Bijbel had toch gelijk" van ene Werner Keller dat ik als jongetje van mijn grootvader (Pake Wiebe) kreeg. Het staat nog in mijn boekenkast, pardon, ligt in de opslag. Onderzoek met koolstof-isotopen wees uit dat het stuk hout slechts van 450 - 750 AD was.

Enfin, na 45 kilometer klimmen en dalen over een kronkelende weg bereiken we onze bestemming, het stadje Doğubayazıt. Een garnizoensstad. Volgens de gids een stoffig stadje en dat klopt. Maar het is ook erg levendig. De inwoners zouden voor het merendeel van Koerdische afkomst zijn. Er is veel volk op de been, kennelijk vanwege een feestdag, waarvoor weet ik niet. Er is veel politie op de been, en op strategische plaatsen staan tanks en groepen oproerpolitie met schilden en wapenstokken. De stad telt veel werkeloze Koerdische jongeren die zich dood vervelen en men is duidelijk bevreesd dat de vlam in de pan zou kunnen slaan. We vinden een traditioneel oosters ogend hotel bij het centrum, Hotel Ortadogü, met rijen balkons en kleine vensters (foto hier) Niet erg schoon maar wel met grotere kamers en wat betere voorzieningen dan het hotel in Kars. En vooral: vanuit de kamers hebben we uitzicht op de berg Ararat (foto hierboven) ´s Middags bezoeken we het paleis van Ishak Pasha, een Koerdische vorst, dat een eindje de bergen in ligt. Het dateert van 1784 en de bewoners - de pasja had er ook een harem - hadden een schitterend uitzicht over de vallei (foto hier)

 

We blijven hier een dag om rond te kijken en ondermeer wat dichter naar de Ararat te komen. In het begin van de avond proberen we een restaurant te vinden waar men wijn bij de maaltijd schenkt. Dat vinden we niet en zelfs geen echt restaurant. Eigenlijk zijn er er alleen maar van die kebab-tentjes, zoals je die ook bij ons ziet. Op een bovenverdieping van zo´n tentje eten we dus shish- en adana-kebab en köfte (gehaktballetjes in saus) Bier kunnen ze opeens wel schenken. Opvallend is dat men niet reageert op onze schaarse Turkse woorden en meteen probeert om ons Koerdische woorden te leren. Op de terugweg zijn de ordetroepen aan het inpakken, rellen bleven gelukkig uit. Ans bezwijkt voor de kleurrijke verlokkingen in de etalage van een Koerdische patissier, het water loopt haar uit de mond ondanks de juist genoten maaltijd en ze koopt een aantal mierzoete gebakjes voor bij het ontbijt.  Terug naar boven

Dogubayazit (2)

Door Koerden bewoonde gebieden in het Midden Oosten (CIA, 1992)
Door Koerden bewoonde gebieden in het Midden Oosten (CIA, 1992)

Maandag 26-07-2010

Toch nog opstootjes laat in de avond. We zijn net in onze eerste slaap als Geert en Ine ons roept vanaf hun balkon. Verderop in de straat zijn wat rookbommen afgegaan. Jongemannen rennen stenengooiend de straat tegenover het hotel in. Voor ons hotel staat een een groep ordepolitie met helmen, schilden en knuppels. Ernaast ronkt een oude pantserwagen met een kanon, dat een paar traangasgranaten de straat in vuurt, waar de groep relmakers in verdween. Een tijdje gebeurt er niks. Dan wendt het pantservoertuig met brullende motor de steven en rijdt weg, een dik oliespoor op straat achterlatend. Geert maakt zonder te flitsen een foto, zie hier. De rest van de nacht verloopt rustig.

 

Vanmorgen is alles normaal. Langs de drukke straat heeft iedereen zijn negotie weer neergezet, een kar met appelen, een kar met illegale DVD´s, een kar met broeken, een zak met kruiden, een pallet met kleding, een vitrinekar met sesambroodjes, verkopers van mobiele telefoonabbonnementen, in een eindeloze rij. Mannen en jongens duwen handkarren en vrachtwagentjes trekken op en stoten vieze dieselwalmen uit. De straatherrie is oorvedrovend. Muziekflarden klinken van alle kanten, gebedsoproepen vanaf de moskeeën, optrekkende motoren, claxons, geroep van verkopers, wat niet al. De Ararat is om zeven uur in zijn geheel zichtbaar, maar de atmosfeer is wazig. Toch een foto gemaakt vanaf het balkon, zie hier. Om negen uur is de top weer met wolken omhuld.

 

Het Koerdisch probleem. Je kunt er niet om heen als je hier eenmaal bent. De Koerden hadden al ver voor het begin van onze jaartelling een eigen natie in dit gebied, het Koninkrijk van Corduene. Later was het een van de vele vazalstaten van het Romeinse Rijk. De westerse geallieerden hebben na  WO I bij de ontmanteling van het uitgestrekte Ottomaanse Rijk meerdere problemen in deze regio geschapen. Een daarvan was het probleem van Palestina met de Balfour Declaration, een ander was het probleem van de Koerden. In het Verdrag van Sèvres in 1920 werd een deel van de Koerdisch sprekende regio afgezonderd en de bevolking ervan zou zich per referendum mogen uitspreken over onafhankelijkheid. Dat is nooit gebeurd, want het Verdrag van Sèvres werd buiten hen om overruled door het Verdrag van Lausannne van 1923 tussen de geallieerden en de nieuwe Turkse Republiek van Mustafa Kemal Atatürk. Daarin is van een mogelijk onafhankelijk Koerdistan geen sprake meer. Sindsdien zitten vooral de Turken (en in mindere mate Iran, Irak en Syrië) met een schier onoplosbaar probleem. Geen van beide partijen kan definitief winnen. Zonder wezenlijke concessies zal het conflict blijven doorsudderen, want altijd staan er nieuwe generaties jongeren op die menen dat de ouderen gefaald hebben en dat zij wél zullen zegevieren - totdat ook zij in een poel van zinloos vergoten bloed en ellende vastlopen.

 

We rijden om tien uur de stad uit naar het oosten, in de richting van de Iraanse grens op 44 kilometer afstand. Een goed Engels sprekende Turk die we gisteren bij het paleis van Ishak Pasja ontmoetten, adviseerde ons een weggetje op ongeveer twintig kilometer naar een basiskamp op de zuidelijke helling van de Ararat. Eerst kiezen we het verkeerde weggetje, er staat geen enkel richtingbordje, daarna hebben we de goede. Over een toenemend stenig en steil weggetje rijden we stapvoets de voetheuvels van de berg op. Ararat hult zich nu in wolken (foto hier) Na een uur komen we bij een paar schamele huisjes en tenten met het opschrift van de Turkse Rode Halve Maan. Het is een mooi plekje in een kleine vallei, beswchaduwd door een polulierenbosje. Er is een bron en een meertje, waaruit de dieren kunnen drinken, en er is electriciteit en uiteraard een sattellietschotel. De bewoners beduidden ons in gebarentaal dat we nog één kilometer verder kunnen. Maar vlak onder het basiskamp op ongeveer 2000 meter geven we er de brui aan, de auto en zijn inzittenden rammelen teveel door elkaar. Geert & Ine lopen door naar het basiskamp, waar een aantal paarden staan en een veewagen. Er komt juist een groep terug die een expeditie op de berg maakte. De paarden vervoeren tenten, uitrusting en voedsel. Een tocht naar de top op ruim 5000 meter kost vijf dagen. We kijken naar de berg door onze kijker en zien hoog boven ons een kamp van oranje tenten op een richel, naar schatting op 3000 meter hoogte (foto hier) Tot dat kamp gaan de paarden mee en vanaf daar begint het echte steile klimmen naar de top door steeds meer sneeuw en ijs. Eigenlijk zou ik best nog eens aan een dergelijke expeditie mee willen doen, maar ja, ik ben niet getraind en heb geen conditie. Mijn zoon Rommert klimt voor zijn plezier, misschien doet hij het nog wel eens.

 

Een klein uur later rijden we weer op de hoofdweg naar de Iraanse grens. Bij een zijweg naar rechts - dus van de berg Ararat af - staat een bruin bordje: Nuh´un Gemisi met eronder Noah´s Ark. Die willen we wel eens zien. Het weggetje voert door een dorpje en langs een van de vele legerplaatsen in dit gebied. Het weggetje kronkelt omhoog naar 2300 meter waar een morsig vijfhoekig gebouwtje staat. De okerrode bladdert van de muren. Het bord op de gevel zegt: Noah´s Ark National Park Visitors Center. Een besnord baasje opent de deur en stelt zich voor als Hassan,  beheerder, directeur en gids (foto hier) Hij leidt ons om het gebouwtje heen naar een verbluffende plek (foto hier)

 

In 1959 onderzocht een kapitein van het Turkse leger, Ilhan Durupinar, een reeks luchtfoto´s van de NATO. Op een ervan ontdekte hij een bootvormig object in een oude modderstroom 20 kilometer ten zuiden van de berg Ararat. De foto werd op 5 september 1960 gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift "Life" en veroorzaakte veel opschudding. De Ark van Noach zou zijn gevonden! De Amerikaanse anesthesie-verpleegkundige Ron Wyatt las het artikel en besloot ter plekke onderzoek te doen. Tot zijn dood in 1999 bezocht hij de plek honderden malen en werkte aan bewijzen voor zijn theorie dat hier de versteende resten van Noachs ark lagen (zie de plaatjes hieronder) Zijn werk werd omarmt door de rechtzinnige christenheid.

Knipsel uit Life 05-09-1960

Tekeningen op de theorie te staven

##

Zo stelde Wyatt zich de Ark voor na de stranding

Er zijn na Wyatt nog meerdere zoektochten naar de ark gemaakt, ook in deze eeuw nog. Lees het hier bij Wikipedia. Tja, daar staan we dan en nogmaals, de plek is verbluffend met de curieuze ovaalvorm. Als je het eenmaal ziet is het moeilijk om het niet meer te zien, zoals bij de bekende dubbelplaatjes waar je eerst een heks in ziet en dan een jong meisje. Het beeld van de eerste betekenis die je eraan gaf, is hardnekkig. In het bezoekerscentrum is meer bewijsmateriaal te vinden, onder andere foto´s van ijzerbeslag en zogenaamde ankerstenen die hier gevonden werden. Hm.

 

We lunchen bij het gebouwtje van de heer Hassan en het wordt duidelijk dat het bezoekerscentrum wordt gefinancierd vanuit evangelische kringen. Daar is op zich niets tegen. Maar hoe zit het nu met de claim dat dit de Ark van Noach is? Persoonlijk lijkt het me zeer onwaarschijnlijk tot onmogelijk. Het schip zou gebouwd moeten zijn door Noach in de tijd dat men ijzer kon bewerken, circa 15.000 jaar geleden. Uit die tijd, die niet meer tot de prehistorie hoort, is geen enorme vloed bekend die meer dan 2300 meter boven de huidige zeespiegel rijkte en geologen hebben de steenstructuur geïdentificeerd als een natuurlijk verschijnsel.

 

We dalen weer af en rijden verder richting Iran. Voor de doorlaatpost staan lange rijen van vooral Iraanse vrachtwagens (foto hier) Het land van de ayatholla´s is rijk aan olie en kan al die import betalen, voorwaarde voor de overleving van het regime. Vlak voor de grens slaan we een weggetje naar links in. het voert ons naar de Meteor Çukuru, een diepe krater in het vlakke landschap, geslagen door een metoor in 1892 (2 foto´s hier) Het stuk ruimtepuin sloeg als een grote gloeiende sintel een gat van 60 meter diep en 35 meter in omtrek. het is - zegt een bord - de grootste meteoorkrater ter wereld na die in Alaska. Dat lijkt met sterk, voor mijn gevoel is dit een kleintje zijn er veel grotere - met diameters van een kilometer of meer - en niet alleen op de maan en op Mars maar ook op aarde. Mijn vermoeden klopt, kijk maar hier op Wikipedia.

 

We keren terug naar Dogubayazit. Onderweg zien we hoe de Ararat zich van langzaam van zijn wolkenomhulsels begint te ontdoen. het sneeuwveld op de top blijkt groter dan gedacht. Hier 2 foto´s. Op eentje staat ook het kleine broertje, de Kleine Ararat, van nog net geen 4000 meter. Morgen gaan we verder met onze reis. De bestemming is het Meer van Van. Terug naar boven

Tatvan

Een road block van militairen op de weg naar het Meer van Van
Een road block van militairen op de weg naar het Meer van Van

Dinsdag 27-07-2010

Vandaag 279 kilometers afgelegd, dat is 2694 kilometers vanaf Marmaris.

 

Gisteravond gaan we met Geert & Ine vlakbij het hotel in een kebabzaakje eten. Ans is beroerd, ze heeft net als Jaap en Diana darmkrampen. Daarom eet ze voorzichtig wat brood en slade, wij kiezen voor hart. Voor wat? Voor hart. Niet in de vorm van een blik kattenvoer, maar heel smakelijk met rijst en een pittige saus. We zijn moe en gaan vroeg naar bed. Mijn oudste zoon Rommert belt nog. Hij vertelt dat hij na ettelijke darmontstekingen een vervelende scopie van de dikke darm heeft ondergaan, maar dat de uitslag goed was. Geen afwijkingen. Om 11 uur schrikken we wakker, iemand klopt op de kamerdeur. "Passaport", horen we zeggen. Ans doet de deur op een kier open - de veiligheidsketting zit erop - en ziet een onbekende jongen staan. "Passaport", herhaalt hij. Daar voelen we natuurlijk niks voor, je geeft je paspoort niet aan een onbekende. Zonder paspoort met daarin het onontbeerlijke visum voor Turkije ben je zwaar in de aap gelogeerd. "Tomorrow", zegt Ans, de jongen antwoordt "Okay" Daarna klopt hij bij de anderen op de deur. Kennelijk spreekt hij geen Engels want hij komt ook weer bij ons langs. Ik roep in het Engels door de deur dat hij op moet donderen en dat doet hij gelukkig ook. De volgende dag kwam de oplossing: de jongen bleek de nachtwacht van het hotel. Ze hadden verzuimd onze paspoorten in te nemen en iedere avond komt de politie die contrôleren. Niets aan de hand dus. Toch is het vreemd dat ze bij onze eerste overnachting geen problemen kregen. Of kwam de politie toen toevallig niet langs?

 

Vanochtend zijn we blij het hotel te kunnen verlaten. Het was toch wel heel erg smerig. De kamers zijn in jaren niet schoongemaakt en de lakens waren beslapen, zo is onze verdenking. Er was meestal geen warm water. Nu houd ik er niet van om in een reisverhaal alsmaar te kankeren op de hotels die je tegenkomt als je buiten de gangbare toeristengebieden komt. Dat hoort er immers bij en deze mensen hebben, zo vrees ik, gewoon niet eens het geld om het hotel te onderhouden. Ik geef het aardige jochie Mehmet (ik schat hem op 12 jaar) die iedere ochtend met verontschuldigende ogen ons karig ontbijt neerzet en onze koffer sjouwt, een paar lires fooi en bedank de baas. Voor de deur laden we de bus in. Een gerimpeld vrouwtje in traditionele kledij staat naar ons te kijken (foto hier) Juist als we in het busje zitten, rukt ze de schuifdeur open en steekt een vurig betoog af in het Turks. Geen idee wat ze bedoelt, ze houdt haar hand niet op en lijkt dus geen bedelares. Misschien vindt ze ons verderfelijke kapitalisten. Ik kijk haar luisterend aan en glimlach. Ineens ontdooit haar gezicht en schiet er ook iets als een lach over haar gezicht. Ze stapt op de stoep terug en rustig sluit ik de deur. We rijden weg. Ze zwaait niet.

 

We nemen de zuidelijke weg naar het Meer van Van. Die leidt dicht langs de Iraanse grens. Op de lage, kale bergen staan aan beide kanten uitzichtorentjes. Ook hier veel legerplaatsen. In het nieuws op de website van de NRC las ik dat de VS en Europa een zwaardere boycot tegen Iran hebben ingesteld vanwege de verdenking op uraniumverrijking voor de eerste kernbom van het land. Ik weet niet of Turkije aan die boycot zal meedoen, maar gezien het lucratieve, zware grensverkeer dat we hier waarnemen betwijfel ik het. We rijden door zeer uitgestrekte, kale velden van basaltlava. Ze zijn weinig begroeid, het doet wat aan IJsland denken, waar je ook uren door dergelijke maanlandschappen rijdt. Mogelijk is het afkomstig van de Ararat. Dat is immers ook een vulkaan. Het is niet bekend wanneer de laatste uitbarsting was, maar tijdens aan aardbeving in 1840 scheurde er een stuk van de noordelijke helling af. Een dorp, een klooster en een kapel werden bedolven. Sommige deskundigen beweren dat er toen ook sprake van een eruptie was.

 

De weg buigt van de Iraanse grens af. Onderweg is een road block van militairen (een heimelijke foto bovenaan dit verslag) We naderen het omzichtig, zoals onze Lonely Planetguide adviseert. Bij twijfel stilstaan, zegt de gids. Maar de soldaten wuiven ons door. Op een of andere manier zien ze dat we toeristen zijn, hoe weet ik niet, ons busje heeft een Turks kenteken. Ik zei het al eerder: een Koerdische toerist moet zich uitdossen als toerist en men laat hem overal passeren. We pauzeren bij de Muradiye Sjelesi, een waterval aan de linkerkant van de weg (foto hier) Aardig maar niet bijzonder. Je moet een nogal wrak uitziende voetgangershangbrug oversteken. Vooral niet in de pas lopen!  Een uurtje later doemt voor ons de grote kalme spiegel van het Meer van Van op, strak azuurblauw en een lust voor het oog in dit boomloze landschap (foto hier) Het is Turkijes grootste meer - het IJsselmeer kan er qua opperlak gemakkelijk drie keer in - en een van de grotere endorheïsche meren in de wereld (meren zonder afvoer) De enige outlet is verdamping. Daardoor is het water tamelijk zout en alkalisch. Je schijnt er je was in te kunnen doen zonder zeep. Natuurlijk probeert men het toerisme naar het meer te bevorderen door een verhaal over een monster te verzinnen, net als bij Loch Ness, waar we in 2003 met de boot door voeren ("Nessie") Het monster heet hier Canavar Salam ofwel - ik verzin het niet! - "Monster Salami" of kortweg "Vannie" De voetbalclub van de grote stad Van aan de oostkant van het meer schijn ernaar vernoemd te zijn: Canavarlar = Monsters) Voetbal is voor de ..... (nee, ik zeg niks) Je kon altijd met een grote ferryboot het meer oversteken. We zien ze later in de haven van Tatvan liggen. Maar vanwege de troebelen met miltante Koerden zijn ze uit voorzorg uit de vaart genomen.

 

Onderweg langs de noordelijke oever van het meer passeren we ongehinderd een tweede road block. Gaandeweg beginnen ook mijn darmen op te spelen. Krampen en buikloop. Ik ben blij dat we in het stadje Tatvan aan de zuidwestelijke punt van het meer een drie sterren hotel vinden (Hotel Kardelen) met propere kamers en sanitair. Ans en ik voelen ons ziek en gaan niet mee met een middaguitstapje naar een Mount Nemrut in de buurt (niet te verwarren met de Mount Nemrut waar we eerder op deze reis waren. Op deze berg, die ook een vulkaan is, vind je vijf kratemeren en een ijsgrot. We horen het wel en gaan te bed. Zelfs de gebedsoproep van kwart over vier horen we nauwelijks. Morgen hebben we een forse reisdag voor de boeg, ongeveer 500 kilometer langs de grote stad Diyarbakir - die de militante Koerden als hun hoofdstad claimen, een buitensporige eis - naar het oude Urfa bij de Syrische grens. Terug naar boven

Şanliurfa

De vlakte ten noorden van de grote stad Diyarbakir wordt volgebouwd met lelijke flatgebouwen, die vlak tegen elkaar staan
De vlakte ten noorden van de grote stad Diyarbakir wordt volgebouwd met lelijke flatgebouwen, die vlak tegen elkaar staan

Woensdag 28-07-2010

Vandaag 435 kilometers afgelegd. Dat brengt het totaal aantal kilometers vanaf Marmaris op 3084.

 

Het tochtje naar Mount Nemrut 2 gaat gistermiddag niet door. De meerderheid van ons gezelschap lijdt in meerdere of mindere mate aan indigestie. Geen details. Alleen Ine lijkt er geen last van te hebben. Jaap voelt zich zelfs niet in staat aan het diner te verschijnen en ik neem alleen wat droge witte rijst, brood en water. Je moet je darmen bezig houden, heb ik altijd geleerd, ook al is het met weinig. Zo´n indigestie, die door van alles en nog wat veroorzaakt kan zijn, is meestal met 24 uur weer over. ´s Avonds liggen Ans en ik met koorts in bed. Het is smoorheet op onze kamer, het hotel heeft geen airconditioning.

 

Vandaag gaat het alweer een stuk beter. We zijn nog wel voorzichtig aan de ontbijttafel. Om 7.40 uur rijden we weg naar het zuidwesten, voor het eerst weer eens door een groen gebergte, in de richting van de grote stad Diyarbakir. Dan volgt een eindeloos landschap van golvende korenvelden, zover het zicht strekt. Daar zijn we al tegen het middaguur, eerder dan we dachten. De noordelijke rondweg voert ons door uitgestrekte naargeestige buitenwijken, waar men enorme flatcomplexen dicht naast elkaaar bouwt. Er lijkt geen eind aan te komen. Een infrastructuur van wegen is nog nauwelijks voorhanden, de flats lijken gewoon in de steppe te staan (foto hierboven) Turkije heeft geen vergrijzingsprobleem, integendeel, er zijn heel veel jonge mensen die gehuisvest moeten worden.

 

Na Diyarbakir hetzelfde landschap van eindeloze graanvelden. De oogst is binnen en hier en daar is men bezig de stoppelvelden af te branden. Ik neem aan dat er dit jaar nog een tweede oogst komt. In het stadje Siverek, waar we ook op de heenweg door kwamen, rijden we de rechtse lus van onze grote 8-figuur door Turkije dicht. Toen reden we verder naar het noorden, nu slaan we de zuidelijke richting in naar de oeroude stad Urfa, die nog niet zo lang Şanliurfa heet. De Lonely Planetgids geeft daar als reden voor dat de inwoners zich jaloers voelden toen in 1972 de nabij stad Antep officieel Gaziantep ( = Heroisch Antep) mocht heten. Daarom kregen zij van de regering in 1984 de officiële naam Şanliurfa ( = Glorieus Urfa) Het is te kinderachtig om waar te zijn maar ook Wikipedia vermeldt het verhaal.

 

Urfa (ik blijf het maar zo noemen) ligt ongeveer 50 kilometer van de grens met buurland Syrië op een eindeloze landbouwvlakte onder een weide, strakblauwe hemel. In de zomer is het hier erg heet en droog, in de winter is het klimaat mild. Daarom willen we ditmaal absoluut een hotel met airconditioning. Dat wordt Hotel Harran aan de Atatürk Boulevard nr. 69. Uit het raam van onze kamer kijken we uit op het hotelzwembad. Er zijn alleen mannen, jongens en jonge meisjes in het bad. Volwassen vrouwen, naar ik aanneem Turks, zitten in hun sluiers gehuld langs de kant naar hun kroost te kijken. Ze zullen toch ook wel zin hebben in een verfrissende duik, denk je, maar ze doen het niet.

 

In één oogopslag is het duidelijk dat we hier in een heel andere wereld zijn dan in het wilde oosten van Turkije. Meer ontwikkeld en welvarender, hoewel beslist niet levendiger dan daar. We blijven hier drie nachten om aan aantal bijzondere lokaties in de stad en de omgeving te bezoeken. Daarna zullen we de terugreis naar Marmaris aanvaarden.

 

Geert meldt een bericht in het Reformatorisch Dagblad met de tiel "Ark van Noach zou nu echt gevonden zijn" Het is al een paar maanden oud en gaat over een "vondst" op 4000 meter hoogte op de Ararat waar een team evangelische onderzoekers uit China van een instelling die Noah’s Ark Ministries International (???) heet. Drie meter onder sneeuw en ijs vonden ze ruimtes die leken op stallen. Radio-koolstof datering zou hebben uitgewezen dat het gevonden hout 4800 jaar oud is. Ik vind het maar een raar verhaal. Er is alleen een persbericht en er werd geen wetenschappelijke publikatie aangekondigd, zoals gebruikelijk is. De leeftijd van het gevonden hout - als de datering tenminste correct is uitgevoerd - wijst op de periode van de Bronstijd. Er is geen enkele aanwijzing dat er 7000 jaar geleden een zondvoed is geweest ter hoogte van 4000 meter boven zeeniveau. Ik kan me niet voorstellen dat zoiets geen duidelijke geologische sporen zou hebben achtergelaten en ik vraag me zelfs af of de aarde überhaupt genoeg water bevat om zo´n enorme zeespiegelstijging mogelijk te maken. Het is nu eind juli en we hebben niets meer van de Chinese Ministries gehoord. Terug naar boven

Şanliurfa (2)

Turks feest in het hotelzwembad. Let op het verschil in feestgedrag, sommigen dansen, anderen blijven zitten. Dat zijn vooral gehoofddoekte vrouwen maar niet allemaal. Foto uit het hotelraam
Turks feest in het hotelzwembad. Let op het verschil in feestgedrag, sommigen dansen, anderen blijven zitten. Dat zijn vooral gehoofddoekte vrouwen maar niet allemaal. Foto uit het hotelraam

Donderdag 29-07-2010

Gisteren was ik te optmistisch over mijn indigestie. Overdag leek er niets meer aan de hand. Maar ´s avonds bij het diner in het hotel voelde ik me geleidelijk aan doodmoe worden. Voor de ramen van de eetzaal ligt het hotelzwembad. Het was afgehuurd door een grote Turkse familie om de besnijdenis van een dik jongetje te vieren. Het joch droeg een wit pakje en een pet met een veer erop. Men stopte hem tijdens de avond steeds meer bankbiljetten toe. Grappig om te zien hoe divers zo´n familie kan zijn. Een combo speelde opzwepende Turkse dansmuziek. De meeste vrouwen met hoofddoekjes bleven met hun echtgenoten zitten terwijl een aantal mooie, sexy geklede meiden met blote armen en loshangend haar uitbundig met elkaar of met de eigen echtgenoten dansten. Geert mocht foto´s maken maar ik had er de puf niet voor. Zoals ik zei: gaandeweg voelde ik me doodmoe worden. We zijn vroeg naar bed gegaan maar ik maakte toch maar een foto van het feest vanuit het raam van onze kamer op de tweede verdieping (foto hiernaast) waar het gesignaleerde verschil in feestgedrag goed kunt zien.

 

´s Nachts heb ik hevige krampen maar overigens geen koorts. Frequent moet ik naar het toilet rennen. Vanmorgen is het niet beter maar ik sleep me toch naar de ontbijtzaal om voorzichtig wat te eten. Ans heeft ook last van krampen en Jaap is zo ziek dat hij helemaal niet aan de ontbijttafel verschijnt. Diana is ook niet helemaal fit en Geert & Ine hebben wonderbaarlijk nergens last van. Komt door het feit dat ze roken, beweren ze met grote stelligheid. We besluiten het voorgenomen bezoek aan Harran, de stad van aartsvader Abraham bij de Syrische grens, naar morgen uit te stellen. Het is om negen uur in de ochtend al loeiwarm; gisteren was het 41° Şanliurfa is in de zomer een van de heetste plekken in Turkije. Ans en Diana doen wat boodschappen. Ans koopt nieuwe onderbroeken voor me. Nu het hotelzwembad geheel verlaten is, gaan ze daarna zwemmen (foto hier, ook uit ons hotelraam) en ik verdiep me verder in het laatste nieuws over het Koerdische probleem op de nieuwswebsite Kurd Net, waar berichten van internationale persbureaus op staan. Die site wordt overigens niet geblokkeerd door de Turkse overheid.

    Koerdische guerillastrijders

Er blijkt toch meer aan de hand te zijn geweest dan we dachten, bijvoorbeeld in het stadje Doğubayazit, waar we twee nachten verbleven en van waaruit we (de voet van) de berg Ararat bezochten. De opstootjes die we in de nacht van 24/25 juli zagen, komen er overigens niet in voor. Maar op 21 juli blijken Koerdische guerillastrijders vlakbij de stad een gaspijplijn te hebben opgeblazen, die van Iran naar Turkije leidt. En op de 25e juli, toen we er nog waren, werd er een legervoertuig opgeblazen door een bermbom. Vier Turkse soldaten raakten

Foto van de brand na het opblazen van de gaspijplijn bij Doğubayazit

gewond. Waarom heb ik niet eerder naar die site gekeken? Wel aan gedacht maar domweg niet de tijd genomen. Er viel teveel te zien en te beleven. Overigens vind ik de eisen van de PKK, de Koerdische Arbeiders Partij, tamelijk gematigd. men eist geen nationale souvereiniteit maar een vergaande mate van autonomie op cultureel en politiek gebied, die me niet onredelijk voorkomt. Dat hebben de Friezen in Nederland in feite ook, het recht op de Friese taal, onderwijs en een eigen pers. Maar wat dreigt: als de Turken niet (opnieuw) meegeven, dan krijgen de militanten de overhand en dan eist de partij wél onafhankelijkheid. Maar ik begrijp de Turken ook wel. De Koerden in Noord-Irak hebben de facto een veel verdergaande autonomie verworven dan de Turkse Koerden verlangen. Noord-Irak is een olierijk gebied en de olie-inkomsten worden achtergehouden door de Irakese Koerden, die ze opeisen. Bovendien eisen ze de multi-ethnische oliestad Kirkuk op. Ze noemen die stad "het Jeruzalem van Koerdistan" Oost-Turkije heeft ook gas en olie en de miltante Turkse Koerden eisen de multi-ethnische stad Diyarbakir op. Enzovoorts. Een aaneenschakeling van nauwelijks oplosbare problemen in een gebied waar al eeuwen- zo niet millennia lang de macht van het zwaard de boventoon heeft gevoerd. Je begrijpt dat de rest van de wereld zich er liever ver van houdt.

 

De rest van de dag liggen we uitgeteld op onze hotelkamer. Om vier uur krijgen we toch honger en maken een voedseltocht door de binnenstad. Het is bar warm: 46° Celsius. Kom je het hotel uit, dan loop je tegen een muur van warmte op. Alsof er een warme föhn in je gezicht blaast, zegt Ans. We keren terug met een paar sesambroodjes en wat bananen. Geert & Ine zijn vanmorgen naar de oude stad geweest. Erg mooi, vertellen ze, de oude moskeeën, de vijvers met heilige karpers, de prachtige theetuinen en het oude kasteel uit de Helleense tijd op de heuvel van Damlacik. Helaas , het gaat allemaal aan onze neus voorbij. Geert maakte een mooie foto van typische tegenstellingen in de oude stad (foto hier) We hopen dat we morgen fit genoeg zijn om naar het oude Harran te gaan. Terug naar boven

Şanliurfa (3)

Bijbels aandoend tafereel in het oude Harran. Links de ongebruikelijke, vierkante minaret van de Ulu Moskee uit de 8e eeuw en misschien de oudste moskee in het huidige Turkije
Bijbels aandoend tafereel in het oude Harran. Links de ongebruikelijke, vierkante minaret van de Ulu Moskee uit de 8e eeuw en misschien de oudste moskee in het huidige Turkije

Vrijdag 30-07-2010

Gisteravond belt Derrick zijn moeder: Oma Steers, de moeder van Ans, is vandaag vanuit haar verzorgingshuis in het achterliggende, Gorcumse Beatrixziekenhuis opgenomen. Schrik! Wat is er precies aan de hand? We weten dat het de laatste weken niet denderend met haar ging. Ze had veel last van de langdurige warme periode. Het is niet direct acuut, we besluiten de berichten van morgen af te wachten. In de loop van vandaag blijkt dat ze is opgenomen met een beeld van verwardheid en algemene malaise, veroorzaakt door een verstoring in de electrolytenbalans in het bloed. Dat komt door een combinatie van langdurige warmtestress, te weinig eten en drinken, te kwistig gebruik van diuretica (plaspillen) en laxantia en het feit dat wij ver weg zijn en Ans´ broer Cees met zijn gezin voor drie weken op vakantie naar New York is vertrokken. We herademen. Het is typisch een verschijnsel van hoogbejaarde mensen tijdens de zomervakantie. In het ziekenhuis zal ze waarschijnlijk snel opknappen. Maar dan? Enfin, over tien dagen zijn we terug In Holland om dat vraagstuk onder ogen te zien.

 

Vandaag bezoeken we het oude Harran, ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Şanliurfa en een kilometer of 18 van de Syrische grens. Een van de oudst bewoonde plaatsen op aarde en tevens een plaats met een betekenis die tot oudtestamentische tijden teruggaat en trouwens nog veel verder. Zijn we dan helemaal van onze indigestie verlost? Hm. In de loop van de ochtend krijgt Ans opnieuw buikkrampen met toebehoren. Ze moet zich kokhalzend redden op uiterst primitieve toiletten, in de middag gaat het beter. Ik heb goddank geen last meer. We rijden naar het zuiden op de weg naar Akçakale aan de Syrische grens. Vol verbazing constateren we dat de er nauwelijk iets meer over is van de woestijn, die hier tot voor vijftien jaar lag en die zich over de Syrische grens voortzet. De Turken hebben letterlijk de woestijn tot bloeien gebracht.

Een deel van het gebied ten oosten van Harran dat nog niet bevloeid wordt en nog steeds woestijn is

Kaart van de te irrigeren woestijngebieden. De linker cirkel is de regio rond Harran 

Katoenaanplant in de regio Harran, eerst was dit woestijn

Dat komt door het gigantische ZuidOost Anatolië Project, waarvan het uitgestrekte Atatürk Stuwmeer (dat we eerder deze reis overstaken) een belangrijk onderdeel is. Het idealistische doel van het project is de onbalans in welvaart tussen het westen en het oosten van het land recht te trekken, door water (irrigatie), infrastructuur (o.m. 8 nieuwe vliegvelden), energie (o.m. 17 waterkrachtcentrales), industrie en werkgelegenheid voor 3,5 miljoen mensen naar het dorre en straatarme oosten te brengen. Het geirrigeerde landbouwgebied in Turkije zal erdoor verdubbelen. Het water van het stuwmeer wordt door enorme tunnels en kanalen naar ondermeer het land rond Harran geleid (foto hier) Hier zien we een duidelijk en overtuigend resultaat van al die investeringen. Het hele gebied is vol grote velden met katoen, maïs en granen. Zijn er ook minpunten? Bij een project van deze omvang is dat onvermijdelijk. In de eerste plaats is er het risico van aanslagen door bijvoorbeeld naburige Koerdische terroristen. De Atatürk dam hoort daardoor tot de meest beveiligde dammen ter wereld. Als de dam zou worden opgeblazen is de ramp onafzienbaar. In de tweede plaat leidt het project tot conflicten met de buurlanden Syrië en Irak omdat er meer dan 85% van de waterafvoer in de rivieren Euphraat en Tigris voor wordt gebruikt. Dat laat de stroomafwaardse staten letterlijk "met een druppelstroompje" zitten. Ten derde is er mogelijk een effect op het klimaat in de regio. Een waterverplaatsing van die omvang door intensieve irrigatie in een voorheen droog gebied kan gevolgen hebben. De ingenieurs verwachten dat de toenemende verdamping leidt tot meer wolkenvorming en tot meer regen; aldus hopen ze een deel van het teloorgegane water terug te winnen. Maar of dat op termijn zo uitwerkt (of heel anders) is niet zeker. Toch heb ik bewondering voor de visie die eruit spreekt en die je misschien moet vergelijken met het latere en nog veel grotere 3-klovenproject in de Chinese Yang-Tse -Kiang (dat ook zo zijn bezwaren kent) De mensheid verandert voortdurend zijn wereld - nee beter, het leven verandert voortdurend zijn wereld (en omgekeerd), ten goede en ten kwade. Ten opzichte van wat? Weet ik niet. Het kan niet anders.

En waarom katoen? Ik dacht dat je daar vandaag de dag nauwelijks een cent voor krijgt op de wereldmarkt. Uitzoeken.

 

Het eerste dat je van Harran ziet is een lange, leemkleurige stadswal, over lange afstanden in elkaar gezakt en verkruimeld. De stadsmuren waren ooit 4 kilometer lang. Ze werden onderbroken door liefst 187 torens en vier stadspoorten. Nu rest alleen nog de zuidelijke poort, de Aleppo Poort. We rijden de stoffige straatjes in. Overal de typische bijenkorfwoningen. Het model dateert van ver voor onze jaartelling. Misschien heeft aartsvader Abraham met zijn gezin in dergelijke bouwsels gewoond, maar hij was niet zo honkvast; waarschijnlijk woonde hij in tenten. De woningen zijn geheel opgetrokken uit stenen en leem, hout was kennelijk al schaars in die tijd (in een land dat ooit dicht bebost was!) Ze zijn onderdeel van grotere woningen, zo lijkt het (foto hier) In een portacabin is een ticketoffice, de kaartjes kosten 5 Tl per persoon plus drie lire voor de auto. We rijden door het onwezenlijke dorpse tafereel. Alles is bruingrijs, de zandige aarde, de lemen muren, de omheinde plaatsjes, de gezichten van de mensen, de voeten van de kinderen die met hun brutale ogen steeds dezelfde conversatie op ons beproeven: "Hello!" en "Where are you from?" Meer Engels kennen ze niet. Het doet allemaal ongelooflijk Bijbels aan, ik kan het niet helpen. Toch moet je je ook bedenken dat hier, in de hoogtijdagen van de stad Harran/Edessa wel 200.000 mensen kunnen hebben gewoond. De stad werd in 331 vChr. ingenomen door Alexander de Grote, die het naar een stadje in zijn eigen Macedonië Edessa doopte. Ik wil hier niet de rijke en ingewikkelde geschiedenis van de  stad navertellen. Slechts een enkel punt. In 217 AD werd hier de Romeinse keizer Caracalla vermoord door zijn lijfwacht. Caracalla was een chagrijnige en gemene vent die zijn eigen broer doodde om keizer te kunnen worden. We kwamen hem een tijdje geleden tegen toen we  de Romeinse brug bij Mount Nemrut bezochten. in de tweede plaats werd de stad in 1104 AD ingenomen door het leger van de Eerste Kruistocht en zo ontstond het christelijke Graafschap van Edessa, dat het niet lang redde (zie ook het kaartje helemaal bovenaan dit Logboek)

 

We worden naar een plek gedirigeerd waar men 150 of 200 jaar geleden - aldus een bordje - een bijenkorfwoning heeft nagebouwd en volledig ingericht zoals het vroeger was (foto hier) Oh, kwamen er toen al toeristen? Er is ook een bruidskamer ingericht met een traditioneel bruidsbed (foto hier) De bruidsjurk hangt ernaast. En verder is er een theetuin. Daar doen we een gids op, een tengere jongen die ons voor 40 TL een aantal uren zal rondleiden (Later gaat hij het grootste deel van de dag mee) Hij heet Jamal en is student Toerisme aan de Universiteit van Şanliurfa) Hij is van Irakese afkomst, vertelt hij, zijn over-over-overgrootvader kwam 200 jaar geleden van het Irakese Faludja hierheen. Dat geldt voor veel mensen in deze streek, velen kwamen uit het tegenwoordige Irak en Syrië, toen nog allemaal onderdeel van het Ottomaanse Rijk, en vandaar dat het grootste deel van de mensen hier Arabisch spreekt.

 

Jamal leidt ons door de aardkleurige ruïnestad. Hier is nog weinig aan opgravingen gedaan. Wel zijn er resten blootgelegd van een complex waar de Ulu moskee stond uit de 8e eeuw. Dat moet een van de eerste moskeeën in dit gebied zijn geweest zijn. Er rest ondermeer een ongebruikelijke, want vierkante minaret van. Het complex bevatte ook de eerste Islamitische universtiteit in de wereld, maar niemand weet precies waar die stond (foto hier) Dan bezoeken we het kasteel, dat uit 1059 zou dateren, maar gebouwd was op resten van eerdere burchten, de oudste mogelijk uit de tijd van de Hittieten. De anderen gaan het kasteel binnen, maar Ans hurkt met buikkrampen in de schaduw van de hoge muren. Ik blijf bij haar en gelukkig gaat het na een tijdje over. Daarna stapt Jamal bij ons in het busje en voert ons over slechte weggetjes 25 kilometer naar het oosten, naar Bazda Mağaraları, een zeer merkwaardige plaats. Via een zijweggetje komen we een grote grot, waar we inlopen. De wanden, plafonds en pilaren zijn veelal vlak uitgehakt of gezaagd. De grot heeft grote zalen met vele vertakkingen (foto hier) Volgens onze gids Jamal was dit de tempel voor de Soemerische maangod Sin. Als dat waar is zou deze tempel bijna 5000 jaar oud zijn. We dwalen door de zalen, soms omringd door lokale kinderen die hun gebruikelijk repertoire afdraaien ("hello", "where are you from?" en "money, money!") Nergens is een afbeelding van de god te zien en ik betwijfel het verhaal van Jamal eerlijk gezegd. Het lijkt hier meer op een mergelgroeve, zoals we die zelf in Zuid-Limburg hebben. Mogelijk uit de Romeinse tijd. Later kan ik op Internet niks duidelijks over deze plaats vinden.

 

De volgende lokatie, een tiental kilometers verder naar het oosten, is Han-El Ba´rur, de ruïne van een caravanserai uit 1129, gebouwd door de Seltjukse Sultan El-Hadj Husameddin Ali b. Isa (foto hier) Dat zegt een bordje op de gerestaureerde toegangspoort. Maar ik kan die sultan niet vinden op Wikipedia. Ans lijdt aan haar darmontsteking op een vieze latrine achter het complex. Dan rijden we nog eens 20 kilometer door het doodse, gloeiende landschap in noordelijke richting naar de resten van de stad Şuayb, hetgeen - als ik het goed bergijp - binnen de Islam de naam is van de profeet die in het Oude Testament Jetro heet. Hij zou de schoonvader van Mozes geweest zijn, volgens anderen diens zwager. De lokatie is verbluffend mooi: een grote ruïnestad in temidden van de dorre woestijnheuvels, halfingestorte muren en bogen en kelders die ooit het centrum van een levende stad waren, wat huisjes in de stomende zon ernaast, waar nog mensen wonen. Een trap leidt naar wat volgens gids Jamal de onderaardse moskee van de profeet Jetro was. Daar is een met tapijten belegde ruimte. In een wand is een soort opvangbekken. In de twee maanden per jaar dat hier regen valt, komen moslims hier om wat van de doorsiepelende waterdruppels op te vangen en er hun handen mee te reinigen. Over Jetro vertelt Jamal een merkwaardig verhaal. De profeet zou van God de opdracht hebben gekregen voor een kinderoffer. Op een naastgelegen heuvel doodde hij zeven kinderen. We lopen de heuvel op en verdraaid, ik tel er zeven graftombes (kijk hier voor 4 foto´s) Waarheid of verdichting? Ik heb nooit van dat verhaal gehoord. Het doet denken aan dat van aartsvader Jacob, die zijn zoon Izaäk moest doden. Jamal brengt ons naar een van de eenvoudige huisjes onder de heuvel. Hij smoest wat een we moeten binnen op een kleed op de grond zitten. Op een kleedje ligt een kind te slapen. Andere kinderen kijken soms om het hoekje van de deur naar het vreemde bezoek. Een aardige, gesluierde vrouw met licht misvormde ledematen schenkt ons Turkse thee (foto hier) Zij is de derde vrouw van een rijke man en moet op diens kinderen passen. Het burgerlijk recht in Turkije is op westerse leest geschoeid en bigamie is verboden, maar in uithoeken als deze komt veelwijverij dus nog gewoon voor.

  

Verder gaat het weer, opnieuw zo´n 15 kilometer naarhet noorden door de zinderende woestijnheuvels. Zonder airco in het busjes hadden we dit vast niet volgehouden. De volgende lokatie is opnieuw verbluffend. Het is een armoedig dorp met de naam Soğmatar naast een hoge heuvel van een vrijwel volledig verkruimeld kasteel en een hoge, kale rots. We parkeren ons busje in de schaduw onder wat bomen. Om die rots gaat het, beduidt Jamal. We klauteren

 

De Soemerische maangod Sin

Soğmatar. Relëfs van de Maangod Sin

(links) en diens zoon Utu, de Zon

De Soemerische zonnegod Utu

 

omhoog. Halverwege de top is een ingang naar een grot uitgehakt, maar er is slechts één kamer zonder bijzonderheden. We klimmen verder en dan staan we opeens, vlak onder de top, verbluft voor twee rotsreliëfs (zie de foto´s hierboven en nog eentje hier) De linker stelt de Soemerische Maangod Sin voor, de rechter is zijn zoon Utu, de zon. Van deze godenwereld weet ik niets af. De zonnegod heeft een stralenkrans om zijn hoofd en in beide handen lijkt hij voorwerpen te dragen, in de linkerhand iets als een neerhangend kromzwaard, rechts kan ik niet onderscheiden. De maangod heeft geen andere tekenen. Gelaatstrekken kun je nauwelijks onderscheiden. Is dat zo bedoeld of is het erosie? We lopen naar de bovenkant, een rondlopend rotsplateau, haast alsof je boven op een enorme schedel staat. Hier vinden we inscripties in het Soemerisch, aldus Jamal (foto hier), nauwelijks leesbaar. De reliëfs en de inscripties zijn naar schatting 4500 jaar oud. Over honderd jaar zullen de inscripties volledig zijn uitgewist, denk ik. De reliëfs gaan misschien nog een millennium langer mee. Op de top van de schedelrots (zal ik hem maar noemen) kijken we ver rond in de omtrek. Op een viertal hoge rotstoppen in de omtrek zien we resten van bouwsels. Dat zijn heiligdommen voor de andere kinderen van de maangod, zegt Jamal, zoals Inanna (Venus) en andere planeten. In de harde bodem van de rots is een holte gemaakt met een goot, die exact in westelijke richting wijst, waar de zon ondergaat. Een offerkom met goot, lijkt het (foto hier) Alles heeft zonder twijfel een wezenlijke, astronomische oriëntatie, dunkt me, maar er is geen tijd om het verder uit te zoeken. We lopen terug naar de rand van de rotstop, waar je het verkommerde, verkruimelde kasteel kunt zien (foto hier) Daar is nooit meer iets van te maken. Onze tengere gids jamal komt naast me lopen. Van een van de anderen heeft hij gehoord dat ik dokter was. Hij toont zijn magere, pezige armen. Is het mogelijk om die dikker en gespierder te maken? Tja, excercises, zeg ik, maar let op, de meisjes houden van tengere jongens - meer dan van opzienbarende spierbundels. hij lacht.

 

Beneden bij de armetierige huisjes smoest Jamal wat met een oudere vrouw. Ze zal een traditionele lunch voor ons bereiden in haar eenkamerwoninkje: salade, ayran (karnemelk), platte broden, koud water en thee. Onderwijl brengt Jamal Jaap en mij (de anderen hebben geen zin meer) naar een merkwaardige grot tussen de huisjes, de Pagnon Cave geheten. Vol verbazing staren we naar een hele rij reliëfs van de hele Soemerische godenwereld. De reliëfs zijn grof, er niets aan details te herkennen. Was dat altijd zo? Jamal beweert dat 50 jaar gelden, toen het toerisme opkwam, mensen er stukjes vanaf hakten. Hm. In elk geval is het een even merkwaardig als deprimerend gezicht (drie foto´s hier) We keren terug naar het huisje en genieten van de eenvoudige lunch. Ans koestert op haar schoot een aanvallig kindje van vier maanden (drie foto´s hier) Dan is het tijd om terug te keren. Na een kilometer of twintig komen we weer in het groene, geirrigeerde en vruchtbare landbouwgebied rond Şanliurfa. Om vier uur zijn we in het hotel, moe maar vol van indrukken. Jamal keert per dolmuş terug naar Harran. ´s Avonds wil ik het verslag maken, maar dat gaat niet. Op het bewerkingsscherm van de website zie ik dat mijn ruimte op de server van Maakum 0 MB is. Hè? Nu houd ik het niet elke dag bij, maar voor mijn gevoel moet ik nog minstens 40 MB hebben. Zoiets gebeurt uiteraard precies op vrijdagavond, als het weekend ingaat. Ik stuur een mail aan Maakum, maar vooralsnog kan ik niets. Terug naar boven

Mersin

Onderweg naar Mersin rijden we de hele dag over 2 x driebaans snelwegen
Onderweg naar Mersin rijden we de hele dag over 2 x driebaans snelwegen

Zaterdag 31-07-2010

Vandaag 426 kilometer afgelegd. Sedert Marmaris is dat 3510 kilometer.

 

Tijdens de tocht naar Harran gisteren en ook ´s avonds tijdens het diner had ik geen last, maar de afgelopen nacht loop ik volledig leeg. Dat had ik niet meer verwacht, het zij zo. Ik ontbijt met mate. Vandaag gaat het goed met mijn darmen. Om acht uur rijden we weg. Eigenlijk jammer om Şaliurfa nu alweer te verlaten, ondanks de hitte (gisteren was het overigens 48°), er is nog zoveel dat we niet hebben kunnen zien. Met name had ik willen kijken of er nog iets rest van het kortdurende Graafschap van Edessa, een staatje gesticht door de ridders van de eerste kruistocht. Maar we moeten op tijd in Marmaris terug zijn.

 

Buiten de stad komen we op een uiterst moderne, tweemaal driebaans snelweg (foto hiernaast), compleet met rustplaatsen, wegrestaurants en tolpoorten. Daar halen we gemakkelijk gemiddelden van 100 – 110 kilometer per uur. De blik gaat op oneindig. Opnieuw raak ik onder de indruk van de giga-schaal van het ZuidOost Anatolië Project. Overal is landbouw en veel hellingen en velden zijn groen, daar waar eerst niets groeide. Om kwart voor tien passeren we noordelijk langs de miljoenenstad Gaziantep. Vanaf daar zakken we geleidelijk ongeveer duizend meter naar de kustvlakte rond de stad Adana. De snelweg gaat maar door en de moyenne blijft hoog. Boven ons zweven af en toe grote witte adelaars boven de wegbermen en de velden. De uiteinden van hun vleugels zijn zwart gevorkt. Ook passeren we een veld met wel twintig foeragerende ooievaars.

 

Veel eerder dan gedacht arriveren we in de nieuwerwetse havenstad Mersin, slechts een halve eeuw geleden gebouwd om het gebied rond Adana een haven te geven. De grote bloei kwam in 1991 tijdens de Eerste Golfoorlog van pappa George Bush, toen de stad fungeerde als overslaghaven voor alle materieel dat naar Irak moest. Daarna is de bedrijvigheid in de haven weer wat ingezakt maar als we langs de boulevard rijden om die haven eens te bekijken, zien we toch grote terreinen vol met containers. Herinner je dat we aanvankelijk het plan hadden om onze boten hier weg te leggen en de tocht door het binnenland vanuit Mersin te maken. Dat was inderdaad niet zo gemakkelijk gelukt. Aan de zuidwestrand van de stad is men weliswaar druk bezig een grote marina te vestigen en er wordt druk gebouwd aan voorzieningen. Een groot project dat voorlopig nog niet af is en er ligt geen enkel jacht aan de steigers. In de westhoek van de stadhaven ligt een klein haventje voor vissers, retaurantboten en plezierjachten, maar het ziet er niet echt safe uit.

 

We vinden een hotel in de binnenstad, niet ver van de boulevard. Een overigens erg lange en grappige boulevard, omdat de gazons onder de talrijke schaduw biedende bomen vol staan met beelden en objecten – waaronder een Zaanse molen – die kunstenaars hebben gemaakt. Vele zijn tamelijk kitscherig, maar het is toch een levendig geheel. De hele stad is trouwens levendig. We zien een aantal toeristenbussen uit buurland Syrië voor de duurdere hotels staan. Ons hotel dus, Hotel Gökhan, is niet duur, beschamend goedkoop zelfs (50 Tl per kamer met ontbijt), en biedt toch schone kamers met redelijk sanitair en airco. Hier aan zee is de warmte minder dan in Şanliurfa maar wel vochtiger. Morgen verder naar het westen. Terug naar boven

Alanya

Mersin. Voor het hotel raakt Ans vertederd van een broodmager jong katje vol met vlooien
Mersin. Voor het hotel raakt Ans vertederd van een broodmager jong katje vol met vlooien

Zondag 01-08-2010

Vandaag 402 kilometers gereden, In totaal vanaf Marmaris is dat (exclusief excursies) 3912 kilometer.

 

Nu we weer een klimaat met hogere luchtvochtigheid zijn, beging Ans´haar grappig te krullen. Gisteravond in Mersin lopen we door straatjes met handeltjes en bedrijfjes, zó druk dat het lijkt of je door een bazaar loopt (foto hier) Daarna lopen we langs de boulevard naar de het kleine haventje in de westhoek. Eerder op de dag zagen we er een rij restaurantboten liggen, die er wel gezellig uit zagen. Dat blijkt een goede gok. Op de bovenverdieping van die boten zit je in een verkoelende wind van zee. De eigenaar is een Turk die Duits spreekt. Heeft er uiteraard gewerkt. We nemen gegrillde makreel en dorade (çupra) die prima smaken. De eigenaar heeft geen vergunning voor alcoholica, die wordt daarom geserveerd in grote koffiemokken (bier) en glazen die met zilverpapier zijn omwikkeld (foto hier) In beide gevallen ziet de politie vanaf de kant het niet, denkt de eigenaar.

 

Vanmorgen reizen we om half negen af. De stad is stil, kennelijk viert men hier toch zondag. We laden de mini-bus in op het parkeerterreintje tegenover het hotel. Nu het zo stil is, valt op hoe smerig de stad eigenlijk is. Ans ontwaart een piepjong straatkatje (foto hiernaast) Het hart van mijn liefste breekt. Het katje is broodmager, de pootjes mager als stokjes trillen en het beestje heeft zoveel vlooien dat ze ernaast op de grond lopen. Toch reageert het verrukt op de liefkozing van Ans. Het is ten dode opgeschreven, dat is duidelijk. Ans haalt wat worst uit de auto, het beestje heeft in elk geval vandaag een goede dag. De eigenaar van het bootrestaurant heeft ons gisteren afgeraden om het hele traject naar de badplaats Alanya over de kustweg af te leggen. Teveel stoplichten en teveel opgebroken gedeelten, je schiet er niet op. Daarom besluiten we verderop een weg door het binnenland te nemen. Dwars door het oostelijke Tauros-gebergte. In de oudheid was deze route, die over hoge bergpassen voert, bekend onder de naam Cilicische Poorten.

 

Op de kustweg naar de stad Silifke schieten we inderdaad niet op door de eindeloze reeks stoplichten die allemaal op rood springen als je aankomt. Nooit gehoord van een groene golf, die Turken? We rijden door een aaneengelegen rij badplaatsen die voorel door Turkse mensen worden bezocht. De stranden zijn mudvol, in en uit het water staan de mensen lijf aan lijf. De structuur van de badplaatsen is overal hetzelfde: strand, rij hotels snacbars en winkels, autoweg met stoplichten en dan weer een rij hotels, snackbars en winkels. Het zou afgezien van de opschriften net zo goed het Spaanse Marbella kunnen zijn. We passeren ook de haven van Tirtar of Kumkuyu, die er redelijk goed uitziet. Na veel oponthoud naderen we de stad Silifke, waar we af moeten slaan, de bergen in. Silifke was in de oudheid Seleucia, gesticht door Seleucius I Nicator, een van de opvolgers van Alexander de Grote. De stad is ondermeer bekend vanwege zijn tweelingkastelen. Het eerste zien we al uit verte, het ligt op eilandje voor de kust, Kizkalesi geheten. Het zou het Meisjeskasteel heten, naar de legende van een koning die er zijn dochter opsloot na een voorspelling dat zij een vroege dood zou sterven. Helaas, in een mand eten zat een slang die haar een dodelijke beet gaf. Het andere kasteel, Korkyos, ligt op de wal ertegenover. Ze zijn beide gebouwd in de tijd van het Oost-Romeinse (Byzantijnse) Rijk, werden veroverd door de Seltsjukken en heroverd door ondermeer de kruisridders. Silifke is zelfs een tijdje in bezit geweest van de (ons van Malta bekende) hospitaalridders, de beroemde bouwers van forten.

Alles op de eb en vloed van de geschiedenis die deze regio zo kenmerkt.

 

De belangrijkste van de Cilicische Poorten is het dal van de Göksu rivier. Bij Silifke slaan we dat in en stijgen met grillige bochten een schitterend kloofdal in met dramatische vergezichten. Ver beneden ons stroomt de rivier, omzoomd door oevers van rotsen en grind (foto hier) Op 10 juni 1190, aan het begin van de Derde Kruistocht, verdonk hier de machtige keizer van het Heilige Romeinse Rijk, Frederik Barbarossa. Naar verluidt wilde de keizer een bad nemen. Hij werd reddeloos meegesleurd door de stroom. Hoe kon men een keizer laten verdrinken? Van de herovering van de heilige stad Jeruzalem kwam niets meer. Het leger viel in verwarring uiteen. Een gering feit, een keizer gaat baden en verdrinkt. Zou de geschiedenis veel anders zijn geweest, ware hij niet verdronken?

 

In het stadje Ermenek hoog in de bergen vinden we een knus, beschaduwd terras voor de lunch. Water stroomt aan de bergzijde over een rots, die daardoor merkbare koelte aan het terras afgeeft. We gaan zitten aan een tafeltje en bestellen forel (alabalik) Er klinkt opeens een prachtig lied door de luidsprekers, een lichte mannenstem, slechts begeleid door een enkele saz (Turks snaarinstrument) Ik ben getroffen en vraag naar de naam van de zanger. Dat is Yavuz Bingöl en het lied heet "Kara Tren", vertelt de student die ons bedient. Ik zal zeker proberen een CD met dat lied te bemachtigen.

 

Na Ermenek moeten we verder door het gebergte en zien om de kust in het westen bij Aloanya te bereiken. We volgen uiterst smalle bergweggetjes die soms langs diepe afgronden voeren. Op zeker moment stuiten we op een stopbord (foto hier), de weg is afgesloten wegens werkzaamheden. Wat nu? Terugrijden en een andere weg zoeken zal vele uren vergen. We besluiten een kilometer terug te rijden waar wen mensen langs de weg zagen. Gewoon doorrijden, zeggen die. Volgen een tiental kilometers waarin we omzichtig over steenslag en zand manoeuvreren, wolken stof opwerpend. Soms kunnen we nét langs hopen keien en ander bouwmateriaal. Vol opluchting passeren we na een goed halfuur het stopbord aan de andere zijde. Daartreffen we veel piknikkende Turkse families onder de bomen. De weg slingert verder. We rijden door dorpen waarvan je de namen al bij het uitrijden vergeten bent. Dorpsbewoners zitten voor hun huizen. Gelsuierde vrouwen en traditioneel geklede mannen kijken ons berustend na. Lange tijd zitten we achter een vrachtwagentje, dat we op de smalle kronkelweg niet kunnen passeren. Waar is de Turkse wellevendheid? Tenslotte gaat hij voor ons even aan de kant. Daarna voert de weg langs een steile rotswand links en een kilometerdiep ravijn rechts. De weg is in de steile wand uitgehouwen; het voelt alsof je als een vlieg langs een muur kruipt.

 

Uren later arriveren we in een verschrikkelijk oord. Het toeristenstadje Alanya. Volledig overwoekerd door honderden langs het eindeloze strand aaneengeregen hotels en resorts. Allemaal overigens volbezet, het is natuurlijk hoogseizoen. We zoeken ons heil in het binnenstadje, waar we op 200 meter van het strand - waar we niet heengaan - een hotel vinden met wat vrije kamers, het Safran Apart Hotel. Godzijdank hebben de kamers airco en goed sanitair. Beneden is een restaurant waar we in het gangbare ober-Hollands worden toegesproken en waar we overigens goed eten krijgen. We verlangen intens om terug aan boord te zijn. Overmorgen! Terug naar boven

Fethiye

Het Safran Apart Otel in Alanya.
Het Safran Apart Otel in Alanya.

Maandag 02-08-2010

Vandaag 346 kilometer afgelegd. Dat maakt in totaal 4258 kilometer (exclusief excursies) vanaf Fethiye.

 

Vannacht lopen we allebei weer leeg. Ik heb zo genoeg van het diarhee-gedoe dat ik vanochtend bij een apotheek in de straat breedspectrum antibiotica haal. We krijgen bericht dat Ans´moeder het ziekenhuis weer verlaten mag, de electrolytenbalans in het bloed is hersteld en ze is niet meer in de war. Maakum bericht met excuses dat er dit weekend een storing was en dat ik inderdaad nog ruim voldoende serverruimte heb. We vertrekken iets later dan anders want we mochten wat uitslapen. De kustweg naar Antalya is weinig spectaculair maar we schieten goed op. Daarna rijden we opnieuw door een gebergte; vanaf Antalya steken we de westelijke Taurus over. In de buurt van de ruïnes van de oude Helleense stad Termessos, waar we niet heengaan, kopen we van een boertje langs de weg een tros bananen en wat appels. We rijden snel weer door en bereiken halverwege de middag Fethiye. Het havenstadje waar we eerder met de boot waren en dat we onderhand redelijk kennen. Schuin tegenover het Classic Yacht Hotel (waar ik een week op de terugkeer van Ans wachtte) vinden we een klein pension voor de nacht: Villa Irem Pansiyon. Bij het Classic Yacht Hotel eten we voortreffelijk peper steak. Morgen thuis! Terug naar boven

Marmaris (9)

Terug in Marmaris. Dulce ligt er prima bij. Op het voordek wappert de was
Terug in Marmaris. Dulce ligt er prima bij. Op het voordek wappert de was

Dinsdag 03-08-2010

Vandaag 164 kilometer afgelegd. Het totaal voor de hele reis komt daarmee op 4422 kilometer.

 

Vandaag leggen we de laatste paar honderd kilometers af vanaf Fethiye naar onze tijdelijke thuishaven Marmaris Yacht Marine. Weinig spectaculair, maar wel door een mooi landschap met veel pijnbomenbossen. Even na het middaguur arriveren we bij de toegangspoort. Het voelt als thuiskomen. We zijn allemaal razend benieuwd hoe de bootjes erbij liggen. Onderweg naar de B-steiger passeren we de Mermaid, die op de wal ligt voor reparatiewerk. Josje & Gerard kijken blij verrast op. Gedurende de tijd dat hun schip on the hard ligt logeren ze aan de overkant in het Pupa Yat Hotel, waar we een paar keer ankerden. Lord Byron is in zijn kooi op hun kamer daar, maar het gaat heel goed met His Lordship, verzekeren ze ons. Zijn logeerpartij doet hem kennelijk goed, want hij verloor nog slechts één veer en hij zingt er dagelijks duchtig op los. Kan een kanarie zijn ruiperiode min of meer overslaan? Wie weet. Morgen komt hij terug.

 

Ons scheepje ligt er prima bij en dat geldt ook voor de andere twee boten. Geen vreemde zaken en gteen kakkaerlakken. In een uur hebben we de bagage uitgepakt en opgeruimd en alles weer aan de gang (afsluiters, toiletten, walstroom, water, wasmachine, windscoop, e.d.) Een van de solar light tuinkabouters uit Malta heeft zijn lampje verloren, maar ik heb er wat in reserve. Een nieuwe is er zo opgeschroefd. Het is warm in Marmaris, maar sedert de 48° Celsius van Sanliurfa is 38° haast koel. De schone was klappert vrolijk aan de genuaschoten die als waslijnen dienen (foto hierbij)

 

´s Middag boodschappen in de havensupermarkt. Niet teveel kopen, we moeten immers over een week naar Holland. Ans heeft nog steeds last met haar darmen. We vinden in ons geneesmiddelenkastje een breedspectrumantibioticum waar ze niet overgevoelig voor is. Met mij gaat het goed. Ernst Steinmeier van het blad Zeilen belt op met de mededeling dat mijn artikel over de Donau-delta (waar we vorig jaar augustus waren) in het septembernummer zal verschijnen. De ingekorte versie zal hij nog mailen. Ook mijn stuk over de Bosporus willen ze plaatsen, wanneer is nog niet bekend. De komende dagen zal ik de achterstand op de website zien in te lopen. Het is heerlijk om weer aan boord te zijn. Terug naar boven

Marmaris (10)

Marmaris Yachtmarin. Lord Byron is terug op zijn vertrouwde plekje. Achter ons ligt nog het marinevaartuig in de verkoop
Marmaris Yachtmarin. Lord Byron is terug op zijn vertrouwde plekje. Achter ons ligt nog het marinevaartuig in de verkoop

Woensdag 04-08-2010

Wat redderen aan boord en verder uitrusten. Afgelopen nacht was er veel wind uit het noordwesten maar in de loop van de vroege ochtend wordt het kalm. De wind draait naar het zuiden en ik draai de windscoop mee om. Die zorgt voor een aangenaam zuchtje wind in de kajuit. Een nadeel van ons schip is dat er in de achterkajuit, waar we slapen, geen dekluik is. Daar kun je dus geen windscoop in hangen en het is er ´s nachts erg warm. Daarom slaap ik bij warm, windstil weer meestal buiten op een bank in de kuip en Ans beneden met de ventilator aan. We zijn op onze tocht door Anatolië natuurlijk ook gewend geraakt aan airconditioning.

 

´s Ochtends komen Gerard & Josje onze Lord Byron terugbrengen. Hij kijkt verbaasd maar ziet er prima uit. We hangen de kooi op zijn vertrouwde plekje en binnen tien minuten zingt hij erop los (foto hiernaast) Ik werk weer een deel van de achterstand in de verslagen bij. Vooral het verhaal over ons onvergetelijk bezoek aan de oeroude stad Harran en zijn omgeving vergt veel tijd. Het is ook nog niet helemaal af. Het blad Zeilen stuurt me een kaartje van de Donau-delta, dat ze bij mijn artikel willen plaatsen. Ik moet er de route op aangeven die we toen volgden. ´s Middags zwemmen we wat om af te koelen en ´s avonds komen Jaap & Diana een borrel drinken.

 

Nu we weer een redelijke Internetverbinding hebben, lees ik me bij in het nieuws. Informateur Lubbers stuurt af op een rechts kabinet van VVD en CDA, dat door de PVV gedoogd zou moeten worden. Hm, het lijkt me in tactisch opzicht een handige positie voor Wilders. Ook lees ik gewoontegetrouw het nieuws in de zorgsector op de website van het blad Zorgvisie. Daar tref ik een nogal gemakzuchtig stukje van Carina van Aartsen onder de titel "Hardleerse bestuurders" Aanleiding is een nieuwe geschiedenis met een disfunctionerende medisch-specialist, nu in het Waterlandziekenhuis in Purmerend, waar de raad van bestuur te laat zou hebben ingegrepen. Ze haalt de eerdere zaken in Emmen en in Enschede aan en vraagt rhetorisch: "Waar blijven de bestuurders die ingrijpen vóórdat het kalf is verdronken?" Ik zou uit medelijden de disfunctionerende neuroloog te lang de hand boven het hoofd hebben gehouden. Tja, ik word moedeloos van mensen die een oordeel vellen zonder de zaak voldoende te kennen. Eigenlijk maar niet op reageren? Zo zit ik niet in elkaar en ik plaats een kort commentaar onder het stukje.

 

We eten aan boord. Ondanks de warmte bereidt Ans het soort pasta waar ik erg van houd. We zitten in de kuip, het is windstil, het water roerloos. De enorme sterrenhemel welft zich over ons. Wat kun je hier veel details zien! Een bleekgele maanschijf rijst op; hij is halfvol en ziet eruit als een partje van een meloen. Terug naar boven

Marmaris (11)

Marmaris. Luieren in het marina-zwembad
Marmaris. Luieren in het marina-zwembad

Donderdag 05-08-2010

Het is stil en warm weer. Soms brengt een zacht zuidenwindje wat verkoeling. Vanochtend vraag ik per e-mail bij onze bootverzekering een uitbreiding van het dekkingsgebied aan per 1 september. We zijn  nu verzekerd voor het zogenaamde "Groot vierkant", ook wel "Europese zeeën" genoemd. Dat ligt tussen 73° N - 24° N en 30° W - 35° O. Als we naar Cyprus, de Levant en verder varen dan komen we over de 35°-meridiaan heen. Verder werk ik in achter elkaar alle achterstallige verslagen bij. Ook het uitvoerige verslag van onze onvergetelijke tocht rond de oude stad van aartsvader Abraham, Harran, is nu af.

 

´s Middags zijn we in het marina-zwembad en mag er geluierd worden (foto hierbij) Over luieren is niks te vertellen. Terug naar boven

Marmaris (12)

Marmaris (12)

Vrijdag 06-08-2010

De maandelijkse update van de gemiddelde wereldtemperatuur in de onderste laag van de atmosfeer is er weer (zie hiernaast) De klimaatgadget op mijn homepage is ook al aangepast. Je ziet dat de temperatuur nog steeds hoog blijft, 0,49° Celsius boven het gemiddelde over de jaren 1979 - 1998. Daarbij komt dat er aanwijzingen zijn dat de zon nu eindelijk een nieuwe periode van verhoogde activiteit gaat vertonen. Maar zoals steeds: het blijft afwachten. Overigens verscheen er enige dagen geleden een nieuw rapport van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), waarin 300 klimaatwetenschappers uit 48 landen aan de hand van tien indicatoren (temperatuur boven land, in de troposfeer, boven de oceanen en van het oceaanwater - zowel van het oppervlaktewater als van het water op grotere diepte - de luchtvochtigheid, de stijging van de zeespiegel, de hoeveelheid zee-ijs, het oppervlak aan sneeuw en de omvang van gletsjers) concluderen dat ded aarde ondubbelzinnig bezig is op te warmen:

 

"For the first time, and in a single compelling comparison, the analysis brings together multiple observational records from the top of the atmosphere to the depths of the ocean. These independently produced lines of evidence all point to the same conclusion: our planet is warming"

 

Natuurlijk moet je je realiseren dat hiermee niet is bewezen dat die opwarming manmade is! Ook al denken velen dat. Het klimaat op aarde is over langere perioden immers nooit stabiel geweest.

 

Vanmorgen is het bewolkt en later valt er zelfs wat lichte regen. Daardoor is het vandaag wat minder warm. Om half elf breekt de zon weer door. Ik ben de hele dag heerlijk verzonken in de spannende, laatste thriller van de Zweedse misdaadauteur Henning Mankell, "De gekwelde man" (Ned. vert De Geus, 2010), die Ans in juli uit Holland had meegenomen. Om zes uur vanmiddag heb ik hem uit. Hm, eigenlijk vind ik het niet een erg geloofwaardig verhaal. Waarom niet? Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat Amerikaanse geheime diensten vandaag de dag nog bereid zouden zijn om hun spionage-activiteiten in een land als Zweden met behulp van moord toe te dekken. Of is dat naïef? Ik weet het niet, ik ken die wereld niet. Ik peins er wat over en ga naar de kapper en verder is er geen nieuws. Terug naar boven

Marmaris (13)

Omslag van de laatste CD "Kül" van Yavuz Bingöl
Omslag van de laatste CD "Kül" van Yavuz Bingöl

Zaterdag 07-08-2010

Gisteravond bel ik mijn jongste zoon Bas. Er is enige reden tot bezorgdheid over de voortgang van zijn studie "Composition for the Media" in Utrecht. Hij ligt achterop en heeft nog tot 18 augustus a.s. de tijd om de achterstallige werkstukken in te leveren. Anders wordt hij niet tot het volgende studiejaar toegelaten. Hij verwacht zelf dat het nog in orde zal komen. Laten we het hopen, hij is per slot 20 jaar en moet zijn verantwoordelijkheid kunnen dragen.

 

Vanochtend ga ik met Jaap met de dolmuş naar Marmaris, een halfuurtje rijden. Ik wil het prepaid tegoed voor mobiel internet bij het Vodafone-filiaal aan vullen en zien een CD van Yavuz Bingöl te vinden. Beide zaken lukken, dat wil zeggen, er is maar één CD van de zanger aanwezig, zijn laatste album met de titel (ik kan het niet helpen) "Kül" Terug aan boord speel ik hem: geen Turkse traditionals zoals ik had verwacht, maar welluidende, wat weemoedige en enigszins zoetige liederen. In één van de bezocht5e muziekzaken bood een meisje aan om de CD voor me op te scharrelen, waarop het nummer "Kara Tren" staat. Dat is het nummer dat ik tegen het einde van onze binnenlandse tocht op een terras in het bergdorp Ermenek in de oostelijke Taurus hoorde en dat veel indruk op me maakte. Ze was ervan overuigd dat het haar zou lukken.

 

Jaap en ik zoeken in een aantal watersportwinkels naar een trechter met filters voor diesel. Als we straks in minder courante gebieden komen, kom je regelmatige brandstof tegen van zeer bedenkelijke kwaliteit. Voor je het in je tanks stopt, kun je de ergste vuiligheid eruit filteren met zo´n filtertrechter. Helaas vinden we er geen. wel op Internet, bijvoorbeeld de MrFunnel. In Turkije hebben ze geen dealers en in Cyprus ook niet; er zouden twee dealers in Nederland zijn, in Koudum (Swiss Tech Benelux) en Kramp in Varsseveld. Ik zal er dus eentje uit Holland moeten meenemen.

 

Ik breng enkele minimale correcties aan in het door Zeilen ingekorte artikel over de Donau-delta. Eigenlijk ben ik niet erg tevreden meer over het stuk. Het is nu teveel een "we-voeren-van-hier-naar-daar" stuk geworden. Zonde dat artikelen in geïllustreerde bladen vandaag de dag zo kort moeten zijn. De huidige lezer zou luier zijn dan vroeger en het beeld moet domineren. Ik geloof er niks van, een goed stuk moet je juist lekker lang bezighouden, vind ik. Ondertussen vind ik op Internet ook de vertaling van het lied "Kara Tren", althans van de titel die zoiets als "truck met aanhangwagen" betekent, en wat video´s waarin Bingöl het lied vertolkt. Een lang lied, zeker 5 minuten. Beluister het ondermeer hier. Wat zou "Kül" eigenlijk betekenen? "As", zo blijkt. As van vuur of - je zou het haast denken - de as van een vrachtwagen? Om vijf uur duik ik ter verkoeling even van de steiger het water in. Straks komen de crews van Anégada, Mermaid en Kiara een borrel drinken, daarna gaan we met zijn allen uit eten. Zaterdagavond. Terug naar boven

Marmaris (14)

Het seismogram van 7 augustus 2010. In de rode cirkel waarschijnlijk de registratie van de aardschok die we gisteravond tijdens de borrel voelden. Bron KNMI
Het seismogram van 7 augustus 2010. In de rode cirkel waarschijnlijk de registratie van de aardschok die we gisteravond tijdens de borrel voelden. Bron KNMI

Zondag 08-08-2010

Gisteravond, tijdens de overigens erg gezellige borrel bij ons in de kuip, ontstaan er zomaar ineens flinke golven. De jachten aan de steiger slingeren plotseling wild heen en weer en ook de betonnen drijflichamen waaruit de de steiger zelf bestaat, golven op en neer alsof ze cakewalk vormen. We kijken rond, welk passerend schip heeft met zijn kielzog deze deining veroorzaakt? Maar er is geen schip. Het is een aardschok, een flinke ditmaal. Je hebt ze hier vrijwel dagelijks. Geleidelijk dooft de deining uit. We wijden ons weer aan drank en hapjes en gezellige kout. Het diner in de romantische tuin van het marina-restaurant later in de avond is lekker en levendig.

 

Het waait vannacht stevig uit het noordwesten. De meltemi lijkt de kop weer te hebben opgestoken. Vanmorgen denk ik opnieuw aan de aardschok. je zou hem misschien kunnen vinden op het live-seismogram van het KNMI. Dat registreert iedere aardbeving en iedere kleinere aardschok, waar ook ter wereld. Inderdaad, op het seismogram van 7 augustus 2010 zie je een blauw streepje om 15.56 uur. Dat is UTC, dus voor Turkije moet je er drie uur bijtellen: 18.56 uur, het exacte tijdstip dat de plotselinge deining hier ontstond (ik heb er een rood cirkeltje om gezet, zie hiernaast)

 

Op de website van de NRC lees ik dat de Britse historicus Tony Judt op 62-jarige leeftijd is overleden aan de dodelijke spierziekte ALS. Een paar jaar geleden las ik vol bewondering zijn magistrale boek "Postwar. A history of Europe Since 1945" (2005) Judt stierf bitter over het lot dat hem trof; nog begin dit jaar dicteerde hij er een aangrijpend stuk over dat op 14 januari 2010 in de New York Review of Books verscheen onder de titel "Night" Judt dicteerde, volledig verlamd, vanaf het ziekbed zijn zeer leesbare herinneringen in het blad tot vlak voor zijn dood. Daaruit dit citaat:

 

        Tony Judt, 1948 - 2010

"I believe I can understand and even empathize with those who know what it means to love a country. I don’t regard such sentiments as incomprehensible; I just don’t share them. But over the years these fierce unconditional loyalties—to a country, a God, an idea, or a man—have come to terrify me. The thin veneer of civilization rests upon what may well be an illusory faith in our common humanity. But illusory or not, we would do well to cling to it" (Uit: "Edge People", 13 mei 2010)

 

Zijn laatste stukje staat in het nummer dat op 19 augustus gedateerd is, alsof hij na zijn dood nog steeds dicteert. Terwijl ik dit schrijf begint de boot opeens wild te bewegen. De zware betonnen elementen van de steiger springen op en neer. Golven slaan eroverheen. Weer een aardschok? Het live-seismogram van het KNMI toont nog niets, maar het loopt zo te zien ongeveer 20 minuten achter. Een halfuur later kijk ik opnieuw en zie, er staat kort na UTC 7.00 uur (hier 10.00 uur) een blauw streepje. Dat moet hem zijn.

Omdat de noordwestenwind blijft doorstaan is het vandaag niet zo warm. Om elf uur hebben we een bijeenkomst in onze kuip met Anégada en Kiara, om de plannen voor de tocht naar de Levant wat meer vorm te geven. Duidelijk wordt dat we kiezen voor de route via Noord-Cyprus. Op 18 september zullen we samenkomen in de haven van Girne aan de noordkust. Tot die tijd trekt ieder zijn eigen plan. Van Girne willen we oversteken naar de Syrische haven Latakia, waarschijnlijk in twee dagtochten, waarbij we een nacht ankeren achter de lange, noordwestelijke steel van het steelpanvormige Cyprus. Geert zal alvast onze komst aankondigen bij de Syrian Yachtclub in Latakia, die behulpzaam zijn bij het verwerven van een visum voor 18 dagen.

 

De rest van de dag bestaat uit lezen, zwemmen en luieren. Ik ben begonnen in het boek "The Extraordinary Voyage of Pytheas the Greek" van de Britse archeoloog Barry Cunliffe (Penguin, 2001/2), dat ik via Amazon.com op de kop kon tikken en dat Ans in juli voor me meebracht. Pytheas reisde omstreeks 330 vChr. vanaf de Griekse kolonie Massalia (Marseille) naar de onbekende noordelijke landen en zou behalve Engeland ook IJsland en Denemerken bezocht hebben. Met enige jaloezie: hij was een reiziger in een tijd dat er nog veel te ontdekken viel. Terug naar boven

Marmaris (15)

Koperkleurige zonsondergang achter een traditionele Turkse gulet aan de buitenkant van onze steiger in Marmaris Yacht Marina
Koperkleurige zonsondergang achter een traditionele Turkse gulet aan de buitenkant van onze steiger in Marmaris Yacht Marina

Maandag 09-08-2010

Een vredige avond, gisteravond. De zon gaat iedere avond met een zachte koperkleur onder achter een mooi gerestaureerde Turkse gulet die aan de buitenkant van onze steiger ligt (foto hiernaast) Net een paar dagen geleden de koffers uitgepakt, vandaag beginnen we ze alweer te pakken. Het zij zo. Jaap & Diana zullen op Lord Byron passen. Ze vertrekken deze week naar de Fethiye Baai en zullen daar wat rondzwerven tot we terug keren uit Holland. daarna gaan we samen naar het gebied van de Kekova Roads en Kastellorizon, het meest oostelijke eilandje van Griekenland, en steken de grote baai van Alanya over, op weg naar het rendez-vous met Anégada in Noord-Cyprus op 18 september.

 

Ik loop naar de ingangspoort van de marina en reserveer een taxi om ons morgenochtend vroeg naar het vliegveld Dalaman te brengen. Kosten: 60 €. Onze bank bericht dat ze onze bootverzekering per 1 september hebben overgesloten, van Delta Lloyd naar Unigarant, wegens de ruimere voorwaarden van de werelddekking bij de laatstgenoemde.

 

Op 20 mei jl. heb ik de Sociale Verzekerings Bank per e-mail ingelicht dat we weer buitenslands vertoeven. We zouden een offerte ontvangen voor vrijwillige voortzetting van de AOW-verzekering. Nooit meer iets gehoord. Vandaag stuur ik ze een reminder. Het antwoord volgt prompt: door omstandigheden heeft het langer geduurd, maar ze streven ernaar dat we volgende week de offerte ontvangen. Gerard & Josje komen afscheid nemen. Het zeilersbestaan; je weet nooit wanneer je ze weer terug zult zien. We gaan zwemmen en vanavond uit eten met Jaap & Diana in restaurant "The Green House" op de weg naar Marmaris. Voor die tijd pakken we de koffers grotendeels in. Het wordt een korte nacht. Terug naar boven

Gorinchem

Ergens boven de Balkan zien we een rivier. Mogelijk de Donau?
Ergens boven de Balkan zien we een rivier. Mogelijk de Donau?

Dinsdag 10-08-2010

Om vijf uur loopt de wekker af maar we zijn al klaarwakker omdat het zo benauwd was, vannacht. In een uur hebben we alles klaar, het schip in orde, onszelf gewassen en de laatste spullen ingepakt. De bewakers van de marina rijden in een golfkarretje voor om onze bagage en ons over de steiger naar de gereedstaande taxi te vervoeren. Service, daar in Marmaris Yacht Marine! De taxichauffeur heeft er de sokken in. Over het langzaam ontwakende land scheuren we naar het internationale vliegveld van Dalaman. Daar blijkt dat onze Corendon-vlucht een uur vertraging heeft. Na de check-in en twee contrôles door chagrijnige beveiligingsbeambtes installeren we ons in de vertrekhal en lezen (foto hier) Ik pijnig mijn brein met de eerste lezing van een nieuw boek over nieuwe ontwikkelingen in de snaartheorie: "The Universe Before the Big Bang. Cosmology and String Theory" van de Italiaanse snaartheorethicus Maurizio Gasperini (Springer, 2008) Ahum, ik heb zonder enige twijfel meerdere lezingen nodig. Toch is het wel fantastisch dat de snaartheorie zich nu zo ontwikkeld dat de Oerknal zijn status als beginpunt van ruimte en tijd bezig is te verliezen en nu wordt gezien als een transitiefase van een eerdere toestand. Als dit allemaal blijkt te kloppen, dan maken we een nieuwe revolutie in de fysica en vooral in ons kosmologisch wereldbeeld mee. Ik wil de lezer uiteraard niet een avontuurlijk citaat onthouden:

 

"We may say that string theory suggests in various ways the possibility that our Universe emerges from a primordial state which is unstable, empty and flat, and has no interactions. The Big Bang, within this scenario, is interpreted as a moment of violent and explosive transition from an increasing curvature phase to a decreasing-curvature phase, thus corresponding to an intermediate state in the history of our Universe rather than to the beginning" (blz. 51)

 

Gasperini heeft geen medelijden met de lezer. Zeer intrigerend is natuurlijk de vraag of dat Universum vóór de Oerknal altijd en in alle eeuwigheid bestond of dat het toch ergens een begin had. Jawel, het laatste was het geval en het wordt als "the asymptotic state called the perturbative vacuüm" aangeduid. Pfff...maar ver boven de wolken op weg naar Holland is het heerlijke lectuur om over te peinzen en zachtjesaan boven in slaap te sukkelen. Net op tijd ontwaak ik weer om beneden me langs de vleugel ergens boven de Balkan een bocht van een rivier te zien. Mogelijk de Donau (foto hierboven)

 

Ans´ zoon Derrick haalt ons van Schiphol. Het is droog en met 20° aangenaam van temperatuur. Onderweg valt er lichte regen. Tegen half vier zijn we op zijn nieuwe flat in Gorcum. Op de confrontatie met kleinkind Liam waren we voorbereid en toch is het hard. Desondanks vind ik dat hij er behoorlijk op vooruit is gegaan in de drie maanden dat ik hem niet zag. Weliswaar kan hij nog steeds niet praten en gerichte bewegingen beheerst hij niet, maar hij is veel rustiger, minder spastisch en zich duidelijk bewust van alles wat er om hem heen gebeurt. Ach, en dan is er ons Tsjechisch boertje, de kleine Caelan, die ik doorgaans De Brave Soldaat Schweyk pleeg te noemen. Ons logeetje in het vakantiehuisje in Veen loopt nu als een kievit en overstelpt allen met zijn peuter-enthousiasme.

 

We gaan snel op bezoek bij Oma Steers, de moeder van Ans, in het verzorgingshuis. Het gaat niet echt goed met haar, ze is verward en kennelijk incontinent. Ans verschoont haar. We moeten de vraag onder ogen zien of het - ze is 91 jaar - zo verder kan. Bij Derrick & Kate op de flat vinden we de post die Tessa meebracht. Onder andere een brief van de Polikliniek Chirurgie van het Beatrixziekenhuis waarin de afspraak voor de verwijdering van het knobbeltje in mijn rechter oksel wordt afgezegd en waarin een nieuwe datum wordt genoemd: afgelopen vrijdag 6 augustus. Dat schiet lekker op! Morgen zullen we - zucht - bellen in de hoop dat de ingreep toch nog kan plaatsvinden tijdens ons verblijf in Holland. Terug naar boven

Gorinchem (2)

Gorinchem. De flat waar Derrick en Kate wonen op de 2e verdieping en waar we logeren
Gorinchem. De flat waar Derrick en Kate wonen op de 2e verdieping en waar we logeren

Woensdag 11-08-2010

Het is geen goede dag voor Liam vandaag. Hij heeft veel last van de chemotherapie en reageert erop met meer spastische contracties en kreten dan anders. Morgen moet hij voor bloedtests naar Rotterdam. Het is zo vreselijk aandoenlijk om het 4-jarige jongetje, zo machteloos in zichzelf opgesloten, te zien lijden. Toch zijn er wel positieve ontwikkelingen, bijvoorbeeld dat hij al vanaf mei geen bloedtransfusie meer nodig heeft gehad. Ook met Oma Steers gaat het vandaag belangrijk beter. Ans is de hele ochtend bij haar en dat zet zoden aan de dijk. Ze eet beter en is niet meer incontinent. Ans heeft via haar vroegere contacten in het ziekenhuis eerder deze ochtend geregeld dat ik komende vrijdag (de 13e) ´s middags in Leerdam de extirpatie van het knobbeltje in mijn rechter oksel kan ondergaan. Dan is de PA-uitslag er waarschijnlijk nog voor we naar Turkije terugvliegen.

 

Je vraagt je misschien af waarom we het ons zo moeilijk maken in ons leven. De reden daarvoor wordt me weer duidelijk als ik later in de ochtend wat doelloos de Gorcumse binnenstad in loop. Ik kan er niets aan doen dat het een schrijnend gevoel van hopeloosheid bij me veroorzaakt. Dat komt niet door de stad zelf, daar staat alles gewoon op zijn plaats en dat is best, maar het komt geloof ik vooral door de vele ouderen - van mijn eigen leeftijd - die zich er ophouden. Op de straathoeken, bij kruisingen en in winkelcentra hangen ze rond, staan wat te staren naar wat er wel en vooral naar wat er niet gebeurt, spreken elkaar weinig verheugd aan, ze zagen elkaar immers gisteren nog, sommigen zitten in wankele electronische voertuigjes en de meesten zijn veel te dik. In een tijdschriftenwinkel koop ik het augustusnummer van Zeilen. Er staat een ingezonden brief in van Ton & Ria Naaijen van het zeiljacht Dubbe. Ze schrijven dat de autoriteiten van het Suezkanaal het eigendomsbewijs van hun boot, het International Certificate of Propriety (ICP) dat door de ANWB verstrekt wordt, niet accepteerden. Daardoor mochten ze het kanaal niet passeren en moesten hun reis naar de Rode Zee afbreken. Ongehoord! Hun veronderstelling is dat dit document te weinig stempels heeft en er niet voldoende representatief uitziet. Ik denk eerlijk gezegd dat ze beter enige dollarbiljetten onder tafel hadden kunnen geven, dan was het vast wel gelukt. Niettemin is er misschien reden om toch iets als een Vlaggenbrief voor onze Dulce aan te vragen. Maar vlaggenbrieven worden niet meer verstrekt in Nederland. Je zou een zeebrief moeten hebben. Die worden verstrekt door het Kadaster. Uitzoeken. Altijd dat verwenste gezever van bureaucraten!

 

In bedrukte stemming loop ik verder. Ik heb al de hele dag het gevoel dat de tijd niet op wil schieten. Het is steeds veel vroeger dan het voelt. Vannacht had ik dat ook al. Time lack. Het is niet dramatisch, je wordt om zeven uur wakker als altijd, maar het is nog hartstikke donker - pas zes uur - en het is alsof die vertraging de hele dag voortduurt. Natuurlijk is de brug naar de stad ook dicht. Ik wacht voor de Korte Brug die juist open gaat voor een moterjacht en denk, dit is geen leven, ik zou onmiddelijk terug aan boord willen gaan. Tja, geen optie. Wat doe je dan? Je loopt bijvoorbeeld een filiaal van Het Kruidvat binnen, net als ik vroeger gewend was, om te kijken of er nog een interessante, goedkope klassieke CD is van wie dan ook. Heb ik niet genoeg CD´s? Jawel, zeker wel. Maar toch, wie heeft ooit gehoord van de Russische componist Nikolai Roslavets (1881 - 1944)? Ik niet. Maar de CD met kamermuziek werken uitgevoerd door het Moscow Trio kost slechts € 5,99. Later lees ik op Wikipedia dat hij ook zo´n door het stalinisme en het latere Sovjet-regiem gemaltraiteerde componist was als Shostakovitch. In vergelijking daarmee stelt mijn ietwat chagrijnige nausée de vie niet zoveel voor. Ik drink koffie op een terras op de Grote Markt en sjok naar het huis van Ans´oudste dochter Barbara, voorzien van de jongste thriller van Tomas Ross, "De Tweede Verlosser" (Cargo, 2010) die me niet erg boeit ondanks het feit dat het verhaal voor een deel in Jeruzalem speelt. In de zon in de achtertuin van Barbara val ik in slaap. Morgen, donderdag, moet ik wat meer doel in de dag brengen. Terug naar boven

Gorinchem (3)

Het gebouw van Jeanneau-importeur Rob Krijgsman in Drimmelen. Begin 2002 kocht ik hier onze Dulce
Het gebouw van Jeanneau-importeur Rob Krijgsman in Drimmelen. Begin 2002 kocht ik hier onze Dulce

Donderdag 12-08-2010

Ans gaat vandaag met Kate, Liam en zijn kleine broertje Caelan mee naar het ziekenhuis in Rotterdam voor de chemotherapie van Liam. Onderwijl past ze op het kleintje. Vanochtend probeer ik uit te zoeken welke documenten vereist zijn voor de vaart door het Suezkanaal. Op de officiële website van de Suez Canal Authority word ik niet veel wijzer. Op de zeilerssite Noonsite staat een waarschuwing uit 2008 dat Britse jachten met een nieuwe SSR-registratie problemen ondervinden (SSR = Small Ships Registration) Waarom? Er staat - net als op het ICP - geen stempel meer op. "New SSR registration documents do not carry a stamp from the Registry" Dat lijkt inderdaad op wat deze maand in de ingezonden brief in Zeilen staat. Ik ben benieuwd welke scheepsdocumenten Anégada en Kiara bezitten. Daarna bel ik lang met het Kadaster. Een behulpzame man legt me de hele procedure uit voor de registratie en de verwerving van een zeebrief. Ik dacht dat je boot persé in Nederland moest zijn om het registratienummer "in te laten branden" Maar dat doen ze niet. Je krijgt een plaatje met het nummer opgestuurd, dat je zelf op je boot moet aanbrengen. Maar eerst moet drie documenten downloaden, printen, invullen en aan hen opsturen:

 

1. Aanvraag teboekstelling schip met lengte < 24 meter

2. Verzoek tot branding en/of aanbrengen microdots

3. Nationaliteitsverklaring (die sturen ze door aan de Inspectie Verkeer & Waterstaat)

 

Als bijlagen moet je een kopie van je paspoort en het origineel van een eigendomsbewijs (aankoopnota + kwitantie of bankafschrift, of iets dergelijks) meesturen. Hm. Het is nogal wat en bovendien ligt in ons geval de aankoopnota aan boord in Turkije. Maar de beambte denkt mee. Misschien kan de verkoper van uw boot een verklaring opstellen dat u de aankoopsom volledig heeft betaald, zegt hij. Natuurlijk, denk ik, dat wil Jeanneau-importeur Rob Krijgsman vast wel voor me doen. Het enige wat dan nog ontbreekt is het serienummer van mijn dieselmotor, dat heb ik niet paraat. Maar ik kan het straks uit Turkije mailen en bijvoorbeeld Tessa vragen het alsnog in te vullen. De hele procedure kost ongeveer een maand. Dat is voor ons op tijd.

 

Daarna bestel ik online bij Joan Jaarsma in het Friese Koudum het grootste diesel-trechterfilter dat hij heeft en bel met de onvolprezen medewerkster Berna van Rob Krijgsman Watersport BV om een en ander uit leggen over de Verklaring die ik nodig heb voor het Kadaster. Geen probleem, zegt ze. Kijk, zo ben ik nou graag bezig en dit bedoelde ik gisteren met "doel brengen in je dag" Ik stap in ons Fiatje Seicento, dat Ans´oudste dochter Barbara voor ons verblijf even heeft afgestaan, en rijd naar Drimmelen (foto hierboven) De verklaring ligt al klaar. Berna heeft ook een nieuwe uitzetspiraal voor me voor de bovenklep van onze koelkast. De oude was maanden geleden kapot gegaan. Bij een groot tuincentrum in de buurt koop ik nog wat reserve zonnelampjes voor de twee kabouters op onze hekstoel, die iedereen natuurlijk nog kent.

 

Op de terugweg kan ik het niet laten even langs Veen en Andel te rijden, de plaatsen waar we dit jaar kort woonden. In Veen staat het huis te koop. In Andel niets nieuws te zien. Even denk ik nog even langs te gaan op de Wilhelminasluis, maar het is te laat. Ik koop bij de AH in Almkerk een pot rolmopsen. Had ik al dagen zin in. Het is druk op de A27. Ik heb het gevoel dat iedereen kei- en keihard rijdt. Heb ik het rijden op de Nederlandse snelweg afgeleerd? Of ontwikkel ik een vroegbejaarde rijstijl? Ik voel me tamelijk moe, maar ik heb toch niet echt veel gedaan vandaag. Enfin, heelhuids arriveer ik in Gorcum. Even later is Ans ook terug. Met Liam ging naar omstandigheden goed. Ze was ook nog bij haar moeder geweest, die gelukkig redelijk opknapt. Geert mailt dat hij voor Anégada een oude, flink bestempelde vlaggenbrief bezit. Of dat voldoende is, weet ik natuurlijk niet. Morgen onder het mes, de chirurg zal het knobbeltje uit mijn rechter oksel snijden. Terug naar boven

Gorinchem (4)

Oppervlaktetemperaturen (2 meter hoogte) juli 2010 t.o.v. de gemiddelde juli-temperaturen in de periode 1971 - 2000. Vrijwel overal opwarming. Bron KNMI
Oppervlaktetemperaturen (2 meter hoogte) juli 2010 t.o.v. de gemiddelde juli-temperaturen in de periode 1971 - 2000. Vrijwel overal opwarming. Bron KNMI

Vrijdag 13-08-2010

Gisteravond scheert Ans met haar Ladyshave het haar uit mijn rechter oksel. We zijn een beetje giechelig tot ze flink pijnlijk uithaalt, precies over het knobbeltje. Au! Lachen...

 

Vanochtend gaan we met de kleine Caelan op weg, zodat Kate haar handen vrij heeft voor de zorg aan Liam. Eerst langs de apotheek om de derde tranche van onze vaccinaties tegen Hepatitis A en B op te halen. Onze huisarts heeft gezorgd dat mijn pillen tegen hoge bloeddruk voor het komend halfjaar er ook klaar liggen. Dan rijden we naar de praktijk. Ik trek mijn overhemd en shirt uit en presenteer mijn geschoren oksel. Collega Douwe de Ruiter drukt er eens op en - plop! - er komt wit vocht uit. We schieten in de lach, ik ietwat besmuikt. Een verstopte talgklier, meer niet. Nu had ik er zelf al eerder in geknepen maar toen kwam er niks uit. Gisteravond heeft Ans bij het scheren hem open gemaakt, dat is alles. Gelukkig maar. Douwe zet onze vaccinaties. We bellen om de ingreep voor vanmiddag af te zeggen en rijden naar het priklab in het ziekenhuis om bloed af te nemen voor een PSA-bepaling. Uitslag volgende dinsdag als ik bij mijn uroloog ben. Na de bloedafname loop ik langs de afdeling Opname, waar Ans vroeger werkte en lekker zit te beppen met haar toenmalige collega Joke. Er is weinig tot niks veranderd, zo blijkt. Op de betekenis daarvan ga ik niet in.

 

Jaap & Diana mailen dat ze voor Kiara al een zeebrief hebben. Het KNMI produceert een overzichtskaart (zie hierboven) waaruit blijkt dat afgelopen juli bijna overal warmer was dan over de periode 1971-2000 normaal voor de maand juli was. Je ziet dat het met name in Europees Rusland, de Baltische staten en Finland veel warmer dan normaal was. Dat komt volgens het KNMI "voornamelijk door een sterke zuidelijke stroming die warme lucht aanvoerde, met een kleine bijdrage van de opwarming van de aarde" Daarmee kan je nog niet zoveel.

 

Terwijl ik achterstallige administratie verricht krijg ik opeens een ingeving: het nummer van mijn Yanmar-scheepsdiesel staat ook in de gegevens voor onze bootverzekering. Inderdaad, klopt, dus nu kan ik dezer dagen alle drie formulieren voor Kadaster¨zeebrief de deur uitdoen. ´s Middags begin ik een interessant boek dat pas is aangekomen via Amazon.com: "The Crusades through Arab Eyes" van de Libanees en voormalig redacteur van het bekende blad Jeune Afrique, Amin Maalouf (Schocken Books, 1984) De onmiddelijke indruk na het eerste hoofdstuk is dat de christelijke kruisvaarders er behoorlijk rauw op inhakten, maar ook dat de Seltsjuk inwoners - die zelf eerder de Grieken in dit gebied overwonnen - dat ook al jaren zelf gewoon waren tegen hun eigen familie en tegen de Byzantijnen. Maar ik moet nog verder lezen. Eerst rijd ik met twee flessen Turkse wijn naar mijn jonge/oude vriend Inge in Wijnhuis Heukelum. Wat is het daar weer gezellig! Uiteraard bekijk ik uitvoerig de foto´s van zijn huwelijksfeest met Jacqueline van een paar maanden geleden, waar we helaas niet bij konden zijn. Later kwamen er nog een paar dierbare oud-bekenden uit mijn voormalig Beatrixziekenhuis bij en toen werd het nóg gezelliger. Ik kreeg niet het idee dat ze de Turkse wijnen erg waardeerden maar dat heb je vaak als je wijn drinkt die in enig buitenland heerlijk smaakte en later thuis toch tegenviel.

 

Ach, het is in de vallende avond zo een mooie plek, daar bij Inge & Jacqueline in Heukelum. Geleidelijk voel ik me aangenaam anoniem worden in het geroezemoes. Vroeger kwam ik hier wekelijks, toen ik in Deil woonde. Al voor ik met Ans was reed ik hier dan naar toe, meestal op zaterdag, een gouden plek voor een mooi glas wijn en aardige mensen. Ik herinner me ook de vrijdagen van vroeger, toen ik nog op het MST werkte, en dat ik probeerde vroeg uit Twente thuis te zijn om de tuin aan kant te brengen voor Ans kwam. Wat keek ze dan altijd blij verrast. De tuin aan kant! Nu nog ruik ik de geuren van onkruid, van gras en van de heg die ik juist geschoren had. De intieme geuren van aarde, van bloeiende jasmijn en pas gemaaid gras. Zo mooi, dat huis dat we toen hadden en zo bewerkelijk. Want aan een weekend met de boot kwamen we soms helemaal niet toe. De tuin was immens groot, liefst 2500 vierkant meter. Soms, een enkele keer, mis ik dat. Een eigen huis op eigen grond, de fruitbomen, de pruimen, de morellen en kersen en kweeperen die we hadden staan. Die kweeperen maakte Ans in. Meestal mis ik ons mooie huis niet, overigens. Dan ben ik juist blij dat ik nergens meer aan vast zit en - bij wijze van spreken - nooit meer gras hoef te maaien of voor hout moet zorgen voor de open haard. "Voor de' eigen haard gevoelde ik nooit een zwak", dichtte de scheepsdokter Slauerhoff. Altijd een verwante ziel voor me geweest. Slauerhoff was niet steeds eerlijk maar wel herkenbaar. Langzaamaan wordt het duidelijk dat ik eigenlijk nergens wortel wil schieten. Of juist overal. Dat geeft tot dusver niet, de wereld is groot genoeg. Of dat ook voor mijn liefste geldt, mag je betwijfelen. Maar tot dusver is ze bereid met me mee te varen. Zodra dat niet meer zo is, dan delf ik het onderspit want zonder haar wil ik niet meer. Anders dan de zeer gewaardeerde collega Slauerhoff, meer een man van extremen dan ik. Hij schreef:

 

 "Ik zal wel heengaan op een nacht
   Met stille trom: een desperado
   Die smachtend zoekt als Eldorado
   Een land nog niet in kaart gebracht"

 

(Uit: Complainte)

 

Nee, dat zie ik mezelf niet meer doen. Tenzij, tenzij, ach, tenzij ze dood is, bijvoorbeeld. Niet aan denken. Er is geen Eldorado. Ik ga liever eerder dood dan zij. Overigens vind ik het rijm erg zwak. Desperado - Eldorado. Dat is minder dan een trouvaille. Het is gewoon een draak. Terug naar boven 

Gorinchem (5)

In Wijnhuis Heukelum raak ik vanmiddag op dreef. Zoveel te vertellen... (Foto Inge Hogerdijk)
In Wijnhuis Heukelum raak ik vanmiddag op dreef. Zoveel te vertellen... (Foto Inge Hogerdijk)

Zaterdag 14-08-2010

Geert van de Anégada heeft per e-mail een antwoord ontvangen van de Syrian Yacht Club in Latakia. Ene Ammar schrijft:

 

"I recieved now your kind mail. You welcome and it's great pleasur to meet you here
in our marina, so ,we have enough berthing for you,
First of all you must have the following:
1- Boat  registration,
2- Passports copies (preffer  to send them by mail with good resolution PLS)
3- clearance from the last port which you come from.
4- yellow flag, mount on your boat"

 

Hij geeft meteen ook de kosten door. Voor "formalities" € 35 per persoon. Voor "committee expenses & transportation" rekent hij € 55. Voor het liggeld verwijst hij naar de website. Becijfering met behulp van de tabel levert voor ons € 22,50 per dag op. Dan zijn er nog de kosten van de visa, "departure fees" wanneer je vertrekt (16 US dollar per persoon) en "tonnage fees" afhankelijk van de grootte van de boot (ongeveer 15 - 20 US dollar) Ook geeft hij belangrijke navigatie-aanwijzingen bij het binnenvaren van de Syrische territoriale wateren:

 

"kindly make sure you have the departure clearance from the last marina, before
arriving to Syria . And stick the navigation corridor while entering Syrian water
(90) degree, besides, call on Chanal 16 " lattakia radio" and  “harbor master” and
12 miles then 6 miles before arriving. They should reply your call to receive you.
Please follow this important instruction"

 

Dat is duidelijk. Geert vraagt ons en Kiara om hem onze paspoorten, ICP en een crewlist te mailen. Zullen we doen. Het ICP volgt zodra we weer aan boord zijn, want dat hebben we niet bij ons. We rijden langs de moeder van Ans. Hoewel ze nog in bed ligt, oogt ze alweer een stuk helderder. Dan naar het huis van Barbara. Op de PC en de scanner/printer van Michel maak ik alle stukken voor de aanvraag van een Zeebrief bij het Kadaster klaar. In het winkelcentrum Piazza Center doe ik alles op de post. Een maand afhandelingstermijn heeft de meneer van het Kadaster beloofd. We zullen zien. Inmiddels is de MrFunnel trechterfilter die ik had besteld, per post aangekomen. Eind van de middag bezoek ik traditiegetrouw het Wijnhuis Heukelum. In Gorcum moet ik voor de Concordiabrug wachten. Merkwaardig genoeg vaart er een vrachtschip achteruit onderdoor. Het is de Concordia uit Werkendam. Opnieuw tref ik bij Inge (andere) oude vrienden, ditmaal uit Deil. Wat mag je blij zijn met zo´n trefpunt. Ik vertel over onze reizen. Grappig. Eerst heb je geen verhaal, zei mijn oude vriend Henk Bezemer altijd, pas als je probeert je ervaringen onder woorden te brengen, dan ontstaat er een verhaal. Potverdorie, het klopt. Geleidelijk aan raak ik erin, in mijn verhaal en raak op dreef (foto hierboven) Je kan dan haast niet stoppen. Maar dan is het al bijna half acht en denk ik, oef, ik moet naar huis, vanavond passen we immers op de kinderen, op Liam en op Caelan, zodat Derrick & Kate eindelijk na maanden eens met elkaar uit kunnen gaan. Terug naar boven

Gorinchem (6)

Floor met mijn kleinkind Thijs Thomas
Floor met mijn kleinkind Thijs Thomas

Zondag 15-08-2010

Vanochtend begin ik met het opzoeken op Google Earth van alle lokaties waar we in Turkije waren, met de boot en op onze tocht door het binnenland van Anatolië. Je herinnert je dat de Turkse overheid Google Earth niet toelaat op Internet. Nu we in Holland zijn kan ik eindelijk de ontbrekende coördinaten invullen in de rubriek Kaarten en routes. Je weet misschien dat je die coördinaten kunt invoeren in Google Earth (kopiëren/plakken) en vervolgens met een wijde boog naar onze exacte ligplaatsen, ankerbaaien en hotels kunt vliegen.

 

´s Middags passen we opnieuw op Liam, zodat Kate en Derrick met kleine Caelan naar de muziekfeesten in de binnenstad kunnen gaan. Het gaat vandaag niet echt goed met Liam - hij lijkt pijn te hebben en is onrustig - en ook niet met Oma Steers. Gisteravond laat belde ze in verwarring op. Jaap & Diana sturen een SMS-bericht. Ze zijn uit Marmaris vertrokken en liggen nu in een baai die Seagull Bay heet. Om drie uur komen mijn dochter Floor, haar vriend Pijke en hun kind Thijs Thomas langs (foto hierbij) Wat is hij weer gegroeid! Het contrast met de zieke Liam is natuurlijk schril, maar ik ben blij ze te zien en geef mijn eerste kleinkind van bijna vier maanden een flesje (foto hier) Morgen moet Floor na bijna vijf maanden weer aan het werk bij DWDD. Later, als ze al weg zijn, komen Derrick & Kate terug uit de stad met een aantal schotels van de afhaal-Chinees. Morgen ga ik bij mijn jongste zoon Bas op de koffie in zijn nieuwe kamer in Wijk bij Duurstede. Terug naar boven

Gorinchem (7)

Bas op zijn nieuwe kamer in Wijk bij Duurstede. Hier componeert hij zijn muziek, aan de computer. Achter het raam een volledig verwilderde tuin (brandnetels)
Bas op zijn nieuwe kamer in Wijk bij Duurstede. Hier componeert hij zijn muziek, aan de computer. Achter het raam een volledig verwilderde tuin (brandnetels)

Maandag 16-08-2010

Even na elven ben ik bij Bas in Wijk bij Duurstede. Wel even zoeken want hij woont op een verrassend mooie, landelijke plek aan de westkant van het stadje, waar een weggetje zich door de boomgaarden slingert, niet ver van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het huis, een voormalige boerderij, staat weggescholen in het groen. Natuurlijk is het er wel rommelig, studenten eigen, maar ik heb het bij hem wel eens erger gezien (foto hierbij) Hij maakt koffie met zijn Senseo en we praten. Hoe komt hij aan zo´n grote achterstand in zijn eerste studiejaar? Hij heeft moeilijke maanden gehad toen een vriend stierf. Daar is hij nu wel overheen. Bovendien is hij gemakkelijk afgeleid. Ja, dat herken ik, dat was ik vroeger ook. In mijn eerste studiejaren was ik een typische deadline-werker. Dan gok je wel eens verkeerd, leg ik uit, discipline is beter, enzovoorts. Dingen die een vader tegen zijn zoon zegt. Wat zijn je kansen?, vraag ik. Vandaag moet hij een paar werkstukken per e-mail opsturen, morgen heeft hij een toets (blaasinstrumenten herkennen) die hij niet moeilijk vindt. Woensdag nog wat werkstukken inleveren en donderdag twee toetsen (computer-programmeren en muziekgeschiedenis), waarvan hij de stof al redelijk beheerst. Hm. Spannend. Hij hoort in elk geval snel of het voldoende was. Dan is er niks aan de hand en gaat hij door naar het tweede jaar. Als het niet voldoende is zijn er twee mogelijkheden: "studievertraging", waarbij hij wel alvast aan het tweede jaar mag meedoen, of - in het slechtste geval - het hele eerste jaar overdoen. Hij zal me per dag op de hoogte houden.

 

Ik rijd met hem naar de dichtstbijzijnde supermarkt en we slaan magnetronmaaltijden, fruit, knabbels, toetjes en ander lekkers in, zodat hij voldoende (gezond) eten heeft en het huis de komende dagen niet meer uit hoeft. Bij het wegrijden zwaait hij me uit vanaf het erf. Lachend en toch ook met iets verlorens en kwetsbaars om hem heen. Mijn jongste kind, twintig jaar. Ik ben erg benieuwd.

 

Van Wijk bij Duurstede rijd ik naar Utrecht en parkeer in de Springhaver-parkeergarage. De binnenstad is mooi en gezellig als altijd. Hoewel het maandag is zijn er veel mensen op de been, de zon breekt zelfs door, recreanten varen met hun bootjes door de Oudegracht, de terrassen zitten vol. Ik bezwijk niet voor het verlangen naar een rookworst van de Hema en eet bij de kraam van Broodje Ben op de Bakkersbrug over de gracht een gezond broodje met een glas versgeperst sinaasappelsap. Bij de hoedenspecialist Jos van Dijck in de Bakkerstraat koop ik twee nieuwe exemplaren van mijn favoriete petje. Daarna lukt het niet meer om de boekhandel van Selexyx Broese op de Stadhuisbrug nog langer te mijden. De schade bestaat uit zes boeken waaronder een dikke pil: "Congo. Een geschiedenis" van de Vlaming David van Reybrouck (De Bezige Bij, 2010) Hoe leg ik het Ans straks uit? Om het niet erger te maken ga ik niet meer langs CD-winkels en strijk op het terras neer van Graaf Floris op de brug bij de Vismarkt, bij het straatje dat Hanengeschrei heet. Ik koester me lekker in de zon. Opeens zie ik iemand langs lopen, een oudere vrouw, wier gezicht en postuur ik meen te herkennen. Zou het (....) zijn? Vroeger was ze mooi en dat kun je nog zien. Ik mocht haar wel. Nee, ik heb nooit iets met haar gehad. Je werd niet verliefd op (....) Zoiets deed zich in haar geval gewoon niet voor, je voelde dat het verkeerd zou aflopen. In het begin van de jaren ´70 werkten we allebei op het Jongeren Advies Centrum (JAC Utrecht), een eind verderop aan het zuidelijk deel van de Oudegracht. Ze was een aantal jaren de spil van de organisatie. Sedertdien heb ik haar nooit meer gezien. Ik zie dat ze licht mank loopt en mogelijk doet me dat aarzelen. Of is het hetzelfde gevoel van vroeger, dat je afstand van haar moet houden? Ze verdwijnt in een winkel met een lichtgroen zonnescherm waar in grote letters "Thee" op staat. Ik blijf zitten en even later keert ze terug langs dezelfde route, loopt tussen de terrasstoelen en -tafels door. Opnieuw reageer ik niet en ze kijkt in elk geval niet mijn kant op. Jammer, eigenlijk. Ik zou wel graag weten hoe haar leven verder verliep. Nu is het niet waarschijnlijk dat ik haar ooit nog eens terug zie.

 

Tegen half vijf ben ik terug op de flat in Gorcum. Met Liam ging het vandaag wat beter. Even later valt de kleine Caelan in de gang. Hij huilt hard en heeft een tand door de lip en een vrij diepe jaap in zijn kin. Ans en Kate gaan met hem naar de Eerste Hulp omdat het misschien gehecht moet worden. Na twintig minuten zijn ze alweer terug. De wond is geplakt en verbonden. Onderwijl belt ook mijn Zoladex-zuster Yvonne Koeweiden; ze zal woensdag tussen 11 en 12 uur mijn derde hormooninjectie komen plaatsen. Morgen voor contrôle naar mijn uroloog, met name voor de uitslag van mijn PSA, afgelopen vrijdag geprikt! Nog later in de avond komt Tessa langs met de Cd "Sitemdir" van Yavuz Bingöl, die ik in Marmaris niet kon vinden en via Amazon.com besteld had. Zeer snel bezorgd. Ik had er niet eens op gerekend. Terug naar boven

Gorinchem (8)

Half augustus 2010 is mijn PSA-waarde terug naar 0,2 mg/ml. Tussen de groene lijnen ligt de periode van bestralingstherapie
Half augustus 2010 is mijn PSA-waarde terug naar 0,2 mg/ml. Tussen de groene lijnen ligt de periode van bestralingstherapie

Dinsdag 17-08-2010

Vanmorgen met Ans naar de uroloog. Het is een grijze dag met lichte miezerregen. René Gilhuis is altijd aangenaam kort en to the point. "Je PSA is gezakt naar 0,2 mg/ml", zegt hij en mijn hart veert op. Begin mei was het nog 0,4, het is dus in drie maanden gehalveerd (zie grafiek hiernaast) Dat is het effect van de hormoontherapie, zegt René, zo doorgaan dus. Zijn inschatting is dat mijn PSA nog verder zal dalen tot onder 0,1. Over een halfjaar verwacht hij me terug tenzij het Verbeeten Instituut me dan laat terugkomen. In dat geval hoef ik pas over een jaar bij hem te komen. Pff... Natuurlijk ben ik blij. Het voelt alsof je méér extra speeltijd krijgt. Dat is uiterst welkom voor iemand die niet op een hiernamaals rekent.

 

Ik rijd door de miezerende regen naar Amsterdam Noord, naar de prachtige woonark van de vriend uit mijn studententijd en tegenwoordig Zeilen-redacteur Henk Bezemer. Ach, Henk en ik hebben maar een half woord nodig om een ooit begonnen vertoog voort te zetten alsof we het gisteren pas beëindigden. Mijn oude maat heeft sedert onze laatste ontmoeting de nodige lijfelijke ongemakken meegemaakt, maar het past mij niet daarover mededelingen te doen.

 

Eind van de middag rijd ik voor de files uit naar Utrecht. Ik moet opnieuw naar Selexys Broese, want per ongeluk kocht ik gisteren een boek dat ik al had. Een nieuwe editie die zo er anders uitzag dat ik niet meer wist dat ...enzovoorts. Met de tegoedbon mag ik een ander boek uitzoeken. Lastig als je juist niet erop uit ging voor een bepaald boek. Tenslotte neem ik er maar een - moet nog en tientje bijbetalen - dat me op het eerste oog aanstaat: "God. Een onhoudbare hypothese", de Nederlandse vertaling van het boek "God; The Failed Hypothesis. How Science Shows That God Does Not Exist" van de Amerikaanse filosoof en natuurwetenschapper Victor J. Strenger uit 2007 (Nl. vert. Veen, 2008) Heb ik nog argumenten nodig om mijn atheïstische levensovertuiging te schragen? Nee, maar ik heb niet de illusie dat het debat daarover zomaar op zal houden. En het blijft tergen dat het wetenschappelijk gezichtspunt je alleen laat met een onverklaarde en misschien wel onverklaarbare wereld. In gedachten loop ik in de zacht neerdalende regen over de Oudegracht. Al voor de tweede dag ben ik hier. Utrecht ziet er opnieuw zó mooi uit dat het haast pijn doet. Ik loop naar de Servetstraat. Hier is mijn oude, vertrouwde Grieks restaurant "Sirtaki" van Dmitri & Sofia Lois. Mensen die ik al ken vanaf toen ze hun het eerste Griekse restaurant in Utrecht begonnen in een voormalige bloemenzaak onder de Domtoren. Hun keuken is als altijd voortreffelijk. Dmitri klaagt over zijn ouderdomssuiker. Hm. Niet meer baklava snoepen, zeg ik. Ik weet niet zeker of hij het hoort en blijf niet lang zitten. Ik ben moe en het voelt ineens treurig om in Utrecht te zijn en er niet meer te wonen.  Terug naar boven

Gorinchem (9)

Het Zoladex-injectiebuisje heeft een fikse naald. Daar moet het depot-staafje door
Het Zoladex-injectiebuisje heeft een fikse naald. Daar moet het depot-staafje door

Woensdag 18-08-2010

Gisteravond nog even Bas gebeld. Hij had een paar werkstukken verstuurd en zijn eerste toets (herkennen van blaasinstrumenten) voor zijn gevoel goed gemaakt. Vandaag heeft hij nog twee toetsen (programmeren en muziekgeschiedenis) en morgen moet hij de laatste werkstukken inleveren. Hij is optimistisch. Ook belde mijn oudste zoon Rommert, juist terug met zijn vriendin Esther van een groot muziekfestival in het Hongaarse Sziged. Morgen is hij jarig (wordt 23) en gaan we bij hem op de koffie. Bij onze bank bestel ik een bedrag in dollars, de valuta die bij betalingen in ondermeer Syrië gangbaar is.

 

Het regent pijpenstelen. Ans gaat met kleine Caelan naar haar moeder terwijl ik op de zuster van de Zoladex Thuis Service wacht. Tegen half twaalf gaat de bel. Even later plaatst zuster Yvonne het derde depot-staafje in het onderhuidse vetweefsel van mijn buikhuid (foto hierbij) Er zijn er nog 9 te gaan, de eerstvolgende is op of omstreeks 17 november.

 

Via e-mail ontvang ik van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de offertes voor vrijwillige voortzetting van onze AOW-opbouw, ingaande 17 mei 2010. Die vrijwillige verzekering is nodig, want anders wordt je AOW-uitkering na je 65e gekort met 2% voor ieder jaar dat je buiten Nederland was. Veel wereldzeilers regelen dat niet en blijven vaak ingeschreven staan in hun gemeente. Maar als dat uitkomt, bijvoorbeeld doordat je een website hebt, dan riskeer je die korting. Toch zonde en niet nodig. Klik hier voor meer achtergronden. Helaas zit de offerte voor mezelf er niet bij, wel tweemaal die voor Ans. Na een telefoontje ontvang ik ook die. We moeten de voorlopige jaarpremies voor 17 november 2010 aan de SVB overmaken. Na afloop van ieder jaar moeten we ons jaarinkomen opgeven en dan ontvangen we de definitieve jaarpremie, die we verschuldigd zijn. Vanzelfsprekend moet ons pensioenfonds de inhouding van de (verplichte) AOW/Anw-premies vanaf dezelfde datum - 17 mei 2010 - dat de vrijwillige verzekering ingaat, staken en voorzover al ingehouden, terugstorten. Anders betalen we de premies twee keer. Ik bel de klantenservice van het PFZW/PGGM en leg het voor. Daar hebben ze er kennelijk nog niet vaak ermee te maken gehad. De dame die ik aan de lijn krijg, zal het uitzoeken en me morgen terugbellen.

 

Ik rijd naar Deil, het dorpje aan de Linge waar ik meer dan 25 jaar lang woonde. Ik zoek er mijn oude buurman op, Ad Hogerdijk, naast wie ik meer dan dertig jaar geleden kwam wonen. Floor was toen een paar maanden eerder geboren (in Utrecht) Ad is de vader van Inge, de man van ondermeer het Wijnhuis Heukelum - zie eerdere verslagen - en hij is de man die schuchter en eenvoudig, na zijn militaire dienstplicht te hebben vervuld, begon als slijter van "Het Loodsje" aan de Steenweg in Utrecht. Later dreef hij een slijterij/wijnwinkel aan het Chopinplein in Culemborg, met annex de kaas/noten boetiek van zijn vrouw Sanderina. Daarna maakte hij in Deil het Deilse Wijnhuis groot, als kleine importeur van grote wijnen. Hij leerde me wijn drinken en wijn opleggen in de kelder die we hadden ingericht onder mijn toenmalige studeerkamer. De regen wolken zijn inmiddels weggetrokken en de hemel kleurt volledig blauw. Ad zit achter zijn huis onder zijn afdak, een plek waar we vroeger geweldige feesten meemaakten toen ik met mijn vroeger gezin nog aan de dijk woonde. De zon schijnt warm en mijn oude vriend schenkt me een mooi glas Nuits St. Georges 2007. Je voelt je meteen weer thuis.

 

Ad is sedert 2006 weduwnaar. Toen overleed zijn grote liefde Sanderina. Ik zal nooit vergeten dat Inge me opbelde om het te vertellen. Ik zat op mijn dooie eentje op mijn diner te wachten in visrestaurant "Le Langoustier", vlakbij de jachthaven van Camaret-sur-Mer. Ik lag er met onze Dulce te wachten op Ans. Zie hier. Mijn ogen schoten vol en ik wist niks te zeggen. Zeer aangedaan stak ik die nacht voor haar een kaarsje aan, geheel tegen mijn atheïstische natuur in, in de oude kapel bij de pier. Ans en ik staken een paar dagen later in volledige windstilte de Golf van Biscaje over. Ik weet nog alsof het gisteren was hoezeer het bericht me schokte. Met buurvrouw Sanderina had ik in die bijna twintig jaar een onverklaarbaar nauwe band gekregen, als was ze mijn eigen moeder. Ad en ik halen herinneringen op en ik merk hoe goed hem dat doet. Melancholie aan de dijk. Vaak denk ik: zulke tijdmachines zouden moeten bestaan, je bent op een plek van vroeger en als je nu precies op dezelfde plek dezelfde houding zou aan nemen en dan eenzelfde beweging kon maken of beter, woorden van toen zou spreken, daarbij je ogen even dicht doend en dan zomaar, pats, was je er weer terug, op dat feest of met die mensen van toen of in dit geval met Ad & Sanderina, allebei weer lachend en gelukkig hier achter hun huis in de luwte van dit zitje net als het ooit was. Kan het mij schelen dat ik toen nog niet veel voorstelde in het maatschappelijk leven en nog geen carrière had gemaakt. Ik zou hier zo terug willen zijn maar zulke tijdmachines bestaan niet. De Pijl van de Tijd wijst altijd maar één en dezelfde richting op. Ad zegt dat hij sinds de dood van Sanderina het doel in zijn leven heeft verloren. Ik begrijp dat, er valt niks op te zeggen. Na een samenleven van als ik het goed heb zo´n zestig jaar - Ad was 16 toen ze met elkaar begonnen - gun ik hem nog meer die tijdmachine dan mezelf. Ach, hoe luidden die woorden van welke dichter ook weer? Lang geleden haalde ik ze al eens aan op dit weblog:

 

"Life is a dream

that we are lulled into,

but do leave from

seperately"

 

Regels van de Engelse dichter Philip Larkin, zie hier. Terug op de flat bij Derrick & Kate bel ik Bas. Hoe ging het met de toetsen? Goed, eigenlijk waren ze gemakkelijk, zegt hij. Maar uiterlijk morgen moet hij nog vijf (vijf!) achterstallige werkstukken inleveren. "Bijna klaar, pap", zegt hij ontspannen, "en een nachtje doorraggen" Hm. Terug naar boven

Gorinchem (10)

Utrecht. Mijn oudste zoon Rommert op zijn studentenkamer aan de Cambridgelaan in De Uithof
Utrecht. Mijn oudste zoon Rommert op zijn studentenkamer aan de Cambridgelaan in De Uithof

Donderdag 19-08-2010

De 23e verjaardag van mijn oudste zoon Rommert. Maar eerst rijden we langs onze bank in Utrecht om de bestelde dollars af te halen, die we in Syrië nodig hebben. Het bedrag ligt klaar, alleen is het in euro´s. Een misverstand van de bank in uw voordeel, denk je. De medewerkster van de bank maakt het misverstand snel in orde. Daarna parkeren we onder het grote complex van studentenflats aan de Cambridgelaan in De Uithof. Rommert komt ons bij de toegangsdeur ophalen. We drinken koffie met hem en Esther op zijn studentenkamer (foto hier) Nu hij is afgestudeerd moet hij binnen een jaar andere huisvesting vinden. Daar is hij niet somber over, net zo min als over zijn kansen om met het Internetbedrijfje ThinkBright aan de bak te komen, het bedrijfje dat hij met een vriend heeft opgezet en dat momenteel bijvoorbeeld een grote opdracht voor De Volkskrant uitvoert. Mijn grote zoon, klaar voor de samenleving. Natuurlijk hebben we iets substantieels in een envelopje voor hem meegebracht, maar het gaat ook over het staken van de studietoelage die hij tot dusver maandelijks van me ontving. Per 1 oktober moet hij op eigen benen kunnen staan, komen we overeen.

 

Tegen enen rijden we De Uithof uit, op weg naar Gorcum om kleine Caelan op te halen bij een oppasvriendin. Gisteravond bestelde ik een taxi op het vliegveld van Dalaman voor zaterdagmiddag op de website van A2B. We kregen een voucher toegestuurd, dat ik bij Barbara thuis uitprint. Bij aankomst moeten we ermee naar de kraam van A2B en dan hebben we een taxi naar Marmaris Yacht Marina voor € 64 (100 km) Handig. Bij de viswinkel in het Piazza Center slaan we visschotels in voor vanavond en ik kan het niet laten en verorber een heerlijk bakje kibbeling met knoflooksaus. Dat is lang geleden! We rijden naar het verzorgingshuis van Ans´moeder om afscheid te nemen. Godzijdank heeft ze een goede dag. Ze is volledig "bij de pinken", alert en met aandacht voor andere zaken dan haar dagelijkse stoelgangproblemen. Maar ze blijft een zorg. Ik zet Ans op de flat van Derrick & Kate af. In tegenstelling tot Oma Steers, zijn overgrootmoeder, heeft Liam geen beste dag. We hebben geen idee wat dat precies veroorzaakt. Ik rijd door naar het Verbeeten Instituut in Tilburg, voor de contrôle van mijn post-prostaatbestraling-situatie bij de radiotherapeut. Collega Engelen vraagt nauwgezet alle mogelijke storingen na en hij is net zo tevreden als ik. Ik hoef pas over een jaar terug te komen. Een jaar! Het voelt als een extra jaar vakantie en zo wil ik het dan ook maar zien.

 

Op de heenweg reed ik over de A27 en de A59. Onderweg belt een dame van ons pensioenfonds. Ze heeft uitgezocht dat - als we een vrijwillige verzekering voor de AOW/Anw nemen - de SVB een zogenaamde "Toekenning Ontheffing inhouding premies AOW/Anw/AKB" aan hen moet opsturen. Oh. Dat zal ik dan morgen bij de SVB aankaarten, om te vermijden dat we dubbel betalen voor de AOW etc. Op de terugweg neem ik het pontje naar het Land van Heusden en Altena bij Drongelen, het pontje dat ik dit voorjaar zeven weken lang dagelijks nam voor de bestralingsbehandelingen in Tilburg. Waarom al die oude plekken toch steeds opgezocht? Ik weet het niet. Vroeger, toen ik adjunct-directeur in het voormalig Ziekenhuis Oudenrijn in Utrecht was, raakte ik bevriend met Gerard Spelberg, de ziekenhuisdominee in die jaren. Hij zei een keer iets als "De mens zoekt altijd het heil op de plek waar hem het onheil werd aangezegd" Een merkwaardige uitspraak die ik altijd heb onthouden, mogelijk komt hij uit de Bijbel, of viel het hem op in zijn zieleherdersbestaan, wie weet. Nu is het Drongelse pontje in mijn geval niet precies die plek (dat was in Ayíos Nikoláos op Kreta) maar toch heb ik het gevoel dat Gerard iets trof met zijn uitspraak, iets dat mogelijk de mens eigen is.

 

Als ik bij de Bergse Maas aankom ligt het pontje nog te wachten op een passerend schip. Ik kan zo aan boord rijden. Door de polder aan de overzijde rijd ik naar Wijk en Aalburg, naar het huis van Herman & Marian Ursinus, oude vrienden die me met open armen ontvangen. Vrienden zijn mensen die je altijd ontvangen, wat er ook aan scheelt. Gelukkig scheelt er vandaag niks aan. We zitten genoeglijk aan hun tuintafel. Dochter Fleur is er ook, groot geworden, in jaren niet gezien. Onze Japanse (wol)mispel, al meer dan drie jaar logee bij hen, staat er prima bij. Weer terug in Gorcum bel ik mijn jongste zoon Bas, het is half tien geweest. Heeft hij alle vijf werkstukken af en opgestuurd? Jawel, zegt Bas, hij zit bij zijn vriendinnetje Lotte thuis, alleen nummer vijf moet nog af. Wat? Ja, zegt hij, ik heb gezien dat je uiterlijk morgenochtend tot twaalf uur kan insturen. Daar geloof ik niks van, zeg ik. Jawel Pa, dat is echt zo. Hm. Ik ben benieuwd en benauwd tegelijk.  Terug naar boven

Gorinchem (11)

Weervoorspelling voor Turkije op zondag. Meltemi in de Egeïsche Zee. Bron TSMS
Weervoorspelling voor Turkije op zondag. Meltemi in de Egeïsche Zee. Bron TSMS

Vrijdag 20-08-2010

De dag voor onze terugkeer naar Turkije. regelzaken dus. Ik meld per e-mail de Sociale Verzekerings Bank (SVB) dat we accoord gaan met de toegestuurde offertes voor een vrijwillige AOW/Anw-verzekering vanaf 17 mei 2010, de dag waarop onze verplichte verzekering door hen gestaakt werd. Ook vraag ik ze om naar ons pensioenfonds twee brieven te sturen, voor ieder van ons één, om de inhouding van de verplichte premies te staken en te verrekenen. De"Toekenning Ontheffing Inhouding Premies AOW/Anw/AKB" waar ik het gisteren over had. Daarna zoek ik in onze fotobestanden een dertigtal foto´s uit voor plaatsing bij mijn artikel over onze twee passages door de Bosporus en mail ze aan de redactie. Ans gaat ondertussen nog een keer langs haar moeder in het verzorgingshuis. Het is een stralende zomerdag. Ik bel Bas. Hij meldt dat het gelukt is alle vijf achterstallige werkstukken op tijd op te sturen. Hij zit nu in de trein naar Hilversum voor een gesprek met zijn tutor. Mogelijk hoort hij straks meer.

 

Ans keert terug van haar moeder. Ze was verbazend veel beter, lachte weer, kwam uit bed, was niet meer verward, prima. Een paar uur later belt een opgeluchte Bas. Zijn tutor had verteld dat ze hem in elk geval niet uit de opleiding zullen zetten. In het slechtste geval moet hij het hele jaar over doen. Als zijn toetsen en achterstallige werkstukken in orde zijn, krijgt hij mogelijk een paar inhaalmaanden en kan toch door naar het tweede studiejaar. Mogelijk zelfs ineens, als het allemaal voldoende is. Dat hoort hij over een week. Ik heb er wel van geleerd, zegt hij, het leven gaat altijd verder. Tja. Laat het er voortaan niet zo op aankomen, Bas.

 

Corendon bevestigt de vlucht van morgenochtend en A2B transfers bevestigt dat er voor ons een taxi klaar zal staan in Dalaman. Ik haal wat zaken die we mee willen nemen, zoals een flesje Maggi en en een bakje scheerzeep van De Vergulde Hand. ik kijk eens naar de weersvoorspellingen op de website van de Turkse Meteorologische Dienst: vanaf zondag waait de meltemi weer in de Egeïsche Zee, bij ons in Marmaris is het rustig.

Het schilderij "Babe" van Sylvia Bosch. Aanstootgevend voor moslims?

Eind van de middag rijd ik naar Heukelum om afscheid te nemen van mijn vriend Inge van Wijnhuis Heukelum. Ik hoor er een verhaal over mijn dierbare Lingepolikliniek in Leerdam, in mijn Gorcumse jaren mijn troetelkind, dat me de haren te berge doet rijzen. Nog steeds exposeren veel kunstenaars in de gebouwen van de Rivas Zorggroep, de zorgorganisatie die ik in 1999 mede heb opgericht. Onlangs was dat kunstenares Sylvia Bosch met nieuwe schilderijen in de Lingepolikliniek. Een daarvan is van een varken, het heet "Babe" (zie hiernaast) , dat in een wachtruimte hing. Naar verluidt zat er een moslima onder het werk, maar werd er een klacht ingediend door een niet-moslim. Gevolg: de leiding van de polikliniek haalde terstond het volledige onschuldige schilderij meteen weg. Onbegrijpelijk! De moslima verklaarde later dat ze weliswaar nooit varkensvlees at, maar dat het schilderij haar volstrekt niet stoorde. Natuurlijk niet, zijn ze nou helemaal gek geworden bij Rivas! Ik schaam me te pletter. Censuur uitoefenen in de openbare ruimte, dat hoort niet bij Nederland en zeker ook niet bij Rivas, een organisatie die ooit vooraanstaande en soms zeer provocerende kunstprojecten organiseerde zoals BRAIN/Internal AffairsLees het stuitende verhaal ondermeer hier. Helaas vind ik nergens of de directie het kunstwerk terug heeft laten hangen, maar ik verwacht dat zonder meer. En dat mijn opvolger Pieter de Kort openlijk afstand heeft genomen

van deze ondoordachte, dwaze actie. Terug naar boven

Marmaris (16)

Wachten bij de gate op Schiphol. Achter Ans de Boeing 737-400 van Corendon Airlines
Wachten bij de gate op Schiphol. Achter Ans de Boeing 737-400 van Corendon Airlines

Zaterdag 21-08-2010

Om 5 uur gaat de wekker. In alle stilte douchen we en kleden we ons aan, om Kate en haar beide kinderen niet wakker te maken. Op onze tenen sluipen we met onze bagage de flat uit. Later belt ze op, ze had ons totaal niet gehoord. Michel rijdt ons naar Schiphol. Na inchecken en douane lopen we door de uitgebreide vertrekhallen. Het is zeer druk, vakantieseizoen. We kopen nog een flink stuk Old Amsterdam kaas, shag voor Geert van de Anégada en - omdat we ruimte over hebben in de handbagage - nog wat boeken en tijdschriften. Een goed schip heeft nooit genoeg boeken, immers. Ik zie opeens het nieuwe nummer van Zeilen liggen, het septembernummer. Als het goed is, staat mijn artikel over onze tocht door de Donaudelta er in. Inderdaad. Hm, ik ben niet helemaal tevreden. Ik schreef al eerder dat door de inkorting van de tekst er niet veel meer overblijft dan een verhaal als "we-gingen-naar-A-en-toen-naar-B-enzovoorts"  De diepere lagen die er oorspronkelijk in zaten, zijn weg. Ook de gekozen foto´s zijn niet de mooiste, in mijn ogen. Er is echter niets meer aan te doen, het zij zo.

 

We wachten een tijd bij de gate (foto hierbij) De Boeing 737-400 van Corendon vertrekt twintig minuten te laat, maar haalt het weer in omdat het wind mee heeft. Het is een rustige vlucht. In Marmaris is het 38° De bestelde taxi van A2B Transfers - een mini-busje - staat keurig gereed. Om half vijf Turkse tijd zijn we bij de jachthaven. Ik leen even het golfkarretje om ons en onze bagage naar de B-steiger te brengen. Dulce ligt er prima bij, maar ik zie wel dat er de komende dagen duchtig gepoetst moet worden. Sommige RVS-buizen hebben heel wat roest gekregen. We brengen alles weer op gang, gooien de aflsuiters open, pompen de toiletten door, pakken de koffers uit en ruimen de boel op. Met het golfkarretje haal ik snel een hoop boodschappen in de sup0ermarkt van de haven en dan is alles zowat weer in orde. Nog douchen en vanavond gaan we in de mooie tuin van het marina-restaurant eten met Gerard & Josje van de Mermaid. Terug naar boven

Marmaris (17)

De windscoop brengt wat verkoeling in de kajuit
De windscoop brengt wat verkoeling in de kajuit

Zondag 22-08-2010

Zondag is vandaag geen rustdag. Althans ´s ochtends, als het nog relatief koel is. We spuiten de boot helemaal schoon en poetsen de roestvlekken van de RVS-buizen af. Ook maak ik de zonnepanelen schoon. Ans draait een aantal wassen en ik hang de windscoop boven het kajuitluik op (foto hiernaast) Daarna berg ik alle documenten die we uit Holland meenamen - o.a. die van de vrijwillige AOW-verzekering - op en ik scan ons eigendomsbewijs ICP (International Certificate of Propriety) om het naar Geert van de Anégada te mailen, ten behoeve van de havenmeester in het Syrische Latakia. Om twaalf uur horen we roepen, het zijn Gerard & Josje die met hun Mermaid uitvaren. Gisteravond namen we afscheid tijdens een etentje in de tuin van de marina. Ze gaan naar het westen, via Gibraltar willen ze terug naar de Atlantische Oceaan voor een oversteek tegen het einde van dit jaar. Het is zoals steeds: je leert sommige medezeilers goed kennen en dan zie je opeens waarschijnlijk nooit meer. Dat is het zeilersleven. Zelf denken we erover, gezien de warmte hier in de Marmaris Yachtmarina, om morgen al te vertrekken.

 

Het verleden duurt langer dan je denkt. Die gedachte rees opnieuw bij me toen ik per e-mail het concept-boek "Nooit meer bacalhau. Over de Nederlandse solidariteitsbeweging met Angola in het midden van de zeventiger jaren" ontving. Strikt genomen gaat het boek alleen over het medisch-/verpleegkundig team dat in 1975 - 1976 door het Medisch Komitee Angola werd uitgezonden om steun te geven aan de linkse bevrijdingsbeweging MPLA in het door burgeroorlog verscheurde Angola. De schrijver is Jarl Chabot, die net als ik destijds van dat team deel uitmaakte. De hele dag door lees ik het boek aan een stuk uit. Herinneringen aan die tijd bestormen me. Ik schreef er al eens eerder - summier - over. Zie ondermeer hier en hier. Altijd met het idee om een keer uitvoerig op die bizarre en dramatische episode terug te komen. Nu hoeft dat niet meer, Jarl heeft een uitstekend relaas geschreven, dat hij nadrukkelijk plaatst in de laatste episode van de Koude Oorlog. Aan het eind concludeert hij ondermeer:

  

"Wel of niet een bijdrage leveren aan het lot van andere mensen. En in die zin ben ik tevreden over mijn beslissing in 1975 om de MPLA te gaan helpen. Een heel kleine bijdrage leveren aan de strijd voor onafhankelijkheid en tegen het

toenmalige racistische bewind in Zuid Afrika. De keuze in de context van die tijd was juist en daar ben ik nog steeds trots op. Dat het later allemaal mis is gegaan in Angola, kan ik als persoon toch niet verantwoordelijk voor worden gesteld? Hoogstens had ik de politieke verloedering eerder moeten zien en daar de consequenties uit moeten trekken. Dat ik daar als persoon iets aan had kunnen doen is `hubris`, overmoed ten opzichte van de krachten die er toen speelden"

 

Daar ben ik het wel mee eens. (Ik hoop dat hij me dit citaat uit zijn nog niet verschenen boek niet kwalijk neemt) Hij vraagt alle leden van het toenmalige team om een reactie op zijn tekst. Niet iedereen kon hij bereiken. Ik stuur hem mijn eerste reacties, nu het nog kan, omdat we inderdaad hebben besloten om morgen te vertrekken uit het hete Marmaris. Onze bestemming is Capi Creek aan de Baai van Fethiye, een plek waar we waarschijnlijk geen Internet zullen hebben. Jaap & Diana liggen daar. Met hen zullen we verder naar het oosten trekken en de komende dagen zullen er mogelijk dus geen verslagen zijn. Ik maak ze wel ("Nulla dies sine linea") en sla ze op in Word en publiceer ze later wel, als we weer een netwerk hebben.

 

´s Avonds kijk ik even naar de weersvoorspellingen. Meltemi in de Egeïsche Zee en ook tussen Rhodos en Marmaris. Maar we krijgen het in de rug, dat moet geen enkel probleem zijn. Met enige extra aandacht volg ik het nieuws in de Levant-regio. Iran heeft gisteren voor het eerst zijn kernreactor opgestart. Met behulp van de Russen. Vandaag wordt de lancering bekend gemaakt van een onbemande bommenwerper. De gebruikelijke op-de-borst-klopperij van presidentje Ahmadinejad? Of een reële bedreiging voor Israël? Een bedreiging waar het wel op moet reageren? "Het is totaal onacceptabel dat een land dat zo flagrant resoluties van de VN-Veiligheidsraad, besluiten van het Internationaal Atoomagentschap en zijn verplichtingen aangaande het non-proliferatieverdag schendt, de vruchten zou mogen plukken van het gebruik van nucleaire energie", zei een woordvoeder van het Israëlisch ministerie van buitenlandse zaken. Daar moet je toch even besmuikt over lachen, het is immers een formulering die ook exact op de kernmogendheid Israël zélf van toepassing is. Terug naar boven

Kapi Creek, Baai van Fethiye

Van Marmaris naar de Fethiye Baai pikken we onderweg een verloren stootwil op
Van Marmaris naar de Fethiye Baai pikken we onderweg een verloren stootwil op

Maandag 23-08-2010

Vroeg wakker, zoals gewoonlijk als we vertrekken. Maar het bureau van de marina is nog lang niet open om ons gebruik van electra en water af te rekenen, dus ik draai me nog een keer om. Om acht uur starten we onze routine bij vertrek: terugplaatsen van het logwieltje, openzetten van de afsluiter voor het koelwater van de motor, het afkoppelen van waterslang en walstroom, het laten zakken en vastbinden van het bijbootje op het voordek (ligt over het dekluik van de voorste hut), het niveau van motorolie en koelvloeistof controleren, enzovoorts. Ans maakt intussen ontbijt, zet koffie en zorgt dat alles onderdeks zeevast ligt. Onderwijl rijdt de marinero van de electra en het water op zijn scooter voorbij, ik roep hem aan en hij noteert de stand. Met dat papiertje sjouw ik naar het marina-office - meer dan een kilometer ver - om af te rekenen en een clearance-paper te krijgen. Zonder dat papiertje laten de marinero´s aan de ingang je niet weggaan. Dan is het zover, voorzichtig vaar ik tussen mijn buren uit, zorgvuldig hun mooring-lines vermidend. De boegschroeven doen het niet. Hoe kan dat nou weer? Enfin, er is geen wind dus zonder lukt het ook wel.

 

Eerst varen we naar Netsel Marina, de stadshaven van Marmaris. Daar tanken we 200 liter diesel. Om half elf motoren bij zuidenwind Bf 1 de prachtige, gastvrije baai van Marmaris met zijn dicht beboste hellingen uit. Eindelijk, na weet ik hoeveel weken! De tocht naar de Fethiye baai is rustig, hoewel wat op den duur wat ongemakkelijk. Om half twaalf is de wind iets toegenomen tot ZZW 3 en kunnen we motorzeilen met de genua erbij. Een uur later is het zelfs BF 4, maar de wind draait als verwacht meer naar ZW. Met 7,4 knopen/uur schieten we goed op. Ik staar uit over zee en zit veel te peinzen over het manuscript van Jarl Chabot. Gedachten die ik nog op wil schrijven als ze wat verder uitgerijpt zijn. Daarna raken Ans en ik in gesprek. Ze ziet er ongelukkig uit en peinst - anders dan ik - vooral over kleinkind Liam en over haar moeder, voelt zich schuldig dat ze weer wegging en vreest dat haar kinderen haar dat verwijten. We praten lang en besluiten tenslotte dat ze over een week of zes in elk geval even terugvliegt om te kijken hoe het in Holland toegaat.

 

De uren verstrijken, de wind draait verder naar West en we ontmoeten een lichte tegenstroom van 0,5 knopen, genoeg om een ongemakkelijke tuitelige zeegang te veroorzaken (wind tegen stroom) Plotseling schrik ik op: in ons kielzog drijft een grote stootwil met donkerblauwe fenderhoes, precies zoals we die zelf hebben, snel van ons weg. Een snelle blik op onze fenders leert dat ze allemaal keurig vastgebonden zitten aan het frame van de zonnepanelen. Snel draaien we de genua in en maken een MOB-manoeuvre (MOB = Man Over Board) Ans gaat op de achterplecht staan en langzaam beweeg ik de boot ernaar toe. Met een handige beweging vist ze de stootwil met een pikhaak op. We leggen hem in de kuip en bekijken hem: voorwaar, een mooie grote stootwil met donkerblauwe hoes, zoals we die zelf hebben (foto hierboven) Die misstaat niet bij ons aan boord.

 

Om half drie passeren we het internationale vliegveld van Dalaman. Voortdurend landen en stijgen vliegtuigen op. Eergisteren kwamen we hier zelf aan, het lijkt veel langer geleden. Een uur later varen we tussen de puistige rots Pestimek en kaap Kurdoglu door. Nog meer tegenstroom en een nog tuiteliger zeegang. Steun van het zeil hebben we niet meer, de wind - West 3 - varen we door onze snelheid dood. Om de kaap heen, in de Fethiye baai, komt er weer wind maar van de beruchte valwinden, waarop we vorige keer vooruit spoten, is nu niks te merken. Enfin, tegen kwart voor vijf varen we de Kapi Creek binnen, een idyllisch baaitje met wat steigertjes en een restaurant. Het eentonig en toch mooie gesnerp van duizenden krekels begroet ons. Jaap & Diana liggen er al en nemen onze touwtjes aan. We omhelzen elkaar en daar liggen we dan, naast de Kiara (foto hier) En raad eens, wie horen we uit volle borst kwinkeleren? Onze eigen Lord Byron, die totaal geen enkel teken van rui toont. Een halfuur later, na het zwemmen in tropisch warm water, hangt hij op zijn vertrouwde plekje in onze kuip en zingt alsof hij nooit weg was. Ik zwem om de boot en controleer het onderwaterschip. De aangroei valt mee, de offeranodes zien er goed uit, bij de boegschroeven is beiderzijds een spijltje losgeraakt. Ze tikken allebei bij het varen tegen de scheepshuid dus ik schroef ze maar los en berg ze op in een bakskist. Als we weer een keer op de wal liggen zal ik ze weer bevstigen. Ik verwijder wat aangroei op de boegschroeven maar erg veel zit er niet. Dat kan niet de reden zijn van hun niet-functioneren, het moet ergens in het electrisch circuit zitten. Komt wel een keer. Verder verwijder ik aangroei uit de openingen van de afsluiters. Genoeg voor vandaag. Er is hier zelf mobiel internet te ontvangen. Ik werk het verslag uit en straks gaan we uiteraard met zijn vieren in het restaurantje eten; we liggen immers gratis aan hun steigertje. Morgen gaan we waarschijnlijk verder naar het oosten. Voor het eerst sedert lang naar voor ons onbekende wateren. Terug naar boven

Kastellorizon

Een veerboot verlaat het Griekse eiland Kastellorizon, dat in de verte oprijst
Een veerboot verlaat het Griekse eiland Kastellorizon, dat in de verte oprijst

Dinsdag 24-08-2010

Aan de westkant van Kapi Creek staan wat merkwaardige bouwseltjes. Zo te zien uit de Byzantijnse periode. Maar na de vele bezienswaardigheden tijdens onze Anatolië-reis heb ik even geen zin meer in "oude stenen" Vanmorgen gaat om zes uur de wekker. Even na zeven uur varen we uit bij NO 0. Geen wind. Buiten in de Fethiye Baai zetten we desondanks zeil. Buiten staat NO 2 maar verderop ontaard het in klapperende zeilen. Het is dan NNW 1. Om half negen is het zuchtje wind gedraaid naar ZO 1. Ik ben het geklapper van het grootzeil zat, we zetten er een rif in. Aan de overkant van de brede kaap passeren we kaap Dökübasi, een kale ongenaakbare rots.

 

Het is onbewolkt en heiig, de contour van het kustgebergte is vaag blauwgrijs. Enkele keren scheert een stormvogel speurend over de tragte golven. We motoren urenlang bij NW 1. Vanaf kaap Kötü is het kapen tellen, deze streek heet "De zeven kapen" Ik heb ze niet geteld. De telefoon piept, een SMS-bericht van Anégada die vraagt wat onze bestemming is vandaag. "We zijn onderweg naar Kastellorizon", antwoorden we. We horen verder niets en slingeren verder op de golfslag die steeds meer schuin achterin komt (foto hier) Om half één trekt de wind aan tot West 3. We draaien de genua uit en zeilen langs een mijlenlang zandstrand met lage duinen. Hier lag ooit de Helleense stad Xanthos. Nog meer oude stenen. Bij West 4 zetten we de motor uit en zeilen we weer eens. Door de kijker speur ik naar resten van Patara, de haven van het oude Xanthos. Niets te zien.

 

Verderop is kaap Yali met het kale eilandje Çatal ervoor. We gaan er zuidelijk aan voorbij. de wind zakt wee terug, de motor moet weer bij. We hanteren doorgaans het "4 knopen beginsel" Zakken we langere tijd daaronder, dan moet de motor aan. Het Turkse eilandje Heybeli is al even kaal. We motorzeilen tussen dat en het rotspuistje Oksüz door. Dan rijst in de verte het eerste stukje Griekenland op, het is het eiland Yeoryios, ook wel Ro genoemd. Aan de zuidkust ligt een mooie ankerbaai, maar je mag er niet heen, het is Grieks militair gebied. Nieuwsgierig bekijk ik het door de kijker, maar behalve een orthodoxe kapel zie ik niets bijzonders. Ik wissel het Turkse gastenvlaggetje voor het Griekse. In de verte rijzen de steile hellingen van Kastellorizon op. Een veerboot van Blue Star Ferries komt ons tegemoet, het is de Diagoras uit Pireaus (foto hierboven) Tussen het Turkse eilandje Gurmenli en een paar gemene, donkere en onverlichte rotsen - de Gurmenli Kayalari, duidelijk Turks - door bereiken we tegen half vier de noordelijke kaap Ayíos Stefanos van Kastellorizon. Zomaar opeens hebben kort twee grote dolfijnen om de boeg. Helaas, in een oogwenk zijn ze weer weg. Toch een aardige welkomstgroet. Achter de kaap opent zich een baai waar plotseling harde valwinden staan, ruim 20 knopen. We leggen de kop in de wind en laten het zeil zakken. Verderop ligt een beeldschoon Grieks dorpje met de bekende kleurig geverfde huisjes, terrassen en taverna´s. Rechts van de kade ligt een catamaran voor anker, verdraaid, het is de Anégada. We varen langs en begroeten Geert & Ine. Met het anker voor uitgestroomd leggen we met de kont naar de lage kade aan. Even later volgt Kiara. Morgen willen we een dagje blijven op dit merkwaardige stukje Griekenland vlak onder de Turkse kust. Het dichtstbijzijnde Griekse eiland is Rhodos, meer dan 70 mijl naar het westen. Ach, ooit was het anders, toen waren er op de kust talloze Griekse dorpen en stadjes en was Kastellorizon niet zo afgezonderd als nu. Terug naar boven

Kastellorizon (2)

Dulce en daarachter Kiara aan de lage kade in Kastellorizon
Dulce en daarachter Kiara aan de lage kade in Kastellorizon

Woensdag 25-08-2010

Lekker gegeten bij het restaurantje op de kade waar we aan liggen. Mavros, de eigenaar serveert ondermee gegrillde octopus en voortreffelijke varkenscarbonades. In het licht van de volle maan lopen we later langs de kade en door de schilderachtige straatjes. Een tijd lang praten we op een bankje aan het water na. Mooie avond. ´s Nachts slaap ik in de kuip. Gelukkig geen discomuziek op Kastellorizon, maar wel houdt een groepje dronken kerels dat aan een tafeltje van Mavros komt zitten lallen, fluimen, zingen, rochelen en lachen, me uit de slaap van half vier tot half zes.

 

Bij ons vertrek uit Marmaris heb ik gewoontegetrouw de Navtex aangezet, maar sedertdien ontving ik nog geen enkel bericht. Dat is vreemd, er is iets mee aan de hand. Curieus die storingen, tot  aan onze aankomst daar functioneerde het apparaat goed, net als onze boegschroeven. Nu weigeren beide dienst. Er is geloof ik een soort natuurwet, die luidt dat als je ze enige tijd niet gebruikt, apparaten verontwaardigd zwijgen. Het Navtex-toestel zélf doet het, maar hij ontvangt geen berichten. het moet dus de antenne zijn. Ik haal het paneel los en controleer de verbindingen. Alle goed, het lampje op de antenneversterker brandt, de antenne-connectoren bij de mastvoet zitten goed. Je zou zeggen dat de verbinding met de actieve antenne boven in de mast los zit. Dat kan, maar ik heb helemaal geen zin om vandaag de mast in te gaan.

 

We spannen ons zonnezeil over het kajuitdak en doen boodschappen bij de kleine supermarkt. Dat is wat mij betreft alles voor vandaag. Ans en Diana gaan wat winkelen en Ine en Jaap vinden de moed om omhoog te klimmen naar de weinig opzienbarende burcht boven het stadje. Maar ze brengen mooie foto´s mee (waarvan eentje hier) Ik lees het goed geschreven boekje "Waarom is de burger boos? Over hedendaags populisme" van Maarten van Rossum (Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2010) dat ik op Schiphol kocht. Aardige lectuur. Het boekje verscheen in februari jl, dus voor de jongste parlementsverkiezingen, maar Van Rossum voorspelt correct de gedoogvariant (PVV gedoogt een CDA/VVD minderheidskabinet) die in de formatie nu wordt nagestreefd. Sedert Paars 1 is er rechts van de VVD een electoraal gat van ongeveer 20%, analyseert Van Rossum, want een partij zou niet tegelijk liberaal én conservatief kunnen zijn. Dat gat zou opgevuld kunnen worden met een degelijke, democratische conservatieve partij. De achtereenvolgende populisten Fortuyn/LPF en Rita Verdonk/TON lukte het niet, zou het Wilders wel lukken met zijn mix van moslimfobie, euroscepsis en steun voor de verzorgingsstaat? Populisme is wel eens gedefinieerd als "the normal pathological condition of modern democracy", het onkruid dat groeit tussen de belofte en de werkelijkheid van de democratie, zegt Van Rossum. Hij inventariseert de trits van dwaasheden die Fortuyn, Verdonk en Wilders te berde brachten (o.a. de onzinnige uitspraak dat onze samenleving gegrondvest zou zijn in een "joods-christelijke-humanistische traditie") Het populisme komt in de praktijk even snel op als het verdwijnt. Het betoog van Van Rossum mondt uit in de vaststelling dat we met onze westerse democratie, een systeem dat al lange jaren stabiliteit blijft bieden, nog helemaal niet zo slecht uit zijn. De overgrote meerderheid van de Nederlanders is er dan ook dik tevreden mee.

 

Mavros maakt aan de kade achter onze boot een vandaag gevangen zwaardvis schoon (foto hier) Hij snijdt er ferme moten af. Dat doet hij expres hier. Hij kan het ook in zijn keuken doen, maar hij weet hoe hij ons moiet verleiden. Vanavond zal hij de moten voor ons grillen. Mavros ging 35 jaar geleden met een aantal vrijgezelle mannen van het eiland weg naar de Oekraïne. Vrouwen waren er nauwelijks te vinden op Kastellorizon. In de Oekraïne wel. Sindsdien lopen er hier tientallen blonde vrouwen en kinderen rond Terug naar boven

Üçağiz

Het eind van Horsehead Bay. Er liggen wat jachten en rechts (achter de mast) een toeristengulet
Het eind van Horsehead Bay. Er liggen wat jachten en rechts (achter de mast) een toeristengulet

Donderdag 26-08-2010

Gisteravond belt een opgetogen Derrick zijn moeder op. Voor al zijn malheur was Liam er altijd verzot op als er op zijn blote buikje geblazen werd. Gisteravond deden zijn ouders dat weer een en verdraaid, hij lachte, wat zeg ik, hij schaterde van het lachen! Sedert zijn verstikkingsongeluk was dat nog niet gebeurd. Het geeft weer enig vertrouwen dat sommige vermogens van zijn brein terug kunnen keren.

 

Vandaag is het windstil en dat betekent hitte. Het zeil komt vandaag niet van de giek. Zwetend nemen we de zonnetent van de giek af en maken de boot verder vaarklaar. Het anker komt gemakkelijk vrij en om kwart over tien varen we de natuurlijke haven van Kastellorizon uit. Langzaam verdwijnt het eilandje achter ons (foto hier) We schipperen door de archipel van kleine Turkse en Griekse eilanden en rotsen door naar het oosten. Zuidelijk ligt het allerlaatste Griekse eilandje, Strongyli, een hoge dorre mini-berg waar in 2001 nog negen mensen op woonden. Met de kijker speur ik naar huizen maar het enige dat ik zie is een vuurtoren. Om tien uur passeren we kaap Ulu. Naar verluidt ligt ten zuidoosten van de kaap een scheepswrak uit de Bronstijd, in dit geval uit de 14e eeuw voor onze jaartelling. Verbaasde archeologen doken een rijke lading op, zoals baren van tin en koper, glazen amforen, vazen, onbewerkt ivoor en - het meest opzienbarend - parels van amber, afkomstig uit de het Baltisch gebied. Het doet me denken aan de reis van Pytheas de Griek, waarover ik laatst las en het toont eens te meer aan dat de ook in de grijze oudheid handelsroutes al veel verder strekten dan we geneigd zijn te denken.

 

We naderen het gebied dat bekend staat als de Kekova Roads, een wonderwereld van eilandjes, beschutte baaien en inhammen dat afgesloten en beschermd wordt door het langwerpige eiland Kekova. We varen echter aan de buitenkant van het eiland langs, op zoek naar Horsehead Bay (in het Turks Karaloz geheten), de eerste bijdrage van een lezer (in dit geval Huib Koel) aan de rubriek Mooie plekken. De naam verwijst naar de paardenhoofdfiguur van de inham, als je hem vanuit de lucht bekijkt (ik vind het meer op een vossenkop lijken) De invaart zie je pas als je er vlakbij bent. We varen naar binnen en na een paar bochten naar links zijn we bij het eind. Het is kleiner dan ik me had voorgesteld maar - Huib Koel heeft gelijk - wel beeldschoon. Kale rotshellingen begroeit met maquis en het gekras van dui8zenden krekels omsluiten je. Er is inderdaad zelfs geen restaurantje van de immer actieve Turkse horeca-ondernemers, maar wel liggen er helaas een aantal jachten en een Turkse toeristengulet (foto hierboven) We zouden ons er voor een nachtje wel tussen kunnen wurmen maar liever gaan we dan toch naar een ankerplaats met meer ruimte en vooral meer wind, voor de koelte. Bij het uitvaren komen ons al liefst vier jachten en drie tripperboten tegemoet; het wordt druk in Horsehead Bay. Het is duidelijk, je moet hier niet in het hoogseizoen naar toe. Toch bedankt, Huib!

 

Langs Kekova eiland varen we terug naar de een van de invaarten van de Kekova Roads. We steken de Straat over naar een volgende doorvaart, die naar een "baai binnen de baai voert" , de Baai van Üçağiz. Een toeristisch dorpje ligt op de noordelijke oever. We ankeren er ten westen van in 4 meter diep water, naast de Kiara en de Anégada. Snel spannen we de zonnetent over de giek, hijsen de ankerbal en springen in het water. Dat is warm, ongeveer 29°, dus net als de temperatuur van je huid. Erg verkoelend is het dus niet, maar toch lekker. Terug naar boven

Üçağiz (2)

Lycische sarcophaag bij de onder water staande antieke stadskade voor het dorp Kaleköy
Lycische sarcophaag bij de onder water staande antieke stadskade voor het dorp Kaleköy

Vrijdag 27-08-2010

In de warme nacht slapen we buiten in de kuip. Na middernacht verdwijnt Ans naar de voorhut, omdat ze niet lekker ligt op de kuipkussens. De afnemende maan glinstert over het roerloze water. Af en toe springt een vis uit het water, vermoedelijk in een poging om te ontkomen aan een predatorvis. Er moeten hier overigtens niet weinig schildpadden zitten. Gisteren zagen we er al een bij de invaart van deze "baai in een baai"

 

Vanmorgen gaan we zwemmen en tot onze verrassing is de bovenste halve meter van het water behoorlijk koud. Dat is anders dan gistermiddag, toen de watertemperatuur hoger was dan de huidtemperatuur van een mens, ongeveer 29° We zoeken de oorzaak in een flinke bron aan het westelijk uiteinde van de Üçağiz-baai. Op de noordelijke oever is een minerale bron, aldus onze pilot "Turkish waters and Cyprus Pilot" (7th ed, 2006) van Rod Heikell. Men zou daar een kleine dam hebben gemaakt zodat er een vijver met ijskoud water is ontstaan. "Local folklore has it that any man who can sit in the spring for 5 minutes is an iron man, or at least a very cold one", schrijft hij snedig. Enfin, gedurende de nachtelijke uren stroomt het koude water de baai in, het is zoet water, dus lichter dan zout water en stroomt dus uit over de oppervlakte, waar het tevens niet door de zon verwarmd wordt. Overdag gebeurt dat wel. Zou deze redenering kloppen?

 

We maken vandaag een tocht met twee dinghy´s, die van Anégada en die van ons, naar het dorp Kaleköy aan de Kekova Roads. Eerst steken we de Straat over naar de noordkust van Kekova eiland, waar we langs de resten van een oude nederzetting varen, die gedeeltelijk onder water liggen (foto hier) Wat peinzend varen we langs ingevallen muren, een enkele deuringang, veel uitgehouwen trapppen en trapjes en wat dies meer zij, die zich over een afstand van zeker een kilometer langs het azuurblauwe water uitstrekken. In het heldere water zien we dezelfde structuren onder het wateroppervlak: muren, kades, trappen. Geen idee hoe deze plaats ooit heette, misschien is het niet eens bekend. Aan de overkant is dat mogelijk wel zo, het dorpje Kaleköy zou vroeger - in de tijd van de Lyciërs, circa 400 jaar voor de jaartelling - Simena geheten hebben. Herinner je dat we van die Lyciërs al eerder op onze reis rotstombes tegenkwamen. (Kale = kasteel, Köy = dorp in het Turks, Kasteeldorp dus) Kaleköy wordt gedomineerd door een kasteel uit Byzantijnse tijd, dat op een rots boven het dorp ligt. In de hitte klimmen we erheen en hebben zo een schitterend, wijds uitzicht over de Kekova Roads en de baai van Üçağiz. We zien ons eigen scheepje in de verte dobberen achter het anker. Binnen de kasteelmuren is een klein amfitheater in de rotswand uitgehouwen, vermoedelijk dateert het uit de Romeinse tijd. Oostelijk. onder de hoge kasteelmuren, is een necropolis van de Lyciërs, waar tientallen sarcophagen schots en scheef tussen oeroude, grillig gekronkelde olijfbomen staan.

 

Van het oude Simena is weinig bekend. Het zou een keer genoemd zijn door de Romeinse geschiedsschrijver Plinius, zegt een lokaal vervaardigd foldertje, maar verzuimd wordt te vermelden welke Plinius dat was, de oude of de jonge. Het was in elk geval vele eeuwen een havenstad, getuige de restanten van vroegere havenmuren en kades die zich voor het huidig toeristendorpje onder water uitstrekken. Ietwat bizar staat er in het ondiepe water een eenzame sarcophaag tussen (foto hierboven) Nijvere Turkse horeca-ondernemers hebben op de die kades hun restaurantjes en steigertjes gebouwd, om de veelal watersportende toeristen te gerieven. In eentje ervan nuttigen we een lekkere, vers bereide vissoep. Kijk hier voor 6 foto´s van dit mooie plaatsje. Aan het begin van de middag motoren we terug naar de boot en springen er meteen in het water, dat net als gisteren opnieuw huidwarm is. Morgen blijven we hier nog een dag. Dan willen we eens kijken of we die koude bron verderop kunnen vinden en hoelang je in het koude water kunt zitten. Terug naar boven

Üçağiz (3)

Geen spoor van een koude bron aan het westelijk einde van de baai. Rechts aan de kant het bijbootje, links op de achtergrond de twee kleine pontons
Geen spoor van een koude bron aan het westelijk einde van de baai. Rechts aan de kant het bijbootje, links op de achtergrond de twee kleine pontons

Zaterdag 28-08-2010

Ondanks de warmte ontplooien we vanochtend flink wat activiteiten. Ans en Diana gaan naar het dorpje voor wat boodschappen. Ans komt terug met een nieuwe zwembroek voor mij. Ik verdiep me in de twee technische problemen die we aan boord hebben: de boegschroeven en de Navtex die het niet doen. Opnieuw schroef ik het instrumentenpaneel open en check de verbindingen. Er ligt een soort verdeelblok/antenneversterker waar de antennekabel van de Renaud actieve antenne op binnenkomt. Eruit gaan de vijf antennekabels: Navtex, TV, AM/LW/FM-radio, weerkaartenprinter en de DSC kanaal 70. Dat blok heeft een rood testlampje als bewijs dat het werkt; het lampje brandt. Op de AM van de radio heb ik eveneens geen ontvangst behalve wat vage ruis (de Navtex zendt ook op de middengolf) Ook haal ik nog eens bij de verbinding aan de mastvoet de connectoren van de coaxkabels uit elkaar en spuit er wat contactspray op. Rest eigenlijk maar één conclusie. het probleem zit boven in de mast bij de antenneschotel zelf. Ondertussen komt Jaap assisteren. Ik trek het maststoeltje aan, prop wat schroevendraaiers en tangen in de zakken en maak de grootzeilval eraan vast. Dan klim ik langs de nieuwe maststeps naar boven, terwijl Jaap de val strak houdt als veiligheidslijn. Halverwege controleer ik het stoomlicht (verplicht navigatielicht bij ´s nachts op de motor varen) want een tijd geleden brandde het niet. Ik haal het kapje eraf, frut er wat aan en ziedaar, het lampje brandt weer. Corrosie dus. Verder naar boven. Bovenin de mast is het uitzicht fantastisch. Het waait er ook lekker.  Helaas, het fototoestel vergeten. Ik zie niks aan de antenne, een witte schotel met een spriet erop. De coaxkabel zit er goed aan vast met een dikke rubber bescherming erom. Aan de bovenkant schroef ik de sprietantenne los en weer vast. Ook niks bijzonders. Moet ik hem losmaken en mee naar beneden nemen? Ik besluit om mijn kameraad Fons van Jachtwerf Numansdorp eerst maar eens per e-mail om advies te vragen.

 

Bedieningspaneeltje van de boegschroeven op de stuurstand

Terug beneden wend ik me tot probleem twee, de boegschroeven. Op de stuurstand zit een bedieningspaneeltje (foto hiernaast) Fons zei vroeger dat die dingen vaak stuk gaan en inderdaad heb ik er al eens een nieuw moeten opzetten. Ik schroef de dekplaat van de stuurstand los en kijk er achter. Alles ziet er prima uit. Dan schroef ik het paneeltje zelf los, trek het eruit en wurm het afsluitplaatje aan de achterkant los en kijk er achter. Alles ziet er prima uit. Dan schroef ik het paneeltje zelf los, trek het eruit en en wurm het

Hetzelfde paneeltje eruit getrokken en open gemaakt

afsluitplaatje aan de achterkant los. Daar zit een printplaatje waar de draden van de netvoeding aan zijn vastgesoldeerd. Niks zit los en er is niks vreemds aan te zien (zie foto hiernaast) Maar ik herinner me dat het probleem van deze paneeltjes in de druktoetsen zou kunnen zitten, die contactjes begeven het gemakkelijk. Mogelijk is dat hier ook zo - tenzij ik helemaal ergens anders moet zoeken. Ik zet alles weer in elkaar en mail Fons om advies. Ik ben erg benieuwd.

 

´s Middags ga ik in ons bijbootje op zoek naar de fameuze koude bron die hier ergens langs de noordwestelijke oever iets voor het einde van de baai moet liggen. Tenminste, in een kaartje in onze pilot situeert auteur Rod Heikell hem daar. Ik vaar langs de oever en houd mijn hand regelmatig in het water. Als het kouder wordt moet ik in de buurt zijn. Maar het wordt niet kouder, zelfs tegen het uiteinde waar twee kleine pontons midden in het water liggen. Helemaal aan het eind is het uiterst ondiep. Ik zet het motortje uit en kantel het, zodat de staart met de schroef de bodem niet raken. Die bodem is overigens erg modderig. Roodbruine modder kolkt in wolken omhoog zodra ik van boord stap, ik zak er zelfs een eind in weg. Ik maak het bootje vast (zie foto aan het begin van dit verslag) en loop er rond op een dorre open plek. De steenachtige bodem is roodbruin, hier en daar staan spichtige struiken met knisperige donkergroene blaadjes. Dorstige struiken, zou ik zeggen. Ik probeer langs de noordwestelijke oever terug te lopen maar de weg wordt geblokkeerd door grote rotsblokken met scherpe randen. Ik keer onverrichterzake terug en vaar nog een keer langzaam langs de oever. Geen spoor van een bron en geen spoor van koud water.

 

Op de terugweg stopt het b.b.motortje af en toe. De tusspozen dat hij draait worden steeds korter. Ik vrees dat het om hetzelfde euvel gaat als destijds in de Baai van Syracuse, weet ik hoelang terug. Fred Bol van de Pegasus wist toen de oorzaak, een zijns inziens overbodig filtertje in de brandstofleiding, dat je tamelijk gemakkelijk eruit kunt halen en schoonmaken. Morgen proberen. Tenslotte roei ik het laatste stuk terug en maak onderweg een foto van Kiara en Dulce achter hun ankers (foto hier) Ans begroet me vreugdevol. Ze heeft van haar jongste dochter Tessa gehoord dat kleinkind Liam gisteren en vandaag vaker heeft gelachen. Ze stuurt er zelfs een foto van op, gemaakt met haar telefoon. Die foto is verbluffend (zie hier) Lachen heeft hij sedert het verstikkingsongeval in april niet meer gekund. Het is bekend dat zenuwweefsel kan regeneren, al duurt het lang. Kennelijk is dat bij Liam aan de gang. Dat betekent dat misschien ook andere hersenfuncties zich kunnen herstellen. Terug naar boven

Üçağiz (4)

Sommige sarcophagen en resten van het antieke Teimiussa staan in het water
Sommige sarcophagen en resten van het antieke Teimiussa staan in het water

Zondag 29-08-2010

Zorgen over mijn jongste zoon Bas (20) Eergisteren zou hij het oordeel vernemen over zijn inhaalprogramma van achterstallige werkstukken en toetsen, maar hij liet me niks horen. Gisteravond heb ik hem gebeld, en ja hoor, hij moet het hele eerste studiejaar overdoen. Hij was nog blij dat ze hem niet uit de opleiding hebben gezet. Het betekent twee jaar stilstand, want eerder kwam hij niet door de toelatingstesten. Het is niet dat hij het niet kan, maar omdat hij er met de pet naar gooit. Ik heb hem gewaarschuwd dat ik zijn studietoelage staak als het nóg een keer gebeurt. Dan gaat hij maar een baantje zoeken. Kinderen... Natuurlijk hoop je dat de geest vaardig over hem wordt en hij zich dit studiejaar briljant revancheert.

 

Vanmorgen haal ik het b.b.motortje van het bijbootje en schroef de omkasting los. Meteen zie ik waar het verdachte filtertje zit, onder de benzinetank zoals je mag verwachten. Wat ik ook zie is dat het tankje vrijwel leeg is. Volgt een krachtterm. Ans had het al gezegd: kijk toch eerst of de benzine misschien op is. Dat had ik wel gedaan, hoor, en door de vbulopening zag ik een vloeistofspiegel. Maar als de boot vaart, dan beweegt het restje brandstof door de tank en bedekt dus niet altijd het gaatje waardoor de brandstof voor het motortje wordt aangezogen. Dus valt die stil. het meest stomme van me is dat het destijds in Syracuse precies hetzelfde was. Ik moet nodig iets van mijn jongste zoon zeggen.... Op de foto hieronder zie je het bewuste filtertje bij de gele pijl, vlak onder het lege benzinetankje. Er direct boven zie je duidelijk dat het benzinetankje leeg is. ik mag erop rekenen dat Fred Bol van de Pegasus - vermoedelijk ergens in de Med voor anker - in lachen uitbarst als hij dit leest.

Later op de dag vergaderen we op de Anégada om route en tijdschema uit te stippelen voor onze tocht via Noord-Cyprus naar de Levant-kust. Geert heeft van meneer Ammar een ontvangstbevestiging uit de Syrische haven van Latakia gekregen van alle opgestuurde documenten van de drie boten en hun crews. Later, terug aan boord, mail ik een reserverings-aanvraag naar de Delta Marina in Girne, Noord-Cyprus.

 

´s Middags lopen Ine, Jaap en ik via het toeristendorpje Üçağiz naar de ruínes van de antieke stad Teimiussa. Ze liggen direct naast het dorpje en zelfs gedeeltelijk erin. Zoals overal hebben latere bewoners veel stenen en soms hele muren gebruikt voor hun eigen huizen. Tussen de ruïnes staan honderden Lycische sarcophagen. Geen enkele is in de duizenden jaren dat ze hier staan aan

grafschenners ontkomen. Zonder uitzondering werden ze opengebroken, veel van de zware dekstenen werden weggeschoven of stukgeslagen.Tja, het leven gaat verder en als je geen geld had... Op de kopkanten vertonen de dekstenen diverse soorten emblemen, die uiteraard een betekenis hebben gehad die me ontgaat. Zie de twee voorbeelden hiernaast. Ook zijn er nauwelijks leesbare, door de tijd verweerde inscripties in het Lycisch en het Grieks. Boven op de heuvel naast het dorp is een kleine burcht, die we in de warmte over de rotsen klauterend met moeite bereiken. Maar we worden beloond met een prachtig uitzicht over de baai. Na de afdaling wordt duidelijk dat het zeeniveau ook hier, evenals bij de naamloze oude stad op de noordoever van Kekova eiland, waar we eergisteren waren - in de loop van de millennia stevig gestegen is. Diverse sarcophagen en ruínes staan in het water (zie foto bovenaan dit verslag) en onder de waterspiegel zullen er nog wel meer zijn.

Zie de twee voorbeelden hiernaast. Ook zijn er nauwelijks leesbare, door de tijd verweerde inscripties in het Lycisch en het Grieks. Boven op de heuvel naast het dorp is een kleine burcht, die we in de warmte over de rotsen klauterend met moeite bereiken. Maar we worden beloond met een prachtig uitzicht over de baai. Na de afdaling wordt duidelijk dat het zeeniveau ook hier, evenals bij de naamloze oude stad op de noordoever van kekova eiland, waar we eergisteren waren - in de loop van de millennia stevig gestegen is. 

Diverse sarcophagen en ruínes staan in het water (zie foto bovenaan dit verslag) en onder de waterspiegel zullen er nog wel meer zijn. Kijk voor 3 andere foto´s van wat rest van het oude Teimiussa en zijn dodenstad hier.

 

De rest van de middag luieren en lezen we aan boord. Ik ben begonnen aan de roman "Een soort familie" van Kees van Beijnum (De Bezige Bij, 2010), die Ans op Schiphol kocht. Het waait Bf 4 uit het zuidwesten. daardoor is het niet zo warm en laadt de windgenerator dapper mee de accu´s op. Morgen willen we door naar Finike, ongeveer 20 mijl naar het oosten. Terug naar boven

Finike

Loom glijden we naar het oosten op de genua. Kiara vaart voor ons uit
Loom glijden we naar het oosten op de genua. Kiara vaart voor ons uit

Maandag 30-08-2010

Om kwart over negen lichten we het anker. Er zit een grote klont roodbruine modder aan. We laten het anker in het water hangen en varen achteruit, daardoor gaat het heen en weer waggelen en spoelt de modder er af. Er is geen wind. We motoren de Kekova Roads binnen en slaan bakboord uit, langs het dorp Kaleköy met de mooie Byzantijnse burcht erboven. Om tien uur komt er wat wind, Zuid Bf 2, en langzaam zeilend op de grote genua glijden we met 3 knopen de oostelijke uitgang van de Roads door naar open zee. Op VHF 16 speelt een of andere idioot Turkse muziek af. Dat soort ongein heb je hier vaak: mensen die fluiten, zingen of gekke geluiden maken op het noodkanaal.

 

Het is een lome dag. De wind zakt weer in en langzaam motorzeilend (foto hierbij) en lezend in de kuip sukkelen we langs een lang zandstrand. Daarachter ligt het ondiepe Kuntepe brakwatermeer, ontoegankelijk voor kieljachten. Op het middaguur passeren we kaap Bunda. Op 15 meter boven de zeespiegel loopt een autoweg om de kaap. Auto´s snellen langs als nijvere insecten. Een halfuurtje later komt Finike in zicht, onze bestemming voor vandaag. Boven de stad rijst een lange, kale bergrug op met in het midden een soort piramide. Het lijkt wel een tumulus, het indrukwekkende grafmonument dat we tijdens onze tocht door Anatolië boven op de berg Nemrut zagen. Maar ik geloof niet dat er hier ook eentje is. Jaap & Diana hebben hier afgelopen winter doorgebracht; ze zeiden dat die bergen lang bedekt waren met veel sneeuw.

 

Voor we de Setur Marina Finike binnenvaren trekt de wind aan tot ZZO 4. Ja, nu hoeft het niet meer. Een RIB met twee marinero´s vaart ons tegemoet. Eerst leiden ze Kiara naar een ligplaats en daarna ons, ernaast. Anégada, een catamaran, arriveert een halfuurtje later en krijgt een plek aan de steiger voor grotere jachten. De marina is goed georganiseerd en heeft uitstekende voorzieningen. Terug naar boven

Finike (2)

Er zijn veel mooie, lommerrijke parkjes in Finike
Er zijn veel mooie, lommerrijke parkjes in Finike

Dinsdag 31-08-2010

Ans en ik tafelen gisteravond zeer romantisch op het dakterras van Hotel 2000. Daarvoor moeten wel een flinke klim tegen de hellig op maken. Behoudens een drietal mannen zijn we de enige gasten. Ze zouden overigens ook wel eens tot het hotelpërsoneel kunnen behoren, want de ober gaat steeds bij hen zitten. Het uitzicht over de jachthaven en de ruime baai van Finike is luisterrijk en de maaltijd  heerlijk. Door een zachte wind is het heerlijk koel op het terras. het is vandaag een nationale feestdag, Victory Day, waarop de Turken de overwinning bij  vieren op de Griekse invasietroepen in 1922 tijdens de Slag bij Dumlupinar. Korte tijd later zouden de overwinnaars de gruwelijke slachting aanrichten onder de inwoners van de multi-ethnische stad Smyrna (het huidige Izmir), waarover ik hier eerder schreef. Die slachting wordt voorzover ik weet nooit herdacht. Enfin, het vuurwerk dat de autoriteiten gisteravond laten afsteken is in elk geval erg bescheiden: zegge en schrijve één vuurpijl.

 

Vanochtend raakt onze Lord Byron - ondanks het recente verlies van drie veertjes nog altijd niet in de echte rui - in grote staat van opwinding. Hij krijgt bezoek! Een lichtgrijs vogeltje, iets groter dan hijzelf, strijkt nieuwsgierig op de kooi van His Lordship neer. Deze zingt en kwinkeleert dat het een aard heeft, zijn kropje zwelt helemaal op. Maar de bezoeker heeft zo te zien meer belangstelling voor het etensbakje dan voor de opgewonden zanger. Helaas zijn we te laat met onze camera.

 

Daarna lopen we met Jaap & Diana Finike in. Een aardig stadje met nauwelijks tot geen buitenlandse toeristen, wat restaurants, een burcht op de heuvel en wat restaurants en supermarkets. En veel van die mooie, lommerrijke parkjes waar de Turken zo sterk in zijn (foto hierboven) Vanmorgen is er bericht van Delta Marina in Girne, Noord-Cyprus. Een Captain Ilkin schrijft dat ze voldoende plek hebben voor onze drie boten. Verder melden ze dat het kantoor van 8 - 11 september gesloten is vanwege vakantie en ook op de 13e omdat het weekend is (we wilden rond de 10e aankomen, dat zal toch geen probleem geven?)

 

Er is ook bericht van Fons van Jachtwerf Numansdorp inzake de problemen met de boegschroeven en de Navtex-antenne:

"De boegschroef werking kan je controleren door de steker van het bedieningspaneel los te nemen en de rode draad (aan boegschroefkant) kortstondig door te verbinden met de grijze - en daarna met de blauwe-draad d.m.v.  b.v. een punttang", schrijft hij. "Als de motor draait dan is het paneel defect, is dit niet het geval dan is misschien de hoofdzekering bij de accu's onder het bed in de voorhut defect"

Kijk, dat is duidelijke taal. ´s Middags probeer ik het meteen. Als het frontpaneel van de stuurstand los heb en optil, kan ik bij die draden. Ik trek ze alledrie voorzichtig uit de verbindingsbus en verbind met - inderdaad - een punttang de rode en de grijze draad en ja hoor, ik hoor een boegschroef draaien. Duidelijk! Nu weet ik niet of ik de derde draad (zwart i.p.v. blauw) bij het tweetal moet voegen of de rode en de zwarte met elkaar moet verbinden. Ik doe het laatste en behalve dat er wat vonkjes afspringen gebeurt er niks. Dan toch maar weer rood en grijs verbinden - de dieselmotor staat ondertussen aan - en opnieuw hoor ik de boegschroef. Conclusie: het bedieningspaneeltje is kapot, ik moet op zoek naar een nieuw

 

.Fons´advies over de Navtex-antenne is wat minder eenduidig: "Wat de antenne betreft kan je de kabel van de mast controleren door de steker beneden(of boven) door te verbinden en vervolgens aan de andere kant van de kabel boven (of beneden) met behulp van een ohm-meter. Als het goed mag de kabel bijna geen weerstand geven, 1 tot 3 ohm, is deze hoger is de kabel gecorrodeerd, slaat de meter niet uit dan is de kabel gebroken. In beide gevallen de kabel vv. Het lampje op de versterker geeft alleen aan dat de spanning aanwezig is maar zegt niets over de werking" 

Ik neem aan dat hij bedoeld dat ik beide uiteinden van de antennekabel met elkaar moet verbinden door een Ohm-meter, dus bij de mastvoet en bovenin de mast. Dat is geen sinecure! Ik zal het eens even bij hem navragen.

 

Uit balorigheid probeer ik nog eens Google Earth op mijn scherm te krijgen. Stomverbaasd zie ik dat het lukt. Kennelijk heb ik de Turkse overheid ten onrecht beschuldigd van censuur (YouTube censureren ze overigens wél) en was er sprake van gebrekkig contact met Internet. Snel vul ik de ontbrekende coördinaten van onze havens en ankerplaatsen van de afgelopen week in de rubriek Kaarten en Routes in, zodat je weer via kopieëren/plakken in Google Earth er met een grote boog heen kunt zeilen. De komende dagen lijkt er een weersverslechtering op komst, met regen en onweer. Vanavond borrelen we op de Anégada. Terug naar boven

Çavus Limani

Met ZW 6 - 7 stormen we op de doorgang tussen kaap Taslin en de beruchte Besadalar eilanden af
Met ZW 6 - 7 stormen we op de doorgang tussen kaap Taslin en de beruchte Besadalar eilanden af

Woensdag 01-09-2010

In veel havens liggen ze, de blijvers, de mensen die niet meer verder varen. meestal zijn het eenzame mannen, ik heb al eens eeder over ze geschreven. Hun vrouw is dood of naar huis, omdat ze het niet meer zag zitten. Vlakbij aan onze steiger liggen er ook twee. Het zijn doorgaans vreemde, schuwe scharrelaars op leeftijd. Eentje van hen is een typische hamsteraar, zijn boot is afgeladen met allerlei spullen die misschien ooit eens bruikbaar zouden kunnen zijn. De andere, een Australiër, is een typische langharige hippie zoals je die in de zestiger jaren zag. Hij zit de hele dag in zijn met doeken en kleden afgedekte kuip aan zijn laptop of te lezen. Waar is hij toch mee bezig? Als je op de steigeer langsloopt kijkt hij niet op of om.

 

Vandaag eindelijk weer eens een prachtige zeildag. Om half tien varen we naar de bunkersteiger 0m 65 liter diesel te tanken. In deze regionen heb ik het liefst mijn tank vol. We liggen er aan lage wal en het bwaait aardig, maar de oude manoeuvre van afvaren op de voorspring terwijl Ans met een stootwil bij de boeg staat, lukt wonderwel. De pompbediende heeft het in dit land van boegschroeven kennelijk nooit eerder gezien, want hij kijkt met open mond toe en steekt dan waarderend zijn duim op.

 

In de baai van Finike waait het aanvankelijk ZZW 3 - 4, de wind komt op 60° over stuurboord in en we lopen gemiddeld 7,5 knopen. Het is voortreffelijk zeilen. Genietend kijk ik naar mijn boot, hoe ze de wind opvangt en licht overhelt in de vlagen, deze mooie, samenhangende machine, een brok technologie van jewelste. De windgenerator snort, de zonnepanelen laden en we snellen voort over de dwars inkomende zeegang, die ons nauwelijks stoort. De wind trekt aan tot ZW 5 en we lopen steeds bijna 8 knopen. Om kwart voor twaalf bereiken we de beruchte kaap Taşlik, de ver naar het zuiden uitstekende kaap met de Besalar ervoor, de Vijf Eilanden, volgens onze pilot door Plinius (welke Plinius?) beschreven als "fraught with disaster for passing vessels" (zie foto bovenaan dit verslag) De zeebodem moet hier bezaaid liggen met scheepswrakken, onder andere een ook weer eentje uit de Bronstijd, circa 1200 vChr, dat door een sponsduiker werd gevonden. Daar hebben we geen tijd voor, de harde wind, nu ZW 6 - 7, jaagt ons door de zeestraat tussen de kaap en de eilanden door alsof we door een monster worden uitgespuwd in de grote baai van Antalya. Er staan wilde kruiszeeën, waar we schuimend doorheen zeilen met een noodgang. Van stuurboord nadert een tweemaster. Hij voert geen zeil en de wilde zeegang slingert het stampende schip hardhandig heen en weer. Maar wij springen langs de kaap als de kurk uit een champagnefles. Even verderop kunnen we bakboord uit. We draaien de genua in en maken een redelijk beheerste gijp. Dan zeilen naar het noordoosten op alleen het grootzeil, de wind neemt steeds verder toe en het gaat hard genoeg. De kust bestaat uit hooggerugde bergen, de steile hellingen bedekt met pijnbomen. Aan stuurboord ligt een kaal eiland met hoge rode rotsen, Suluada geheten. De harde wind bereikt regelmatig in valgen meer dan 45 knopen, het schip zet dan steeds aan en we zeilen permanent rond 7,5 knopen (zonder genua!)

 

Om kwart voor twee draaien we grote baai van Çavus Limani binnen. In de luwte van de zuidelijke invaart willen we het zeil strijken, maar er is geen luwte, de wind valt snoeihard van de berghellingen. Gelukkig valt het zeil rap. Ook in de baai is geen echte luwte maar de wilde zeegang is weg. We ankeren in vijf meter water bij een strandje aan de zuidoever, terwijl de wind over ons heen giert houdt het ankier direct, met een ferme ruk.Ik zet er snel de klemlijn op0 en beleg die op de voorste bolders, zodat de ankerlier ontlast wordt. Een halfuur later arriveren Kiara en Anégada; ze ankeren naast ons.

 

We zetten de buiskap op voor wat luwte. Ans bakt kippenlevertjes met uien, die we genieten met een glas retsina uit Kastellorizon. We wachten de weersberichten af om te zien of het morgen geschikt weer is om de 70 mijl naar Alanya aan de overzijde van de grote baai af te leggen. Vanaf half vijf (Turkse tijd) verschijnen er grijze wolkenpakketten boven de westelijke bergrug. Misschien komen de voorspelde regen- en onweersbuien toch nog. Terug naar boven

Çavus Limani (2)

Bij het ochtendkrieken vertrekt Anégada. Wie goed kijkt ziet iets links in de uitvaart van de baai een stipje. Dat zijn ze. Het lijkt rustig, maar buitengaats is harde wind en een nare zeegang
Bij het ochtendkrieken vertrekt Anégada. Wie goed kijkt ziet iets links in de uitvaart van de baai een stipje. Dat zijn ze. Het lijkt rustig, maar buitengaats is harde wind en een nare zeegang

Donderdag 02-09-2010

Geen regen en geen onweer gisteravond. We zien een merkwaardig verschijnsel boven de westelijke bergrug. De donkergrijze wolkenmassa´s schuiven de hellingen af maar voor ze ons bereiken lossen ze in het niets op. Vreemd, het blijft maar doorgaan. Een mogelijke verklaring is dat de wolken bij het afdalen langs de hellingen in warmere luchtlagen terechtkomen en verdampen. Op VHF 77 overleggen we met Kiara en Anégada over de weerberichten en de plannen voor morgen. De berichten spreken elkaar tegen. Passageweather meent dat er niks aan de hand is maar de Turkse meteo spreekt van harde noord- tot noordoostenwind en een steile zeegang. We besluiten het even aan te zien en morgen af te wachten. Anégada zal in elk geval naar Alanya vertrekken want Ine moet dringend naar een tandarts.

De felle valwinden vanaf die hellingen blijven nog doorstaan tot een uur of tien. Dan zijn ze pardoes weg. Om half een zit ik in de kuip naar buiten te kijken. Het water is onder de schijf van de halve maan doodstil geworden, maar binnen tien minuten waait het opnieuw fors, nu uit het oosten. Ans komt bij me zitten. “Wat is dat voor een vreemd geluid?”, vraagt ze en wijst naar het voordek. Nu hoor ik het ook, er rammelt iets. Ik loop ernaartoe en zie dat de klem van de lijn, die de schokken van de ankerketting opvangt en op de bolders belegd is, door het draaien in de wind eraf is gevallen. De ketting loopt rammelend af. Stom, niet goed vastgezet! Snel zet ik hem met de lierhendel vast. We hebben enkele meters meer ketting staan en eigenlijk is dat met de harde wind wel goed. De rest van de nacht komt er weinig van slapen. Voortdurend draait de wind en het scheepje draait mee. Gelukkig blijft de klem nu goed zitten.

Bij het krieken van de dageraad is het tamelijk rustig. Ik zie Anégada vertrekken (foto hierboven) maar Kiara en wij willen nog wat afwachten. Een uur later is de wind is inderdaad hard noord en de berichten van de Turkse meteo blijven somber. Er loopt een vervelende zeegang de baai in die de boten oncomfortabel doet schommelen. We besluiten het anker te lichten en eens te zien of het onder de noordkant van de baai beter is. Dat blijkt nauwelijks beter, maar met een achteranker uit liggen we een stuk gerieflijker op de inkomende swell. Jaap & Diana gaan weer achterop om buitengaats een kijkje te nemen. Misschien kunnen we langs de kust naar de haven van Kemer, 20 mijl noordelijker? Maar vanaf zee roepen ze op de VHF dat ze snel terugkomen, de wind is pal op de kop en er staan golven van 2 tot 3 meter die hun schip doen steigeren. Na een uurtje ankeren ze weer naast ons. Voor morgen zijn de prognoses beter en mogelijk zakt de zeegang vannacht voldoende in om morgenochtend vroeg de oversteek van de Golf van Antalya te maken.

Zo bezitten we de rest van de dag onze ziel in lijdzaamheid, halen wat van de verloren slaap in en lezen. Er liggen wat tripperboten aan het strandje naast ons maar het zijn geen luidruchtige gezelschappen. De wind neemt in de middag geleidelijk af en de zeegang ook. Ik verdiep me in kleurrijke folders over Noord-Cyprus, waar we volgende week hopen te arriveren. Verder wacht ik de ontwikkelingen op het MST in Enschede af, waar de Commissie Lemstra 2 vanmiddag haar rapport op een persconferentie zal prenteren. Het rapport over de afhandeling van de casus Jansen Steur na diens gedwongen vertrek in 2004. Om drie uur (Turkse tijd) download ik het rapport van de website van het MSt en lees het snel door. Het is een gedegen werkstuk. Natuurlijk - het hemd is immers nader dan de rok - lees ik vooral over de uiterst korte periode dat ikzelf nog betrokken was. In grote lijnen klopt de weergave, enige detailfouten daargelaten. Op de website van TCTubantia lees ik ondermeer: "Met name de oud-bestuurders Ruud Ramaker en Tom Zijlstra krijgen harde verwijten. Ramaker heeft - aldus Lemstra - zelfs tegen de inspectie gelogen. Hij verzweeg de eerste foute diagnoses" Hoe komt Tubantia daarbij? Over Ramaker zal ik me niet uitlaten maar eerlijk gezegd kan ik nergens in het rapport een verwijt aan mijn persoon lezen, nota bene de enige die in al die jaren iets deed! Ik vind zelfs dat dit rapport voor het eerst enigermate recht doet aan de aanzienlijke verschillen in handelen van de leden van de toenmalige Raad van Bestuur en ik ervaar het eerder als - eindelijk! - een zuivering van blaam. Zo vergroven media helaas meteen weer betekenisvolle nuances. Maar misschien zijn die nuances alleen maar voor mijzelf van betekenis.

Om half vier krijgen we een SMS van Anégada: De wind is weg, ze varen op de motor en verwachten om 17.00 uur in Alanya te arriveren. Terug naar boven

Alanya

Bij het ochtendkrieken verlaten we de baai van Cavus Limani, Kiara vaart achter ons
Bij het ochtendkrieken verlaten we de baai van Cavus Limani, Kiara vaart achter ons

Vrijdag 03-09-2010

Redelijk rustige nacht. Om half zes op om het schip klaar te maken voor de oversteek van de brede Golf van Antalya. De zon is nog niet op, in het oosten gloort de dageraad. Gemakkelijk trek ik het achteranker los en schud de modder eraf. Daarna halen we de ankerbal in en lichten het vooranker. De weinige wind is WZW 2. Met de navigatielichten aan (het stoomlicht brandt alledonders niet) motoren we de baai uit. Kiara vaart achter ons (foto hiernaast) Buiten staat een lichte, verwarde zeegang. Om half zeven komt het bloedrode schijfje van de zon over de horizon gluren. Hoe snel de zon op komt! Even later schijnt hij met een prachtig, roodgouden licht boven de einder.

Om 7.15 uur trekt de wind aan en krimpt naar NNW 3 – 4. Blij rollen we de genua uit. Helaas krimpt de wind verder en wakkert nog meer aan tot NO 5. Bijna op de kop terwijl de zeegang forse rollers en dalen gaat vertonen. We verruimen de koers wat zodat het zeil vol blijft en het is een aantal uren lang behoorlijk oncomfortabel. Na half elf zakt de wind weer snel volledig in en de zeegang ook. Daarna is het een behoorlijk saaie rit op de motor in de toenemende warmte van de dag. Gelukkig heb ik een goed boek dat ik gedurende de dag helemaal uitlees: “De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt de baas is in het brein” van de Amsterdamse hoogleraar in de cognitieve neurowetenschap Victor Lamme (Bert Bakker, 2010) Het sluit erg aan bij het boek van Douglas Hofstadter over het Ik als Vreemde Lus, dat ik een jaar of wat geleden las.

Om een uur of vijf roept Anégada ons op uit de haven van Alanya. Hoe laat verwachten we aan te komen? Rond half zeven is het antwoord. Inmiddels zien we duidelijk in de verte het hoge promontorium met de oude burcht erop, dat de stad beschermde. Een mijltje verder aan bakboord ligt de nieuwe Alanya Marina. We kondigen op VHF 73 onze aankomst aan en om half zeven liggen we met Kiara naast ons, met hulp van vriendelijke havenpersoneel, aan een van de nieuwe betonnen drijvende steigers. Vijfenzeventig mijlen op de motor afgelegd. Geert & Ine komen ons begroeten. We spuiten het opgedroogde zout van de boot, douchen en gaan straks zien of hier iets te eten te krijgen is. Terug naar boven

Alanya (2)

Executieplaats in de citadel van Alanya. Veroordeelden en vijanden van de Seltsjuk-vorsten moesten vanaf deze toren hun dood tegemoet springen
Executieplaats in de citadel van Alanya. Veroordeelden en vijanden van de Seltsjuk-vorsten moesten vanaf deze toren hun dood tegemoet springen

Zaterdag 04-09-2010

Van Fons ontving ik aanvullende uitleg inzake de methode om de Navtex-antenne door te meten. Site-lezer Toine de Laet geeft gelijkluidende info in het Gastenboek (waarvoor dank) Met een stukje koperdraad verbind je bij de een connector aan het ene eind de kern en de mantel (massa) van de coaxkabel en aan het andere uiteinde plaats je de pennen van je multimeter (in de Ohm-meetfunctie) ook op respectievelijk kern en mantel. Fijntjes merkt Fons op dat, als je de kabel door de mast wil meten, je er goed aan doet om beneden aan de mastvoet de verbinding met het koperdraadje te maken en bovenin de mast te meten. Waarom? Anders moet je twee keer de mast in. Waarvan acte. Overigens kost een nieuw bedieningspaneeltje voor de boegschroeven € 150. Dat nemen we wel een keertje uit Holland mee, tenzij ik het hier ergens tegenkom.

 

Vandaag geen gestunt in de mast. Daar is het met 37° veel te warm voor. Met de bus (komt iedere tien minuten langs) rijden we naar het bedrijvige en zeer toeristische centrum van de stad. Er is een overvloed aan Hollandse eetcafé´s, waar je loempia´s, kroketten, frikandellen en ander typisch vaderlands voedsel kunt nuttigen. Grappig, mensen trekken er op uit om in hun vakantie eens iets anders mee te maken en willen toch graag (even ongezond) eten als zet thuis gewend zijn. Diana en Ans gaan winkelen en met Ine en Jaap (Geert blijft op zijn boot) beklim ik de hoge promontoriumrots met het Alanya Kalesi erop, de grote citadel uit de tijd van de Seltsjuk-vorsten. Dat kost menige zweetdruppel en gelukkig komt er halverwege weer een bus langs die ons boven brengt. Even voor de bus kwam hadden we een mooi uitzicht op de beroemde achthoekige rode fort-toren Kizil Kule (foto hier) De citadel is indrukwekkend. Er worden nog steeds archeologische onderzoeken verricht want men denkt dat deze plaats veel eerder bewoond was en dat er ondermeer een acropolis uit de Griekse Oudheid was. In elk geval staat er binnen de muren een aandoenlijke, ruïneuze kerk uit de Byzantijnse tijd (foto hier) die nu eens niet als moskee werd gebruikt. (Is dat wel zo?) Afgezien van de schitterende vergezichten maakt een executieplaats veel indruk op me, de Adam Atacagi, vanwaar veroordeelden en vijanden vanaf een toren naar beneden moesten springen, hun dood tegemoet op de rotsen ver beneden waar de branding hun dode, verbrijzelde lichamen kon afvoeren (foto hierboven)

 

Terug in de hete stad. Jonge en oude toeristen lopen vrijwel naakt door de straten van de stad. Lokkers sissen en proberen je de terrassenop te praten ("Where are you from?"), het bekende beeld van het West-Europese toerisme in de Orient en waar dan ook. Terug aan boord vind ik in de e-mailbox ons nieuwe internationale verzekeringsbewijs, waaruit blijkt dat we geen werelddekking hebben, maar dekking voor de "Mediterranean seas and Egypt (max. Hurghada)" Hm. Voorlopig kan dat wel uit en zal ook wel goedkoper zijn, maar mogelijk moeten we het aanpassen als we bijvoorbeeld de Golf van Aqaba invaren. Verder meldt de Sociale Verzekerings Bank dat ze geen Toekenning Ontheffing Inhouding Verplichte AOW/Anw-premies aan onze pensioenverzekeraar kunnen sturen. Oh. Misschien kunnen we - om te voorkomen dat we dubbele premies betalen - ons tot de Belastingdienst in Gorcum wenden of aan het pensioenfonds de SVB-beschikking opsturen? Tja, dat zullen we binnenkort eens uitzoeken. Ze houden je wel bezig. Verder print ik met het oog op onze aanstaande reis naar Noord-Cyprus en de landen van de Levant een groot aantal crew-lists uit. Straks gaan we maar eens een glas drinken tijdens het Happy Hour in de King´s Pub, het centrum van het sociale leven in Alanya Marina. Terug naar boven

Alanya (3)

Alanya (3)

Zondag 05-09-2010

De meteorologische zomer in Nederland was warm, zonnig en nat, schrijft het KNMI op zijn website. De maand augustus was zelfs op één na de natste maand in honderd jaar. Dat zegt natuurlijk niets over de ontwikkeling in de gemiddelde wereldtemperatuur. Daarvoor hebben we de grafiek die sedert 1979 de gemiddelde wereldtemperatuur in de lagere troposfeer laat zien, een grafiek die maandelijks wordt uitgebracht door het UAH (University of Alabama in Huntsville) op basis van wereldwijde satellietmetingen. Die verscheen gisteren (zie ook de klimaatwidget op mijn homepage) en toont dat de wereldtemperaturen nog steeds hoog blijft, 0,51° boven het gemiddelde over de jaren 1979 - 1998) Het record van 1998 wordt nog nét niet overtroffen. Ik blijf maar herhalen dat deze trend onvoldoende zegt, de meetperiode is te kort. Niettemin is global warming een feit als je kijkt naar metingen en indicatoren over veel langere periodes, zie bijvoorbeeld het artikel "Ondubbelzinnig: de opwarming gaat door" in de NRC. Dezelfde krant meldt nu dat de bekende scepticus Bjørn Lomborg omgezwaaid zou zijn en baseert zich op een artikel in The Guardian. Nu heeft Lomborg nooit de werkelijkheid van opwarming ontkent, maar hij meende dat de schadelijke gevolgen ervan sterk werden overdreven. Ik schreef daar bijna drie jaar geleden al over, kijk hier in de rubriek Beschouwingen. Nee, de ommezwaai van Lomborg bestaat hierin dat hij nu schijnt te vinden dat er zwaar geïnvesteerd moet worden om de gevolgen van global warming op te vangen. Dat zei hij vroeger zeker niet! Ik vraag me af waarom, maar daarvoor moet ik zijn nieuwe boek "Smart Solutions to Climate Change" te pakken zien te krijgen. Heel opvallend is het feit dat de nogal omstreden voorzitter van het IPCC, Rajendra Pachauri, nota bene de man die Lomborg ooit met Adolf Hitler vergeleek, een waarderend voorwoord voor het nieuwe boek schreef. Over ommezwaai gesproken! Want wat zei Pachauri in april 2004 in een Deense krant?: "If you were to accept Lomborg´s way of thinking, then maybe what Hitler did was the right thing"

 

Vanochtend vul ik een e-mailcontactformulier in op de website van ons pensioenfonds. Ik meld dat de Sociale Verzekerings Bank geen brief met een (gaat-ie weer) Toekenning Ontheffing Inhouding Verplichte AOW/Anw-premies kunnen/willen opsturen. We dreigen dubbel premie te betalen. Is het misschien voldoende - zo suggereerde de SVB zelf - als ik kopieën van de SVB-beschikking (toekenning vrijwillige AOW/Anw-verzekering) aan het pensioenfonds opstuur? Het is overigens lastig dat je bij zo´n e-mailcontactformulier ze niet meteen als attachments mee kan sturen. Deemoedig vraag ik ze ons alsjeblieft niet maandenlang tussen wal en schip willen laten zitten.

 

Opnieuw een zeer warme dag, die leidt tot een absoluut minimum aan activiteiten. Lezen, tukje en weer verder lezen of wat eten in de schaduw van de kuip, waar soms een licht windje enige verkoeling brengt. Vanuit de King´s Pub, de marina-kroeg aan de overkant waar we gisteren in gepaste vrolijkheid het Happy Hour doorbrachten, klinkt Jaren´60-muziek over het water. Niet onaardig. Enige ongerustheid over de weersituatie. De Turkse meteo heeft een near gale warning voor morgen. De harde wind is het probleem niet, die komt uit westelijke richtingen en niet eens zozeer hier, maar vooral in het westelijk deel van het Taurusgebied. Hij zal echter een flinke zeegang veroorzaken die zich tot hier voortzet, terwijl we onvoldoende wind in het zeil zullen hebben om er comfortabel op te kunnen varen. Dat wordt eindeloos tjoempen. Aan het eind van de middag ga ik zwemmen om af te koelen. Je mag gratis gebruik maken van het marina-zwembad, zoals dat ook in Marmaris het geval was. Terug naar boven

Alanya (4)

De omslag van het boek van Victor Lamme
De omslag van het boek van Victor Lamme

Maandag 06-09-2010

Op de omslag staat een foto van - vermoed ik - een rij keizerspinguins die allemaal dezelfde kant op schuifelen. Misschien een beeld uit de aandoenlijke documentaire "La Marche de´l´Empereur" uit 2005, een bizar voorbeeld van evolutionair geprogrammeerd kuddegedrag met de suggestie dat het ook voor de menselijke soort op¨gaat. De titel is door de uitgever bedacht: "De vrije wil bestaat niet", al voor het boek door de Amsterdams neurowetenschapper Victor Lamme geschreven was. Het boek verscheen in maart van dit jaar en is duidelijk een verkoopsucces, de uitgave die ik dezer dagen in één dag uitlas is al de zesde druk. Grappig, want de notie dat menselijke beslissingen allesbehalve rationeel zijn en niet gestuurd worden door een overkoepelende "ik-functie", is niet nieuw. Al eerder werden dergelijke inzichten vertolkt door auteurs als Richard Dawkins en Douglas Hofstadter, over wiens boek "I am a strange loop" uit 2007 ik vorige zomer een paar keer enthousiast schreef toen we in Istanboel lagen. Hoe zegt Lamme, geen filosoof maar een wetenschaqpper, het:

 

"Het "ik" is een illusie, een vreemd samenstel van functies (je hoort als het ware Hofstadter: een vreemde lus! - TZ), die in eerste instantie dienen voor het functioneren in een sociale omgeving. Het idee dat het "ik" bepaalt wat we doen is meer dan een illusie. Het is een regelrechte vergissing" (p. 220)

 

"Het is over het algemeen (...) nutteloos om aan iemand te vragen waarom hij iets deed, of erger, aan iemand te vragen wat hij zou doen in situatie X of Y. Daar komt nooit iets zinnigs uit" (p. 284)

 

Wat we doen volgt doorgaans niet uit een bewust genomen beslissing. Het is eigenlijk andersom. De ingewikkelde mix van rivaliserende stimulus-respons patronen in ons brein leidt tot een handeling, die we achteraf motiveren - alsof we een bewuste beslissing hadden genomen. Die achteraf motiverende functie in onze hersenen noemt Lamme in navolging van de beroemde split-brain onderzoeker Michael Gazzaniga de brain-interpreter, origineel in het Nederlands vertaald als "kwebbeldoos" Deze visie zou eigenlijk grote gevolgen moeten hebben voor uiteenlopende terreinen als politiek, rechtspraak, economie en gezondheisdzorg - Lamme verkent er een paar - terreinen waar de Cartesiaanse mythes van de bewuste beslissing, van voorbedachte rade en verantwoordelijkheid centraal staan. Lichaam en geest zijn niet gescheiden eenheden, we zijn een onvervreemdbaar onderdeel van ons lichaam en we verdwijnen als onze lichamen er niet meer in leven zijn. Onze kwebbeldozen geven de geest (klinkt wat raar, eigenlijk)

 

Opnieuw een warme dag. Desondanks doen we uitgebreid boodschappen bij een Migros-supermarkt aan het begin van de stad. Er arriveren vandaag nogal wat jachten, Duitsers, een Deen en een Nieuw Zeelander. Schepen die verlaat terugkeren van de zogenaamde EMYR-rally, een jaarlijkse groepstocht van tientallen jachten in een moordend tempo langs de Levant-kust, die door sommigen "een varende groepstherapie" wordt genoemd. Wij voelden er althans niets voor deelname. Het is leuker om het zelf uit te zoeken. Ans krijgt uitstekend nieuws door over kleinkind Liam: sedert hij begon te lachen ontwikkelen zich snel andere functies zoals slikken (hij eet bij voorkeur babyvoedsel), dingen pakken en hanteren (zoals een speelgoedzwaard) en bovendien zijn de spastische trekkingen en het gekerm vrijwel weg. Ans is opgetogen en belt de hele familie. In de tweede helft van de middag vertoeven we aangenaam in het zwembad van de marina. Er is een vervelend misverstand gerezen met Anégada; Jaap en ik verkeerden in de stellige overtuiging dat de afspraak was om woensdag, overmorgen, te vertrekken richting Cyprus. Daarom betaalden we vanochtend al het liggeld. Maar Geert & Ine hadden een andere beleving en voelden zich opeens voor een fait accomplie gesteld. Het zal hopelijk straks tijdens het Happy Hour in "The King´s Pub" worden bijgelegd. Terug naar boven

Alanya (4)

In het zwembad van Alanya Marina
In het zwembad van Alanya Marina

Dinsdag 07-09-2010

Het misverstand met Anégada wordt tijdens het Happy Hour gisteravond in "The King´s Pub" snel opgelost. We spreken er uitvoerig met een Zuid-Afrikaanse zeiler die meerdere malen de Levant-kust heeft bezocht. Hij adviseert om niet van Cyprus naar Syrië te gaan, maar direct naar Jounieh in Libanon. Daar is inklaren heel gemakkelijk en visa zijn niet vereist, de haven is goed beschermd en je kunt er met een gerust gevoel je boot achterlaten voor reizen in het binnenland (ook over land naar Syrië) Over de haven van Latakia in Syrië is onze zegsman heel negatief: bureaucratie, inklaren is duur en tijdrovend, de haven is onveilig met kans op diefstal. Ze staan de hele dag te wachten om op je schip in te breken, zegt hij. Het is echter al vier jaar geleden dat hij in Latakia was. In het Journaal van de Existence van Leonard van Veldhoven (Elmar, 2008) staan positieve ervaringen over de haven, evenals in het artikel "Sailing to Syria" van zeiler Jeremy Waters in het blad Practical Boat Owner 487, July 2007. Anderzijds had de Flapjack, die we in Kreta ontmoetten, in 2009 weer negatieve ervaringen in Latakia. Tja, wat nu? Discussies barsten los. Persoonlijk heb ik de neiging om gewoon zelf maar te gaan kijken. Onder zeilers doen immers altijd tal van verhalen de ronde. Maar de meningen zijn verdeeld.

 

Later kom ik erachter dat onze zegsman ook een andere kant heeft. Hij is in Zuid-Afrika is geboren maar van Duitse komaf, spreekt vloeiend Zuidafrikaans en heeft duidelijk andere opvattingen over het verleden van zijn land dan ik. Als ik vertel dat ik in de jaren´70 in Angola werkte, in de tijd dat Zuidafrikaanse troepen het land binnenvielen, memoreert hij met kennelijk plezier dat ze toen de bierbrouwerij van Cuca, een paar kilometer zuidelijk van de hoofdstad Luanda, in puin schoten. (Ik herinnerde me het) Angola en vooral de soldaten van de FAPLA zaten maanden zonder bier, schatert hij, wat een mop! Over de slachtoffers van de overigens mislukte invasie spreekt hij niet en trouwens, het zou me niet verbazen indien het gebrek aan bier destijds positief bijdroeg aan de prestaties van de FAPLA-soldaten.

 

Vanmorgen staat er, anders dan voorspeld, een fikse wind uit het zuidoosten. Er komt een lichte swell de haven in en we trekken het schip wat verder van de steiger af. Buitengaats is de zee tamelijk onstuimig en daarom zoeken een twintigtal tripperboten met hun lading van blote toeristen ijlings beschutting achter de buitenste havendam (foto hier) Er liggen opeens zomaar vier veertjes op de bodem van de kooi van Lord Byron. Zou de rui dan toch beginnen? Hij zingt nog steeds.

 

We gaan met het busje naar de stad om er een nieuwe ventilator te kopen. Na drie reparaties heeft de oude het definitief begeven. Bij een van de Hollandse terrassen eten we een kroket (Ans) en een frikandel speciaal (ik) Samen met jaap breng ik onze documenten naar het havenkantoor, het transit log, de paspoorten en het ICP. Morgenochtend komt de grenspolitie die ophalen om ze af te stempelen en er andere, onnavolgbare handelingen mee te verrichten die ertoe moeten leiden dat we voor het middaguur het land uitgeklaard zijn en naar de eerstvolgende haven langs de Turkse kust kunnen vertrekken, Gazipaşa, op weg naar Cyprus. Je bent dan nog wel in Turkije maar verderop zijn uitklaringshavens. De rest van de middag brengen we aangenaam door in het marinazwembad (foto hierboven en een andere hier)

 

In de email zit een antwoord van de verzekeringsafdeling van onze bank op mijn vraag over eventuele uitbreiding van het dekkingsgebied:

 

"De verzekeraar (Unigarant) stelt als voorwaarde dat u, indien het vaargebied verder wil uitbreiden dan Hurghada, een inspectie/survey rapport dient te overleggen. Indien u de uitbreiding wenst van het vaargebied dan geldt tevens de eis dat er ten allen tijde 2 ervaren bemanningsleden aan boord zijn. Wanneer u via de Rode Zee door de Golf van Aden wil dan dient dit van tevoren te worden overlegd met Unigarant (men kan een militair escorte als voorwaarde stellen)"

 

Wat moet je daar nou mee? Die uitgebreide survey hebben we al in 2007 voor ons vertrek op verzoek van Unigarant ingevuld en opgestuurd, vergezeld van een lijst met onze diploma´s en afgelegde zeereizen. Waarschijnlijk heb ik hem nog op mijn harde schijf staan. En het lijkt een beetje buiten onze mogelijkheden te liggen om een militair escorte in te huren. In mijn antwoord vraag ik om nadere toelichting. Geert heeft inmiddels Hassan gesproken, de organisator van de eerder genoemde EMYR-rally. Hij zei tot Geert´s opluchting dat de Syrian Yacht Club in Latakia een vertrouwde haven is. Je moet alleen iemand van de haven voor wat dollars op de boten laten passen als je het binnenland in reist. En je moet twee voorankers uitbrengen. We houden dus vast aan het oorspronkelijk plan. Terug naar boven

Gazipaşa

Onderweg naar Gazipasa zoek Ans verkoeling op het zwemplatform
Onderweg naar Gazipasa zoek Ans verkoeling op het zwemplatform

Woensdag 08-09-2010

Helemaal onderaan op iedere pagina van onze website kun je zien hoeveel bezoekers er vanaf het begin, vier jaar gelden, er geweest zijn. Vanmorgen zag ik dat me het miljoen hebben gepasseerd. Hoe Maakum de telling precies doet, is me niet duidelijk. In elk geval zijn het uiteraard geen unieke bezoekers, want we hebben dagelijks ongeveer vierhonderd vaste lezers, soms wat meer, soms wat minder, en die worden vermoedelijk elke dag opnieuw geteld.

Als we de handdoek van Lord Byron´s kooi afhalen, zien we tientallen veertjes op de bodem liggen. His Lordship is duidelijk in de rui, hoewel hij nog wel zacht pruttelend zingt als Ans de wasmachine aan zet. We wachten op de grenspolitie, die met onze uitreispapieren in de loop van de ochtend langs moet komen. Ze hebben daar geen haast mee, maar om elf uur zijn ze er. Ondertussen hebben we de tanks gevuld en het electraverbruik afgerekend.

 

Even na half twaalf varen we uit bij ZW 1 en een trage zeegang uit dezelfde richting. Het is twee mijl naar het promontorium van Alanya, met de grote Seltsjuk-citadel met de executieplaats, die we een paar dagen eerder bezochten. Er drentelt een grote tripperboot rond met oerend harde muziek. Op de middelste etage zien we hoe met een grote straal vlokkerig zeepsop van het plafond spuit over een menigte blote, dansende jongeren. Op een mijl afstand is het BOENKE-BOENKE-oerwoudritme nog te horen. We worden oud. Op de oever is een kilometerslange rij van hotels langs het strand. Langzaam dokkerend motorzeilen we verder en geleidelijk maken de hotels plaats voor een vriendelijk kustlandschap van groene heuvels en een enkel dorp. Ans laat een tijd haar voeten in het water bungelen, zittend op het zwemplatform (foto hierboven) Op een display op de stuurstand zie ik dat het water liefst 28,6° Celsius is.

 

Om kwart voor vier varen we het vissershaventje van Gazipaşa in. Anégada ligt er al geankerd met twee andere jachten. Het haventje zou al jaren geleden tot marina worden omgebouwd, maar daartoe zijn nog geen aanstalten gemaakt. In een hoek liggen een paar trawlers en aan de andere kant is een korte betonnen kade, waar aan- en afvarende vissers hun vangst lossen voor de bestelauto´s die erop staan te wachten. Het is een vredig oord. We ankeren in vijf meter water. We zien een grote dolfijn en een waterschildpad. Later komen Kiara en een Duits jacht. Dan is het haventje aardig vol. Het is hier een logische tussenstop op weg naar Cyprus. Boven op de heuveltop en langs het water aan de zuidzijde staan wat grijs verweerde ruïnes, overwoekerd door groene struiken (foto hier) Met enige moeite kun je de contouren van tamelijk grote gebouwen zien die langs de kade moeten hebben gestaan. In antieke tijden was dit dus al een ahven. Volgens de pilot zijn het de resten van de oude stad Selinus, de stad waar de Romeinse keizer Trajanus in AD 117 stierf aan een ziekte, tijdens zijn terugreis langs de kust van Palestina naar Rome. De stad heette sedertdien Trajanopolis. Er zou hier een mausoleum voor hem gebouwd zijn, dat 1812 nog gezien werd door Francis Beaufort, bekend van de windsterkte-schaal. Nu is er niets meer van over dan wat steenhopen. De avond valt, het is hier langs de kust tamelijk vroeg donker. Om zeven uur moet straks de kuiplamp al aan. Morgen verder. Terug naar boven