sailing-dulce.nl

Logboek 2010/1 (Kreta>Fethiye)

Piri Reis´ kaart van Kreta
Piri Reis´ kaart van Kreta

Direct naar

het laatste

verslag

 

Een kaart van Kreta, gemaakt door de beroemde Osmaanse admiraal en kartograaf Piri Reis. Let op! De kaart is andersom gezet want oorspronkelijk was het zuiden boven geprojecteerd. Hij dateert van de jaren ´20 van de 16e eeuw. Natuurlijk heb ik gezocht naar Ayíos Nikoláos en vooral naar het eilandfort Spinalonga, dat toen nog in Venetiaanse handen was. Pas in 1715 werd het geannexeerd door de Turkse Osmanen. Maar ook met een vergroting krijg ik het niet goed in beeld. In elk geval zie je op de kaart onder de zuidkust van links naar rechts - ongeveer op de goede plaatsen - de eilandjes Gavdos (het zuidelijkste stukje Europa), Gaidouronissi en Koufonisi. Plaatsen waar je zou willen zijn.

 

Misschien lijkt het erop alsof onze reis stagneert en dat we hier blijven, omdat de boot al in Kreta ligt en we voor een drietal maanden in Holland zijn voor de behandeling van mijn prostaatkanker. Nee, stagnatie, dat is niet het plan. Dan had ik beter een oude kaart van Andel en omgeving kunnen plaatsen, waar we sedert begin januari weer tijdelijk wonen. Nee, ik vind deze kaart gewoon heel mooi. En medio april of mei 2010 zeilen we verder.

De traditionele jaarlijkse nieuwjaarswens van Wim van Heel
De traditionele jaarlijkse nieuwjaarswens van Wim van Heel

Ayíos Nikoláos (49)

We toasten op de kade na de jaarwisseling. Er wordt vrijwel geen vuurwerk afgestoken in Ayíos N. Rechts ligt onze Dulce
We toasten op de kade na de jaarwisseling. Er wordt vrijwel geen vuurwerk afgestoken in Ayíos N. Rechts ligt onze Dulce

Vrijdag 01-01-2010, Nieuwjaarsdag

Oudejaarsavond bij Geert & Ine op de Anégada. In de ruime kajuit van hun catamaran is het gezellig met zijn vieren. We draaien oude nummers uit de jaren ´60 en ´70, we spelen het spelletje waarbij iemand een figuur in gedachten neemt en de anderen met ja-en-nee vragen moeten uitvinden wie het is, we kijken via de schotelantenne op TV naar de oudejaarsconference van Guido Weijers en we zijn een uur eerder dan de Nederlandse televisie toe aan de jaarwisseling. Ans en ik kussen elkaar en wensen elkaar Gelukkig Nieuwjaar. Voor de derde keer op onze reis. In 2006/2007 waren we nog in Andel, in 2007/2008 met mijn broer Wiebe en zijn vrouw Marina in het maffe chinese restaurant Le Mandarin in Lagos in Portugal, in 2008/2009 in de Black Pearl op Malta met Rommert & Esther. En nu hier op Kreta met een totaal ander perspectief dan in die eerdere zorgeloze jaren. De komende maanden waarin ik een intensieve bestralingsbehandeling moet ondergaan staan het verder vooruitkijken in de weg. Toch rekenen we erop dat we medio april/mei verder kunnen varen. Ik wil er geen drama van maken, laten we eerst die botscan maar eens afwachten en zien hoe de radiotherapie verloopt. En we hebben vooral elkaar. We gaan met Geert en Ine de kade op om te toasten (foto hierbij) en om naar het vuurwerk te kijken. Dat is er nauwelijks, op een doodenkele siervuurpijl na. Gek, dat was ook al zo in Portugal en op Malta.

 

De foto hierboven is een van de eerste tijdopnames die ik maak met behulp van het statiefje dat ik laatst in Gorcum kocht. Niet erg goed, nog, maar het is een begin. Het is warm buiten. De maan staat vol aan de hemel en boven ons hoofd welft zich het sterrenbeeld van de machtige jager Orion. Rechtsonder pinkelt de dreigende supernova Betelgeuze. Van de week zag ik bij de Lidl een Bresser sterrenkijker voor nog geen 80 euro. Ach, ooit had ik een mooie sterrenkijker maar die is op onnaspeurlijke wijze verdwenen tijdens mijn scheiding. Ik had hem graag aan boord meegenomen, maar ja, zo gaan die dingen. Nu koop ik er geen, we zijn hier immers nog maar een week en meenemen naar Andel is onzin.

 

In de verte horen we het lachen, schreeuwen en zingen van de party van de Engelsen elders in de marina. Geen behoefte aan. We keren terug in de kajuit van Anégada en zappen wat langs de TV-zenders. Ik bel mijn broertje in Vijfhuizen waar het nieuwe jaar nog niet is aangebroken. Per slot is 2010 voor ons allebei een jaar van onzekerheid en zorg. Na één uur - twaalf uur in Holland - belt mijn oudste zoon Rommert vrolijk vanaf een feest ergens in Utrecht. Het is tegen drie uur (hier) als we gaan slapen. ´s Nachts steekt opeens, zomaar uit het niets, een snoeiharde wind op. De boot trekt en rukt aan de lijnen, die amechtig kreunen en kraken van al dat geweld. Het is een klamme, warme wind uit het zuiden. Na een paar uur is het opeens weer stil.

 

Vanochtend zijn de Engelsen nog bezig, ze hebben de hele nacht door gefeest. Vroeger zou ik dat ook van de partij geweest zijn. Bah, dat ouder worden. Vrolijk trekken ze allemaal in zwemkledij op naar het strand naast de marina voor de nieuwjaarsduik. Ik schroef de nieuwe editie van de Wetenschappelijke Scheurkalender op het daarvoor bestemde plankje. Daarna maken we met Geert & Ine een lange autotocht over Kreta naar (ondermeer) het voormalige hippie-paradijsje Matala aan de Baai van Messara aan zuidkust van Kreta. Daarover zal ik morgen vertellen. Ondertussen: alle lezers van deze site en alle lieve familie, vrienden en overigen een GELUKKIG NIEUWJAAR gewenst! What else can one do than everytime start anew, hoping for the best?

Terug naar boven 

Ayíos Nikoláos (50)

De fameuze grotten van Matala, waar in de jaren zestig de hippies in sliepen
De fameuze grotten van Matala, waar in de jaren zestig de hippies in sliepen

Zaterdag 02-01-2010

Gisteren vertrekken we om half elf met de huurauto die Geert & Ine delen met twee andere boten. Om de twee dagen wisselen ze en zo hebben ze het hele seizoen door een goedkope auto. Via Iraklion rijden we naar het zuidwesten over de het wijdse, tamelijk vlakke landbouwgebied tussen de het Ida-gebergte en het Dikti-gebergte. Het is een oceaan van olijfbomen. Het zou me niet verbazen als Kreta een van de grootste producenten van olijfolie is van Griekenland, zo niet van Europa. In één van de kleine stadjes onderweg drinken we koffie. Daarna bezoeken we de ruïnes van het Minoïsche Phaistos. Tenminste, dat proberen we maar twee bewakers bij de kassa vertellen dat de site vandaag gesloten is. Het is immers een feestdag. Dat is waar. En jammer, want de plek ziet er schitterend uit. Het paleis was gelegen op een heuvel, 70 meter boven de vlakte van Messara met schitterende uitzichten onder andere naar de zee in het westen. Deze strategische heuvel was al vroeg bewoond, men vond er resten van nederzettingen uit de Steentijd, zo´n 6500 jaar oud. In die merkwaardige tijd van de Minoïsche beschavingen, ongeveer 4000 jaar geleden, groeide er een stad die nog in de Griekse periode bestond, dus tot bijna aan het begin van onze jaartelling. In 150 vChr. werden de stad en zijn mooie paleizen verwoest door de inwoners van de Griekse stad Gortys of Gortyn, die ongeveer 15 kilometer naar het oosten lag. De ruïnes werden rond 1900 ontdekt en in 1908 werd hier de mysterieuze Schijf van Phaistos gevonden, een rond bord van aardewerk met aan beide zijden in spiraalvorm reeksen pictogrammen, tekens die niemand tot op de dag van heden wist te ontcijferen. Er schijnt zelfs iemand - een zekere Peter Aleff - beweerd te hebben dat de schijf een spelletje ganzenbord was. Hij (de schijf) wordt nu bewaard in het museum van Iraklion. We staan voor het gesloten hek en staren naar de oude muren en straten die ooit zoveel bedrijvigheid en cultuur herbergden. Wat zou ik er graag ronddwalen! Helaas, maar hier toch maar twee foto´s.

 

We rijden verder naar het badplaatsje Matala, een paar kilometer verderop aan de Golf van Messara gelegen. Matala was in Minoïsche tijden de haven van het oude Phaistos en later van Gortys. Het werd in de jaren zestig beroemd vanwege de hippies, die hier sliepen in de grotten in de klifwand, die aan de noordkant het strand afsluit. Die grotten werden in het Stenen Tijdperk uit de kalksteenrotsen gehouwen en dienden naar men veronderstelt als graftombes voor de doden. Beroemdheden als Joni Mitchell en Cat Stevens zouden er vertoefd hebben. Mitchell zou er haar song Carey (1971) over de hippies van Matala geschreven hebben. Dat zal ik nog eens persoonlijk checken. Toen een van de grotten instortte waarbij iemand om het leven kwam, plaatsten de autoriteiten een hek en verboden het slapen in de grotten.

 

Het plaatsje is verlaten en het strand is leeg. Aan de rechterkant zien we de bekende krijtsteenwand met de grotten (foto hierboven en een andere hier) De parkeerplaats ligt vol zand en stronken, daar achtergebleven door een wilde waterstroom tijdens de hevige regens van oktober. De stroom heeft een brede geul in het strand uitgeslepen (foto hier) In het seizoen ligt het hier vol met baders. De talloze taverna´s en hotelletjes - veel meer dan ik hier in 1987 zag -  zijn gesloten maar rechts is er eentje open. We eten er gegrillde sardines en Griekse salade en witte wijn en retsina (ik) De eigenaar van de taverna zegt dat we gewoon door het hek naar de grotten kunnen gaan. Zo lopen we over de door duizenden jaar van regens glad afgeronde kalksteenplateautjes en terrassen en kijken binnen in de grotkamertjes (3 foto´s hier) In de zij- en achterwanden zijn banken uitgehouwen, naar ik aanneem voor de doden. Daarop (en op de grond) legden de hippies hun slaapzakken. Het moet zonder twijfel een vrolijke en vrijgevochten boel geweest zijn. Ik kijk vanuit een grot naar buiten, naar het dorpje met de al die bars en taverna´s, nu allemaal dicht. De wind wervelt dode bladeren door de straatjes en over het strand. De branding slaat onophoudelijk tegen de rotsen en op het strand, de wind staat recht de ondiepe baai in. Geen rustige ankerplek. Zou het eigenlijk wel kloppen, denk ik, dat dit de haven was van die oude steden? Er is nauwelijks bescherming. Ik geloof ook niet dat men hier ooit resten van die haven heeft gevonden. Dat had toch wel gemoeten, zou je zeggen. Een haven noordelijker aan de Golf van Messara lijkt me eigenlijk veel logischer, bijvoorbeeld bij het stadje Tymbaki? Maar dat lag weliswaar aan zee maar in een moerasgebied dat door malaria geteisterd werd. Ach, je weet het niet. Je weet zoveel niet.

 

We reizen af en rijden uren door de vlakten met de oceanen van olijfbomen naar het oosten. We doen proberen om binnendoor te rijden, maar als we een poging doen om over de de Dikti-bergketen heen een achterdeur tot het Lassithi-plateau te vinden - en die uiteindelijk ook vinden - is het te laat om het smalle ongeplaveide weggetje naar de pas nog voor het donker te nemen. Een lange omweg naar het noorden brengt ons bij de autoweg van Iraklion naar Ayíos N.

 

Vandaag zonnig. Soms steekt er opeens een flinke wind op. Duurt een uurtje en valt weer weg. We halen de binnen- en buitenkerstverlichting weg en bergen het op onder de kajuitvloer. Ik denk: volgend jaar met kerst zal ik hieraan denken, dat ik een jaar geleden bij het opbergen dacht: mooi als ik ze over een jaar weer voor de dag mag halen. Verder luieren we. Morgen is het pas zondag. Het schiet niet op met die dagen. Na zondag wel. Vanavond zijn we uitgenodigd door Ulrich & Sissi van het Duitse jacht Schironn op de C-steiger om te vertellen over de Zwarte Zee. Daar willen ze volgend seizoen ook naar toe. Terug naar boven

Ayíos Nikoláos (51)

Ayíos Nikoláos (51)

Zondag 03-01-2010

Er staat een wat vervelende deining de haven in die af en toe een flinke schok aan het schip geeft. Verder is het rustig. Ik laat de generator een uurtje draaien. Hij heeft even wat moeite met starten, pas bij de derde poging slaat hij aan maar loopt daarna mooi gelijkmatig. Aan het probleem dat hij de wasmachine niet "trekt" heb ik nog geen verdere aandacht besteed, het heeft momenteel geen prioriteit.

 

Ik ben begonnen met de nieuwe roman van Koos van Zomeren te lezen, "Die stad, dat jaar" (Arbeiderspers, 2009) Ik houd altijd van zijn taalgebruik, grappig en direct. Het boek gaat over het jaar 1972 in Nijmegen. Van Zomeren was destijds betrokken bij de oprichting van de Socialistische Partij. Een aantal van de mensen die in zijn boek voorkomen ken ik uit die tijd, andere namen komen me bekend voor maar ik kan me er geen gezichten meer bij voorstellen. Ik ben zoveel vergeten. Toch gaat die oude tijd weer leven door zijn boek:

 

"Nu ik dit allemaal zo bezie en nog eens op me laat inwerken: we trokken alles naar ons toe, we hadden overal een mening over, we leefden inderdaad in een wereld vol betekenis, we gingen met hark en schoffel door de geschiedenis en onderhielden haar als ons hoogsteigen tuintje" (p. 113)

 

Intrigerende figuren komen er in het boek voor zoals Daan Monjé, de toenmalige leider van de KEN/ml, de voorloper van de SP. En ook Kees Slager, de journalist en schrijver van ondermeer een uitstekend boek over de watersnoodramp van 1953 ("De Ramp. Een reconstructie", 1992) Hem en zijn vrouw Iris heb ik gekend in hun Utrechtse jaren. Zij had een zeefdrukkerijtje in de binnenstad, in de Korte Smeestraat als ik het goed heb. Nooit meer gezien sinds die tijd, zo´n 35 jaar geleden. Ik lees nu dat hij sinds de zomer van 2007 voor de SP in de Eerste Kamer zit.

 

Voor de goede orde, ik heb nooit bij de SP of zijn voorlopers behoord. Die maoïsten vond ik maar rare lui. Wel heb ik in het begin van de jaren ´70 tegelijkertijd deel uitgemaakt van de Utrechtse afdeling van de CPN (daar leerde ik o.m. Ella Vogelaar kennen) en de Muurkrantorganisatie, die later Rood Front Utrecht (RFU) zou heten. Dat de CPN nooit een punt maakte van dat dubbellidmaatschap snap ik eigenlijk nog niet. Ik voelde me echter meer thuis in de Muurkrant maar of ik bij de CPN ooit mijn lidmaatschap heb opgezegd, weet ik niet meer. Ja, toch wel, ineens zie ik me zitten aan de huiskamertafel van Hanna Molin, een moederlijke vrouw wier hele gezin tot de gestaalde kaders van de Utrechtse partijafdeling hoorde. Ik kwam vertellen dat ik uit de partij wilde stappen. Haar man, wiens naam ik  niet meer weet, was er ook bij. Ik geloof niet dat ze nog probeerden me tegen te houden, ze namen er tamelijk nuchter kennis van en ik weet nog dat de resterende contributie afrekende en vertrok. Muurkrant/RFU was een tot Utrecht beperkte beweging van voornamelijk studenten, die was samengesteld uit verschillende cellen (ik meen dat we die disputen noemden) De discussies tussen die cellen waren vaak hevig, het kan best zijn dat er in de opslag van onze boedel verslagen van liggen. Mijn dispuut heette Trotsky, andere heetten Lenin, Bakoenin, en dergelijke (Stalin was er niet, daar moesten we niets van hebben) dus je voelt wel dat er van een centraal gedirigeerde partijlijn geen sprake was. De leden werkten in wijkorganisaties, actiegroepen aan de universiteit en (zelden) fabriekscomité´s. En natuurlijk plakte je de muurkrant, ieder dispuut had zijn eigen plakroutes in de stad. Al gauw werd je er verdraaid handig in, ook in het vermijden opgepakt te worden door de wouten, de utrechtse politie die er altijd op uit was om de plakgroepjes op heterdaad te betrappen.

 

Op een gegeven ogenblik was er discussie over de noodzaak van het "individueel klasseverraad", het staken van je studie om onder de arbeidersklasse in fabrieken te gaan werken. Sommigen deden dat, bijvoorbeeld mijn vriend Dorus die bij Hoogovens ging werken en die ik helaas volledig uit het oog heb verloren. Voor mij hield het in elk geval op toen ik wilde afstuderen en voor mijn co-schappen naar ziekenhuizen in Tilburg en Eindhoven moest vertrekken. Ik herinner me nog goed hoe ik op mijn studentenkamer aan de Oude Kamp bezoek kreeg van Henk Vreekamp en David Douwes, twee kopstukken uit de organisatie die me van dat voornemen trachtten te weerhouden. Ik voelde er niets voor en voelde me verplicht jegens mijn moeder, die al die jaren aan mijn studie had meebetaald, om nu eindelijk eens af te studeren. Een burgerlijk motief, vonden de beide activisten. "Maar de revolutie heeft toch ook goede dokters nodig?", probeerde ik nog, "en Che Guevara was toch ook arts?" Enfin, ik hield mijn poot stijf en in september 1973 legde ik mijn artsexamen af. Wat zou het zou leuk om mijn herinneringen een keer op te frissen en al die verhalen ook op te schrijven, zoals Van Zomeren dat deed. Maar ik heb er geen zin in. Nog niet.

 

Morgen is het maandag en dan zijn deze loze dagen voorbij. Nog vier dagen om de boot op orde te maken en op de wal te zetten. Het zal nu wel snel gaan. Terug naar boven

Ayíos Nikoláos (52)

Een paneel van de triptiek Het Laatste Oordeel, Jeroen Bosch
Een paneel van de triptiek Het Laatste Oordeel, Jeroen Bosch

Maandag 04-01-2010

De eerste volle week in het nieuwe jaar. Het gewone leven is weer begonnen. De hele dag lang trekken wolkenvelden over, soms donkergrijze pakken alsof er regen op komst is. Zonder zonneschijn is het beduidend kouder, slecht 17° vandaag. Aan het eind van de middag is de hele hemel dichtgetrokken. Toch voorspellen de weerkaartjes beter weer in de komende dagen en weinig wind. De barometer loopt weer omhoog. Dat is wel zo prettig voor aanstaande donderdag als de boot de wal opgaat. Verder geen nieuws. Ans spuit het dek en de kuip nog een keer schoon en ik verwijder zoveel mogelijk zaken van het dek. Ondermeer het neustrapje dat het hele seizoen aan het bakboordwant vastgebonden zat. Het RVS-trapje vertoont roestvlekken, in de kuip zittend poets ik het helemaal schoon met - reclame! - HG staalpolish (foto hier)

 

Uit de speakers in de kuip klinkt de zachte strijkkwartetmuziek van Dvořáks´ "Zypressen" Oorspronkelijk een cyclus van 18 liefdesliederen, geschreven voor de 16-jarige Josefina Cermáková. Hij was 24 en gaf haar pianoles. De liefde werd niet beantwoord. Acht jaar later trouwde de componist met haar jongere zusje Anna. Josefina werd een steractrice in Praag en trouwde met ene graaf Kounic, telg uit een oud Boheems geslacht met de Duitstalige naam Kaunitz. Toen ze stierf vierde de componist juist grote successen in New York. Hij schreef op dat tijdstip aan zijn mooie, hartstochtelijke en zeer melancholieke celloconcert. In het laatste deel voegde hij toen een een citaat toe uit één van die liefdesliederen. Ach, wie weet wat er zich allemaal heeft afgespeeld? Later bewerkte Dvořák 12 van die liederen voor strijkkwartet. Mooie muziek en zoals alle mooie muziek een beetje triest. Josefina verdween ongemerkt van het toneel en uit de geschiedenis, haar zusje Anna ook. Alleen Dvořák, daar luisteren we nog steeds naar, meer dan honderd jaar na zijn dood. Wat schiet hij daar mee op? Hij is er zelf niet minder dood om. Lullig om ooit vergeten te worden. Hoewel. Het lijkt wel of iedereen in zijn of haar leven probeert om tegen een steile, gladde rotswand naar boven te klimmen. Als je ooit boven komt word je nooit meer vergeten. Alsof je nog leeft. Het is een mooie gedachte, uit dat laatste boek van Douglas Hofstadter dat ik vorig jaar las. Op die manier leefde zijn overleden vrouw nog verder, in zijn hoofd zolang hij aan haar dacht. Tja. Om je heen vallen alsmaar mensen naar beneden. En onvermijdelijk stort iedereen, zelfs de laatste beroemde en meest herinnerde persoon, ook een keer reddeloos naar beneden om te verdrinken in de poel der vergetelheid. Onderwijl blijven van onder af nog steeds mensen naar boven klimmen. Het lijkt op een schilderij van Jeroen Bosch (zie hierboven) Maar het neustrapje, dat is ondertussen zó schoon, de roest is eraf gevlógen.

 

Terug naar boven

Ayíos Nikoláos (53)

Bij Nikos op het havenkantoortje rekenen we de kosten van het uitkranen en opbokken van de boot af
Bij Nikos op het havenkantoortje rekenen we de kosten van het uitkranen en opbokken van de boot af

Dinsdag 05-01-2010

Zon en tamelijk veel wind. Op het havenkantoortje (zie hiernaast) rekenen we de kosten af voor het opkranen en opbokken, overmorgen. Bij elkaar nog geen 300 euro. Per e-mail vraag ik Fons van Jachtwerf Numansdorp of hij voor me een set filters voor de motor kan klaarleggen. Natuurlijk ga ik een keer bij hem langs als we in Holland zijn om met hem en Lowy een bakkie te doen. Verder vraag ik of hij UV-tape of UV-verf kan vinden voor de acht kajuitramen. De oude tape begint doorzichtig te worden en de ultraviolette straling in het zonlicht kan dan de kit doen uitdrogen, waarmee de ramen in de sponningen gelijmd zijn. Misschien heeft Jeanneau wel UV-tape op maat voor ieder raam, want ik zie geen kniponderbreking in de zittende tapes. Fons mailt terug dat hij het zal uitzoeken en stelt voor ook reserve impellers voor motor en generator toe te voegen. Verder zal hij nagaan of de blok-anodes van de motor aan vervanging toe zijn. Blok-anodes? Wat zijn dat?

 

Ik schakel de barograaf vast uit en zie dat dit dure precisie-instrument van Zwitserse makelij - waarop ook nog onze replika van de Sleeping Lady van Malta prijkt - veel te los aan de wand hangt. Bij een beetje zeegang valt hij eraf. Een uur lang ben ik bezig om een nieuwe wandbevestiging te maken, heel voorzichtig om de fraaie behuizing van kersenhout niet te beschadigen. Daarna berg ik mijn vouwfietsje op in een van de bakskisten. We doen nog een enkele boodschap en drinken koffie in de luwte op een zonnig terrasje. Eigenlijk hebben we opeens helemaal geen zin meer om terug naar Holland te gaan, hoe noodzakelijk dat helaas ook is. Dit stadje is ons alweer zo vertrouwd geworden en bovendien heb ik nog steeds helemaal geen typische prostaatklachten (afgezien van een al dan niet ingebeelde gevoeligheid in die streek) Maar we hebben geen keus. Andel zal straks ook snel genoeg weer vertrouwd zijn. Met Roussos, de werfmeester, spreken we af dat we overmorgen om 9 uur met de boot bij de kraan zullen zijn. Hopelijk valt de wind dan mee. Vanavond komen Geert & Ine langs voor een afscheidsdinertje bij ons aan boord. Terug naar boven

Ayíos Nikoláos (54)

Ayíos Nikoláos (54)

Woensdag 06-01-2010

De nieuwe grafiek van de satellietmetingen van de wereldtemperatuur (lagere troposfeer) tot en met december 2009 is er. Die komt altijd in de eerste week van iedere nieuwe maand. Je vindt hem ondermeer op de website van klimaatscepticus Roy Spencer. De lijn is gezakt ten opzichte van vorige maand naar het niveau van jongstleden oktober. "While the large amount of year-to-year variability in global temperatures seen in the above plot makes it difficult to provide meaningful statements about long-term temperature trends in the context of global warming, the running 25-month average suggests there has been no net warming in the last 11 years or so", zegt Spencer ervan.

 

De laatste 11 jaar... Ja, daar heb je het weer! Als je je gemiddelde - toevallig? - laat beginnen met het record El Niño-jaar 1998 (zie grafiek) dan kun je afkoeling suggereren. Die suggestie is echter niks waard. De periode is te kort (en het jaar is té bijzonder) Als je daartentegen je gemiddelde laat beginnen in 1979, zoals de grafiek doet, heb je 0,3 - 0,5° opwarming. De periode is 9 jaar langer, dus je zou met een ietsepietsje meer reden voortgaande opwarming kunnen "suggereren" Maar ook die suggestie is niks waard want ook die iets langere periode is met betrekking tot klimaatverandering veel te kort. Daar moet je werken met gemiddelden over minstens vijfhonderd tot duizend jaar.

 

Fons mailt over de blok-anodes dat ze in de warmtewisselaar zitten "De warmtewisselaar is een pijpenbundel waar de koelvloeistof van het interne koelsysteem gekoeld wordt door buitenwater wat door de impeller wordt aangevoerd. De anode dient net als een anode op het onderwaterschip, als offermetaal om de motor te beschermen tegen elektrolytische corrosie in het koelwater dat door de stalen koeler wordt gepompt" Kijk! Het is nog even de vraag of dergelijke anodes in mijn motor zitten. In de handleiding vind ik er niks over.

 

Het waait de hele dag hard uit het zuiden, Bf 6 tot 8. Bij Cyprus ligt een hogedrukgebied en dat beweegt weinig. De wind staat precies dwars op de boot. Heel vervelend als dat morgen nog zo is. Het linke moment ontstaat als je alle lijnen los hebt gegooid en de boot nog geen snelheid heeft, dan heb je er nog geen macht over en dreigt de wind je te pakken te krijgen. Hier raak je zo vast in de mooringlijnen van de andere boten, die schuin vanaf de boegen naar beneden lopen. Enfin, afwachten hoe het morgen is. Ans is al dagen bezig met het wassen en uitzoeken van kleren en andere spullen om mee te nemen. Ik ben blij dat zij dat laatste doet, ik heb er geen rust voor. Ze loopt de voorraden na op bederfelijke waar en maakt de koelkast schoon. Na voor het laatst een van de tanks te hebben gevuld, ruim ik de waterslang op. Ook haal ik de reserve-offeranode op, hij is aardig aangevreten geraakt. Benieuwd hoe de andere er morgen uitzien. Een minuut of twintig laat ik de motor warm lopen. Hij slaat meteen aan. Ik check of de boegschroeven werken; bij zoveel wind zullen we die mogelijk erg nodig hebben.

 

Om één uur brengen we Lord Byron naar Charley bij het wachthokje. Die stond net op het punt te vertrekken. Was hij het vergeten? Nee, hij dacht dat we morgen zouden komen. Hij plaatst de kooi en de tas met het badje, het voer en schelpenzand achter in zijn auto (foto hier) Daar gaat His Lordship, die de laatste weken zo vrolijk was, we zullen hem lang niet zien. Maar....misschien is hij wel vader geworden als we terugkomen.

 

De avond valt tegen kwart voor zes. De dagen worden alweer langer. De ondergaande zon komt onder de wolken door en zet de tegenoverliggende wolkengevaarten in vlammen. Het waait nog steeds Bf 7 tot 8. Aan boord sluit ik de camera op de laptop aan om de foto´s van vandaag op de harde schijf te zetten. Maar de Adobe Fotodownloader start niet op ondanks herhaaldelijk proberen. Wat is dat nou weer? Ik probeer het op ons notebook-computertje, maar daar gaat het ook niet. Ik geef het op en ga dit verslag afmaken. Dan krijg ik opeens een ingeving, als het op beide computers niet gaat dan ligt het misschien wel aan de camera zelf! Ik haal het chipkaartje voor de opslag van foto´s eruit en poets het schoon. En hup, het werkt allemaal weer. Nou, het heeft er natuurlijk niks mee te maken, maar dan zal het morgen met die harde wind ook wel lukken... Terug naar boven

Ayíos Nikoláos (55)

De storm waait vanochtend een Frans jacht hulpeloos tegen de boeg van een ander jacht. Ze hebben een lijn in de schroef en de mooringlijn van het andere jacht zit om hun kiel
De storm waait vanochtend een Frans jacht hulpeloos tegen de boeg van een ander jacht. Ze hebben een lijn in de schroef en de mooringlijn van het andere jacht zit om hun kiel

Donderdag 07-01-2010

De harde zuidenwind van gisteren ontwikkelt zich vannacht tot een storm. Af en toe zien we Bf 9 op de windmeter. Een nacht van hanewaken. Omdat de wind van opzij komt duwt hij de boot af en toe fiks scheef. Ik bind de loopplank vast aan de windvaanstuurinrichting om te voorkomen dat hij opwaait. Na twee uur lijkt het wat af te nemen tot Bf 6, maar een uur later trekt de wind weer aan tot stormkracht. We piekeren hoe we het moeten oplossen als we morgen de wal niet op kunnen. Ach wie weet valt het morgen mee.

 

Om zes uur waait het nog steeds fiks. Om acht uur zien we dat de wind een jacht tegen een van onze buren heeft geramd. Het is een jacht onder Franse vlag, een delivery die op weg was naar Nice. Vanochtend vertrokken ze van de steiger voor ons, maar ze kregen de boot niet onder contrôle, vermoedelijk door een lijn in de schroef. De wind dreef ze hulpeloos verder de haven in waar ze strandden tegen de boeg van een lang klassiek zeiljacht. Bovendien zit hun kiel achter een mooringlijn van het jacht (foto hierbij) Ik kijk toe hoe de mensen van de haven proberen de zaak te klaren met een duiker en lange lijnen. Na anderhalf uur ploeteren lukt het het jacht vrij te maken en tegen de lage wal te leggen. Ik spreek de kraanmeester Roussos aan. Hij en de marinero´s vinden het beter om af te wachten, de voorspelling is dat het tot en met zaterdag blijft stormen. Het is duidelijk: tenzij het meevalt moeten we onder ogen zien dat de boot nu niet op de wal kan. Volgende week, na de botscintigrafie op maandag (die ik liever niet uitstel), zal ik zien terug te vliegen om het met Geert te doen.

 

De rest van de dag laatste klusjes. Ik ruim zoveel mogelijk lijnen van het dek op, zoals de genuaschoten, de trimlijntjes van de genuatravellers, de rollijn van de genua en de neerhaler van de spiboom. Soms lijkt de wind af te nemen en doet onze hoop opflakkeren. Even later waait het weer Bf 8. We plaatsen overal aan boord nieuwe kakkerlakkendoosjes en drie vochtvreters. We kunnen alleen maar afwachten.

Terug naar boven

Andel (1)

Dulce op de wal, nog niet opgebokt maar hangend in de kraan slapen we aan boord
Dulce op de wal, nog niet opgebokt maar hangend in de kraan slapen we aan boord

Vrijdag 08-01-2010

Om twee uur gisteren neemt de wind langzaam af. Steeds vaker zien we Bf 6 en zelfs 5 op de windmeter. Ik houd het niet uit - per slot keer ik niet graag volgende week terug naar Kreta - en fiets naar het eind van de haven. Op de inham voor de kraan ligt verdorie een vissersbootje met een kapotte motor. Ik zoek kraanmeester Roussos op in de kantine van de werf. De wind neemt af, kunnen we vanmiddag toch de wal op? Hij kijkt verward en pakt zijn mobiel en begint te bellen. "Over one hour", zegt hij als hij neerlegt. Ik fiets terug en terwijl we alles voorbereiden, de motor vast aanzetten, de landvasten op de middenbolders wegnemen en de walstroom afkoppelen, houden we angstvallig de wind in de gaten. Gelukkig neemt hij nog verder af ondanks uithalen naar Bf 8. Bij het afvaren moeten we op een luwte wachten. Ik waarschuw Geert en Ine en de marinero´s dat we over een uur wegvaren. Maar Roussos laat weten dat het verdomde vissersbootje nog niet weg is. Ik fiets er weer heen en help de vissers en Roussos om het scheepje op de lijnen weg te trekken. En dan gaan we, precies op het moment van een luwte varen we zonder probleem van zijwind simpel weg. Naar het kraan-inhammetje hebben we de wind achter. Het gaat vlekkeloos - ahum - en in een mum van tijd liggen we vast. Helaas blijkt dat - net als vorig jaar op Malta - de kraan te klein en dat daarom het voorstag los moet. We ontspannen het achterstag en plaatsen het kotterstag om de druk op het voorstag weg te nemen, de bout gaat nu gemakkelijk los (we hebben van Malta geleerd) en binden het stag met de genua op de rol vast aan het zijboord. Keurig met een stootwil ertussen. Nu moet het kotterstag nog weg, we vangen het op met de fokkeval op een oog in het dek achter de ankerlier. Niet erg degelijk maar voor even kan het wel. Roussos schikt de hijsbanden heel zorgvuldig op de merkjes op het vrijboord en daar gaat ze, daar gaat Dulce na driekwart jaar het water uit (foto hier) Het onderwaterschip ziet er goed uit, de aangroei is niet indrukwekkend behalve op de schroef en de schroefas. De harde antifouling die we er in Malta opsmeerden heeft niet erg gewerkt. De offeranodes zijn verder aangevreten maar ze hebben het gehouden, de beslissing vorig jaar in Malta om ze nog te laten zitten, was dus een goede. Onderaan het roer is de verf er wat afgeschuurd, gevolg van de paar keer dat we op de Ionische eilanden met de kont naar de kant te dicht op rotsen zaten. Tot zover de waarnemingen. Roussos rijdt de boot naar de afspuitplaats en spuit met een hogedrukspuit de scheepshuid schoon (foto hier) Met veel oponthoud door op de route geparkeerde auto´s en boten, die weggehaald moeten worden en de tijd die ermee gemoeid is om de eigenaren via de telefoon op te sporen enzovoorts, is ons scheepje eindelijk op zijn plaats als het allang donker is (foto hierboven) Roussos houdt het voor gezien, hij belooft om morgen - als we weg zijn - de boot op te bokken en de kotterstag terug te zetten. Dat is belangrijk want die fokkeval kan echt niet lang staan. Het is vervelend maar het is niet anders. We hebben anderhalf uur nodig om alles aan boord gereed te maken voor een lang verblijf op de wal. daarna gaan we naar Anégada voor een laat maar gezellig diner bij Geert & Ine.

 

Het is een slechte nacht. Het is veel te stil. Geen geklots, geen wiegen op het water. Om half drie moet ik plassen en daal de ladder af om naar het toiletgebouw te gaan. De maan en Orion beheersen de hemel. Er is godbetert geen spat wind meer. Brak staan we om vijf uur op, pakken de laatste zaken in de koffers en schakelen alle 12Volt gebruikers uit. Of de walstroom hier ter plaatse niet door wie weet welke onverlaat afgekoppeld wordt dan zijn er altijd nog onze zonnepanelen om de accu´s gevuld te houden. Het kost me zoveel moeite om mijn bootje in de steek te laten! Zeker nu het nog niet eens opgebokt is. Geert & Ine staan beneden met hun auto, we laden de bagage in en Geert zal in de gaten houden of Roussos vandaag zijn beloftes nakomt. Onderweg naar Iraklion begint de dag aan te breken. Ik kijk naar het onbewoonde eiland - naam even kwijt - dat noordelijk van het vliegveld ligt. Op de oostelijke kaap pinkelt een licht. Ik wou dat ik kon varen.

 

Onze vlucht van Olpympic Airlines vertrekt een kwartier te laat. Geen probleem, in Athene hebben we ruim een uur voor de transfer. Twee stewardessen voeren verveeld in het gangpad de veiligheidsinstructies op waar niemand naar kijkt. Ineens komt het over me heen, een uiterst diep indringend en smartelijk besef van de absolute futiliteit van alle menselijk en dierlijk streven in deze wereld. Ik wil helemaal niet terug naar Nederland. Ik voel me overspoeld door een gigantische golf van medelijden met alles en vooral met mezelf en ik sta öp het punt om een verschroeiende jankbui te krijgen. Godzijdank is dat ook meteen weer over.

 

In Athene lopen we na de kontrôle door de uitgestrekte winkelhal. met allemaal veel te duur geprijsde spullen. De computertas met twee laptops en een aardig aantal boeken weegt zwaar. Gelukkig zie ik een rij bagagekarretjes. Ik pak er een en zet de tas en ons cabine-koffertje erop. Opeens staat er een mannetje in een raar liftboy-achtig pakje en een rode pet op naast me. Hij legt zijn arm op het karretje. Het mag niet. Waarom niet? "You can take trolleys outside", zegt hij. Maar ik ben een transit-passenger, zeg ik verbaasd, als ik naar buiten ga ben ik niet meer on transit en moet ik opnieuw tijdrovend inchecken en ik heb nu dat karretje nodig. "Not allowed", zegt hij. Maar waarom? "You can take trolley outside", zegt hij. Volgt een herhaling van zetten. Cirkelredenering. Het mag nog een wonder heten dat we 3,5 uur later gewoon en netjes op Schiphol landen. Onderweg alleen maar bewolking boven Europa. Zelfs de toppen van de Alpen zien we niet. Derrick, Ans´zoon wacht ons op. Het is vijf graden onder nul. Door een besneeuwd Holland rijdt hij ons naar Gorcum. Daar pikken we bij Barbara ons autootje op en rijden door een besneeuwd Land van Heusden en Altena naar Andel. Het is mij vreemd te moede. Ik dacht dat de geschiedenis zich nooit herhaalde. Nu keren we terug naar het gebouw aan de Andelse Maas dat we in de zomer van 2007 verlieten. Eerst doen we boodschappen bij de Albert Heijn in Almkerk. Ans ontmoet er natuurlijk een oude bekende, ditmaal uit haar tijd op de receptie van het ziekenhuis in Gorcum. In de Oude Silo in Andel ontvangen onze huisbazinnen Truus en Elly ons. Liefderijk hebben ze bloemen geplaatst op de oude tafel van wijlen ons oud buurvrouwtje Truusje (moeder van Truus) Nu wonen we niet op nummer 13 maar op haar nummer 14. Het appartement is al warm gestookt en de beide dames hebben alles verzorgd: alles schoongemaakt, een opgemaakt bed, spullen in de keuken, meubels van hun moeder en zoveel meer. Ik kijk uit het raam. De Maas ligt dichtgevroren en de ijsvloer is besneeuwd behalve een spoor waar nog onlangs een schip het ijs wist te breken. Zó ontzettend vreemd is het leven dat het ons deed terugkeren naar uitgerekend deze plek. Hier lag ons scheepje ooit beneden aangemeerd, hier hebben we onze tocht voorbereid en hier waren we zo tomeloos gelukkig met elkaar. Zij het op nummer 13. Ik bel Geert in Ayíos N. Heeft Roussos ons scheepje opgebokt? En heeft hij de kotterstag teruggeplaatst en die fokkeval ontzet? Nee, zegt Geert, er is vandaag niks gebeurd. Nonde-nonde-nondeju! (zeg ik)

  

We hebben een radio. Ik zoek naar Radio 1 en we luisteren naar het avondnieuws. Morgen zal het veel waaien en sneeuwen. Premier Balkenende roept het volk op om de stoepen te vegen en sneeuwvrij te maken. Wij moeten verantwoordelijk samenleven, zegt hij. Hij brengt het er werkelijk goed af als burgemeester van Holland.

Terug naar boven

page loading