sailing-dulce.nl

Logboek 2016/4 Herfst in Gorcum

De sluiskom in Gorcum anno 1902.
De sluiskom in Gorcum anno 1902.

  Direct naar

  het laatste

  verslag

 

Hierboven een mooie nostalgische foto van de sluiskom met een zeiltjalk. De foto dateert uit 1902. Nog geen tien jaar eerder werd de fraaie Waterpoort op last van een kortzichtig gemeentebestuur afgebroken. Politici denken zelden op langere termijnen. Het gebouwtje in vakwerkstijl op de 3e Waterkering, links op de foto, is nog nieuw. Het is het kantoor van Rijkswaterstaat. Tegenwoordig herbergt het voorzieningen voor passanten in de haven. De karakteristieke oliemolen De Eendracht staat er nog, maar hij zal 14 jaar later - tijdens WO 1 - worden afgebroken vanwege het hout. Het witte pand ervoor is het bierpakhuis van bierbrouwerij ZHB, gesloopt in de jaren 60, en in het midden van de foto staat de sluiswachterswoning, die er nog steeds is. Rechts achter de bomen van het Eind staat de voorganger van ons huis. Een foto waar je zo zou willen binnenstappen.

 

De komende maand zullen we onze Dulce terugvaren naar Jachtwerf Rexwinkel Numansdorp, waar ze voor het winterseizoen de wal op gaat. Ach, de winter doorkomen - en dan in het nieuwe vaarzeizoen naar de Oostzee, de Poolse en de Baltische kusten.

En wijzelf? Wie vieren in november ons 12,5-jarig huwelijk met kinderen, kleinkinderen en broers plus aanhang. En ik? Ik wil me werpen op het afschrijven van deel 4 'Lucas dichter' van mijn romancyclus 'Soms priemt een lichtstraal'.  En... ik heb het idee om een eerste dichtbundel uit te brengen.

Allemaal voornemens. Vol plannen zit de mens, maar niemand kan zeggen wat ervan terecht zal komen.

Kampen (4)

Dulce afgemeerd in het gat van Seveningen tegenover Kampen.
Dulce afgemeerd in het gat van Seveningen tegenover Kampen.

Zaterdag 01-10-2016

De rechter in Rotterdam heeft eergisteren de voorgenomen fusie tussen het Dordtse Albert Schweitzerziekenhuis en het Gorcumse Beatrixziekenhuis - mijn vroeger ziekenhuis - verboden (lees hier). Ik was er al bang voor, toen een jaar geleden de Autoriteit Consument en Markt de fusie al verbood. De beroepsprocedure is nu dus ook verloren. Ik ken de uitspraak niet, maar zonder twijfel zal die betrekking hebben op het veronderstelde gebrek aan keus voor patiënten. Ik kijk op de website van Rivas; daar staat het bericht ook. Kees Heijblom van de raad van bestuur zegt daar: 'We betreuren deze uitspraak en zullen ons beraden hoe we binnen deze nieuwe situatie verder samen kunnen werken.' Tja, dertig jaar geleden zagen we niks in een dergelijke fusie, maar de tijden veranderen. Kleine ziekenhuizen kunnen tegenwoordig zonder samenwerking met grotere partners niet langer een gedifferentieerd medisch-specialistisch behandelingspakket overeind houden. Daar bouwen de dokters te weinig ervaring voor op. Anderzijds pleegt het grote ziekenhuis niet zelden roofbouw op het kleiner, alsof het een biologische wet is. Overigens was dat in mijn tijd in Twente niet het geval met Oldenzaal. Dat lot is dus geen wetmatigheid, maar vaak heeft het kleine ziekenhuis te weinig basis en is het op langere termijn gedoemd ten onder te gaan - ongeacht of het onderdeel van een fusie is of alleen blijft. Dan resteert er vaak een buitenpolikliniek en dat is niet persé een slechte formule, zoals in Leerdam bewezen is. Maar tijden veranderen; misschien ligt het over dertig jaar weer helemaal andersom.

 

Aan boord luister je vaker radio; thuis kijk je meer televisie. Gisteravond op Radio 4 een prachtig concert van het Residentieorkest met violiste Simone Lamsma. Sinds ik vorig jaar haar splijtende vertolking van het Vioolconcert van Benjamin Britten hoorde heb ik een groot zwak voor haar. We luisterden geboeid naar haar vertolking van het Vioolconcert van Aram Chatsjatoerian. Een man met wie Sjostakovitsj graag de spot dreef omdat hij hem maar een slaafse Stalinist vond. Of dat helemaal terecht was, is de vraag, omdat niemand in de toenmalige componistenwereld zich durfde af te zetten tegen de grote leider. Ook Sjostakovitsj niet. Onder componisten bestond veel kinnensinne. Het vioolconcert schreef Chatsjatoerian in 1940 voor de wereldberoemde violist David Oistrach. Lamsma speelde het concert gloedvol en met vuur en gebruikt in het eerste deel de cadens die Oistrach schreef. Op het tweede deel - een andante sostenuto - ben ik bijzonder verzot. Het heeft het karakter van een trage, meeslepende dans. Achter onze ramen was het aardedonker, de wind was gaan liggen, we lagen in een grote drijvende doos en luisterden in het schaarse schemerlicht van een paar kaarsen...

 

Vandaag is het weer een slag beter. We rijden al vroeg de Flevopolder in en via Dronten, Lelystad, Almere en onder Amsterdam door naar Velserbroek. Daar hebben we een familiereünie, neven en nichten Zijlstra. Dat zijn er nogal wat, want onze stamvader, Thomas Rommert Zijlstra, kastelein in het Friese Morra, had veel kinderen. Veel ervan noemden hun kinderen naar hem; er zijn dus nogal wat Tom Zijlstra's. Er zijn zo'n dertig neven en nichten op komen dagen. Mijn vader was daarvan de op één na jongste en derhalve behoren mijn broer en ik - eind zestigers - ook tot de jongsten. Vroeger hadden we vaker van die bijeenkomsten, maar nu is het alweer een jaar of zeven, acht geleden. Nicht Tiny Zijlstra (83) had het initiatief genomen en ons bijeen geroepen in haar voormalige boerderij op een terrein buiten Velserbroek waar eens een kasteel of landhuis stond. Er is nog een toegangshek waar in vaag leesbare letters ''t Schyt' of ''t Scheyt' op staat. Naar de betekenis zal ik niet raden.

We worden hartelijk verwelkomd. In een grote kamer zitten de neven en nichten gezellig koutend bijeen. Koffie met gebak. Reünies.... Meestal vallen twee dingen op - zo ook nu - namelijk allereerst wie er niet meer zijn. Meestal mannen, die gaan eerder. En ten tweede hoezeer iedereen ouder werd, inclusief jezelf. De kunst is om desondanks vrolijk te zijn vanwege het weerzien van de anderen. Dat lukt wel. Er schuilt veel vreugde in het ophalen van oude verhalen. Eén van de nichten heeft thuis nog een foto van onze stamvader Thomas Rommert (zie boven) en zal die rondzenden per email. Ik ben erg benieuwd naar die foto; per slot was hij mijn 'Pake' van vaderskant en ik heb hem nooit gekend, netzomin als mijn grootmoeder die een jaar voor mijn geboorte overleed. Onlangs vonden we in Leeuwarden nog haar graf. Van haar bezit ik wel een foto.

 

Het is een gezellige middag op de reünie. Hier 2 foto's. Nicht Tiny heeft met enige steun zelfs een broodmaaltijd aangericht met o.a. kroketten en onbespoten appels uit haar boomgaard. Om half vier nemen we afscheid en rijden terug naar Kampen. In Velserbroek scheen de zon en in Kampen schijnt hij ook nog. Terug naar boven

Kampen (5)

De Kamper Kogge onder zeil op de IJssel voor Kampen. Op de achtergrond de jachthaven van Seveningen, waar we liggen. (foto: kamperkogge.nl)
De Kamper Kogge onder zeil op de IJssel voor Kampen. Op de achtergrond de jachthaven van Seveningen, waar we liggen. (foto: kamperkogge.nl)

Zondag 02-10-2016

Soms speelt het toeval je leuke dingen toe, zoals vandaag. Het is een winderige dag met regenbuien en het is koud, 16 graden. We blijven binnen en lezen veel. Maar op een raam van de kantine van de jachtclub, waar we dankbaar voor afgemeerd liggen, zagen we van de week een aankondiging van een lezing voor vanmiddag over de Kamper Kogge. Een lezing over de 2e Ommelandtocht die de replica van het 14e eeuwse zeilschip in de zomer van 2016 maakte. Met een Ommelandtocht bedoelen ze een tocht om het Deense Jutland heen, zoals de oude handelsschepen van de het Hanzeverbond die vroeger maakten (zie de kaart hieronder) naar en van de Oostzee. Het Noordoostzeekanaal (het Kielerkanaal) was er toen uiteraard niet en door de Limfjord kon je toen niet varen, dus de koggeschepen moesten door de beruchte Jammerbocht en helemaal om de punt van Skagen heen.

Op 1 augustus 2004 gaven we 's nachts de Kamper Kogge en

haar begeleidingsschip Carlot VHF-assistentie in de

Duitse Bocht boven Bremerhaven (rode cirkel).

In de zomer van 2004 maakte de replica zijn eerste Ommelandvaart, maar door hardnekkige tegenwind lukte het toen niet om rond de punt van Skagen te varen. Zo'n koggeschip was dan wel het eerste zeewaardige zeilschip ter wereld, maar moeilijk hanteerbaar bij slecht weer. De bemanning koos daarom om door het Noordoostzeekanaal te varen. Het was hetzelfde jaar dat ik met opstapper en vriend Erik H. de Dulce naar Helgoland zeilde voor een vakantie in de Oostzee. De reis van de Kogge was al onfortuinlijk omdat een bemanningslid in de Oostzee overleed. Die nacht van 1 augustus 2004 kreeg een tweede opvarende een hartaanval in een volledig windstille nacht boven de Duitse waddeneilanden. Zelf waren we gehandicapt door een touw in de schroef (zie 'Eine Tampe in die Schraube', artikel in het maandblad Zeilen, januari 2015). We gaven de Kogge toen VHF-relay met hun begeleidingsschip Carlot, een voormalige reddingsboot, en met de Duitse kustwacht en moesten het treurige bericht overbrengen van de dood van hun bemmaningslid, die met een helicopter van boord was gehaald. Ik heb het verhaal ook al eens hier verteld.

Tegen drie uur vanmiddag gaan we van boord en met luttele stappen staan we bij de kantine. De spreker en bemanningslid in 2004 Reijer van 't Hull heet ons enthousiast welkom, als hij verneemt wie we zijn. Ook hem verbaast het toeval dat de kogge ons weer eens samenbracht. Ik hoor aan zijn stem dat die het een emotionele gebeurtenis was, toen op zee in 2004. Later laat hij de foto's zien van de beide slachtoffers. De tweede spreker (en bemanningslid van de 2e tocht die wel slaagde), Tiemen-Jan, vindt het ook leuk dat we er zijn ondanks dat het allemaal twaalf jaar geleden was. Ze nemen ons mee naar binnen en daar mogen we voor de aanwezigen vertellen wie we zijn.

 

Het wordt een leuke middag, terwijl buiten zon en regen elkaar afwisselen. Hier een foto. Men zingt een lied over de tocht en zelfs wij - die allebei een behoorlijke hekel hebben aan de eeuwige zeemansliederen, shanty's en wat dies meer zij - zingen mee. Dan volgen de verhalen met lichtbeelden. De replica-kogge heeft vandaag de dag zelfs AIS maar die krijgen ze niet op het computerscherm. Dat kan bij ons ook niet en we leden er nooit onder. Maar het wordt wel duidelijk dat het varen op zo'n schip allerminst comfortabel is en dat het de vele zegeningen van een scherp varend jacht niet kent. Toch zou ik best eens mee willen varen, al is het maar om de vrolijke welkomstpartijen mee te maken in de havens die ze in de Oostzee aandoen. Maar ook de mogelijkheid van een soort tijdreis mee te maken, net als op op dat Portugese karveel destijds (in 2007) in Lagos. Je te kunnen verplaatsen in hoe het was in op een Middeleeuws schip in deels minder goed verkende wateren, waar je maar moest afwachten waar de wind je bracht. Geweldig. Ik begrijp van de sprekers dat er in elk geval genoeg drank aan boord was.

 

Terug aan boord. Het weer lijkt iets op te kanppen. Anna gaat Indisch koken. Morgen gaan we richting Lelystad, Amsterdam. We zien wel hoever we komen. Terug naar boven

Amsterdam

Het IJsselmeer, op weg naar Lelystad.
Het IJsselmeer, op weg naar Lelystad.

Maandag 03-10-2016

Er breekt vanmorgen een mooie oktoberdag aan. Prima om te varen. Even voor halftien verlaten we het Gat van Seveningen en varen de IJssel op. Of beter: af, want we varen stroomafwaarts. Er staat een lichte wind uit het noordwesten. De Eilandbrug draait op ons verzoek en met ons vaart een zeiltjalk mee erdoor. Die laten we al gauw achter ons. We motoren door de kleine rivierdelta over de westelijke stroomgeul. Enige vrachtschepen komen ons tegemoet (foto hier). Al gauw zijn we op het Ketelmeer en we spannen ons in om de opening van de Ketelbrug om 10.20 uur te halen. Dat lukt. We zijn weer op het IJsselmeer en rollen de genua uit (foto hierboven). Die levert een ruime knoop extra. Aan stuurboord ligt Urk, aan bakboord is de bekende lange rij windmolens die hier al enige decennia staan. Ik geloof dat ze tot de eerste in Nederland horen. De rij reikt tot aan de Flevocentrale, maar we hebben de indruk dat die stilligt.

 

Al motorzeilend maken we 7,2 knopen en koesteren ons in de laagstaande zon. Omstreeks het middaguur komen we bij Lelystad. Daar zijn veel jachten op het water, maar weinigen gaan door de Houtriblsuizen. Om half één varen we binnen en voor één uur zijn we er weer uit. Links zien we de replica van het VOC-schip de Batavia liggen (foto hier), rechts staat op een dam een fraai beeld, dat van draadstaal gemaakt lijkt te zijn (foto hier). Het stelt een hurkende man voor en is van - vind ik later uit - van de Engelse beeldhouwer Antony Gormley. Het is uit 2010. In het zuiden hangen boven de stad en de polder donkere wolken, maar boven het IJssel blijft het zonnig. Nu volgt een erg saai stuk van 7,5 mijlen naar de hoek bij het IJ. We zijn er omstreeks half vier. Aan bakboord zien we het eilandje Pampus, maar daar gaan we niet voor liggen. We komen juist op tijd bij de Schellingwouderbrug en hebben de laatste opening voor vier uur. In verband met spitsuur draait hij niet tussen vier en zes uur. De Oranjesluis volgt meteen en zo varen we omstreeks half vijf Zijkanaal K op en meren af aan de woonark van onze vrienden Henk & Yvonne. Enige maanden geleden waren we hier ook, op de heenweg.  Ik kijk op het log: ruim 40 mijlen afgelegd. Terug naar boven

Amsterdam (2)

Amsterdam (2)

Dinsdag 04-10-2016

Ik was benieuwd naar de september-uitslag van de update van de gemiddelde wereldtemperatuur (zoals gemeten door satellieten). Wordt 2016 inderdaad het warmste jaar sinds het begin van de metingen? Wel, met een plus van 0,44 graden Celsius zit het er nog steeds dik in (zie grafiek hiernaast). Dat geeft zelfs klimaat-scepticus Roy Spencer toe(die de grafiek bijhoudt): ' It looks increasingly like 2016 might be a new record-warm year (since the satellite record began in 1979) in the UAH dataset.'

 

Mooi weer vandaag, met wind uit het oosten vanwege een hogedrukgebied boven Scandinavië. Weer een dag van verplaatsingen. We lopen door het W.H. Vliegenbos, waar de woonark van Henk & Yvonne naast ligt, naar een bushalte nabij de Meeuwenlaan. Dit bos is verrassend bos, een echt stadsbos  dat al in 1912 werd aangelegd voor de verpozing van de arbeiders en hun gezinnen op initiatief van het socialistische gemeenteraadslid W.H. Vliegen, die overleed toen ik juist twee maanden oud was (in 1947). Lopen door zijn bos geeft besef van historie. De stadsbus brengt ons door de IJtunnel naar Amsterdam CS, waar tijd is voor koffie voordat we op de sprinter  naar Zwolle stappen. We gaan aan de linkerkant zitten, nieuwsgierig om straks naar het natuurgebied van de Oostvaardersplassen te kunnen kijken. Na de nieuwe spoor bug over de A1 en voorbij de talrijke wijkstations van Almere komen we langs een uitgestrekte prairie met een luttel groepje herten een een grote kudde runderen. Wie reist kan veel vertellen. Tenslotte Lelystad, waar we over de nieuwe Hanzespoorlijn (2012) verder gaan. Om twaalf uur stappen we uit een kil en onhergbergzaam station Kampen Zuid. De oostenwind waait onbarmhartige kou over een kaal landschap met een tochtig busstation. Gelukkig komt de stadbus binnen vijf minuten en die voert ons langs een eindeloos aantal buitenwijken tenslotte over de IJssel, de stadsbrug dus, naar het kopstation Kampen. Wat nu? We zien dat bus 141 naar Urk er staat en die bespaart ons een lange wandeling over de dijk, want hij stopt op de 2e halteplaats en dat is voor de jachthaven van het Gat van Seveningen. Half één. Daar staat het autootje trouw op ons te wachten.

 

We stoppen de electronische sleutel van de haven netjes in de groene brievenbus en rijden over de stadsbrug naar een AH-supermarkt aan de rand van het centrum van Kampen. Boodschappen en croissants voor de lunch. We rijden in beginsel dezelde route terug, via Dronten en Lelystad. Die ligt meestal langs de spoorlijn. Tegen drie uur zijn we weer in Amsterdam bij onze boot. In de rest van de middag speelt er een nare ontwikkeling. Het wereldnieuws doet er even niet toe en ik heb weinig lust aan iets anders te denken. Ik kom daar nog wel over te spreken. Eind van de middag rijden we naar mijn dochter Floor voor een kort bezoek. Daar is alles in orde. Terug naar boven

Amsterdam (3)

"De Zielenvisserij' (1614) van Adriaen Pietersz. van de Venne.
"De Zielenvisserij' (1614) van Adriaen Pietersz. van de Venne.

Woensdag 05-10-2016

Een zonnige dag, maar koud vanwege een schrale noordoostenwind. Ik breek vanochtend de bimini af (foto hier) en berg hem op. Schuilen voor een zon die zo laagstaat hoeft niet meer.

De rest van de dag bestaat uit een dagje Rijksmuseum. Ik moet bekennen dat ik daar in mijn hele leven nog nooit ben geweest. Tijd om dat eens in te halen. We lopen langs de woonboten van Zijkanaal C en de chemische industrie die tussen het Vliegerbos en het IJ ligt. Verderop zijn allerlei bedrijfjes in een grote hal gevestigd, zoals een garage voor 2CV's. Er staat zelfs eentje die tot een limousine is uitgerekt (foto hier). Bij de oever is de aanlegplaats van een pontje naar de overkant. Verbaasd stellen we vast dat de veerpont gratis is. Vanwege de gure wind zitten we binnen (foto hier). Op het Azartplein op het Java-eiland, waar hij aanlegt, is de eindhalte van tram 10. Die staat juist te wachten en brengt ons linea recta naar een halte vlakbij het Rijksmuseum. De hele lay-out met die drukke fietsroute eronderdoor verbaast ons provinciaaltjes. Directer opgenomen in de stad kan haast niet. We drinken koffie in de drukke hal. Wait till you are seated, staat er. Daar is vast diep over nagedacht. Daarna passeren we de contrôle met onze onvolprezen museumjaarkaarten.

 

Het museum maakt een overweldigende indruk. Natuurlijk lukt het niet om alles te zien, we dwalen gewoon rond en laten onze route maar zo'n beetje aan het toeval over. Maar de Nachtwacht willen uiteraard ook even zien (foto hier). Verder brengt het toeval ons bij de boekenkist van Hugo de Groot (foto hier). Dus ze hebben hier uit Gorcum niet alleen de Waterpoort, maar ook die kist. De boekenkist die ze in Loevestein tonen, is niet de echte. We zwerven langs de Oudhollandse meesters, langs de impressionisten, langs de prachtige Breitners, de Haagse School, de 20e eeuw. Eén schilderij trekt onze bijzondere aandacht. Dat is 'De Zielenvisserij' dat Adriaen Pietersz. van de Venne maakte in 1614 (zie hierboven). Het is een vermakelijke allegorie op de inspanningen van de protestanten en de katholieken om tijdens het Twaalfjarig Bestand zieltjes te winnen. De schilder is partijdig. Merk op dat de protestanten (ter linkerzijde) erf veel meer hebben gevangen dan de katholieken (rechts). Daar staan trouwens de bomen te verdorren in tegenstelling tot links. Kunst schikt zich naar de machthebbers, die opdracht gaven.

 

Tot slot besluiten we om de Gorcumse Waterpoort te bezoeken. De poort werd in 1893 door een koppig gemeentebestuur gesloopt tegen de wil van het Rijk, om een betere doorgang te geven aan het alsmaar drukkere verkeer dat met de veerponten over de Merwede kwam. Men verwijst ons naar de buitenzijde van het museum, waar je omheen moet lopen. Daar bij een zonnige tuin ontdekken we hem (foto hier). Overigens is het alleen maar de voorzijde (rivierzijde). Er staat niet eens een bordje bij. De poort is smaller en hoger dan ik me had voorgesteld. Bovenin hangt een klok. Ook het uurwerk eronder werkt correct: het is kwart voor drie. De onderste stenen aan de binnenzijde zijn hier en daar beschadigd en geschaafd, naar ik aanneem door vroeger verkeer. Wat een mooie en sierlijke poort, desondanks! Je begrijpt niet dat de toenmalige bestuurders ervan af wilden. Nu krijg je hem nooit meer terug, maar al jaren pleit ik voor de bouw van een verantwoorde replica op de oorspronkelijke plek. De bouwtekeningen zijn er nog en het drukke noord-/zuidverkeer haast zich sinds jaar en dag over de Merwedebrug. Een schone droom en dat zal het door de visieloosheid van de huidige Gorcumse gemeenteraad ook wel blijven. Je kunt je voorstellen dat bestuurders van onze stad zich tot het uiterste zouden inspannen om die mooie poort te herbouwen, maar niets daarvan.

 

We lopen naar de voorkant van het gebouw en vinden de tramhalte van lijn 10. Op het Azartplein legt het pontje naar Noord juist aan. Flink vermoeid lopen we terug naar de boot. Kachel aan! Maar een machtig interessante dag! Terug naar boven

Amsterdam (4)

Zomer 2003. Henk in zijn element. Bij windkracht 8 - 9 stuurt hij onze Dulce de Firth of Forth uit.
Zomer 2003. Henk in zijn element. Bij windkracht 8 - 9 stuurt hij onze Dulce de Firth of Forth uit.

Donderdag 06-10-2016

Vanmorgen overleed Henk Bezemer in het OLVG te Amsterdam. Hij werd 70 jaar. Henk was één van de bekendste zeilers in Nederland en redacteur van het eerste uur van het maandblad 'Zeilen'. Zijn kritische testen van nieuwe jachten waren legendarisch en zijn boeken zijn klassiekers geworden, vooral 'Vier zomers zeilen' waarin hij beschrijft hoe hij eens op een klein Waarschip 570 de Azoren bereikte, zonder kompas en overige navigatiemiddelen (dus ook geen GPS en andere electronica). Zo'n verhaal tekent hem: een doorzetter, ook als hij flink moest afzien. Twee jaar geleden verscheen er een heruitgave bij Uitgeverij Hollandia.

 

Henk was ook een van mijn oudste vrienden. Aan het einde van de jaren zestig leerden we elkaar kennen in het milieu van de linkse studentenbeweging in Utrecht. Hij zat twee jaar na mij in het bestuur van de USF (Utrechtse Studenten Faculteiten) en we schreven even doorwrochte als onbegrijpelijke beschouwingen over de marxistische theorie van de 'totaalarbeider' in het toenmalige Utrechtse studentenblad 'Trophonios'. Zeer volumineuze artikelen, die we componeerden op zijn kamer onder het genot van bier en roggebrood met grove paté en rauwe knoflook. Dat stimuleert het brein, beweerde Henk. Hij wist dat uit een geheimzinig vroeger leven op de Balkan. Daar dweepte hij mee.

Na mijn afstuderen verloren we elkaar uit het oog. Jammer, maar zo gaat dat. Ik weet dat hij zelf afstudeerde als sociaal-pedagoog en aan de universiteit bleef werken. Dat beviel hem matig. Ik heb altijd bewonderd dat hij toen een fundamentele draai aan zijn leven durfde te geven en ging varen. Mee het blad 'Zeilen' oprichtte, grote tochten maakte en er boeken over schreef.

 

Eind jaren 90 liepen we elkaar weer tegen het lijf, ik meen op de HISWA. Daar hoorde ik een mij bekende stem op een lezing in de stand van 'Zeilen'. Verdraaid, dacht ik, dat is Henk! Ik was inmiddels zelf ook voor het zeilvirus bezweken en voer in mij eerste schip, een Gib'sea 352. We pakten de draad van onze vriendschap op. In de zomer van 2003 zeilden Ans en ik  op onze Dulce (ons derde schip) met hem en zijn vrouw Yvonne rond Schotland, een onvergetelijke reis waarover Henk zelf in 'Zeilen' een geestig verslag schreef (lees het hier met een aanvulling hier). Henk besloot het artikel met: 'Veel lol gehad en er is geen onvertogen woord gevallen. Misschien is dat nog wel het mooiste.' De foto hierboven werd toen gemaakt.

 

Regelmatig keken we meewarig maar met liefde samen terug op onze linkse jaren in Utrecht. Soms ontmoetten we elkaar op reünies en ook was Henk nog op in mei 2013 bij de presentatie in Utrecht van mijn eerste roman (waar hij in voorkomt onder een andere naam). Hij kwam toen al op krukken, want sinds zijn pensioen ging het hem lichamelijk niet goed. Ook een jaar later gaf hij acte de présence bij het verschijnen van mijn  tweede (met rollator) en mijn derde boek. Toen zat hij in een rolstoel. Het ging niet bergop met Henk.

Dit jaar legden we in juni op onze tocht door Nederland nog bij hem en Yvonne aan, bij die mooie woonboot in Zijkanaal K aan het IJ. Hij was toen al flink ziek maar we hadden toch een leuke avond. Dat typeert hem. Henk was een aardsoptimist en een volhouder. Dat blijkt uit zijn avonturen. Weinigen zouden het hem nadoen: drie etmalen zonder hulpmotor ploeteren tegen wind en tij om de Race of Alderney te bedwingen. Ik weet niet meer wanneer dat was, maar elke keer luisterde ik ademloos naar hem als hij daarover vertelde.

 

Vandaag zou ik met hem samen naar de presentatie zijn gegaan van het boek over het isolement van CPN-leden tijdens de Koude Oorlog, dat een wederzijdse vriend heeft geschreven. Afgelopen zondag belde ik hem daarover. Jos heeft een boek geschreven, zei ik. Verdomme Tom, ik lig in het ziekenhuis, zei Henk.

Maandag voeren we meteen van Kampen naar Amsterdam en dinsdag, eergisteren, sprak ik hem voor het laatst. Dat was in het ziekenhuis. Hij zat in een stoel en was helder van geest. Henk besefte dat het met hem afliep. Jammer dat je nu alleen naar de presentatie van Jos moet, zei hij. Dat is zeker jammer, zei ik. Vanmorgen om tien uur stierf hij. Ik ben blij dat ik hem nog even gesproken heb. Rust zacht, goede vriend.

 

Ach, een dag met voortdurend denken aan Henk. Een van de sleutelfiguren uit mijn leven. Eerst als revolutionair, later als zeiler. Ik loop op mijn eentje naar het pontje over het IJ en vind mijn weg naar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Daar presenteert onze oude vriend Jos van Dijk zijn boek 'Ondanks hun dappere rol in het verzet...' Het verschijnt bij mijn eigen uitgever Aspekt, maar die deed er niks aan. In mijn geval ook niet. Jos heeft het zelf georganiseerd. Ik ben niet in de stemming om er verslag van te doen. Ik drink teveel, maar houd me toch in toom. Er zijn diverse mensen uit onze studententijd. Ze zijn geschokt door het overlijden van Henk. Jos houdt een goede inleiding, ik kom er nog wel op terug. Mijn voeten, de tram en de veerpont brengen me terug naar Noord, waar Ans en ik een lange nazit hebben met Yvonne en haar kinderen. Kinderen die Henk van jongsaf mee heeft opgevoed. In de huiskamer nemen we afscheid van onze vriend, die daar staat opgebaard. Hij ziet er verbazend goed uit, met die martiale trekken en die zeilerskop van hem. Maar hij is natuurlijk wel zo dood als een pier. Woensdag is de crematie. Terug naar boven

Scheveningen

Onderweg naar Scheveningen buien, maar niet bij ons.
Onderweg naar Scheveningen buien, maar niet bij ons.

Vrijdag 07-10-2016

Vanochtend nemen we afscheid van Yvonne. Volgende week woensdag zullen we elkaar terugzien op de begrafenis van Henk. Gisteravond waren we nog lang samen met Yvonne, haar kinderen en hun partners. Die blijven voorlopig bij haar.

We varen Zijkanaal K uit naar het IJ. Het is koud met een schraal windje uit noordoost. Straks kunnen we zeilen. We hebben voor het eerst dit jaar de zeilpakken aan voor warmte. We motoren langs de bekende gebouwen, het Muziektheater aan het IJ, Amsterdam CS, enzovoorts. Het is kwart over negen. Het Noordzeekanaal is rustig en geeft geen problemen. Zijkanaal C naar Haarlem laten we links liggen. Ans heeft zelf voorgesteld, tegen haar zee-angst in, om buitenom te gaan. Dat schiet natuurlijk veel sneller op dan dat geteutel met verkeers- en spoorbruggen op de Vastemastenroute. In twee dagen kunnen we met gemak in Numansdorp terug zijn. Voor avanvond hebben we met mijn jongste zoon (en Hagenees) Bas afgesproken om in Scheveningen met zijn drieën te gaan eten.

 

In IJmuiden krijgen we de Zuidersluis, maar eerst moet er lange duwbak met zand in. Als zijn motor- en schroefgeweld afneemt, varen we aan bakboord langs hem heen en zo ver mogelijk naar voren. Misschien laat hij ons dan voorgaan bij de uitvaart. Zo gaat het ook; de man op de voorplecht roept 'gaan jullie maar eerst' als brug en sluisdeuren opengaan. Voor hem uit varen we richting zee. Dulce weer op zout water. Onze geringe zoetwateraangroei schrikt zich te pletter. Bij de zuiderpier steekt een zeehondje nieuwsgierig zijn kop boven water en duikt weg als we naderen. In het noorden, voorbij het Hoogovenscomplex, zien we een hotel op een hoog duin. Dat is Wijk aan Zee en het hotel kennen we: Het Hoge Duin, het hotel waar Ans' zoon Derrick de scepter zwaait. Ans belt hem, hij loopt naar een raam. 'Ik zie jullie', zegt Derrick, 'wat een klein bootje'. 'Wat een klein hotelletje', zegt Ans.

 

Buitengaats staat wat meer wind, voldoende om te zeilen. Een mooi bakstagwindje vult de genua en al gauw lopen we iets meer dan zeven knopen op het log. Ik kijk op het plotterscherm naar de SOG (Speed Over Ground, foto hier) en zie dat we boffen, we hebben het tij mee. Ik was volledig vergeten er gisteravond naar te kijken. De zeegang veroorzaakt een matige tuitelige beweging, maar we worden niet zeeziek. Overal om ons heen zijn donkere wolken en soms buien, maar niet bij ons. Dik ingepakt (foto hier) hebben we het niet koud. En het is mooi om de zee zo te zien, ik geniet daarvan (foto hierboven).

Zo verstrijken de uren. We krijgen bezoek van een vogeltje, een graspieper zowaar (foto hier). Hoe we dat zo zeker weten? Nou, graspiepers waren al eerder te gast. Toen we in het begin van de jaren 00 met een noordwesterstorm uit het Deense Thyborøn naar Vlieland voeren, reisde een uitgeput koppeltje 24 uur lang met ons mee. Maar deze is niet moe; driftig pikt hij spinnetjes van de touwen bij de mast.Benedendeks heeft Sir Geldof in zijn kooi niets in de gaten. Na een kwartier fladdert het vogeltje weer weg.

Tegen drie uur lopen we op Scheveningen af. We zien de pier, een reuzenrad, en het Kurhaus. Vlakbij de pieren draaien we de genua in, roepen de Verkeerscentrale op en krijgen permissie binnen te varen. Geen bijzonderheden. Bijna 40 mijlen afgelegd. Een kwartier later meren we af in tweede haven bij de marina. Liggeld 36 euro voor een nacht. Om zes uur belt Bas dat hij ernaan komt. Morgen verder naar het Slijkgat en de zeesluis van Stellendam. Naar verwachting zijn wind en zeegang als vandaag.

 

Sinds een paar dagen is het zover: het klimaataccoord van Parijs zal binnen 30 dagen in werking treden, nu 72 landen het hebben geratificeerd. Landen die samen goed zijn voor 56,75% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. De Amerikaanse president Obama sprak van een 'historische dag'. 'Misschien wijzen we deze dag later wel aan als de kentering voor onze planeet.' Gaat het werken? In de dagelijkse lezersvraag stelde De Volkskrant deze week die vraag. 70% van de respondenten denkt van niet. Wat moet je daarmee? Denken dat het de zoveelste uiting is van het gebruikelijke volkschagrijn? Ik stemde zelf positief, vooral omdat ik hartstochtelijk wens dat het accoord gaat werken. Maar ik vermoed óók dat het wel gaat werken, zeker als de grootste vervuilers - zoals China, de USA en Europa - zich daadwerkelijk inspannen. Dan kan het snel gaan. Ik weet echter ook dat het accoord een beperking beoogt tot 2 graden mondiale temperatuurstijging in AD 2100, een beperking die op zich al gevaarlijk is. Terug naar boven

Numansdorp

De Maasmond. Achter de Turkse tanker Besiktas Chaperonne steken we de Maasgeul over.
De Maasmond. Achter de Turkse tanker Besiktas Chaperonne steken we de Maasgeul over.

Zaterdag 08-10-2016

Gisteravond een gouden avond met Bas, mijn jongste zoon. Verlichtingsdeskundige, vrije kunstenaar en freischwebende Intelligenz. Hij draagt een mooie, volle baard. Van zulke avonden wil ik er wel tien achtereen. Bovendien had Ans ons naar een prima restaurant geloodst: De Dagvisser - nomen est omen. Een druk maar gezellig etablissemnet aan de haven met lekker oesters, vongole en bouillabaisse. En een mooie witte wijn, Fleur du Cap. Hier een foto. We brachten na afloop Bas naar de tram en genoten aan boord samen nog een glas na.

 

Het is vannacht minder koud dan gisternacht en vandaag is een dag met wolken en veel zon. Even na negen uur vragen we Verkeerscentrale Schevingen permissie om uit te varen. Geen bijzonderheden. Buitengaats staat hetzelfde comfy-bakstagwindje als gister, maar minder - de genua blijft niet staan. Na een halfuur wel en het is aangenaam (foto hier). Het tij staat nog een halve knoop tegen. We zeilen met schuin achteroplopende zeegang richting Maasgeul. De toegang tot de Nieuwe Waterweg en de wereldzeehaven Rotterdam. Zoals altijd bij drukke riviermondingen is de zee erg onrustig. Bij de groene MN1-boei, op een mijl van de geul, roep ik de Sector Maasmond op VHF 3. U kunt oversteken, zeggen ze. Op de AIS is alles prima te zien (foto hier), zoals de Turkse tanker Besiktas Chaperonne (die naam!) waar we achterlangs oversteken (zie foto hierboven). Uit de Nieuwe Waterweg nadert een Brits vrachtschip, maar dan zijn we ruim en breed aan de overkant. De sectorpost roep een noordgaand zeilschip op om te wachten, maar de schipper heeft zijn marifoon kennelijk niet aanstaan; hij reageert niet. Dus roept de verkeerspost de Brit op om gas terug te nemen. Het jacht zeilt onbekommerd naar de overkant.

 

We zeilen om de uitgebreide Maasvlakte heen en verleggen de koers naar de ingang van het Slijkgat. Inmiddels hebben we het tij mee. Het is zeker meer dan tien jaar geleden dat we hier waren, maar de betonde geul naar Stellendam weten we wel te vinden. Daar is uiteraard weer afgaand tij, dus tegen. Halverwege zien we de kop van een zeehond en aan de andere kant, de noordkant, ligt op een drooggevallen zandplaat een gemengde groep van vijf zeehonden en talrijke aalscholvers en meeuwen zich genoeglijk in de zon te koesteren.

Bij Goerese zeesluis zit het tegen. De sluis schut net naar binnen dus wachten we een halfuur aan het remmingwerk. Ook het schutten duurt lang, zodat we de kans verliezen om de opening om vier uur van de Haringvlietbrug te halen. Door de starre houding van Rijkswaterstaat draait die brug in de weekeinden niet om vijf uur 's middags (als op werkdagen), terwijl er dan geen spitsuur is. We doen het kalm aan en passeren Hellevoetsluis en later Tiengemeten op een sukkeldrafje. Op die manier hoeven we tegen zessen niet al te lang bij de Haringvlietbrug te liggen dobberen (foto hier).

 

Om kwart over zes meren we af in onze vroegere haven Marina Numansdorp. Eigenaar en havenmeester Waldi heeft op ons gewacht en voorziet ons van pasje, WiFi-code en walstroom. We hebben 47,5 mijlen op de klok staan. Ondanks de laagstaande zon zijn onze gezichten verbrand. Ik voel me ietwat triest; einde vaarseizoen. Morgen zal ik met openbaar vervoer het autootje in Amsterdam ophalen, terwijl Ans schoon schip maakt. Daarna ontschepen en terug naar Gorcum. Terug naar boven

Gorinchem

Dulce terug in Numansdorp (rode pijl).
Dulce terug in Numansdorp (rode pijl).

Zondag 09-10-2016

De dag die je wist dat zou komen - de dag van de ontscheping en het eind van het vaarseizoen 2016. Ook een dag vol verplaatsingen en een dag vol zon. Op hoeveel manieren kan je een dag benoemen? Om tien uur rijdt de vriendelijke Waldi me naar de bushalte aan de A29. Dat spaart me een halfuur lopen over de dijk. De bus brengt me rechtstreeks naar het Zuidplein in Rotterdam. Op het metrostation laad ik snel mijn OV-kaart op en pak twee minuten later de metro naar Rotterdam CS. Daar vind ik een intercity die over zeven minuten naar Amsterdam Centraal vertrekt. Net tijd genoeg om bij een stalletje een kop koffie te scoren. Hij rijdt vanwege werkzaamheden ergens op het sppor om en doet er twintig minuten langer over, maar mijn lof voor het openbaar vervoer in Nederland is groot. In Amsterdam pak ik tram 26, stap na drie haltes over op lijn 10 naar het eindpunt op Azartplein op het Java/KNSM-eiland. Ik denk even met mijn gezicht in het zonnetje lekker op een bank te kunnen zitten, maar het veerpontje komt al aanvaren. Aan de overkant loop ik naar de boot van Henk & Yvonne. Het is half twee. Yvonne en haar dochter zijn druk met het ontvangen van bezoekers en regelzaken. Ik bewonder de overlijdenskaart van Henk. Behalve een mooie foto van Henk op zijn Waarscheepje 570 staat er aan de binnenkant een toepasselijke, haast profetische tekst uit zijn klassieker 'Vier zomers zeilen' (pas herdrukt bij Hollandia). Een tekst over hoe hij na zijn dood herinnerd zou willen worden: als een verteller van verhalen.

 

Na de thee vertrek ik met het autootje terug naar Numansdorp. Ik arriveer bij Anna om half vier. Zij heeft de boot helemaal schoon gemaakt en alles ingepakt, dus zonder dralen karren we alle tassen en zakken met een karretje over de steiger naar de parkeerplaats. Als laatste volgt Sir Geldof in zijn kooi, in een tas onder een handdoek. We breken snel de buiskap af nu hij goed droog is en trekken de hoes over de stuurstand. De sloten op de bakskisten. We lopen alles na: de stroomgebruikers zijn uit, op de bilgepomp na.

Voor de derde maal vandaag rijd ik over de A29. Beetje triest, ik zei het al, omdat het vaarseizoen nu echt voorbij is. En ook wel verlangend naar mijn boeken en muziek thuis en de warmte en het comfort van ons appartementje. Thuis ligt het nieuwste boek van paleoklimaatwetenschapper Michael Mann in de brievenbus 'The Madhouse Effect' (Columbia University Press, 2016); zoals de titel doet vermoeden gaat het over de bizarre vormen die climate change denial aanneemt. Hij is de man van de vaak - en ten onrechte - bekritiseerde hockeystick-grafiek.

Ergens volgende week zullen we de boot winterklaar maken en op de wal laten zetten. Maar eerst zullen we komende woensdag Henk op zijn laatste gang vergezellen. Terug naar boven

page loading