Logboek 2011/2 (Egypte+Gorcum I)

Direct naar

het laatste

bericht

 

Een bescheiden verkenning van het noordelijk deel van de Rode Zee is wat overblijft van onze eerdere plannen om door de Golf van Aden en de noordelijke Indische Oceaan naar India, de Malediven en Maleisië te varen. Dankzij de piraterij in dat gebied. Helaas! Maar de discussie is gevoerd, het besluit is genomen: we gaan ons leven niet in de waagschaal stellen door die route te varen.

 

In elk geval hopen we het Suezkanaal te beleven en de mooie wateren van de Rode Zee. Het geeft ons ook de gelegenheid om naar de piramides van Egypte te gaan, misschien ook naar Abu Simbel en om de Sinaï te zien. Daarna willen we terugkeren naar de Middellandse Zee en ergens overwinteren, op weg naar de Atlantische Oceaan. Want als het niet rechtsom gaat, dan maar linksom.

 

 

Fragment van een oude kaart, uitgegeven door Christopher Kelly's “A New & Complete System of Geography", London, 1817. Het Suezkanaal was er toen natuurlijk nog niet.

Mersa Thelemet

Golf van Suez
Golf van Suez

Zondag 01-05-2011

De Dag van de Arbeid wordt in Egypte nog steeds als feestdag gevierd. Niettemin staat Karkar al vroeg op de steiger klaar om afscheid te nemen en onze lijntjes los te gooien. Om kwart voor acht vertrekken we uit Suez en varen het laatste stukje kanaal langs de moskee op het eind (foto hier) Wind is er niet. De lucht is heiig en geel, alsof er zand in zit. We steken de vaargeul over naar de oostzijde om een stuk af te snijden, maar dat gaat niet lukken. Buiten de vaargeul is het al gauw ondiep. Net buiten de geul motoren we de bocht mee naar het zuiden. Links en rechts vissers. Om half tien is de “wind” OZO 1. Het is nu nog 14 mijl naar Ras Sudr, de eerste potentiële ankerplek aan de oostelijke kant, de kant van Sinaï. We motoren verder over een volledig vlakke waterspiegel.

 

Even na half elf trekt een indrukwekkende vlucht van ongeveer vijftig ooievaars langs, op weg naar het noorden. De nekken gestrekt, de zwart-witte vleugelslag allemaal ongeveer gelijk, de oranje poten ietwat aandoenlijk schuin naar beneden hangend. De wind, onbetekenend van sterkte, draait alle kanten op. Westelijk van ons is de shipping lane waar groet zeeschepen rustig naar het noorden varen, naar de ankerplek bij Suez waar ze hun konvooien vormen. Verder wat vissers en dat is alles wat er te beleven valt (foto hierbij) We lezen en wisselen elkaar af op wacht.

 

Op de kaart zit ik te zoeken naar de beste plek om vannacht te ankeren. Op 65 mijl van Suez lijkt de Mersa Thelemet geschikt, gelegen aan de westelijke oever van de Golf van Suez. Dus steken we schuin de shipping lane over. Nu komt de AIS goed van pas. Om 14.00 uur zie ik een vrachtschip op ons toekomen, op 5 mijl afstand. De AIS toont dat we elkaar zullen missen op een CPA van 0,9 mijl (CPA = Closest Point of Aproximation) Een half uur later klopt het exact. Daarna gebeurt er niets, behalve dat de uren verstrijken. Ik verval in het gebruikelijke gepeins, maar ben vergeten waarover, behalve dat het ging over het feit dat we door een deel varen van de enorme groef in de aardkorst die de Great Rift Valley heet. Het is warm.

 

Een paar uur later, we varen al langs de westoever, passeren we een platform met de naam ZAFCO-/F-A en een tankerterminal. Een paar mannen in oranje werkpakken staren ons aan. Uiteindelijk zwaaien ze. Op de oever staat een enorm windmolenpark. Bizar, het zijn er waarschijnlijk wel duizend, en dat in een land waar een overmaat van zonneschijn heerst. Windenergie is niet een kostenefficiënte vorm van energie, omdat de wind niet altijd waait en je dus reserve-capaciteit in de vorm van conventionele centrales achter de hand moet blijven houden. Bovendien is een teveel aan energie lastig op te slaan. In een streek als hier is zonne-energie veel minder variabel en dus efficiënter. Je vraagt je af hoe die enorme windcentrale hier ooit gekomen is.

 

Anderhalf uur later komen we bij onze beoogde ankerbaai, Mersa Thelemet. Net voor donker. De baai is goed beschermd door een zandplaat die bij vloed onderloopt, hij is nu goed te zien want het is eb. Je moet op twee geleidebakens een koers van 302 graden varen om binnen te lopen (foto hier), en verderop op twee andere bakens een koers van 005. We zijn niet de enigen. Er ligt een kabellegger-schip onder Panamese vlag. De omgeving is kaal, geelkleurig en stenig. Bij een oude, brokkelige betonnen kade ankeren we in 6,5 meter glashelder water. Mobiel internet is er niet. Tot zover onze Dag van de Arbeid. We gaan vroeg naar bed. Terug naar boven

El Tor

Golf van Suez. Een vissersboot met erachter het gebergte van het SinaÔ-schiereiland
Golf van Suez. Een vissersboot met erachter het gebergte van het SinaÔ-schiereiland

Maandag 02-05-2011

 

Rustige nacht, geen wind en zelfs geen steekmuggen. De boot draaide wat rond op de steil naar onder hangende ankerketting. Af en toe hoor je wat verkeer op de autoweg tussen Suez en Hurghada, die hier langs de oever loopt. Om kwart voor vijf gloort de dageraad. Nog even omdraaien en nog wat slapen, maar om zes uur lichten we het anker. Ontbijten doen we onderweg. Langs dezelfde route van geleidebakens verlaten we de baai. Wind ZO 2. We zetten de koers op 145 graden. Op de oever staat een splinternieuw en verlaten toeristen-resort. Het is hier opletten geblazen, er zijn veel vissers en vissersnetten. Om half negen kunnen we motorzeilen op Oost 2 – 3., het levert ongeveer 6,3 knopen voortgang op. Het is een saai traject. De westoever, waar we langs varen, is kaal en bruingeel met soms wat vuilwitte gebouwtjes, soms wat gashouders of een kleine nederzetting, en de autoweg. Daarachter kale bergen. De oostelijke oever is moeilijk te zien door de wazige lucht. In de verte staan enkele boorplatformen.

 

Vanaf tien uur kunnen we zomaar opeens lekker zeilen op NO 4 en je mag verwachten dat de wind verder naar het noorden draait, want dat is in de Golf van Suez de gebruikelijke windrichting. Maar dat gebeurt niet. Een dik uur later hebben we de wind weer op de kop, verdorie. Het levert me een uur later een dilemma op. Moet ik verder langs de westoever varen met het risico op een ongemakkelijke ankerplaats? Op de westoever lig je er goed bij noordenwinden, maar onrustig bij winden uit zuid tot zuidoost. Of moet ik de Golf en de shipping lane oversteken naar de potentiële luwte aan de oostelijke oever? Lastig, je weet niet wat die wind gaat doen. Ik dub en dub en kies er tenslotte voor om te pogen de haven van El Tor te bereiken, op een mijl of veertig aan de Sinaï-zijde. We steken over en laten een aantal noordgaande tankers voor ons voorbij gaan. Om half vier is het Oost 3, mijn gok lijkt goed uit te pakken. Een kaal en onherbergzaam gebergte aan bakboord, met een enkele vissersboot (foto hierboven) Het soort gebergte wat je doet denken dat de tijd er heeft stilgestaan. De uren gaan voorbij zonder dat er iets gebeurt. Wat een ontzettend saai traject! Om 17.00 uur begeeft mijn RL70C Raymarine repeater op de stuurstand het. Hij kan niet opnieuw opgestart worden en blijft steken in een eindeloze herhaling van het startscherm. Handig zeg, juist nu het ernaar uitziet dat we bij donker El Tor binnen moeten lopen.

 

Ik geef wat extra gas, maar het is inderdaad donker als we bij El Tor zijn, een stadje aan de Sinaï-oever. Iedere medische student kent de Vibrio El Tor, de cholera-bacterie als ik me niet vergis. Wat heeft die met dit stadje te maken? Voorzichtig kruipen we in het duister de haven binnen. De vele lichten op de wal zijn uiterst verwarrend en bovendien ligt hier volgens het pilotbook ergens een onverlicht scheepswrak. Gelukkig zien we een aantal geankerde zeeslepers. We kruipen erachter en gooien het anker uit in 4 meter water. Het houdt meteen. Even later roepen de imams van zes moskeeën aan de wal de gebedsoproep. Het is half acht. Morgen naar HurghadaTerug naar boven

Hurghada

Boorplatform met affakkeling in de Straat van Gubail
Boorplatform met affakkeling in de Straat van Gubail

Dinsdag 03-05-2011

Gisteravond mobiel internet en het nieuws gelezen: de Amerikanen hebben Osama bin Laden gevonden en gedood. Hoe is me niet duidelijk maar het lijkt erop dat hij niet gewapend was. Het wordt gevierd als een belangrijke overwinning en de tanende populariteit van Obama krijgt een flinke opkikker. Natuurlijk, het is een overwinning, zeker, maar toch dacht ik dat Amerika een rechtstaat was die misdadigers en terroristen voor de rechtbank behoort te brengen. De mobiele internet-verbinding is slechts via GPRS, zeer traag. Het duurt veel te lang om webpagina’s te laden dus verder kom ik niks te weten.

We hebben een rustige nacht achter ons ankertje in de haven van El Tor. Vanmorgen zijn we al voor zessen op, het wordt ook zo verdraaide vroeg licht op deze lengtes. We zien dat we nog wel verder de haven in hadden kunnen varen. Daar liggen elf jachten geankerd, waaronder een Nederlands dat Mistral heet. Dat is de boot van Lo Brust en dus moet dit de Vasco da Gama Rally zijn (foto hier) Er steekt inmiddels een mooie WNW 4 op, voor ons lekker ruim zeilen, maar voor de rally-boten pal tegen. Ik vermoed dat ze verwaaid zullen blijven liggen tot de wind gunstiger wordt, zeker als een half uur na ons vertrek de wind tot NW 6 aanwakkert. We zeilen met snelheden tussen 6 en 7 knopen, alleen op de genua. Tuitelend en springend hoppen we schuin naar de overkant van de Golf, over een gebied met ondieptes dat volgens de kaart de Felix Jones Patches heet. Wie was deze Felix? De zee is toenemend ruw en de korte, hoge zeegang doet aan de Noordzee denken (foto hier) We draaien de genua een stukje in en koersen wat zuidelijker, op 147 graden, en lopen 6,7 knopen. Urenlang buitelen we naar het zuidoosten, naar de shipping lanes. Een Egyptisch marineschip komt ons tegemoet, eerst recht op ons af en daarna draait hij bij en gaat aan bakboord voorbij (foto hier) Opeens duiken er acht dolfijnen door de rollende golven heen, tamelijk grote die ons een minuutje vergezellen en dan afdraaien, hun eigen doelen najagend. Wat zouden zulke dieren denken? (Dolfijnen hebben een redelijke vorm van zelfbewustzijn, wist je dat? Ze herkennen zichzelf bijvoorbeeld bij experimenten met spiegels)

We hebben de shipping lanes intussen aan bakboord en zeilen bijna zuid. De achteroplopende zeegang tilt ons steeds op, de kont van de boot komt omhoog en de golf stuwt ons vooruit en rolt dan onder ons door. Dat patroon herhaalt zich alsmaar. Het is niet zonder risico, want als de stuurautomaat het voortdurende bijsturen niet aan zou kunnen, kan de boot uitbreken de boot uit en dwars op de golven komen. Erop bedacht blijf ik achter de stuurstand zitten, maar de automaat kan het gelukkig bijfietsen. Zo knallen we door de beruchte Straat van Gubail, berucht door zijn harde noordenwinden. Er zijn veel boorplatforms, sommige verlicht met mooie affakkelingen (foto hierboven) Daarna neemt de wind af tot NW 4 – 5 en passeren we Ashraf Island, het eerste eiland in het mooie koraalgebied bij Hurghada. Het eiland is volledig zonder begroeiing, desolaat en verlaten. Er staat een vuurtorentje op. Het is pas half elf. Een uurtje later rijst er een bleke heuvel over stuurboord op, Gubail Island. Links ervan is een vlakke plaat met een baken; dit is Bluff Point (foto hier) We zien verder langs de plaat een strook waar de branding breekt, dat moet de kraalrand zijn, erachter is het water stil als een vijver. Op de koraalrand zien we staketsels van een scheepswrak. Het gaat allemaal snel voorbij, want we hebben nog behoorlijk vaart.

Om de hoe van Bluff Point komen we ook in – ik zou haast zeggen – verbluffend rustig water. Er liggen wat boten van duikers geankerd. Het water daar is lichtblauw tot groen en indigo met witte randen. Koraalrotsen. Met de kaart op schoot manoeuvreren we het Shadwan kanaal in, dat tussen lage zanderige eilanden en onder water liggende koraalrotsen door leidt. Goed op de schaars betonning letten! Koraalrotsen zijn messcherp, je moet er niet op terecht komen met je boot. Vreemd, dat de wilde zeegang verdwenen is, snappen we maar dat de wind ook bijna weg is is vreemd. De eilanden zijn zó laag dat de noordenwind volledig vrij spel zou moeten hebben, maar opeens is het niet meer dan NNW 2. Een andere, zeer vredige wereld. Omdat alle koraalgebieden vlak onder het wateroppervlak liggen, ziet het er wijds en stil uit. Een beetje de Grevelingen zonder groene oevers. Alleen het hoge, kale en oker- en bruingeel gekleurde Shadwan Island rijst in het zuiden op. Er liggen twee boten geankerd. Het eiland is zelf verboden gebied vanwege de landmijnen, die er sedert welke oorlog dan ook liggen. Het pilotbook verhaalt van yachties, die er toch de wal op gingen. De soldaat die kwam om hen te waarschuwen, vloog zelf de lucht in. De yachties zijn toen toch maar weg gegaan.

We sukkelen verder over de wijde watervlakte. Niet te zien, behalve af en toe een baken. We zitten te suffen, het is bepaald anders dan vanmorgen. Soms even de koers bijstellen wegens de nauwelijks zichtbare koraalriffen. Alle schoonheid is hier onder water. Na uren rijst in de verte een stad op, Hurghada. We naderen en roepen als voorgeschreven de marina op op kanaal 74. Geen reactie. Ik herhaal de oproep op 16, ook geen reactie. Dan niet. Na wat speren vinden we tussen de grote hoeveelheid toeristenresorts de haven van Hurghada Marina. Een bootje komt ons tegemoet en leidt ons naar de ligplaats voor de komende weken. De formaliteiten zijn kort, de voorzieningen goed (water, walstroom, Wifi), de kosten slechts 320 dollar voor een maand. Aan dezelfde betonnen steiger als wij ligt de catamaran Like Dolphins van Johan & Sonja, Belgische zeilers die we jaren eerder in Syracuse op Sicilië ontmoetten en later voor anker in het Turkse Fethiye. Gezellige mensen, herinneren we ons. Langs de kade wemelt het van restaurantjes en meer slenterende toeristen dan we verwacht hadden, gezien de recente onrust in Egypte. We eten heerlijk in een Italiaans restaurant met een fles rode wijn uit Egypte erbij: een Grand Marquis 2009. Heel drinkbaar. Terug naar boven

Hurghada (2)

Dulce in Hurghada
Dulce in Hurghada

Woensdag 04-05-2011

"Eens een geïsoleerd en bescheiden vissersdorp, is Hurghada veranderd in een langgestrekte verzameling van meer dan honderd hotels en is het tegenwoordig de meest populaire vakantiebestemming in Egypte", schrijft de Lonely Planet. Vandaag gaan we erop uit voor een eerste verkenning van de directe omgeving. En voor boodschappen, vooral vers fruit. Het marinagebied is inderdaad een enclave, omgeven door een hoog gietijzeren hek met drie ingangen. Die worden bewaakt door mannen in uniform, zonder wapens overigens. Binnen het gebied heerst het toerisme. Je kunt je voorstellen dat die jongstleden januari niets gemerkt hebben van de omwenteling in Egypte. Sterk ontblote mensen kuieren langs de winkeltjes, bars en restauranten. Boten varen 's ochtends uit met toeristen om ergens in het uitgestrekte koraalgebied te gaan duiken. "Dive Safari", heet dat. Het wordt pas druk op de kade als ze na vijf uur terugkomen. Vlak na zes uur wordt het donker en dan is het best gezellig langs het water. Toch is niet alles in orde. De meeste appartementen staan leeg en een paar winkeltjes zijn gesloten. Niettemin valt het aantal toeristen niet tegen. Veel Russen. Het hele complex is overigens brandschoon en dat is een enorme tegenstelling met de vuile, drukke Egyptische stad die je buiten de poort aantreft. Hier twee foto's om het verschil te demonstreren.

 

Naast de haven is een drukke vismarkt waar het ontzettend stinkt. Daarnaast is een enorme moskee in aanbouw (foto hier) en daar weer naast staan dicht aaneen gepakt motorjachten op de wal. In een stoffige winkelstraat vinden we een groenteboertje (foto hier) waar we ruim inslaan: appels, sinaasappels, kleine perzikken, meloentjes, en wat groente. Ook op het marina-complex is een supermarktje met wat meer op de westerse mens afgestemde produkten. Alleen boter, die vinden we niet, en wijn natuurlijk. Van Johan van Like Dolphins krijg ik een telefoonnummer van ene Saïd, waar je alkoholische dranken kunt bestellen. Ik bel hem en om half zes brengt hij zes flessen van die aangename rode Château Grand Marquis 2009, die we gisteren in het Italiaans restaurant dronken.

 

Het is heet, 34 graden. Ik duik in het glasheldere water om schroef en schroefas te inspecteren. Alles in orde. Ook de beide boegschroeven kan ik met de hand ronddraaien. Het probleem met de stuurboordschroef is daarmee nog niet opgelost, vrees ik. We tappen de watertanks vol, maar eindelijk begeeft het koppelstuk van de Gardena-tuinslang - honderden keren gerepareerd - het definitief. Ik loop de stad in en vind een winkeltje waar een bebaarde winkelier me twintig meter degelijke slang verkoopt voor 70 pond (9 euro). Een slang waar de Gardena-koppelstukken op passen.

 

Om half zes zijn we op de borrel gevraagd bij Johan & Sonja. Terug naar boven

Hurghada (3)

Hurghada. Een van de drie toegangen tot het toeristencomplex. De bewakers zitten in het midden, buik vooruit, onder het palmboompje
Hurghada. Een van de drie toegangen tot het toeristencomplex. De bewakers zitten in het midden, buik vooruit, onder het palmboompje

Donderdag 05-05-2011

Vandaag loopt de temperatuur op tot 36 graden Celsius. Noopt niet tot veel activiteit. 's Ochtends schrobben we nog het zand van het dek en boeken we een bezoek aan Holland (van 18 - 29 mei) Daarmee heb je het gehad. Wel lezen. Ik ben begonnen in een boek waar ik naar uitzag: "Het Monotheïstisch Dilemma" van Paul Cliteur (Arbeiderspers, 2010) In het boek poogt Cliteur de vraag te beantwoorden in hoeverre religie samenhangt met geweld. Het gaat dan in het bijzonder om de drie monotheïstische godsdiensten, het joodse, het christelijke en het islamitische geloof.

 

In de middag betrekt de hemel en wordt het mede dankzij een lichte zuidenwind wat koeler. Grappig detail bij Cliteur: de manie om bij iedereen die hij in zijn boek noemt, het geboortejaar en - indien van toepassing - het sterfjaar tussen haakjes aan te geven. Ook waar het er niet of nauwelijks toe doet. We gaan zo ergens op de haven op een terras een cocktail drinken.

 

´s Avonds raak ik in de ban van een onuitsprekelijke melancholie. Je kent dat misschien wel. Wat zoeken we in dit dwaze Hurghada? Ans sleurt me mee de wal op, langs de Italiaanse, Thaìse, Indiase, Franse en Egyptische restaurantjes. Ergens drinken we drie mojito´s, die we later doen opvolgen met een Italiaanse maaltijd. Overal toeristen, Russen, Polen, Belgen, ook gesluierde moslima´s met kinderen aan de hand en wat Brabo´s uit eigen land. Voor ons tafeltje danst een Egyptische derwish zijn duizelingwekkende draaidans, compleet met lichtjes op zijn fraaie, groene gewaden. Wat is er tegen, hij is een ontzettend goede danser en we geven hem een mooie fooi in de hand. Langzaamaan drijft de melancholie weg in de warme avond. Toch is er iets mis in de wereld, maar ik kan er niet meer op komen wat of het was. Terug naar boven

Hurghada (4)

Vandaag hang ik het neustrapje op de boeg
Vandaag hang ik het neustrapje op de boeg

Vrijdag 06-05-2011

Rond het middaguur schetteren luidsprekers gebedsoproepen, gebeden en preken uit de moskeeën om de haven heen. Vrijdag, de wekelijkse dag van het belangrijkste gebed voor moslims. Uiteraard kun je er niets van verstaan maar de toon van de prediking doet tamelijk opgewonden aan. Het is vandaag winderig (NW 5) en met 29 graden beduidend minder warm dan de vorige dagen. In de loop van de ochtend legt een Duits jacht naast ons aan, het komt uit het Israëlische Eilat. Er zullen weinig nieuwe jachten meer arriveren, dunkt me. De jachten uit de Indische Oceaan zijn vrijwel allemaal gepasseerd en uit het noorden hoef je eigenlijk ook niemand te verwachten. We ligggen vooralsnog in een uithoek. De hele dag komen we niet van de boot af. Geen zin, eigenlijk. Ik repareer het stekkertje van het Turkse kuiplampje en hang het neustrapje op de boeg, zodat we gemakkelijker op de kade kunnen stappen (foto hiernaast) Verder de hele dag diep verzonken in het boek van Paul Cliteur; ik ben bijna op de helft.

 

Er is bericht van de statenloze Russische familie, Vitaly & Marina en hun beide zoons (waaronder de dichter Ivan), die we destijds in Malta ontmoetten. Erg aardige mensen die met hun jacht noodgedwongen al jaren door de wereld zwerven omdat ze administratief tussen de wal en het schip geraakt zijn. Het gaat niet erg goed met ze. Ze zijn nu weer terug op Malta en Vitaly kreeg een bloeding in de kleine hersenen, waarvan hij herstellende is. Ik stuur ze een opbeurend mailtje terug, wat kun je anders doen?

 

In Holland heerst een ongekende droogte, lezen we. "De wereldwijde opwarming , schonere lucht, minder bewolking en meer waterdamp in de lucht vergeleken met even zonnige maanden hebben bijgedragen aan de hoge temperaturen", lees ik bij klimaatblogger Bart Verheggen. "Uiteraard heeft de opwarming van de aarde en dus ook van Nederland ook bijgedragen. Zonder deze opwarming zouden dit soort temperaturen vrijwel onmogelijk zijn geweest. Echter, de temperaturen van de laatste jaren steken ver boven de trend uit" Dat doet me eraan denken dat de maandelijks voortschrijdende grafiek van klimaatscepticus Roy Spencer er nog niet is. Morgen misschien. Want wat in Nederland gemeten wordt, hoeft nog niet wereldwijd het geval te zijn.

 

Als iedere dag valt de avond vroeg. We luisteren naar het nieuws op de Wereldomroep. Uit de luidsprekers van de moskeeën klinken nog steeds gebeden en preken. Het houdt niet op. Zouden ze vol zitten? Dat zou ik wel eens willen weten, maar het lijkt me beter om niet te gaan kijken. De harde noordwestenwind blijft aanhouden. We besluiten in de voorste hut te gaan slapen. De ventilatie is daar beter dan in de grote achterhut. Voor de aantallen steekmuggen zal het misschien niet uitmaken maar waarschijnlijk is het er koeler. Terug naar boven

Hurghada (5)

Hurghada. Een van de markten in Dahar
Hurghada. Een van de markten in Dahar

Zaterdag 07-05-2011

Inmiddels begrijp ik waarom klimaatscepticus Roy Spencer nog niet met zijn maandelijkse grafiek over de gemiddelde wereldtemperatuur in de lagere troposfeer kwam: hij woont midden in gebied in de Amerikaanse staat Alabama dat zwaar werd getroffen door een ongewoon aantal zware tornado's. Hij heeft dus wel even wat anders aan zijn hoofd en toont op zijn website foto's van de verwoestingen. Wat zegt hij van die toename van tornado's? Na een redenering die ik niet kan volgen, ik bedoel dat ik daar de deskundigheid niet voor bezit, zegt hij: "It is well known that strong to violent tornado activity in the U.S. has decreased markedly since statistics began in the 1950s, which has also been a period of average warming. So, if anything, global warming causes FEWER tornado outbreaks…not more. In other words, more violent tornadoes would, if anything, be a sign of “global cooling”, not “global warming” De tornado's hebben hem dus niet van zijn standpunt geblazen.

 

Ondertussen verscheen er wel een belangwekkend rapport van het Arctic Monitoring and Assessment Programme (AMAP) in Oslo onder de titel "Snow, Water, Ice and Permafrost in the Arctic", waarin gesteld wordt dat de zeespiegelstijging tot het einde van de eeuw veel harder gaat dan eerder werd voorspeld. Aan het einde van de eeuw zou een stijging mogelijk zijn van 0,9 tot 1,6 meter. Dat zou komen door een versnelling in smelten van de gletsjers in het noordpoolgebied dan verwacht. Aangezien er alleen nog maar een executive summary beschikbaar is, moeten we de inhoud van het onderzoek zelf nog afwachten. "Maar wat als het wel waar is?", blogt Paul Luttikhuis in de NRC, waar ik het bericht las.

 

Vanochtend en een groot deel van de middag harde NW-wind Bf 5 met uitschieters naar 6 - 7. Niet zo warm meer, gelukkig, met 29 graden. ik zet stukjes rubberslang tegen het schavielen om de landvasten. Een babbeltje met het Duitse jacht Second Life naast ons, leert dat ze in het konvooi zaten van de Blue Water Rally met het ongelukkige jacht Quest, waarvan de vierkoppige Amerikaanse bemanning onlangs door Somalische piraten werd doodgeschoten. Zij waren er toen slechts 40 mijl vandaan en piekeren er niet over om ooit nog naar de noordelijke Indische Oceaan terug te gaan, zolang er nog piraterij is. Ze laten hun jacht hier voor drie maanden achter om thuis in Duitsland eerst eens op verhaal te komen.

 

We nemen vanmorgen een taxi naar Dahar, het oudste deel van de stad Hurghada. We drinken er koffie en slenteren door de straatjes en de markten. Kopen wat cadeautjes voor de kleinkinderen en genieten van alle levendigheid om ons heen. Ik zei het al eerder: over het algemeen zijn Egyptenaren vriendelijk, vol aanstekelijke humor en niet opdringerig. Zie foto hierboven en 4 andere hier, waaronder een verkoper van levende duiven (om op te eten) Straks komen Johan & Sonja van Like Dolphins een borrel drinken. Overmorgen, maandag, vliegen ze voor een paar maanden naar België terug. Terug naar boven 

Hurghada (6)

Hurghada (6)

Zondag 08-05-2011

Het boek van Paul Cliteur "het Monotheïstisch Dilemma" (Arbeiderspers, 2010) is me toch wat tegengevallen. Het boek is goed geschreven en bevat veel boeiende informatie. Maar het is in mijn ogen eigenlijk een open deur om (met veel omhaal) te betogen dat er in de drie grote monotheïstische religies (jodendom, christendom en islam) veel aanknopingspunten te vinden zijn voor het gebruik van geweld tegen andersgelovigen en tegen de staat. Uiteraard is dat het geval en religieuze terroristen beweren ook zonder uitzondering dat ze hun fanatisme en motivatie ontlenen aan Torah, Bijbel of Koran. Maar evenzeer zijn er uit die heilige boeken ruim aanknopingspunten te halen voor een tegenovergestelde houding, een van vreedzaamheid en tolerantie. Wat schieten we dus op met het boek van Cliteur?

Het wordt pas interessant als Cliteur het over "het ware gezicht" van religie lijkt te gaan hebben en of religie persé tot religieus geweld moet leiden. Maar helaas ontwijkt hij die vraag en noemt "het niet langer relevant of we in het geweld 'het ware gezicht'van religie te zien krijgen of alleen maar 'religie die voor gewelddadige doeleinden wordt misbruikt'" (blz. 136) Mij lijkt dat juist de enige vraag die ertoe doet! Ik begrijp dan ook echt niet hoe hij kan schrijven: "Of de aanhangers van het islamisme zich terecht op godsdienst beroepen is niet van belang"

Dit gedeelte van het boek vond ik ronduit warrig. Enfin, we weten allemaal dat niet alleen religie tot geweld leiden kan, maar dat ook vele niet-religieuze ideologieën dat kunnen (fascisme, communisme, nationalisme, racisme) Maar het was nou eens interessant geweest om na te gaan of een (monotheïstische) religieuze ideologie daar meer toe neigt of juist minder.

Cliteur besluit zijn boek met een pleidooi voor een "seculiere islam", die een strikte scheiding tussen religie en staat aanvaardt en niet meer de invoering van de sharia, de wet van God, nastreeft. Een pleidooi waar je het grondig mee eens kunt zijn.

 

Opnieuw een dag met zon en harde wind uit het noordwesten. Noordgaande jachten kunnen hier soms wekenlang verwaaid liggen. Op het nieuws zie ik dat er gisteren in Caïro geweld is uitgebroken tussen moslims en (koptische) christenen. De moslims meenden te weten dat de kopten een vrouw in een kerk vasthielden, die zich tot de islam wilde bekeren omdat ze met een moslim wilde trouwen. Er vielen vijf tot tien doden - de opgegeven aantallen lopen uiteen - en tientallen gewonden. Er zouden 190 arrestaties verricht zijn en de mensen zullen berecht worden door militaire rechtbanken, meldt de NRC. Dat is natuurlijk volstrekt onjuist, het gaat immers om burgers.

 

Aan het eind van de ochtend word ik zomaar beroofd van mijn portemonnee. Maar de poging mislukt. Het ging zo. Ik ging een wandeling in zuidelijke richting maken, door een opgebroken hoofdstraat met aan beide kanten een oneindige rij shops, supermarktjes, resorts, restaurants, souvenirwinkels en af en toe een bank. Vaak met opschriften in het Russisch. De weinige toeristen lopen, net als ik, wat verloren rond. Een kind, een mager meisje van een jaar of twaalf, dringt zich aan me op met nep-papyrus afbeeldingen. Ze houdt niet op tot ik haar boos wegduw. Een eind verderop keert ze terug en probeert het nogmaals. Toen moet het gebeurd zijn. Als ze wegloopt mis ik mijn portemonnee. Een ramp, niet zozeer vanwege het geld, maar omdat al mijn bankpassen, credit-cards, ID-card, rijbewijs en dergelijke erin zitten. Het kind loopt honderd meter verderop en ik volg haar zonder te rennen en zie dat ze een steegje in loopt. Daar zie ik haar niet meer, maar om de hoek van een portiek zit een vrouw in het zwart. Haar moeder, neem ik aan, het kind staat naast haar. Ik eis mijn portemonnee terug en ze werpt hem in het zand. Snel stel ik vast dat alle cards er nog zijn alsook de dollars, maar dat er zo'n 500 Egyptische ponden ontbreken (circa 60 euro) Ondertussen vormt zich een oploopje om ons heen. De moeder wijst op een zak in haar tenue, boven haar boezem. Ik mag erin voelen, gebaart ze. Ja, ik ben daar gek. Ik dreig met de politie en het kind geeft me nog wat losse ponden terug. De omstanders helpen me. Een fors gebouwde man pakt de map nep-papyrus prenten op, die het kind achter zich op de grond heeft gegooid, en voelt erin. Zegevierend haalt hij de bundel met biljetten van 100 pond tevoorschijn en overhandigt me die. De vrouw en het kind druipen af.

Tja, ik kom er dus goed vanaf. Maar de grote ogen van het kind blijven me bij. Wat zal er van haar terecht komen? Zal ze zich deze ervaring lang herinneren? Ik voel geen lust meer om verder te wandelen en neem een taxi terug naar de marina.

 

De rest van de dag bestaat uit lezen. Ans bakt een brood. De noordwestenwind waait nog steeds onverminderd door. Terug naar boven

Hurghada (7)

Het smerige stadsdeel Sigala, Hurghada
Het smerige stadsdeel Sigala, Hurghada

Maandag 09-05-2011

Gisteravond zien we zomaar opeens ons appartementje in Gorcum op de sluis. Hoe? Af en toe slaan we de website van Gorkums Nieuws op om te kijken wat er gebeurt in ons stadje. Daar zien we een verslag met diapresentatie van de Open Havendag ("met veel muziek") van afgelopen zaterdag. Burgemeester Piet IJssels knipt op de sluis een lint door met twee bont geklede, dikke dames aan zijn zijde, die krullerige pruiken dragen en op trompetjes blazen. Het leven van een burgemeester gaat niet over rozen. In de diapresentatie zien we opeens onze ramen voorbij komen. Alles in orde, zo te zien.

 

Vandaag gelukkig minder wind. Toch hebben we nog geen zin om veel te ondernemen. Terugslag van alle drukke maanden? We kuieren op ons gemak een eind door de stad naar het zuiden, naar de kustzône waar de sjieke hotels en resorts liggen. Nergens is het druk. De eerste kilometers voeren nog door het Egyptisch deel, waar de straten nauwelijks plaveisel hebben en het ontzettend smerig is en stinkt (foto hiernaast) Eigenlijk deels begrijpelijk, de lucht bevat zóveel stof dat ook onze boot eronder zit. Onderweg komen we de zwartgeklede vrouw tegen, waarschijnlijk de moeder van het kind dat me gisteren poogde te beroven. De vrouw hurkt bij een lantaarnpaal en kijkt weg.

 

Terug aan boord lezen we. Ik ben begonnen in de Nederlandse vertaling van "God, The Failed Hypothesis. How Science Shows That God Does Not Exist" van de Amerikaanse filosoof en natuurwetenschapper Victor J. Stenger (Veen, 2008) De titel dekt de inhoud. Ik vind er een verbluffend kort antwoord op de wezensvraag: "Waarom bestaat er iets, en niet niets?" (zie Mijn werkprogramma van vijf raadselachtige zaken uit 2008) Stenger schrijft op bladzijde 122 dat veel eenvoudige systemen van deeltjes onstabiel zijn. "Omdat 'niets' zo eenvoudig is als het maar kan, kunnen we niet hopen dat het erg stabiel zal zijn. Het zou waarschijnlijk een spontane fase-overgang vertonen naar iets dat ingewikkelder is, bijvoorbeeld een universum dat materie bevat" een universum als het onze, dus. Dit vind ik briljant (hoewel ik er natuurlijk niks van snap), omdat het zo simpel lijkt:

 

                               

Vraag:  "Waarom bestaat er eigenlijk iets, en niet niets?"

Stenger: "Nou, gewoon omdat niets instabiel is"

Reactie:  "Oh, eh...juist"

                              

 

We nemen afscheid van Johan & Sonja, die vanavond terugvliegen naar Brussel. Ze komen pas in het begin van juli terug om terug te keren naar de Middellandse Zee. Wij gaan vanavond lekker samen uit eten. Terug naar boven