Reislogboek 2009/2e helft
|
 Het Byzantijnse Rijk in 1143, tijdens de Kruistochten
Direct naar
het laatste
verslag |
|
Çanakkale (2) Op de kade in Çanakkale staat het houten Paard van Troje dat in de film Troy met Brad Pitt gebruikt werd Woensdag 01-07-2009
Bij het ontwaken horen we de zangerige gebedsoproep uit een luidspreker op een minaret in de buurt. Vandaag waait het Noord 5. Hadden we vandaag de trip naar de Dardanellen gemaakt, dan hadden we er beduidend meer moeite voor moeten doen. De marina in Çanakkale is klein maar heel comfortabel (foto hier) Behalve water en electra is er zelfs diesel op de steiger. Inklaren hebben we nog niet gedaan. De meningen over de noodzaak ervan verschillen. Sommigen doen het helemaal niet, zoals bijvoorbeeld Leonard van Veldhoven (in deel 3 van zijn scheepsjournaal, "De Hellespont voorbij", Elmar 2007) en ondervonden geen problemen. In ons geval gaat het niet op. Ans moet immers over een paar weken naar Holland en Tsjechië en ze komt Turkije niet uit als ze er niet eens formeel ingekomen is. We lopen langs bij de vestigingen van Vodaphone en Turkcell voor een Turkse prepaid SIM-card ten behoeve van mobiel internet. Helaas blijkt dat een illusie, die heb je hier (nog) niet. De winkelbedienden staren bevreemd naar de dongle, die ik heb meegenomen. Een aardige Turk die Duits spreekt neemt ons mee naar de telefoonwinkel van zijn vriend. Die blijkt het fenomeen te kennen, hij heeft er zelfs een reclameposter van een dongle hangen. Maar hier in Çanakkale is het niet te koop. Misschien in Istanboel, zeggen ze. De draadloze netwerken in de omgeving oppikken, lukt ook al niet. Enfin, ik zie wel een oplossing te vinden, een Internet-café of iets anders. Çanakkale is overigens een aardige stad met mooie parken, waar de Turken graag vertoeven. Overal onder de bomen zitten of liggen groepjes mensen. Grappig is dat je in dit islamitische landen eigenlijk niet méér vrouwen met hoofddoek ziet als bij ons. Op de kade staat een groot houten Paard van Troje (foto hierboven) Het werd gebruikt in de film Troy over de Trojaanse oorlog met Brad Pitt, vermeldt een bord. Er is ook een mooie maquette van het Troje van de Ilias. Op een terras drinken we de verrukkelijk Turkse thee uit kleine glaasjes. Ik herken niets van de tijd dat ik, 41 jaar geleden, hierlangs gekomen ben. In mijn herinneringen staan beelden van een landelijk stadje, eigenlijk een groot dorp, met nauwelijks geplaveide wegen. De stad moet enorm gegroeid zijn. Ik vond toen een bus naar Troje, dat hier 30 kilometer vandaan ligt. De warrige mengeling van talloze bewoningslagen, ik geloof dat er tientallen Trojes bestaan hebben, maakte niet veel indruk op me. Een man probeerde me antieke munten te verkopen. Over de velden keek ik uit naar de zee, waar de Griekse strijdmacht destijds ontscheept werd en zijn kampement opsloeg. Mijn behoefte om nog een bezoek aan Troje te brengen is gering. Later lukt het toch met Internet: met een krachtiger antenne van Diana kan ik nét het draadloze netwerk van een nabijgelegen hotel oppikken. |
|
Çanakkale (3) De buste van de beroemde kartograaf Piri Reis op de boulevard van Çanakkale Donderdag 02-07-2009
Gisteravond is er een grote menigte op de been op de boulevard. De mensen drentelen druk pratend en lachend op en neer in familiegroepjes of met zijn tweeën. De pantalonnade in de koele avondlucht is begonnen. Samen kuieren we mee. Overal staan kraampjes en karretjes waar zoetigheden, noten, gegrilde maïskolven, ringvormige zoete broodjes, ijs, limonade of gewoon koud water worden verkocht. We zien schoenpoetsers, gehurkt bij hun met glimmende knoppen en koperbeslag versierde kisten, ijverig in de weer de schoenen te poetsen van nonchalant rondkijkende mannen. Als het goed donker is, steekt men een mooi vuurwerk af. Kleurige fonteinen van licht bloeien op boven de boulevard en worden weerspiegeld in het water van de Dardanellen. Het is even wennen, alles is hier veel voller en volkser, zoveel mensen vlak bij elkaar, maar het voelt niet onaangenaam. Iedereen is vrolijk en aardig. We komen langs een standbeeld voor de befaamde Osmaanse kartograaf en admiraal Piri Reis. Piri Reis! Dat was een intrigerende man! Hij leefde rond de overgang van de 15e naar de 16e eeuw (foto hierbij) Hij is vlakbij geboren, in Gelibolu (Gallipoli) aan de Europese kant van de Dardanellen. In 1929 vond men in Istanboel in het voormalige paleizencomplex Topkapi van de Osmaanse sultans een curieuze wereldkaart, gemaakt door Reis, die aanleiding gaf tot veel speculaties en controverses. Niet alleen had hij al - nog geen twintig jaar na de tocht van Columbus - diens Amerikaanse ontdekkingen verwerkt, ook had hij tamelijk adequaat de contouren van het nog niet ontdekte Antartica erin aangegeven. Hoe dat kon is nogal raadselachtig. Toeval? Lees er hier meer over.
Gisteren hebben we toch maar een scheepsagent ingeschakeld, ondanks de kosten, om voor ons visa en een Transit Log te regelen. Voor het document moet je namelijk persoonlijk stempels gaan halen - in deze volgorde - bij de gezondheidsautoriteiten, de douane, de politie en de havenmeester. De eerste twee zijn aan de andere kant van de stad dus moet je een taxi nemen, op die manier kost het je uren. Onze scheepsagent Recep Demir van Falcon Shipping Agency, een nogal link ogende man van eind dertig met een beginnend buikje, wilde wel de kosten van zijn bemiddeling laten zakken omdat we met twee schepen waren. Hij heeft nodig ons eigendomsbewijs (ICP - International Certificate of Propriety), het vaarbewijs (ICC - International Certificate of Competence), het Internationaal Verzekeringsbewijs en de paspoorten. We geven hem echter onze ID-kaarten, omdat we liever geen visumstempel in onze paspoorten willen. Bij een ID-kaart stempelen ze het visum op een los velletje papier. Dat geeft straks meer flexibiliteit bij de veelvuldige grenspassages tussen de Turkse kust en de Griekse eilanden in de Egeïsche Zee. Bij de Turken lever je bij vertrek het visumvelletje in (je kunt het ook laten) Bij de Griekse autoriteiten gebruik je je paspoort, waaruit niet blijkt dat je uit Turkije komt en je dus niet ieder keer hoeft in te klaren. Zo kun je al die overbodige en tijdrovende bureaucratie vermijden. Recep kijkt verbaasd naar de ID-kaarten maar na enige uitleg accepteert hij ze. Vanmorgen vroeg keert hij terug met het Transit Log en de visa, op losse velletjes.
"Na een tijdje gebeurde het dan dat de muziek waar ik naar luisterde, de Istanbulse beelden die aan de voorruit voorbijtrokken, de sfeer van sommige met straatkeien geplaveide stoepen en steegjes, waarvan mijn vader vroeg of we die in zouden slaan en er dan glimlachend de auto indraaide, zich in mijn hoofd samenvoegden en me lieten voelen dat we nooit een antwoord zullen krijgen op onze levensvragen, maar dat het goed is ze toch te stellen" (p. 355)
"Soms verandert de stad in een totaal andere plek. Plotseling trekken de kleuren waardoor je je thuis voelt uit de straten weg, en dan dringt het ineens tot me door dat de drommen mensen die ik er altijd zo geheimzinnig vind uitzien eigenlijk al honderden jaren doelloos over het trottoir voortsjokken" (p. 357)
Geboeid lees ik verder in Orhan Pamuk´s "Istanbul, herinneringen en de stad" (Ned. Vert. Arbeiderspers, 2005) Eigenlijk zijn het jeugdherinneringen van een melancholieke, eenzame jongen waarin de stad een grote rol speelt. De afgetakelde stad die tweemaal het centrum van een wereldrijk was. Niet alles is even boeiend, maar zulke passages als de bovenstaande maken het weer helemaal goed. Vandaag is er - als voorspeld - veel wind uit het noorden met uitlopers naar Bf 6. We slenteren wat door de stad en vanavond zijn we met Jaap & Diana te gast op de Souris Rose, waar Jill ons gegrilde inktvis gaat voorzetten. Terug naar boven |
|
Kemer Bij een boei op een nauw punt bij Nara in de Dardanellen staat bijna twee knopen tegenstroom Vrijdag 03-07-2009
Gisteren heeft Ans haar klerenkast uitgemest. Dingen die ze in de twee jaar dat we onderweg zijn niet heeft gedragen, gaan in een vuilniszak. Ik zet hem naast de vuilcontainer bij de haven. Na een paar uur is hij weg. We hadden een gezellige avond op de Souris Rose en de octopus van Jill smaakte heerlijk.
Vandaag vertrekken we om kwart voor acht. Zoals te verwachten staat de wind (NO 4) op kop. Dat soort wind staat hier meestentijds, in het lengte van de zeestraat die al een soort windtunnel fungeert. Even boven Çanakkale, bij Nara is het ook een smal gedeelte van iets meer dan een mijl breed. Een westkardinale boei markeert de ondiepte voor Nara. Aan de stroming rond de boei kun je zien hoe hard de tegenstroom is (foto hierbij) Uit het verschil tussen het log en de SOG (speed over ground) kan ik zien dat die bijna twee knopen bedraagt. Op de punt ligt een oud fort en daarachter een militaire kazerne. Een mijl verder verbreedt de zeestraat zich en neemt de tegenstroom steeds verder af. Vredig varen we naar het noordoosten, het lijkt wel of we op een grote, zacht vloeiende rivier varen, die door een golvend heuvellandschap loopt met velden en bossen. In werkelijkheid is dit een kloof tussen twee continenten, twee aardschollen die zachtjes langs elkaar schuren en geleidelijk aan hevige spanningen opbouwen die zich af en toe ontladen in forse aardbevingen. En het is een zeestraat die de hele geschiedenis door van grote betekenis is geweest. Xerxes stak hier met zijn Perzen over een schipbrug over en begon er zijn invasie. Alexander de Grote stak hem over in de andere richting. De Byzantijnen, de Osmanen, de Britten, wie hebben er niet gevochten om de beheersing van deze plek? Om 12.30 uur zijn we bij het dorpen Lapseki en Çardak aan stuurboord met de stad Gelibolu (Gallipoli) op de Europese oever. Veerboten varen af en aan en wijken netjes uit voor de scheepvaart en ook voor ons (foto hier) We worden achterop gevaren door een sleepboot uit Holland, de Barracuda, met een grote bak achter zich. Hij zwaait. Een uur later passeren we een groot baken bij de Zincirbozan Bank, een grote zandbank aan de rechteroever die de noordelijke uitgang van de Dardanellen markeert. Aalscholvers zitten er op een rijtje naast elkaar als een groepje keuvelende oude mannetjes op een bank aan de haven (foto hier) Een nieuwe zee ligt voor ons open, de Zee van Marmara, in de Griekse tijd de Propontis, de voorzee voor de Egeïsche Zee. Toch weer een groots moment. De wind zakt helemaal in naar NO 2. We verleggen de koers naar het oosten voor de laatste dertien mijl naar Kemer, een dorp op de zuidoever. Tussen kaap Bodrum en het haventje laten we om half vier het anker vallen, dat zich meteen ingraaft. Souris Rose ligt er al en Kiara ankert vijf minuten later. Het is hier heel vreedzaam. Op de kant liggen wat vakantiehuisjes van Turken (foto hier) Het water is stil en 23 graden, Ans gaat snorkelen. Ik bel mijn jongste zoon Bas om hem te feliciteren met zijn 19e verjaardag. Op de achtergrond hoor ik vrolijk gepraat en gelach. Het is er kennelijk gezellig. Soms mis ik ze, die levendige bijeenkomsten van vroeger met de kinderen en de familie op verjaardagen en feestdagen. Wie weggaat laat ook de goede dingen achter zich. Overigens is het plan dat mijn oudste zoon Rommert en zijn vriendin Esther over een paar weken in Istanboel bij ons langskomen en dat Bas in augustus een weekje in de Zwarte Zee komt meevaren. Internet is er niet op deze rustige ankerplek, het is sedert lang de eerste keer dat ik het dagelijks verslag niet op de website kan plaatsen.
De avond valt. De zon gaat bloedrood onder achter een purperen wolkenbank. De zee is volledig roerloos. Het is nog steeds 30° en het wemelt van de insecten. Ans spuit ze uit onze hut weg. Ik sluit de ventilator op de 12/220V-omvormer aan, dan is het minder benauwd. Vanaf het dorpje horen we de laatste gebedsoproep van de dag: "Allah-u-akbar!" Terug naar boven |
|
Pasjalimani Dulce (l) en Kiara geankerd bij Pasjalimani. Rechts het overdekte vlondertje van het restaurant. Op de achtergond het eiland Koyun Zaterdag 04-07-2009
Om kwart voor acht lichten we het anker. De barometer is vannacht gedaald naar 1006 hP. De windmeter geeft WNW 1, motoren dus. We varen om kaap Bodrum heen en koersen naar het oosten langs de kust. Een groepje common dolphins komt even langs om ons te begroeten. We passeren de industriehaven Içdaş. Om half elf laten we kaap Karaburun achter ons, de zuidkust van de Zee van Marmara valt naar het zuiden weg. We zetten koers naar de Marmara eilanden, de eilanden die voor een groot deel bestaan uit marmer, waaraan de zee zijn naam ontleend. Aan de noordkant van Marmara Adasi, het grootste eiland, is een haventje waar de kade zelfs geheel van marmer is (Saraylar) Op de Navtex lezen we dat in de Egeïsche Zee de meltemi lijkt te gaan opsteken, hier komt het echter niet verder dan Oost 1. Op het middaguur zijn we bij de eilanden en varen tussen Ekinlik en het wat grotere Türkeli Adasi door (foto hier) Op het laatste zien we een langgerekt strand vol badgasten. Veerboten varen ook hier af en aan. Ekinlik is veel rustiger met een aardig dorpje met een slanke, spitse minaret. Daarachter Rijst het grote Marmara op met hoge bergen en ravijnen. Hier zijn een paar havens, maar we willen vandaag naar een mooie ankerplaats die Leonard van Veldhoven aanbeveelt in deel 3 van zijn boek over zijn zwerftocht door de Med. We varen door het smalste en ondiepste punt van de passage tussen de eilanden. Er ligt een YB zuidkardinale boei, (yellow-black) en aan de kant van Türkeli is een nieuwe haven gemaakt, nog volledig zonder voorzieningen. We varen door. We zien nu de twee eilanden voor ons waar we tussen willen ankeren, het kleine Koyun en het grotere Paşalimani ten oosten ervan. Om kwart voor twee valt na 27 mijl het anker in 5 meter diepte voor een slaperig dorpje met een curieus minaretje, dat de eerder genoemde Van Veldhoven het meest vond lijken op de raket waarmee de stripheld Kuifje naar de maan vloog. Tegenover ons is het enige restaurantje met een prieeltje op palen boven het water (foto hierbij en hier) en een strandje waar een Turkse familie met kinderen zich vermaakt. We laten onze bijbootjes te water en Ans gaat bij Diana op bezoek en Jaap en ik brengen een bezoek aan de wal. In het restaurantje reserveren voor vanavond. Er zit een oud-NAVO officier aan een tafeltje. Hij vertelt ons de herkomst van de naam van het eiland. Paşalimani betekent "Baai van de Pasja" Toen de Osmaanse sultan in 1577 terugkeerde van de verovering van Cyprus geraakte hij met zijn vloot in de Zee van Marmara in een hevig onweer en vluchtte naar deze baai. De vloot verbleef er vier maanden en de sultan liet er een kleine moskee bouwen met dat curieuze minaretje. We slenteren door het slaperige dorpje. Geloof het of niet, we zien hoe er in het noorden een onweersbui zich opbouwt (2 foto´s hier) In elk geval liggen we hier dus veilig, zou je zeggen. Bij het moskeetje fotograferen we het grappige minaretje (foto hier) We zien er een wasplaats voor de voeten van de gelovigen en een begraafplaats uit de Osmaanse tijd. De grafstenen dragen Arabische schrifttekens en iets als een tulband erbovenop (foto hier) Op de kade voor de vracht- en veerbootjes zijn mannen bezig vers gevangen mosselen schoon te maken (foto hier) Wie weet eten we die wel vanavond. Elders zitten vissers onder een boom hun netten te repareren (foto hier) De rust die dit alles hier uitademt is weldadig.
Om acht uur motoren we in onze bijbootjes naar het restaurantje. De eigenaar, een kleine vriendelijke man met een peper-en-zout kleurige snor, neemt de touwtjes aan. Onder het afdak staat onze tafel al gedekt. Een prinselijk gevoel. We eten gebakken dorade met salade en patat frites met een lichte rode wijn van het nabije eiland Türkeli. Aan het eind serveert de eigenaar een schaal met kleine friszure pruimen en ijsblokjes. "Kroosjes", zegt Ans, "vroeger noemden we die dingen kroosjes. Ik heb ze nooit meer gezien" Ik durf niet te zeggen hoe stuitend weinig het maal kost. Daarna kuieren we door de ongeplaveide straatjes van het dorp. De geuren van kamperfoelie en andere kruiden hangen zwaar tussen de huisjes en de oude muurtjes. Later hijsen Ans en ik het bijbootje weer op het voordek en zitten daarna in de avondwind op het dak van de kajuit na te praten. Dulce deint zachtjes achter het anker. We denken terug aan onze moeilijke beginjaren. We kregen het niet cadeau. Nog later zit ik alleen aan dek. De wolken zijn weggetrokken, overal pinkelen de sterren maar ze worden overstraald door het wasbleke licht van de bijna volle maan. Boven mijn hoofd ronkt een vliegtuig en aan de zuidelijke hemel trekt een licht voorbij. Een satelliet? Of misschien het International Space Station (ISS)? Dat zou in deze tijd zichtbaar kunnen zijn. Ik weet het niet. Vanaf het eiland klinken weer de zangerige oproepen voor het laatste gebed uit de minaretten. Ik kijk naar de lichten van een vuurtoren in het noorden, die over de baai zwiepen. Golfjes kabbelen om de boot. Is dit wat ik wilde? Ja, dit is wat ik wilde. Terug naar boven |
|
Karşikaya Karsjikaya op zondag. Deze jongens hielpen ons aanleggen naast een trawler. Nu drinken ze er de wodka en het bier dat ze als dank van ons kregen Zondag 05-07-2009
Het ritueel als iedere ochtend. Ik check het oliepeil van de motor: in orde. Om half negen gaan we ankerop met Noordwest 1. We varen de baai van de Pasja uit en motoren langs de ruige noordkust van Paşalimani. Vandaag doen we het traject langs het steile, zwaar beboste en bergachtige schiereiland Kapidag Yarimadasi. Daarachter ligt de Bandirma Körfezi, de Golf van Bandirma. In het zuidwestelijk hoekje ligt de industriehaven Bandirma, maar wij hopen eerder een plekje te vinden in één van twee vissershaventjes na kaap Kapsül. We steken de zeestraat tussen Paşalimani en het schiereiland over. Noordelijk liggen de hellingen van het grote eiland Marmara. De bergtoppen op het schiereiland zijn verscholen in zware, donkere wolkenmassa´s. Overal waar land is, schiereiland of eiland, zien we hoe de cumuluswolken zich beginnen op te bouwen. De zee is kalm maar er komt iets meer wind, Noord 3. We rollen de genua uit en motorzeilend gaat het verder (foto hier) Ans ziet bij het schoonmaken van de kooi dat onze Lord Byron zowaar een staartveertje heeft verloren. Dat is het hele jaar nog niet gebeurd, zou zijn jaarlijkse rui-periode weer beginnen? In elk geval is His Lordship nog tierig genoeg en zingt hij uit alle macht.
Uren lang motorzeilen we langs de kust. Er zijn diverse baaien en baaitjes waar je met licht weer kunt ankeren, maar ze zijn onbeschut als de gebruikelijke noordoostenwind harder doorstaat. Na een goede twintig mijl zakt de wind helaas in. Radio Istanbul meldt over de Navtex dat er tegen het eind van de middag regen en onweer kan komen. Voor kaap Kapsül passeren we twee vissershaventjes, waarvan er slechts eentje in de pilot staat. We ronden kaap en laten rotseilandjes van Mola Adalari aan bakboord liggen. Opvallend is de smerige vuilstort die vlak voor de kaap over de klif ligt (foto hier) Dan varen we Çakilköy binnen, het eerste vissershaventje. Met recht een vissershaventje, het licht helemaal propvol met vissersboten. Ze liggen vijf- tot zesdik afgemeerd. We besluiten eerst maar eens in het tweede haventje te kijken, dat 2 mijl verder de baai in ligt en Karşikaya heet. Ook dat is vol met twee coasters en een hoop trawlers. Besluiteloos dobberen we wat rond, op het traject van 35 mijl langs de Aziatische kust naar de eerstvolgende baai Gemlik Körfezi liggen alleen maar onbeschutte baaitjes. Dan roepen er twee jongens vanaf een trawler dat we langszij kunnen op een rij vissersboten die ook al vijfdik is. Zo gezegd, zo gedaan. Kiara meert af aan onze andere kant. Opeens zijn er veel meer jongemannen en jongens, die de lijnen aannemen. "Alcohol!", roepen ze vragend, "wodka!" Dat hebben we. Dankbaar voor de hulp geven we ze de driekwart volle fles wodka, waaruit Tessa graag een scheutje in haar frisdrank deed, en wat blikjes bier. Ze vragen ook sigaretten, maar die hebben we niet. Ze zijn overigens allervriendelijkst en de wat oudere jongeren houden de jongere keurig in bedwang, want die zijn nogal opdringerig en zouden het liefst bij ons aan boord willen rondneuzen. Als we liggen maak ik een foto van de situatie en van het groepje dat op de trawler van de alcoholische versnaperingen zit te genieten (foto hierboven en hier) Het is twee uur en we verdwijnen voor een middagdutje onderdeks. Even later wordt het ook naast ons stil. We hebben 26 mijl afgelegd. Internet is er ook hier helaas niet.
Jaap en ik klimmen over de trawlers naar de kant en lopen langs de haven. We zien dat men hier bij het vissen kleine bootjes lanceert vanaf de achterkant van de grotere schepen. Die zetten kennelijk de netten uit. We maken foto´s van onze boten, die aan de overkant liggen (foto hier) In een weitje met dor spichtig gras staat een ezel. We lopen het dorp binnen. Het is hier duidelijk Azië en er is niets toeristisch aan. Dit is een andere wereld. Deze stoffige straatjes met wrakke huisjes met meerdere houten bovenverdiepingen is hun alledaagse wereld. Het staat allemaal bovenop elkaar, bij een aardbeving stort het zo in elkaar. Vrouwen met hoofddoeken zitten naast hun deuren. Er zijn veel kinderen en tieners. We vinden de grote moskee met drie minaretten (foto hier) Het middaggebed is in gang, door de openstaande deuren zien we geknield biddende mannen, hun achterwerken omhoog. Dan horen we een trommel, we gaan op het geluid af en komen bij een straatje met een ophoping van mensen. Er wordt op straat een bruiloft gevierd. Op straat zitten rijen vrouwen in klederdracht in een kring om de dansende familie heen, de bruid en bruidegom in het midden (2 foto´s hier) Een trommel en twee klarinetachtige blaasinstrumenten spelen oosterse dansmuziek. Op de balkons hurken vrouwen en kinderen, ze gooien af en toe snoepgoed naar beneden. Het lijkt allemaal zeer authentiek maar er is ook iemand die het met een camera allemaal filmt. Later lopen we over de terrassen langs de haven (foto hier) Aan de tafeltjes zitten alleen mannen, ze spelen trik-trak en kaartspellen. Televisies in de openlucht tonen voetbalwedstrijden. Futbol, heet het hier. Galatasaray, de club waar Frank Rijkaard zojuist trainer schijnt te zijn geworden. Turken noemen die naam steeds tegen ons. Voortdurend proberen jongeren hun twee of drie woorden Engels op ons uit. Terug aan boord vervelen een paar rotjochies ons door met een speedbootje klierig achter ons te gaan hangen. Ans en ik krijgen er nota bene woorden over, omdat ik me dood erger en ze tenslotte wegstuur. De vooruitgang gaat met ergernissen gepaard maar, dág, ik ben Jezus niet. De visser naast ons komt zijn boot inspecteren. Hij geeft ons een prachtige, grote schelp, een stuk zeep gemaakt uit olijven en een flesje voortreffelijke, lokaal gemaakte olijfolie. Ans geeft hem een pak van de Arabische koffie die we in Malta bij de Lidl insloegen. Maar de stemming is eruit bij ons. We gaan zwijgend naar bed. Het voorspelde onweer is uitgebleven. Ik kan niet slapen. In het kleine toiletje vang ik een kakkerlak en spoel hem door. Daarna spuit ik de ruimte vol ZUM en ga in de kuip zitten. De maan is bijna vol. Uit het dorp komt muziek en feestgedruis, daarna een bescheiden vuurwerk. Een ezel balkt. Twee keer hoor ik een schot. Een paar vissers varen uit.
Morgen hebben we een langer traject voor de boeg naar het kleine eilandje Sivriada, het meest westelijke van de Prinseneilanden, vlak voor de ingang van de Bosporus. Terug naar boven |
|
Sivriada Zo ziet een nachtmerrie eruit, ware het niet dat het schip voor anker ligt Maandag 06-07-2009
Even voor zes uur schrik ik wakker van een vreemd geluid. Als ik de kajuit inloop zie ik in mijn ooghoek een vaalgele cyperse kat via de kajuittafel door het luik naar buiten springen. De handdoek die ´s nachts over de kooi van Lord Byron hangt, is half weggetrokken. His Lordship kijkt wat verbaasd maar is gelukkig ongedeerd. Je leest en hoort wel eens dat ze van schrik dood kunnen blijven. Even later zien we kattenharen aan het klapraampje boven het fornuis. Daardoor is de onverlaat binnengekomen. Ala Ans even later in het achterste toilet ook nog een dode kakkerlak vindt, hebben we het wel gehad met onwelkome indringers. We vertrekken om 7 uur. Wind Noordwest 1. We motoren tussen kaap Kapsül en het eilandje Fener door naar zee en leggen de koers op 57°, ongeveer 49 mijl naar onze bestemming Sivriada. Onder de rotsen van Fener worden we op een dolfijnenshow getrakteerd. De zee is verder de hele dag een blanke, vlakke spiegel (foto hier) We leggen onze domme ruzie van gisteravond bij; we kunnen helemaal niet tegen ruzie met elkaar. Om half tien raken we opeens zomaar van onze koers af. Volgens de pilot komen er in dit gebied magnetische anomalieën voor. Juist. Ik stel hem weer in en dat is het dan. Tegen tien uur, de "wind" is nu Oost 1, passeren we een tanker die midden op zee voor anker ligt op 50 meter diep. Het schip heet Touraine en zal dus wel Frans zijn. Ik maak een foto als we vlak voor zijn boeg passeren. Zo ziet een nachtmerrie eruit met een zeeschip dat op het punt staat je te overvaren (foto hierboven) Een uur later passeren we op 5,5 mijl afstand noordelijk van Imrali Adasi, een eenzaam bergachtig eiland (foto hier) Daar is de gevangenis waar ondermeer de Koerdenleider Öçalan zijn levenslange veroordeling uitzit. Eromheen is een veiligheidszône van drie mijl, waar je niet komen mag. De zee is groen, stil en vuil. Veel plastic zakken en flessen. De wind draait wat zonder in kracht toe te nemen. We zien oostelijk van ons de hoge bergen van het schiereiland Bozburun. Die richting op is een grote baai met de industriestad Izmit. Ik zit te lezen in de pilot "Cruising Bulgaria and Romania" van Nicky Allardice (Imray, 2007) Eergisteren hoorden we toevallig op de Wereldomroep een verhaal over corruptie bij de Bulgaarse douane. Ze vroegen veel geld voor een volstrekt onnodige gezondheidsverklaring. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.
Op 14 mijl afstand zien we een groep eilandjes, de Prinseneilanden. Op een ervan heeft ooit Trotsky een tijd vertoeft na zijn verbanning uit de Sovjet-Unie door Stalin. Welke weet ik niet. We naderen een complex TSS bij de ingang van de Bosporus. De shipping lanes vanaf de Dardanellen en die vanaf de industriestad Izmit komen hier bij elkaar op een soort rotonde. Sivriada ligt eigenlijk op de "middenberm" van de laatste. Ik zet de radar en de MARPA aan, maar echt moeilijk wordt het niet. Op 8 mijl zien we dan eindelijk de miljoenenstad Istanboel (15 miljoen inwoners) Door de kijker zien we een haag van wolkenkrabbers. Die waren er in 1968 niet, toen ik er voor het eerst was. Ik tuur ingespannen naar de stad en na een tijd zoeken zie ik hem: de Haghia Sophia met zijn later door de Osmaanse veroveraars toegevoegde minaretten. We varen recht op het kale rotseilandje Sivriada af (foto hier) Aan de oostzijde is een soort vluchthaventje met voldoende diepte en zonder voorzieningen, op een paar mijl van de wereldstad. Als we binnenvaren liggen er drie bootjes, er plek genoeg. Het is vier uur als we afmeren (2 foto´s hier) op dit wonderlijk stille plekje. Tegen half zes zijn de bootjes weg en zijn we de enigen. We borrelen met Jaap & Diana. Later kijken we stil hoe de bijna volle maan opkomt boven zee en het buureilandje Yassiada (foto hier) Morgen de laatste paar mijlen naar Istanboel. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (1) In het TSS bij Istanboel wijken we uit voor een Grieks schip Dinsdag 07-07-2009
De nacht is redelijk rustig hoewel er een lichte deining het haventje van Sivriada inloopt. We hebben de scheepjes niet te strak langszij aan de kade geknoopt, zodat ze los van de wal kunnen bewegen. ´s Ochtends maak ik een wandeling. Het eilandje is eigenlijk geheel bewoond door meeuwen en, op de rotsen langs de waterlijn, door aalscholvers. Helaas zie dat menselijke bezoekers hier en daar hun vuil hebben achtergelaten en dat wordt hier niet opgehaald. Er is altijd het risico dat er ratten op af komen en als je er eentje aan boord krijgt ben je nog niet jarig. Ze geven veel overlast, het doorknagen van de isolatie van elektriciteitsdraden is er een van, en je bent er niet zomaar vanaf. Ik klim naar een plateau dat aan drie zijden door steile rotswanden wordt ingesloten. De meeuwen die hier overal nestelen, maken een enorm misbaar. Op de grond liggen talloze vogelbotjes, schelpen, veren en een paar dode meeuwen. In een van de wanden is een grot met een roestige metalen deur, afgesloten met een hangslot. Op de wand erboven staan twee zonnepanelen, de draden leiden de grot in. Vergeefs probeer ik door de kieren naar binnen te kijken, het is te donker. Ik loop verder en ineens suist er vlak boven mijn hoofd een meeuw over. Een aanval! Er komen er meer, ik raap een stok op en weer ze af en keer wijselijk terug. Ze kunnen gemeen in je kop pikken en per slot wonen zij hier en ik niet. Langs de kade heeft aan de zuidkant ooit iets als een fort gestaan. Ik zie resten van oude, ruw gemetselde muren, de contour van een ronde toren en even verder de resten van gewelven. Gaten aan de bovenkant duiden erop dat het cisternen zijn geweest waarin regenwater werd verzameld (foto hier) Je zou het verleden van dit eilandje willen weten, dat zo strategisch voor de ingang van de Bosporus ligt.
Om 10 uur varen we af. We motoren bij ZW 2 zuidelijk om de rotonde van het TSS heen en moeten uitwijken voor een Grieks zeeschip, dat op weg is naar de Bosporus (foto hierboven) Daarna zetten we koers naar Ataköy Marina aan de zuidwestkant van Istanboel. Het centrum van de oude stad is nu duidelijk te zien: de Haghia Sofia, het Topkapi Paleis en de Blauwe Moskee. Opnieuw een geweldig gezicht. We steken de zuidwestgaande shipping lane zonder problemen dwars over en motoren tussen vele tientallen geankerde zeeschepen door. Om 12 uur liggen we aan een ponton met vingersteigers naast elkaar afgemeerd.
In het kantoor besluiten we tot een contract voor een maand, nadat we telefonisch gecheckt hebben dat Rommert & Esther daadwerkelijk geboekt hebben. Dat is het geval, ze komen van 21 tot 28 juli op bezoek. Hoewel we de gecontracteerde maand niet helemaal willen volmaken is het aanzienlijk goedkoper dan per dag betalen. De marina is redelijk aan de prijs maar ligt niet ver van het oude centrum en heeft prima voorzieningen. Alleen is het gratis draadloze WiFi-netwerk net te ver af om aan boord op in te kunnen loggen. We mogen echter voor Internet een aparte kamer op het kantoor (met airco!) gebruiken. Ik koop een pilot over de Zwarte Zee: "Cruise The Black Sea. Turkey, Georgia, Russian Federation, Ukraine, Romania and Bulgaria" van Doreen & Archie Annan, uitgegeven door Ataköy Marina in 2001. Tamelijk bejaard maar er staan duidelijke havenkaartjes in en erg veel zal er niet veranderd zijn. De vorige editie was nog bij Imray en kennelijk is het overgenomen door Ataköy.
Terug aan boord drinken we met Jaap & Diana de fles champagne op, die we een halfjaar geleden in Malta van Gerda Bol van de Pegasus voor dat doel kregen. Proost, Bolletjes! We hebben Istanboel gehaald voordat de meltemi ging doorstaan. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (2) Istanboel. Samen op de Galata brug (foto Diana) Woensdag 08-07-2009
Vanochtend klappen we de buiskap neer en spannen we het zonnezeil over de giek. Zo blakert de zon niet meer de ganse dag op het kajuitdak en trekt er een aangenaam windje onder het zeil door. Daarna zijn we in het Internet-zaaltje van het havenkantoor uren in de weer met het boeken van het reistraject voor Ans: Istanboel>Praag>Amsterdam>Istanboel. Als we het uitgeplozen hebben voor redelijke tarieven en gaan boeken, accepteert het systeem van de vliegmaatschappij wél de boeking maar niet de betaling via onze credit-card. Omdat de website waarschuwt dat annuleren geld kost, klikken we de website gewoon weg. Benieuwd wat ervan komt. We hebben haast de neiging om het maar op te geven en naar een reisbureau te gaan, als we de site van Turkish Airlines in beeld krijgen. Het toeval helpt. Uiteindelijk krijgen we het voor elkaar voor een veel goedkoper tarief dan bij de eerste keer. Natuurlijk was Turkish Airlines de maatschappij met het vliegtuig dat enige maanden geleden bij Schiphol crashte, maar statistisch gesproken is een herhaling uiterst onwaarschijnlijk (dat is natuurlijk niet juist) Enfin, het reisschema van Ans ziet er nu als volgt uit:
11 juli: Istanboel>Amsterdam (Turkish Airlines)
13 juli: Amsterdam>Praag (Sky Europe)
15 juli: Praag>Amsterdam (Sky Europe)
20 juli: Amsterdam>Istanboel (Turkish Airlines)
Van 21 tot 28 juli zijn Rommert & Esther bij ons en daarna wil Bas ook een weekje komen. Dat moeten we nog regelen. Het idee is dat hij vanaf Istanboel meevaart de Zwarte Zee in dat hij vanaf het Bulgaarse Varna weer terugvliegt. Daarna varen wij verder naar Roemenië, bezoeken de Donau-delta en vervolgens Odessa en zo mogelijk de Krim.
In de kooi van Lord Byron ligt vanmorgen alweer een staartveertje op de bodem. De rui-periode lijkt nu echt te gaan beginnen, het is dezelfde tijd als vorig jaar toen hij in Rome bij de havenmeester logeerde. De lord zingt al minder vaak maar tegen de avond concerteert hij nog graag. Met Jaap & Diana lopen we na het middaguur Bakirköy in, het stadsdeel naast de haven. Eigenlijk een soort bad in de menigte. Het is ontzettend druk in de winkelstraten maar het voelt niet vervelend, niemand is opdringerig, iedereen gaat zijn gang. Er zijn veel jongelui op straat. Turkije heeft een jonge bevolking: 60% van de Turken is jonger dan dertig jaar. Als de groei van economie en welvaart doorzet en het geboortecijfer daalt, zoals steeds geschiedt in rijkere samenlevingen, zal de bevolkingspiramide over veertig jaar dezelfde omgekeerde structuur vertonen als momenteel bij ons. Ook nu zien we weinig traditioneel gesluierde vrouwen in lange gewaden, meisjes en vrouwen gaan overheersend westers en modern gekleed. De talloze warenhuizen, winkels, winkeltjes en kiosken liggen vol koopwaar. We pinnen Turkse ponden, drinken de lekkere Turkse thee in glaasjes in een beschaduwd tuinterras met een klaterende fontein (foto hier) en doen uitgebreid boodschappen in een supermarkt.
´s Avonds brengt een gele taxi ons voor nog geen tientje in twintig minuten naar de beroemde Galata-brug over de Gouden Hoorn, de natuurlijke haven van het oude Byzantium (foto hierboven) Hier heb je tegelijk de geschiedenis en het heden om je heen. Talloze volgeladen veerboten schieten met onwaarschijnlijke snelheden over en weer en onder de brug door. Op de brug staan tientallen mannen en een enkele vrouw te vissen (foto hier) Het wemelt van de straatverkopers met hun stalletjes met maïskolven, sesambroodjes, fruit, noten en snuisterijen. Ik zie geen bedelaars en ook de vroegere waterverkopers met hun versierde waterketels op de rug zijn er niet meer. Overbodig geworden omdat iedereen zijn drinkwater in plastic flesjes bij de kiosken koopt? Verderop is de Bosporus met zijn scheepvaart en de Aziatische oever. Dichterbij aan onze kant zien schittert het Topkapi paleizencomplex van de Osmaanse sultans te midden van zijn weelderige tuinen, met even rechts de Haghia Sofia met de vier toegevoegde minaretten en daar weer rechts van steken nog juist de zes slanke minaretten van de Sultanahmet Camii, de beroemde Blauwe Moskee die een wonder van Islamitische architectuur is, boven de oude huizen uit. In het oosten steken in het oranjerode licht van de ondergaande zon boven het water van de Gouden Hoorn de moskeeën en de minaretten donker af (foto hier) Ach, wat is dit prachtig en wat prijs ik mezelf gelukkig hier nog een keer terug te zijn! Ik krijg er tranen van in de ogen. Veertig jaar geleden was ik hier voor het eerst en daarna nog een keer in 1972 en er lijkt althans op deze plek niets veranderd. Alles was toen net zo druk en levendig als nu. Op een parkeerplaats aan de zuidkant van de brug probeerde ik mijn dollars te wisselen op de zwarte markt. Mannen om me heen sisten "Change money?" Ik koos een schoenpoetsertje, een oude man met een klein postuur. Hij noemde een prima tarief en jatte vervolgens al mijn dollars uit mijn portemonnee. Ik greep hem vast en na een korte worsteling waarbij ik hard "Politie!" riep, had ik alles weer terug. Een goede les.
Onder en naast de brug wemelt het van de visrestaurants. We kiezen er eentje uit en eten een smakelijke tarbot van de houtskoolgrill. Een taxi brengt ons terug naar de Ataköy Marina. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (3) In de Grote Bazaar van Istanboel drinken we glaasjes heerlijke Turkse thee Donderdag 09-07-2009
Vandaag bezoeken we de Kapali Çarşi, de Grote Bazaar van het oude Istanboel. Al gebouwd in 1461, een paar jaar na de verovering van de stad door de Osmanen en sedertdien uitgebreid tot een uitgestrekt, labyrintisch complex van 32.000 m² met zeventien toegangspoorten, gelegen tussen twee grote moskeeën. Het is een genot om urenlang langs de uitstallingen en de winkeltjes te lopen, te kijken en te keuren (3 foto´s hier) Natuurlijk vind je er veel kitscherige souvenirs en verder oneindige hoeveelheden koopwaar zoals tapijten, sieraden, lederen kleding, thee, gitaren, lampen en lampjes (foto hier) In het oudste gedeelte zitten de antiquairs en daar zie je soms erg mooie dingen, zoals oude ikonen en antieke nautische apparatuur (kijkers, sextanten) Alles fiks aan te de prijs. In veel zaken kun je dus heel modern on-line met de credit-card afrekenen. Ik herinner me dat ik hier in 1968 doorheen slenterde en me liet verleiden tot de aanschaf van een saz, een traditioneel Turks snaarinstrument. Niet een erg goede maar hij heeft jaren in mijn diverse behuizingen gestaan. Ik kon er niet opspelen en uiteindelijk is hij ergens, ik meen al in Deil, teloor gegaan. Wat ik me ook herinner dat veertig jaar geleden de vrouwen in mijn studentenhotel erover klaagden dat ze onophoudelijk door kerels in de billen werden geknepen. Ik zie nog die twee Zweedse meisjes voor me die te bloot en te blond door de bazaar liepen, angstig tegen elkaar gedrukt, op zoek naar een uitgang en met een drom Turkse mannen erachter. Dat is nu wel sterk veranderd. Niemand kijkt op van westerse toeristes in mini-rok en short en Ans en Diana melden geen één keer te zijn geknepen.
In een zaakje met schaak- en andere spellen zie ik een aardig kastje met handgesneden versieringen. Trouwe lezers weten dat ik een kastjesziekte heb. Voor een leuk kastje weet ik altijd wel een nuttige, ja, welhaast noodzakelijke en decoratieve functie aan boord te vinden. Het afdingen is succesvol. Je moet er de tijd voor nemen en bereid zijn om je af en toe af te wenden en met spijt op je gezicht weg te lopen. De handelaar kan dat niet aanzien, hij deelt je smart en roept je terug met een dramatische prijsverlaging. Dat leidt tot hervatting van de gedachtewisseling waarbij je niet alleen vertelt waarom je dat kastje graag wil hebben en wat je ermee voor hebt, maar ook feiten over elkaars levensgeschiedenis uitwisselt. Zo krijg ik het kastje na een genoeglijk kwartiertje voor beduidend minder dan de helft van de aanvankelijke prijs en gaan de handelaar en ik als vrienden uiteen. Op dezelfde wijze schaf ik van een andere vriend ook nog een alleraardigst koperen lampje aan, dat zonder twijfel de knusheid en de gezelligheid in onze kajuit des winters belangrijk zal verhogen. Als ik ze beiden heb geïnstalleerd - daar moet nog goed over worden nagedacht - zal ik ze in het fotoalbum plaatsen.
Je kunt op een aantal plaatsen in de bazaar uitrusten en de heerlijke, sterke Turkse thee drinken, gezeten op krukjes aan een laag tafeltje (foto hierboven en hier) Als we tenslotte door een van de poorten naar buiten terugkeren, is het alsof we uit een onderaardse doolhof aan de oppervlakte komen. Daar regent het tot onze verbazing pijpenstelen. Een taxi voert ons terug langs uitvalsweg op de zuidelijke oever. We zien twee zware ongevallen en dat wekt geen verbazing, meer nog dan de Italianen, de Spanjaarden, de Grieken en zelfs de Maltezers, rijden de Turken als idioten en niemand draagt veiligheidsgordels. Dat is iets voor mietjes. In de haven is het droog gebleven. We installeren ons in de kuip en sukkelen in slaap tot de wind opsteekt uit het noordoosten en de lucht betrekt. Het lijkt alsof er onweer op komst is maar het blijft bij dreigen. Aan het begin van de avond krijg ik een idee. Hoe ik erop kwam weet ik niet, maar in een plotselinge ingeving - waarvandaan? - zoek ik de WiFi-kabel op en sluit hem aan op de WiFi-antenne die ik dit voorjaar kocht - en die het niet deed. Het resultaat van enig gemanipuleer in de Geavanceerde Instellingen van de verbindingsmanager is dat hij het nu wél doet. Ik snap het niet goed, of liever helemaal niet, maar ik configureerde de verbinding kennelijk niet juist - en nu werkt het wel. Dat zou ook wel eens voor de (nog gevoeliger) Canopii kunnen gelden. Wat een weelde! Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (4) Screendump van de nieuwe website van mijn zoon Bas Vrijdag 10-07-2009
Karweitjesdag. Ans maakt schoon schip, geeft me allerlei instructies en pakt haar koffer. Ik verricht de computerhygiène, nu we eindelijk weer redelijk snel Internet hebben. Dus updates downloaden en installeren. Verder kan ik de bankzaken bijwerken. Ook hang ik het gisteren in de Grote Bazaar verworven kastje op een mooi plaatsje op, met de replica van de Fat Lady van Malta luisterrijk er boven op. Daardoor kwam er een plaatsje vrij voor de replica van de Omphalos, de navel der aarde uit Delphi, op de weerkaartenprinter. Je moet woekeren met de beperkte ruimte aan boord. Foto volgt.
Vandaag regelen we de komst van Bas. Hij arriveert op 29 juli in Istanboel. Diezelfde dag moeten we ´s middags uitklaren om de dag erop te kunnen vertrekken en door de Bosporus naar de Zwarte Zee te varen. Bas vliegt terug op 11 augustus vanuit Varna in Bulgarije. Overigens heb ik nog niet verteld dat Bas onlangs op zijn verjaardag een website van zijn broer Rommert heeft gekregen. Voorwaar een eigentijds cadeau. De site heet Horsehead. Waarom? Dat vertelt hijzelf, "emerging from the armpit of Geldermalsen", en verder heeft hij het over de muziek die hij maakt. Hiernaast zie je een screendump van de homepage.
Vanmiddag zet ik één van de vouwfietsjes in elkaar en fiets naar het zwembad van de jachtclub op de havenpier. Het zwemt er lekker en het heeft een fraai uitzicht over de geankerde zeeschepen en de Zee van Maramara. De yachties mogen gratis van het zwembad gebruik maken. De rest van de middag lees ik weer een eind in "Ik ben een vreemde lus" van Douglas Hofstadter (Ned. vert. Contact, 2008) Ik wordt steeds enthousiaster over dat boek. Het "ik" is een illusie, het is maar dat je het weet. Morgenochtend om zes uur nemen we een taxi naar het vliegveld Istanbul Atatürk International Airport. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (5) Ans vanmorgen vroeg in de rij voor de douane op Istanbul Atatürk Airport Zaterdag 11-07-2009
Om kwart voor vijf gaat de wekker. Opstaan! Tegen zessen lopen we met Ans´ koffer over de steiger. Bij de slagboom en het hokje van de security - de haven wordt dag en nacht intensief bewaakt - treffen we een taxi. Op het vliegveld loopt alles soepel. Alleen is de veiligheidscontrôle niet ná het inchecken, maar direct als je het luchthavengebouw in komt. Daar had ik niet op gerekend en ik moet mijn Leatherman-tool inleveren. De beambten plakken er een briefje met mijn naam op en bewaren het voor me in een lade tot ik terugkom. En dan staat mijn liefste in de rij voor de douane (foto hierbij) en een kwartier later loopt ze zwaaiend de grote hal met de terminals in. Hoewel ze over negen dagen al terugkomt, valt het me even niet mee. Sinds de vorige keer, in april 2008 in Santa Pola, Spanje, zijn we nooit zonder elkaar geweest.
Een taxi brengt me terug en ik duik nog een uurtje in bed. Daarna zet ik thee, ontbijt en verzorg his Lordship. Ik doe wat boodschappen in de mini-markt op het haventerrein en daarna lees ik in één ruk "Ik ben een vreemde lus" van Douglas Hofstadter uit. Een geweldig goed en geestig boek, moet ik zeggen, met veel om over na te denken en redenen genoeg om het na een tijd nog eens ter hand te nemen. Aanvankelijk vreesde ik dat het zou afglijden in al teveel privé leedverwerking, toen hij het overlijden van zijn vrouw erin betrok. Maar dat gebeurde niet en de tweede helft was - tenminste voor mij - erg verhelderend over lastige onderwerpen als bewustzijn en ziel. "U en ik zijn hersenschimmen die zichzelf waarnemen" (p. 426) Prachtig! tegen twaalf uur belt Ans dat ze op Schiphol is aangekomen na een prima vlucht in een vliegtuig dat slechts voor 30% was gevuld. Turkish Airlines serveerde een smakelijke maaltijd.
Eind van de middag fiets ik naar het zwembad en trek een aantal baantjes. Jaap & Diana komen ook. Niet ver van de haveningang ligt Souris Rose van Dave & Jill voor anker. Ze waren een paar dagen in de marina van Güzelce, die erg duur was. Ik verbind de Canopii WiFi-antenne en verdraaaid, hij doet het - mits ik de verbinding goed (automatisch) laat configureren. Daar heb ik nou anderhalf jaar mee omgetobt! Ik ga zo thee zetten en daarna orgelmuziek van Bach draaien. Ans houdt er niet van maar nu ze weg is, heb ik de kans.
Na de borrel op de Kiara met Jill & Dave trek ik me terug aan boord. In de magnetron warm ik de prak op die mijn liefste zorgzaam voor me achterliet. Eigenlijk raak in geleidelijk aan steeds meer verbaasd over de lakonieke manier waarop Douglas Hofstadter zijn conclusies trekt over de volledig vluchtige en voorbijgaande aard van het menselijk bewustzijn. Eerlijk gezegd vind ik het nogal baanbrekend. Of is dat niet zo? Heel mooi en heel precies gezegd vind ik Hofstadters formulering "Wij mensen zijn macroscopische structuren in een universum met wetten op microscopisch niveau" Ons brein heeft de aard om patronen te ontwikkelen op basis van waarnemingen op macroscopisch niveau en één van die macroscopische patronen is ons "ik". Op het microscopisch niveau van de moleculen, de atomen en de quarks waaruit we - tijdelijk - zijn samengesteld, bestaat dat bewustzijn en dat "ik" helemaal niet. Als we sterven stopt ons brein met het onderhouden van de constructie van ons "ik" en leven we hooguit sterk afgeslankt en minder zuiver nog wat voort in de herinneringen van de hersenen van zij die ons kenden. Tot ook die breinen stoppen en dan is er niets meer van ons over. Bach en Mozart en Shakespeare houden het wat langer vol maar ook daar komt een eind aan. En dat alles speelt zich af als voortdurend wisselende resultante van een ongerichte chemisch-biologische evolutie die - waardoor? - ooit op gang is gekomen. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (6) De Theodisiaanse stadsmuren met in het midden van de foto de Gouden Poort Zondag 12-07-2009
De Byzantijnse keizer Theodosius II liet vanaf AD 412 de beroemde dubbele stadsmuur van Constantinopel bouwen. De keizer was toen 11 jaar, dus de eigenlijke opdrachtgever was de praetoriaanse prefect Anthemius die de werkelijke macht uitoefende tot hij in 413 op onduidelijke wijze van het toneel verdween, vermoedelijk als gevolg van de voortdurende paleisintriges rond de jeugdige vorst. De muur was nodig vanwege de sterke uitbreiding van de stad en werd aangesloten op de oorspronkelijke Constantijnse stadsmuren. Hij is bijna 7 kilometer lang en loopt in een flauwe boog naar het noorden, van de Zee van Marmara naar de Gouden Hoorn. Deze enorme stadsmuren, soms meer dan tien meter hoog, zijn eigenlijk nooit gevallen. In 1453, bij de uiteindelijke verovering van Constantinopel, wisten de Osmaanse veroveraars via een van de stadspoorten binnen te dringen, maar de muren hebben het altijd gehouden. Lees er hier meer over. Altijd gehouden, nou ja, nu liggen grote gedeeltes toch door verwaarlozing helaas in puin.
Ik heb altijd eens langs die muren willen lopen maar noch in 1968 noch in 1972 kwam het ervan. Nu gaan Jaap, Diana en ik het doen. Het is bewolkt en niet zo warm, geschikt weer dus. Een taxi brengt ons naar het zuidelijke begin, waar de Yedikule vesting ligt, het "kasteel van de zeven torens", dat tegen de stadsmuur aan werd gebouwd in 1457 - dus een paar jaar na de Osmaanse verovering van de stad - door Sultan Mehmed II de Veroveraar. Eerst bezoeken we de vesting, waar tegenwoordig regelmatig concerten plaatsvinden (zie hier) Er vallen me een paar dingen op. In de eerste plaats tel ik acht torens in plaats van zeven:
1. Arsenal Tower
2. Ahmed III Tower
3. Treasure Tower
4. Flag Tower
5. Dungeon Tower
6. Canon Tower
7. Guard Tower
8. Genc Osman Tower
Vreemd, want de Turkse folder noemt het "the castle of seven towers"
In de tweede plaats is de beroemde Gouden Poort erin opgenomen, de poort in de oorspronkelijke Theodosiaanse stadsmuur, waardoor de Byzantijnse keizers na een gewonnen slag in triomf de stad binnenreden. Maar de Golden Gate is van de binnenzijde een onooglijk poortje (foto hier) Pas als we de zuidtoren van de poort beklimmen en via donkere, in de muren gemetselde gangen (foto hier) en wankele zolders (foto hier) het dak boven de poort bereiken, kunnen we aan de andere zijde zien hoe vorstelijk en imponerend die doorgang ooit was. Hij bestond uit drie poorten, de middelste de hoogste, en ze zijn kennelijk door de Osmaanse sultans wat kleiner gemaakt, misschien omdat de flankerende torens later als gevangenis werden gebruikt voor afgezette sultans en buitenlandse gezanten van landen met wie de Ottomanen in oorlog waren. Zie foto hier en ook de bovenstaande foto toont van een afstand (er liggen allemaal volkstuinen voor) de allure van de Gouden Poort. het uitzicht vanaf Yedikule over de Zee van Marmara is natuurlijk fenomenaal, we zien de honderden schepen die langs de stad voor anker liggen en niet veraf het rotseilandje Sivriada, waar we nog geen week geleden overnachtten.
We lopen langs een drukke, dubbele straatweg langs de muren. Opnieuw op afstand want vóór, tussen en soms op de brokkelige muren zijn volkstuinen (2 foto´s hier) Op het trottoir onder een boom verkoopt een meisje curieuze vruchten. Ze zijn bleekgroen en erg zoet en lijken een beetje op frambozen maar dan met kleinere besjes, we hebben geen idee wat het is (2 foto´s hier) Hoe noordelijker we komen, hoe beroerder de conditie van de stadswallen wordt. Het lijkt alsof dt gedeelte door de Turken vooral als vuilnisbelt gebruikt wordt (zie 4 foto´s hier) en in donkere gaten en oude, deels ingestorte gewelven huizen mensen. Ik moet denken hoe na de val van het oude Rome arme mensen in de donkere middeleeuwen ook in de ruínes van de paleizen en de tempels van de ooit wondermooie stad leefden. Hier is dat nog steeds het geval. Op sommige stukken kan je desondanks over de muren lopen. Halverwege klauter ik over stukken muur terwijl Jaap & Diana beneden over het pad lopen. Er hangen allemaal smoezelige kerels rond. De plek waar ik ben is een ontmoetingsplaats voor homo´s, zoveel wordt me wel duidelijk. Ik loop wat sneller door en plotseling, om een hoekje, stuit ik op een vent die zich verdekt heeft opgesteld. Ook nu loop ik snel door maar na wat klauterwerk kan ik niet verder, beneden gaapt een straat. Ik keer terug en de vent, die me achterna is gelopen, wijst op een gat bovenin een gewelf. Daar kun je er kennelijk uit. De man, een jongen eigenlijk met een Pakistaans uiterlijk, vermoedelijk één van de honderduizenden illegalen in deze stad, vraagt om een sigaret. "I do not smoke" zeg ik. Dan komt hij dichterbij en vraagt "money" Ik schud mijn hoofd en zijn gezicht verstrakt, hij wil me vastgrijpen maar ik spring in één keer langs hem heen, verdwijn door het gat en kom op een brokkelig gedeelte van de muur waar helaas opnieuw een diepte gaapt. Ik zit in de val, ik hoor hoe hij achter me aan klimt en dan zie ik een schuine rand met uitstekende stenen, waar ik mijn voeten op kan zetten en waarlangs ik naar beneden kan klimmen. Het laatste stuk van ruim twee meter moet ik springen. Je zult toch nondeju hier je benen breken, flitst door me heen. Dan kan ik niets meer. In dergelijke gevallen kan je, geloof ik, alles of bijna alles. Ik land keurig op mijn voeten en veer door mijn knieën en zie dat ik op een omheind terrein ben. Geen opening. Maar nu laat ik me niet meer tegenhouden. Ik klim over twee, drie hekken met prikkeldraad heen zonder me te bezeren en dan scheidt nog één hek me van de straat waar ik gelukkig Jaap & Diana zie lopen. Ook dat hek neem ik soepel. De anderen waren ongerust, want een man had me op dat stuk muur zien klauteren en hen gewaarschuwd dat je hier risico op robbery loopt. Oef! Een goede les. We zoeken een terrasje op om bij een glas thee bij te komen.
De rest van de tocht levert geen moeilijkheden meer op. De conditie van de muur wordt geleidelijk beter. Hier en daar zijn halfslachtige en oppervlakkige restauratie-pogingen gedaan met geld van de UNESCO. In 1999 verwoestte een aardbeving echter vooral die gerestaureerde gedeelten, terwijl de oude stukken intact bleven. Niet ver van het noordelijk einde bij de Gouden Hoorn slaan we rechtsaf. Hier is de oude Joods-Griekse wijk. We belanden op een drukke sierduivenmarkt, die bij een bijzonder fraai stuk van de muur gehouden wordt (foto hier) Vanaf hier zijn er mooie uitzichten over de Gouden Hoorn (foto hier) We dalen af naar de waterkant door een levendige wijk met smalle straten (foto hier) naar de waterkant. Daar zitten de parken en plantsoenen langs de Gouden Hoorn vol met barbecuende en piknikkende groepen. Overal zijn vuurtjes en iedereen smijt zijn troep om zich heen. Het is een smerige bende. Sommigen hebben levende hanen en eenden meegebracht, die straks op de barbecue gaan (foto hier) maar nu nog in zalige onwetendheid aan een touwtje rondscharrelen. We lopen langs de waterkant en komen langs een orthodox-christelijke kerk, die geheel van gietijzer is (foto hier) Het roest al behoorlijk op veel plaatsen. Het is de Bulgaarse Sint Stefanuskerk, die in 1892 op last van de toenmalige Ottomaanse sultan in één maand moest worden gebouwd. Hij was dan wel tolerant maar pestte de ongelovigen kennelijk ook graag. De delen werden in 1871 in Wenen gegoten en per schip naar Istanboel gebracht en hier op de oever in elkaar gezet. In het stadsdeel Fener wachten we op de veerboot die ons over de Gouden Hoorn naar Eminönü zal brengen. In het wachtlokaal zitten een orthodoxe moslim, zijn vrouw, hun kinderen en twee andere moslima´s. De vrouwen zijn volledig in het zwart en zwaar gesluierd, je ziet alleen hun ogen en het puntje van hun neus (foto hier) De veerboot, afgeladen met mensen, brengt ons naar het grote busstation Eminönü bij de Galata Brug (foto hier) Voor één pond per persoon (50 eurocent) rijdt een snelbus ons helemaal naar "onze" wijk Bakirköy. Tamelijk moe na zeven uur lopen val ik aan boord al snel in slaap. ´s Avonds eet ik bij Jaap & Diana mee. Morgenochtend vliegt Ans naar Praag. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (7) Vanmorgen kleurt de dageraad de hemel roserood Maandag 13-07-2009
Vanochtend ben ik om zes uur even wakker. De opgaande zon kleurt de hemel zachtrose (foto hiernaast) "Eos´ rose vingeren..." De rest van de dag is het echter wisselend bewolkt en af en toe vallen er zelfs wat regendruppels, maar dat mag geen regen heten. Ik vang drie kakkerlakken, dat wil zeggen: twee zijn dood en de derde is zo groggy dat hij zich gemakkelijk laat pakken. Om twaalf uur meldt Ans per SMS dat ze goed in Praag is aangekomen en tegen drie uur bericht ze dat ze in Liberec bij Kate, haar ouders, Liam en baby Caelan is.
Mijn dag bestaat uit het afmaken van het verslag van gisteren, het uploaden van veel foto´s van gisteren, het bijwerken van de website (o.a. het maken en plaatsen van een kaartje van de Zwarte Zee in de rubriek Kaarten en Routes) en het uitvoerig lezen van het nieuws. Wat valt op? De migrantenstroom naar Lampedusa en Malta is drastisch verminderd. Geen wonder, de Italianen gaven aan Khadaffi 5 miljard euro - zogenaamd om het leed van het koloniale verleden af te kopen - en nu mogen ze op zee de migrantenbootjes terugslepen naar Libië. Dat er behalve "gelukszoekers" ook echte vluchtelingen tussen kunnen zitten maakt ze niet uit en dat is een grove overtreding van het internationale asielrecht. Maar ach, onder Berlusconi is het land al volledig een bananenrepubliek geworden.
Verder betichtte nota bene de Turkse premier Erdogan de Chinezen van genocide tegen het opstandige broedervolk de Oeigoeren, in het westen van het land. Een gotspe! Sinds zijn ontkenning van de Turkse genocide in het christelijke Armenië in 1905 bestond al de indruk dat Erdogan niet goed weet wat het begrip betekent.
Met Jaap & Diana doe ik boodschappen in de grote Migros supermarkt die we op een halve kilometer afstand hebben ontdekt in het sousterrain van het Caroussel winkelcentrum van Kadiköy. Ik vind er een nieuw vruchtensap dat - vriendelijk voor diabetici - gemaakt is van kweeperen en uitstekend smaakt. Gelukkig hebben ze ook kakkerlakken-lokdoosjes. Ik koop een aantal dozen en zet ze - met viltstift voorzie ik ze van een datum, ze werken namelijk drie maanden - op de gevoelige plaatsen onderin de boot. Vaak vandaag peins ik na over het boek van Hofstadter. "Het ik is een hersenschim", die uitdrukking vind ik zó ongelooflijk op zijn plaats. Weg met alle egotripperij, je bent nergens meer als je hersenen achterui gaan, demeteren of sterven, waarvoor zoveel moeite doen? Ook op een website als deze, misschien nog in de lucht als ik er niet meer ben, overleef je nog een heel kort tijdje in een sterk afgeslankte wijze. Het digitale beeld en de waarheid verschillen hemelsbreed. J.S. Bach brengt het er uiteraard beter vanaf. Ik ben, nu ik ongelimiteerd orgelmuziek op kan zetten, verzot aan het raken op het Lento van de Triosonate BWV 530 waarin die bijna dissonante tegenstem vertelt dat je er ook anders over kunt denken. En daarna komt op de CD die ik heb met Ton Koopman op het orgel van de Grote Kerk in Leeuwarden met de prachtige koraal "Vater unser im Himmelreich" BWV 682 in een poging om me over te halen, maar er is geen God de Vader en geen Hemelrijk. Voor het avondeten bak ik een omelet met Turkse worstjes die mijn liefste ook wel zou lusten. Ze belt op uit Liberec om tien uur (daar negen uur) dat alle in orde is en dat Caelan en ook ouder broertje Liam erg lief zijn. Vanavond laat mijn jongste zoon Bas per SMS ook nog weten dat het hem gelukt is de vluchten Amsterdam > Istanbul (op 29/7) en Varna > Amsterdam (op 11/8) te boeken. Zoveel samenhang in een familie met zoveel afstanden. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (8) Het pompje waarmee je de motorolie handig uit het carter van de generator in een plastic fles pompt Dinsdag 14-07-2009
Vanochtend op half zes wordt ik wakker van het roffelen van regen op het dak. Snel sluit ik alle luiken en raampjes. Na een uurtje is het over. Nu en dan waait het fors, Bf 5 - 6, uit het noorden. Toch is er ook zon. Lord Byron verliest weer een staartveer, de derde al. Hij zingt beduidend minder en hangt vanwege de harde wind een groot stuk van de dag binnen. Anders krijgt hij luchtpijpmijt. His Lordship begint er wat sjofel en verlopen uit te zien maar hij is wel actief. Jaap en ik geven de motor een servicebeurt. Olie verversen en het vervangen van de brandstof- en oliefilters. We deden het ook al een keer in Lagos en we beginnen er duidelijk handigheid in te krijgen. De juiste olie (15W/40) kan ik hier alleen in een 20 litervat krijgen, kleiner hebben ze niet en bij benzinepompen hebben ze hem al helemaal niet. Ook de olie van de generator verversen we, al heeft hij pas 42 uur gedraaid. Je moet het in elk geval één keer per jaar doen. Het is trouwens erg gemakkelijk, want een olie-extractor is niet eens nodig. Er zit een handig pompje op waarmee je de afgewerkte olie simpel in een plastic fles pompt, weer vullen met schone olie en Klaar is Kees (zie foto hierbij) Het lukt ook nog om het 20 litervat - nog lang niet leeg - onder de kajuitvloer te stouwen. De afgewerkte olie zetten we netjes naast de vuilcontainers, ze worden door havenpersoneel opgehaald.
De rest van de dag lees ik geboeid in "The Closing of the Western Mind. The Rise of Faith and the Fall of Reason" van de Britse historicus Charles Freeman (Vintage Books, 2002) Ik ben er eergisteren in begonnen en het is een prima boek om in deze omgeving te lezen, waar zich zoveel van de gebeurtenissen hebben afgespeeld die in het boek voorkomen. Het is fascinerend om te lezen hoe de Griekse intellectuele en wetenschappelijke traditie werd verlaten onder druk van het opkomend christelijk geloof, een verandering die de Westerse wereld in de eeuwenlange achteruitgang en ellende van de Donkere Middeleeuwen dwong. "Sapientam sapientum perdam", zoals de apostel Paulus verordonneerde, "Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen" (Brieven aan de Korinthiërs 1 : 19) want alleen in God is immers wijsheid. Het was het begin van een eeuwenlange, tragische en zinloze oorlog van de kerk tegen de wetenschap.
Vanavond eet ik mee bij Jaap & Diana. Tevoren was ik verloren in Passacaglia & Fuga in C-klein BWV 582 van Bach. Een werk dat ik nauwelijks eerder hoorde. Nu heb ik de kans en de tijd om dergelijke werken goed te exploreren. Het is een werk vol zegetonen hoewel het in mineur is. Ik geniet volop in de kuip met de speakers aan. De hele tijd hoor ik een thema dat in mijn oren alsmaar klinkt als een doodsontkenning, "Dood. Niet." (In het Duits - als dat helpt - "Tot! Nicht") Dus als twee aparte woorden en niet als een gebod of een bevel, maar als een soort vaststelling dat de dood er niet is en dat die is overwonnen. Elders in het stuk klinkt het meer als "Hij Is niet Dood!" ("Er ist nicht tot!") Dat hoor ik er onwillekeurig in, het slaat waarschijnlijk nergens op. Toch vreemd. Ik zou je haast willen vragen om dit stuk eens af te luisteren om na te gaan of je die ervaring ook hebt. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (9) Een sprekend detail op een straathoek in de voormalige Griekse wijk van Istanboel Woensdag 15-07-2009
Vandaag opnieuw veel bewolking en wind en af en toe regen het. Toch geen verkeerde dag voor een nieuwe tocht met Jaap & Diana de stad in. Maar eerst maak ik de kooi van Lord Byron goed schoon. De Lord volgt het met belangstelling en waardeert een schone kooi zeer, vooral als je ook een schijfje appel in een van zijn bakjes stopt.
We nemen dit keer de trein van het dichtbij gelegen station Bakirköy naar het kopstation Sirkeci bij de Galata Brug. Hier was vroeger de eindhalte van de Oriënt Express. Vanuit de trein zie je Istanboel niet op zijn voordeligst. Bouwvallen, krottenwijken, verlaten industrieterreinen en desolate fabriekshallen, parkeerterreinen, autodumps, alles vermengd met brokkelige fragmenten van de Byzantijnse stadsmuur. Buiten het station hangen drommen mannen rond in de plantsoenen. Wachten ze op werk? De werkloosheid in Turkije is hoog, meer dan 20% van de beroepsbevolking. Hier bij de Galata brug, het treinstation en de centrale busterminal en de plek waar talrijke veerponten en rondvaartboten vertrekken, is het gigantisch druk met toeristen, Turken, verkopers van sesambroodjes, ijs, maïskolven, snoepgoed, ansichtkaarten, loten voor één van de vele loterijen, wat niet al (foto hier) Op de kades zijn terrassen waar je vis kunt eten aan kleine tafeltjes, de vis wordt bereid op grote bakplaten in langs het terras gemeerde keukenbootjes, die sterk schommelen ja, meters omhoog en omlaag steigeren door de voortdurende deining die de af- en aanvarende boten en bootjes samen met de harde wind teweegbrengen. Dat de vis niet in het rond vliegt en de koks niet zeeziek zijn, mag een wonder heten (foto hier)
We nemen een veerboot over de Gouden Hoorn naar het stadsdeel Fener waar we nog meer willen zien van de oude Griekse en Joodse wijken. We lopen een straatje in dat omhoog leidt en om een hoek staan we meteen voor hoge muren en een poort met een wachthuisje. Erachter rijst een hoog gebouw op, geheel opgetrokken uit keurig glanzend gevernist hout. Het is de zetel van het Grieks-orthodoxe patriarchaat, de hoogste instantie van deze kerk en dus in feite vergelijkbaar met de de zetel van de katholieke paus in Rome, die nog steeds in Istanboel is gevestigd. Hardnekkigheid is een eigenschap die wel hoort bij geloof. Soepelheid trouwens ook. Een aantal brede treden leidt naar een drievoudige poort. Aan de zijkant mag je erdoor en het complex betreden. Er is veel bewaking van mannen in keurig gestreken overhemden en stemmige stropdassen. De hoofdpoort is echter potdicht. Die zou door de Ottomaanse sultan in 1821 voor eeuwig zijn gesloten vanwege de steun die de toenmalige patriarch Gregorius V gaf aan de opstand van de Grieken tegen het Turkse juk. Hij werd op deze zelfde plek aan de poort opgehangen (foto hier) Inderdaad is de hoofdpoort geblokkeerd door dikke stangen. We lopen verder en betreden de gewijde stilte van een prachtige orthodoxe kerk, vol goud en prachtige ikonen (foto hier)
De Griekse wijk in Istanboel verkeert in staat van verpaupering en verkrotting. Ooit was dit een vrolijke en levendige, multiculturele wijk. Er wonen nu alleen maar Turken, getuige de dikke gesluierde vrouwen die in de portieken zitten te praten (foto hier) Arme mensen, dat is duidelijk. Dat deze wijk ooit Grieks was (vóór de massale, gedwongen volksuitwisseling na de Accoorden van Lausanne in 1924) kun je soms zien aan een treffend detail als op de foto hierboven en hier. Islamieten beelden namelijk geen mensen af. We klimmen door de smalle en knobbelige keienstraatjes naar boven en passeren een enorm bakstenen gebouw (foto hier) Het is het vroegere gymnasium van de Grieken, althans de jongens, en nog steeds zou het open zijn en een handjevol leerlingen hebben. Maar we zien daar niets van, alles is afgesloten. Verderop zien we hier en daar de allerlaatste van de houten huizen, die ooit karakteristiek waren voor deze stad (foto hier) De huizen met de gaslantaarns waar Orhan Pamuk over schrijft. Hier huist nog iets van de melancholie van Istanboel, als je het weet. De meeste houten huizen werden prooi van de vlammen en de rest is volledig verkrot. Hier is ook nog ergens een eeuwenoude Byzantijnse kerk, die altijd orthodox is gebleven en de merkwaardige naam Maria van de Mongolen draagt. Na enig zoeken - het regent ondertussen pijpenstelen - vinden we hem (foto hier) We bellen aan maar helaas wordt er niet open gedaan. De natte kasseienstraatjes en het grijze licht geven Istanboel een stille en sombere sfeer die misschien karakteristieker is dan als de zon schijnt. Op een pleintje vinden we een koffiehuisje waar we nescafe drinken (foto hier) De Turkse koffiedrab is namelijk niet te zuipen en het staat vast dat je er kanker van krijgt.
Ik denk dat er eigenlijk heel veel verloren is gegaan en gaat in Istanboel. De regering van Erdogan steekt nogal wat geld in de restauratie van oude moskeeen maar niet in het conserveren van de relikten van andere eeuwen en andere geloven dan die van de Ottomanen. Begrijpelijk, misschien, maar toch jammer. We lopen bij de Gouden Hoorn opnieuw langs resten van de muren die de Oost-Romeinse keizer Constantinus 2000 jaar geleden liet bouwen. De stenen werden hergebruikt en er zijn huizen op en voor gebouwd, zozeer dat redding is uitgesloten (foto hier) Hier treffen we ook weer de "IJzeren Kerk", de Bulgaars-orthodoxe Sint Stephanuskerk die gebouwd is van gietijzer. We zien er een man in de tuin zitten en hij laat ons zowaar binnen. Natuurlijk is ook hier een koor vol mooie ikonen maar alles heeft een matte tint (foto hier) Het is een treurige ervaring. De kerk roest, lekt en verzakt. Binnen is alles afgedekt met plastic zeilen. Er staan plassen op de tegelvloeren. Het verhaal uit een toeristenboekje, de Marco Polo Gids voor Istanbul (Van Reemst, 12e druk, 2008) dat de toenmalige sultan eiste dat hij in een maand gebouwd werd (ik schreef dat onlangs) klopt niet. De bouw duurde eind 19e eeuw anderhalf jaar. Men koos voor gietijzer omdat het toen - eind 19e eeuw - in de mode was (vgl. de Eiffeltoren) en omdat de bodem slap was. Desondanks verzakt de kerk nu snel. In het ijzer zitten vele scheuren en dat komt nooit meer goed (2 foto's hier)
We lopen terug de hellende straatjes op naar het wijkje met de naam Balat. Vroeger woonden hier de joden van Istanboel. Nu niet meer. Ook hier verpaupering maar er zijn meer winkeltjes en restaurantjes en het lijkt wat op te bloeien. We zoeken de oude synagoge maar die vinden we niet. Aanwijzingen op de gevels van joodse bewoning zien we ook niet. Ineen restaurantje eten we voor 8 euro p.p. bonensoep en een heerlijke kebab-schotel. Verderop zien we een oude hamam, een Turks bad. Even onschuldig als onnozel loop ik binnen en als ik opeens dikke blote vrouwen in de stoomwolken zie, begrijp ik dat het een dames-sauna is en smeer ik hem snel (geen foto) In dezelfde straat zie ik een man met een curieuze rijdende zweefmolen (foto hier) Jaap wordt lastig gevallen door een opdringerige schoenpoetser en een Turkse jongeman die een woordje Hollands spreekt, schiet ons aan en neemt ons mee naar zijn huisje. Zijn vader heeft een winkel in Den Haag. Zijn huisje is een onooglijk optrekje bij een schaduwrijke boom in de modder en leunt tegen de brokkelige muur van een oude kerkruine aan. Hij staat erop ons thee te serveren en zijn vrouw brengt die even later. We hurken en nemen plaats op wat oeroude stenen, die misschien ooit deel waren van een altaar of een kerkmuur, onder de boom voor zijn huisje (foto hier) Ach, alleraardigst, hij heeft vijf kinderen en de jongste die SelimAchmed heet is twee jaar en zit op zijn knie en heeft een vervelend kuchje. Onze gastheer heeft geen werk en vraagt tenslotte of we misschien een donatie willen doen. Ik geef hem 20 Turkse ponden die hij terstond aan zijn vrouw doorgeeft. Dat valt me mee. Eigenlijk is het nieuw dat Turken - afgezien van bedelaars - om geld vragen. Het gaat toch slecht in Turkije, maar dat zie je niet in de moderne nieuwe wijken zoals die van ons, Bakirkoy. We zoeken nog een tijd naar de oude synagoge die hier ergens moet zijn. Opeens lopen we ertegenaan, althans tegen de poort met Hebreeuwse tekst erboven (foto hier) De poort is gesloten, de muur eromheen is hoog en er is niemand te zien. We varen terug naar de Galata Brug en nemen een overvolle bus terug, stampvol zwetende mensen die ook zo snel mogelijk naar huis willen. Ach, de huidige generatie leeft in de moderne buitenwijken en heeft geen boodschap aan het verleden, niet aan het Ottomaanse en nog minder aan het Romeinse verleden. Waarom zouden ze ook? In de buitenwijken gaat het veel beter. Dat zie je aan de goed voorziene winkels en de massa kooplustigen daar. In de oude stad blijven de armen, de werkelozen en de mislukkelingen achter. Zelfs de studenten van de universiteiten willen er niet wonen. En van een Turkse Jan Schaeffer heb ik niet gehoord.
Ans vliegt vanavond van Praag naar Amsterdam. Ze logeert nu in Gorcum bij haar oudste dochter Barbara. Als ze om middernacht nog niet heeft gebeld, telefoneer ik ongerust. Ach, zoveel te vertellen, helemaal vergeten, nog geen tijd gehad. Ja, ja. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (10) Dit is de shunt van de accubewaker, die de laadstromen meet behalve die van de zonnepanelen. Verplaatsen van de mindraad van de zonnepanelen zoals de pijl aangeeft, lost het probleem op Donderdag 16-07-2009
Vannacht en vanochtend opnieuw harde noordenwind. Vandaag is het bewolkt. Een lagedrukgebied boven de het oostelijk deel van de Zwarte Zee schuift maar langzaam op, maar er is beter weer op komst met temperaturen boven de 30°. In de Twentse media, toegankelijk nu ik weer snel Internet heb, lees ik dat de Onderzoekscommissie Lemstra die de affaire van de neuroloog JS in opdracht van MST onderzoekt, opnieuw de eindrapportage heeft uitgesteld. Vanwege de grote hoeveelheid materiaal wordt het nu mogelijk augustus of september. Nog even geduld.
Klustijd. Ik haal nieuwe brandstof- en oliefilters bij een zaakje op de haven. Belangrijk om in reserve te hebben. Daarna bestudeer ik uitvoerig de problematiek van de accubewaker en het feit dat hij de laadstroom van de nieuwe zonnepanelen niet meet. Fons stuurde me daar dit voorjaar een mailbericht over dat ik nog eens doorlees. Volgens hem is de mindraad van de panelen onjuist aangesloten, namelijk direct op de minpool van de accu´s zelf, in plaats van op de loading side van de shunt. Om dat te controleren moet ik het voeteneind van ons bed uit elkaar halen. Daarna wordt het me inderdaad snel duidelijk. Fons heeft volledig gelijk, de mindraad van ded zonnepanelen zit wel op de shunt maar precies aan de verkeerde kant. De laadstroom passeert dus de shunt niet en wordt niet gemeten. Nu heb ik een heilig ontzag voor electriciteit. Je zult toch een schok krijgen! Of kortsluiting veroorzaken! En moet ik de zonnepanelen niet eerst bedekken? Het is echter bewolkt, dus de panelen leveren niet veel en het omzetten is echt een fluitje van een cent (zie foto met pijl hierboven) Ik ben ervan overtuigd dat het probleem nu de wereld uit is. Morgen zal ik het controleren door de walstroom af te koppelen.
Want er is meer te doen, vandaag. Al een tijd wil ik gemakkelijker met mijn hekanker kunnen werken. Regelmatig vind je hier kades waar het door rotsen of onderwater ballast ondiep is. Aanleggen met de kont naar de wal is dan link. Om schade aan je roer te vermijden wil je dan graag met de boeg naar de kade op je achteranker aanleggen. Af en toe zag ik zo´n handig bandwiel op de hekstoel bij sommige jachten, met een platte band van 50 meter of meer. die gemakkelijk afwindt. Maar tot dusver vond ik ze nergens. Ook hier in de haven hebben de Turkse jachten er meestal een, ze moeten dus hier te vinden zijn. Enfin, het kost me een lange tocht die langs een aantal zaakjes voert die met van het lastje naar de muur sturen. Tenslotte neem ik de snelle seabus naar Kadiköy aan de Aziatische zijde van de Bosporus. Vandaar loop ik naar twee jachthavens in Fenerbahçe (inderdaad, niet ver van het gelijknamige voetbalstadion) en bij de vierde zaak - Kalamis Marin - vind ik wat ik zoek. Een Quickline Flat Rope & Reel heet het en het product komt uit Amerika. Ze hebben ze niet op voorraad maar kunnen er wel snel aankomen. De prijs valt mee, ongeveer 300 euro all in. Ik had het hoger verwacht. Omdat Jaap er ook eentje wil en ik nog even goed over de maat wil nadenken, spreek ik af dat ik morgen bel. Tegen half zes kom ik ietwat versleten weer aan boord terug. Jaap & Diana hebben hun dochter Astrid - vannacht gearriveerd - veertien dagen te gast en zij gaat vanavond pasta maken. Ik mag meeëten. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (11) Het Haydarpasja Gari in Kadiköy, het beginstation van de Bagdadspoorlijn Vrijdag 17-07-2009
In het Gastenboek meldt collega en sitelezer Hartvelt dat er een goedkopere hekanker-oprolbandhaspel - dit woord heb ikzelf verzonnen, wie weet een korter? - bestaat, te weten de Ankarolina die in Duitsland wordt verkocht. Hij heeft gelijk, de zwaarste versie kost daar € 179,90. Je vindt hem ook bij de verzendwinkel van Compass ("Wij zijn Watersport") in Nederland, daar kost hij € 189,95. Beide excl. verzendkosten. Jaap en ik hebben ernaar gekeken maar kiezen toch voor de veel robuustere Quickline Flat Rope & Reel (hier vind je ook de gebruiksaanwijzing in PDF), ook al is die 100 euro duurder.
De zwaarste versie van de Ankarolina heeft een haspeldiameter van 43 cm, een bandlengte van 56 meter en een maximale belasting van 2500 kg. De Quickline heeft zwaardere versies, maar we hebben allereerst gekeken naar de maximale belastbaarheid van onze ankers. Het heeft geen zin om een zwaardere versie te nemen dan je anker aan kan. Mijn Fortress FX-23 anker op de hekstoel heeft 3500 kg als maximale belastbaarheid (in zandgrond, in modder is het beduidend minder) Daar past de Quickline QL3560 het best bij: breaking force = 3500 kg, haspeldiameter 47 cm, bandlengte 60 meter, bandbreedte 35 mm.
Dus nemen Jaap en ik de snelle seabus naar Kadiköy en een taxi naar Kalamis Marin en bestellen allebei zo´n haspel. Ze worden maandagavond bij ons gebracht. Later, als ik de gebruiksaanwijzing download en print, lees ik dat men een kettingvoorloop van een meter of vijf adviseert om slijtage door de zeebodem tegen te gaan. Dat moeten we dus niet vergeten. Op de terugweg kopen we in een andere watersportwinkel de gastenvlaggetjes van Roemenië en Oekraïne, die nog ontbraken. Die van Georgië - je weet maar nooit - hebben ze niet. We moeten een uurtje op de seabus wachten en eten bij een stalletje een smakelijk broodje Döner kebab. Aan de overkant ligt het fraaie stationsgebouw van wat ooit bedoeld was het beginpunt van de Bagdad-spoorlijn te worden, het Haydarpasja Gari, gebouwd in 1908 door Duitse architecten (foto hierboven) Het ontbrekende deel van de spoorlijn in Irak werd in 1940 inderdaad afgebouwd maar vanwege de voortdurende politieke spanningen tussen Turkije, Syrië en Irak zelden of nooit gebruikt.
De hele dag is de walstroomlader uitgeschakeld, maar de zonnepanelen houden - met de koelkast aan - de accu´s op 100%. Ik zal dat zo laten gedurende de nacht en zien of ze morgen in staat zijn ze weer geheel bij te laden. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (12) Vruchten van de Morus Alba, de witte moerbei Zaterdag 18-07-2009
Gisteravond raken we - Jaap, Diana, Astrid en ik - in een bijzonder restaurant verzeild in de lange winkelstraat van Bakirköy, op een kwartier lopen van de haven. Niet alleen krijgen we allemaal lekkere hapjes voorgezet (hier ook mezes gaamd, net als in Griekenland) maar er is live muziek, vier musici en een zanger die traditionele Turkse muziek ten gehore brengen. Zee aanstekelijk! Eén van de muzikanten bespeelt op intrigerende wijze een citerachtig instrument met een trapeziumvormige klankkast, Kanun genaamd. Het zou afstammen van de Egyptische harp. Enfin, we hebben een vrolijke avond en het is laat als we bootwaarts gaan.
Vandaag wordt de moeder van Ans 90 jaar. Ze verkeert in goede gezondheid en heeft het prima naar haar zin in het verzorgingshuis. Natuurlijk bel ik om haar te feliciteren. Ans en haar broer Cees met zijn gezin zijn er juist op verjaardagsbezoek. De service-accu´s staan vanochtend op 96%, de zonnepanelen hebben vannacht uiteraard niets geleverd. Nu - om bijna zes uur in de middag - hebben de panelen ze opgetrokken naar 98%, met de koelkast aan. Niet slecht, temeer waar de dag nog niet om is en ze op dit moment nog 3 Ampère leveren. Ik vind op Internet de naam van de zoete bleekgele vruchten, die we een aantal dagen geleden van een meisje op straat kochten tijdens onze tocht langs de Byzantijnse stadsmuren (zie foto hier) Het is de witte moerbei (zie foto hierboven) Verder maak ik er een luie dag van. Het is warm en windstil, ruim 30°. Afwisselend lees ik verder in Freemans´"The Closing of the Western Mind" en in "The Haj" van Leon Uris, "The Mighty Saga of Arabs and Jews" (Bantam Edition, 1985) Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (13) Dulce op zondag Zondag 10-07-2009
De hele godganse warme zondag lang heb ik lekker liggend in de kuip gelezen. Spannend boek, dat "The Haj" van Leon Uris. Wat ik niet meer goed wist is dat de Arabische landen destijds in 1949/1950 zelf actief de terugkeer van de ontheemde Palestijnen hebben tegengewerkt en verhinderd, met het doel de collectieve haat tegen de "Zionistische entiteit" in stand te houden. Israël was bereid ze weer op te nemen in het kader van een vredesaccoord. Verder legt Uris in het boek de eerste Israëlische premier David Ben-Gurion een visionaire uitspraak in de mond: "He fears Israël will end up as a Levantine nation doing things just as they (de Arabieren) do them" (p. 424) Nu, ruim vijftig jaar later, kun je vaststellen dat het inderdaad zo is gegaan.
De accubewaker laat zien dat de zonnepanelen rond het middaguur 7,7 Ampère laden. Om een of andere reden is er vandaag geen Internet. Verder geen nieuws. Morgenavond komt Ans terug. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (14) De familie- en ontvangstzaal van de sultan in de harem van het Topkapi Paleis Maandag 20-07-2009
De foto hiernaast toont de familie- en ontvangstruimte van de Osmaanse sultans in de harem van het Topkapi Sarayi, ofwel het Topkapi Paleis. Op de grote bank zat de vorst zelf en op de banken aan de zijkant, langs de vensters, zaten zijn echtgenotes en de favoriete concubines, onder leiding van de moeder van de sultan. Ik betwijfel of het altijd even gezellig was. Dit is ook de plek waar de bekende opera van Mozart, "Die Entführung aus dem Serail" geacht wordt zich af te spelen. Het paleis en zeker de harem, in strikte zin de privé-vertrekken van de vorstelijke familie, waren altijd vergeven van intriges, verplichtingen, ceremonies en tradities. De Ottomaanse sultans mochten volgens de Islamitische wet vier echtgenotes hebben en een niet-gelimiteerd aantal concubines, soms meer dan 300 maar die waren er niet allemaal tegelijk. Ook de prinsen, de zonen van de sultan, werden opgevoed in de harem. Aangezien de troonopvolger niet automatisch de oudste prins was, brak er vroeger bij de dood van een sultan een broederlijk bloedbad uit. In het geval van sultan Beyazit II begon dat bloedbad al voor hij stierf en de overwinnende zoon dwong hem vervolgens tot aftreden. Sommigen veronderstellen dat hij zelfs zijn vader ombracht. In elk geval bracht een nieuwe sultan uit voorzorg al zijn broers om. Andere sultans sloten hun broers in kooien op in de harem, waar ze werden bewaakt door de eunuchs die ook op de vrouwen pasten. In later eeuwen werden deze praktijken afgeschaft en viel de troon toe aan de oudste mannelijke prins.
Het is vandaag een bewolkte en winderige dag, zeer geschikt voor een bezoek aan het uitgebreide paleizencomplex. het werd bewoond tot de dood van Mahmut II in 1839. De latere sultans verkozen een moderner paleis in Europese stijl zoals het Dolmabahce aan de oever van de Bosporus. Het Topkapi ligt op de oostelijke punt van de oude stad, aan drie kanten omgeven door water: de Zee van Marmara, de Bosporus en de Gouden Hoorn. De uitzichten zijn fenomenaal (zie twee foto´s hier) Ook in de harem maakte ik wat foto´s, onder andere van het toilet van de sultan (3 foto´s hier) Het is niet erg druk in het complex, met uitzondering van het gedeelte dat is ondergebracht in moskee-achtige ruimtes en dat Mukaddes Emanetler Dairesi heet, de Heilige Bewaarplaatsen. Hier worden heilige relikwieën van de Islam bewaard, zoals een voetafdruk van Mohammed, gemaakt op de plek in Jeruzalem die nu de Dome of the Rocks heet en waar de profeet ten hemel voer voor een onderhoud met Allah. Maar ook de staf van Mozes, waarmee hij de wateren van de Rode Zee scheidde voor de doortocht van het volk Israël bij de vlucht uit Egypte, een gouden kist met een mantel van Mohammed en een stuk van de onderarm van Jozua. Drommen mensen vergapen zich eraan, er is haast niet bij te komen. De Islam heeft het in de gaten, net als de katholieken: hoe meer poppenkast, hoe beter voor het geloof. Foto´s maken mag natuurlijk niet.
Vanavond worden de hekankerbandrolhaspels voor Jaap en mij afgeleverd en om tien uur landt Ans op het vliegveld. (Zojuist meldt ze vanaf Schiphol dat ze een halfuur vertraging heeft) Morgen arriveren Rommert & Esther. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (15) Het vliegtuig van Ans is zojuist geland (zie onderaan de lijst) Dinsdag 21-07-2009
Even voor tien uur gisteravond ben ik op Atatürk International Airport. Op het bord met het overzicht van aankomende vliegtuigen staat dat Ans´ vlucht een halfuur vertraagd is. Uiteindelijk landt het om 22.27 uur (zie bord hiernaast) Daarna moet ik nog een uur wachten voordat ze verschijnt. Ze is moe en uitgedroogd, de Turkse douane doet alles uiterst kalm aan en ze heeft al die tijd in de rij moeten staan. We drinken aan een counter een Cola zero en zoeken vervolgens een taxi. Voor de eerste keer is het er een bij wie de meter het zogenaamd niet doet, maar omdat ik uit ervaring precies weet wat de rit kost levert het geen probleem op. Thuis - aan boord - begint ze meteen met uitpakken (foto hier), alles moet eerst op zijn plek voordat de verhalen verteld kunnen worden bij een glas wijn resp. cola.
Vanochtend waait het flink uit noordoostelijke richting. In de Egeïsche Zee waait de meltemi Noord tot Noordoost Bf 6 tot 7. Jaap en ik schroeven allebei onze Quickline hekankerrolbandhaspels op de hekstoel (foto hier) Een maand of wat geleden vond Jaap ergens in een Italiaanse haven onderweg op de bodem een flink eind ankerketting. Daaruit stellen we twee kettingvoorlopen van een meter of vier samen. Het ziet er allemaal prima uit.
Rommert & Esther laten even voor half elf Turkse tijd per SMS weten dat ze in het vliegtuig zitten. Om kwart voor twee ben ik er en zie dat ze al geland zijn. Toch is er nog tijd genoeg, want ze moeten eerst een visum halen en daarna pas door de douane. Bij de balie van TurkCell informeer ik nog maar eens of ze prepaid SIM-kaarten verkopen voor mobiel internet. Tot dusver kregen we overal in Turkije nee op het rekest. Maar hier is het anders, ze hebben die kaarten voor een schappelijke prijs met een geldigheid voor zes maanden. Goed om te weten. Na 45 minuten sluit ik mijn oudste zoon en zijn vriendin in de armen. De middag gebruiken we om hen in te schepen en om bij te praten. Vanavond gaan we met zijn vieren uit eten. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (16)Woensdag 22-07-2009
Gisteravond eten we met Rommert & Esther in een restaurant in Bakirköy. Na het eten roken er een waterpijp (zie foto hier) Ik neem ook een trek, maar het bevalt me matig. Ik heb 27 jaar gerookt, voornamelijk shag en ben in één dag gestopt in mei 1996. Ik denk niet dat ik snel zou bezwijken als ik na al die jaren nog eens op zou steken, het smaakt me echter niet meer.
De meltemi waait met onverminderde kracht Bf 6 tot 8 door uit het noordoosten. Vandaag maken we na de boodschappen een tocht naar de Blauwe Moskee en de Hagia Sofia (foto hierboven) Voor het betreden van dit meesterwerk van Islamitische architectuur, de zeventiende eeuwse moskee met zijn zes sierlijke minaretten, moeten de schoenen uit (neem je mee in een plastic zakje) en de pet af, terwijl bij de dames schouders en haren bedekt dienen te zijn (foto hier) Korte broeken zijn niet geoorloofd bij beide geslachten. De moskee werd gebouwd op last van de Ottomaanse Sultan Ahmed I als tegenwicht voor de Hagia Sofia. De sultan werd van hovaardij beticht door moslimleiders vanwege de zes minaretten, evenveel als de grote moskee bij de Ka´ba, de heiligste plaats van de Islam in Mekka. Daarom financierde de sultan snel de bouw van een zevende minaret in Mekka. Binnen heerst eigenlijk een gezellige, gemoedelijke sfeer. De ruimte is immens, weids en hoog, gestut door vier mammoetpilaren, maar op het enorme tapijt zitten her en der groepen mensen en rennen kinderen rond (2 foto´s hier) De helft van de ruimte is afgezet voor gelovigen die komen om te bidden. Er hangt een doordringende lucht van zweetvoeten. Daarna lopen we naar de Hagia Sofia (foto hier) Net als 40 jaar geleden maakt die een veel diepere indruk op me. De geschiedenis van millennia hangt er tussen de enorme muren (3 foto´s hier), de basiliek is bijna 11 eeuwen ouder dan de Blauwe Moskee. Tot de bouw van de kathedraal van Sevilla (die we in 2008 vanuit Lagos bezochten) was het de duizenden jaren lang de grootste kerk ter wereld, de tegenhanger van de Sint Pieter in Rome. Al vrij snel na de verovering van Constantinopel in 1453 maakten de Osmanen van de basiliek een moskee. Via een trappenhuis komen we op de gaanderij die hoefijzervormig langs de muren loopt en vanaf waar vroeger de Byzantijnse keizers de diensten volgden (als ze die niet zelf voorgingen) In de zuidelijke vleugel zijn mooie mozaïeken bewaard gebleven, zoals het Keizerin Zoë mozaïek (foto hier) waarop Christus Pantocrator, gekleed in een donkerblauw gewaad zetelt tussen Keizer Constantinus IX Monomachus en Keizerin Zoë. Laatstgenoemde zou een adembenemende schoonheid zijn geweest. Ze was driemaal getrouwd en uiterst bedreven in hofintriges en de moorden die ermee gepaard gingen. Door de militaire verzwakking waar hij verantwoordelijk voor was, wordt de regering van Constantinus IX een regelrechte ramp voor het Byzantijnse Rijk genoemd. Uiteindelijk leidde dat tot het verlies van Klein Azië. Toch zijn hun afbeeldingen tot de dag van vandaag op deze geduldige muren, die aardbevingen en oorlogen trotseerden, bewaard gebleven en men mag enige troost vinden in het gegeven dat het niet eens zeker is dat de afbeeldingen hen wel echt voorstellen.
In de oostelijke helft van de gaanderij stuit ik op een marmeren steen in de vloer, die de naam Henricus Dandolo draagt (foto hier) Ook hij was iemand met een dubieuze reputatie. Vrijwel blind maar ongelooflijk geslepen wist hij, als 39e Doge van Venetië, de leiding over de Vierde Kruistocht naar zich toe te trekken. Onderweg veroverde hij en passant hij de tegen Venetië rebellerende stad Zara (tegenwoordig Zadar) aan de Adriatische kust en vervolgens stuurde hij de krijgsmacht niet naar Het Heilige Land maar wist hij in 1204 ermee Constantinopel te veroveren, de Byzantijnse keizer af te zetten en een nieuw Latijns Rijk te stichten, genaamd Romania, dat voor 3/8e deel eigendom van zijn Republiek Venetië was. Hij brandschatte de stad en roofde talrijke relikwieën zoals het doodskleed van Jezus, en zond ze naar het westen waar ze tot op de dag van vandaag in kerken tentoon worden gesteld. De Paus in Rome gaf hem steun omdat hij hem voorspiegelde dat hij Byzantium en Rome weer wilde verenigen, maar dat kwam er niet van en de na enige tientallen jaren wisten de erfgenamen van de afgezette keizer met hulp van het Anatolische Niceae de stad weer in handen te krijgen. Maar nadien was het Byzantijnse Rijk nooit meer de formidabele macht die het voorheen was. En nu herinnert een steen in de Hagia Sofia aan deze aartsintrigant. Ook hier weer enige troost: toen de Ottomanen in 1453 uiteindelijk Constantinopel weer innamen, werd zijn graf leeggehaald en zouden zijn botten aan de honden zijn gevoerd. Het is niet eens zeker of zijn graf wel op deze plek was.
We drinken wat fris en thee in een theetuin en treinen weer terug naar Ataköy Marina. Rommert en ik blijven nog lang op, praten en draaien muziek. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (17)Donderdag 23-07-2009
Ook vandaag loeit de meltemi ons om de oren met Bf 6 tot 8. Rommert & Esther zijn samen naar de Grote Bazar. Aan het eind van de middag keren ze met een waterpijp terug, die ze voor een alleszins redelijke prijs kochten.
Wij blijven aan boord en lezen. Ik lees "The Haj" van Leon Uris uit (Bantam Books, 1985) Velen vonden het een vooringenomen boek, maar dat viel mij nog wel mee. Zijn eerdere boek "Exodus" (1958) was veel eenzijdiger; over Israël viel daarin geen enkel kritisch woord. Nu spreekt hij in elk geval afkeurend over de extremisten van organisaties als Irgun en de orthodoxe joodse groeperingen. Dat hij in wezen toch achter Israël staat verhindert niet dat hij over de Palestijnen en de regeringen van de omringende Arabische staten behartigingswaardige dingen zegt (in navolging van T.E. Lawrence, overigens):
"The Arabs have no halftones in their register of vision... They exclude compromise and pursue the logic of their ideas to its absurd ends, without seeing the incongruity of their opposed conclusions." (p. 507)
Ik denk dat dat ook voor de hardliners in Israël opgaat. Maar wat ik aan de andere kant aperte onzin vind, is dit: "Islam is unable to live at peace with anyone" (p. 506) Kom nou! Wie dat beweert kent de geschiedenis van de Islam niet en de lange eeuwen van tolerant en vreedzaam samenleven met andere religies. Die miskent ook wat er vanaf de jaren ´80 hier in het huidige Turkije gebeurt, een land waar ruim 90% van de bevolking moslim is en waar desondanks en soms met gebreken toch overheersend sprake is van een functionerende democratie. Ik denk verder ook dat de meeste religies hun meer of minder omvangrijke groepen van onverdraagzame fundamentalistische scherpslijpers kenden en kennen en dat de Islam daarop geen uitzondering vormt. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (18) In de ondergrondse cysterne van Keizer Justinianus I Vrijdag 24-07-2009
Vandaag bezoeken we de Yerebatan Sarniçi, de ondergrondse cysterne (foto hiernaast en een andere hier) Die werd in het jaar 532 AD gebouwd door keizer Justinianus I voor de opslag van drinkwater (80.000 m³) dat werd aangevoerd met aquaducten uit bronnen op 19 kilometer afstand. Het is een van de honderden cysternen in Istanboel en deze werd in de jaren ´80 van de vorige eeuw gerestaureerd en voor het publiek opengesteld. Toen ik in 1968 en 1972 Istanboel bezocht was hij afgesloten. We stappen uit de tram bij de de Blauwe Moskee en lopen over het drukke trottoir naar de ingang van de cysterne. Veertig jaar geleden was het hier stil. Ik herinner me een grote, lege vlakte met aan de rand de weg waar we nu lopen. Tot mijn verrukking zie ik opeens, temidden van alle restaurantjes en cafeetjes, de Pudding Shop. Vroeger het enige etablissement in dit gebied, dé ontmoetingsplaats voor de hippie´s en de plaats om haschish en marihuana aan te schaffen. Het huidige tentje onderscheidt zich echter in niets van de tientallen ernaast en er wordt zonder twijfel niet meer gedealed in geestverruimende middelen.
De ondergrondse cysterne is erg mooi. Er staat kniediep water in, waarin de mooi aangelichte lange rijen pilaren zacht worden weerspiegeld. Je loopt over een plankier door het woud van pilaren heen. Er zwemmen vette karpers in het water rond en op de bodem liggen her en der langs het hele traject muntjes, die toeristen in het water wierpen. Keizer Justinianus haalde de pilaren uit talloze ruïnes in en rond de stad, zodat er veel verschillende staan om de gewelven te ondersteunen. Overal lekt en sijpelt water naar beneden en dat voortdurende onregelmatige druppen geeft onverwachte kringen in het stille water en een haast muzikale sfeer. Onwillekeurig krijg ik de associatie met de Mijnen van Moria uit Tolkiens´ "In de ban van de ring" Helemaal achterin, aan de noordwestzijde van de cysterne, vinden we twee pilaren die geplaatst zijn op twee grote Medusa-hoofden, uitgehouwen in steen. Vreemd, de ene Gorgo-kop staat op haar kop, de andere op haar zij (foto hier) De vraag rijst wat de betekenis daarvan is. Niets, vermoed ik. Justinianus was een steunpilaar voor het Christelijk geloof en vervolgde de heidenen waar hij kon. Het lijkt me dat de Gorgokoppen gewoon op voor de bouw bruikbare stenen stonden en dat je er verder niks achter moet zoeken.
Na de cysterne drinken we fris en thee in dezelfde theetuin als gisteren, onder schaduwrijk lover behaaglijk gezeten op een wijde bank met kussens (foto hier) Door een drukke straat lopen we naar de Galata Brug. Onderweg passeren we een moskee waar de gebedsdienst juist aan de gang is. De moskee is kennelijk vol, tientallen moslims zitten richting Mekka gekeerd te bidden in rijen op het trottoir, kennelijk niet gestoord door het drukke stadsverkeer dat vlak langs hen heen raast (foto hier)
Vandaag is het ruim 30° De meltemi is sterk afgezwakt en dat merk je meteen aan de toegenomen hitte. Jaap, Diana & Astrid hebben een tocht op de Bosporus gemaakt met een rondvaartboot. Ze raakten onder de indruk van de sterkte van de tegenstroom en dat leidde tot hun besluit om straks niet verder met ons mee naar de Zwarte Zee te gaan. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (19) De ontvangst van Richard I Leeuwenhart in de Hagia Sofia, eind 12e eeuw Zaterdag 25-07-2009
Gisteravond zaten Rommert en ik nog lang te praten over het verleden. Het is goed dat dat eindelijk eens kan. Vandaag is het ruim 30°, het is drukkend heet zonder wind. Rommert heeft last van zijn ingewanden. Niemand heeft lust om iets te ondernemen. Pas tegen de avond, als het koeler wordt, leven we wat op. Vanavond gaan we uit eten in Bakirköy. Ook in de haven gebeurt weinig. Passanten komen er niet veel, een Fransman en een Bulgaars waren de enigen die we zagen. Een enkele Duitse of Oostenrijkse charteraar wisselt van gasten. Aan onze steiger en de volgende liggen de zeiljachten bij elkaar. De andere pontoons zijn bezet met motorjachten, die zelden uitvaren en als ze het doen keren ze na een uurtje weer terug. Veel boten hebben Amerikaanse vlaggen achterop en tonen thuishavens in Delaware of Washington. Het zijn echter geen Amerikanen, maar Turken die op deze manier geen BTW hoeven te betalen. Voor boten is die hier 25%
Ik heb de lectuur hervat van "The Closing of the Western Mind. The Rise of Faith and the Fall of Reason" van Charles Freeman (Vintage Books, 2002) Het inspireert me om op Internet eens op zoek te gaan naar een afbeelding van de Hagia Sofia in de tijd van het Byzantijnse Rijk. Dat viel nog niet mee, de meeste zijn uit de Ottomaanse periode, maar uiteindelijk vond ik de bijgaande tekening. Het is niet duidelijk van wie hij is, maar het zou een afbeelding zijn van de ontvangst van kruisridder en koning Richard I Leeuwenhart in Constantinopel in de 12e eeuw. Naar ik aanneem aan het begin van de Derde Kruistocht, waaraan hij deelnam.
De NRC meldt dat het hoofd van koning Badu Bonsu II in Ghana is aangekomen. Het hoofd heeft lang in het Volkenkundig Museum van Leiden gestaan, ik schreef er al eerder over. ,,Eindelijk kan de ziel van onze grote voorvader en krijger in vrede rusten, omdat hij nu thuis is'', aldus de leider van de delegatie die het hoofd donderdag in Nederland ophaalde, Nana Estin Kofi. Je gelooft toch niet wat je leest, soms, vooral dat volwassen politici van ons eigen CDA en wetenschapsminister Plasterk eraan hebben meegewerkt. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (20) De musici van Umit Coskun in restaurant Camelia Garden. Tweede van links is de Kanun Zondag 26-07-2009
In restaurant Camelia Garden speelt dezelfde Turkse muziekgroep als vorig weekend. De groep heet Ümit Çoşkun (foto hiernaast) en heeft er vanavond goed de gang in. We zijn met zijn zevenen: Jaap, Diana, hun dochter Astrid en wij met zijn vieren. Aan het slot van de avond roken we opnieuw een waterpijp en vooral Diana legt zware rookgordijnen (foto hier) Op de terugweg zien we op een parkeerterrein hoe een poes een ringslangetje aanvalt (foto hier)
Vanochtend steekt om zeven uur zomaar opeens de meltemi weer op met Bf 7 uit het noorden. Het is bewolkt en fris. Een paar uur later loopt een Bavaria 42 uit de Oekraïne binnen met een gescheurde genua. Aanvankelijk wilden we vandaag een vaartocht over de Bosporus maken, maar met zoveel wind laat ik niet graag de boot in de steek. Als er iets losslaat heb je zomaar schade. Derhalve bestaat de dag uit spelletjes doen (Rommert & Esther) en lezen (Ans en ik) De Internetserver in het havenkantoor is weer een keer down. Er is niemand die hem kan resetten, geen Internet dus. Eind van de middag gaan Rommert & Esther winkelen. ´s Avonds spelen we Carcassonne, een taktiekspel dat Rommert en Esther hebben meegenomen (foto hier) De Oekraïners in de boot achter ons zijn de hele nacht erg luidruchtig, ze draaien in de kuip harde, brallerige popmuziek uit eigen land en voeren dronken gesprekken, tot half zeven in de ochtend toe. Dat kan wat worden in dat land. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (21) Vlnr. Ans, Esther en Rommert op de bank in het gangboord, bij het afvaren van de veerboot Maandag 27-07-2009
Het waait vanochtend beduidend minder hard dan gisteren. We besluiten daarom vandaag de tocht over de Bosporus te maken en treinen naar het kopstation van Sirkeci bij de Galata brug. Daar drinken we koffie onder de brug en schepen ons in op een grote veerboot (foto hiernaast), die helemaal naar het noordelijk eind van de Bosporus vaart, onderweg aanleggend bij de kades van dorpen en stadjes - vroeger, voor de grote uitruil van Grieken en Turken in de jaren ´20 van de vorige eeuw allemaal onbetekenende Griekse vissersdorpjes. Na de drukte van de door elkaar wriemelende veerboten en bootjes bij de Gouden Hoorn is het tamelijk rustig op het water. Zeescheepvaart is er al helemaal niet. Duidelijk is dat er in het midden van het vaarwater een forse zuidstroom staat. We passeren het stijlvolle Dolmabahçe Sarayi op de Europese oever, het moderne paleis in westerse stijl dat de Osmaanse sultans rond 1860 lieten bouwen en waar Mustafa Kemal, ofwel Atatürk, de oprichter van de moderne staat Turkije, in 1938 stierf aan levercirrose als gevolg van de grote hoeveelheden wijn en raki die hij in zijn leven dagelijks innam. Dan naderen we de eerste verkeersbrug over de Bosporus, de Boğaziçi Bridge oftwel Bosporus Brug uit 1973, die 58 meter hoog is. Even ervoor, bijna eronder zou je zeggen, staat de sierlijke Ortaköy moskee (foto hier) De tweede verkeersbrug ligt drie mijl noordelijker, de Fatih Sultan Mehmet Bridge uit van 64 meter hoog uit 1988. De brug is genoemd naar Sultan Mehmet II de Veroveraar, die in 1453 het Constantinopel innam, de hoofdstad van het zieltogende restje van het ooit zo machtige Oost-Romeinse Rijk. Even zuidelijk van de tweede brug is het smalste deel van de Bosporus, ongeveer 600 meter, en hier ligt aan de Europese zijde een indrukwekkend kasteel, het Rumelihisari Fort, dat de eerder genoemde Sultan Mehmet - nog geen tien kilometer van de Byzantijnse hoofdstad - een paar jaar voor de verovering liet bouwen. Nu volgen er beiderzijds prachtige oevers met bossen, tuinen, villa´s en paleisjes van vroegere Ottomaanse machthebbers, prinsen en prinsessen, minaressen en viziers. Aan het water grenzen talrijke mooie landhuizen met prieeltjes, die een lust voor het oog vormen (2 foto´s hier) Ook staan er dure, moderne appartementengebouwen tussen. Het is natuurlijk een schitterende plek om te wonen, zo onmiddelijk aan de oevers van de Bosporus.
De boot volgt de kronkels van de Bosporus, legt aan Kanlica, Yeniköy en Sariyer, plaatsjes met veel drukbeklante terrassen en eethuizen. Ach, de Bosporus! In de verschillende eeuwen waren er verschillende verhalen over het ontstaan van deze strategische verbinding. Bosporus komt van de Griekse woorden bous (stier) en poros (rivier of fjord of voorde) Zo staat er eigenlijk in het Engels Ox-ford of in het Nederlands Coe-vorden. Dat is weer geassocieerd aan de beeldschone nymf Io die hierlangs vluchtte, achterna gezeten door de immer bronstige oppergod Zeus. Zij was door hem in een prachtige stier veranderd om zijn echtgenote Hera te misleiden. Moderner verhalen betreffen Noach en de zondvloed uit het bijbelboek Genesis en uit het Gilgamesh Epos. Een niet onomstreden theorie uit de jaren ´90 van Ryan & Pitman van de universiteit van Columbia stelt dat omstreeks 5600 jaar voor onze jaartelling de stijgende wateren van de Middellandse Zee en de Zee van Marmara zich door deze heuvels stortten in het laaggelegen zoetwatermeer en de omringende landen erachter en dat daardoor de Zwarte Zee ontstond.
Ondertussen rondt de boot een laatste bocht en daar ligt hij in de verte voor ons: de Zwarte Zee! (foto hier) Dit is wel een bijzonder moment. Nu zijn er wel zeeschepen, vooral tankers en wat kleinere vrachtschepen die bezig zijn met invaart van de Bosporus. Zijn ze eenmaal in de zeestraat, dan neemt hun snelheid fors toe door de zuidgaande stroom. Je moet hier goed uitkijken als je hier met je bootje vaart. De veerboot legt aan in Rumelikavaği en steekt dan over naar de Aziatische oever, naar het vroegere Griekse vissersdorpje Anadolukavaği. Daar hebben we anderhalf uur de tijd om rond te kijken. Het is een idyllisch oord met erboven ook al een Osmaanse kasteelruïne van Ceneviz, te ver om in die tijd heen te lopen. Wel is er een pleintje met de obligate buste van Atatürk (waarvoor Rommert en Esther poseren, foto hier, als bewijs dat ze in Azië zijn geweest) en zijn er fraaie terrassen en huisjes aan het hier rustig kabbelende, diepblauwe water van de Bosporus, waar je kunt zitten te kijken naar de langsvarende scheepvaart, maar helaas laten de vervelend opdringerige klantenlokkers van de talrijke restaurantjes en souvernirwinkels je niet met rust. We lopen geërgerd door en vinden aan de rand van het dorp een rustiger plaats aan het water, waar we lekkere op houtskool gegrillde zeebaars eten (foto hier) Om zeven uur levert de boot ons temidden van de door elkaar heen jakkerende en jagende ferry´s weer af in Eminönü bij de Galata Brug (2 foto´s hier) Ieder keer vind ik die wirwar van schepen die zelden of nooit elkaar aanvaren, fascinerend om te zien. We treinen terug naar Bakirköy. In de haven vertelt Jaap dat het vanmiddag hier 40 knopen woei, dus Bf 8 - 9. Een jacht even verderop knalde hard tegen de steiger toen een landvast onder de spanning brak, het heeft schade aan de romp opgelopen. Esther & Rommert pakken hun koffers in. Vannacht om vier uur moet ik ze naar het vliegveld brengen. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (22)Dinsdag 28-07-2009
Een taxi brengt ons om vier uur naar Atatürk International Airport. Hoewel er geen wind meer staat, in de avond en nacht gaat de meltemi meestal liggen, is het koel. Rommert en Esther verdwijnen na het inchecken door de douanepoortjes. Ik kijk hoe ze weglopen. De week is omgevlogen. In de nachtkilte voert een taxi me terug naar de haven en ik duik naast Ans in het warme bed. Om kwart voor tien piept mijn telefoon: ze zijn geland op Schiphol. Het is daar nu kwart voor negen.
We wijden de dag aan een grote schoonmaak, het vullen van de tanks en boodschappen. Lord Byron verloor vannacht weer twee staartveren maar fluit nog iedere dag. Ook vandaag waait de meltemi flink door uit het noordoosten, maar daardoor is de temperatuur een aangename 26° Ik breng een hoognodig bezoek aan een Turkse kapper, mijn haar was zo lang dat zelfs de krullen eruit vielen, zei Ans. Ik ben geen enthousiast bezoeker van kapsalons, dat gedoe aan je hoofd vind ik eigenlijk maar vervelend. Niettemin voel ik me plezieriger en ja, luchtiger, als ik terugloop zonder dat warm sliertende haar in mijn nek. Gelukkig is er vandaag weer een WiFi draadloos netwerk in de haven, dus ik kan de website bijwerken en de foto´s van gisteren plaatsen in het nieuwe album (nummer 19)
Het verhaal van de enorme waterval - waarover ik het gisteren had - die ongeveer 7600 jaar geleden de Bosporus vorm gaf en die zich over de landengte stortte en de Zwarte Zee vormde met krachten, die tweehonderd keer zo sterk zouden zijn geweest als die van de Niagara waterval, blijft me intrigeren. Vandaar bijgaand plaatje dat ik hier vond. De theorie heeft veel kritiek gekregen. Sommigen menen dat het eerder andersom was en dat de Zwarte Zee door de landengte van de Bosporus overliep in de Middellandse Zee (zie o.m. hier) Zoals gebruikelijk weet je dan als leek iet meer wat je ervan moet denken. Het herinnert me aan die andere mega-waterval van miljoenen jaren eerder die via de Straat van Gibraltar veronderstelt wordt de Middellandse Zee te hebben gevuld, “one hundred times bigger than Victoria Falls and a thousand times grander than Niagara” (zie hier) Wat is er helaas en ondanks alles nog weinig bekend over die geocatastrophic (lelijk woord) gebeurtenissen. En wie weet wat ons nog te wachten staat want de aarde is in al zijn onvoorspelbare dynamiek nog nauwelijks tot rust gekomen. Je voelt je klein en betekenisloos op plaatsen als deze.
Vanavond bel ik mijn jongste zoon Bas. Morgen vliegt hij van Amsterdam naar Istanboel om met ons mee te varen naar Bulgarije. Het is afwachten of de harde meltemi tijdig gaat liggen. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (23) En daar verschijnt Bas met zijn gitaar op zijn rug Woensdag 29-07-2009
Om tien voor zes piept mijn mobieltje. Een SMS van Bas op Schiphol, dat hij op het punt staat aan boord van zijn vliegtuig te gaan. De meltemi staat nog fiks door, vandaag. We gaan verder met fourageren voor het komende traject op de Zwarte Zee. Per slot kunnen we hier alles krijgen en straks moet je maar afwachten. De komende dagen lijkt de harde noordoostenwind geleidelijk af te gaan zwakken. Ik poog bij twee filialen van TurkCell opnieuw een pre-paid SIM-kaart te kopen voor mobiel internet. In tegenstelling tot eerdere pogingen hebben ze het nu wel. Het hele systeem is pas deze maand door TurkCell op de markt gebracht en er zijn veel kinderziekten. Dat blijkt wel als ze mijn aankoop willen registreren: hun hele systeem ligt eruit.
Om kwart over twaalf nemen we een taxi naar het vliegveld. Ik probeer het nog een keer bij het filiaal van TurkCell daar, maar nu blijkt dat ik mijn paspoort had moeten meenemen. Tja. Drie kwartier later komt Bas de poort uit, gitaar op zijn rug (foto hierbij) Heerlijk om hem weer te zien. ´s Middags loop ik met Bas voor nog wat inkopen naar de Migros supermarkt. We lopen toch nog even bij TurkCell langs en verdraaid, nu lukt het allemaal wel. Voor 83 Turkse ponden (± € 37) heb ik een maand mobiel internet met een maximum van 3G dat een halfjaar geldig is. Ongeveer hetzelfde tarief als op Malta. Mooi zo. Morgen gaan Bas en ik langs drie adressen (de kustwacht in Kadiköy bij de Galata brug, de douane in de zeehaven in Zeytinbürü, en havenmeester hier) om formeel uit te klaren. Dan kunnen we overmorgen op zijn vroegst weg. Uiteraard zullen we nog wel enige Turkse havens aandoen op onze tocht naar Bulgarije, maar daar kan je niet uitklaren. Je hebt de neiging om het er maar bij te laten zitten en te zijner tijd gewoon met het bestaande Transit Log naar Turkije terug te keren. Ze controleren het toch nooit. Maar de Bulgaarse havenautoriteiten schijnen een uitklaringsbewijs voor Turkije te willen zien, schrijft Leonard van Veldhoven in "De Hellespont voorbij" (Elmar, 2006), het derde deel van zijn "Het scheepsjournaal van de Existence". Dus wil je geen risico nemen en zit er niks anders op. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (24) Artists impression van Betelgeuze en zijn gaspluim. De schaal aan de rechterzijde geeft ons zonnestelsel op dezelfde schaal weer, vanaf de zon tot voorbij Neptunus Donderdag 30-07-2009
De website van Astronieuws meldt: "Twee teams van sterrenkundigen hebben, met behulp van de Europese Very Large Telescope (VLT), ontdekt dat de heldere ster Betelgeuze enorme hoeveelheden gas uitstoot. Op de tot nu toe scherpste opnamen van de ster is een gaspluim te zien die bijna zo groot is als ons zonnestelsel. De rode 'superreus' Betelgeuze is een van de grootste en helderste sterren die we kennen: hij is bijna duizend keer zo groot als de zon en straalt 100.000 keer zo veel licht uit. Deze cijfers wijzen erop dat de ster het einde van zijn bestaan nadert. Sterren als Betelgeuze 'leven' slechts enkele miljoenen jaren en exploderen dan als supernova"
Ik schreef al eerder over die komende explosie van Betelgeuze tot een enorme supernova die je te zijner tijd met het blote oog aan de hemel zult kunnen zien (klik hier) Bij het oorspronkelijk persbericht zit een prachtig plaatje, waaruit de gigantische schaalgrootte ervan mooi is weergegeven: inderdaad bijna zo groot als (de straal) van ons eigen zonnestelsel (zie hiernaast) Tot voor een aantal jaren vreesde men dat de intensieve gammastraling, die bij de supernova-explosie het heelal in geslingerd wordt, de aarde zou desinfecteren en alle leven vernietigen. Nu denkt men dat de gammabundels niet in onze richting zullen schieten, maar we moeten natuurlijk afwachten of dat klopt.
Het uitklaren uit Turkije kost aan halve dag. Bas gaat met me mee en krijgt zo en passant een heel stuk van Istanboel te zien. We treinen naar Sirkeci en lopen via de Galata brug naar Karaköy. Uiteindelijk moeten we voor het hele traject op vijf plaatsen zijn. Je kunt het hier ook door een agent laten doen, "softly speaking and very polite gentlemen", zegt Rod Heikell - die een gloeiende hekel aan ze heeft - van hen in zijn pilot. Ze vragen voor hun diensten minstens 200 tot 300 euro en zelfs € 400 komt voor. We bezoeken de volgende burelen:
- 1. De havenmeester van Istanboel in de Meclisi Mebusan Caddesi nr 73 in Karaköy. Dit is de belangrijkste autoriteit en ook de meest chaotische en onvriendelijke. Fotokopieën van je documenten zoals o.m. ICP, ICC en paspoorten of identiteitsbewijzen laten ze je zelf maken in een print-shop verderop.
- 2. De Chamber of Shipping is 500 meter verderop. Hier zet een vriendelijk en goed Engels sprekend meisje onze gegevens op een computernetwerk. Kosten 30 Turkse ponden (± € 14) We krijgen onderwijl een glaasje thee. Daarna kunnen we weer terug voor het eerste stempel op ons uitklaringsbewijs bij de havenmeester, want die krijgt nu de gegevens van de Chamber op zijn PC.
- 3. De Passaport Polisi in de zeehaven bij Zeytinbürü voor het tweede stempel. We komen er met tram, trein en taxi. Werkt snel en is vriendelijk en maakt zelf alle fotokopieën van exact dezelfde documenten als bij 1.
- 4. De Gümrzir ofwel de Douane is op het terrein van Ataköy Marina gevestigd. Hier krijg je het derde en laatste stempel. Een vriendelijke dame zetelt achter een modern bureau vraagt helemaal niets, behalve fotokopieën van alle eerder genoemde documenten. Die maakt ze zelf niet maar de receptioniste van de Marina maakt ze voor je.
- 5. Het bureau van de Marina om de gebruikte electriciteit en water af te rekenen: 15 Turkse pond voor drie weken.
Het is half zes als we dit alles achter de rug hebben. Alles bijeen zagen we vandaag een vijftiental mensen die volledig gesalarieerd niet-produktieve en feitelijk overbodige arbeid verrichten. Want wat doen ze met de gegevens? Die archiveren ze. Bas en ik nemen het zonnezeil weg van de giek en bergen het vouwfietsje op. Ans topt de watertanks af en dan hebben we een glas raki meer dan verdiend. Want de hele operatie kostte slechts 30 Turkse pond + reiskosten, zijnde 2 x 10 pond. Proost. Morgenochtend gaan we door de Bosporus naar de Zwarte Zee. Er zou daar een onvriendelijke zeegang kunnen staan met golven van 1,5 tot 2 meter. We zien wel. Mogelijk laten volgende verslagen wat op zich wachten; dan hebben we geen Internet. Terug naar boven |
|
Türkeli Feneri Invaart van de Bosporus. Links de Blauwe Moskee, rechts naast de vuurtoren de Hagia Sofia Vrijdag 31-07-2009
Om half zeven gaat de wekker en om half acht zeggen we "Goede reis en tot ziens" tegen Jaap & Diana. Het afscheid valt zwaar, we trokken een hele tijd samen op. Steeds opnieuw komt het voor in dit soort leven, vaarwel zeggen tegen mensen die tijdens de reis je vrienden werden. Maar Jaap & Diana zullen we nog wel terug zien, verwachten we. We schuiven voorzichtig langs Kiara uit onze box. Er is geen wind. De hoezen van de stootwillen blijken bij het ophalen bedekt met een vieze aangroei van bleke blaasjes, waar de hoezen in het water hingen. Ook het logwieltje heeft aangroei, het draait niet. We varen langs de haag van tientallen geankerde zeeschepen naar de ingang van de Bosporus. Tussen de schepen ligt een boot van de kustwacht, ze groeten vriendelijk. In de nog wazige verte doemt de beroemde skyline van Istanboel op (foto hier) Met enige moeite weten we Bas wakker en aan dek te krijgen, per slot zul je toch niet al te vaak in je leven door de Bosporus varen. Als hij eindelijk op een kuipbank zit, blijft het opletten, hij valt zo weer in slaap. Twee dolfijnen komen ons begroeten bij de invaart van de zeeëngte. Het is half negen. Hier is een zandbank, begrensd met een zuidkardinale boei maar er staat voor ons ruim water boven dus we passeren tussen de wal en de boei. Het is een groots moment om op eigen kiel hier binnen te varen met op de wal boven ons al die beroemde gebouwen als de Blauwe Moskee, de Hagia Sofia en het Topkapi Paleis staan (foto hierbij en hier) Het water is woelig door de scheepvaart en de stroom, het slaat tussen de oevers heen en weer. Binnen een paar minuten hebben we drie knopen stroom tegen. De Bosporus heeft een zuidgaande stroom, de Zwarte Zee ontvangt immers water van een aantal grote rivieren zoals de Donau en stroomt uit door de Bosporus. Er zijn kolken en rafelingen, maar het is niet erger dan we eerder ontmoetten in de Pentland Firth (Schotland) of de Race of Alderney. De wind is ZZO 2. Langzaam naderen we de oversteek van de drukke ingang van de Gouden Hoorn (foto hier), die vroeger door een zware ketting werd afgesloten. De natuurlijke haven van het oude Constantinopel waar nu de Galata brug over ligt met zijn tientallen aanleg plaatsen voor veerboten. Ans telt er elf en een paar zeeschepen, de ferry´s vliegen aan alle kanten aan ons voorbij en het water klotst wild uit alle richtingen. Ze wijken allemaal uit al is het soms op het laatste moment. In al die klotsende boel ligt een piepkleine roeiboot, je ziet hem nauwelijks, met een man erin die rustig zit te vissen.
Na de oversteek van de Gouden Hoorn varen we langs de Europese wal verder. Hier kunnen we het voordeel van een stroom mee verwachten en inderdaad, voor het Dolmabahce Paleis hebben we al een halve knoop mee. Het wordt geleidelijk rustiger al moet ik nog twee keer voor een ferry uitwijken, die van rechts komt. Het is kwart over negen als we onder de Bosporus Brug doorvaren (foto hier), de brug uit 1973 met vlak ervoor de beeldschone Ortaköy moskee. De wind blijft zuidelijk Bf 1 tot 2. Opvallend, volgens de voorspelling zouden we namelijk Noord 5 krijgen. We varen langs de haventjes van Bebek en Istinye, beide vol met lokale boten en bewonderen de mooie landhuizen, oude uit de Osmaanse tijd en nieuwe uit deze tijd. Schöner wohnen is van alle tijden en nimmer beschikbaar voor eenieder. Maar eerst varen we op het smalste stuk (600 meter) nog dicht langs de indrukwekkende Rumelihisari burcht, waar ik op onze eerdere tocht met de veerboot verzuimde een foto van te maken. Nu dus wel, met de tweede grote, Mehmet II hangbrug uit 1988 erachter (foto hier) In rustig water varen we verder. Steeds lopen zeeschepen ons op, ze maken ruime bochten op de slingerende zeeëngte maar komen nooit erg dichtbij. Regelmatig profiteren we van een meegaande tegenstroom. Om tien uur varen we langs het haventje van Tarabya, ook al vol met locals. Hoe noordelijker we komen, hoe rustieker het oeverlandschap, mooie strandjes en beboste, glooiende heuvels. De wind draait naar het oosten maar stelt nog steeds weinig voor. Bij Büyükdere steken we een grote baai recht over en nu zien we in de verte de Zwarte Zee (foto hier) Bij Dikilikaya is een goed gemarkeerde ondiepte met een wrak. We houden eerbiedig afstand. Steeds dichter naderen we de uitvaart. Aan de Aziatische zijde ligt het dorpje met de burcht waar we een paar dagen geleden lunchten met Rommert & Esther. Nu varen we verder. Om kwart over elf klettert na een onweersklap een regenbui op het dek. De Navtex waarschuwde al voor squalls, dat zijn korte hevige regenbuien met harde windvlagen. Maar dit keer is die windvlaag niet meer dan 20 knopen, daarna is het weer rustig en stopt de regen. Om half twaalf passeren we het haventje van de loodsboten en de kaap van Çali, gemarkeerd met een oostkardinale boei. En ja, dan gebeurt het, het tweede grote moment breekt aan, dan wijken de oevers en varen we - op eigen kiel! - geleidelijk de Zwarte Zee binnen. Een trots gevoel gloeit op in mijn borst. De zeegang is gematigd, de temperatuur van het water is 22° en de wind is noordwest 3. Op een mijl ligt al ons doel van vandaag, de vissershaven van Türkeli Feneri, ook wel Rümeli Feneri genoemd naar alweer een Osmaanse burcht die erboven ligt en deze westelijke kaap op de hoek van de Bosporus bewaakt.
We motoren binnen. De haven ligt vol met grote visserstrawlers. Besluiteloos dobberen we wat rond in het midden. Een man aan boord van een trawler waarschuwt ons voor een ondiepte en wenkt dat we bij hem langszij mogen. Mooi zo. We leggen aan (foto hier) Later geven we hem een pakje sigaretten en maken een moeizaam praatje, want hij spreekt slechts enkele woorden Engels. Varen ze nog uit? Nee, zegt hij, jullie kunnen rustig blijven vannacht want we vissen niet meer. Er is geen vis meer, niet in de Zwarte Zee en niet in de Middellandse Zee. Ze werken hun boten nog wat bij maar waarvoor eigenlijk? Het is afgelopen met de visserij. Hij moppert wat op Spaanse vissers, die alles leeg zouden hebben gevist.
Het dorpje heeft twee moskeeën. Vanaf de minaretten klinkt de gebedsoproep en op de achtergrond horen we mensen praten. Zich er niet van bewust dat de microfoon open staat en iedereen ze kan horen? ´s Middag dutten we wat. Het regent nog een keer, even. Squalls kan je dat niet noemen. Een man met een officiële armband komt langs en zegt dat hij van "het coöperatief" is, het Rumelifeneri Su Ürünleri Kooperatifi staat op zijn kaartje. Hij komt voor een nacht 20 TL afrekenen en geeft een keurige kwitantie. Mobiel internet hebben we via de TurkCell SIM-card in de dongel van Malta. Morgen willen we verder, ruim 70 mijl, naar Igneada, de laatste Turkse haven voor de Bulgaarse grens. Terug naar boven |
|
Iğneada We zijn behoorlijk katterig tijdens de oversteek Zaterdag 01-08-2009
Gisteravond genoten we (opnieuw) van de film Shakespeare in Love. Het doet me erg goed te merken dat mijn zoon Bas een liefhebber is van de toneelstukken van dit unieke en onvergetelijke genie. Als we - laat - in bed liggen komen er aantal felle regen- en onweersbuien over. Nog voor de wekker om zes uur gaat ben ik eruit en schroef het logwieltje uit de bodem en schrap het schoon. De zon is al op en de wind is Noord 3 tot 4. Dat belooft zeilen. Om kwart voor zeven motoren we de haven uit en ontmoeten een forse zeegang. Nog enigszins in de luwte zetten we zeil met een rif in het grootzeil en storten ons naar voren. De motor beukt ons de eerste noordgaande anderhalve mijl door, dan kunnen we afvallen. De haven lag dan wel vol met rond de vijftig afgelegde vistrawlers, hier moet je ontzettend uitkijken voor de tientallen onooglijke en nauwelijks zichtbare visbootjes van lokale vissers. Bij het ronden van de kaap zien we de donkere wallen van het Rumeli Hisari, de ruïne van het zoveelste fort dat de Osmanen bouwden in hun geduldige, jarenlange omsingeling van het zieltogende Oost-Romeinse Rijk in de vijftiende eeuw (foto hier) Daarna zetten we de koers op 300° en het is geen lolletje. We stampen als een gek op een felle, nijdige zeegang die aan de Noordzee doet denken, maar dan net iets korter maar wél hoog. Het probleem is dat er niet erg veel wind is, het zeil is juist vol, maar de golven slingeren en schudden ons door elkaar. Beneden rammelt en valt er van alles ondanks dat we de inventaris goed zeevast meenden te hebben gezet. We stampen - gelukkig klappen we niet - langs tientallen geankerde zeeschepen met quarantainevlag in het want. Zuidelijk is een hoge en knobbelige rotskust met diepe inhammen. Alles is ongemakkelijk, onderdeks moet je niet zijn. Je wordt tegen van alles aangesmeten. Het zeilt ook bijzonder ongemakkelijk, de wind is net te voorlijk maar afvallen kan niet, dit is volledig lage wal. En kruisen kost veel tijd. Motorzeilen dus. We worden voortdurend ruw heen en weer geschud, we zijn allebei katterig tot gewoon zeeziek. Zo gaan de uren voorbij, het is een kwestie van uitzitten. Ans moppert: "Waarom doen we ons dit aan?" Ja, dat weet ik ook niet. We passeren rond half elf een booreiland. Bas ligt al die uren voorin zijn hut. En vertoont zich niet. Hij moet daarin als in de trommel van een wasmachine liggen. Ik herinner me dat van vroeger, uit de tijd dat we eind jaren ´90 onze eerste schuchtere tocht naar Denemarken maakten. Dan lag hij uren in zijn hut en zodra de zeegang rustig werd of we een haven naderden, kwam hij tevoorschijn, vrolijk alsof er niets aan de hand was. Nu is dat ook zo, om kwart over elf nestelt hij zich op een kuipbank en valt weer in slaap, net als Ans die zich steeds knap beroerd voelt (foto hierboven)
Zo verstrijkt het ene uur na het andere. We suffen en slapen afwisselend. Ondergaan passief een onweersbui met plotselinge regen en stellen vast dat na een halfuur de wind verder krimpt en nog meer van voren komt. Wat een rottige lage walkust is dit! Het beeld verandert urenlang niet, het scheepje sukkelt dapper door, de mijlen rijgen zich aaneen. Nu zijn we in de veertigers, de dertigers, de twintigers, de tieners - qua mijlen afstand van de haven. Om vier uur duiken er opeen vier dolfijnen op, commons, zien we aan de zandlopertekening op hun huid.
Het is half zes als we tamelijk geradbraakt de haven van het grenshaventje Iğneada binnen varen. Vanaf de kade van de kustwacht wenkt men ons. We kunnen langszij aan een Bulgaars motorjacht. Dan ontwikkelt zich een Kafka´esk fenomeen. De kustwacht vraagt onze paspoorten en concludeert dat we niet aan wal mogen. Enige logica zie ik er nog wel in: we hebben immers in Istanboel uitgeklaard. Waarom? Omdat uitklaren hier in Iğneada niet kan. Dat klopt, zegt de luitenant van de kustwacht, opgetogen omdat ik het schijn te snappen, en daarom mag u hier niet aan de wal. Maar we hebben boodschappen nodig en willen vanavond in een restaurantje eten, zeg ik. Onmogelijk, beslist hij. Waarom dan? The Big Boss, is zijn antwoord en hij klopt op de plek op zijn schouders waar een hooggeplaatste de epaulletten heeft. We krijg ik een manschap mee bij het doen van boodschappen en het kopen van vis bij een restaurant. Maar die moeten we aan boord nuttigen. Eigenlijk wordt het nog raadselachtiger als naast ons een Duits jacht afmeert. Anders dan wij hebben zij in Istanboel niet uitgeklaard. Ze zijn dus nog gewoon in Turkije met geldige visa, maar ook zij mogen niet van boord. Overigens geldt dat ook voor de Bulgaren naast ons. Wie bedenkt zoiets? Van Ans mogen de Turken daarom niet in de Europese Unie, volgens mij moeten ze dat juist wél om een eind te maken aan dit soort dwaasheden. Morgen zien we wat we doen, afhankelijk van het weer. Terug naar boven |
|
Tzarevo, Bulgarije Afgemeerd aan de kade van Tzarevo Zondag 02-08-2009
We vertrekken laat, pas omstreeks het middaguur. De ochtend is voor karweitjes: oliepeil checken (in orde), nogmaals de houder met het logwieltje uit de bodem trekken (draaide gisteren ondanks schoonkrabben niet) en het opstellen en printen van crewlists (met Bas en zonder Bas) en een General declaration fot arrival and departure, waarin we verklaren dat we geen wapens, smokkelwaar en verstekelingen aan boord hebben, voor de autoriteiten in de komende havens. Met genoegen plaats ik ons scheepsstempel op alle documenten. Verder bestudeer ik met de verrekijker de grootzeilval bovenin de mast. De laatste dagen hadden we moeite om het zeil naar beneden te krijgen. Ik zie meteen waardoor: de val zit om de kraanlijn geslagen. Dat is zó verholpen.
Buiten de haven hijsen we het grootzeil met een rif, als steunzeil. Nu is de wind nog Noord 2, maar als we kaap Iğneada ronden nemen zeegang en wind fors toe. We hebben het recht op de boeg en maken maar 4,5 knoop voortgang. We varen op een mijl afstand langs een rotsige kust met dichte bossen, zeg maar wouden, erachter. Het zou me niet verbazen als hier nog wolven en beren leven. Om 13.40 uur naderen we de Turks-Bulgaarse grens (foto hier) Aan Turkse zijde wappert aan een lange mast een enorme vlag en er staat een stenen wachttoren, zo te zien met niemand erin. De grens zelf wordt gevormd door de Rezovska, een ondiep riviertje tussen kiezelsteenbanken. Aan de Bulgaarse kant staat een stalen wachttoren, eveneens onbemand, en ligt op een hoge heuvel het eerste dorpje, dat Rezovo heet. Op beide rivieroevers staan grote borden, aan de Turkse kant toont het de Turkse vlag, aan de Bulgaarse kant is het bord vaalwit en onleesbaar. In de vorige eeuw was dit het IJzeren Gordijn tussen het Sovjet-blok en de NAVO. Nu is alles anders, Bulgarije is net als de andere Oostbloklanden lid van de NAVO geworden en nu ligt hier de grens van de Europese Unie. Verderop is het kustlandschap identiek aan dat voor de grens: een rotsige kust met dichte bossen erachter. Maar geleidelijk wordt het opener, we zien dorpjes en drukbezette stranden (het is zondag) en de eerste hotels. Ik wissel het Turkse voor het Bulgaarse gastenvlaggetje. De wind is afgenomen naar Noord 2 en de zee is geleidelijk wat rustiger geworden. Om 15.00 uur passeren we het stadje Sinemorets. Wat opvalt is dat er geen enkele minaret is te zien en dat de stranden vol bezet zijn. Hoewel de Bulgaarse bevolking nog 13% moslims telt, zijn we duidelijk in andere wereld gekomen. "Sinemorets is a windswept hilltop settlement that was out of bounds to outsiders until 1989 due to its proximity to the Turkish border. Now it attracks the younger set and nude bathing would not raise an eyebrow", zegt Nicky Allardice in de pilot "Cruising Bulgaria and Romania" (Imray, 2007) Al een kwartier later, we lopen 6,5 knopen, varen we langs de stad Akhopol met zijn witte vuurtorentje op een gemene rotspunt in de haveningang en de berg Papiya van ruim 500 meter in de verte. Daarna volgen een aantal aardige ankerbaaien, die met de nog doorstaande swell echter ongemakkelijk tot onhoudbaar zijn. We zien boven de rotskliffen een naargeestig fenomeen dat we sinds de Spaanse costa´s niet meer zagen: de gapende skeletten van door de economische crisis niet-afgebouwde toeristencomplexen. De stranden zitten toch ook hier vol. Om 16.00 uur lopen we de haven van Tzarevo binnen en laten het zeil - een stuk gemakkelijker dan eerder - zakken uit de swell achter de zeewering. Op de kade aan de noordwestzijde staat al een delegatie officials klaar om onze touwtjes aan te nemen en een lazy line aan te reiken. We meren af met de boeg naar de kade (foto hierboven) Een vrouw en een man - beiden in uniform - komen aan boord, ze zijn van de grenspolitie en de douane en het inklaren verloopt vlot en erg vriendelijk. Tot mijn grote verrassing én genoegen vragen ze me niet alleen de papieren te ondertekenen maar ze ook te voorzien van het scheepstempel. Dat doe ik met groot plezier en een fikse stamp. Na twee jaar varen is dit de allereerste keer! We ontvangen zonder ook maar iets te hoeven betalen een Control Form for Pleasure Boat dat we bij het verlaten van het land in de laatste haven weer moeten inleveren. Vanavond gaan we de wal verkennen en een restaurant opzoeken. Terug naar boven |
|
Tzarevo (2) De haven van Tzarevo. De jachten liggen links van het midden. Een Lada op de voorgrond Maandag 03-08-2009
Tzarevo heette tot voor kort Michurin. Zo staat het ook op onze zeekaart. Vroeger heette het ook Tzarevo. In september 1944 werd het door de communisten vernoemd naar een Russische bioloog. De Stalinistische malloot Lysenko baseerde destijds zijn even dialectisch-materialistische als verkeerde theorie over de erfelijkheid van verowrven eigenschappen op het onderzoek van deze Michurin naar het kruisen en veredelen van landbouwgewassen. Lenin was er erg van onder de indruk, maar in het lemma over hem op Wikipedia lijkt het niet alsof Michurin ooit een aanhanger van Lysenko en een stalinist is geworden. Hij stierf in 1935 op 80-jarige leeftijd, in 1944 werd Tzarevo naar hem vernoemd en al na 45 jaar verloor het die naam weer. Het kan verkeren.
Tzarevo is in elk geval een leuk haventje (zie foto hierbij) Er is walstroom, water en een gratis draadloos WiFi-netwerk. Op het stukje kade waar we liggen is plaats voor ongeveer vijf bezoekende jachten. Na ons arriveren de Duitsers van de Helios, die we al in Igneada ontmoetten. In het begin van de avond gaan we op de wal passagieren. Aardig om weer eens veel oude Oostblokauto´s te zien, zoals de vroeger alomtegenwoordige Lada´s (zie ook foto hierboven) Het stadje is werkelijk alleraardigst en de Bulgaren zijn zonder uitzondering vriendelijk. Onder de hoge kastanjebomen gonst de de hoofdstraat van het leven, flanerende mensen (de in de Balkanlanden gebruikelijke pantalonnade in de avonduren), verbazend mooie en tamelijk uitdagend geklede vrouwen en meisjes, terrassen, winkels, restaurants, stalletjes met etenswaar en ijs, enzovoorts (foto hier) We vinden een restaurant boven de haven waar een zangeres, begeleid door haar man op een keyboard veel Griekse muziek zingt en wat alltimers, zoals speciaal voor mij "Imagine" van John Lennon. Dat komt omdat ik een keer voor haar applaudiseerde (deed verder niemand) Bovendien mocht ik met haar dansen, waar ik niks van terecht bracht (foto hier) We eten smakelijke gebakken kippenlevers met ui, Griekse salade, aardappelschotel met bacon en Bulgaarse kaas en we drinken alleszins redelijk Bulgaars bier en Bulgaarse rode wijn. De rekening bedraagt (omgerekend) slechts een schamele 22 euro.
Vanochtend ga ik in zijn kantoor op bezoek bij eng. Dacho Dachev, de directeur van de haven van Tzarevo. Hij is 67 jaar en vertelt met enthousiasme hoe de gemeente de haven heeft overgenomen van de staat en hem heeft gevraagd om een jachthaven te ontwikkelen. Ach, het geld, er is natuurlijk te weinig van en hij probeert er het beste van te maken. Allereerst heeft het terrein omheind en zijn eigen bureau ingericht, denk ik als ik om me heen kijk. Ook heeft hij alles van cameratoezicht en bewakers voorzien. Dat is hier wel nodig, kennelijk, maar dat was in Turkije ook al zo. Als ik later in het kantoortje moet afrekenen blijkt dat we voor twee nachten 120 leva betalen, dat is ongeveer € 30 per nacht. Tja, Dacho moet toch op een of andere manier aan kapitaal komen en - ach - deze haven is een perfecte stopplaats op weg naar het noorden. Vandaag is het warm en windstil, althans in de ochtend. Ik haal voor de derde keer deze week het logwieltje tevoorschijn en laat het spinnen. Op het display voor de bootsnelheid in de navigatiehoek zie ik getallen verschijnen, dus het zit hem niet in de verbinding. Ik plaats het zorgvuldig rechtop en met de pijl naar voren terug, benieuwd of het morgen werkt. De rest van de middag hebben we vrijaf en straks gaan we boodschappen doen. Morgen verder naar het noorden. Terug naar boven |
|
Sozopol We naderen kaap Karakya. Bas blijft wijselijk zoveel mogelijk in de schaduw Dinsdag 04-08-2009
Ons leven, toch al niet erg stressvol, krijgt in Bulgarije een karakter van aangename gemoedelijkheid. Gemoedelijk, dat is wat we ook van de Bulgaren vinden. Verkopers, obers op terrassen, niemand is opdringerig of wil snel wat aan je verdienen zoals steevast in Turkije of Griekenland. De mensen gaan kalm hun gang, zijn beleefd en gemoedelijk. Ze laten je rustig rondkijken en zien wel of je iets wil kopen of nuttigen. Gisteravond slenteren we door het hoofdstraatje van Tzarevo, doen wat inkopen bij een supermarktje, drinken een cocktail (Ans en Bas) en een glas ouzo (ik) langs de straat en kopen twee aan het spies gegrillde kippen voor het eten. Terug aan boord gaan Bas en ik zwemmen (foto hier) Het water in de haven is helder en schoon genoeg. Ik duik onder de boot om eens aan het logwieltje te draaien en zie dat ervóór een rand aangroei zit die de stroom van het wieltje afbuigt. Aha, dat is snel verwijderd. We hebben een vrolijke avond in de kuip en later in de kajuit. Bas en ik laten - net als vroeger - elkaar onze muziek horen en genieten daarvan.
Vandaag laat de Zwarte Zee zich van zijn vriendelijkste kant zien. Het is een zonovergoten ochtend, er is geen wolkje in de lucht. Om 10 uur maken we los en zeilen een aangenaam halfwinds rak van 20 mijl over een rustige zee naar de oude stad Sozopol, gelegen op een kaap aan de ingang van de grote baai van Burgas. Met voldoening stel ik vast dat het log weer draait. Er zijn tientallen piepkleine vissersbootjes op zee. We zeilen langs een groen heuvellandschap met lange zandstranden ervoor. Veel hotels, oude resorts en nieuwe complexen, vele nog in aanbouw. Om 11 uur passeren we de ruwe rotskliffen van kaap Maslen Nos en een uur later kaap Karakya (foto hierbij en eentje hier) Het scheepje zeilt heerlijk op dit windje, we genieten volop van de rust. Bas blijft met zijn lichte huid wijselijk zoveel mogelijk in de schaduw. Weer een uur later zijn we bij de voorlaatste kaap, Kolokita. De kaap wordt volgebouwd met een alles verpestende toeristenstad. Op de laatste kaap, Talasakra, staan de oude houten huizen van Sozopol vlak aan de rand en even oostelijk ervan, met een dam aan de stad verbonden, het eiland met de academie van de Bulgaarse marine. We draaien de genua in en varen op het grootzeil tussen het vasteland met erop het verveloze, schilferende betoncomplex van de academie en twee eilandjes door. Ze heten Sveti Ivan (met een vuurtoren) en het kleinere Sveti Petur (met wit uitgeslagen rotsen) Daarna maken we de gijp en zeilen naar de haveningang en strijken het zeil. Een verrassing: er liggen splinternieuwe pontoons en er is een splinternieuwe marina, Marina Sozopol. Er is genoeg plaats en we meren langszij af aan de binnenkant van de buitenste steiger. Die is voorzien van walstroom en water (foto hier) Gewapend met mijn tas met documenten ga ik naar het kantoor en tot mijn verbazing hoef ik niets te tonen, geen ICP, paspoorten of wat dan ook. Ze vragen alleen maar hoe lang de boot is om de prijs van een overnachting vast te stellen: 50 leva ofwel ongeveer 25 euro. En er is nog een WiFi draadloos netwerk ook in de haven, waar je de code van krijgt. De rest van de middag luieren we en straks gaan we de oude stad verkennen. Terug naar boven |
|
Sozopol (2) Bas en ik in de straatjes van Sozopol Woensdag 05-08-2009
Gisteravond bekijken we het oude stadje Sozopol. Straatjes met knobbelige steentjes geplaveid. Veel linden en kastanjebomen. Huizen, meestal vanaf de eerste verdieping van hout, staan kris kras door elkaar (foto hiernaast) De ommuurde tuinen en plaatsjes zijn vaak veranderd in caféterrasjes. We bekijken resten van een oude basiliek en een orthodox kerkje, waarin zachte Byzantijnse koormuziek klinkt. En verder de gebruikelijke souvenirshops, winkels, koetsjes, kiosken en restaurants, waar kuddes van soms uiterst schaars geklede toeristen langzaam doorheen sjokken. Toch is de atmosfeer ontspannen, er zijn nauwelijks buitenlanders, de meeste toeristen zijn Bulgaars of afkomstig uit andere voormalige Oostblokstaten. Sozopol werd in 610 voor onze jaartelling gesticht door Grieken. Ze noemden het Appolonia naar Apollo en bouwden een tempel met een 13 meter hoog beeld voor de god. De stad floreerde tot de Romeinen onder Marcus Lucullus het in 72 vC innamen en de stadsmuren, de tempel en tal van gebouwen verwoestten. Het Apollo-beeld namen ze mee naar Rome. Misschien is het daar nog wel. Later onder het Oost-Romeinse Rijk werd het Sozopolis genoemd, dat volgens de pilot van Nicky Allardice "Stad der Redding" zou betekenen en volgens de Engelse Wikipedia de "preserve city", dat misschien ook zo vertaald moet worden. Het wisselde nog herhaalde malen tussen Byzantium en het opkomende Bulgarije en zakte naar onbetekenendheid in de Ottomaanse tijd. Nu ontwikkelt het zich snel tot een levendige toeristenplaats. We drinken wat op een terrasje. Bas koopt een zonnebril (foto hier) Aan boord eten we de rest van de beide grillkippen, die we gisteren in Tzarevo kochten. Bas laat ons ´s avonds meer van zijn muziek horen. Je vindt die op MySpace. De muziek is geïnspireerd op "Die Leiden des Jungen Werther" van Goethe. De muziek is van Bas en de rest op de site is van zijn vriend Bart. Luister vooral en vel je oordeel. Hij vindt het leuk om reacties te krijgen (dat kan aldaar of in ons Gastenboek) Daarna kijken we naar de schitterende Hamlet-film van Grigori Kozintsev uit 1964 met muziek van Dmitri Shostakovich. Het is immers zaak dat een vader zijn zoon in nauw contact brengt met de mooiste dingen die hij zelf kent. De tweede helft "trekken" we echter niet meer.
Vandaag houden we lees- en luierdag. Het is zonnig maar de noordenwind is aangenaam. Ik zoek op Imray de updates 2009 op van de Griekse, Turkse en Bulgarije/Roemenië pilotboeken en print ze. Hoe is het toch met Lord Byron?, vraagt een lezeres. Ja, prima eigenlijk. Hij kwinkeleert er nog dagelijks vrolijk op los. Van een periode van rui is (nog) niets te merken, behalve dan dat hij nu vier of vijf staartveren heeft verloren.
Vanavond gaan we in de stad eten. Morgen waarschijnlijk weer verder, het doel is de eveneens oude stad Nessebar aan de noordzijde van de baai van Burgas. Daarna is het nog 40 mijl naar Varna, waar vandaan Bas in de nacht van maandag op dinsdag terugvliegt naar Holland. Terug naar boven |
|
Sozopol (3) Bas en de Macedonische Manuela in het authentieke Bulgaarse restaurant Donderdag 06-08-2009
Nee, vandaag zijn we toch niet naar Nessebar gevaren. Dat is niet zozeer vanwege het weer, hoewel de wind tegen zou staan en er een redelijk vervelende zeegang is, maar omdat - eh, nou ja - omdat we gisterenavond wel een heel erg vrolijke avond hadden. The day after is rather heavy...
Gisteravond lopen we naar de oude stad. Op het plein staat een bestelwagen waar men een gratis HIV-test kan doen. In alle openheid, desondanks wordt er wel gebruik van gemaakt. Opmerkelijk. Er staat ook een kapel van de Bulgaarse marine aanstekelijke blaasmuziek te spelen. We lopen tegen een meisje aan, dat voortreffelijk Engels spreekt, en dat kaartjes uitdeelt voor een restaurantje in een van de achterstraatjes. Authentic Bulgarian food, zegt het kaartje. Er zit een bon bij voor een gratis consumptie. Ach, waarom niet? Maar eerst drinken we een ouzo en Bas een biertje in de comfortabele leunstoelen van een terras in de hoofdstraat. Naar de voorbij slenterende mensen kijken en er commentaar op geven. Geleidelijk aan raken we met Bas in gesprek over vroeger, de jaren van voor en na mijn scheiding. Misverstanden worden uit de weg geruimd, het is een goed en verhelderend gesprek, beter laat dan nooit. Geweldig dat dat nu mogelijk is. Daarna zoeken we het meisje van het authentieke Bulgaarse restaurant op. Ze loopt met ons mee de wirwar van straatjes in. Van het binnenplaatsje van een achteraf gelegen huis klinkt vrolijke muziek. Er is een fraai etablissementje ingericht met kleurige doeken aan de wanden en wat eenvoudige tafeltjes, waarvan er precies nog één vrij is. Het meisje komt bij ons zitten (foto hierboven), ze heet Manuela, komt uit Macedonië en heeft in Antwerpen iets als politicologie en Europese studies gedaan. Wat doet ze hier in Sozopol? Geld verdienen tijdens het vakantieseizoen. Nou ja, ik zei het al, het wordt een lange, vrolijke avond en de Bulgaarse keuken is de moeite meer dan waard (nog 2 foto´s hier) Op de terug weg komen we langs het stalletje van een houtsnijder. Er staan mooie houtgesneden iconen van orthodoxe heiligen en na een succesvolle onderhandeling over de prijs met de kunstenaar, die Дimo Koshnicharov heet, nemen we een icoon mee, die de kerkvader Basileus van Caesarea uit de 4e eeuw voorstelt. Heilig verklaard binnen zowel de katholieke als de orthodoxe kerk. Hij is een belangrijke figuur in het boek "The Closing of the Western Mind" van Charles Freeman, dat ik bijna uit heb. Vanochtend krijgt Basileus, die hier overigens Vassili wordt genoemd, een mooie zeevaste plaats aan de wand onder de klokken en naast de oude weerkaartenprinter (foto hier) En Bas? Bas gaat met Manuela en haar vrienden het nachtleven van Sozopol verkennen. Om vier uur keert hij aan boord terug.
Vandaag recuperen we dus. Morgen zijn we er wel weer bovenop en zullen we waarschijnlijk verder varen. Terug naar boven |
|
Nessebar Dulce afgemeerd in Nessebar Vrijdag 07-08-2009
De avond is klam. De hemel is inmiddels zwaar bewolkt geraakt. Er zit veel vocht in de lucht en het lijkt alsof we onweer krijgen. Een enkele keer weerlicht het en daar blijft het verder bij. Vandaag schijnt de zon weer en de lucht is beduidend droger. We zitten wat te dubben: vertrekken of niet? Er is niet veel wind, N 3, precies op de kop als we de Baai van Burgas willen oversteken, maar er is wel een forse zeegang. Uiteindelijk hakken we tegen het middaguur de knoop door - het valt misschien intussen wel mee - en maken los. In de haven hijsen we het grootzeil met een rif, als steunzeil. Buitengaats staat NNO 3 en inderdaad toch een flinke swell uit het noordoosten, maar het steunzeil beperkt het slingeren van de boot voldoende. We passeren de kaap van Chernomorets, hier begint de Baai van Burgas. Middenin ligt een grote rotonde van het TSS (Traffic Separation Scheme) voor de zeehaven van de stad. Ik passer het aan de westkant zodat ik de traffic lane recht over kan steken. Scheepvaart is er overigens niet, verderop liggen drie zeeschepen achter hun anker. Daarna mik ik op de BYB (Black-Yellow-Black) oostkardinale boei die de Stavro Banka aangeeft, een ondiepte die je oostelijk moet passeren. Daar zijn we het TSS uit. Een hele tijd zie ik de boei niet, maar hij ligt er wel degelijk, blijkt als we dichterbij komen en de dieptemeter begint op te lopen. Daarna opletten voor de Krystova Banka en het Pomoriyski Rif. Daarachter ligt het schiereiland van Pomorie met allemaal hotels en stranden. Dat was al duizenden jaren een badplaats vanwege de geneeskrachtige modder, die men aantrof in het zoutmeer Pomoriysko Ezero. De oude Grieken noemden deze plaats Anhialo. Het rif steekt nauwelijks boven water uit, maar er staat een groot stenen baken op. De rit is verder weliswaar hobbelig maar niet spectaculair. Op anderhalve mijl van Nessebar passeren we zeilwedstrijden, een van Piraatjes en een van surfers. Op de Navtex waarschuwt Varna Radio voor squalls, korte heftige regen- en onweersbuien met harde windstoten. Inderdaad betrekt de hemel in het noordwesten snel maar we zijn een kwartier later in de haven en strijken het zeil achter de golfbreker, waar het water rustig is. Op een nieuwe steiger langs een restaurant in Main Harbour kunnen we langszij, gebaart een jongeman. Dat doen we. Een bijdehand ogend meisje komt vertellen dat het liggeld 40 euro per nacht is. Nou, dat is flink aan de prijs maar er is walstroom, electra en draadloos WiFi en het ziet er wel gezellig uit dus vooruit (foto hierbij) Nog geen uur later breekt het onweer los met regen en wat windstootjes; het valt allemaal erg mee en het is snel over.
Nessebar is een oude ommuurde stad, strategisch gelegen op een eilandje dat met een dam is verbonden aan het vasteland. De vestingmuren werden gebouwd en uitgebouwd door Grieken, Romeinen, Byzantijnen en Ottomanen. Het is altijd een belangrijke haven geweest en nu is het een populaire vakantiebestemming. In 1983 werd het geplaatst op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. De haven zou vaak vol zijn. Dat valt dus wel mee. Vlakbij is Sunny Beach, het meest drukke toeristenstrand van de Bulgaarse kust. We blijven hier elk geval tot zondag.
Eind van de middag is het toch nog niet over met het mindere weer. Het regent en om ons heen hangen ettelijke onweersbuien. Hoeveel maanden hebben we nauwelijks of geen regen gehad? Op het havenkantoor vertelt hetzelfde bijdehande meisje dat er volgend jaar een marina met 400 ligplaatsen wordt gebouwd. Die heet dan (verrassend) Marina Nessebar, kijk maar naar de plaatjes. En verder zegt ze, terwijl ze me een hand geeft, is alles hier: supermarkets, banken, restaurants, bars en dancings, wat je maar wil. Terug naar boven |
|
Nessebar (2) We zitten uren op een terras naar de voorbij drommende toeristen te kijken Zaterdag 08-08-2009
Gisteravond eten we uitstekend aan de haven met uitzicht op ons scheepje (foto hier) Vaak vind ik dat de leukste plek om te eten, als je de hele tijd lekker bewonderend naar je bootje kunt staren. Het is uiteindelijk weer droog geworden. We eten lekkere mosselen auf Nessebarischer Hausfrauenart (stond zo op de kaart), gebakken inktvisringen en een kipschotel met kaas auf Bulgarischen Art. Overigens prima rode wijn, helaas heb ik de naam niet genoteerd. Later lopen we door de straatjes van oud Nessebar en drinken nog wat op een druk bevolkt terras. Vroeger konden Bas en ik altijd gierend van de lach prachtige oneliners en gezegden bedenken. Dat lukt nu ook, tenminste als je deze leuk vindt, het geeft niet als je het niet snapt, maar wij liggen erom plat van het lachen:
"Een huis is de plek
waar je stofwisselt,
uit het raam kijkt en waar je
steeds weer naar terugkirrt"
Bij het verlaten van de stad staat er een doedelzakspeler op de oude muren. De man kan het erg goed en het is een genot naar hem te luisteren (foto hier) We slapen slecht door de zachte maar hardnekkige swell die de havcen inloopt. Niets aan te doen. Tegen de ochtend, als het haast niet meer hoeft, vallen we in een diepe slaap en we zijn laat op.
Vandaag nemen we het er maar weer van. Luieren en lezen. Eind van de middag bezoeken we de oude stad Nessebar. Ooit een ommuurde stad van een grote schoonheid met liefst 41 grote en kleine basilieken, die je er allemaal meer of minder als ruïnes terugvindt. Alles is echter volledig verpest door souvenirwinkels, luidruchtige bars en restaurants en wat dies meer zij. Er lopen duizenden toeristen rond. Dan is Tzarevo heel wat authentieker. We zitten een paar uur op zo´n terras naar de voorbij drommende menigten te kijken (foto hierboven, een andere hier) Zoveel mensen en er is er geen een die je kent. Afhankelijk van wind en zeegang gaan we morgen naar Varna (45 mijl) of blijven. In het laatste geval zullen we Bas maandagavond vanaf hier met een huurauto naar het vliegveld van Varna brengen. We eten aan boord een lekkere pasta die Ans klaarmaakte. Buiten is het luidruchtig. Zingende, schreeuwende en lallende mensen. Het is zaterdagavond. Niet erg dichtbij, gelukkig. Terug naar boven |
|
Varna Knokken tegen de wind rond kaap Emine Zondag 09-08-2009
Wat een onrustige nacht! Op een groot motorjacht aan de andere steiger is een feestje. De polyester romp werkt als een enorme klankkast. Loeiharde BOENKE-BOENK muziek houdt ons uit de slaap tot vanochtend zeven uur. Om halfacht begint het personeel het restaaurant naast ons schoon te maken, met muziek erbij. Verrassend genoeg is dat de 5e Symfonie van Beethoven. De wind is Noord 4 en Radio Varna verwacht N tot NO 3 - 5, in de loop van de middag ruimend naar NO en O 2 - 4. We besluiten naar Varna te gaan, hopelijk kunnen we een deel van het traject zeilen. Echter, er is niemand op het havenkantoor, maar we kunnen afrekenen bij Krysztov, de bewaker. Hij is zó geroerd door dit evidente blijk van vertrouwen dat hij niet alleen een kwitantie maar ook een paar mooie zeeschelpen aan ons geeft.
Om half tien hijsen we in de haven het grootzeil met één rif en varen uit. Buitengaats stampt het aardig. We steken de baai van Nessebar schuin over. In de verte ligt het eindeloze strand van Sunny Beach, met een eveneens eindeloze rij hotels en vakantieresorts erlangs. Hoe dichter we tegen de zeegang in de hoge kaap Nos Emine naderen, hoe harder de zeegang en de wind. De kaap staat bekend als de meest winderige kaap van Bulgarije en we moeten hard knokken om erlangs te komen, want het waait er NNO 6 - 7 (zie foto hierboven) We krijgen veel buiswater over het dek, af en toe hele golven. Gelukkig zit alles goed vast. In de luwte van de kaap probeert een catamaran erlangs te komen, maar hij keert snel terug als hij in het wilde water komt. De kaap zelf is hoog en steil met een gelaagde structuur, het is het eindpunt van het Stara Planina gebergte. Op de top staat een vuurtorentje (foto hier) Na de ronding worden wind en zee geleidelijk rustiger. We varen net buiten de TSS shipping lane naar het noorden. Langs deze kust zijn geen havens tot Varna, met uitzondering van het dichtslibbende haventje van Byala. Om 12 uur kruipt Bas uit zijn kooi. De wind begint dan te ruimen naar Oost 4 en we rollen de genua uit, stoppen de motor en zeilen maar! Uur na uur verglijdt en we rijden vlot over de forse golven heen. De bergen zijn dicht bebost en ervoor liggen maagdelijk witte zandstranden. Slechts op een paar plaatsen is een inham met een hotel, daar is het strand flink bezet met badgasten. Bij Kamchiya is de kust over een aantal kilometers plat met donkergroene bossen. Hier mondt een riviertje uit en volgens onze pilot liggen hier banken voor de kust. Het is een oud moerasgebied dat ontstond toen het landijs zich na de laatste IJstijd terugtrok en waar dichte tropische wouden met steltwortelbomen alles overwoekerden. Het gebied is beschermd. De wind ruimt verder en neemt wat af, maar zolang we nog 4 tot 5 knopen varen is er niks aan de hand. Rond 16 uur naderen we kaap Galata. Ervoor liggen op de rede van Varna zes zeeschepen voor anker (foto hier) In de Varneska Zaliv zien we ettelijke marineschepen en een onderzeeër liggen. Omdat de zeegang recht naar binnen staat schuiven we voorzichtig achter de golfbreker om in de luwte het grootzeil te strijken. In het piepkleine haventje is geen plaats, maar we kunnen aan de zuidkant van de pier afmeren naast een Duits jacht van mensen, die ermee de Donau zijn afgezakt. Tja, dat kan ook, dan kom je van de andere kant. Terug naar boven |
|
Varna (2) Dulce bij de pijl op zijn nieuwe plek in het jachthaventje van Varna Maandag 10-08-2009
We hebben een gezellige avond met andere boaters uit de VS en uit Honkong (!) bij onze Duitse buurman in de kuip. Vanochtend worden we ruw uit bed geschud. De boot gaat als en waanzinnige tekeer en rukt wild aan de lijnen. Het is duidelijk dat de werkdag in de zeehaven achter ons is aangebroken en dat dat veel golven veroorzaakt en het is ook duidelijk dat onze plek hier niet goed is. Een van de grote bolle stootwillen is zelfs losgerukt en drijft langzaam weg. Ik ga snel te water om hem op te halen en daarna verhalen we onze boot de kleine jachthaven in, naast een Bulgaarse Bavaria. Daar is het beduidend rustiger (foto hierboven en een hier)
Vandaag bezoeken we Varna. De derde stad van Bulgarije en de belangrijkste zeehaven. Een stad met duidelijke allure, vinden we, met mooie pleinen en fraaie parken. We bezoeken de grote kathedraal, die de merkwaardige naam Dormition of the Teotokus draagt (3 foto´s hier) en in 1884-6 gebouwd werd naar het model van de kathedraal van Sint Petersburg. We stuiten op oude Romeinse thermen (foto hier) uit de 2e eeuw, een van de grootste in Europa. De stad is levendig en vol jonge mensen. Twintig procent van de bevolking zou bestaan uit studenten. We zien ook een mooi concert- en theatergebouw, het Stoyan Bachvarov theater uit 1921 (foto hier) en een drukke markt met souvenirs, kitsch en andere meuk. We ergeren ons weer eens aan de erg opdringerige verkopers. Maar Bas vindt er toch maar een fraaie waterpijp voor een uiterst betaalbare prijs. Nu hebben allebei mijn zoons een waterpijp. Een ander opmerkelijk punt van Varna is dat de stad van 1949 tot 1956 Stalin heette, ter ere van de Russische dictator. Na de onthullende rede van Chroestjov op het 20e congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie heette het alweer snel Varna. Er zijn veel bedelaars, veel meer dan in Istanboel, blinden en mensen die een of meer ledematen missen en gewoon op straat liggen en trachten met het tonen van hun gebrek geld te maken. Vrouwtjes die langs de straat zitten naast een meegebrachte weegschaal, waar je je voor een kwartje kunt wegen (foto hier) We hebben er een tijd op een terras naar zitten kijken en zagen niemand die zich liet wegen. We passeren een enorme betonnen hotelkolos uit de communistische tijd, Hotel Black Sea, met casino en nachtclubs. Door een schitterend park langs het strand, de Sea Garden, lopen we terug. In het park is het legermuseum. Langs ons pad staat een antieke onderzeeër, de Draski, die in 1912 een Turkse kruiser tot zinken zou hebben gebracht.
Straks gaan we ergens bij het strand eten. Bas heeft zijn koffer al gepakt. Daarna zullen we een taxi naar het vliegveld nemen, waar hij om 01.40 uur lokale tijd vertrekt. Terug naar boven |
|
Varna (3) Jachthaventje van Varna. Rechts Dulce en daarnaast zie je de hoge zeewering. Het blauwe gebouw op de achtergond is het havenkantoor Dinsdag 11-08-2009
Vannacht hebben we Bas naar het vliegveld gebracht. Om 6 uur vanochtend piepte zijn SMS´je binnen; hij was goed op Schiphol aangekomen en wachtte op de trein naar Almelo, waar hij zou worden afgehaald (Bas woont bij zijn moeder, vlak over de grens in het Duitse Quendorf) Later vandaag meldt hij telefonisch dat hij ook daar goed is aangekomen. Het is opeens leeg zonder hem en ik kan mijn draai vandaag niet zo goed vinden. Er is ook weinig te melden. Schoonmaken, wassen, boodschappen, watertanks aftoppen, administratie en internetbankieren. Vandaag krijgen we walstroom, de security man heeft een sleutel van een kast met aansluitingen. We zijn eigenlijk, hoewel het erg gezellig was, wel vermoeid geraakt door al die weken bezoek. Ik slenter op mijn eentje door de stad, op zoek naar levensmiddelen, groente en fruit. Niet alles is voorhanden maar het is allemaal spotgoedkoop. De straten zijn stoffig en zijn net als de meeste huizen slecht onderhouden. De hele stad lijkt ook wel vermoeid. Enfin, de wind lijkt de komende dagen uit zuidelijker richtingen te gaan waaien. Morgen willen we naar Baltchik varen. Terug naar boven |
|
Balchik Dulce in de haven van Balchik. Boven het stadje de witte klifwanden van kalksteen Woensdag 12-08-2009
Vroeg naar bed gegaan, gisteravond. Goed geslapen. We hadden allebei een dip, gister. Vanmorgen schijnt de zon uitbundig. Dat deed hij gister ook zo maar het is net alsof het ons toen niks deed. Vandaag wel. De wind is OZO 3. We zetten om half tien zeil in de haven en kruisen aan de wind de Golf van Varna uit. Na een slag naar zuidoost is kaap Sveti Georgi bezeild. Twee sleepboten slepen een grote tweemaster binnen. De wind "twirret" af en toe. Dat is Fries en betekent - meen ik - dat hij warrelig is. Om 11 uur passeren we de kaap en kunnen iets ruimer varen. Opnieuw bestaat de kust uit ellenlange zandstranden vol badgasten met een onafzienbare rij hotels erachter. Na een goede acht mijl is de wind helemaal weg en moet de motor aan. De koers is 30° en we moeten goed letten op een BYB oostkardinale boei, die bij een verzameling ondiepe rotspunten ligt. Het is geen probleem en de haven van Balchik - the city with the white cliffs - is al goed te zien. Dit gebied was vroeger, voor 1940, in Roemeens bezit en heette toen Dobrudza. Iets naar het westen zien we ook Tenka Yava ("Rustig nestje") liggen, het mini-zomerpaleisje mét minaret liggen, dat de even aantrekkelijke als romantische koningin Marie van Roemenië hier in de jaren ´20 van de vorige eeuw liet bouwen voor haarzelf en haar Turkse minnaar. Zij was de kleindochter van de Britse koningin Victoria. Toen ze naar Roemenië kwam zou ze gezegd hebben "Romania needs a face and I will be that face" Haar liefdesnestje schijnt omringd te zijn met fraaie botanische tuinen, dus misschien brengen we er nog een bezoek aan. Grappig is dat de Engelstalige Wikipedia niets over de romantische achtergrond van het kasteeltje meldt, zulks in tegenstelling tot de Duitse (onder Baltschik) De naam van die Turkse minnaar wordt nergens vermeld.
Om twee uur meren we af in de knusse marina van Balchik, aan een nieuwe ponton met een luxe vingersteiger, walstroom en water (foto hierboven) Er is zelf een bruikbaar draadloos WiFi-netwerk, zij het niet erg snel. Een jongeman neemt hulpvaardig onze touwtjes aan. Hij heeft erg veel hoofdpijn, zegt hij, vanwege een gezellige avond. Zijn Engels is daardoor wat moeizaam, maar als we vandaag of morgen even langskomen op het havenkantoor... Overigens is dit de laatste haven voor de Roemeense grens, je moet hier dus uitklaren, d.w.z. bij de grenspolitie het certificaat dat we in Tzarevo ontvingen inleveren. Maar zoals ik zei, we gaan hier eerst eens wat rondkijken. Terug naar boven |
|
Balchik (2) Ans majesteitelijk op een marmeren troon van koningin Marie van Roemenië Donderdag 13-08-2009
Gisteren tijdens de fraai invallende avond aan de havenrand lekker gegeten op een terras boven het water: vissoep, krabcocktail, gebakken paddestoelen en kippenlevers. Met een rode wijn van de Mavrud-druif, een lokale soort die we erg waarderen. De zon ging roserood onder over het roerloze water van de baai, de haven en de witte krijtrotsen, die direct achter de stad oprijzen. Ik snap wel dat koningin Marie van Roemenië in de twintiger jaren van de vorige eeuw op deze mooie omgeving viel. Zij was voor de geschiedenis van Roemenië overigens niet zonder betekenis, in tegenstelling tot haar man, koning Ferdinand I, die weinig achting genoot en aan wie ze een gloeiende hekel had. Tijdens de vredesonderhandelingen na de Eerste Wereldoorlog wist ze met list en charme te bereiken dat Roemenië een aantal belangrijkse gebiedsuitbreidingen verwierf, zoals Transsylvanië, de Banaat en Bessarabië.
Vanochtend zet ik de vouwfietsjes in elkaar en fietsen we langs het drukbezette strand naar haar kasteel. Ver is het niet, maar het kasteeltje met zijn typische minaret en de uitgestrekte botanische tuinen eromheen, zijn van een grote schoonheid. De foto hierboven toont Ans - tamelijk majesteitelijk zittend op een marmeren troon met leeuwenkoppen op de armleuningen, een troon die op het terras aan zee stond, waar de koningin graag op zat. Gisteren schreef ik dat de naam van de Turkse minnaar van de vorstin niet te vinden was. Maar misschien was het Prins Barbu Ştirbey, een Roemeense diplomaat en staatsman met wie ze een jarenlange liefdesrelatie had en die mogelijk de vader was van twee van haar dochters. Maar Ştirbey was géén Turk en hij werd door koning Carol II van Roemenië, de zoon van Marie, toen die in 1930 koning werd, het land uit gestuurd en verbleef tien jaar in Parijs. Daar overleefde hij een aantal aanslagen op zijn leven. De achtergrond daarvan ken ik niet. Marie overleed in 1938, dus het blijft raadselachtig wie die Turkse minnaar was. Twee jaar later, in 1940, voegde een bevooroordeeldDuits-Italiaans scheidsgerecht het gebied inclusief het kasteeltje toe aan het Nazi-gezinde Bulgarije. daarop volgde op de typische Balkanwijze van ethnic cleansing een gedwongen vertrek van de hele Roemeense bevolking en een intocht van Bulgaren van elders.
We dwalen uren door het complex rond. Steeds heb je prachtige uitzichten over zee. De tegen de helling liggende tuinen werden aangelegd door de tuinarchitect van de laatste Russische tsaar. Het is een merkwaardig allegaartje van vijvers, beekjes, waterlopen, bruggetjes (w.o. een Brug der Zuchten), een waterval, labyrinthjes, bloemperken, haagtunnels, gebouwtjes waar de prinsen en prinsessen met aanhang konden logeren, huisjes voor de hofhouding en de tuinman, prieeltjes, zitjes, enzovoorts. Het heeft een zeker Sprookjesbos-op-de-Efteling gehalte. Hier liep ze graag rond in de wijde, oosters aandoende kledij die ze bij voorkeur droeg, getuige de talrijke foto´s van haar die je overal tegenkomt. Ik maakte er veel foto´s, 7 daarvan vind je hier) In het paleisje zie ik een prent met een wolf in een winters landschap. Met felle ogen staart het dier je aan over een kille beek (foto hier) Merkwaardig, de prent hangt namelijk in de slaapkamer van de vorstin, aan een zijmuur in de ruime nis waar haar bed stond.
Verder is het hier leuk in Balchik. Het is weliswaar toeristisch maar lang niet zo druk en overstelpend als we elders langs de Bulgaarse kust tegenkwamen. We blijven nog een dag. En er liggen boeken die uit moeten. Terug naar boven |
|
Balchik (3) Detail van De Triomf van het Geloof van Filipinno Lippi, circa 1480. Thomas van Aquino houdt het ware geloof omhoog, een boek met de tekst SAPIENTIAM SAPIENTUM PERDAM (Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen) Vrijdag 14-08-2009
Vanochtend reken ik het liggeld af met de havenmeester. Omgerekend 30 euro per dag. Ik spreek af dat we morgenochtend eerst diesel komen tanken aan de bunkerkade. Daarna moeten we naar de overkant van de haven varen, naar de Port Police, om aldaar ons certificaat "Control Form for Pleasure Boat" in te leveren. Waarom eigenlijk, als we naar Roemenië varen blijven we toch in de Europese Unie?, vraag ik de havenmeester. Hij haalt zijn schouders op: "There is still not so much Europe in Bulgaria" En waarom moet ik speciaal naar de overkant varen en aanleggen bij hun bureau? Tja, dan kunnen ze zien dat u geen personen aan boord meesmokkelt. De volle omvang en betekenis van het Europese adagium van vrij verkeer van mensen, goederen en diensten is hier nog niet doorgedrongen. Overigens ligt er aan die kade al dagen een Nederlandse bulkcarrier te laden. Het is de IJsseldiep, onder de vlag van de Nederlandse Antillen.
Het is een windloze, warme dag (28°) Tijd om eindelijk eens wat boeken uit te lezen. Allereerst "The Closing of the Western Mind. The Rise of Faith and the Fall of Reason", een rijke monografie van de Britse historicus Charles Freeman (Vintage books, 2005) Op de omslag staat een detail uit het schilderij "De Triomf van het Geloof" van Filippino Lippi uit circa 1480 (zie hiernaast), waar je ziet dat de Dominicaanse theoloog Thomas van Aquino het ware geloof omhoog houdt. Op het boek in zijn hand staat de tekst "SAPIENTIAM SAPIENTUM PERDAM" ofwel "Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen" Uitvoerig beschrijft hij het ontstaan van het Christendom en de wijze waarop de staat, met name de Byzantijnse, en de kerk een alliantie aangingen in de verwachting er beiden kracht uit te putten. Daarvoor achtte men het nodig om zich af te zetten het heidendom en dwalingen binnen de kerk, en met name tegen de Griekse intellectuele traditie van filosofie en wetenschap. De kerkvaders en de Oost- en Westromeinse keizers eisten in de vroege eeuwen van het eerste millennium in navolging van de apostel Paulus niet minder dan een totaal afzien van onafhankelijk, intellectueel denken. Ook de heilige Basileus van Caesarea, wiens uit hout gesneden conterfeitsel sinds kort een wand in onze kajuit siert, schreef "Let us Christians prefer the simplicity of our faith to the demonstrations of human reason" Twee verbijsterende citaten:
"What purpose does knowledge serve - for as to knowledge of natural causes, what blessing is there for me if I should know where the Nile rises" (Lactantius, 4e eeuw. Hij was dan ook geen boer in het Nijldal)
"There is a certain heresy concerning eartquakes that they come not from God´s command but, it is thought, from the very nature of the elements... Paying no attention to God´s power, they (the heretics) presume to attribute the motions of force to elements of nature.........like certain foolish philosophers who, ascribing this to nature, know not the power of God" (Philastrius of Brescia, 4e eeuw)
Het gevolg was dat in Europa een eeuwenlange periode van intellectuele stagnatie en achteruitgang onderging, the Donkere Middeleeuwen, en dat de klassieke intellectuele traditie overleefde dankzij de Arabieren, die de werken van Aristoteles, Plato, Hippocrates, Galenus, Euclides en Ptolemaeus zorgvuldig bestudeerden en vertaalden - zonder dat dat als een bedreiging voor het Islamitisch geloof werd opgevat. Een aanrader, dit boek!
Ik heb ook nog verder gezocht naar de latere Turkse minnaar van koningin Marie van Roemenië en vond dat hij mogelijk Hasan heette, een scheepskapitein van 20 jaar oud. Marie was toen zelf zestig. Of die verhalen betrouwbaar zijn? Ik weet het niet. Ik vond ze hier.
Terug naar boven |
|
Mangalia, Roemenië We tanken bij de bunkerkade, omdat de slang niet erg lang is, liggen we wat vreemd afgemeerd Zaterdag 15-08-2009
We maken precies om half negen los en varen om de haven heen naar de bunkerkade. Geen havenmeester. Een jongen van de bewaking neemt de touwtjes aan. Hij zal hem bellen. Na een kwartier komt hij aanfietsen. Dat valt mee. De slang is niet erg lang, dus we moeten wat geïmproviseerd aanleggen. We tanken 194 liter voor omgerekend een euro per liter (foto hiernaast) Daarna varen we naar de hoge kade voor de zeeschepen om ons af te melden bij de port police. Ook daar wordt het snel geregeld. Een geuniformeerde dame neemt ons certificaat mee en knielt even later boven ons op de kaderand. Kunnen we beloven dat we geen verstekelingen, wapens en narcotica aan boord hebben? Dat kunnen we. Geen reden om langer te mopperen.
Om kwart voor tien hijsen we het grootzeil. Hoewel er slechts Oost 1 - 2 staat is er een redelijke zeegang uit het oosten, wat druk in het zeil is dus welkom. We motoren om een ondiepte heen - vroeger was dit een gebied waar veel Duitse zeemijnen lagen - en varen de 12 mijl naar de hoge kaap Kaliakra (foto hier) Er staan een aantal rijen windmolens. Volgens de overlevering zouden veertig Bulgaarse maagden hier vanaf zijn gesprongen om niet in handen van de Ottomaanse Turken te vallen. Een ander verhaal wil dat in de grotten onder de kaap de schatten van Lysimachus verstopt werden, een van de onderling vechtende opvolgers van Alexander de Grote. In dit gebied trof men tot voor een aantal jaren de zeer zeldzame Zwarte Zee zeehond aan (Monachus monachus) Sedert 2004 zou er geen meer zijn waargenomen en is hij - althans in de Zwarte Zee - waarschijnlijk uitgestorven. Na de kaap kan de genua erbij en kunnen we motorzeilen met ONO 2 - 3 net binnen de traffic lane. De kust bestaat uit hoge kliffen maar wordt geleidelijk lager. Om 14.00 uur passeren we kaap Shabla met een oude vuurtoren. Dit is de meest oostelijke punt van Bulgarije. Af en toe zijn er inhammen met witte stranden. We zien nogal veel kleine vissersbootjes en ook duikers. Die komen ondermeer voor de scheepswrakken die hier liggen, onder andere Russische onderzeeboten, waardoor een interessante zeeflora en -fauna is ontstaan. Tenslotte passeren we het dorpje Krapets, het laatste voor de grens, waar de oudste dodenstad (necropolis) van Europa te vinden zou zijn. (meer dan 7000 jaar oud) Je kunt er echter niet beschut ankeren. Om 15.30 uur zijn we bij de grens met Roemenië en wissel ik de gastenvlaggetjes. Er zou een YB boei moeten liggen, maar die is er niet. Wel volgt een drukbezet strand en een uurtje later laten we het zeil vallen in de ruime voorhaven van Mangalia. In de binnenhaven liggen een handjevol jachten aan splinternieuwe jachtsteigers langs de stadskade met vingerpontons, electra en water. Daarachter een rij van de typische vuilgrijze flats uit het tijdperk van het arbeidersparadijs van de voormalige conducator Ceauscescu. De havenmeester neemt de lijntjes aan en heet ons welkom. De grenspolitie is ook vlot. Trots plaats ik ons scheepsstempel op zijn document. Er lopen veel mensen langs de kant. Naast de haven klinkt vanaf een groot podium snoeiharde live-muziek, er is een dit weekend een muziekfestival, wordt ons vertelt. (Dat was iets voor Bas geweest!) Terug naar boven |
|
Mangalia (2) Dulce aan de jachtsteiger in Mangalia. Oostblokflats op de achtergrond Zondag 16-08-2009
In het begin van de avond wordt het werkelijk erg druk op de wal. We blijken te zijn beland in het jaarlijkse Callatis Festival. We liggen een paar honderd meter van het drijvende podium. Er lopen en slenteren duizenden mensen rond, een deel bezoekt ook de steigers en loopt langs de boten. Het lijkt alsof op de Natte Hiswa hebben aangemeerd. Velen laten zich voor of naast onze en andere boten fotograferen. We zitten in de kuip met enige gène te kijken, maar iedereen is vriendelijk en vrolijk en het kan niet anders dan dat we straks met onze Dulce in tientallen Roemeense fotoalbums prijken. In de haven is een demonstratie van de (vrijwillige?) brandweer, die met tien dinghy´s snoeihard rondjes vaart zodat alle jachten liggen te steigeren aan de touwen. Gelukkig duurt de demonstratie niet lang. Na een paar uur komt er een man, kennelijk van de bewaking, die geleidelijk iedereen van de steiger weet te krijgen en daarna voor het hek gaat staan. Tegen elf uur is het festival nog in volle gang. Er wordt niet alleen populaire muziek gebracht. We horen ook wat opera-aria´s en er is een verkiezing - Miss Diaspora - van het mooiste Roemeense meisje dat in het buitenland woont. Ik weet het niet zeker maar ik geloof dat België won. Hier vind je meer over het festival en het programma. We slenteren door de enorme menigte over een kermis en langs de talloze terrassen en kramen. Hoewel we allebei geen liefhebber zijn van grote mensenmassa´s voelt het hier wel lekker om zo onbekend en anoniem in de menigte op te gaan. Ik herinner me datzelfde gevoel toen ik, een jaar of tien geleden, een afgeschreven maar nog goed functionele ambulance (het Beatrixziekenhuis had toen nog een eigen ambulancedienst) met een chauffeur en een tolk naar een ziekenhuis in de stad Iaşi in het oosten van Roemenië bracht. Ook toen liepen we in die stad en ook in de hoofdstad Boekarest, vanwaar we terugvlogen, in zulke menigten. Ik herinner me dat we na een nachtelijke treinreis op het centraal station van Boekarest aankwamen. Van mijn leven heb ik nog niet zo´n drukke mierenhoop gezien. Menigten horen bij dit land, geloof ik, en ik voelde me erin opgenomen alsof het zo hoorde. Nu weer, merkwaardig. In Turkije had je het ook wel, maar dat was anders, vreemder en minder vertrouwd. Als we eindelijk in bed liggen begint een groot knalfestijn. Vuurwerk. We komen er niet meer ons bed voor uit.
Ik heb nooit meer iets vernomen over die ambulance. Een Chevrolet, als ik me het goed herinner. We brachten hem naar een ziekenhuis voor traumatologie, op advies van een Nederlandse hulporganisatie. De rit zelf door Duitsland, Oostenrijk, dwars door de eindeloze steppes van Hongarije en over de Transsylvaanse bergen was schitterend. De ambulancechauffeur (heette ook Tom) en ik reden om beurten. Op de Duitse Autobahn kwamen we in een file terecht. Ik zat achter het stuur en ik kon die kans niet aan me voorbij laten gaan. Ik zette het zwaailicht aan (niet de sirene) en over de vluchtstrook reden we prinselijk langs de kilometerslange file tot aan de kop, waar een ongeval was en de politie vriendelijk wuifde dat we konden doorrijden. In Iaşi werden we ondergebracht in een zo´n naargeestig betonnen hotel die je overal in de oostblokstaten aantrof, even kolossaal als leeg. Om de ambulance ingevoerd en goedgekeurd te krijgen, moesten we steekpenningen betalen aan de douane. In het ziekenhuis zelf was het een grote, armoedige ellende. Op een of andere manier erger en meer ontluisterend eigenlijk dan ik jaren eerder in Afrika meemaakte. Een volstrekte afwezigheid van medijnen, hygiène en materiaal. Overvolle en vuile ziekenzalen. Zieken die met zijn tweeën in een bed lagen, of met zijn drieën in twee tegen elkaar geschoven bedden. De beelden staan me nog in de geest gegrift. Bij het schrijven van het bovenstaande herinner ik me ineens de naam van het ziekenhuis en ik google Spitalul Clinic de Urgente. Als ik de beelden zie, twijfel ik. Zo´n groot gebouw van staal, beton en glas als je op sommige foto´s ziet, was er toen niet. Maar ik twijfel niet meer als ik het adres zie: Str. General Berthelot 2. Dat klopt. Nu herinner ik me ook het oude gebouw dat je op de website ziet. En de onooglijke Eerste Hulp Post bij de ingang. Maar kennelijk is er nieuwbouw geweest. Ook de gruwelfoto´s die vrijelijk op de Internet-presentatie staan en moeten tonen wat ze allemaal niet kunnen, hebben iets vertrouwds. Zo zie voorlopig Nederlandse ziekenhuizen nog niet reclame maken. Een ambulance zie ik niet op de foto´s. Ach, tien jaar, hij zal wel uit roulatie zijn genomen.
Vandaag kuieren we opnieuw door het stadje. Bij een ATM pinnen we Roemeens geld (1 euro = 4,20 lei) Voor het gemak delen we alle prijzen door 4. Alles is spotgoedkoop. De levensstandaard is hier zichtbaar lager dan in Bulgarije, we hadden het min of meer gelijk verwacht. De straten zijn echter schoner. De Roemenen zijn kleiner, volkser en talrijker dan de Bulgaren. De vrouwen zijn minder mooi. We zien veel oude Dacia´s, de auto die hier gemaakt werd in de dagen van Ceauscescu ondersteund door Renault. Eén van de voorbeelden van de Franse invloed die er altijd in Roemenië was. In het stadje zijn de straten recht, kaal en saai, omzoomd door haveloze flats (zie hier) De Conducator hield daarvan. Toch is het met planten en bloembakken wat vrolijker gemaakt. Verderop zien we, haast verstopt achter flatgebouwen, een opgeknapte orthodoxe kerk (foto hier) Via het lange zandstrand (foto hier) lopen we terug. Het is er druk en winderig, niet onprettig met de felle zonneschijn van vandaag. Er staat een forse zeegang uit het noordwesten. Enfin, we zien morgen wel. Terug naar boven |
|
Mangalia (3) Interieur van de gerestaureerde Esmahan Sultan moskee in Mangalia Maandag 17-08-2009
Inderdaad, we zijn vandaag niet vertrokken. Niet alleen vanwege de wind, Noord 4 dus precies tegen, maar vooral vanwege de ongemakkelijke zeegang uit het noordwesten. Het zou een onaangenaam gestamp geweest zijn. Hopelijk is het morgen beter. Als je de weerkaartjes wil geloven, wordt het dat ook. Enfin, tijd om te klussen. Zoals de boot van buiten schrobben, het roet bij de uitlaat wegpoetsen, beginnende roestvlekken op de RVS-buizen wegpoetsen en de electrische lier uit elkaar halen en smeren met liervet. We gebruiken die lier vooral voor het hijsen van het grootzeil en de laatste keren kermde hij nogal. Ik gebruik voor het smeren een oude tandenborstel. Nu loopt hij weer lekker.
Daarna maken we een wandeling door de stad. In een schaduwrijk parkje ten zuiden van de binnenstad staat een gerestaureerde moskee, de Esmahan Sultan Moskee, gebouwd in 1753 door Esmahan, de dochter van de Ottomaanse sultan Selim II. Dankzij de omringende flatgebouwen is het windstil en warm in het parkje. Een verweerd mannetje zonder gebit maakt alsmaar zonderlinge buigingen voor ons. Hij verkoopt de toegangskaartjes à raison van 4 lei (1 euro), schuifelt voor ons uit het pad af en maakt met rammelende sleutels de deur open. Schoenen uit, gebaart hij, o ja, natuurlijk. Binnen hangt een stemmige, ingetogen atmosfeer. Een enorm rood kleed met abstracte patronen erin bedekt de hele ruimte. Er staat een mooie "preekstoel" voor de imam (foto hierboven) Boven ons is het balkon voor de vrouwen, afgeschermd door handgesneden, halfdoorzichtige houten panelen. Buiten lopen we langzaam door de tuin om de moskee heen. Er zijn talrijke oude islamitische graven, sommige met de typische tulbanden op de grafstenen (2 foto´s hier)
We lopen door het centrum met de rechte, brede avenueachtige straten naar het noorden. Onderweg ziet Ans een winkeltje met een heleboel leuke jurkjes. Ik zitten want dit kan wel even duren. Dat klopt, maar het resultaat is een vrolijk blauwgekleurd flodderjurkje dat ik nog wel eens voor de lens krijg. Zelf ontdek ik een mooie scanner voor weinig geld in een electronicazaak. Voor nog geen 60 euro koop ik een Epson Perfection V10. Een typisch instapmodel, meer heb ik niet nodig. Waarom? Af en toe wilde ik dat ik foto´s, folders en documenten kon scannen. Ons printertje is alleen maar een simpel printertje. Vandaar. (Zij een jurk en ik een scanner)
Verderop naar het noorden vinden we tussen de mega-hotels een veldje met de resten van de oude stad Kallatis, een Griekse kolonie uit de zesde eeuw voor onze jaartelling. Gesticht door mensen van de stad Herakleia Pontica (het tegenwoordige Ereğli aan de Turkse Zwarte Zee kust) Het enige dat er nog te zien is zijn wat rechthoekige resten van fortificaties tussen pijnbomen die zacht wiegen in de zeebries Op en om deze muren is vaak zwaar gevochten. Hier waar ik nu sta stierven mensen in de vele belegeringen van deze stad. Of bij de verdediging van deze zelfde muren. En nu lispelt de wind door het dorre gras. Niemand komt kijken, de toeristen liggen op hun handdoeken aan het strand. Ach, destijds was dit een belangrijke handelsstad die zijn eigen munten maakte. In 72 vChr. veroverden de Romeinen de stad en ondanks herhaalde invasies van barbaarse volken bleef het een stad van betekenis. Het brengt me op de vraag hoe het toch ook weer kwam dat de Roemenen een latijnse taal zijn blijven spreken, temidden van al die Slavische volken als Bulgaren, Serviërs en Russen? De provincie Dacia was door zijn grote vruchtbaarheid een strategisch onderdeel van het Romeinse Rijk, maar barbaarse volken brandschatten de regio vele malen en de lokale stammen vormden geen betrouwbare bondgenoten. De Romeinen stimuleerden daarom hun soldaten om zich er te vestigen na de militaire dienst en schonken ze grote stukken land om te bebouwen. Velen gaven daaraan gehoor en zo werd dit een latijns sprekend land. En bleef het. Maar minder dan tweeduizend jaar geleden waren dit de wallen van een bedrijvige havenstad. Er is nauwelijks iets van over dan de brokkelige, verweerde en zielige fundamenten van wat stadswallen waar ik nu op sta (foto hier) Een plaats waar mensen vochten op leven en dood. Wat dachten ze toen ze voor deze muren stierven? Had het enige nut of zin? Niemand werd er beter van en de geschiedenis van de mensheid gaat toch nog steeds maar door en het sterven is steeds massaler. Duurt het nog tweeduizend jaar voor er van deze nieuwe stad Mangalia niets meer over is? Het komt me op deze door weer en wind verweerde muren voor of het wel eens veel korter kon duren.
Onderweg doen we nog wat boodschappen en aan boord installeer ik het stuurprogramma voor de scanner. En hup, hij werkt prima. We rekenen het liggeld af met de havenmeester. Omgerekend € 50 voor drie nachten. De wind is immers naar het oosten geruimd. Als dat morgen zo blijft, kunnen we zeilen naar Constanţa, onze volgende bestemming. Terug naar boven |
|
Constanţa Het futuristische restaurant aan de jachtenkade in Port Tomis, Constanţa Dinsdag 18-08-2009
Om half tien vertrekken we bij zonnig weer en noordenwind Bf 2 - 3. Niet de beloofde oostenwind, dus. We motoren langs een lange, lage strand- en hotelkust. Erachter, in het achterland, hangt een vuilbruine waas. Industriegebieden, vermoedelijk. Na een uur komt er een kaal stuk met bruinoranje kliffen en verlaten stranden. Er is alleen een vissersdorpje zonder haven. De bootjes zijn op de kant getrokken. Overigens zijn er heel wat vissersbootjes op zee, kleine scheepjes met 2 tot 3 man aan boord. Je ziet ze nauwelijks in de zeegang. We zien dat twee mensen met hanggliders van de zandsteenkliffen springen. Ze cirkelen rustig rond op de thermiek, die boven het warme strand ontstaat. Dan naderen we de badplaats Costineştu met alweer talrijke hotelcomplexen en een afgeladen strand. Er ligt een donker schip tegen het strand, een wrak. Er zitten grote gaten in de romp en het is zwart geblakerd, alsof het in brand heeft gestaan. Het lijkt wel op een oorlogsschip (foto hier) Verderop ligt kaap Tuzla, een lage kaap met een vuurtoren en een andere mast naast elkaar. Er is een helikopter bezig met oefeningen, ze laten iemand aan een lijn in zee zakken. Na een keer of drie vinden ze het genoeg en vliegen weg. We varen ruim om de ondiepten voor de kaap heen. De wind is ingezakt naar NNO 2. Op de wal zijn nu graanvelden. Een boer op een tractor maakt enorme stofwolken, het veld is kurkdroog. Op VHF kanaal 16 komt de kustwacht van Sebastopol op de Krim ineens in met een PAN PAN PAN bericht in het Russisch en in het Engels: de scheepvaart wordt verzocht uit te kijken naar een zoekgeraakte catamaran. Hoever is Sebastopol eigenlijk? Ik meet het uit op de zeekaart: 220 mijl.
We naderen inmiddels de grote commerciële zeehaven van Constanţa. De strekdammen stekenen kilometers ver uit in zee. Het doet aan Zeebrugge denken. Erachter een woud van kranen, silo´s, gashouders en schoorstenen. Constanţa is de grote zeehaven van Roemenië en een belangrijke overslaghaven tussen Rusland, Azië en Europa. Ruwe olie uit Rusland en de Kaukasus wordt vanaf hier in pijpleidingen naar West Europa getransporteerd. Het is er dus erg druk, ik tel zomaar acht zeeschepen die in de buurt manoeuvreren terwijl er nog twee de brede havenuitgang uitvaren. We moeten er voorbij, noordelijk van de zeehaven is Port Tomis, de jachthaven. Voorzichtig zoeken we onze weg en de medewerking van de enorme gevaartes is perfect: twee gaan voor ons langs de haven in en het schip erachter, een zeesleper, verlegt zijn koers voldoende om achter ons langs te varen. In beginsel moet je zo lang mogelijk je eigen koers en snelheid houden, zodat ze geen twijfel hoeven te hebben over je bedoelingen. Pas als er echt een aanvaringskoers dreigt, moet je een duidelijke koerswijziging maken.
Om kwart over twee naderen we Port Tomis. De haven ligt tegen het stadscentrum van Constanţa aan. We zien een mooie skyline met een moskee en een basiliek met goudkleurige koepeldaken. Er liggen weinig schepen afgemeerd. We dobberen wat rond, in de hoop dat iemand van de haven ons een plek aanwijst. Inderdaad, een jongen komt uit het futuristische restaurant op de kade (zie foto hierboven) aanlopen en gebaart dat we langszij aan de kant kunnen liggen, naast een grote tweemaster. Als we erachter aanmeren, zien we dat het schip uit Moldavië komt. Ze voeren in het want niet alleen de Roemeense gastenvlag maar ook die van de Europese Unie. Ja, daar wil dat straatarme land graag bijhoren. Ik vraag me af of je er met de boot kunt komen, voor zover ik weet is de rivier de Dnjestr die langs de hoofdstad Chisinau stroomt, verzandt vanaf de Oekraïnse stad Belgorod-Dnevstrovskiy aan de lange lagune - noordelijk van de Donau-delta - waar de rivier in uitstroomt. Ik zal het eens vragen. Op de kade verschijnen twee officials in uniform. De Port Police. Een slanke dame komt aan boord om onze gegevens te noteren: paspoorten en eigendomsbewijs. De crewlist die ik onlangs maakte (en stempelde met het scheepsstempel) doet wonderen. Tenslotte mag ik ons stempel ook nog op haar document plaatsen. Haar mannelijke collega helpt Ans ondertussen met het opbinden van het grootzeil. Iedereen tevreden. Het water in de haven is smerig, overal drijven stront, flessen en zakken. Toch staan er mensen doodgemoedereerd te vissen. Het stinkt eigenlijk ook niet. Hoewel er bij de ingang van de kade een slagboom is met een wachthuisje, kan iedereen onbelemmerd binnen. Kinderen proberen met ons te praten en aan boord te klimmen. Het is duidelijk dat we de boel goed moeten afsluiten. We maken een middagdutje. Daarna vang ik met onze 18dBi Canopii antenne, net als in de andere havens onderweg, een voldoende krachtig onbeschermd WiFi draadloos netwerk op om de website bij te werken. Terug naar boven |
|
Constanţa (2) Langs de boulevard staat een prachtig Casino in art nouveau stijl, leeg en verwaarloosd Woensdag 19-08-2009
Vandaag wordt mijn oudste zoon Rommert 22 jaar. Vanavond zal ik hem bellen.
Na een laat ontbijt lopen we de haven uit en over een brede asfaltweg, die schuin omhoog leidt naar de stad Constanţa. Het is warm, boven de 30° Een ruime boulevard loopt vanaf hier terug naar de grote zeehaven, waar we gisteren langsvoeren. Langs de boulevard zijn parken met veel beelden in de beproefde sociaal-idealistische stijl en er zijn opmerkelijke bankjes. Opmerkelijk omdat sommige een eigen zonnescherm hebben (foto hier, waar je trouwens ook het alleraardigst flodderjurkje op ziet dat Ans eergisteren kocht) Op de mooiste plek op deze landtong boven zee staat een groot wit gebouw, het hoofdkwartier van de Roemeense marine. Ernaast rijst een kleine slanke vuurtoren op uit tijd dat de stadstaat Genua deze haven bezat (foto hier) Dacht ik, maar dat blijkt fout. De toren is pas gebouwd in 1860 in opdracht van een plaatselijke handelsfirma ter ere van de Genuese kooplieden, die de stad in de 13e eeuw frequenteerden. Kijk voor de rijke geschiedenis van deze stad op Constanţa. Verderop langs de kust stuiten we op een prachtig Casino in art nouveau stijl uit 1910. Het ziet uit over zee en over de haven verderop. Maar het is dicht en in slechte staat (zie foto hierboven) Daar zou toch een mooi hotel van te maken zijn! Dan komen we langs de Petrus en Paulus kathedraal, een orthodoxe basiliek. Ervoor liggen de resten van wat muren en straten, overblijfselen van het oude Romeinse Tomis. Erachter staat het paleis van de aartsbischop, de Roemeens-orthodoxe patriarch, uit 1925. De stad doet verder ontzettend verwaarloosd en afgeleefd aan. Veel mooie panden uit de 19e eeuw zien er haveloos en vervallen uit. Dichtgetimmerde ramen, ingetrapte deuren. Sommige zijn volledig in puin, alleen de muren staan nog overeind. Ooit was het een rijke, bloeiende handelsstad, maar na de WO II en de stagnatie van de tientallen jaren in het duivelsrijk van de conducator Nicolae Ceausescu is het een treurig zootje. De val van zijn bewind eind december 1989 en de daarop volgende executie van de Leeuw van de Karpaten en zijn echtgenote, het loeder Elena, herinner ik me nog van de onvergetelijke TV-beelden. En hoe een paar dagen eerder schrik en ongeloof op zijn gezicht verschenen toen hij opeens gewaar werd dat de menigte voor zijn paleis zich niet meer liet toespreken. De vele, vaak corrupte regeringen die erna kwamen, hebben nog weinig verbetering gebracht, lijkt het. We passeren een grote moskee, min of meer verstopt achter de karkassen van oude panden. Het is de grote Mahmudiye moskee uit 1910, gebouwd in opdracht van de Roemeense koning voor de vele Turkse moslims in deze streek. Vanaf de minaret zou je een schitterend uitzicht hebben over de stad en de haven, maar het is zo drukkend warm dat we van de beklimming af zien. Aan een stoffig plein vol geparkeerde auto´s en asfalt vol gaten, staat het Nationale Archeologisch Museum. Tussen de auto´s staat een standbeeld van de Roemeinse dichter Ovidius (Publius Ovidius Naso, foto hier) die door keizer Augustus in het jaar 8 van onze jaartelling naar Tomis werd verbannen. De reden van die verbanning is nooit opgehelderd. De inscriptie op de sokkel (foto hier) is de tekst van het grafschrift dat hij schreef (uit Tristia 3.3.73-76):
"Hic ego qui iaceo tenerorum lusor amorum
Ingenio perii, Naso poeta, meo.
At tibi qui transis, ne sit grave, quisquis amasti,
Dicere: Nasonis molliter ossa cubent"
Ofwel: "Hier lig ik, Naso, speelse dichter van de liefde
door mijn eigen dichttalent ten val gebracht.
O voorbijganger, hebt u ooit liefgehad, moge het dan niet teveel moeite zijn
te zeggen: beenderen van Naso, rust zacht"
(vertaling TZ)
Hij woonde hier tot zijn dood tien jaar later, vereenzaamd aan de rand van het Romeinse rijk tussen wat hij barbaren noemde, weggekwijnd van heimwee. Machthebbers zouden voorzichtiger met hun dichters moeten zijn. Hij werd begraven in het stadje Poiana ten noorden van Constanţa, dat in 1930 te zijner ere in Ovidiu werd omgedoopt en nu nog zo heet. Dichter bij het stadscentrum wordt het allemaal iets beter en fleuriger, er is meer geïnvesteerd in restauratie en er zijn meer winkels. We zijn op zoek naar waterkaarten en/of een pilot voor de Donau-delta en daartoe bezoeken we wat boekhandels. Maar verder dan een redelijk gedetaileerde autokaart - ironisch, want er zijn in de delta zelf geen wegen - komen we niet. Op het kantoortje van de havenmeester adviseert men om morgen eens langs te gaan bij de Autoritatea Navală in de zeehaven. Enfin, in elk geval staan er wat schetsen in "Cruise the Black Sea" van Doreen & Archie Annan (december 2001) die ik in Istanboel kocht. En natuurlijk kunnen we het ook nog in Sulina proberen, het haventje in de middelste arm van de Donau, die we willen opvaren. Het wachten is verder op gunstige wind voor de ruim 90 mijl naar Sulina. Terug naar boven |
|
Constanţa (3) De Donaudelta. De pijlen wijzen de drie hoofdtakken aan. De zuidelijke is bij zee dichtgeslibd. De middelste is de Sulina arm, die willen we invaren tot Tulcea en daarna via de noordelijke Chilia arm weer terug Donderdag 20-08-2009
We eten gisteravond in een paleisachtig decor: Hotel Palace RRT op een balkon dat over de haven uitkijkt. De zon gaat onder en kleurt de hemel roserood en lichtblauw. Het is de meest romantische plaats waar we tot dusver aten op deze reis. Stom dat ik mijn fotocamera niet bij me had, maar op hun website kun je er iets van zien. We eten gebakken inktvis en verrukkelijke mosselen in witte wijnsaus en het is spotgoedkoop.
Vandaag loop ik langs de boulevard naar het gebouw van de Autoritatea Navală (foto hier) bij de zeehaven, op zoek naar kaarten of een pilot voor de Donaudelta. In de enorme hal zit een beveiligingsman achter een hoge balie, die geen Engels spreekt. Eerlijk gezegd kom je in deze landen zelden of nooit iemand van security tegen die een vreemde taal spreekt. Vroeger kon je altijd taxichauffeur worden, als niks lukte, tegenwoordig kan je de beveiliging in. Gelukkig helpt een bezoeker die wel Engelstalig is. Hij luistert en neemt me vervolgens mee naar de 10e verdieping, de hoogste van het gebouw. Daar is het secretariaat van de directie - er zijn 10 deuren waar directeur op staat - en na wat zoeken diept de secretaresse een kloeke klapper en een boek op uit een kantoorkast. De Rutiera Dunării en de Porturile Dunărene uit 2003, samengesteld door Gheorge Iuraşcu, Eugen Huhulescu en Ion Ţigaret. Voor slechts 105 lei, omgerekend nog geen dertig euro. De klapper bevat gedetaileerde kaarten van de loop van de Donau, voor het deel op Roemeens grondgebied, en het boek bevat informatie en kaartjes van alle havens. Alle drie de hoofdtakken van de Donau, die door de delta naar zee lopen, staan erin: de zuidelijke Sfîntu Gheorghe arm (bij zee dichtgeslibd), de Sulina arm en de noordelijke Chilia arm, die de grens met de Oekraïne vormt (zie de afbeelding hierboven) Het is de laatst bijgewerkte versie. Oh.
Tevreden loop ik door haveloze straten van de stad terug. Een ervan, met verkrotte en deels ingestorte panden, is de Ovidius straat (foto hier) De grote Romeinse dichter had wel een mooiere straat verdiend. Ik stuit bij het gebouw van het archeologisch museum op de resten van het oude forum van het Romeinse Tomis, dat in vier terrassen tegen de heuvel was opgebouwd. Er is een groot mozaiek van liefst 2000 m² bewaard gebleven, dat voor bescherming overkapt is (foto hier) Hier staan ook Romeinse grafmonumenten uit de 2e tot de 4e eeuw (foto hier) met aandoenlijke teksten als:
"Perinthos, mijn echtgenoot, richtte dit altaar en stele op. En als je wilt weten, voorbijganger, wie en ik was en bij wie ik hoorde (luister): toen ik 13 was hield een jongeman van me, die ons waardig was; toen trouwde ik hem en droeg drie kinderen; eerst een zoon en toen twee dochters, die sprekend op me leken; tenslotte werd ik een vierde maal zwanger, hoewel dat niet had moeten gebeuren. Omdat het kind stierf en vlak daarop, ik ook. Ik verliet het licht van de zon toen ik dertig was. Ik, Cecilia Artemisia, lig hier. Mijn huis en echtgenoot is Perinthos. De naam van mijn zoon is Priscus en mijn dochter´s Hieronis; wat betreft Theodora, zij was nog kind in huis toen ik stierf. Mijn echtgenoot Perinthos leeft en rouwt om me met zwakke stem. Ook mijn goede vader schreit omdat ik hier lig. Ik heb hier ook mijn moeder Flavia Theodora bij me. Hier ligt ook de vader van mijn man Caecilius Priscus. Ik kwam in deze familie, maar helaas, ik stierf (Gegroet!) Een groet voor u wie u ook bent, u die (?) voorbij ons graf komt"
(vertaling TZ uit het Engels)
Zo zijn er meerdere. Ik las ze een voor een en had ze hier wel allemaal willen afdrukken, het is alsof je die mensen kende en alsof ze nog niet lang geleden stierven, zo actueel zijn die teksten. Ik loop verder en besluit toch de Mahmudiye moskee binnen te gaan. Binnen geeft een imam uitleg over de Koran aan een aantal oude mannen (foto hier) Daarna gaat hij voor in gebed. Later vertelt Ans dat ze het op de boot via de luidspreker op de minaret kon horen. Ik bestijg de minaret via een lange wenteltrap. Boven heb je inderdaad een magistraal uitzicht over stad en haven (foto hier) Beneden terug haal ik wat boodschappen in een supermarkt. Aan het eind van de middag reken ik de derde nacht af op het havenkantooor. Iedere keer moet daar een uitvoerig bestempeld en ondertekend contract voor worden opgesteld. Mocht de wind morgenochtend gunstig zijn en we tussen 4 en 5 uur vertrekken, dan moeten we - legt de dame op het kantoor me uit - eerst de havenmeester van de grote zeehaven op VHF 67 oproepen en vragen of hij langskomt. Komt hij niet, dan kunnen we weg maar niet alvorens eerst nog de Border Police in hun container verderop te hebben verwittigd. Ik haal verbaasd mijn wenkbrauwen op. "Yes, this is Romania", zegt ze verontschuldigend. Ans krijgt het iedere keer behoorlijk op haar heupen van dit malle gedoe. Terug naar boven |
|
Constanţa (4) Dulce aan de kade in Constantsa Vrijdag 21-08-2009
Een warme dag. De verhoopte en voorspelde weersverandering lijkt zich in de loop van de dag te voltrekken. Voor morgen en de komende dagen worden meer zuidoostelijke en zuidelijke winden verwacht op Passageweather. De tegenstaande, noordoostelijke zeegang is vandaag al aardig aan het afnemen. Op mijn electronische C-map kaartje van de Zwarte Zee zie ik dat in elk geval ook de noordelijke Chilia-arm van de Donau in detail is weergegeven. Ik zie ook dat het traditionele uitgang van deze arm bij het Oekraïense stadje Vylkova is verzandt en dat je een aftakking verder moet nemen om terug in de Zwarte Zee te geraken. Dat had ik gister ook al op Noonsite gelezen, in een bericht uit 2008 van zeiljacht Jack Tar. We toppen de watertanks af en slaan aan het eind van de middag nog wat voorraden in, ervan uitgaand dat er in de delta niet veel te krijgen is. Bovendien hopen we te kunnen ankeren op mooie, afgelegen plaatsen. Verder brengen we de dag luierend en lezend door. Morgen zullen we dus vroeg in de ochtend weggaan, tussen vier en vijf. Mogelijk laten verslagen van de komende dagen op zich wachten, ik reken er niet op dat we er Internetverbindingen vinden.
Na het eten hebben we een lang gesprek over heimwee. We hebben het allebei maar Ans heeft het erger dan ik. Hoe moeten we daarmee omgaan? Soms voelen we die verscheurende behoefte aan de mensen die je na staan, onze kinderen, die van haar en die van mij en haar moeder. Ik geloof niet dat we eruit kwamen en dat kan ook niet. Er bestaat geen straffeloos weggaan, net zo min als er ooit een straffeloos terugkeren bestaat. Het gaat er wel om dat we erover leren te praten, hoe moeilijk dat ook is. En dat we elkaar vasthouden en liefhebben. Na de afwas loop ik naar de container waar de Border Police in zit. Tegen een struise blonde stoot zeg ik dat we in de vroege ochtend zullen vertrekken, als de wind zo blijft. Ze zegt zometeen langs te komen en na tien minuten staat ze aan de boot met een formulier dat ik moet tekenen en stempelen met ons bootstempel. "You are free to leave now to Sulina", zegt ze stralend. Terug naar boven |
|
Sulina Na de invaart van de Sulina arm van de Donau varen we tussen kilometerslange strekdammen door
Zaterdag 22-08-2009
Gisteravond keek ik op de site van NRC/Handelsblad nog even het nieuws door. Op open zee heeft de Italiaanse kunstwacht opnieuw een boot met Afrikaanse migranten aangetroffen, afkomstig uit Tripoli, Libië. Kennelijk door de Italiaans/Libische blokkade geglipt. Het is het gebied waar we bijna een jaar geleden zelf zo´n afgeladen boot met wanhopige vluchtelingen tegenkwamen (zie hier) Maar nu waren tientallen mensen gestorven vanwege dorst en honger, na drie dagen onder de verzengende zon. De doden werden door de anderen overboord gezet. De overlevenden werden naar een eilandje in de buurt gebracht, ik neem aan naar Lampedusa. Het ergste is dat ze onderweg een aantal schepen tegenkwamen. Die voeren allemaal door zonder hulp in te roepen. Ongelooflijk.
Om 4 uur gaat de wekker. Het is aardedonker. Op VHF 67 roepen we de havenmeester van de zeehaven op. Hij belooft snel langs te komen en inderdaad, 5 minuten komen er twee mannen in een auto aanrijden. Ze geven vlot een formulier af, een clearance, die we aan de havenmeester van Sulina moeten geven. Wat een overbodige onzin, we verlaten Roemenië niet eens en de Europese Unie ook niet. Om 4.45 uur varen we uit bij nauwelijks wind, WZW 2. Er is wel een stevige, tuitelige zeegang. Het wieltje van het log zit weer vast, zie ik op het tridata schermpje. Opnieuw aangroei. Als ik de koers van 54 mijlen naar kaap Sfîintu Gheorghu, de zuidoosthoek van de Donaudelta, wil instellen zie ik tot mijn stomme verbazing dat onze boot er precies 180° omgekeerd in geprojecteerd is. We varen dus achteruit op het scherm. Hoe kan dat nou? Onze koers instellen gaat ook niet, die zou 325° moeten zijn maar het wordt op de stuurautomaat omgezet in 045° Uiterst merkwaardig. Ik zit te peinzen terwijl de zee geleidelijk rustiger wordt en de dageraad de oostelijke horizon rose kleurt (foto hier) Ans ligt onder een plaid op een kuipbank te slapen (foto hier) RTFM, zoals mijn maat Fons altijd zei, read the fucking manual! Ik duik in de map met handleidingen en geleidelijk kom ik erachter dat er niks met de kaartplotter mis is en ook niet met de GPS, maar dat de stuurautomaat zélf van slag is geraakt. Hij stuurt inderdaad consequent 180° verkeerd. Dat moet een kwestie van een veranderde instelling zijn. Misschien veroorzaakt door de magnetische anomalieën die hier veel voorkomen. Om dat te herstellen moet ik een zogenaamde Seatrial calibratie uitvoeren, dat is een calibratie die je normaal gesproken uitvoert als je met een schip voor de eerste keer gaat varen. Er zijn twee onderdelen. Eerst moet je langzame rondjes varen van ieder meer dan twee minuten. Het electronisch kompas bepaalt dan de deviatie, de kompasafwijking. Daarna doe je de alignement, het aanpassen van de koers op het electronisch kompas aan die op de GPS (de COG ofwel de course over ground) Dat is in dit geval de belangrijkste handeling. En verdraaid, het lukt en het schip vaart weer vooruit op het scherm van de kaartplotter en ik kan de koers instellen. Ik oogst met plezier de bewonderende blikken van mijn geliefde. Dat geeft de stimulans om meteen ook maar het logwieltje uit de bodem van het schip te trekken en schoon te krabben. Ook dat werkt daarna weer.
Het is ondertussen allang licht geworden. Terwijl de kust langzaam uit zicht verdwijnt, verstrijken de uren. De motor ronkt regelmatig. Wind nog steeds WZW 2. Om half tien zien we voor ons in de verte een aantal booreilanden opdoemen. Er komen steeds meer vervelende vliegen aan boord, we naderen duidelijk het moerasgebied van de Donaudelta. Ze zijn erg traag en gemakkelijk dood te staan. De zee is nu helemaal gekalmeerd. Rond half twaalf passeren we het dichtstbijzijnde booreiland op 2 mijl, de vurige tong van de affakkelingsvlam is goed te zien. Om ons heen scharrelen veel kleine meeuwen rond op en vlak boven het water. De onderkant van hun vleugels is zwart en de bovenkant wit, het kopje is gespikkeld of donker. Ik zoek ze in de vogelgids op en vind dat het dwergmeeuwtjes zijn. Om kwart voor een zien we schuin over bakboord op 5 mijl een lage kuststrook. Anderhalf uur later varen we langs de langwerpige zandbanken van de Sakalin eilanden. Er staat lage begroeiing op. De wind is ZW 2 en trekt aan naar een zwakke 3. Snel rollen we de genua uit, dat scheelt toch weer een halve knoop extra. Kaap Sfîintu Gheorghu ronden we om half drie. Hier mondt de zuidelijke hoofdtak van de Donau in zee uit, maar voor de ingang ligt een zanddrempel waar we niet overheen kunnen. Een uur later zakt de wind in, we rollen de genua in. Nieuwsgierig spiedt ik door de kijker naar de kustlijn, groen met een witte strook strand ervoor en één huis met een rood dak. Details zijn moeilijk te zien, de afstand is meer dan drie mijl. In de verte ontwaar ik een witte vuurtoren, dat moet de monding van de Sulina arm zijn. De watertemperatuur is 23°, ik had dat lager verwacht maar kennelijk is het uitstromende water van de Donau niet koud. De rivier zet hier enorme hoeveelheden erosiemateriaal af en ieder jaar verschuift de kust liefst 40 meter naar het oosten. Merkwaardig, de laatste mijlen zit de wind opeens weer in de noordoost hoek. Ik stuur recht naar de roodwitte uiterton en vanaf daar tussen twee paren rode en groene boeien door naar de ingang tussen de strekdammen (foto hier) De lichtopstanden zijn kromgebogen en al jaren stuk. Ik roep op VHF 16 Port Control Sulina op die me in keurig Engels permissie geeft binnen te varen. Bij de haven van Sulina moet ik me opnieuw melden. Het water golft behoorlijk, soms met draaikolken, de tegenstroom is 1,5 tot 2 knopen maar neemt af tot 1 knoop als we tussen de strekdammen zijn. Het is indrukwekkend; per slot varen we de langste rivier van Europa op (op de Wolga na) Vanaf hier zou je helemaal naar Rotterdam kunnen varen via het Rijn-Mail-Donau kanaal.
We motoren tussen de kilometerslange strekdammen door (foto hierboven) De diepte ligt tussen 10 en 12 meter. Deze invaart wordt immers ook door zeeschepen gebruikt. Ze kunnen een heel eind de Donau opvaren. Een uur later leggen we stroomopwaarts aan de kade van Sulina aan, voor een motorjacht uit Guernsey waar niemand aan boord is. Het is het enige jacht. De Donau afgezakt? Onder de hoge bomen op de kade heerst een gezellige drukte van slenterende toeristen. We zien zelfs een groep Japanners en ons schip wordt talloze malen gefotografeerd. Die komen hier met draagvleugelboten uit Tulcea, de eerste grotere Roemeense stad stroomopwaarts, want hier kun je alleen per boot komen. In de kruinen van de hoge acacia´s naast ons kwetteren honderden mussen. Onze Lord Byron staat inmiddels met zijn kooi onder de buiskap en kwinkeleert lustig met ze mee. Zijn ruiperiode is mild dit jaar, af en toe verliest hij een staartveer maar de lord blijft doorzingen, zij het iets minder luid. We drinken een glas wijn in de kuip, we hebben dertien uur gedaan over 92 mijl., een moyenne van 7 mijl per uur. Het verbaast me, kennelijk hebben we de hele dag toch ongeveer een halve knoop stroom mee gehad (met uitzondering van het laatste uur, uiteraard) De Border Police komt langs voor de paspoorten en een crew list en ik mag weer ons bootstempel plaatsen op een ondefineerbaar papier. Het zijn vriendelijke mannen net als de douane, die langskomt als we net willen gaan eten in het restaurant Marea Neagra tegenover de boot. Van hen krijgen we een document, Declaratia Provizilor de Bord/Captain´s declaration, waar ook ons bootstempel op moet, dat ik in Tulcea moet laten afstempelen als we de Chilia arm ingaan en dus naar de Oekraïne. Daar moet ik het aan de douane tonen. In het restaurant is een luidruchtige bruiloft aan de gang, het is eten ismatig maar spotgoedkoop. Alleen hebben ze geen rode wijn. Wel witte. Vooruit dan maar. Terug naar boven |
|
Sulina (2) Afgemeerd in Sulina. Stroomopwaarts vaart de Eemslift Christiaan uit Werkendam ons voorbij Zondag 23-08-2009
De bruiloft van gisteravond werd binnen in het restaurant gevierd. Dat is maar goed ook, want om zes uur worden we wakker van getrommel, gezang en geschreeuw. Het feest is kennelijk afgelopen. We slapen weer in, we hebben besloten om een dagje in de plattelandelijke rust van dit aangename dorpje te blijven. Tijdens het ontbijt glijdt een schaduw buiten de ramen voorbij. Het is een groot zeeschip dat langzaam en majestueus de rivier op vaart. Hij maakt nauwelijks golven. Dat is met al die voortdurend langsgierende motorbootjes wel anders. Op de spiegel lees ik Eemslift Christiaan, Werkendam. Snel maak ik wat foto´s (foto hiernaast en hier) Wel heb je ooit, denk je ver van huis te zijn....
We slenteren door het dorp. Het heeft ongeveer 5000 inwoners en strekt zich uit langs de rivierarm. De straten zijn ongeplaveid en zanderig. De lage huizen zijn traditioneel van hout, dat door de zon grijs verweerd is. De binnenplaatsjes zijn omheind tegen nieuwsgierige blikken. Binnen verbouwen de bewoners wat groente en fruit. Hoewel het dorp niet over land bereikbaar is, staan er toch wat auto´s. De meeste zijn stokoude stoffige Dacia´s. Vervoer gaat echter ook per paard en wagen. (Zie hier drie foto´s van straatbeelden) Niet alles is ouderwets. Vanmorgen kon ik moeiteloos een onbeveiligd draadloos WiFi-netwerk oppikken. Er is ook een mooie, orthodoxe basiliek (foto hier) Volgens het pilotboek van Nicky Allardice "Cruising Bulgaria and Romania" (Imray, 2007) werd deze kerk "visited by the Queen of the Netherlands in 1977 and she was appalled by the dilapidated state it was in" Dat moet dus Juliana geweest zijn, die in 1980 aftrad. Als ik het me goed herinner onderhielden Juliana & Bernard een merkwaardige vriendschap met de kleine, gestoorde conducator Ceauscescu en zijn loeder van een echtgenote. In elk geval werd de kerk na het bezoek meteen opgeknapt, aldus onze pilot.
De hele dag varen er bootjes voorbij. De meesten varen snel en storen zich er niet aan dat hun kielzog alle afgemeerde boten bij het leven doet stampen. Wat is dat toch dat maakt veel motorbootvaarders zich dermate asociaal gedragen? Enfin, ik heb lange lijnen gelegd dus schade doet het niet, maar het is wel onrustig. Af en toe kruipt er een zeeschip voorbij. Daar merk je nauwelijks iets van. Verder zijn er snelle hydrofoils, die op sprinkhanen lijken en die de verbinding met de stad Tulcea - 40 mijl stroomopwaarts - onderhouden en toeristen aan- en afvoeren. Ook die maken weinig golven, pas buiten het dorp maken ze vaart. Achter ons meert een ambulanceboot af. Hij komt een hoogzwangere vrouw halen. Hier een foto van onze Dulce afgemeerd aan de kade.
Dit verder rustige en rustieke dorp heeft eigenlijk pech gehad. In het jaar 950 was het al een Byzantijnse haven onder de naam Sellina. In de middeleeuwen was het een handelspost van de stadstaat Genua en later, nadat de rivierarm was uitgebaggerd, werd het een bloeiende vrijhandelshaven. Toen de schepen steeds groter werden verloor het zijn betekenis ten opzichte van Constanţa, helemaal toen de opening van het Constanţa-Cernavoda kanaal de route naar het achterland sterk verkortte. Het was tot WO II nog de zetel van de Internationale Donau Commissie (de Donau is een internationale vaarweg) maar die verhuisde na de oorlog naar Boedapest. Er woonden hier altijd veel Grieken tot ze in 1951 door de communisten werden weggejaagd. Zo stapelde tegenspoed zich op. De enige hoop is nu het toenemende toerisme en daar zullen we vanavond weer onze bescheiden bijdrage aan leveren door te gaan eten in het restaurant dat onze pilot aanbeveelt, Casa Coral, even verderop aan de kade. "An oasis in a low yellow buiding, good food and the best toilets on the Romanian Danube" (p. 88) Dat wil je natuurlijk niet missen. Morgen willen we verder de delta invaren. Terug naar boven |
|
Dunărea Veche (ankerplaats) Dulce voor anker bij een rietkraag in een oude arm van de Donau Maandag 24-08-2009
De toiletten van restaurant Casa Coral vinden we weliswaar schoon maar niet erg bijzonder (foto hier) Nicky Allardice was misschien niet veel gewend. De zeebaars die ze ons voorzetten was wél bijzonder. Zeer smakelijk.
Vanochtend vinden we twee veertjes in de kooi van Lord Byron. Er loopt een Duitse Jeanneau 54 DS binnen. Omdat ze aarzelen met aanmeren nodigen we ze naast ons uit, waar ze dankbaar gebruik van maken. Hans & Marion komen rechtstreeks uit Odessa, ze hebben vannacht doorgezeild. Later horen we hun verhalen over de onuitstaanbare, tijdrovende en kostbare bureaucratie in Oekraïne. Hoewel het land erg mooi is - ze waren ook op de Krim - konden ze op de duur niet meer tegen alle getraineer door de officials, die er vrijwel allemaal op uit zijn je zoveel mogelijk geld af te troggelen. Inderdaad, in een land met slecht bestuur probeert iedere karig betaalde functionaris een slaatje te slaan uit de rijke, westerse boaties. Hun verhalen maken dat we wel even aarzelen, zullen we er wel heengaan? Maar we moeten het toch zelf ondervinden, besluiten we. Hans & Marion geven ons reeksen waardevolle adviezen die we allemaal zorgvuldig noteren.
Om elf uur haal ik de clearance voor Sulina bij de havenmeester. Die vraagt er in elk geval geen geld voor en dat deden ze nergens in Roemenië. We varen om half twaalf stroomopwaarts de rivier op. De wind is NO 2 - 4. Even buiten Sulina zien we een bunkerboot aan de noordelijke wal, waar we de dieseltank aftoppen. In elk geval geen gebrek aan brandstof, voorlopig. We rollen de genua uit en met de motor zachtjes bij varen we het dorp uit. De oevers bestaan al gauw uit rietlanden en lage bosjes met hier en daar wat huisjes ertussen. Twee hydrofoils razen ons tegemoet uit de richting van Tulcea. Aan de oever staan om de zoveel meter de roerloze gestaltes van reigers, stemmig en mager als gereformeerde ouderlingen in het pak. Hier en daar foerageren groepjes dwergmeeuwtjes. Ook zijn er grote en kleine zilverreigers, smetteloos wit met geelgroene pooteinden. We speuren allebei met de kijkers onder de overhangende riethalmen. Ans ziet een tamelijk grote vuilbruine vogel langs de waterlijn scharrelen. In het vogelboek vinden we dat het een grauwe kiekendief moet zijn. In het water langs de kant zijn gele dotterbloemen met erachter ruisende treurwilgen. Zo glijden we langzaam voort. De rivier is duidelijk bebakend en doorgaans hebben we 9 tot 12 meter water onder de kiel. De tegenstroom is 0,5 tot 1 knoop. Van de andere kant nadert een grote zeesleper (foto hier), herkomst Split, staat achterop. Na ruim twee uur en 8,5 mijl komen we bij een aftakking naar het noorden. Het is de Dunărea Veche, een oude arm die door de kanalisatie van de Sulina arm niet meer gebruikt wordt door de scheepvaart. Hij slingert zich de rietvelden van de delta in. Het lijkt hier heel erg op de Biesbosch.
We draaien de genua weg en voorzichtig motoren we naar binnen. De eerste kwart mijl hebben we af en toe niet meer dan 40 cm onder de kiel, daarna wordt het dieper, 3 tot 6 meter. Onderweg zien we twee pelikanen, helaas vliegen ze op als we naderen, dus geen foto. Op een klein stukje hoger terrein grazen wat stiertjes, koeien en paarden. De stiertjes springen van schrik door elkaar als we langs varen. Na ruim twee mijl ankeren we in een bocht waar de rivier schuin naar het noordwesten buigt, naast een hoge rietkraag in de luwte van een groep treurwilgen in 4,5 meter water. Het anker houdt goed. Ik zet de motor uit en hijs de ankerbal. Wat een rust! (foto hierboven en hier)
De uren verglijden. De wind neemt af tot een zacht briesje. In de kuip, tegen de zon beschut door de bimini, genieten we van de rust om ons heen, slechts heel af en toe verstoord door een bootje. De wind ruist in de rietkraag en in de treurwilgen. Vlindertjes en witte zaadpluisjes dansen over het water. De bruine stroom murmelt zacht langs de boot. Soms klinkt het flopgeluid van een vis die opspringt uit het water om aan een roofvis te ontkomen. In een boomtop aan de overkant krast een roek. Langs de rietkraag zie ik opeens een helderblauw vogeltje in het water duiken. Een ijsvogeltje, warempel! Het is een klein paradijs, helemaal voor ons alleen. Als de avond langzaam valt scheurt er nog één ellendeling langs in een speedbootje, de hekgolven doen de rietkragen zwaaien. Een bescheiden maansikkeltje verschijnt in het westen, de avondhemel kleurt in roerend bloedrode tinten (foto hier) Langzaam, met trage vleugelslag wiekt een eenzame reiger voorbij. We horen in de verte een krekelkoor, of zijn het kikkers? Het wordt allengs donker en er verschijnen honderden muggen, die ons gek maken en tenslotte naar binnen de kajuit in dwingen.
In de nacht kijk ik af en toe even aan dek of alles in orde is. Dat is het. We liggen keurig op een meter of tien afstand langs de rietkraag. Het is zo stil dat zelfs het riet niet ruist. De muggen zijn weg. Ik hoor wat knorgeluiden die ik niet thuis kan brengen. De maan is weg, er is alleen het licht van myriaden sterren. Boven me strekt het enorme wentelwiel van de Melkweg zich uit, een spiraalsterrenstelsel op zijn kant gezien. Globaal loopt het van noordoost naar zuidwest. Ik zie een ster verschieten. Ik doe automatisch de wens die ik bij zo´n gelegenheid pleeg te doen (en die geheim is en altijd uitkomt) Terug naar boven |
|
Tulcea In Tulcea helpt George (rechts) bij het aanmeren naast de radarboot Republica, waar hij vroeger kapitein op was Dinsdag 25-08-2009
Na een rustige nacht slapen hieuwen we om kwart over negen het anker voor een zonovergoten dag op de rivier. We motoren de oude arm van de Donau uit. Nauwkeurig volg ik dezelfde route als op de heenweg. Op het Sulina kanaal is het Noord 3 en we zetten de genua erbij. Na een halfuur komt de Eemslift Christiaan ons tegemoet, weer onderweg naar zee. Op de zuidoever ligt Crişan, een langgerekt dorp met veel hotels, pensions, restaurants, een magazin mixt en twee bunkerboten. Verderop sluit de oude Donau-arm waar we in overnacht hebben, zich weer op het vaarwater aan. In de eerste helft van de vorige eeuw heeft men deze Donau-arm volledig gekanaliseerd en alle bochten van de meanderende rivierarm afgesneden. Het vaarwater is dus net zo saai als onze Maas, waar dat ook is gebeurd. Om 11.15 uur haalt ons een tanker in, de Gorgona uit Bridgetown (foto hier) De rivier wordt wat bochtiger. Soms zijn er diepe stroomgaten van meer dan 20 meter, waar het hard stroomt en kolkt. Op de oever liggen grote, bleke boomstronken. De begroeiing bestaat uit lage bosjes en hoge, wuivende populieren. Onder de bomen zien we veel kampeerders in kleine tenten langs de zandige oevers. Soms zien we steltwortelbomen, wondere groeisels die met grillig gevormde wortels in de stroom staan. Langs de oever zijn ook regelmatig kuddes paarden, koeien en varkens te zien. Op 22 mijl - vanaf zee staan de mijlen op bordjes langs de zuidwal aangegeven - is weer een dorp: Gorgova. Op een aantal electriciteitsmasten zijn ooievaarsnesten en warempel, aan de overkant zien we een ooievaar plechtig langs de waterlijn stappen (foto hier) Het wemelt sowieso van de vogels: talrijke roeken, eksters, witte ganzen met zwarte koppen, steltlopertjes, veel reigers en zilverreigers, diverse soorten meeuwen en veel zwaluwen. Vanaf Gorgova is men met subsidie van Europese Unie bezig met een langgerekt project om de noordoever te versterken, de rivier dreigt anders zijn koers te verleggen.
Zo motorzeilen we zachtjes uren door. In het zuidwesten worden we lage bergen gewaar. Later zien we ze ook voor ons en in het zuiden. We naderen het eind van de delta. Het is druk op het water met pleziervaart, sleepbootjes trekken drijvende hotels, speedbootjes, vissers, een paar duwbakken en regelmatig de snelle ferry´s. Mensen zwaaien naar ons en maken foto´s. Misschien komen hier niet vaak zeiljachten. De oevers raken steeds dichter bebost. Om 15.00 uur passeren we een dorp met de naam Partizani. Drie kwartier later komen we bij het bordje M34 bij de plek waar de brede Sfîntu Gheorghe arm afsplitst. De rivier is nu opeens enorm breed, het Sulina kanaal is eigenlijk erg smal. We naderen de grote stad Tulcea. Langs de zuidelijke oever lijkt een kilometerslang scheepskerkhof te liggen. Zoveel roest zie je zelden bij elkaar. Er is ook een post van de Politia de Frontiera. Ik zie mannen met kijkers, ze hebben ons al in de smiezen. Voor de stad langs maakt de rivier een scherpe bocht, hier ligt de stadskade vol met toeristenboten en drijvende restaurants. Langzaam motoren we erlangs, op zoek naar een plekje. Vanaf een radarboot die tot restaurant verbouwd is, wenkt een man. Een oudere man van onze leeftijd, schatten we. We kunnen aanmeren langs de grote omkasting van het schoepenrad (foto hierboven en een andere hier) Trots toont hij - hij stelt zich voor als George - het schip, waar hij ooit kapitein op was. Het is de Republica, gebouwd in 1882 in Linz (Oostenrijk) voor de marine van de Donau-monarchie. Ze zou in in 1916 veroverd zijn geweest, precies weet George het niet meer, en ze voer nog tot 2003 op de rivier. Vanzelfsprekend gaan we er vanavond eten. Terug naar boven |
|
Malyi Daller eiland (ankerplaats) Geankerd voor de nacht langs Malyi Daller eiland Woensdag 26-08-2009
Lekkere bouillabaisse en daarna kip als hoofdschotel in restaurant "Republica", de verbouwde radarboot uit 1903, waaraan we liggen aangemeerd. En een smakelijke rode Roemeense wijn, samengesteld uit vrijwel alle Franse druivenrassen die ik ken. Na het eten checkten we in bij de havenmeester en zeggen dat we morgen om negen uur komen uitklaren om naar het Oekraïense Izmayil te vertrekken. Hij kijkt me meewarig aan.
De volgende ochtend ben ik om negen uur terug en krijg een clearance permit. Daarna moet ik naar de grenspolitie, 500 meter verderop, en de douane. Van eerstgenoemde krijg ik een uitreisstempel op mijn crew list en van de laatste, een dame die zo goed is om naar het gebouw van de grenspolitie te komen, een Protocol for departure, dat zegt: "In the presence of the captain, owner, agent and the Harbour master´s agent, we inspected the ship for the departure bound for Izmail. We found seals no" en dan door iedereen ondertekend. Dat ik mijn bootstempel niet bij me had, zien ze door de vingers. Alles bijeen ben ik om 10 uur terug aan boord om afscheid te nemen van George. We maken een afscheidsfoto, bij welke gelegenheid Ans zijn kapiteinsjas en pet aan mag (2 foto´s hier) Ach en hij zou....misschien.....een kleine donatie....for helping you? Nou ja, vooruit, ik schuif hem een briefje van 50 lei in handen en daar is hij heel blij mee (€ 12,50) We varen eerst even een mijl terug, waar we een bunkerboot zagen, om de dieseltanks opnieuw af te toppen en nog een resterend deel van ons Roemeens geld kwijt te raken.
Om 11 uur zijn we dan eindelijk op weg. De overvolle kade en de hijskranen van Tulcea verdwijnen achter ons en al gauw varen we weer tussen dichtbeboste oevers. Na vier mijl stroomopwaarts komen we bij de splitsing, waar we stuurboord uit de grote Chilia arm van de Donau inslaan (foto hier) De oever aan de overkant is Oekraïne, deze tak vormt de grens. De Chilia arm voert ongeveer 60% van het water en de slib van de Donau af. Grote bruine wolken modder kolken door het water. Hij is niet gekanaliseerd zoals de Sulina arm en hij kronkelt met grote slingers door de delta. Aan de Oekraïnse zijde staan iedere paar kilometers verlaten wachttorens (foto hier) Dit was vroeger de grens van de Sovjet Unie. De oevers zijn zwaarbebost, aan de Roemeense kant liggen wat dorpjes verscholen achter dijken. Deze tak is ontegenzeggelijk veel mooier dan de Sulina arm. We hebben nu stroom mee, dus het gaat hard: af en toe klok ik 7,7 knopen over de grond. Een vrachtschip komt ons oplopen, het is de Dnepr 3 uit het Oekraïense Kherson dat inderdaad aan de rivier de Dnjepr ligt. Omdat ik niet precies weet hoe de vaargeul loopt - je vaart hier met een oog op de kaart en het andere op de dieptemeter - wacht ik hem op aan de buitenzijde van een rode boei (foto hier) Hij passeert en men zwaait naar ons vanaf de brug. Aan de Roemeense oever zien we kuddes schapen, bewaakt door jongetjes, op het smalle rivierstrand. Wat schapen daar moeten is ons niet duidelijk. Aan de dichtbegroeide Oekraïense zijde staat een dikke man te vissen. Verder is er daar niks te zien tot we achter de Dnepr 3 aan varend, in de verte de havenkranen en de vervallen industriecomplexen van de stad Izmayil zien. We zien een minaret (de stad ontleent zijn naam natuurlijk aan de Ottomaanse tijd) en diverse kerken met ieder een andere kleur koepels, groen, blauw en goud. De schrikverhalen over de bureaucraten van Izmayil die we te horen kregen maken het weinig aantrekkelijk er in te klaren. Leonard van Veldhoven, de auteur van "De Hellespont voorbij" (deel 3 van het scheepsjournaal van de Existence), is hier een paar jaar geleden weggevlucht. De meewarige blikken van de officials in Tulcea spraken ook boekdelen. Maar ook over de andere havens in Oekraïne gaan dergelijke horrorstories. Waarom doen ze zo moeilijk, vroeg ik de grenspolitie in Tulcea, zo willen er geen yachties meer heen en dan verdienen ze helemaal niks? Ze maken gewoon veel omslag en misbaar om je zoveel mogelijk geld uit de zak te kloppen, was het antwoord, de rest kan ze niet schelen.
Een paar mijl voor de stad vervang ik de Roemeense gastenvlag door die van Oekraïne. Ik hijs ook meteen de (gele) Q-vlag. We varen langs een kale, onaantrekkelijke kade met een al even kaal, onaantrekkelijk gebouw erachter. Er staat een klein, proper ogend kerkje naast (foto hier) Ervoor liggen wat lage pontons te blakeren in de zon. Er kijkt iemand uit een raam. Niemand reageert verder of wenkt dat we hier moeten aanmeren. We overleggen, het is pas twee uur, waarom varen we niet gewoon verder de Chilia arm af? We kunnen vast wel ergens ankeren. We zijn uitgeklaard uit Roemenië en nog niet ingeklaard in Roemenië, de Donau is een internationale waterweg dus zolang we de Q-vlag voeren en niet ergens aan land gaan kan niemand ons wat maken. Zo gezegd, zo gedaan, het is een opluchting verder te varen. We passeren dikke rijen roestige duwbakken, die op de stroom liggen te wachten. Op de kade worden er kolen uit uitgeladen, zien we. Ook liggen er twee zeeschepen voor anker, die de Panamese vlag voeren. Na een paar mijl (de oeverborden vermelden de afstanden hier overigens in kilometers, we kwamen bij Km 115 op deze rivierarm) zijn de beide oevers weer dicht bebost. De uren gaan voorbij en we genieten van de prachtige oevers en de steeds nieuwe vergezichten na de bochten. Nog steeds liggen er af en toe dikke rijen roestige duwbakken, sommige zijn geheel bezet met kolonies meeuwen. Ze zitten op rijen als scholieren in de klas. We zien verder grote aantallen zwarte kraaien. In een breder stuk van de rivier liggen tientallen opgelegde zeeschepen en nog veel meer opgelegde rivieraken. Gevolg van de economische recessie? Er ligt een vrachtschip met de naam van een havenstad in het noorden van Portugal op de boeg, Viana do Castelo, in Latijns en in kyrillisch schrift. Vreemd, wat is de geschiedenis van dit schip? En waarom heet het zo? Dan naderen we de eerste splitsing, de rivier splitst zich hier in drie tallen die eilanden omsluiten die allemaal Oekraïens grondgebied zijn. De grens loopt namelijk steeds over de zuidelijkste afsplitsing. We kiezen echter de middelste omdat die het breedst oogt en we rode en groene boeien in de verte zien. Die is in elk geval beboeid. Het eiland aan bakboord doet als een onbewoonde wildernis aan, maar na een uur passeren we toch een nederzetting met wat huisjes en tenten. De bewoners hebben de naam ervan, Tatapy (?) gevormd met witgeschilderde en tegen elkaar getimmerde boomstammetjes, op een hek aangebracht. Verder is er niets, zelfs geen kade. Het moet hier erg eenzaam wonen zijn. Tenslotte komen twee riviertakken weer samen om meteen weer uiteen te wijken. Ze omsluiten het eiland dat in het Oekraïens Malyi Daller eiland heet. Opnieuw kies ik de breedste tak, de noordelijke. Ook hier liggen boeien. Het is half vijf en we vinden het mooi voor vandaag. Voorzichtig ankeren we langs de modderige en oever in de luwte van dichte wilgenbosjes met berken en populieren erachter (foto hierboven en hier) Er staat 5 meter water en het anker houdt direct. De stroom trekt ons parallel aan de kant. Ik reken uit: we hebben 34 mijl op het log maar legden over de grond 53 mijl af. Veel stroom mee gehad.
Wat een rust, opnieuw. Toch hoort Ans iets van getimmer in het bos en ook gescharrel. Ik spring in het modderige water en zwem schuin tegen de stroom in naar de oever. De wal rijst onder water scherp omhoog, pas een halve meter voor de waterlijn kan ik opeens staan. Ik zak tot mijn enkels in de blubber, wat overigens niet onaangenaam voelt. In mijn blootje verken ik het smalle strookje strand en stel vast dat het struikgewas zó dicht is, dat ongewenst bezoek langs die kant niet erg waarschijnlijk is. Ans maakt er natuurlijk een foto van (zie hier) waar je niks op ziet. Morgen willen we de Chilia arm verder afvaren naar zee en zien we of we in de Oekraïense haven van Ust-Dunaysk kunnen overnachten, voor de oversteek naar Odessa. Terug naar boven |
|
Ust Dunaysk De haven van Ust-Dunaysk is dichtgeslibt en afgesloten met een duwbak. We ankeren erbij voor de nacht Donderdag 27-08-2009
Om negen uur halen we het anker op. Aan dek is het vochtig en er liggen de lijkjes van tienduizenden muggen. Verdronken in de dauw? Of ééndags muggen? De ankerketting - niet het anker zelf - zit vol met dikke blauwe klei. Geen wind, ONO 1. We varen langs het volgende eiland Bols´shoy Daller. Wie was dat? En wie was Malyi Daller? Geen Internet dus geen zoekmogelijkheid. De takken die rond beide eilanden stromen komen verderop weer samen. De riviertak is een paar mijl zo breed als bij ons de Merwede, dan splitst hij zich weer en vormt nieuwe eilanden. De zuidelijke tak is steeds de grens van Roemenië en de Oekraïne. We zien veel vissersbootjes op de rivier, kleine roeibootjes met twee man die netten uitzetten. Misschien zijn het Lipovani, telgen van het merkwaardige volkje dat al eeuwenlang in deze delta woont. Ooit woonden ze in Rusland aan de Wolga toen tsaar Peter de Grote de orthodoxe rituelen wilde moderniseren. De gelovigen moesten ondermeer hun baarden afscheren en trouw zweren aan de tsaar. De Lipovani weigerden, vluchten door de Oekraïne en vestigden zich in de Donau delta. Hun leider heette Philippus en ze zwoeren de militaire dienstplicht af, het huwelijk en het priesterdom. Ze leven hier nog steeds, ongeveer 15.000 mensen. De vissers die wij zien hebben echter geen baarden. Aan de Roemeense oevers vissen ze trouwens met speedboten en met meerdere hengels. Aan de Oekraïense kant is helemaal niks te zien dan een dicht vlechtwerk van struiken en bomen. Uur na uur verstrijkt terwijl we door de beboste geulen varen (foto hier) We nemen bij Katen´ka eiland de brede, zuidelijke arm. Wederom, waarvandaan die naam? Erop volgt als ware het een tweeling gescheiden door een geul, Mashen´ka eiland. In de verte zien we de havenkranen van de Oekraïnse stad Chilia. We passeren Stepovoy eiland, alles dicht begroeid, en varen langs de havenkranen, de onherbergzaam hoge kades en de grauwe betonnen flatgebouwen van de stad. Er is een kleine orthodoxe kerk met uivormige koepels te zien. We varen ook langs een kazerne van wat waarschijnlijk de grenstroepen zijn. Mannen in uniform met hoera-petten op kijken op, pakken hun verrekijkers en staren ons na. Aan de Roemeense kant ligt het dorp Chilia Veche, het oude Chilia. De imposante kerk staat in de steigers. Onze pilot vertelt dat hier in de 14e eeuw wijn, zout, tapijten en 12-jarige slaven werden verkocht en dat er in de 17e eeuw dagelijks 2000 steuren werden gevangen. Het dorp is ook grauw als dat aan de overkant en heeft toch iets vriendelijks. Welkom in Roemenië, staat op een bord aan de dorpssteiger, maar ook hier is een kazerne. Geuniformeerde Roemeense Politia de Frontiera houden ons met verrekijkers nauwlettend in de gaten. Aan beide zijden van de rivier barst het van die lelijke, verrotte fabriekscomplexen, vergane loodsen, panden met lege, holle ramen die voor Oosteuropa zo karakteristiek zijn. Waarom is er toch zoveel gebouwd aan lelijke, zinloze dingen? Er verschijnt een helikopter boven Roemenië. Hij vliegt drie rondjes over ons heen en verdwijnt dan in zuidoostelijke richting.
Na anderhalve mijl zijn de natuurlijke beboste oevers weer terug. We herademen. Om Km 32 is er weer een splitsing. Ik neem opnieuw de breedste, bebakende arm. We passeren Babina eiland langs de noordkant en Ermakov eiland aan de zuidkant. Voor ons uit scheren zwaluwen over de stroom. Het is nogal ondiep dus ik let scherp op de dieptemeter. Bij 2,2 meter onder de kiel stuur ik scherp naar het midden, bochten kan je hier beter niet afsnijden. Op de Navtex piept een SAR-bericht (search and rescue): Radio Sebastopol meldt alweer een verloren catamaran, net als een aantal dagen geleden. Ditmaal bij Odessa. Er waren een man van 21 jaar en een vrouw van 18 aan boord, maar een helikopter vond het schip verlaten ronddobberen.
In de verte schitteren de zilveren koepels van de kerken in het Oekraïense dorp Vylkova. Langs de oevers zijn een aantal riante villa´s in aanbouw, compleet met nieuwe steigers en prieeltjes. Kennelijk is er wel geld, zij het niet bij iedereen. Het is half een. Vroeger, tot voor een aantal jaren, kon je voorbij dit dorp bakboord uit een tak in die je via wat nauwe en ondiepe bochten direct naar de haven van Ust-Dunaysk bracht, onze bestemming voor vandaag. Ik aarzel, volgens diverse berichten is die route dichtgeslibd maar hij is wel veel korter. Zou ik het niet proberen? Nee, ik kies voor zekerheid. We nemen de omweg via het verderop gelegen Bystrava (Bystroye) kanaal, waar ook de zeeschepen gebruik van maken. Tien over één varen we binnen. Schuin aan de overkant is een provisorische post van de Roemeense grenspolitie. Opnieuw staren geüniformeerde mannen met kijkers naar ons. We motoren door het smalle kanaal dat tussen wuivende rietvelden en wilgenbosjes door naar het oosten slingert. Vlak voor de uitvaart naar zee loopt ons een snelle Oekraïense motorboot op. Er staat PILOT op en ze hebben een sirene aan. We minderen vaart en vier functionarissen in uniform verschijnen aan dek. Ze gebaren langszij te willen komen, maar dat wijs ik af. Ze hebben een hoger vrijboord en de golfslag uit zee zou mijn scepters schade doen. Dat snappen ze. We varen achter ze aan (fotograferen mag niet, toch een foto hier) naar een hijskraan op een langs de kant gelegen dekschuit. Daar meren we af en komen ze aan boord. Grenspolitie, douane en wat niet al. Ze gedragen zich uiterst correct en vriendelijk en dan komt de aap uit de mouw. We moeten niet alsnog inchecken maar ik krijg een bekeuring omdat ik mijn marifoon niet aan had staan. In Vylkova riepen ze ons op en kregen geen antwoord. Ze hebben gelijk, het is hier verplicht uit te luisteren op VHF 16 maar die hebben we afgezet vanwege al het drukke, onverstaanbare en opgewonden koeterwaals dat uit de speakers tetterde. De boete bedraagt zeggen en schrijve twee dollar. Die hebben we niet aan boord, we hebben echter wel een munt van twee euro. Dat is nog meer waard ook, leg ik uit. Dat weet de enigszins Engelssprekende, lichtogige, blonde jongedame van de politie ook wel, maar het protocol vereist nu eenmaal dollars. Oh. Ze willen dat we helemaal terugvaren naar Vylkova om bij de bank daar te wisselen. Dat kost teveel tijd, betoog ik, dan zijn we niet voor donker in Ust-Dunaysk. Er wordt druk getelefoneerd met hogergeplaatsten. Tenslotte komt de oplossing: als we in Odessa op de bank 11 dollar storten op hun rekening, dan is het goed. Okay, zeggen we opgelucht. Maar we zijn nog niet klaar. Met een snel motorbootje komen er nog twee jonge uniformen, die de leiding hebben. Eén van hen vult drie formulieren in, die ik op tientallen plaatsen moet tekenen. Hoewel ik geen idee heb wat ik teken, doe ik het braaf. De jongedame moet onderwijl naar het toilet, Ans wijst haar de weg. De werking van het pompmechanisme doorgrondt ze niet. Enfin, grappig genoeg is het wel een vrolijke boel en ze wuiven ons allemaal na een uur oponthoud uit. Ik moet eerlijk zeggen dat ze helemaal niet vervelend waren en ze hadden per slot gewoon gelijk.
We varen om het noordelijke uiteind van de Donau delta heen. Ver uit de kust omdat het erg ondiep is. Gelukkig kan de genua erbij zodat we goed opschieten. De zee is rustig, de wind OZO 2 - 3. We ronden een oude, dichtgeslibde uitgang van de Chilia arm en varen voorzichtig naar de haven van Ust-Dunaysk. Op VHF 16 vraag ik Port Control permissie om binnen te lopen. Hij geeft die in keurig Engels. Na lang speuren zie ik de betonning, die ooit rood en groen van kleur waren. Aan het eind van de inloop wordt het snel ondiep. Een roestige duwbak verspert de doorvaart, de haven is afgesloten. Hij is helemaal verzandt. Had die havenmeester dat niet kunnen zeggen? We ankeren achter de duwbak (foto hierboven) en roepen weer op en krijgen toestemming om er vannacht te blijven, zonder te hoeven inklaren. We hebben 52 mijl afgelegd, op het log echter 42 mijl. Tien mijl cadeau gehad door stroom mee. De avond valt. Grote witte reigers schuifelen langs de oever. Een koppel zwanen zwemt innig verbonden voorbij. Zwaluwen scheren over het water. Verderop in de Zhebryianska baai meert een ouderwets ogend cruiseschip af naast een bunkerschip, niet om te tanken maar om water in te nemen. We eten en gaan naar bed. Morgen 80 mijl naar Odessa. Terug naar boven |
|
Odessa De witte vuurtoren bij de ingang van de haven van Odessa Vrijdag 28-08-2009
Na een rustige nacht achter het anker gaat om zes uur de wekker. Een kwartier later hieuwen we het anker, Donkerblauwe modder blijft aan de ketting hangen, we gooien er ettelijke putsen water over tijdens het ophalen om hem een beetje schoon in de ankerbun te krijgen. Wind WZW 1. Boven het lage duinlandschap hangen nevensluiers. De opgaande zon trekt een gouden spoor over het water. Voorzichtig motoren we weg van onze duwbak naar dieper water en naar de fairway, die ooit toegang gaf tot deze haven en tot de Donau delta. Nu is alles hier dichtgeslibd en gedoemd tot vergetelheid. Het einde van Ust-Dunaysk als havenstadje. De boeien van de invaart zijn al jaren niet meer geverfd, ze zijn door de zon uniform gebleekt tot een grijsachtig wit. Maar aan de vorm, spits of rond, kan je toch zien waar je tussendoor moet. Na een minimum van 1,4 meter wordt het geleidelijk dieper. Ik heb wel de neiging om die havenmeester nog eens op te roepen om te vragen waarom hij gisteren niet verteld dat de haven dichtgeslibd en afgesloten was. Of dacht hij dat ik dat wel zou weten? Enfin, ik doe het niet. Vragen stellen geeft al snel complicaties in dit soort land. Je past je snel aan, denk ik bij mezelf.
Om acht uur passeren we na ruim negen mijl een boei bij een zandbank ter hoogte van de Shakany vuurtoren. Die zagen we gisteravond over de nachthemel flitsen. Het zou volgens onze Admiralty kaart een oostkardinaal zijn maar het is een stompe rode boei. Voorbij de stranden en de lage duinen liggen hier grote ondiepe lagunes. Die stranden zijn wit en maagdelijk, volledig verlaten en er is geen badgast te bekennen. Ze werden nooit ontwikkeld en nooit verpest. Ondertussen strijken wolken kleine muggen op de boot en op ons neer. Misschien komen ze uit die lagunes? Geen wonder dat hier geen strandgasten komen. Hoewel ze niet steken, kriebelen ze hinderlijk. We noemen ze knutjes, zoals de mugjes in Scandinavië. Lord Byron is er trouwens verzot op. Dit land heet Bessarabië en het was altijd een speelbal van vele mogendheden en tot op de dag van vandaag zo arm als een luis.
Rond half elf gaat het eindeloze strand over in een platte, bruingele klifkust die eruit ziet als een overlangs doormidden gesneden peperkoek. Op zee zien we geen vis en geen vissers. Hoelang al niet zagen we geen dolfijnen op onze tocht door de Zwarte Zee? We naderen kaap Burnas. Hier is nu wel wat strandleven. Ans zit boos op het voordek te kijken. Ze heeft onderhand genoeg van deze niet erg vriendelijke zee. Ik krijg dan de neiging om maar meteen om te keren, maar goeie genade, we zijn nu zó dichtbij ons einddoel Odessa! Later leggen we het gelukkig weer bij. De zandstenen klifwand is over een paar kilometer door shovels schuin afgeschoven en er zijn lange, diepe voren in gemaakt. Waar dienen die toe? Misschien om materiaal aan te leveren voor een steenfabriek? Soms wordt de klifwand onderbroken door een indeuking. Daar liggen kleine maar wel drukke badplaatsen zoals Budaki en (nomen est omen) Kurortne. Het barst er van de tenten, caravans, parasols, baders en een enkel hotel. Toch niet erg grootschalig.
Om 12 uur verschijnen in de verte de flatgebouwen en de contour van de beroemde hefbrug van Belgorod-Dnevstrovskiy. Dee wind is ZZO 2 - 3, juist genoeg om de genua vol te houden zodat we wat snelheid winnen. We hebben trouwens ook al een stroom mee van tussen de 0,5 en 1 knopen, dus meestal lopen we ruim 7 knopen. Schiet lekker op. Om kwart voor drie zijn we dan bij die beroemde hefbrug (foto hier), geopend 26 meter hoog, die toegang geeft tot de grote en ondiepe lagune waar de rivier de Dnjestr in uitmondt, die uit het straatarme staatje Moldavië komt. Een rivier die vanaf de stad Belgorod - the white city on the Dnjestr - niet meer bevaarbaar is. De hefbrug gaat vier keer per dag omhoog voor zeeschepen die veelal met hout geladen uit Belgorod komen. Voor jachten heffen ze niet, dus je kan er allen maar door als er een zeeschip in of uit moet. De oude stad ontleend zijn beroemdheid ondermeer aan het Fort Akkerman of Ak-Kerman in het Ottomaans, uit de 13e eeuw. Een enorm fort met wallen van bijna 2 kilometer lang. Wat zou ik daar graag eens kijken! Maar motor, stroom en wind stuwen ons verder en de brug gaat toch niet voor ons open.
Vanaf nu zijn de stranden druk bezet. Er zijn veel dure huizen en hotels te zien, al of niet aanbouw. Een paraglider stijgt de lucht in achter een speedboot. We naderen de haven en de stad Illichivisk om kwart voor vier, een splinternieuwe stad die destijds - rond 1975 - uit het niets werd opgebouwd door de socialistische planners omdat de haven van Odessa te druk werd. Met zijn moderne gebouwen en flats heeft de stad allure, zo van zee gezien. Er is een kleine marina, maar je kunt er niet inklaren, dus we varen verder. Een uur later passeren we kaap Bol´shoy Fontan met niet alleen een vuurtoren erop maar ook een kerk en een toren, beiden getooid met een fraai oplichtende gouden koepel (foto hier) Om 17.00 uur meldt ik me, zoals in de pilot staat een uur voor aankomst, bij Port Control Odessa op VHF 14. De reactie en de vragen zijn adequaat en in goed Engels. We varen langs de stad en zijn skyline over de heuvels: mooie moderne gebouwen, fraaie architectuur, volle stranden, een vrolijke en levendige aanblik. In de baai zien we een tiental zeiljachten varen, sommige begroeten ons en we vatten dat op als een goed teken, ze zijn hier tenminste bekend met yachting.
Bij de haveningang roep ik opnieuw Port Control op VHF 14 en krijg toestemming de muur met het witte vuurtorentje te ronden en binnen te varen (foto hierboven) en naar de marina van de TCF Nautical Club te varen en voor het bezoek van de officials aan te meren aan de buitenkant van de steiger. Verdraaid, er staat al een delegatie van zes uniformen klaar plus een dikke dame zonder uniform. Ze vallen meteen aan als we liggen, maar ze doen het vriendelijk. Een aardige en piepjonge jongedame in strak uniform, in jaren veel jonger dan Ans´jongste dochter Tessa stapt op ons af en vraagt in redelijk Engels: wat is er toch mis geweest met uw jacht in de Donau delta? We hebben er allemaal over gehoord. Tja, ik leg uit dat we zo stom waren de marifoon uit te zetten wegens alle onverstaanbare ge-koeterwaals. Ze moet lachen. De dikke dame is de dokter en die wil alleen een handtekening (alleen van de captain) op een gezondheidsverklaring, die niet ingevuld hoeft te worden. Zo ben je snel klaar met je werk. De immigration neemt onze paspoorten mee en na een half uur melden ze dat ze in orde zijn en dat we mee kunnen lopen voor de volgend fase. Ik moet vooral mijn scheepsstempel niet vergeten, zeggen ze. Die volgende fase vindt plaats in een benauwde kamer in het gebouwencomplex van de passenger terminal bij de marina. We moeten beiden mee. Het humeur van Ans begint snel te dalen, zie ik, ze kan hier totaal niet tegen. Ik moet ongeveer tien formulieren invullen, de meeste in tweevoud, betreffende het tijdelijk toelaten van de boot tot Oekraïne, crewlist, geldmiddelen, verstekelingen, alcohol en sigaretten, wapens, electronica, brandstof, enzovoorts.... Er komt geen eind aan. Lijkt het, als ze opeens zeggen dat het in orde is. Dan gaat de mobiele telefoon van de jongedame die jonger is dan Tessa. Haar gezicht betrekt. Het is haar chef die haar vertelt - zo blijkt - dat we niet zomaar mogen inklaren zolang onze boete niet betaald is. Tja, we hebben geen Oekraïens geld en de banken zijn dicht en pinnen bij een ATM kan wél maar mag niet want dan is er geen overschrijvingsbewijs (want contant aan de aardige jongedame betalen, dat kan niet) - enfin en goeie genade, de aaridige jongedame wil wel en zou ons graag helpen maar het over en weer getelefoneer met een niet geïnteresseerde chef die het laatste woord heeft in deze hiërarchische, starre lijnorganisatie levert een situatie op die eigenlijk niet te beschrijven is: we zijn als personen ingeklaard maar niet als schip, eigenlijk moet ons schip aan de buitensteiger blijven maar daar protesteren we tegen. Dan doen we op de swell van de drukke haven geen oog dicht vannacht, zeggen we. Zonder dat haar baas het weet regelt de jongedame met de dienstdoende man van de jachthaven dat we een plek in de marina krijgen. En dan moeten we morgen (1) geld pinnen bij een ATM (2) dat geld storten bij een bank onder inlevering van het boeteformulier (3) met het stortingsbewijs naar Immigration gaan en het inleveren en dan (4) krijgen we de inklaringsformulieren van ons schip. Nou ja, het is tegen negen uur als we aan een vingersteiger liggen en kunnen gaan eten. Niettemin viel het me mee, gek genoeg, men was vriendelijk zij het omslachtig en niemand probeerde ons geld uit de zak te kloppen (dat hadden we trouwens ook niet) Terug naar boven |
|
Odessa (2) Dulce in de TCF Nautical Club Odessa. Midden achter het kerkje en het hoge Hotel Odessa Zaterdag 29-08-2009
De TCF Nautical Club Marina van Odessa ligt midden in de drukke zeehaven aan een lange pier. Naast de marina staat een modern orthodox kerkje en erachter het enorme Hotel Odessa (foto hierboven en hier) De pier wordt verder gebruikt wordt voor de ontscheping van cruiseschepen en veerboten. Daarom is er een grote passagiershal. Daar staat een PIN-automaat en er is een Internet-café. Ik pin mijn eerste Oekraïnse grivna´s. Waarde ongeveer 1 euro = 12 grivna. Om 10 uur gaat het loket van een bank in die hal open en ik overhandig het boeteformulier aan een moederlijke dame. Het gaat verrassend snel , ze tikt de gegevens op haat toetsenbord en ik moet de 119 grivna (+ 5 afhandelingskosten) betalen aan het volgende loket. Met het bewijsje ga ik een verdieping lager naar het bureau van Immigration, waar ik tot mijn genoegen de aardige jongedame van gisteren tref (ze heet trouwens Helena) Niet in uniform, maar in een smaakvolle vrijetijdsoutfit. De schat is speciaal om mij te helpen in haar vrije weekend langsgekomen. Ik vraag naar haar werkuren: 24 uur dienst en dan 48 uur vrij. Dat zou bij ons niet worden toegestaan. Ze helpt me snel en even later sta ik met de alle inklaringsdocumenten weer buiten. Ons schip is nu ook formeel in de Oekraïne.
Daarna lopen Ans en ik de lange havenpier af en over een spoorbrug naar de beroemde Potemkin trappen, die er direct achter liggen (foto hier) De Potemkin trappen! Wereldberoemd van de klassieke zwart-wit beelden uit de film "Pantserkruiser Potemkin" van de Russische cineast Sergei Eisenstein uit 1925 van de matrozenopstand in 1905. Iedereen herinnert zich de schokkende, indringende beelden van de vluchtende matrozen die op deze trappen in rijen neergemaaid en afgeslacht worden door de soldaten van de tsaar. De trappen tellen 192 treden die we op ons gemak beklimmen. Halverwege gaan we aan de kant zitten kijken. Er zijn veel bedelaars en mensen die op een of andere manier iets proberen te verdienen. Een oudere vrouw staat opera-aria´s te zingen en je kunt je voor 3 grivna laten fotograferen met een krokodil, een aapje, een witte grootogige uil, een roerloze kameleon of een groot, bruin konijn. Boven op het Ekaterininskaya plein staan diverse bruidsparen die zich laten filmen en fotograferen met de trappen en de zee als achtergrond. Hier zijn we al meteen op de mooie boulevard langs de rand van de lange rotsrichel, waar de stad op gebouwd is. Op het terras van Restaurant Boulevard drinken we een uitstekende koffie. Langs de terrasrand staan kooien met witte sierduiven en parkieten. De Frans aandoende gebouwen in zachte pasteltinten, de lantaarnpalen in Art Nouveau stijl, alles ademt hier een melancholieke fin-de-siècle sfeer (foto hier) Je kan je gemakkelijk voorstellen dat figuren als Anton Tsjechov, Yuri Olesha, Isaac Babel en Konstantin Paustovsky hier onder deze bomen rondwandelden. Er is een begin van herfstkleuren, de bladranden in de hoge kruinen van de kastanjes op de boulevard kleuren schuchter lichtbruin. De avenues zijn prachtig omzoomd met hoge platanen, acaccia´s, lindes en katalpa´s. Op de brede trottoirs lopen modieus geklede mensen. Vooral de vrouwen zijn zeer uitdagend tot ronduit snollerig gekleed. Maar bij een drankzaak zitten haveloze, bleke kinderen en sjofele, vuile mannen te bedelen. De auto´s langs de straten variëren van aftandse Lada´s tot glanzende, peperdure Mercedessen, BMW´s en Audi´s. Er zijn prachtig aangelegde parken. Verrukt dwalen we door de straten en langs de terrassen en de winkels (foto hier) Deze levendige, gezellige en stijlvolle stad hoort tot de mooiste die we op onze reis bezochten.
In een grote supermarkt slaan we boodschappen in. Je kunt in feite alles vinden en het is erg goedkoop. Met het volle boodschappenkarretje komen we weer bij de Potemkin trappen uit. Moeten we het karretje al die 192 treden afslepen? We kijken rond en ontdekken een hellingbaantje langs de trappen, waar je gratis gebruik van kunt maken. ´s Avonds kuieren we weer richting stad, nemen het hellingbaantje naar boven en slaan linksaf de Primorsky boulevard in. De stammen en de onderste takken van de kastanjebomen zijn prachtig verlicht (foto hier) Verderop komen we langs het rose en wit gekleurde stadhuis, vroeger het beursgebouw (foto hier) Er is in de openlucht een rockconcert gaande. Dan zien we de adembenemend mooie Opera en Ballet Theater van Odessa, volledig gerestaureerd in al zijn barokke pracht. Ergens op een terras langs een avenue eten we ondermeer borsjt (rode bietensoep), een salade met gekookte tong en lekkere kippenlevers, met een aardige droge rode wijn uit de omgeving. Een groepje musici brengt traditionele Oekraïense volksmuziek, afwisselend vrolijk en dan weer uiterst weemoedig. De groep heet Palmira en we kopen voor 50 grivna een CD van ze. Tegen elven lopen we terug. Het is nog steeds erg druk in de straten. Natuurlijk, dit is een stad om uit te gaan. Er zijn talrijke bars, karaoke clubs, striptenten en nachtclubs, maar die trekken ons niet zo. We pikken precies op tijd de allerlaatste wagon terug van het hellingbaantje langs de Potemkin trappen. Terug naar boven |
|
Odessa (3) Beeld uit de film Pantserkruiser Potemkin van Sergei Eisenstein uit 1925. De soldaten van de tsaar richten een slachting aan onder de opstandige matrozen op de trappen die van de haven naar de stad voeren. Gisteren stonden we hier Zondag 30-08-2009
De foto hiernaast is afkomstig uit de film "Pantserkruiser Potemkin" van Sergei Eisenstein, waar ik gisteren over vertelde. Hij toont hoe de opstandige matrozen worden neergemaaid op de Boulvarnaya Trappen, die nadat de film in 1925 uitkwam de Potemkin Trappen werden genoemd.
Lord Byron raakt vandaag opeens helemaal in de rui. Hij zit af en toe ineengedoken op zijn stokje en trilt zachtjes. Op de bodem van de kooi liggen allemaal veertjes, staartveren en andere. Hij zingt nog wel, zachtjes en ingetogen. Natuurlijk vertroetelen we hem met lekkere stukjes fruit en sla. Zijn rui begint bijna anderhalve maand later dan vorig jaar, toen hij een dag of tien bij de havenmeester van Porta di Roma op het kantoor stond. Toen zong hij bijna vier maanden niet. Misschien duurt het dit keer niet zo lang.
Allereerst schrobben en spuiten we vandaag de boot van buiten goed schoon. Hij was zo vuil als wat. Ik controleer de railingdraden en span ze waar nodig aan. Per slot kan je leven ervan af hangen. Het is een warme dag. We lezen en luieren. Vrijwel alle boten in deze haven zijn motorboten. De eigenaars vertonen hetzelfde gedrag als hun soortgenoten in de Middellandse Zee. Ze spuiten en poetsen een paar uur lang zoals je vroeger zelf bij je nieuwe auto deed. Dan gaan ze een uurtje varen. Het schip neemt de gedaante aan van een varende apenrots. Op matrassen op het voordek liggen de vrouwtjes zich vrijwel naakt te koesteren in de zon. In plaats van te vlooien smeren ze elkaar in met zonnecrème. Op het achterdek zitten de mindere apen om een tafel, doorgaans met hun mobieltjes aan het oor. En bovenop? Bovenop prijkt de opperaap, de leider, hij heeft teveel lichaamsbeharing, een kaalgeschoren kop en vaak ook een mobiele telefoon aan het oor, en stuurt het schip met veel vertoon van brullende boegschroeven te snel en met veel hekgolven de haven uit. Als ze na een uur of twee terugkeren is er aan deze opstelling niets veranderd. Ze scheuren de haven in. Wij zeilers, een lagere diersoort immers, bekommeren ons snel om onze fenders die de klappen moeten opvangen, veroorzaakt door het heftig kielzog. Daarna spuiten ze weer een uur lang hun boot, met keiharde BOENKE BOENK muziek aan, zich er niet van bewust dat ze geluidsoverlast veroorzaken, en drinken bier met de andere apen. Op dit patroon is geen uitzondering, ze doen het allemaal en overal. Terug naar boven |
|
Odessa (4) Ans geniet van een traditioneel Oekraïense salade met zure paddestoelen en bessen Maandag 31-08-2009
Het is een verrassend kille, bewolkte dag. Twintig graden, dat zijn we niet meer gewend. We lopen langs het havenkantoor om te vragen of ze een adres weten om een van onze beide butagasflessen te laten vullen. Volgens het boek van Leonard van Veldhoven kon je dat hier laten doen. Helaas, dat is niet meer zo. We lopen naar de Potemkin Trappen en nemen het hellingbaantje naar boven en richten onze schreden naar het Opera en Ballet Theater (foto hier) We hebben geluk. We kunnen kaartjes kopen voor twee logeplaatsen voor morgenavond. De beste en duurste plaatsen die er zijn, voor nog geen tientje per persoon. Men brengt de zelden uitgevoerde laatste opera van Tsjaikovski "Iolanta" uit 1892, die hij elf maanden voor zijn - nog steeds met vragen omgeven - dood componeerde. "Verbazend goede muziek" schreef Maarten ´t Hart er destijds over in "Du holde Kunst" (1994) We slenteren door de stad, die nu beduidend drukker is dan in het weekend en drinken koffie. Onderwijl gaat het regenen. Dat hebben we lang niet meegemaakt. We brengen een uurtje zoek in een van de vele warenhuizen en passages. Ans koopt een bakje met onbekende, gedroogde vruchten. Ze zijn langwerpig, ongeveer acht centimeter lang, bruin van kleur en gerimpeld (foto hier) en de smaak heeft iets van banaan, gedroogde appeltjes en vijgen. Kent iemand die vrucht? We lunchen binnen in een traditioneel Oekraïens restaurant. Ans laat zich de salade met zure paddenstoelen en bessen goed smaken (foto hierboven) en ik verorber een huisgemaakte, uiterst vette worst met schijfjes aardappel en spekvet. Volledig verkeerd, maar voor een keertje....
De affaire van de disfunctionerende neuroloog Jansen-Steur in Medisch Spectrum Twente, die ik destijds dwong te vertrekken, is weer helemaal terug. De Onderzoekscommissie Lemstra zal morgen zijn rapport uitbrengen en de Raad van Commissarissen heeft de blunder begaan ze niet de juridische vrijwaring te geven, die ze al van de Raad van Bestuur hadden gekregen. Een zinloze actie die de geloofwaardigheid van MST geen goed deed. Gistermiddag moesten de commissarissen natuurlijk op hun schreden terugkeren. Vanmiddag belde TCTubantia met de vraag of ze me morgen om commentaar kunnen vragen. Zeker, als ik tenminste het rapport ontvangen en gelezen heb. Ik ben gespannen. Hoe zal mijn rol in de affaire worden weergegeven en beoordeeld? Zal erkend worden dat ik niet zélf betrokken was bij de afkoopregeling van die mevrouw Damink? Dat ik wél de Inspectie meteen heb ingelicht? Dat ik wél de Officier van Justitie heb gebeld? Dat ik tenminste de enige was die wél optrad tegen J-S en hem uit het ziekenhuis heb gegooid? Dat ik de opvang van de gedupeerde patiënten wél had geregeld, samen met een andere neuroloog? En zal men begrip ervoor hebben dat ik poogde om ook J-S zelf menselijk te behandelen, door hem een kans te geven in stilte en teruggetrokkenheid zijn leven voort te zetten? Afwachten zonder iets te kunnen doen, het gaat me niet goed af.
´s Avonds zitten we in de kajuit bij de warmte van onze olielampen, voor het eerst met truien en sokken aan. Regen en wind slaan tegen de ramen, het is alsof de herfst vroeg begint. We bezien onze situatie. Ons voornemen was om na Odessa ook het schiereiland van de Krim te bezoeken, de steden Sevastopol en Yalta. Misschien is dat niet verstandig. Het is al betrekkelijk laat in het seizoen en we moeten nog helemaal terug naar het zuiden, naar onze overwinteringsplek in Kreta. We besluiten over een paar dagen langs grotendeels dezelfde route terug te keren naar de Bosporus. Terug naar boven |
|
Odessa (5) TCF Nautical Club Marina in Odessa Dinsdag 01-09-2009
Om één uur lokale tijd (in Nederland is het 12 uur) pluk ik in het Internet-café in de passagiersterminal van de haven het rapport van de Onderzoekscommissie Lemstra van de website van MST. Het heet "En waar was de patiënt....?" Goede titel. Je kunt het zelf ook downloaden, 62 pagina´s dik, op die website. Natuurlijk meteen lezen. De eerste vertegenwoordigers van de media bellen al, maar vanzelfsprekend wil ik het eerst uithebben. Ondertussen is in het Dish Hotel naast MST in Enschede de persconferentie van de commissie aan de gang. Zuchtend sla ik de bladzijden om. Het rapport liegt er niet om. Iedereen die betrokken was in die tijd krijgt een lading heftige kritiek over zich heen: uiteraard de toenmalige Raad van Bestuur, de toenmalige Inspectie (nog onder leiding van Kingma), het bestuur van de medische staf, de collegae van de vakgroep neurologie, diverse interne commissies van MST en ook de Raad van Commissarissen.
Na lezing vind ik het een grondig en indrukwekkend rapport. Ik deel de conclusies en aanbevelingen, met name waar het de gedeeltelijke opheffing van het individuele medisch beroepsgeheim betreft. Toch is het rapport voor mij persoonlijk teleurstellend. De commissie behandelt de opeenvolgende raden van bestuur en de individuele leden ervan als collectief. In bestuurlijk opzicht kan ik dat begrijpen. Door je lidmaatschap ben je immers volledig medeverantwoordelijk voor het doen (en het laten) van een Raad van Bestuur. (Overigens is het vreemd dat de commissie niet met alle bestuurders uit die tijd heeft gesproken, met name niet met Ramaker, die nogal wat uit te leggen had gehad. Maar dat terzijde) Toch is het jammer dat er geen enkele aandacht is gegeven aan ieders individuele rol. Je wilde vroeger ook altijd alles weten over de oorlog, maar je vroeg ook je vader: pa, wat deed jij in de oorlog? Dan was gebleken dat ik persoonlijk niets te maken had met de zwijggeld-affaire van mevrouw Damink. Dat mijn toenmalige collega dat op eigen initiatief zelf in elkaar had gezet. Dan was aan het licht gekomen dat er belangrijke verschillen in de raad van bestuur waren en met name dat ik de enige was van al die bestuurders die in die jaren iets deed aan de kwestie Jansen-Steur. Toen ik in de vergadering van de Raad van Bestuur in augustus 2001 vroeg of er een dossier over de man was en te horen kreeg dat het er niet was, ben ik samen met de clustermanager een dossier gaan ontwikkelen. Op basis daarvan hoopten we hem aan te kunnen pakken. En tenslotte kon ik hem eind december 2003 eruit werken.
De commissie vermeldt ook niet dat ik meteen de Inspectie daarover telefonisch inlichtte. Daar bestaat helaas geen bewijs van, maar ik weet dat zeker. Zo handelde ik als ervaren ziekenhuisdirecteur immers altijd. De commissie maakt ook geen melding van het feit dat we de Inspectie tijdens het formele overleg in februari 2004 op de hoogte stelden, dus ruim eerder dan eind maart 2004. Waarom vermeldt men dat niet? Die datum vond ik immers terug in mijn agenda. Evenmin wordt vermeld dat ik bij de toenmalige inspecteur Nugteren hemel en aarde moest bewegen om een formele melding over de casus Jansen-Steur op te stellen en dat ik begin april 2004 de Officier van Justitie in Almelo belde.
Meteen in december 2003 ben ik met de overige neurologen overeengekomen hoe de gedupeerde patiënten van Jansen-Steur op te vangen. Met name dokter Petra Poels, die als nieuwe dokter de meeste ervan overnam, sprak ik daarover herhaaldelijk. In het rapport van de commissie trekken de neurologen dat wel erg naar zich toe, misschien uit schuldbewustzijn over het eigen tekortschieten in het verleden jegens hun collega, maar de raad van bestuur heeft wel degelijk naar de opvang van de patiënten omgezien.
De commissie stelt dat de raad van bestuur zich eind 2003/begin 2004 nog instelde op een eventuele terugkeer van Jansen-Steur, die door de clustermanager en mij toen de ziektewet in was gestuurd. Niets is minder waar: van meet af aan was het mijn opzet om zijn terugkeer te verijdelen en hem uit het ziekenhuis te verwijderen. In januari 2004 kreeg ik een rapportage van een psychiater onder ogen, die Jansen-Steur onderzocht had en de onthutsende aanbeveling deed dat hij wel weer terug kon komen. Dat rapport heb ik in de wind geslagen en ik heb hem met een duivels dilemma tot vrijwillig vertrek gedwongen. Dat dilemma staat in het rapport en komt uit een brief van mij. De ergste misvatting van het rapport is echter dat men de wijze waarop Jansen-Steur met stille trom kon vertrekken (NB: hij wilde eerst niet!) opvat als een doofpot-procedure om de reputatie van MST niet te schaden. Dat stond mij helemaal niet voor! Integendeel: het doet de reputatie van een ziekenhuis eerder goed als het openlijk disfunctionerende specialisten verwijdert. In mijn Gorcumse beginjaren heb ik dat ettelijke malen gedaan en in de jaren ´90 werd ons ziekenhuis mede daardoor op 4 na het beste van Nederland in de jaarlijkse Elsevier-enquête. Nee, wat me met dat vrijwillige, stille vertrek van Jansen-Steur voor ogen stond was: hem niet volledig en helemaal de grond in te stampen. Hij was een zielig, ziek mens en zijn val was peilloos en ik vind nu eenmaal dat iedereen nog een kans verdient op een leefbaar leven. In alle teruggetrokkenheid, maar toch. Dát is in het begin van 2004 mijn keus en mijn beslissing geweest, ieder mag het zijne ervan vinden, maar ik sta daar ondanks alles wat er sedertdien gebeurde nog steeds achter.
Tja, en wat nu? Het misbaar in de media zal een aantal dagen aanhouden en weer wegzakken. Misschien stelt Justitie een onderzoek in naar het handelen van de betrokkenen en misschien moet je dat willen. Dan is er wél aandacht voor de schuldvraag en voor de mate waarin individuele bestuurders schuldig waren. Dat is immers de functie van het recht. het zou me, geloof ik, zelfs opluchten. Ik wordt gebeld door het radioprogramma "De Praktijk" van de AVRO en hoor op de achtergrond Kingma nog net zeggen, dat meneer Zijlstra ooit een hele goede collega van hem was maar dat hij destijds wat eerlijker had moeten zijn. Kingma - zelf met boter op zijn hoofd - heeft het niet begrepen. Ik hoop vooral dat de aanbevelingen van de Commissie Lemstra niet vergeten worden en dat men de daadkracht zal betonen om ze ingevoerd te krijgen. Terug naar boven |
|
Odessa (6) Persconferentie van de Commissie Lemstra. Vlnr. de leden Hamel, Lemstra en Rijpma Woensdag 02-09-2009
Om zes uur lopen Ans en ik, keurig uitgedost in jurk en colbert, naar de Opera. Op de spoorbrug tussen de haven en de Potemkin Trappen belt NCRV-radio voor een live interview. Hoewel er twee keer een lawaaiige locomotief onder me doorrijdt kan ik de vragen van de reporter nog juist verstaan. Ik zeg het rapport van Lemstra c.s. een goed rapport te vinden en de conclusies en aanbevelingen te onderschrijven. Maar ook dat de commissie alle bestuurders - minstens zes - in de 12 jaar dat Jansen-Steur disfunctioneerde over één kam heeft geschoren. Bestuurlijk gezien niet onjuist, maar ik voel me er geen recht door gedaan. Pas in de laatste 3 jaar was ik aan het bewind, ben al in mijn eerste jaar een dossier gaan samenstellen en heb hem in mijn derde jaar eruit gezet. Ik ben dus de enige die de zaak heeft aangepakt. Ook leg ik uit dat ik de Inspectie terstond informeerde en dat het geen doofpot was, dat er geen sprake was van ´zaken onder de pet houden' maar dat het een keus was - mijn keus! - om J-S te verwijderen uit het ziekenhuis en de zorg en hem niet publiekelijk af te laten slachten, enzovoorts. Ik verwacht dat het misschien iets helpt om het gewekte beeld van doofpot te corrigeren.
We lopen verder. In de straten van stad is een vrolijk muziekfestival gaande met massa´s mensen op de been. Overal staan grote podia waarop bands optreden. We wurmen ons door de drukte en zijn op tijd bij de Opera. Oude dames begeleiden de bezoekers naar hun plaatsen. Voor onze loge moeten we op de eerste verdieping zijn. Ook aan de binnenkant is het barokke muziekpaleis prachtig gerestaureerd. Maarten ´t Hart heeft gelijk, de muziek van Tsjaikovsky´s opera "Iolanta" is inderdaad verrassend goed en ik vergeet er - bijna - alle MST-trubbels door. Het verhaal speelt zich af in de Franse regio Provence en het libretto is nogal drakerig maar dat wordt vooral in de eerste acte ruimschoots goedgemaakt door een prachtige bas-aria van koning René en een hele mooie aria van de Islamitische dokter Ibn-Hakia, die de blindheid van prinses Iolanta zal genezen. In de pauze drinken we in de foyer een glas champagne van de Krim (zie hier voor vijf foto´s) Na afloop zijn we niet in de stemming om ons in het feestgedruis te mengen, we gaan rustig souperen in hetzelfde Oekraïense restaurant waar we eerder waren.
De affaire is voortdurend in mijn gedachten. Het blijft verbijsterend dat J-S zó lang heeft kunnen disfunctioneren en dat niemand iets deed. Hieronder in chronologische volgorde de feiten betreffende het gedwongen vertrek van Jansen-Steur zoals ik die ondermeer in mijn toenmalige agenda´s kon terugvinden (en aan Lemstra c.s. heb getoond):
- Medio november 2003 krijgen de clustermanager en ik via het stafbestuur kopieën van door J-S vervalste recepten toegespeeld. In een gesprek met hem dwingen we J-S terstond de ziektewet in te gaan en zich te laten behandelen. Met de collega neurologen spreken we de opvang van de gedupeerde patiënten af. Ik informeer telefonisch de regionaal inspecteur en spreek af haar op de hoogte te zullen houden.
- Op 10 december 2003 spreekt de clustermanager J-S nogmaals, omdat hij aangaf weer beter te zijn en aan het werk te kunnen. De clustermanager verbiedt dat en legt het op mijn verzoek schriftelijk vast in een brief aan J-S op 11 december 2003.
- Op 12 december 2003 informeer ik Ramaker, de aankomend voorzitter van de Raad van Bestuur over de kwestie.
- Tijdens de kerstdagen van 2003 belt J-S mij privé en zegt dat hij genezen is en weer aan het werk wil. Ik antwoord dat daar geen sprake van kan zijn.
- In januari/februari 2004 raporteren de neurologen (vooral dokter Petra Poels nam veel patiënten over) ettelijke gevallen van volledig verkeerde en onbegrijpelijke diagnoses. De clustermanager en ik spreken met de vakgroep neurologie af dat ze alle patiënten van J-S zullen oproepen en een file-search naar andere gevallen zullen doen. De vakgroep legt op mijn verzoek alles vast in een brief aan de Raad van Bestuur op 26 februari 2004. Van een zwijgplicht die ik zou hebben opgelegd, was geen sprake.
- Op 16 februari 2004 leg ik in de Raad van Bestuur ter goedkeuring de constructie voor van het (zogenaamde) vrijwillig vertrek van J-S.
- Op 23 februari 2004 legt Ramaker (ik was ziek thuis wegens een kaakabces) de constructie voor in het regulier overleg met de Inspectie. Die gaat accoord. (Waarom de commissie dit gegeven en deze - eerdere - datum niet vermeldt in zijn rapport, is me een raadsel. Mogelijk hebben ze Ramaker niet gesproken en dat is dan een ernstige omissie. Of wilde hij niet?)
- Op 26 februari 2004 werk ik de constructie uit in een direct overleg op mijn kamer met J-S, waarbij ook de clustermanager en een personeelsfunctionaris aanwezig zijn. J-S zegt toe zich erop te beraden.
- Eind februari 2004 ontvang ik tot mijn verbijstering een brief van een psychiater, die verklaart dat hij J-S heeft onderzocht en dat hij genezen is en weer zijn werk kan hervatten.
- Om hem definitief op de knieën te dwingen schrijf ik op 1 maart 2004 J-S een brief naar aanleiding van het rapport van de psychiater, waarin ik hem het dilemma voorleg: óf een openbaar onderzoek van Justitie en tuchtrechter óf een vrijwillig vertrek (Lemstra p. 28) Om de druk erop te houden bel ik de regionaal inspecteur Nugteren met het verzoek van de affaire nu eindelijk eens een formele melding te maken. Deze zegt dat toe maar doet niets.
- Op 23 maart 2004 blijkt tijdens het regulier overleg met de Inspectie dat er nog steeds geen formele melding van gemaakt is. Ik ontplof zowat ter plekke. De inspecteur haast zich te zeggen dat hij het in orde zal maken.
- (Daarna ga ik met een korte vakantie waarin Ans en ik in het huwelijk treden. We ontvangen een grote bos bloemen van het stafbestuur van MST. Na terugkeer op 5 april 2004 verneem ik van Ramaker dat het bestuur van de medische staf "je kop eist" Iedereen weet dat je dan - helaas - geen poot meer hebt om op te staan. Dat is een heel ander verhaal dat misschien ook maar eens verteld moet worden, maar nu niet. Vanaf die datum tot mijn formele afscheid op 15 juli 2004 heb ik in elk geval niet meer aan het roer gestaan, ook niet in de affaire J-S)
Ga niet naar MST, Tom! Dat is een ziek ziekenhuis! Vrienden waarschuwden me destijds voor Medisch Spectrum Twente. Ik sloeg hun raad in de wind en ben toch gegaan, heb er hard gewerkt en mag trots zijn op een aantal wapenfeiten, zoals het op poten helpen van de volledig gestagneerde ICT en de opzet van tal van zorgvernieuwingsprojecten. Ondermeer een CVA-zorgcircuit met de vakgroep neurologie. Het leek een tijd goed te gaan, na mijn succesjaren in Gorcum, totdat.... Tja, typisch een van die foute beslissingen in je leven.
Het doet me trouwens deugd dat Lemstra c.s. ook het falen van de Raad van Commissarissen aan de kaak stelt. Dat stelletje non-valeurs wist al die jaren blunder op blunder te stapelen. Ik heb het immers aan den lijve ondervonden. Ik herinner me dat mijn collega Henk Bijker en ik in 2003 negatief adviseerden over de aanstelling van Ramaker. De commissarissen snoerden ons nogal grof de mond. Bijker ging met pensioen en ik werd gedwongen de aanstelling te accepteren. Zoals voorspeld werd het een fiasco, al na een jaar moest Ramaker het veld ruimen. Hun laatste blunder was het ophouden van de juridische vrijwaring voor de leden van de Onderzoekscommissie Lemstra. De Raad heeft zijn geloofwaardigheid volledig verloren en rest alleen maar zo snel mogelijk af te treden en plaats te maken voor betere mensen. Ik geloof niet dat ze nog met een fatsoenlijk gezicht kunnen blijven zitten.
Vanochtend is het bewolkt, later klaart de lucht wat op en nog later betrekt het weer. We willen vandaag afrekenen bij de havenmeester en uitklaren bij de grenspolitie. Morgen willen we in één ruk naar het zuiden varen, naar Sulina in de Donau monding, hopend dat wind en weer gunstig zijn. Ik loop naar het Internet-café in de passagiersterminal bij de haven om de reacties van de media op het rapport te lezen. Als je denkt dat nu wel alles gehad hebt, heb je het mis. Op de website van RTVOost lees ik verbijsterd (verbijkerd, zou je moeten zeggen) het volgende bericht:
"Oud-topman Bijker van het MST in Enschede voelt zich slechts gedeeltelijk verantwoordelijk voor het zwijggeldcontract dat het ziekenhuis sloot met een voormalig patiënte van ex-neuroloog Jansen Steur.
De commissie Lemstra, die de handelswijze van onder meer het ziekenhuis onderzocht, noemt het zwijggeldcontract uiterst laakbaar. Bijker zegt vanaf zijn vakantieadres in Azië dat een ander lid van de Raad van Bestuur hoofdverantwoordelijke is voor het zwijggeldcontract. Dat is opvallend, omdat de handtekening van Bijker onder het contract staat." (Gedateerd 02-09-2009, rond 10 uur)
Dat Ome Henk (zoals ik hem altijd noemde) geen gemakkelijk heer is, was me bekend, maar tot regelrecht liegen had ik hem niet in staat geacht. Zo zie je maar weer. Wat een stomme, doorzichtige actie van hem! Dat gelooft toch niemand! Hij probeert doodeenvoudig mij verantwoordelijk te maken - en nog wel hoofdverantwoordelijk - voor dat zwijgcontract, dat hij volledig buiten me om met Herman ten Vergert, secretaris RvB, opstelde en tekende. Pas achteraf hoorde ik erover van Herman, die zei: "Bemoei je er niet mee, Henk wil het zo, je brandt je vingers eraan!" (Dat had ik natuurlijk wél moeten doen. Op dat punt was ik laf en liet het er maar bij zitten) Het contract is niet eens in de vergaderingen van de Raad van Bestuur geweest, zo vertelde de Commissie Lemstra me in april (ik wist dat niet meer zeker) Een kat in het nauw maakt zelfs in Azië rare sprongen. Tjonge, wat valt Ome Henk nu opeens een eind van zijn voetstuk! En wat bereikt hij ermee? Hooguit dat de media gaan schrijven dat de oud-bestuurders van MST vechtend over elkaar heen buitelen. Behalve een leugenaar is hij ook nog een sufferd.
Terug naar boven |
|
Sulina In de avond loopt het cruiseschip T.G.Shevchenko ons op Donderdag 03-09-2009
Na het schrijven van het dagverslag met mijn tweede reactie op het rapport Lemstra bekijk ik gister rond het middaguur in het Internet-café de windkaartjes van Passageweather. Die zien er niet goed uit: in de loop van morgenmiddag gaat de wind draaien en zich voor een aantal dagen nestelen in het zuiden. Precies de kant die we op moeten. Aan boord overleggen we en we besluiten meteen te vertrekken. Nu de wind nog in de goede hoek zit en we vannacht doorvaren kunnen we een goede slag maken en morgenochtend in Sulina zijn. Daar zien we dan wel weer verder. Maar stante pede vertrekken uit de Oekraïne omdat de wind goed staat? Dat kun je vergeten. Toch lukt het me de hele uitklaringsprocedure in anderhalf uur te voltooien, dat is voor Oekraïne een record, ondanks het feit dat ons Ship Ecological Report (het zoveelste onzin-formulier dat gisteren werd opgesteld door een onduidelijk figuur, die niets bekeek of controleerde en alleen maar mijn handtekening en scheepsstempel erop wilde) op de burelen was zoekgeraakt. Aan het eind krijg ik een soldaat van de grenstroepen mee, die moet bewaken dat ik direct aan boord ga en meteen vertrek. Helaas, probleem, ik moet de havengelden nog voldoen en daarvoor moet ik helemaal naar de pin-automaat in de passagiersterminal. De soldaat, een wat stijve jongen die geen woord buitenlands spreekt, ziet het door de vingers en loopt als een schaduw achter me aan.
Om kwart over drie vragen en krijgen we toestemming uit te varen aan Port Control op VHF 14. We varen op de motor, de wind is NW 2 en er vallen wat regenspetters. In het noorden weerlicht het. Met een gevoel van weemoed laten we Odessa achter ons. We moeten hier beslist nog eens terugkomen. Na anderhalf uur zijn we bij kaap Velskyi Fontan en kan de genua bij met WZW 3. Drie uur later valt de avond. De ondergaande zon weet in de schemering een mooie regenboog aan de oostelijke hemel te toveren. Nog een uur later passeren we de beroemde hefbrug die naar de lagune van Belgorod-Dniestrovsky voert. De T.G.Shevchenko, het ouderwetse Oekraïense cruiseschip dat bij ons aan de kade lag, loopt ons in het donker op (foto hierboven) het is bewolkt en we zien nog steeds weerlichten in het noorden en het oosten. De wind neemt fors toe en de hele nacht waait het Bf 5 - 7 uit westelijke tot zuidwestelijke richtingen. Dat was bepaald niet voorspeld! We schieten in elk geval flink op, maar de groeiende zeegang - hoewel aflandig - wordt behoorlijk onaangenaam. Ans heeft een gloeiende hekel aan ´s nachts varen en helemaal als het hard waait, een angst die ze heeft overgehouden aan de keer in 2004 dat we op de Noordzee platsloegen door een monstergolf (zie hier) We wisselen elkaar om de twee uur af. Een halfuur lang voel ik me ook nog zeeziek worden, maar het gaat over. Een geluk is dat de wind de bewolking heeft gebroken en dat de bijna volle maan veel licht op de golven werpt. Zo zie je de grotere jongens tenminste aankomen. Om 21.45 uur hoor ik op VHF 16 een oproep voor "motor vessel Dulce". Op de vraag welk station me roept, hoor ik dat het de grenspolitie is. Verdraaid, ze willen gewoon weten of de boete die we in de Chilia-tak van de Donau opliepen, heeft geholpen en controleren of ik nu wél de marifoon standby op 16 heb.
Zo stampen we urenlang met gereefde zeilen aan de wind naar het zuiden. Er komt veel buiswater over en af en toe moeten we in de kajuit spullen opruimen, die niet zeevast stonden. De handdoek over de kooi van Lord Byron valt er ook ieder keer af, hij ziet het stoïcijns aan. Zin in eten hebben we niet, de toiletgang is ieder keer een bezoeking. Het ergste is de oversteek van de Zhebrianskyi baai, waar de zeegang zich flink kan opbouwen. In de verte moet de dichtgeslibde en gesloten haven van Ust-Dunaysk liggen, waar we op de heenweg een nacht ankerden bij een afgezonken duwbak. Het wordt allemaal wat draaglijker als we in de luwte van de Donau-delta raken. We minderen meer zeil en vaart om niet in het donker bij de invaart van het kanaal naar Sulina te komen. Om half zes begint de dageraad te krieken. Ik wissel de gastenvlaggetjes en hijs de Q-vlag eronder. We komen immers de Europese Unie binnen. Anderhalve mijl voor de invaart roep ik Port Control op VHF 16 en krijg toestemming binnen te varen. Ook nu is er een fikse tegenstroom van 2 - 3 knopen. We kruipen tegen stroom en wind naar binnen en herademen als we binnen de dammen zijn. Om kwart voor acht meren we af aan de dorpskade, bijna op dezelfde plek als tien dagen geleden. We hebben 95 mijl afgelegd.
Als alles in orde is duiken we in bed. Om negen uur wordt er geklopt. Vier uniformen van de grenspolitie, de douane en de havenmeester willen ons inklaren. In de kuip vullen ze de documenten vlot in, ik stempel en teken ze en na een kwartier is het in orde. Weer in bed kan ik de slaap niet echt vatten, dus maak ik dit verslagje. Het is zonnig en de wereld ziet er weer een stuk vriendelijker uit. Vanmiddag gaan we tanken bij de bunkerboot, vanavond gaan we uit eten in Casa Coral (met zijn weinig bijzondere toilet) en dan gaan we bezien of we morgen toch verder kunnen naar Constanţa. De Egeïsche Zee trekt. Terug naar boven |
|
Constanţa Ochtendmist in Sulina. Voor ons ligt een varend hotel aan de kade Vrijdag 04-09-2009
´s Middags doen we wat boodschappen in Sulina. Daarna gaat de telefoon. Met Dick Veltman, hoor ik, hoe gaat het met je? Ik knipper even met mijn ogen. Veltman - lid van de Raad van Commissarissen van MST en tegenwoordig voorzitter - sprak ik voor het laatst ergens in het vroege voorjaar van 2004, ruim vijf jaar geleden. Waar belt hij voor? Tja, zegt hij, we worden vanavond allebei allebei geïnterviewd door RTVOost, misschien moesten we even afstemmen. Wat willen ze je vragen, Dick?, vraag ik. Of ik destijds inderdaad niet op de hoogte was van de kwestie Jansen-Steur. Ik heb het nagekeken in de verslagen uit die tijd, maar het punt is nergens in de notulen terug te vinden. Dat zegt niks, antwoord ik, we waren altijd gewend om in de vergaderingen ook even stil te staan bij actuele zorgen en beslommeringen van de Raad van Bestuur, zonder dat die nu meteen genotuleerd werden. Ik kan het niet bewijzen, maar voor mijn gevoel heb ik jullie toen ook informeel ingelicht over de kwestie. Ik weet van niks, zegt Dick. Luister, zeg ik, nu ik je toch aan de lijn heb vind ik het fatsoenlijk om je te laten weten dat ik vind dat jullie na het rapport Lemstra moeten aftreden. Oh?, zegt hij. Ja, het staat al op mijn website en ik zal het vanavond ook zeggen, dan kun je je vast voorbereiden.
´s Avonds eten we in restaurant Casa Coral steur. Wat? Steur. Ja, die wordt in de Donau-delta gevangen. Een heerlijke vis, ik kon het niet laten. Vlak na de maaltijd belt RTVOost voor het interview. Op de achtergrond hoor ik Veltman die flink wordt aangepakt door de interviewer. Dan ben ik aan de beurt. Helaas is de interviewer Jan Medendorp niet erg goed ingevoerd in de materie, hij maakt er een warrige boel van. Dat maakt antwoorden lastig, want je moet eerst zijn fouten en verhaspelingen rechtzetten voor je je eigen punten kunt maken. Ik laat merken dat me dat ergert en steek gewoon mijn inmiddels bekende verhaal af en krijg daar alle gelegenheid voor. Dat de Commissie Lemstra in een soort Pavlov-reactie overal een doofpot in ziet, ook waar dat niet het geval was zoals bij de vertrekregeling van Jansen-Steur. De tijd is om voor ik er erg in heb en daardoor heb ik verdorie niet eens kunnen zeggen dat de Commissarissen in mijn ogen niets anders rest dan af te treden.
Gisteravond meert er een varend hotel voor ons af. Die zie je hier meer, ze worden door een sleepbootje getrokken, zijn erg ondiep en ze kunnen diep de delta in. 's Nachts hebben we last van steekmuggen. Vanmorgen loop ik om half zeven naar de havenmeester voor een clearance permit. Als je in Holland van Amsterdam naar Rotterdam vaart, heb je zoiets helemaal niet nodig, zeg ik. Hij mompelt dat vroeger alles beter was. Onder Ceauscescu?, vraag ik. Hij knikt, "more order". Omdat ik haast heb ga ik er niet op in. Op de rivier hangt mist (foto hierboven) Ik roep Port Control op 16 voor toestemming uit te varen. We varen voorzichtig naar het kanaal dat naar zee voert. Daar klaart de mist op. Er is geen wind. De stroom voert ons snel de vijf mijl het kanaal af. Wind is er niet. Na de dammen is het water woelig met kolken en rafelingen. Naast ons zwemt een pelikaan. Te laat grijp ik de camera.
De zee, anders zo nijdig, is volledig kalm. Opeens zie ik dat een van de grote, bolle stootwillen die we aan de hekstoel hebben hangen, weg is. Oef, het gerafelde touw hangt er nog. Die hebben we afgelopen nacht tijdens de harde wind en zeegang verspeeld. Niks van gemerkt. Ik zit later voor me uit te peinzen, natuurlijk weer over de affaire Jansen-Steur. Gisteravond las ik op websites van bladen reacties van lezers. Veel mensen vinden het een schande dat we de man ook nog € 250.000 meegaven, dat wil zeggen zijn salaris doorbetaalden tot zijn vroegpensioen (OBU-regeling) Begrijpt dan niemand dat ik dat bedrag sowieso kwijt zou zijn? In zijn jaren bij MST had Jansen-Steur een dijk van wachtgeldverplichtingen opgebouwd, voldoende om hem volledig te blijven betalen tot aan zijn ouderdomspensioen. Die vijf jaar extra heb ik nog bespaard door de vertrekregeling met hem. Bovendien zou een ontslagprocedure veel tijd en geld gekost hebben: een onderzoekscommissie à la Lemstra, proces- en advocatenkosten. Je bent als werkgever niet zomaar van iemand af. Het wachtgeld had hij wel gekregen, met een beroep op ziekte die hem deed disfunctioneren. Hij kon psychiaters immers alles laten opschrijven wat hij wilde. Alles bijeen had het dan zeker driekwart miljoen euro gekost. Begrijpt men dat niet?
Om kwart voor tien loopt ons een snelle patrouilleboot van de grenspolitie op. Op 16 vragen ze onze bestemming en het aantal mensen aan boord. Dan kunnen we verder varen. Wind is Zuid 1. Ik zet de laptop aan. In Odessa hebben ze zoveel crewlists opgevraagd (alles bijeen 15!) dat ik er gisteren nog maar twee over had voor de officials in Sulina. Ik print een tiental nieuwe uit. Buiten zie ik dat we bij de Sfintu Gheorghe tak zijn, de zuidelijke arm van de Donau die dichtgeslibd is. We passeren na twaalf uur de lage Sakalin eilanden. Voor ons ligt zestig mijl open zee tot aan Constanţa. Er komt wat meer wind, ZZO 4, het is nét bezeild. En nog geen kwartier later waait het zomaar ZO 5 - 6. Met gereefd tuig lopen we een dikke 7 knopen. Om 14.00 uur passeren we de boorplatforms waar we op de heenreis ook langsvoeren. De zee bouwt opnieuw de vervelende, korte en nijdige swell op die we ondertussen goed kennen. Ans ziet tweemaal dolfijnen. De hele rest van de tocht is een oersaai en ongemakkelijk rak van vijftig mijl aan de wind. We maken goed vaart maar deze wind versterkt de tegenstroom die hier langs de kust naar het noorden loopt en ruim een knoop beloopt.
We liggen en zitten de ongerieflijke rit uit onder de buiskap, af en toe spuiten golven buiswater over. We lezen of dommelen op de kuipbanken. De zon gaat onder en in de verte fungeert op zeven mijl afstand het verlichte gebouw van het grote hotel bij de haven, waar we veertien dagen geleden romantisch op het balkon aten, als een prima baken. Om half negen meren we af op exact dezelfde plek als toen. Op het log hebben we 95 mijl afgelegd, over de grond 85. Tien mijl verloren door tegenstroom. Ik drink een glas wijn in de kuip. De grenspolitie komt langs om onze gegevens te noteren onder verontschuldigingen voor de overlast. Terug naar boven |
|
Constanţa (2)Zaterdag 05-09-2009
We draaien een goede nacht af. Geen steekmuggen. Het is hier trouwens een heel stuk warmer dan in de Donau delta, het scheelt zeker een graad of vijf. Het kantoor van de haven is gesloten, misschien vanwege het weekend of is het seizoen gesloten na 1 september? We nemen het ervan, vandaag.
Ik lees "Time Travel in Einstein´s Universe. The physical possibilities of Travel through Time" (Mariner Books, 2001) van J. Richard Gott uit. Een aardig boek zonder dat het veel nieuws biedt. Vooruit reizen in de tijd is sinds de speciale relativiteitstheorie van 1905 van Einstein een bekende mogelijkheid. Teruggaan in de tijd was altijd een probleem. Gott construeert er een paar ingewikkelde, weinig praktische mogelijkheden voor die, hoewel fysisch mogelijk, voor langere tijd onhaalbaar zullen blijven. Zo gebruikt hij hypothetische kosmische snaren om ermee terug in de tijd te reizen en zichzelf een hand te geven. Het tweede deel van zijn boek besteedt hij aan een verkenning van statistische toekomstvoorspellingen, zoals het fameuze Doomsday Argument van Brandon Carter (zie ook mijn "Werkprogramma" van 5 raadselachtige zaken) Een onderwerp waaraan hij in het verleden een belangrijke bijdrage leverde.
Wat me aansprak was zijn pleidooi om het ruimtevluchtprogramma te intensiveren en in de komende decennia een menselijke kolonie op de planeet Mars te stichten, die in staat is zichzelf in stand te houden met gebruik van bestaansmiddelen uit het planeetmateriaal. "The goal of the human spaceflight program should be to increase our survival prospects by colonizing space" (p. 229) Hij haalt het voorbeeld aan van de oude Grieken. Die brachten al hun boeken onder in de grote bibliotheek van Alexandrië. Daar werden ze goed verzorgd en bewaakt maar toch brandde de bibiotheek op zeker moment tot de grond toe af. Alle 120 toneelstukken van Sophocles gingen verloren, op 7 na waarvan kopieën ook elders waren bewaard. Op grond van het Doomsday Argument en de vergelijking met het uitsterven van andere zoogdieren, is het uiterst waarschijnlijk (95%) dat de mensheid zal uitsterven, eerder vroeg dan laat. "Existence of even one self-supporting colony in space might as much double the long-term survival prospects of our species - by giving us two independent chances instead of one" (p.231) Is een onafhankelijke kolonie op Mars mogelijk? Velen zijn ervan overtuigd dat het met onze huidige technologie mogelijk is. Kijk maar op de website van de Mars Society. Een bekend tegenargument luidt: laten we eerst maar eens de noden van de mensheid op aarde oplossen. Dat snijdt geen hout, in mijn ogen. Het gaat er juist om de huidige, ultieme kwetsbaarheid van de menselijke soort voor uitroeiing - hetzij door eigen schuld of door kosmische rampen - te verminderen door meerdere, van elkaar onafhankelijke lokaties te creeëren. Als dat ook bij de toneelstukken van Sophocles was gedaan, dan hadden we ze alle 120 misschien nog gehad.
Ik begin aan de lectuur van een ander boeiend boek: "Gödel. A Life of Logic" (Basic Books, 2000) van John L. Casti en Werner De Pauli. Een nieuwe poging om die vermaledijd lastige onvolledigheids-theorema´s onder de knie te krijgen. Het boek "Ik ben een vreemde lus" (Contact, ned vert 2008) van Douglas R. Hofstadter hielp me al een eind op weg, maar ik wil er nog dichter op zitten.
Het is een zonnige en winderige dag. Dezelfde zuid- tot zuidoostenwind als gisteren, kracht 5 tot 6. We wachten rustig af tot hij gaat draaien, volgens de prognoses in de komende dagen. We doen wat boodschappen, spuiten het zout van de boot en drentelen wat over de boulevard. De branding slaat hard uiteen tegen de betonblokken beneden, schuimflarden vliegen ons om de oren. Ik houd mijn pet vast. Lord Byron heeft nauwelijks een staart meer maar toch pruttelt hij af en toe wat en soms fluit hij even - zo vals als een kwartel. Van Nanning & Miranda van de Famous Goose, die we tijdens onze winter op Malta leerden kennen, ontvingen we een verslag van hun terugreis naar Nederland. Het moet vreemd zijn om met je boot weer op de vaderlandse wateren te varen. Soms stel ik me voor dat wij ook terug zijn en aan het remmingwerk van de Volkeraksluis liggen, zoals we dat voorheen vaak in de weekenden deden. Niet verkeerd, weg en toch vlakbij. Heimwee? Terug naar boven |
|
Constanţa (3) Regen. Door het raam zie je links door het venster de minaret en de koepel van de Mahmudiye moskee Zondag 06-09-2009
Regen. In de loop van de nacht begint het en het regent door tot elf uur vanmorgen (foto hiernaast en een andere hier) Af en toe is er zwak onweergerommel in het noorden. We slapen lekker uit, ontbijten lang en uitgebreid en maken het knus in de kajuit. Ik speel een paar keer achtereen het Celloconcert uit 1969 van de Finse componist Joonas Kokkonen (1921 - 1996) af. Hij was in Finland zo´n beetje de nationale opvolger van Jean Sibelius. Het celloconcert is erg bekend geworden. Het heeft vijf delen, waaronder twee mooie, sombere en melodieuze adagio´s (III en IV) die goed passen bij de donkere sfeer van deze dag. Het laatste is een cadenza - adagio, legatissimo possibile. Dat is: zo gebonden mogelijk. Moeilijk om te spelen. De cellist Thorleif Thedéen, maakt er een mooi uitgesponnen meditatie van die helaas al na een minuut of vier versneld en zonder pauze overgaat in een kort, pittig Allegro vivace.
Na het middaguur is het bewolkt maar droog. Op de wal lopen zondagse wandelaars voorbij. Onze Dulce gaat weer veelvuldig op de foto, vaak poseren mensen ervoor staand. Ans maakt de koelkast schoon en ik verzorg de motor, vul wat olie en koelvloeistof bij en maak de onderkant schoon. Dan Internetbankieren en computerhygiéne, dat wil zeggen virusscannen, updates ophalen, schijfdefragmentatie en fotobestanden overzetten op de externe harde schijf. De wind is ondertussen als voorspeld en we gehoopt hadden naar het noorden gedraaid en is nu Bf 4 - 5, maar het is te laat om verder te varen en zo´n rustig dagje laat je je ook niet afnemen.
Later op de middag zakt de temperatuur een graad of vier naar beneden tot 22°. Er is duidelijk een koufront over ons heen gekomen. De wind haalt aan naar NNO 6 en opnieuw dreigt regen. Ik lees verder in het boek over de wiskundige Kurt Gödel en probeer in dat verband het fenomeen Turing Machine onder de knie te krijgen. Terug naar boven |
|
Constanţa (4) Het is even wat lichter. Tussen twee buien in maak ik een foto van de boot. Maandag 07-09-2009
Veel wind vannacht en vandaag gaat het onverdroten door met Noord 7 - 8 en voortdurende regenbuien en een temperatuur van slechts 19° Tussen de buien door maak ik een foto (zie hiernaast) maar verder blijven we net als gisteren binnen, met Bach in de CD-speler en mooie boeken bij de hand.
In "Godel. A Life of Logic" (Basic Books, 2000) schrijven Casti en De Pauli dat Gödel in de latere fase van zijn leven vanaf 1940, toen hij het nazistische Oostenrijk had verlaten en dus in de tijd dat hij voorgoed aan het beroemde Institute for Avanced Studies in Princeton, USA, was verbonden - waar hij iedere ochtend samen met Albert Einstein heen wandelde - zich ondermeer bezig hield met het de vraag of het bestaan van God bewezen kon worden en met fenomenen als zielsverhuizing en leven na de dood. Dat wist ik niet. "Essentially, Gödel held that an afterlife must exist because the universe basically has a meaning" (p. 87), schrijven ze. Anders dan zijn vriend Einstein geloofde Gödel in een persoonlijke God. Dus een God die zich bezig houdt met het lot van de mensen en met wie je een persoonlijke verstandhouding kunt hebben. Een God die daar niet toe in staat is, is geen almachtige God en hem ontbreekt de eigenschap van almachtigheid, die per definitie nu juist de goddelijkheid van God uitmaakt. Verder was Gödel van mening dat het potentieel van mensen niet volledig vervuld kan worden binnen de spanne van één enkel individueel leven. Daarom moet er een hiernamaals bestaan waarin dat potentieel wel vervuld kan worden, anders zou het menselijk leven zinloos zijn. "This is closely related to the causality principle that underlies all of science: Everything has cause and events don´t just ´happen´" Curieus, want dat is nu juist wat in de quantumfysica wél het geval is. Wat merkwaardig, eigenlijk, ik had dit soort opvattingen nooit bij zo´n strikte wiskundige logicus als Gödel verwacht. Maar ook Einstein, voor wie het goddelijke een in het universum belichaamde, onpersoonlijke instantie was, had moeite met de essentiële rol van toeval en waarschijnlijkheid in de quantumfysica: "God dobbelt niet" schreef hij in 1926 in een brief aan Niels Bohr. Die schreef terug: "Stop met God te vertellen wat hij moet doen!"
Het slechte weer houdt de hele dag aan en in de komende dagen wordt het niet minder. Er ligt een hardnekkig Laag boven West Turkije en vandaag trekt een trog over ons heen. We liggen dus simpelweg verwaaid in wat misschien de eerste herftstorm voor het Zwarte Zee-gebied is. Er zijn beroerder plekken. De haven van Constanţa krijgt nauwelijks swell binnen en achter de hoge buitenste kademuur liggen we goed beschermd. Zo houden we het wel uit tot het weer opknapt. Ans bakt net succes een appeltaart in de magnetron. Ze moet hem alleen opeten want als ouderdomsdiabeet mag ik alleen één klein hapje proeven. Terug naar boven |
|
Constanţa (5)Dinsdag 08-09-2009
Het slechte weer neemt iets af. Vanochtend waait het nog NO 6 maar het is tenminste droog. Op zich is die wind geen reden om nog te blijven. Hij komt immers van schuin achter in als we verder naar het zuiden zouden zeilen. Maar de zeegang op de Zwarte Zee is dermate kort en ongerieflijk, dat we liever afwachten. Helaas laat het 24-uurs weerkaartje van Sembach (zie hiernaast) zien we dat we er nog niet vanaf zijn. Je ziet dat lagedrukgebied (1003 hPa) nog altijd bij West-Turkije liggen. Jaap & Diana zitten daar ergens en het zal ook bij hen slecht weer zijn, vrees ik.Onderwijl is het in Nederland een zomerse dag. Bij ons zie je een langgerekt frontensysteem hangen met neerslag. Noordwestelijk van ons is een hogedrukgebied van 1026 hPa en tussen dat Hoog en het Laag bij Turkije lopen de isobaren dicht bijeen. Dat is de harde noordoostelijke stroming waar we hier mee te maken hebben. De situatie verandert slechts heel geleidelijk.
Rond het middaguur begint het weer te miezeren. We maken een wandeling. Eerst kijken we naar de zee, die bulderend tegen de basaltblokken voor de boulevard beukt (foto hier) Wolken schuim spatten hoog op. We bezoeken het Muzeul de Istorie Nationala si Arheologie Constanta op het plein met het standbeeld van de de dichter Ovidius, die hier in ballinschap leefde en stierf. Ik schreef daar een aantal weken geleden al over, toen we hier voor het eerst waren. Het museum is sedert 1977 gevestigd in het voormalige stadhuis, een mooi gebouw in Art Nouveau stijl. Je kunt er prima een regenachtige middag doorbrengen. De voormalige raadszaal heeft mooie muur- en plafondschilderingen met zo te zien taferelen uit de geschiedenis van de stad (foto hier) Ik weet dat niet zeker, want er is in de zaal een fototentoonstelling van oude vestingen langs de Donau, die nogal in de weg staat. Het museum heeft een prachtige collectie van beelden, beeldjes en voorwerpen uit de prehistorie en de tijden van de Thraciërs, de Grieken, de Romeinen, de Byzantijnen, de Ottomanen - allen die hier woonden of langs kwamen. Er is ook een mooie, aangrijpende kop van een lijdende Ovidius, gemaakt door een Roemeense kunstenaar uit de vorige eeuw, Corneliu Medrea (1888 - 1964, foto hier) Er is ook een intrigerend beeld uit de oude Grieks-/Romeinse stad Tomis, die hier lag in 2e eeuw AD, van de mythische slang Glycon, met lang blond haar en trekken van een mannenhoofd, om wie een onduidelijke cultus bestaan zou hebben tot in de 4e eeuw AD en volgens sommigen zelfs tot in de vorige eeuw (foto hier) Volgens het bordje was Glycon de godheid van het goede en behoedster van huis en haard en van tempels. Ook intrigerend is een dubbelbeeld van de Griekse wraakgodin Nemesis (foto hier), ook uit de ruïnes van het Tomis uit de 2e eeuw AD, staande afgebeeld voor een tempel met de staf waarmee ze de goede en de slechte daden van de mensen kon bepalen en wegen. Is ze daarom dubbel afgebeeld? Dus één om het goede en één om het kwade te meten? Ja, en dan komen we in een zaal met vondsten uit veel vroeger tijden, van ongeveer 7000 jaar geleden uit de tijd van de Hamangia cultuur. Er zijn twee beeldjes van rode klei, zó mooi en zó subtiel en zó ontroerend dat ze meteen ons hart stelen (foto hier) "De denker en zijn vrouw" staat erbij. Dat slaat natuurlijk nergens op, ware het niet dat de figuur van "de denker" meteen doet denken aan het beroemde beeld van Auguste Rodin. Ze werden in 1956 gevonden in een dodenstad, een necropolis bij de stad Cernavoda, hier in de buurt. Er zijn daar meer van dergelijke beeldjes gevonden maar dit zijn de enige twee met een hoofd. Je kunt tijden naar zulke beeldjes staren en je verwonderen over het vermogen van de mens om zolang geleden al zoiets moois te maken. Tja, je kunt ze niet meenemen maar tot onze grote vreugde kan je bij de ingang van het museum heel redelijke replica´s kopen voor een prikje, omgerekend 7 euro per stuk. De vraag waar we ze aan boord (zeevast) moeten plaatsen is nog niet opgelost.
Als we weer buiten komen, schijnt de zon. De harde wind heeft de wolken verjaagd. We vinden een slagerij en doen verdere boodschappen in de kleine supermarkt boven de haven. Straks eens naar de weersverwachting kijken. Terug naar boven |
|
Constanţa (6) Ans bij een communistisch jubelbeeld in een park in Constantsa Woensdag 09-09-2009
Veel wind vannacht. Door het geklots tegen het achterschip slapen we onrustig. De branding dondert tegen de buitenkant van de havendam en schuim en water vliegen regelmatig over de zes meter hoge muur heen en slaan kletsend op de kade neer. Het is vermakelijk om te zien hoe langsdrentelende vakantiegangers, overigens steeds schaarser in aantal, plotseling een ongewenste douche over zich heen krijgen.
Vandaag maken we een lange wandeling door de stad. Ondermeer passeren we in een verwaarloosd park een groot monument uit de tijd van de kleine, gemene conducator Ceauscescu (foto hierbij) Men zag geen kennelijk geen reden dit jubelproduct van communistische hybris te slopen. Het zou ook een hele klus geweest zijn. Geleidelijk belanden we in de winkelstraten in het centrum. Er is zelfs een voetgangersgebied, maar het is schrikbarend hoe grauw, leeg en verwaarloosd alles is (foto hier) Talloze mooie panden, vaak in Jugendstil stijl, zijn verveloos en vervallen, met gebroken glas in de sponningen, haveloze deuren en vensterbanken, graffity en deels afgescheurde affiches op de bladderende muren, verroeste balkons met ooit prachtig smeedwerk. In de straten schuifelen slecht geklede mensen langs de winkels, ongewassen kinderen hangen rond op banken en stoepen. Je wordt er treurig van. Achter het voetgangersgebied treffen een iets vrolijker tafereel, een grote overdekte en goed voorziene groente- en fruitmarkt. We kopen er sla, aardbeien, radijs, druiven en - verrassend - pastinaken. De pastinaak is een grote witte wortel, bij ons is het een ouderwetse groente, maar in het Middellandse Zeegebied was hij al bekend bij de Grieken en de Romeinen en wordt hij nog steeds veel gegeten. In het begin van de jaren ´80 had ik in Deil aan de dijk met de buren een moestuin, waarin we naast schorseneren, bonen, snijbiet en dergelijke, ook pastinaken verbouwden.
Bij terugkeer zien we dat de zee nog steeds erg wild is. Ook voor vandaag was er weer een near-gale warning op de Navtex, howel de windmeter niet verder komt dan NO 5. De weerkaartjes tonen echter ook voor morgen nog harde wind. Maar tegen het weekend verbetert de situatie, lijkt het. Dan kunnen we verder naar het zuiden.
"In setting limits on the human fantasy of omnipotence, Gödel stands in the tradition of Copernicus, Darwin and Freud", schrijven Casti en DePauli aan het eind van hun boek over de wiskundige en filosoof Kurt Gödel. Als ik aan dat eind ben gekomen moet ik het boek - nog geen 200 bladzijden dik - suizebollend wegleggen. De moeilijke lectuur leerde me ondermeer de naam kennen van de Argentijns-Amerikaanse wiskundige en computerwetenschapper Gregory Chaitin die, voortbouwend op het incompleetheids-theorema van Gödel, in 1988 het bewijs leverde dat de structuur van de wiskunde zélf uit toeval bestaat en dat het toeval (randomness) net zo fundamenteel en allesdoordringend is in de zuivere wiskunde als in de theorethische fysica. Voortbordurend op Einsteins´ gezegde "God dobbelt niet" zou Chaitin gezegd hebben: "God not only plays dice in quantum mechanics, but even with the whole numbers" Dat betekent niet meer en niet minder dan dat onze intellectuele vermogens, hetzij van ons brein of van onze computers, duidelijk tekort schieten en te zwak zijn om - tenminste met deformele, deductieve middelen van de wetenschap - het hoogcomplexe systeem te doorgronden van onze wereld in zijn totaliteit. Kurt Gödel zelf was daarvan al overtuigd, alleen had hij nog niet bewezen dat het zelfs voor de wiskunde van getallen gold. Ik begrijp nu eigenlijk wat beter waarom hij zich in zijn latere leven steeds meer wendde tot obscure zaken als zielsverhuizing, hiernamaals en occultisme. Eigenlijk geloof ik ook wel dat kennis en wetenschap altijd tekort zullen schieten om de wereld te begrijpen, maar het is in al zijn beperktheid het enige werktuig tot werkelijk begrip dat we in onze duizenden jaren geschiedenis ontwikkeld hebben. Bij occultisme in zijn vele varianten voel ik me niet thuis. Terug naar boven |
|
Constanţa (7)Donderdag 10-09-2009
Gisteravond lees ik bij de NRC over de overstromingen in Istanboel na de ergste regen in 80 jaar (zie hiernaast) Er zijn enige tientallen doden te betreuren. Op een filmpje op de website van Daily News, de Engelse uitgave van de Turkse krant Hurriyet, zie ik hoe een bulldozer in een wilde stroom op een ondergelopen snelweg iemand van het dak van zijn vrachtwagentje redt. De meeste slachtoffers vielen in een stadsdeel ten noorden van Atatürk International Airport, niet ver van Ataköy Marina waar we in augustus bijna een maand hebben gelegen. De hevige regenval, die gepaard ging met harde noordenwind, was een uitloper van de trog die in de afgelopen dagen ook over ons heentrok, maar die hier geen ernstige gevolgen had. We hebben dus geluk gehad. Het debat gaat nu over de oorzaak. Méér extreme storm en regen door global warming? Of is er sprake van een uit zijn voegen gegroeide wereldstad, waarbij de infrastructuur voor hemelwaterafvoer is achtergebleven? Of beide?
Merkwaardig is dat juist in deze tijd een aantal klimaatwetenschappers voor de komende tientallen jaren een periode van afkoeling voorspellen. Dat zou komen door een verwachte afname van ze zonne-activiteit, net als dat gedurende het zogenaamde Maunder Minimum het geval was, de periode in de 17e en 18e eeuw waarin het in Europa extreem koud was en in ons land bijvoorbeeld de grote rivieren ´s winters bevroren. De periode die ook wel de Kleine IJstijd wordt genoemd en waarin Pieter Breughel de Oude zijn bekende Hollandse winterlandschappen schilderde. Ik schreef daarover eerder, tweeëneenhalf jaar geleden, in de rubriek Beschouwingen onder de titel Abrupte Klimaatverandering. Zie ook hier bij het KNMI. Vreemd, ik dacht nou juist dat er onlangs een nieuwe 11-jarige periode van toegenomen zonnevlekken-activiteit was aangebroken, solar cycle nummer 24, een paar maanden geleden als zodanig uitgeroepen door de NASA. Op grond daarvan zou je eerder versterking van de opwarming verwachten. De start van de nieuwe zonnevlekken-cyclus was overigens veel later - ongeveer twee jaar - dan verwacht. Maar nu lees je berichten over vermindering van zonneactiviteit, zoals hier op het weblog van klimaatscepticus Hans Labohm. Anderzijds is deze zomer in de Stille Oceaan weer een El Niño begonnen, overigens ook beduidend later dan verwacht. Zie hier. Eerlijk gezegd vrees ik dat klimaat en weer nog steeds te ingewikkeld zijn om betrouwbare voorspellingen te doen. Klimaatmodellen schieten ook nog steeds tekort. Afwachten, je kunt alleen maar afwachten. Misschien is het dan te laat.
Vanochtend schijnt de zon door de raampjes van onze hut. De wind is sterk verminderd maar de vervelende zeegang is nog niet weg. We hebben geen haast. Ans zegt dat we ons weer eens moeten wegen. "Schoon aan de haak" blijk ik 4 tot 5 kilo te hebben verloren. Het is denk ik wel 25 jaar geleden dat ik 76 kilo woog. Ik voel me er prima bij. Ik ben begonnen in een uitstekend boek over de nieuwe fysica, "The Fabric of the Cosmos" (2004. ed. Penguin Books uit 2007) van Brian Greene van Columbia University. Hij is één van de coryfeeën van de snaartheorie. ´s Middags maak ik een grote wandeling door de stad. Ik keer terug langs de onderkant van de klifwand, waar het oude en vervallen stadsgedeelte op staat. Die klif vormt een hoogoprijzend schiereiland waar de havens tegenaan zijn gebouwd. Aan de andere kant liggen mooie stranden met vale, lege hotels erboven. Een fraai gelegen stad, maar alles is zo haveloos en verwaarloosd dat je overheersende indruk er vooral een van treurigheid is. Terug naar boven |
|
Constanţa (8) De twee replica´s van de 7000 jaar oude beeldjes uit de Hamangia cultuur op het kastje uit de Grote Bazar van Istanboel in onze kajuit Vrijdag 11-09-2009
Niet zoveel wind meer, vandaag, Noordoost 4 - 5. Maar de zeegang is nog veel te beroerd. Wel reken ik alvast af bij het havenkantoor want dat is in het weekend gesloten. Tijd voor wat klusjes. Allereerst heb ik een plekje gevonden voor de twee replica´s van de 7000 jaar oude beeldjes uit de Hamangia cultuur, die we dezer dagen kochten in het archeologisch museum. Met tweezijdig plakband en stukjes klitteband heb ik ze zeevast op het kastje uit de Grote Bazar van Istanboel vastgemaakt (foto hiernaast) Daar stond eerst de replica van de Fat Lady van Malta op, die staat nu op het kastje van de barograaf. De kajuit krijgt trekken van rariteitenkabinet en dat moet ook. We vouwen de bimini in een maken hem vast aan de spruit van het achterstag. Dan laat ik de generator een halfuur draaien. Per slot hebben we nog niks gedaan aan het feit dat hij de wasmachine niet trekt. Ik belast hem met achtereenvolgens de Senseo koffiemachine (max 1700W), de waterkoker (max 2400W), de magnetron (nom. vermogen 1750W) en de wasmachine (power input 2150W) - ieder apart uiteraard. Alles doet het behalve de wasmachine, zelfs als we op slechts 30° wassen. De andere apparaten vragen een constante inspanning, de wasmachine een wisselende. De generator geeft steeds problemen op het moment dat de trommel met was moet draaien, ook als er weinig in zit. Vraagt dat teveel energie? De spanning die de generator dan levert zakt in tot onder 210V - hij levert dan ongeveer 9,2A - en de motor stopt. Daar zou hij toch geen probleem mee mogen hebben en destijds, in het eerste jaar van onze reis, had hij die ook niet en kon de wasmachine er prima op draaien. Voor mijn gevoel heeft de generator problemen met het leveren van sterk wisselende prestaties, zoals bij een wasmachine die dan weer de trommel draait, dan weer stil staat, dan weer opwarmt, enzovoorts. Misschien toch een probleem met de condensator? Als Fons dit leest: wil je komende week eens informeren bij Mastervolt wat eraan gedaan kan worden?
Op de websites van diverse media lees ik dat een meerderheid in de Tweede Kamer een vervolgonderzoek wil in Medisch Spectrum Twente, naar de periode nadat Jansen Steur uit het ziekenhuis verwijderd was. Dus globaal vanaf 2003 tot heden. Het gaat om de vraag of de bestuurderen in die periode klachten van door de disfunctionerende neuroloog hebben genegeerd of onder de pet gehouden. Dan gaat het om mensen als Ramaker, de interimmers Overkamp en Keim, en Kingma zelf. Laatstgenoemde probeert het af te houden met de stelling dat nu voorrang gegeven moet worden aan het invoeren van de aanbevelingen van het rapport Lemstra.
´s Middags vertoeven we in de zonnige kuip in de luwte van de buiskap. Want het waait toch nog steeds Noordoost 4 - 5. Het is lekker nu de bimini weg is en de zon niet meer zo krachtig. "Meneer, spreekt u Nederlands? Mogen we u iets vragen?" klinkt het in sappig Vlaams. Ik schrik wakker uit mijn sluimer, het boek van Brian Greene is over mijn hoofd gezakt. Naast de boot staan drie jongeren, twee sprietige meisjes en een jongen begiftigd met rijk krullend haar, van scholierenleeftijd, naar schatting 17 jaar. Ze zijn op liftvakantie en hadden bedacht dat ze nog naar Istanboel wilden - "zo vlakbij!" - voor ze weer terug naar België gingen liften. Ze gingen maar eens in de haven kijken, misschien dat er een boot naar Istanboel gaat? Het zijn aardige jongelui maar gelukkig snappen ze dat we niet rechtsstreeks naar de Bosporus varen. Onze tocht langs de kust duurt te lang voor hen, de school begint over tien dagen. Ach, het doet denken aan mijn eigen liftersverleden, destijds in de jaren ´60 toen ik ook op de bonnefooi naar Istanboel liftte.
Ik schat dat er nog een dag nodig is om de vervelende swell tot rust te laten komen. Dan kunnen we zondag eindelijk verder. Terug naar boven |
|
Constanţa (9) God dobbelt wél. De uitvoering van het EPR-experiment in de jaren 80 bewijst de fundamentele rol van toeval en waarschijnlijkheid in het universum Zaterdag 12-09-2009
In ben erg enthousiast over het boek van Brian Greene "The Fabric of the Cosmos" (2004, ed. Penguin Books 2007) Hij gaf de beste uitleg van speciale en algemene relativiteit die ik tot dusver las en zijn weergave van de beroemde Einstein Podolsky Rosen paradox uit 1935 - een gedachtenexperiment dat toen door de drie wetenschappers bedoeld was om de ontoereikendheid van de quantumtheorie aan te tonen, maar dat ironisch genoeg uiteindelijk het sterkste bewijs werd van de juistheid ervan - de weergave daarvan dus, is tegelijk helder én ontzettend spannend. Vooral in het begin van de jaren ´80 werd het gedachtenexperiment daadwerkelijk talloze malen in het laboratorium uitgevoerd door de Franse fysicus Alain Aspect. God dobbelt dus wél en het universum is een nog veel vreemdere plaats dan Einstein c.s. dachten.
Twee vragen staan centraal in het bijna 600 bladzijden tellende boek van Greene: Wat is ruimte? En: Wat is tijd? Dat zijn in feite de meest ingewikkelde vragen in de fysica en tot dusver - ik ben op pagina 175 - vormen ze de rode draad.
Het waait vandaag weer hard, Bf 6 uit het noordoosten. De zee is wild en de branding slaat regelmatig grote plenzen water over de zes meter hoge kademuur. Soms krijgen langsslenterende passanten een onverwachte douche. De voorspellingen zijn dat wind en zee vannacht kalmeren. Dan kunnen we morgen verder. Ik haal nog wat boodschappen bij ons treurig supermarktje, treurig omdat het er zo ongezellig en haveloos uitzit als alles in deze sombere stad (foto hier) Terug naar boven |
|
Constanţa (10) Dulce op zondagochtend aan de kade van Port Tomis, Constantsa. Rechts van de mast zie je de Mahmudiye moskee en zijn minaret Zondag 13-09-2009
Het futuristische gebouw aan het begin van de havenkade blijkt op de bovenverdieping een uitstekend restaurant te herbergen, "On Plonge" genaamd. We eten er een schotel lekkere zeeslakken, welke soort weet men niet in het restaurant, en verder bieflapjes in cognac-/groene peper-/roomsaus (Ans) en dorade (ik) Een goede Roemeense droge rode wijn uitzoeken is moeilijker. In de eerste plaats zijn de meeste wijnen hier zoet tot erg zoet. In de tweede plaats is men in de afgelopen jaren overgegaan op Franse druivenrassen, zoals Cabernet Sauvignon en Merlot. Want alles wat uit het rijke westen komt is beter. Helaas heeft men er nog weinig ervaring mee, dus die nieuwe wijnen zijn niet erg goed. En dat terwijl hier oorspronkelijk een krachtige, kruidige wijn met een mooie smaak van bosbessen en kersen gemaakt werd van de inheemse druivensoort Fetească neagră, die je in sommige supermarkets nog wel vindt. De serveerster haalt er laatdunkend haar schouders over op, als ik ernaar vraag. Helaas. Overigens vind je hem soms in een ook goed smakende combinatie met Merlot.
´s Avonds zit ik wat nostalgisch te googelen. Vraag wat aardige mensen van vroeger om een link op mijn profiel bij LinkedIn.com. Opvallend, het blijft me interesseren hoe het de mensen vergaat met wie ik te maken heb gehad tijdens mijn loopbaan. En waarom ook niet? Ik was nooit een kille kikker.
Tegen de verwachting in blijft het vannacht flink doorwaaien. Pas rond het middaguur neemt de wind geleidelijk af. Ik nog even bij zee kijken maar eigenlijk weet ik het al: de zee is nog veel te onrustig en met weinig wind in het zeil - zeker als hij van achteren komt - is het ongemakkelijk en ongerieflijk varen. We besluiten daarom om morgenochtend in alle vroegte te vertrekken om dan de zuidelijke Roemeense haven Mangalia over te slaan en in één keer naar het Bulgaarse Balchik te varen, circa 80 mijl. Blijft het weer de rest van de week geschikt dan kunnen we dinsdag naar Nessebar, woensdag naar het Turkse Iğneada en donderdag naar de Bosporus varen. Voor komend weekend zouden we dan terug in Istanboel zijn. Maar het kan natuurlijk ook heel anders uitpakken.
De rest van de dag laat ik me volldig absorberen door Brian Greene. Zoals hij die uiterst moeilijke onderwerpen rond de quantumtheorie kan uitleggen! Grote klasse! Terug naar boven |
|
Balchik Vanachter een wolkenbank tovert de opgaande zon een fluwelig licht over de zee Maandag 14-09-2009
Om kwart voor zes varen we af. De Border Police had ik gisteravond al afgewerkt, na oproep op de VHF verschijnt de Port Control - ik houd ze niet meer uit elkaar - na een kwartier met drie man om uit te checken. Ze geven me een cleaeranceformulier waar niemand in Bulgarije interesse in heeft. Het is net licht geworden en fris, maar niet koud. De weinige wind is West 1 - 2 en er staat een trage, oude deining, nog van gisteren en met name van eergisteren. Voorzichtig manoeuvreren we langs de ondiepte voor de haveningang. Een vlucht eenden wrikt moeizaam voorbij. Dan varen we langs de vijf mijl lange dam van de zeehaven. De opgaande zon, nog achter een wolkenbank, tovert een fluwelig licht over de zee (foto hiernaast) Op de rede liggen vijf schepen geankerd. Vanaf de zeehaven komt een vieze, dikke, chemische stank. Ik voel me blij en opgelucht, eindelijk weer varen, eindelijk weer de zee op. Even na half acht steken we de brede havenmond van de zeehaven van Constanţa over. No ships, niet invaren en niet uitvarend, geen problemen dus. De wind trekt wat aan, we draaien de genua uit en winnen daarmee gelijk ruim een knoop snelheid. Over de grond lopen we zelfs 7,4 knopen, we hebben dus ook stroom mee. Helaas, na een uurtje zakt de wind helemaal terug naar Noordwest 1. De zon staat laag, in Holland zou je van een mooie nazomer spreken.
We varen pal naar het zuiden langs dezelfde eindeloze hotelkust als een aantal weken terug, maar omdat we Mangalia niet zullen aanlopen varen we verder van de kust. De lange trage deining wiegt het bootje heen en weer. Nu en dan passeren we een vissersbootje. De gebruikelijke peinzerij vangt weer aan. Waar gaan we later wonen? Later, als we het varen eraan geven - iets waarvan ik hoop dat het nog lang duurt, het varen dus - waarschijnlijk in Gorcum of er in de buurt. Dat hebben we al een tijd geleden tegen elkaar gezegd. Ach, het mooie stadje is ook mij vertrouwd geworden en zeg nou zelf, er zijn slechter plaatsen. Eigenlijk zitten we nog altijd met honderd draden aan Holland vast. Emotioneel, vanwege de kinderen en de kleinkinderen, de moeder van Ans en de verdere familie en de vrienden. Qua verleden, zoals in het geval van de affaire Jansen-Steur in het MST. Zakelijk, zoals met onze inkomens, onze verzekeringen, de belastingen, en wat niet meer. Op zich is het allemaal niet erg, maar ik had toch verwacht dat de afstand groter zou zijn na ruim twee jaar.
We passeren Mangalia. Met de kijker zoek ik de jachtsteigers met de mastjes op en de orthodoxe kerk. Daar lagen we laatst een paar dagen. De moskee kan ik niet vinden. Om elf uur gaan we over de grens, ik verwissel de gastenvlaggetjes. Om half één zijn we bij kaap Shabla. Al een paar uur lang hebben we een gast aan boord, een vogeltje dat ik probeer voor mijn lens te krijgen. Lastig want hij zit stteds net in de richting van de zon, dus in tegenlicht. Hij heeft zwarte pootjes, een brutaal spits snaveltje, een geelwit buikje en zijn rug is bruin tot koperrood. We pluizen het vogelboek na maar komen er niet uit, een tapuit of een vinkje? Tenslotte lukt een foto in tegenlicht (foto hier) Hij is iets kleiner dan onze kanarie Lord Byron (nu trouwens dramatisch in de rui) Zijn er kenners die het weten?
We varen langs de krijtkust van Bulgarije. De wind is Zuid 2. Omdat de kust geleidelijk naar het zuidwesten loopt, kan toch de genua er weer bij. De hemel betrekt, het lijkt of er onweer komt. Om half drie ronden we eindelijk kaap Kaliakra, de beruchte stormkaap van deze kust. Wind - laat staan storm - is er niet, wel veel vissersbootjes en een schooltje dolfijnen, bezig aan een trage jacht op prooi onder water. Na de kaap hebben we de genua vol en hoewel het nauwelijks waait, maken we snel vaart langs de hoge witte krijtrotskust. Om vijf uur meren we af aan de grote kade bij de Port Police, checken er in en vinden daarna een plekje aan de jachtsteiger. Morgen verder naar Nessebar.
In de avond loop ik de wal op langs de meer dan halflege restaurants en terrassen. De zomer is op is allang op zijn retour. De obers en de diensters kijken zonder inzet, wat moeten we met zo´n eenzame heer? Ik zoek een PIN-automaat voor Bulgaarse levs om de marina te betalen, omgerekend 25 euro die ik voldoe aan een dikke wachtman in het kotje bij de slagboom voor de kade. In een supermarket koop ik eerst nog twee flessen Mavrud. Dat is het druivenras waar ze hier hun beste rode wijn van maken. The older you get & the more you travel, the better you learn to detect the good wines. Terug naar boven |
|
Nessebar Dit bootje lag lang op onze koers. Tenslotte bleek het een gewoon visserstrawlertje Dinsdag 15-09-2009
Om kwart voor acht vanaochtend is het bewolkt en grijs als we afvaren. Vannacht viel er wat regen maar nu is het in elk geval droog. Geen wind, NW 1. We motoren pal naar het zuiden richting kaap Emine op bijna 45 mijl. Naast het stadje zien we links aan de kust het kasteeltje met de minaret, waar koningin Marie van Roemenië woonde. Vele weken geleden schreef ik daarover, toen we hier de eerste maal kwamen. Op de Navtex voorspelt Varna Radio Oost tot Noordoost Bf 2 - 4, maar het waait West 3 als we wat onder de kust uit zijn. We zetten de genua bij en alsof dat teveel provocatie is valt hij na tien minuten in elkaar bij Noord 1. Om kwart voor tien passeren we kaap Sveti Georgi op 4 mijl en steken we de baai van Varna over. Er ligt hier een TSS (Traffic Separation Scheme) waarvan we de noordoostgaande arm oversteken, oostelijk van de grote TSS-rotonde, een draaicirkel voor de zeeschepen met een gele boei in het middelpunt. Oostelijk van de noord-/zuidgaande arm varen we naar het zuiden over een spiegelgladde, zacht wiegende zee. Schepen zijn er niet in zicht.
Om half elf zien we een eenzaam stipje voor ons uit, precies op onze koerslijn. Er komen zoals vaker what, if-scenario´s in me op. Wat als ze ons willen beroven? Er is niemand in de wijde omtrek. Ik repeteer: noodoproep op VHF 16 met opgave van onze positie en het seinpistool pakken. In de eerste plaats om er een noodsein mee af te schieten, in de tweede plaats om mee te dreigen. En dan maar zien wat ervan komt. Als we dichterbij komen, is het stipje gewoon een kleine visserstrawler (foto hierboven) De windmeter geeft Oost 1, het is bladstil zou je zeggen als er hier bomen stonden. Er zwermt een grote libelle rond de boot. Die is ver uit de kust geraakt, denk ik bij mezelf, hij zal op zee omkomen. Geleidelijk lost de bewolking op, de lome ochtend gaat over in een lome, zonnige middag. We lezen (foto hier) Om half één passeert een schip op tegenkoers, de Chemstar Seven, geregistreerd in Panama (foto hier) Als er niks gebeurt is alles een gebeurtenis. Ik zit mijn hoofd te breken over het hoofdstuk over inflationary cosmology in Greene als we opeens weer een piepklein, bruingrijs vogeltje op de boot zien met hetzelfde brutale, spitse snaveltje als onze gast van gisteren. Zou het dezelfde zijn? Zou hij de nacht bij ons aan boord hebben doorgebracht en lift hij nu verder mee naar het zuiden? Gelukkig gaat hij anders dan gisteren vlakbij ons op een stang van de opbouw van de zonnepanelen zitten, zodat ik we hem goed kunnen bekijken en fotograferen (foto hier) We halen opnieuw het vogelboek erbij ("Vogels van Europa" van Rob Hume, Capitool Natuurgidsen, 5e druk 2006) Samen concluderen we dat het een Veldrietzanger moet zijn, een vogeltje dat bij ons (in Holland) een dwaalgast is en inderdaad bij de Zwarte Zee veel voorkomt (pagina 412)
Na tweeën komt de kust, die de hele dag ver van ons af was, geleidelijk dichterbij (wij blijven uiteraard recht op onze koers) Als de kajuittrap afga om beneden de positie in de kaart te zetten, zie ik opeens ons veldrietzangertje binnen op de kajuitbank zitten. Kennelijk is hij door het luik naar binnen gevlogen. Al eerder hoorden we Lord Byron in zijn kooi piepjes geven, maar we sloegen geen acht op zijn waarschuwingen. Snel maak ik wat foto´s van ons nieuwe vriendje (foto hier) waarna Ans hem onder een handdoek vangt. Buiten in de kuip blijft hij even op haar hand zitten, te kort voor een foto, tot hij kennelijk ziet dat we vlakbij land zijn. Hij fladdert met een soort stuiterende vlucht naar de wal, met de kijker zien we dat hij inderdaad de kust haalt. Tien over drie ronden we kaap Emine en een kleine anderhalf uur later varen we onder de oude wallen van de vesting Nessebar naar de haven en meren af aan de jachtsteiger op dezelfde plaats als vele weken terug. Toen was mijn zoon Bas nog bij ons. Iemand van de jachtclub komt vertellen dat we hier niet uit kunnen klaren, tenzij we 140 euro betalen want de border police moet per auto uit Burgas komen. Nou, dan klaren we toch niet uit, de Turken interesseert het toch niks. In Nessebar is het nog steeds druk met toeristen. Ik wissel ons Roemeense geld om voor Bulgaarse levs en vanavond gaan we lekker uit eten. Morgen naar het Turkse Iğneada. Overmorgen naar Istanboel.
Na het diner ontmoeten we op een terras bij een mojito de Zwitserse solo-zeiler, die vanavond zijn Dufour 36CC achter ons parkeerde. Voor het eerst sinds lang weer eens een collega-zeiler in deze wateren. Treurig verhaal, zijn vriendin is een paar maanden geleden in Montenegro afgehaakt. Een van die vele mannen die ondanks alles hardnekkig poogt de ooit gedroomde droom vol te houden terwijl de partner - natuurlijk ook eenzaam- thuis zit. Ik besef weer dat ik een geluksvogel ben. Terug naar boven |
|
Iğneada Onderweg naar Turkije doen we om de beurt tukjes Woensdag 16-09-2009
Om 8 uur verlaten we Nessebar bij een onbewolkte hemel en WNW 1. Het belooft een warme dag te worden. We zetten de stuurautomaat op 161° voor de bijna 50 mijl naar kaap Koru Burnu. Daarachter ligt het Turkse haventje van Iğneada. We steken recht de Golf van Burgas over. In het midden is weer zo´n TSS, een verkeersscheidingsstelsel voor de zeescheepvaart met een rotonde in het midden. Die laten we opnieuw westelijk van ons. Er is overigens totaal geen scheepvaart. Als de westenwind wat aantrekt kan de genua erbij. Om 10 uur verlaten we het stelsel. Om de beurt doen we aangename tukjes (foto hierbij) Op wacht vangt de peinzerij weer aan. Over de vele verbluffende zaken in de fysica zoals het feit dat voor een foton, een lichtdeeltje, de tijd stil staat. Zonder ruimte en tijd zouden we niet bestaan. We zouden ook niet sterven. Het zichtbare deel van het universum is ongelooflijk veel kleiner dan het niet zichtbare deel. Het licht daarvan heeft ons nooit bereikt en zal dat ook niet doen. In verhouding tot het niet zichtbare deel is het (voor ons) zichtbare deel van het universum van de grootte van een zandkorrel in vergelijking met onze eigen aardbol. Enzovoorts. Zo verstrijken de uren.
De wind is weer ingezakt, net als gisteren. We naderen Tzarevo met de bedoeling er gewoon voorbij te varen en niet uit te klaren. Om kwart over twaalf horen we verbaasd hoe iemand ons oproept op VHF 16. Het is de Border Police. "What is your destination, sir?" Verdomd, ze hebben ons doorgegeven. Contrôle of wel uitklaren. "My destination is Tzarevo, to check-out of your country", antwoord ik schaapachtig. We wenden de steven, Tzarevo ligt nog geen 4 mijl naar zuidwest. We leggen aan bij de grenspolitie. Opvallend, in het kantoortje hangen affiches waarop staat: Don´t pay any money! Our service is free. Heel goed, dat was vroeger anders, hebben we gehoord. De formaliteiten kosten nog geen twintig minuten. Ik hoef maar drie keer ons bootstempel te plaatsen. Dan krijg ik mijn clearance. Wat een onzin niettemin, in Turkije zal niemand er naar vragen.
We hervatten onze reis. Om kwart over twee passeren we Akhtopol en om kwart over drie passeren we de grens. Op kaap Rezovo staat een oude wachttoren (foto hier) Ik hijs het Turkse gastenvlaggetje met de Q-vlag eronder (foto hier) Kaap Koru Burnu ronden we om half vijf. Erachter rijzen de Yildiz bergen op. Er zijn veel vissersboten. De bemanningen zwaaien enthousiast als we passeren. Wat een onthaal! Even later leggen we in Iğneada aan de kade van de kustwacht aan. Een jongen met een groot geweer op zijn rug neemt onze touwtjes aan. Verder is er niemand. De kustwacht is kennelijk weg, verhuisd of uitgerukt. Enfin, we hoeven niet aan wal. Morgen naar de Bosporus.
´s Avonds heb ik een telefoongesprek met een van de patiënten, die Jansen-Steur destijds abusievelijk heeft behandeld voor de ziekte van Alzheimer. Het is een van de mensen die in jongstleden januari in het programma van Pauw & Witteman was, dat ik toen toevallig zag toen we korte tijd in Nederland waren. Het is een lang en goed gesprek - vind ik - waarin we over en weer naar begrip tasten over wat er destijds gebeurd is en wat ieders rol was. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel Opnieuw passeren we die wereldberoemde skyline van Istanboel met het silhouet van de Haghia Sophia Donderdag 17-09-2009
Een stille nacht aan de kade van de kustwacht in Iğneada, totdat hun patrouilleschip aanlegt. Er gaat liefst twintig man van boord. Daarna is het weer rustig tot we bij het krieken van de ochtend een onrustbarend loeiend gehuil horen. Wolven? De beide waakhonden van het kustwachtstation janken onrustig mee. We vertrekken uit de haven om tien over zeven. Vandaag zullen we de Zwarte Zee verlaten. Ik zet de koersautomaat op 126°, 65 mijl naar de ingang van de Bosporus. De wind is West 3. Alle vissersboten in de haven varen tegelijk met ons uit. De mannen zwaaien, ze hebben er zin in na maanden van kennelijk gedwongen inactiviteit. Verderop bij de kaap drentelen er al ettelijke rond, op zoek naar scholen vis. Ik neem aan dat ze nauwlettend op de schermpjes van hun fishfinders kijken. Ze wijken steeds keurig voor ons uit.
De kust verdwijnt geleidelijk uit het zicht. Er volgen lange uren waarin we af en toe de genua uitrollen en wegnemen als hij weer inzakt. Ik dommel op een bank beneden in de kajuit. Opeens hoor ik de pomp van het bilgeputje. Dat gebeurt vaker, doorgaans is het condenswater dat uit de koelkast loopt als de boot wat rolt op de deining. Meestal trek ik dan even het vlottertje omhoog om ook het laatste plasje weg te pompen. Dat doe ik nu ook en, jakkes, wat een vettigheid! Ik haal het krat met allerhande spullen weg en zie een olieachtige vloeistof in het putje. Na enig zoeken zie ik de oorzaak, de grote drum met 50 liter motorolie ernaast is langs de schroefdraad van de sluitdop gaan lekken. Met stukken keukenrol deppen we de zaak droog en spoelen putje, leiding en pomp door met lauw zeepsop. De drum zet ik anders neer, met de dop vast aangedraaid aan de bovenkant. Nu kan het krat er niet meer bij, daar vinden we wel een andere plek voor. Na deze operatie zijn we beiden behoorlijk katterig, bijna is het nodig om "de vissen te voeren" maar het trekt over.
Een uur later roept Ans me wakker. Er zijn liefst drie veldrietzangertjes op de boot neergestreken. Even zitten ze op een rijtje op een railingdraad, te kort voor een foto. De uren rijgen zich aaneen. Weer genua uit en in. Af en toe zien we dolfijnen die van hun kant weinig interesse voor ons tonen. Dan strijkt er een kleine roofvogel op de giek neer. We zien een licht geelbruine staart met banden en donkere strepen op de zilvergrijze vleugels. Een kleine scherpe snavel. Zonder twijfel is hij op jacht naar onze kleine gasten, die overigens nergens te zien zijn. Of zou de roofvogel ook moe zijn? Ans is alert genoeg om de camera te pakken en in elk geval blijkt er later één foto te zijn waar de boef op staat (foto hier) In het vogelboek vinden we hem: een vrouwtjeskiekendief, een blauwe of een grauwe ("Vogels van Europa", Rob Hume, Capitool Natuurgidsen, pp. 101 - 102) Wat valt er soms een hoop te beleven midden op zee! Je komt helemaal niet aan de peinzerij toe. Een uur of wat later zien we één veldrietzangertje wegfladderen, richting kust. Geen idee waar de andere twee zijn gebleven.
Om kwart voor twee zien we aan bakboord, op 18 mijl van de Bosporus, de eerste zeeschepen naderen. Op VHF 11, het kanaal van het VTS Bosporus waar we nu voortdurend met een half oor naar luisteren, horen we hoe ze hun instructies ontvangen. Ze worden naar de wachtsector gedirigeerd om moeten daar ankeren tot middernacht op 11 respectievelijk 12 mijl van de invaart. Overigens lopen we ondertussen snoeihard op de genua, gemiddeld 7,5 knopen, want de wind is sinds een paar uur NO 3. We varen noordelijk langs de lange rij van zeeschepen die op hun beurt liggen te wachten, het zijn er ruim dertig. Af en toe braakt er een een rookwolk uit zijn schoorsteen en begint te varen, dan is hij aan de beurt. "Proceed at maximum speed towards the entrance", wordt hem gevraagd door Bosporus Control. Ach wat maken we nu toch weer mee, zomaar weer de Bosporus aan te varen? Één van de mooiste vaarwegen van de wereld. We razen op de genua met een rotgang op de invaart af. Langs het zeil zien we het witte vuurtorentje van Türkeli - de haven waar we weken terug een nacht hebben doorgebracht langszij een visser - met ervoor het bruingrijze blok van de oude Ottomaanse vesting (foto hier) Maar pas op! Vlak voor ons vaart zomaar opeens, zonder waarschuwingsignaal, de Gelius 2 uit Charleston weg van zijn ankerplek. Dat is nog het minste probleem, want voor de rest zwermen er tientallen vissersboten overal in de ingang van deze internationale vaarweg rond alsof het hun eigen territoir is (dat is niet het goede woord) Samen met een ander zeeschip, de Chemstar Havel geregistreerd in Monrovia, lopen we de zeestraat binnen. Het is kwart voor vijf als we het haventje van Türkeli passeren en precies nu begint vanaf de lange. slanke minaret de gebedsoproep "Allahu-o-akbar!" Treffender kun je de Bosporus niet invaren. Snel draaien we de genua in, want die grote lap belemmert ons uitzicht. De stroom grijpt ons en we surfen de zeestraat in met snelheden (SOG - speed over ground) tussen 7 en 9 knopen, afhankelijk van de breedte van het vaarwater. We kijken terug naar de Zwarte Zee die we nu verlaten (foto hier) Een nukkige zee met mooie havens. We zagen nauwelijks andere jachten. We hadden er alleen eerder in het seizoen moeten zijn, dan hadden we ook nog de Krim kunnen aandoen en - wie weet - Georgië. Het kwam er niet van. Achteraf bezien bleven we te lang in Istanboel. Is dat erg? Nee, bovendien heeft mijn liefste een aversie ontwikkeld tegen deze zee, die ze terecht zwart vindt heten.
Aan beide zijden van het vaarwater staan vele forten en vestingen (eentje hier) Een groot containerschip loopt ons voorbij voor de noordelijke Bosporusbrug (foto hier) en daarna volgen twee Turkse marineschepen. Wat een prachtige waterweg is dit toch! Hoe zuidelijker we komen, hoe drukker het wordt. Bij de zuidelijke brug tussen Azië en Europa werpen nog een keer een blik op die mooie, kleine moskee bij Ortaköy (foto hier) Bij het naderen van de Gouden Hoorn breekt er een woelige heksenketel los. Veerboten en van alles en nog wat suist aan alle kanten ons voorbij en voor of achter ons langs, terwijl de avond begint te vallen (twee foto´s hier) Bij de kade naast de Galata Brug liggen drie enorme cruiseschepen. Eentje vaart net van de wal af en draait in onze richting. Het is de Costa Serena die onder Italiaanse vlag vaart. Hij kruipt langzaam op ons toe. Dan voel je je wel heel erg klein. Maar net als ik denk mijn koers maar drastisch te verleggen, zie ik hem inhouden en hij laat ons keurig passeren (twee foto´s hier) De stroom voert ons snel langs de oude stad met de beroemde skyline, de koepels en de minaretten van de Haghia Sophia en de Blauwe Moskee en het Topkapi Paleis (foto hierboven) Om kwart voor acht meren we af in Ataköy Marina. Het is donker en het voelt als thuiskomen. We willen hier even een paar dagen op verhaal komen en een nieuw Turks transit log zien te bemachtigen Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (2) Het voorblad van ons nieuwe Turkse transit log. Dat niet geldig is doordat het stempel van de corrupte havenmeester van Istanboel ontbreekt Vrijdag 18-09-2009
Zes uur lang, van 14.00 tot 20.00 uur, ben ik vandaag bezig met het verwerven van een Transit Log for Turkish Ports (zie hiernaast) en nog is het niet voor elkaar. Het begint met een tocht naar het stadsdeel Tophane (trein, tram en een stuk lopen) Daar zit de Chamber of Shipping die de gegevens van schepen - en ook van jachten - bijhoudt. Onze gegevens hebben ze al maar ze moeten aangepast worden. Het zijn aardige mensen, die me een glas Turkse thee geven tijdens het wachten. Een aardig meisje zegt verontschuldigend dat al deze poespas voor jachten volgend jaar niet meer nodig is. Dat beurt me echt op. Voor 118 Turkse lire krijg ik het document, dat ik nog zelf moet invullen en waar vier stempels op moeten komen. Voor het eerste moet ik naar het Coastal Health Control Center in Karaköy (een half uur lopen) Een verveelde norse man in uniform laat me een half uur wachten, vraagt niets, maakt kopieën van het eigendomscertificaat van de boot (ICP) en begint te stempelen. Aha, dat is gelukt. Dan volgt een lange reis per tram en trein naar Zeytinburnu, waar ik een taxi naar de zeehaven neem. In het gebouw van de Passport Police is niemand. Alle loketten en kamertjes zijn verlaten. Na een kwartier wachten komt een zwijgzame jongen in uniform. Hij maakt de visa voor Turkije in orde (tweemaal 30 TL) en stempelt het document. Nummer twee! Ik neem een taxi naar Ataköy waar naast de marina het gebouw van de Customs Enforcement zetelt. Een overigens niet onvriendelijke dame vertelt me zuchtend dat ik terug moet naar de receptie van de marina, waar ik twee kopieën moet laten maken van het ICP en onze visa. Daarna stempelt ze (nummer drie!) het document. Het is nu zes uur en ik moet met trein en tram helemaal naar de andere kant van de Gouden Hoorn, naar het stadsdeel Findikli, waar in een sjofel blauw geverfd gebouw (foto hier) de Harbour Master van Istanboel zit. Direct links bij de ingang is een onooglijk bureautje waar je moet zijn. Hier gaat het mis. Een narrige man in uniform snauwt me toe in het Turks, hij spreekt geen Engels. Ik toon het Transit Log en maak een stempelgebaar. Hij pakt het aan en staart er laatdunkend naar. Dan wil hij de visa, een eigendomsbewijs en mijn kapiteinsdiploma (captains licence) Die laatste heb ik niet en ik probeer vergeefs uit te leggen dat ik een tourist ben en schipper van een pleasure boat, no cargo ship. Opeens gaat me een licht op en ik haal mijn ICC tevoorschijn, het International Certificate for Operators of Pleasure Craft, dat onze ANWB verstrekt als je je vaarbewijzen hebt. Hij kijkt er verachtelijk naar, haalt zijn wenkbrauwen op en zegt iets als "validation?" Ik wijs naar de datum tot wanneer het geldig is, 25 april 2037, en zeg dat ik dus heel oud zal worden. Geen lachje kan eraf, hij werpt me alle stukken in de schoot, schudt zijn hoofd mismoedig en begint te telefoneren, kennelijk met een hoger geplaatste. Die verschijnt even later, in burgertenue met een kind op zijn arm. Hij spreekt tenminste Engels, maar ook hij kijkt minachtend naar het ICC. "Captains licence?" vraagt hij op geërgerde toon. En waarom heb ik geen fotokopieën van mijn stukken bij me? "Nobody told me so", zeg ik. Mijn uitleg dat we toeristen zijn op een zeiljacht en dat een kapiteinslicentie niet nodig is, helpt niet. Ze smoezen met elkaar en kijken weer op het transit log en dan zien ze wat anders: de paspoortpolitie heeft wel een stempel gezet maar geen handtekening! Ik moest die eerst maar eens gaan ophalen. Ongelovig kijk ik ze aan. Dat kost me nog eens twee uur door de stad reizen! Nu word ik werkelijk kwaad en zeg dat het mijn fout niet is en dat ze me niet als een kleine jongen van hot naar her kunnen sturen. Dat ze geacht worden me te helpen en beter de paspoortpolitie kunnen bellen om hierheen te komen om hun fout te herstellen. Ze bijten me toe dat ze me niet zullen helpen. De chef zegt dat de andere man "zijn vriend is" en verlaat het bureau. Er hangt een sfeer van intimidatie en de onuitgesproken mogelijkheid van een bedrag aan steekgeld. In mijn kwaadheid pak ik een pen en zet zelf een paraaf op het verdomde stempel, maar dat helpt natuurlijk niet. Ik hark mijn spullen bij elkaar, zeg dat alles hier crazy is en dat ik zonder hun stempel de haven zal verlaten, en been het pand uit. Om 20.00 uur (tram en trein en een halfuur lopen) kom ik, nog steeds razend, bij Ans op de boot terug.
We zouden samen in de stad gaan eten, maar daar hebben we totaal geen zin in. We hebben het wel gehad met Turkije en we vrezen dat dit muisje nog best eens een staartje kan hebben. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (3) De haché pruttelt urenlang op ons nieuwe dubbele electrische kookplaatje Zaterdag 19-09-2009
Er zijn dagen om je te ergeren en er zijn dagen om je van ergeren te onthouden (vrij naar het boek Prediker, geloof ik) Dit zijn duidelijk dagen om je te ergeren. In deze prijzige haven (€ 60 per dag) is het WiFi-netwerk uitgevallen. Ook de PC in de computerkamer op het havenkantoor doen het niet. Er wordt aan gewerkt, zegt de vriendelijke dame achter de balie. Ik vertel haar het verhaal van het onbeschofte optreden van de Harbour Master gisteren. Ze raad het meteen: bayram (ofwel bakshish ofwel steekgeld) Ze zucht. "Probably you could go again today, there will be other officials on duty" zegt ze. Ik vertik het, antwoord ik, ik ga er niet meer heen. Later ga ik nog een keer langs om te vragen of de computers het al weer doen. Nee, de technician is naar huis gegaan voor het weekend. Een mooie zaak, heel het weekend geen Internet.
Ik probeer de dongle met de prepaid kaart van Turkcell erin tevergeefs. No service. Ik wil langs hun vestiging in het winkelcentrum gaan, maar eerst breng ik een lege gasfles naar een bedrijfje vlakbij waar ze hem kunnen vullen voor 40 TL (€ 20) Daarna doen we uitgebreid boodschappen in de grote Migros supermarkt, waar ze alles hebben - zelfs eindelijk weer eens oude Hollandse kaas - behalve koffiepadjes en aromat strooipoeder. In een megazaak met electronica vinden we een mooi, dubbel electrisch kookplaatje (foto hierboven, het plaatje dat we anderhalf jaar geleden in Lissabon kochten, heeft het een paar maanden geleden definitief begeven) Daarna breng ik het grootste deel van de middag door bij diverse filialen van Turkcell. Ik waardeer mijn prepaid kaart op, maar het werkt niet. Banu, een jongedame die enigszins Engels machtig is, helpt me en na lang zoeken en telefoneren komt ze er achter waarom: de dongle (die overigens SIM-lock vrij is) werkt niet in Turkije omdat dit type er niet geregistreerd is. Waarom deed hij het in juli en augustus dan wel? Omdat het even duurt voordat het Turkse telecombedrijf dat merkt. Is dat eenmaal het geval, dan wil het niet meer. Oh. Maar Banu kan wel een registratie voor me aanvragen. Dat duurt 2 tot 12 dagen en kost 10 TL en ik moet ervoor terug om op de boot mijn paspoort op te halen. Een halfuur later ben ik terug met paspoort. Gamze, een collegaatje van Banu, zal het voor me verzorgen. Ze heeft mijn visum nodig en dat ben ik dan minstens een week kwijt, want het telecombedrijf accepteert geen fotokopie. Verbouwereerd antwoord ik: maar dan kunnen we hier niet weg, noch het land uit! Inderdaad. Ik kies een andere koers: verkopen ze bij Turkcell niet eigen dongles? Die gewoon een Turkse registratie hebben? Jawel, maar die zijn niet op voorraad. Enfin, ik loop nog vier filialen af en pas bij de laatste verteld een goed Engels sprekend meisje me dat ze pas vanaf 1 oktober in de verkoop komen. Ik zie nog één mogelijkheid: een filiaal van Vodafone. Daar koop ik een K3520 USB Vodafone Mobile Connect Stick met 7,2 Mbps download capaciteit in een HSDPA netwerk en een maximum van 1G per maand en een prepaid Vodafone SIM-kaart. Niet erg veel maar meer hebben ze niet.
Terug op de boot mislukt het activeren van de SIM-kaart. Na telefonisch overleg met Fatih Alp, de lijvige verkoper van het Vodafone filiaal, blijkt de oorzaak: mijn mobiel telefoontje is niet in Turkije geregistreerd en om te registreren moet je het origineel van je visum.....je begrijpt het al. Maar als ik nou de SIM-kaart in een Turks mobieltje stop, dan gaat het activeren wel. Dat lukt me bij de jongens van de security in de haven eerst ook niet. Fatih gaat erachter heen en een halfuur later belt hij terug en zegt het nog eens te proberen en even later juichen de jongens van de beveiliging en als een van hun Turkse mobieltjes aanslaat met mijn SIM-kaartje erin. Fase 1 is achter de rug. Nu moet Hafid mijn account activeren. Terloops zegt hij dat mijn bankpas nog bij hem ligt. Shit! Al die drukte ook. Ik voel me een oude man. In sneltreinvaart niettemin loop ik de twee kilometer naar hun filiaal en weer terug. Onderweg krijgt mijn mobieltje een signaal. OK. Terug op de boot krijg ik er een Turks SMS-bericht erop dat m.i. betekent dat mijn account geactiveerd is. Is dit nou een interessant verhaal? Ik vrees van niet.
Ans heeft een heerlijke hachéschotel gemaakt op het nieuwe electrisch stelletje. Om half tien gaan we er lekker voor zitten. Daarna zal ik zien of de nieuwe dongle met het Vodafonekaartje het doen en als je dit op onze website leest, is het gelukt.
Later: mooi niet. De zoveelste oefening in frustratietolerantie. Wel verbinding maar geen Internet. Uiteindelijk maak ik verbinding met het betaalde netwerk van TTNet. Morgen moet ik dus weer naar Vodafone, als ze tenminste op zondag open zijn (waar hier wel enige kans op is) Het waait overigens behoorlijk en soms vallen er regenbuien. Terug naar boven |
|
Ataköy Marina, Istanboel (4) Met Fatih Alp in het filiaal van Vodafone Zondag 20-09-2009
Vanochtend eten we bij het ontbijt één van de twee enorm grote radijzen, die we gisteren kochten (foto hier) Ze zijn fris en smakelijk maar niet zo scherp als de kleinere soort die we in Holland kennen. Het is wisselend bewolkt en af en toe vallen er pittige buien. Tussen twee buien door lopen we maar weer naar de vestiging van Vodafone in het winkelcentrum. Fatih (foto hiernaast) duikt weer achter zijn computerscherm om uit te zoeken waarom ik wél verbinding heb met mijn dongle maar nog steeds geen websites op kan roepen. En jawel, mijn dongle is weliswaar geactiveerd en mijn credits staan er zelfs op, maar men heeft mijn account niet geopend. Als je dan tóch verbinding maakt en het Web opgaat, gaat dat tegen het peperdure roamingtarief en ben je zo door je credits heen. Wat een gedonder! In ruim 24 uur tijd heeft het customer centre de zaak nog niet in orde. Geen reclame voor de mobiele Internetservice van Vodafone. Hij zucht en telefoneert maar weer. We spreken af dat ik hem eind van de middag zal bellen om te horen of het in orde is. Dat is het - om vijf uur - nog niet. Murphy reigns. Fatin put zich uit in verontschuldigingen en zal het blijven proberen. Vanavond zal hij ons weer bellen. Morgen willen we in elk geval - weather permitting - verder de Zee van Marmara in.
Ans bereidt een heerlijke maaltijd: kippenpoten met veel knoflook en eigengebakken patat frites. Ondertussen schrijf ik een somber gedicht. Zo voel ik me soms. Zie hier.
Terug naar boven |
|
Silivri In Silivri kunnen we tegen een visser aanmeren
Maandag 21-09-2009
Het begin van de herfst. Het regent vlagerig. Toch willen we wel weg. Ik bel medewerker Fatih Alp van Vodafone en helaas moet hij zeggen dat mijn account nog niet ingevoerd is. Daarom stelt hij voor dat hij zijn eigen SIM-kaartje langs komt brengen, dat kan ik dan gebruiken totdat het mijne definitief geactiveerd is. Een halfuur later rijdt hij over de kade. Zijn SIM-kaartje heeft geen PIN-code en er is geen limiet op. Hij geeft me een kaartje met zijn adres, wil ik het kaartje opsturen zodra de mijne het doet? Vanzelfsprekend. Ik ben geroerd door het vertrouwen dat hij in me stelt.
Om 11 uur maken we los en toppen de dieseltanks af bij de bunkersteiger, 241 liter. Het is NO 2, bewolkt en nat. We motoren door het woud van geankerde zeeschepen. Vissersboten gooien ertussen hun netten uit. We passeren het Atatürk International Airport. Om de paar minuten landt er een vliegtuig, ze komen vlak over ons heen. Een halfuur later varen we langs de grote, moderne olie- en containerterminal van Ambarli. Daar wordt het droog en breekt de zon door, de regenpakken kunnen uit. Alles ziet er opeens veel vriendelijker en aangenamer uit. Om 13.00 passeren we kaap Değirmen en steken de diepe baai van Büyükçekmece over. Het voorval bij de havenmeester van Istanboel houdt me nog steeds bezig. De onbeschofte en respectloze manier van optreden, de ongehoorde intimidatie om me onder druk te zetten! In de verwarring heb ik ook nog vergeten voor vertrek ons douane-papier aan de receptie te geven, die het had moeten doorgeven aan de mevrouw van het Customs Office. Ik neem allerhande scenario´s door. Misschien zoekt men ons wel of staan ze ons straks op te wachten in Silivri, het haventje aan de noordkust van de Zee van Marmara waar we willen overnachten. Of houden ze ons over een paar dagen aan in de Dardanellen? Misschien is het wel goed als ik het verhaal alvast per e-mail meldt bij de Nederlandse ambassade in Ankara? Of is dat overdreven en gebeurt er helemaal niks?
In de laatste tien mijl haalt de wind opeens uit. Het is van het een op het andere moment NNO 5 - 6 met uithalen naar 28 tot 30 knopen. We zetten zeil en stoppen de motor en zeilen snel naar Silivri. De haven is vol vissersboten en op de kade is het druk met wandelende mensen. Zou dit het Suikerfeest al zijn, het einde van de Ramadan? Op een van de kleinere vissersboten staan twee mannen netten te repareren. We mogen langszij (foto hierboven) De jongere man aanvaardt een blikje bier, de oudere houdt de hand op zijn hart en weigert met een glimlach. De dongle met het SIM-kaartje van Fatih erin doet het. Het ziet er allemaal gezellig uit op de wal. We gaan vanavond aan wal maar eens op zoek naar een restaurantje. Morgen verder naar het eiland Marmara. Terug naar boven |
|
Marmara Een regen- en onweersbui zit ons naar Marmara op de hielen Dinsdag 22-09-2009
Gisteravond komt er nog een Turks motorjacht naast ons liggen. We spreken af dat wij om 8 uur morgenochtend vertrekken. No problem!, grijnst de man. Op de kade vinden we een puik restaurant waar we genieten van paddenstoelen in een soort zaziki, gegrillde octopus, zeer gepeperde garnalen en als hoofdgerecht een smakelijke Blue Fish bij een krachtige rode wijn van het prima Turkse huis Kavaklidere. Daarna maken we nog een lange slentertocht over de gezellige kade. Er zijn veel mensen op de been. Bij een man met een karretje kopen we gepofte kastanjes (foto hier) Later bedenk ik dat het gisteren drie jaar geleden was dat ik met deze website ben gestart. Helemaal niet aan gedacht.
Vanaf half vijf vaart de ene na de andere visser uit. Die van ons om half zes. Handig manoeuvreert hij tussen ons en de wal uit. We kruipen nog even terug in bed. Om 8 uur is de eigenaar van het motorjacht er niet. Er parkeert wel een politieauto naast ons op de kade, twee agenten stappen uit. We zijn depineut, denken we, met ons onvolledig transit log. Het is vast doorgebeld. Maar de agenten lopen naar de zojuist afgemeerde vissersboot en kopen aan maaltje verse vis en rijden weer weg. Met hulp van een paar vissers wurmen we ons ertussen uit. Helaas vergeet ik de extra lijn terug te vragen die nodig was om zijn voortros achter ons om vast te maken. Je afspraak niet nakomen en er ook nog een mooie lijn aan overhouden. Het zij zo. Het is zonnig met N 2 - 3. Op zee wordt het N 4, de genua gaat uit. Ik zet een koers van 218° uit op de oostpunt van het eiland Marmara, 34 mijl dwars over de gelijknamige Zee. Na een halfuur kan de genua al weer weg, de wind zakt volledig in. Een grote, donkere regen- en onweerswolk zit ons op de hielen (foto hierboven) Het lijkt een tijdlang of we eraan kunnen ontkomen maar allengs sluit een sombere donkergrijze wolk ons in. Op de VHF horen we het weerrapport van Istanbul Turk Radio: het "poeiert" op de Zwarte Zee en het "poeiert" op de Noord Egeïsche Zee, maar in de Zee van Marmara is alles rustig. Alleen begint het te miezeren. We trekken ons terug in de kajuit waar je immers een goed rondom uitzicht hebt door de grote ramen van de deksalon. Dat is de reden dat de keus destijds op deze boot viel. Ondertussen varen we over een diepe trog. Volgens de kaart - de dieptemeter laat het bij 180 meter afweten - is het hier ruim 1200 meter diep. De trog is onderdeel van de Noord-Atlantische Breuk, waar de continentale platen van Europa en Azië langs elkaar schuren. In 1999 werd de grote stad Izmit, aan de oostkant van de Zee van Marmara, door een zware aardbeving getroffen van 7,5 op de Schaal van Richter. Er vielen meer dan 17.000 doden. De breuk lijkt als een soort rits in schokken open te scheuren van oost naar west, elke schok is een zware aardbeving. Tussentijds is het rustig. De verwachting is dat de breuk steeds meer naar het westen zal openscheuren en dat volgende zware aardbeving hier ergens, ten zuidwesten van Istanboel, zal plaatsvinden. Er hangt de stad dus een Zwaard van Damocles boven het hoofd, want het staat vast dat er zo´n aardbeving komt. Alleen weet niemand wanneer.
Het is weer droog en we naderen het TSS, de grote shipping lane tussen de Dardanellen en de Bosporus. We zien één oostwaarts varend schip en zeven westwaarts varende. Die leveren geen problemen op. Maar de nummers 9 en 10 wel. Ze naderen uit het westen op aanvaringskoers. We houden in de "middenberm" wat in en zetten de koers op het achterschip van nummer 9. Het is het containerschip MSC Bruxelles onder Liberiaanse vlag (foto hier) en erachteraan volgt nummer 10, de CMA CGM Beirut geregistreerd in St John´s. Daarna zijn we het TSS uit. Inmiddels is het eiland Marmara goed te zien. Op de hoge groene hellingen zitten grote bleke plekken, daar zijn de fameuze marmergroeven. Het is bijna twee uur als we tussen het eiland en het pukkeltje Asmaliada (foto hier) doorvaren. Bij de naam Marmara moet ik altijd denken aan een curieus boek dat ik vroeger las en dat indruk op me maakte door de sombere ondergangssfeer aan de vooravond van WO II, "Auf den Marmorklippen" heette het. Ik weet niet eens meer wie het schreef, ik meen Ernst Jünger. (Klopt, inmiddels nagekenen) Een vreemde auteur die het (Duitse) soldatenleven verheerlijkte. Ondertussen komt een grote, donkergrijze dolfijn ons begroeten. Hij zwemt een aantal keren om de boot. Op de steile berghellingen van het eiland zien we zwarte en witte geiten en koeien. De toppen van de kale bergen zijn in grauwe wolken gehuld. Opeens zijn we omringd door allemaal eilandjes, waaronder het mooie en vredige Paşalimani waar we op de heenweg met Jaap & Diana ankerden, en het hoge schiereiland Kapidağ. Het doet hier werkelijk denken aan de Ionische eilanden, temeer omdat inmiddels de zon weer is gaan schijnen. Al een tijdje vraag ik me af of ik af en toe een vreemde trilling onder de boot voel. Ook de snelheid is een halve knoop minder dan zou moeten bij het toerental van 2200 per minuut. Als ik weer zo´n trilling voel, rem ik af en sla langzaam achteruit. Ans is op het voordek gaan staan en ziet de boosdoener, een forse lap plastic zeil en waterplanten omhoog komen. Juist. Voorzichtig varen we eromheen, de boot heeft zijn normale snelheid weer terug. We varen verder langs idyllische dorpjes, ieder met een moskee en een slanke minaret, en langs mooie ankerbaaitjes. De hellingen zijn begroeid met laag struikgewas, afgewisseld door olijfbomen.
Om half vier naderen we de haven van Marmara, aan de zuidwestkant van het eiland. We laten een naderende veerboot voorgaan en varen nieuwsgierig binnen. De haven is vol vissersboten. Verrassend, er ligt naast een ijzeren bak die niet meer varen zal een Hollands jacht: een Beneteau 423 Clipper genaamd Lady M uit Amsterdam. Daar leggen we naast aan. Er is niemand aan boord maar later komt de schipper terug met boodschappen. Hij is met een paar opstappers onderweg van het Turkse Fethye naar Istanboel, om zijn boot er voor de winter weg te leggen. In de Egeïsche Zee hebben ze flink op hun donder gehad. Terug naar boven |
|
Anit Limani Een laatste blik op het mooie eiland Marmara Woensdag 23-09-2009
Gisteravond maak ik nog een avondwandeling door het dorp. Het is er smerig en gezellig tegelijk. Vuilnisbakken puilen uit en in de hopen afval scharrelen honden en katten. De terrasjes zijn aan het sluiten. In een avondwinkel koop ik nog gauw twee flessen Boğazkere 2004, een van mijn favoriete Turkse wijnen, en een viertal reuzenradijzen. De avond is vredig. Ik drink een laatste glas in de kuip. Een enkele visser vaart uit.
Vanmorgen schijnt de zon uitbundig. Ik neem met buurman Jacques Schimberg, die in het dagelijks leven tandarts is in Amsterdam, de routes door. Hij geeft een aantal waardevolle adviezen over Turkse havens en ankerplaatsen langs de kusten die voor ons liggen. Hij zeilt al vijftien jaar in die gebieden. We varen weg om kwart over negen met NO 2 - 3, op de motor en draaien de genua bij. We werpen een laatste blik op Marmara, een eiland dat een uitgebreider bezoek verdient dan de ene nacht die we er doorbrachten. Buiten de luwte van het eiland is er een tuitelige zeegang uit het noordoosten. De golven rollen onder het scheepje door en geven het een nare cakewalk-gang. De wind is bakstag dus het grootzeil zou in de weg zitten. Het zij zo, we zitten het uit en het gaat wel snel. Om 11 uur passeren we kaap Karaburnu in de verte. We hebben nu al 1 tot 1,5 knoop stroom mee. De noord en zuidkust van de Zee van Marmara buigen zich geleidelijk naar elkaar toe. In het noorden komt het TSS steeds dichter bij,. We zien tientallen zeeschepen die zich bijna als een kudde olifanten slurf-aan-staart voortbewegen. Om half één zijn we al bij kaap Papaz. Daarachter ligt de ankerplaats bij de haven van Kemer, waar we op de heenreis ankerden. Ons plan was er te overnachten maar we zijn er nu halverwege de dag al. Beter gaan we verder. Geleidelijk neemt de stroom toe, nu al 2 tot 2,5 knopen. Het is alsof we een enorme trechter worden ingezogen. Wind en stroom werken mee, de wind is Oost 4. Om half drie ronden we de boei die bij de Zincirbozan zandbank ligt (foto hier) Hier begint de zeestraat van de Dardanellen. Nu moeten we volgens voorschrift naar de stuurboordwal. Ik mik tussen twee uitvarende zeeschepen door, die gaan tegenstrooms niet erg snel, dus dat lukt wel. Daarop moet ik voor een pak van vier invarende zeeschepen langs. Ik ben wel blij met de genua die maakt dat we goed zichtbaar zijn. Nagelbijtend van de spanning kruip ik voor hun in de verte aanstromende boegen langs. Om die uur zijn we bij Gelibolu aan de overkant. De uitvarende veerboten negeren we gewoon, die houden dan ook keurig rekening met ons.
De volgende uren zijn nogal saai. Met wind en stroom mee hebben we een goed voortgang. Om kwart over vijf zijn we niet ver van Çanakkale als we een snelle motorboot op ons af stormt. Een boot van de Turkse kustwacht. We denken dat we erbij zijn als hij een rondje om ons heen draait. We horen dat hij ons oproept op VHF 16. "Sail close!" roept hij. Hè? Opeens snap ik het: de genua moet weg. In geen enkel pilot-boek staat dat je - met de motor bij - hier geen zeil mag voeren. De waterweg is ruim genoeg en bovendien ben je onder zeil goed zichtbaar voor alle andere scheepvaart. Maar we gehoorzamen snel en draaien de genua in en zien opgelucht dat hij alweer verder scheurt. Niks geen trubbels met ons transit log, maar het scheelt verdorie toch bijna een knoop. Een halfuur later varen we aan de overkant van Çanakkale langs. We willen er niet overnachten om geen moeilijke vragen over ons onvolledig gestempelde transit log te krijgen. Een uur of wat later stuwt de stroom ons met een gang van 10,2 knopen de Dardanellen uit (foto hier), dat bijna 5 knopen stroom mee! We naderen snel onze ankerplaats in de kleine baai van Anit Limani, vlak achter het grote Turkse monument voor de slachtoffers de Slag van Galipoli in WO I (foto hier), bijna op de punt van het lange schiereiland van (op zijn Turks) Gelibolu bij de ingang van de Dardanellen. Een hele bijzondere plek. We schuiven voorzichtig de baai in tot een diepte van 4 meter. Ans roept dat de elektrische ankerlier niet werkt. Stekker en contactdoos blijken gecorrodeerd. Ik scharrel mijn spuitbis contactspray op, die leeg blijkt te zijn. Dus werkhandschoenen aan en op de hand ankeren. Gaat ook. Om acht uur puffen we uit in de kuip, ruim 70 mijl achter ons en vrede rond ons. In de verte blaffen honden en raspt en reutelt een krekelkoor en voor ons schijnt de maansikkel over de ingang van de zeestraat waar in het donker onophoudelijk verlichte zeeschepen langs schuiven. Krabt het anker niet? Nee het anker krabt niet. Terug naar boven |
|
Míthimna, Lesbos Ochtendgloren boven de monding van de Dardanellen. Wie goed kijkt ziet nog juist rechts een verlicht cruiseschip binnenvaren Donderdag 24-09-2009
Het is een wat onrustige nacht, daar onder het Turks monument voor de slachtoffers van de Slag bij Galipoli in WO I. Een zinloze slag, begonnen door de Engelsen, waarin meer dan honderdduizend soldaten sneuvelden en niets bereikt werd. Ik heb er al eens eerder over geschreven toen we hier de eerste keer langskwamen. Af en toe kijk ik even aan dek om te zien of het anker niet krabt. Daardoor zie ik om half zeven het aarzelende ochtendgloren achter het monument (foto hierbij) Wat is dat toch altijd mooi. Maar ik duik daarna snel weer in bed.
Om kwart voor negen haal ik met de hand het anker op. Het is NO 2 - 3. We steken eerst de monding van de Dardanellen over naar de Aziatische kant, gebruik makend van een uitvarend containerschip dat afremt om de loods van boord te laten. Daarna varen we pal zuid de Egeïsche Zee in, tussen het Turkse vasteland en het platte kale eilandje Tavşan. Er is niets te zien behoudens een wit vuurtorengebouw. Maar de wind trekt aan! Naar NO 5 en even later 6. De motor gaat uit en op de genua zeilen we vorstelijk verder. Het gevolg is dat we vergeten naar de ruïnes van het oude Troje te kijken, die nu achter het dorpje Yeniköy uit zicht zijn geraakt. Nou ja, ook al zo´n zinloze oorlog. Om elf uur passeren we het eiland Bozcaada, dat we aan stuurboord hebben. Het haventje ziet er vriendelijk uit met een groot, donker Genuees fort ernaast. Het lijkt een aantrekkelijke plek, dit vroegere Griekse Ténedos, volgens onze pilot de woonplaats van Apollo de Muisgod. Muisgod? Nooit van gehoord. De wind begint helaas weg te vallen en de motor moet weer aan. Er is zelfs helemaal geen wind meer als we de kleine 20 mijl langs de Turkse westkust varen naar kaap Baba (ja, die heet echt zo) In de verte zien we het Griekse eiland Lesbos al liggen. Het is war, de kleren gaan grotendeels uit, het is net alsof de zomer is teruggekomen. En zie, de laatste uren krijgen we en mooie bakstagwind en sjezen zo naar de kaap. Bij het ronden blijkt er een mooi dorpje achter te liggen, Babakale geheten, met een Ottomaanse burcht, een moskee met minaret en een haventje (foto hier) Het type afgelegen plek waar je zou willen blijven, op een korte landtong in zee, afgesneden van het land door een gebergte. We varen de Müsellim Gecidi in ofwel het Moslim Kanaal, de zeestraat tussen de Turkse kust en Lesbos. Het is een klassiek aandoend landschap, prachtig in al zijn naaktheid en kaalheid. Helaas aan Turkse zijde verknald door een paar foeilelijke complexen van vakantievillaatjes. De wind is half en we denken de hoofdstad van Lesbos, Mitilíni, op nog dertig mijl, wel te kunnen halen. Dan valt opeens alles stil, de vaart is er uit. In de lucht zitten rare vegen. We lijken op de kaart en ontdekken aan de overkant een kleine haven, Míthimna. Daar lopen we om vier uur binnen. Een visserstrawler wil net afvaren en de mannen gebaren dat we wel op hun plek kunnen. Mooi. Een Nederlands echtpaar, zeilers uit Wemeldinge maar nu zonder boot op vakantie op Lesbos, neemt onze touwtjes aan. Het is een fraai en schilderachtig haventje (2 foto´s hier) Na een uurtje komt de Port Police langs. Wat was onze laatste port of call? Marmara, zeggen we eerlijk. Dan moet u nu doorvaren naar Mitilíni, zegt hij, dat is een port of entry en daar moet u inklaren omdat u van buiten de Europese Unie komt. Wisten we wel maar we kijken er kennelijk zó sip bij dat hij zegt, oké, voor deze nacht mag u blijven maar vertel niet dat u hier geweest bent. Zo kan het dus ook. Terug naar boven |
|
Mitilíni, Lesbos Dulce aan de stadskade in Mitilíni, het hoofdtstadje van Lesbos Vrijdag 25-09-2009
´s Avonds lopen we langs de haven. De terrassen zijn nog goed bezet, de zomer heerst hier nog. Je hoort bijna alleen Nederlands spreken. Langs een weggetje stijgen we naar het eigenlijke dorpje, vol oude knobbelstraatjes. De uitzichten over de baai en de haven zijn spectaculair. Fototoestel vergeten. De lyrische dichter Arion (625 v Chr) is hier geboren, aldus onze pilot. Er is bij Herodotus een verhaal over hem. Hij werd ontvoerd door piraten die hem voor de keus stelden: als hij zelfmoord zou plegen, zouden ze hem netjes aan de wal begraven en anders werd hij in zee gegooid. Om tijd te winnen vroeg Arion een lied te mogen zingen, stemde zijn cither en zong een prachtig lied dat een school dolfijnen aantrok. Aan het eind van het lied sprong hij in zee en de dolfijnen brachten hem aan land in de buurt van Korinthe. Hij arriveerde er voor zijn ontvoerders. Bij hun aankomst vertelden ze de koning van Korinthe dat Arion in Italië was gebleven en toen Arion opeens tevoorschijn kwam, kwam alles uit. Dat lied, dat had je natuurlijk wel eens willen horen.
In het dorp vinden we een PIN-automaat om euro´s te pinnen. We lopen terug naar de haven en eten in de warme avond buiten op een terras aan de waterkant vers gevangen tsipoura (dorade) en gegrillde inktvis. En drinken ouzo, retsina en tot slot een Metaxa 5 sterren. ´s Nachts vaart de boot van de kustwacht, die achter ons ligt, weg. Wat gaan ze doen? Hebben ze hier ook te maken met illegale grensoverschrijders? Pas tegen zessen keert hij terug.
Vanochtend varen we om kwart voor negen we. Wind is er totaal niet. We motoren langs de noordkust van Lesbos. Een kust met hoge hellingen met enkele dorpjes en veel olijfbomen. De olijven (en de olijfolie!) van Lesbos zijn beroemd. De hellingen worden diep doosneden door kloven en valleien, die onder water doorlopen. Het ene moment hebben we meer dan 80 meter onder de kiel en vlak erop opeens nog maar 15. Dit kanaal tussen het eiland en de Turkse kust, heet het Moslim Kanaal, schreef ik gisteren. In het Grieks heet het Díavlos Lámna, het Lámna Kanaal. Even na 10 uur ronden we kaap Skamniá, de noordelijkste punt van Lesbos (foto hier) Erachter rijst een van de hoogste toppen op, de berg Lebetimnos, 968 meter hoog. Geleidelijk buigt de kust naar het zuidoosten. We passeren de onbewoonde Tomária eilandjes. Om half drie varen we de grote haven van het hoofdstadje Mitilíni binnen. In de noordelijke havenkom vinden we een plaats aan de kade, eerst bij een bushalte, maar omdat het er erg druk is schuiven we een eind op. Ik loop naar de Port Authority met mijn Grieks transit log. Daar vertellen ze dat ik eerst naar Passport Control en Customs moet. Die zetelen in het gebouw van de ferry-terminal. Passport Control is dicht. Customs zegt dat ze niks kan, als niet eerst....enzovoorts. Ze zullen ze bij onze boot langssturen. In het begin van de avond is nog niemand geweest. Ze maken het je wel moeilijk om legaal de Europese Unie binnen te komen.
Ik heb nog gezocht naar die naam Apollo de Muisgod. Oftewel Apollo Smintheus, één van de vele namen van de god. Ik kom er niet goed uit, veel bronnen melden andere verhalen. Er wordt beweerd dat er op Ténedos, het huidige Bozcaada, een tempel aan hem gewijd was, dat de naam van Hittitische oorsprong zou zijn (Aplu), dat de god bescherming bood tegen veldmuizen, enzovoorts. Terug naar boven |
|
Mitilíni (2) We doen boodschappen in het alleraardigste stadje Zaterdag 26-09-2009
Een dag om zaken in orde te maken. Allereerst het inklaren. Passport Control is nu wel aanwezig. Een potige dame verwijt, als ik vertel dat ze gisteren dicht waren, me nogal nors dat ik niet ieder uur ben komen kijken. Ze waren namelijk naar het vliegveld om paspoorten te controleren! Ze heeft er geen boodschap aan dat ik zeg dat de meneer van Customs me had beloofd ze bij terugkeer naar onze boot te sturen. Waarom zijn toch zoveel van die ambtenaren onvriendelijk? Enfin, ik slik mijn even onvriendelijke wederwoord maar in. De man van Customs wuift me vrolijk door en bij de Port Authority krijg ik eindelijk het vereiste inklaringsstempel op het traffic log. Ik haal vers brood en vind een spuitbus contactspray in een verfwinkel. Daarmee - met de spuitbus - spuit ik stekker en contactdoos van de ankerlier in. Het blokkeermechanisme krijg ik overigens niet los getikt. Daar zit dus ook zout tussen. Ik spuit er WD40 in, maar na een halfuur is er nog geen beweging in te krijgen, ook niet met een hamer die ik tegen de lierhendel sla. Er is duidelijk meer kracht nodig, misschien kan ik met iets de hendel langer maken zodat hij meer momentum heeft. Dat komt later wel, eerst doen we boodschappen in het alleraardigste stadje (foto hiernaast en een andere hier) en drinken uitgebreid koffie op een groot terras bij de haven. Bij terugkeer staat er een tankauto bij de buren. Hij tankt meteen onze dieselhoofdtank ook weer vol. Dan ga ik op weg naar een filiaal van Wind Hellas, waar ik mijn Griekse SIM-kaart voor mobiel Internet activeer. Dan hebben we ook Internet op plaatsen waar je geen onbeschermd draadloos WiFi-netwerk kunt oppikken.
De hele dag rijden er geluidsauto´s van politieke partijen voorbij die luidkeels politieke propaganda maken. Zouden er binnenkort verkiezingen in Griekenland zijn? Lord Byron, onze kanarie in de rui, ziet er momenteel uit als een haveloze zwerver. Zijn staart- en vleugelpennen zijn al gewisseld maar nu verliest hij snel de veertjes op zijn lijfje en zijn kop. Soms heeft hij jeuk, denken we. Dan dompelt hij zich helemaal onder in zijn badje. Onze eigen gezondheid, nu we het toch over dergelijke zaken hebben, is goed. Mijn gewicht en bloeddruk zijn als die van een jonge man. In Istanboel vond ik in een apotheek een doos met nieuwe vingertoplancetjes (mooi scrabblewoord) zodat ik de nuchtere bloedsuikerwaarden weer kan bepalen. Die liggen steeds onder de 6,0 mmol/l. Eén keer zelfs op 4,7 mmol/l. Ik heb ontdekt wat de boosdoener was: ik at veel te veel fruit! Altijd gek op geweest. Nu beperk ik het tot twee stuks per dag, meestal zure appels en sinaasappels of rode grapefruits en dat heeft resultaat.
Vanmiddag probeer ik de electrische ankerlier en zie: hij werkt weer. De contactspray heeft afdoende gewerkt. Vanavond gaan we ergens in de stad eten. Voor de komende dagen wordt harde wind verwacht. We wachten dat even af en waarschijnlijk gaan we aanstaande dinsdag weer verder naar het zuiden. Terug naar boven |
|
Mitilíni (3) Gezicht op de noordelijke haven van Mytilene. Gouffier 1782. Hier is de haven nog intact. Een Ottomaanse galei vaart binnen. Rechts de vuurtoren die er nu niet meer is, Op de achtergond de Genuees-Ottomaanse burcht. Zie de mooie spitse minaretten Zondag 27-09-2009
Mitilíni heette in de Oudheid Mytilene. Een naam uit de tijd vóór de oude Grieken. Aanvankelijk lag de stad op een eilandje dat later een verbinding met de wal kreeg. Daardoor ontstonden er twee havens, een noord- en een zuidhaven. In de laatste liggen wij. Haar beroemdste inwoner was uiteraard de dichteres Sappho, die ooit gezegd zou hebben dat dichters een onsterfelijkheid kunnen verwerven die langer beklijft dan monumenten van steen. Dat gaat in elk geval op voor haar geboortestad, die op de vermaledijd slordige wijze die Grieken eigen is met zijn eigen stenen oudheden omgaat.
We maken vandaag een lange wandeling door de stad. Allereerst naar de grote burcht op de punt van wat nu een schiereiland is. Gebouwd door de stadstaat Genua die het eiland bezat van 1355 tot 1462. Het enorme complex is hopeloos vervallen tot ruïne (foto hier), die bovendien gesloten is hoewel een bordje zegt "Monday closed" Vanaf het pad langs de hoge brokkelige muren zien we dat het buitengaats knap hard waait. De zee is vol witgekuifde koppen. Wat het kasteel erg interessant maakt is het feit dat er een door hoge muren omgeven corridor was die de helling af naar een gedeelte van de burcht leidde dat aan zee lag, bij wat ooit de noordhaven was. Hier omsloten de muren ook het bloeiende havenstadje Melanoudi, waarvan nog wat resten van huizen te zien zijn. Die corridor, de resten van het stadje en de burcht aan de haven zijn door de Grieken op een even schadelijke als stupide wijze doorsneden door een volledig overbodige asfaltweg om de punt van het scheireiland. Toch maakt het indruk. De Ottomanen veroverden het stadje in 1462, door middel van een "stenengooiende machine", één van de eerst keren dat ze primitieve kanonnen gebruikten.
We dwalen door de resten van de lager gelegen burcht, die met zijn verzakte en omgevallen torens gedeeltelijk in zee ligt. Aansluitend aan de havendam staat een ronde toren, waar nog steeds de branding tegenaan slaat. Hij heette de Lorada Toren of ook "La Torre in Mare". De Ottomanen hebben de burcht en de noordelijke haven uitgebouwd en voorzien van een vuurtoren. Zo zag de Franse diplomaat en geleerde Gouffier, die een Voyage pittoresque de la Grèce schreef en net op tijd de Franse Revolutie ontvluchtte, het nog in 1782 (zie de prent hierboven, die ik fotografeerde op het informatiebord bij de ruïnes) En zo ziet het er nu uit (foto hier, let wel: de zichthoek is precies 180° anders dan die op de prent) Van de vuurtoren is niets meer over maar net op de waterlijn zie je nog de restanten van de havendam. Verder vinden we een nog redelijk intact maar schromelijk verwaarloosd Ottomaans badhuis en een half ingestort poortgebouw, waar de asfaltweg dwars doorheen loopt. Her en der staan plantjes met mooie gele bloemen met een bleek-oranje hart (foto hier) Later zoeken we in de Thieme Gids Middellandse Zeeflora, die we van Gerda Bol kregen, op dat het een Gele Hoornpapaver is (Glaucium flavum) Door de smalle straatjes van de stad lopen we terug naar de zuidhaven. De winkels zijn dicht, de Grieken zitten massaal op de terrassen. In de stad stoten we op een hele mooie, zeer vervallen moskee. Van de minaret staat nog slechts de onderste helft. Wel is er een tweede, groter Turks badhuis, nog redelijk intact. Ach, het is later met Mitilíni en met Lesbos beduidend minder goed gegaan. Sinds de gedwongen scheiding tussen de Grieken en de Turken, een vorm van ethnic cleansing van nog geen honderd jaar geleden die de latere gebeurtenissen in Bosnië in de schaduw stelt, lag het in een verre uithoek en was het gedaan met de eens bloeiende handelsstad. Totdat het toerisme op gang kwam. Het kan verkeren. Wat leert de geschiedenis? Dat dergelijke gemeenplaatsen opgaan. In de straten van de stad tetteren de geluidswagens van de politieke partijen luidkeels nieuwe beloften de wereld in. Er zijn inderdaad binnenkort verkiezingen. Terug naar boven |
|
Mitilíni (4) De nieuwe wijnrode kuipkussens Maandag 28-09-2009
Vannacht harde wind. In de loop van de dag en komende nacht zal hij afnemen. Morgen gaan we verder. Met Ans´ jongste dochter Tessa hebben we afgesproken dat ze op 23 oktober a.s. voor een week naar Kreta komt. Daarna, begin november, willen we voor een paar weken een bezoek aan Holland brengen.
Weinig te melden dan wat klusjes. Internetbankieren en de Aangifte Inkomstenbelasting 2008 afgewikkeld met onze accountant. Onze kuipkussens zijn na tweeëneenhalf jaar volledig versleten. In een stoffenwinkel vinden we mooie donkerrode kussen voor € 3,50 per stuk. Rood als een mooie donkere rode wijn, een Pinot Noir, zou ik zeggen. Alleen zijn er maar zes, dus ik ga op jacht in de straatjes naar meer. Ik vind er nog zeven, het resultaat zie je hiernaast. Onderweg vraag ik in drie CD-zaakjes naar muziek van een van de grote bouzouki-spelers van Griekenland, Iordanis Tsomidis, de man met de stem als een roestige vlakschuurmachine, drie jaar geleden overleden. Zonder resultaat, in twee winkels kennen ze de naam niet eens. In Levkas vond ik dit voorjaar in elk geval wel twee CD´s van hem. Bij een kiosk aan de haven vind ik een Nederlandse krant van gisteren, helaas De Telegraaf, de krant der verongelijkten.
Verder stuur ik Fatih Alp, de dienstwillige medewerker van de Vodafone winkel in Bakirköy, Istanboel, het door hem aan ons uitgeleende SIM-kaartje terug. Op het postkantoor moet ik een halfuur wachten op mijn beurt. Er staan vier rijen stoelen om het wachten te veraangenamen. Je moet uiteraard eerst een nummertje trekken, er zijn ruim vijftig mensen voor me en er zijn vijf loketten. Achter vier ervan zitten zuurpruimerige dames met hondenhaar, achter loket 5 zit een héél erg mooi meisje. Ze heeft een mooi, zacht profiel, een intelligente oogopslag en lange halfblond lokken. Ik kan het niet laten, ik heb nummer 454, mijn kans is 1 : 5. De nummers van hen die aan de beurt zijn verschijnen met een zoemende klik op een display aan de wand. Verschillende mensen zijn er niet meer, ze hebben het niet afgewacht of wilden nog gauw even wat anders doen, het schiet daardoor redelijk op. Nummer 451 krijgt het loket met mijn schoonheid. Het wordt spannend. Haar klant is snel klaar, ze drukt opnieuw, nummer 452 - no show! - 453 - alweer no show! - 454 - dat ben ik! Met lichte tred loop ik naar haar balie toe. Ze is inderdaad heel mooi en ook nog aardig. Je begrijpt dat ik fluitend door de zonnige straatjes naar de haven terugloop. Zie je wel dat ik een geluksvogel ben!
Terug naar boven |
|
Mandráki, Nísos Oinoussa Op de genua zeilen we scherp en snel naar de doorgang tussen de eilanden Khíos en Oinoussa. Het scheepje legt zich heerlijk smeuïg in de golven Dinsdag 29-09-2009
Om acht uur haal ik mijn uitcheck-stempel bij de Port Police, koop een vers brood en top de watertanks af. Even later varen we langs de groene bergkust van Lesbos naar het zuiden. Op de motor, er staat slechts NW 2. Het vliegveld ligt aan de kust, even zuidelijk van Mitilíni. We zien er een Boeing 737 van Transavia staan. Vreemd, zo dichtbij huis je je opeens kunt voelen. Even later landt er een ander vliegtuig, een Fokker Friendship, dacht ik zo (foto hier) Om tien uur zijn we bij kaap Agrelíos, de zuidoostpunt van Lesbos. Hierachter ligt een baai, die zeer diep in het eiland snijdt, de baai van Yeras. Het is een van de twee natuurlijke havens van het eiland, helaas ontbreekt ons de tijd om er binnen te varen. Je schijnt er mooie ankerbaaitjes te kunnen vinden. Na de kaap lijkt er wat wind te komen, een paar keer draaien we de genua uit en in. Dan blijft het definitief Zuid Bf 1.
In de kajuit zoek ik een route uit naar Kreta. Het lijkt aantrekkelijk om via Rhodos en Karpathos naar Kreta te gaan, ware het niet dat de zeegaten tussen de eilanden op dat traject een slechte naam hebben. Je hebt er de meltemi, die daar uit noordwest tot west waait, te vaak tegen terwijl de stroom de andere kant op kan staan. Het gevolg: een hele beroerde zee. Ik zoek daarom een westelijker route waarop we de meltemi meer van achteren krijgen en waar we bovendien een aantal kleine en zelden bezochte eilandjes kunnen aandoen, zoals Levitha, Astipálaia, Ayos Ioannis en Sofrána. We zijn erg benieuwd.
Ondertussen varen we over een vlakke, spiegelende en blauwe zee (foto hier) In de verte ligt de hoge bergkust van het Turkse schiereiland Karaburun Yarimadasi. Er is wat scheepvaart. Om half twee loopt de veerboot Theofilos van de Nel Lines ons achterop. Hij vaart van Lesbos naar het andere grote eiland Khíos. Meer schepen zijn op weg naar het oosten, naar de grote Turkse havenstad Izmir (vroeger, voor de gedwongen scheiding en ethnic cleansing een bijna volledig Griekse stad, Smyrna) Een daarvan wijkt zelfs hoffelijk voor ons uit. Bij nadering blijkt het een containerschip onder Hollandse vlag, HMS Laurence van rederij Maas Holland Shipping BV (foto hier) Ik wil ze bedanken en roep ze op, maar op de brug wordt alleen slecht Engels gesproken.
Om half twee is het opeens raak: de wind is in een paar tellen aangewakkerd tot West 5 - 6 en de zee is bijna meteen woelig. Jammer dat we vanmorgen het grootzeil niet hebben gezet. Niettemin zeilen we op de genua snel en scherp met 6,5 knopen (foto hierboven) naar de smalle doorgang tussen Khíos en het kale eilandje Oinoussa. Het scheepje legt zich heerlijk smeuïg in de golven. Achter het laatste ligt het haventje Mandráki, onze bestemming. Vlak ervoor lopen we door mijn onoplettendheid bijna op een gevaarlijk onderwaterrif (foto hier) Weliswaar staat het duidelijk op de papieren kaart, maar niet op de elektronische kaart. Gelukkig zie ik het op tijd, de golven bruisen eroverheen en het water is er groen, lichtblauw en bruin van kleur. Ik stuur er geschrokken scherp vanaf en eromheen. Zo zie je maar weer, zonder papieren kaarten moet je niet op weg gaan maar je moet er wel op kijken! Het had verdraaid slecht kunnen aflopen, want we varen er voor de wind varend met een rotgang opgelopen. (Beschaaamd lees ik later in zijn pilot dat onze guru Rod Heikell nadrukkelijk waarschuwt voor dit rif) In het haventje van Mandráki komen we weer op verhaal. In het seizoen is hier vaak geen plaats maar nu kunnen we luxe langszij aan de kade (foto hier) Een curieus feit over dit eilandje, waar nauwelijks iets te beleven valt, is dat het verschillende schatrijke scheepsmagnaten heeft voortgebracht. Niet Onassis maar wél onder andere de allerrijkste, Costa Lemos. Van hem staat een beeld op de kade als oude man met een stok. De multimiljonnairs plegen hier geregeld te komen met hun megajachten, waardoor er niemand meer bij kan. Terug naar boven |
|
Kirkdilim Limani, Turkije Geankerd in de baai van Kirkdilim zien we de maan in conjunctie met welke planeet? (l) Rechts het ankerlichtje van een ander jacht Woensdag 30-09-2009
Gisteravond klopt een dame van de Port Police aan: Gaan we morgen weg? Dan moeten we eerst bij haar langs om een stempeltje te halen. Het is vreedzaam op Oinoussa. Er is niets te beleven. Voor het slapen maak ik een kuier door het dorp. Op een hoek staan wat mannen te praten, de dorpswinkel is nog open, jongens op brommers rijden voorbij. Een drietal eilandjes schermen de haven aan de noordzijde af. Ze zijn door stenen dammetjes verbonden. Op twee ervan staan kloosters. Daar is ook niets te beleven.
´s Ochtends haal ik braaf mijn stempeltje. De wind is Noordwest 3 tot 4 maar hij zakt al snel weg. Aan stuurboord ligt het grote, nogal kale eiland Khíos. Aan bakboord ligt het schiereiland met het Turkse stadje Çesme. Mijn gedachten gaan terug naar meer dan veertig jaren geleden. Toen stak ik als eenzame rugzaktoerist hier over met een veerbootje, van Turkije naar Griekenland. Ik was 21 en voor het eerst vrij en op mijn eentje met vakantie. Liftend. Ik kwam uit Izmir, waar ik een goedkoop hotel met luizen en kakkerlakken verbleef. Ik nam er een bus naar de opgravingen van het oude Efeze, een prachtige tocht. Hier stak is dus een mensenleven geleden over. Hoe weinig kon ik toen weten dat ik hier ooit met mijn eigen boot...enzovoorts. In Khíos nam ik als dekpassagier een grote veerboot naar Athene. Daar vond ik een hotel waar je voor 8 drachmes op het platte dak kon slapen met gebruik van douche en toilet.
We varen tussen het Turkse vasteland en de puistjes Süngükaya en Bogaz door. Ik hijs het Turkse gastenvlaggetje. Om kwart voor twaalf ronden we de witte krijtrotswanden van kaap Karaabdullah en varen de zuidelijke Egeïsche Zee binnen. De kust is hier en daar alweer vergeven door complexen van honderden gelijkvormige en oerlelijke vakantiehuisjes. Maar er is wind, eerst Noord 3 - 4 en later draaiend naar Zuidwest 4. We zeilen rustig en dromerig langs de kronkelige kust, waar nu nauwelijks meer bebouwing is. Uren verstrijken, het water kabbelt zacht onder de boot door, wat een heerlijkheid. Om bijna halfvier draaien we diepe inham van Kirkdilim Limani binnen, tegelijk met een Amerikaans jacht met de naam Eirene, afkomstig uit Knoxville, Tennesee. De Amerikaan zet er de vaart in, kennelijk wil hij er graag als eerste zijn. Ik onderdruk de aanvechting om ook harder te gaan varen en laat het maar zo. Er is immers plek genoeg. We varen tot ver achterin op 6 meter bij een kiezelstrandje (foto hier) Het water is glashelder, je kunt plekken schoon zand en zeegras zien. Ans laat het anker precies op het zand vallen en trekken de ketting stak door langzaam achteruit te varen. Hij houdt meteen. De Amerikaan ligt er al en later komt er een Frans jacht bij (Amadeus uit Toulon) Dat zal vanaf nu wel vaker gebeuren. Per slot komen steeds zuidelijker in de bij watersporters populaire gebieden. Er is echter plaats genoeg.
Als de zon achter de bergen zakt, valt de avond snel. Even later zien we de maan opgaan in conjunctie met een heldere ster. In het donker kijk er met de verrekijker naar: het is een klein rondje, zonder twijfel een planeet, maar welke? Hij heeft een gelige kleur, mogelijk is het Mercurius of toch Mars? Ik heb in de handleiding van mijn camera gevonden hoe je nachtfoto´s kunt maken (RTFM, zou Fons zeggen, iedereen weet nu wel wat die afkorting betekent) De resultaten zijn niet onaardig, hoewel het nauwelijks mogelijk is het toestel op een zacht wiegend schip lang genoeg stil te houden. (De resultaten zie je hierboven en hier) Tot na enen blijft de conjunctie van maan en planeet intact. Onder begeleiding van een koor van krekels zakken ze daarna samen achter een bergrug weg. Terug naar boven |
|
Áyios Kirikos, Nísos Ikaría Borrelen met Gorcummers van zeiljacht Rubin (links) in het haventje van Áyios Kirikos Donderdag 01-10-2009
We hebben een rustige ankernacht. Na zeven uur wordt het licht en breekt er een nieuwe stralende dag aan. Even na achten gaan we ankerop en varen de diepe inham van Kirkdilim Limani uit. Een prachtige plek! De wind is buiten NNW 1. Ik zet de koersautomaat op 198° voor de 28 mijl naar het Griekse eiland Ikaría. Even later draait de wind naar WZW 1, waar we niks mee opschieten. De zee is een zacht wiegelend spiegelend watervlak. Gisteren konden we in het zuiden de hoge bergen van de eilanden Samos en Ikaría zien, nu zijn ze onzichtbaar in de heiigheid. Dat vind ik altijd mooi: je bestemming weten maar niet zien. Achter ons verdwijnt langzaam de Turkse kust. Aan de einder in het westen zijn wat vaag zichtbare zeeschepen.
Vannacht heb ik veel nagedacht over het probleem van de vrije wil. In existentialistischer en marxistischer dagen geloofde ik daar nog wel in (Niet in de fameuze Wetten van de Geschiedenis, dus) Nu denk ik dat er bij mensen geen sprake is van een vrije wil. Niet dat hun handelen daarmee volledig vooraf bepaald en gedetermineerd is, nee, integendeel, precies het omgekeerde: het handelen van de mensen is vooral onderhevig aan toeval en hooguit onderworpen aan een zekere mate van waarschijnlijkheid. In zekere zin analoog aan hoe het in de quantumfysica toegaat. Dat ik daarover peins komt vooral omdat zowel Douglas Hofstadter als Brian Greene in hun boeken dat thema behandelen. Niet op dezelfde manier overigens.
De overtocht is verder niet bijzonder. Of worden we blasé? De zee is blauw, de zon schijnt en het scheepje sukkelt lekker voort met motor en genua net vol. Om kwart voor één zijn we bij de oostpunt van het lange Ikaría. Het is een grillig gevormd eiland met steile kale berghellingen. Zo zijn de Griekse eilanden kennelijk allemaal, behalve het groene Lesbos. Even na twee uur varen we voorzichtig het haventje van het hoofdstadje Kirikos binnen, voorzichtig omdat het erg ondiep is. Nergens is plaats, de locals hebben alle plekken ingenomen behalve langs een Belgisch motorjacht aan een piertje vanaf de stadskant. De Belgen zijn niet aan boord en we leggen aan en kijken rond naar een leuk havenfront met wat terrasjes en winkels en daarachter de kale en steil oprijzende helling van de 1037 meter hoge berg Korifi Efános. Twee uur later komt er een tweemaster binnenvaren. Hij voert een Hollandse vlag en heet de Rubin uit Leiden. Ze leggen langszij ons aan. Even later maken we kennis met Frans Roubos & Nel Meeder, die godbetert allebei van oorsprong afkomstig zijn uit Gorcum. Ans herkent Nel na veertig jaar. Ze hebben een vaste ligplaats in het Turkse Kuşadasi en zijn nu twee weken hier op vakantie. Enfin, er wordt kennisgemaakt, geborreld en verhalen worden uitgewisseld (foto hierboven en hier) Daardoor is het zomaar zeven uur voor we er erg in hebben. Vanavond gaan we met zijn vieren eten. En die Belgen? Die zijn ook erg aardig en heten Paula & Jan, hun boot heet Sea Wings en ze komen uit Willebroek tussen Antwerpen en Brussel. Daar hebben ze een (chocolade) truffelfabriek (!) Terug naar boven |
|
Áyios Kirikos, Nísos Ikaría (2) Frans Roubos in de keuken met Theodora en de rode snapper (?) die ze voor ons gaat grillen Vrijdag 02-10-2009
Met Frans & Nel van de tweemaster Rubin (een Wauquiez Amphitrite 43, gebouwd in 1986) hebben we een vrolijke avond op het terras van een restaurant op de kade. Frans onderhandelt met eigenares Theodora in de keuken over de prijs van een forse vis (foto hiernaast), die ze Red Fish noemt. Wat daar precies mee bedoeld wordt is me niet duidelijk. Raadplegen van ons vissenboek "Vis & Zeevruchten" (De Lantaarn, 2003) en Wikipedia leidt in de richting van rode snapper, maar die lijkt niet in de Middellandse Zee voor te komen. Misschien kan iemand op de foto zien wat het voor vis is. Hij smaakt in elk geval heerlijk sappig. Op het terras naast ons houdt de KKE, de communistische partij van Griekenland een verkiezingsbijeenkomst. Veel oude mensen. Grappig om zoiets op een caféterras te doen.
Vanochtend vertrekken Frans & Nel naar Míkonos, het bekende toeristische eiland zo´n veertig mijl van hier naar het westen. Wij verkiezen een paar dagen te blijven op dit aardige eiland, dat niet door toeristen overlopen is. We brengen een rustige dag op de boot door. Het is af en toe bewolkt en daardoor niet zo heet als gisteren. Verder is er niets te melden. Terug naar boven |
|
Áyios Kirikos, Nísos Ikaría (3) De hele dag rolt er een vervelende zeegang het haventje binnen. In de verte liggen de Belgen en wij aan een piertje te dansen Zaterdag 03-10-2009
De eerste stormwaarschuwingen komen gisteravond binnen. De stations Limnos en Iraklion voorspellen op de Navtex geen meltemi, maar "near gale 7 loc gale 8" in onze regio. Uit het zuiden tot zuidoosten. Tussen de laarshak van Italië en de Ionische eilanden ligt een lagedrukgebied en boven de oostelijke Med een Hoog, dat geeft harde zuidenwinden. Uitermate vervelend want precies in die richting ligt het haventje open. ´s Nachts begint het geklots en gestamp. De wind valt uiteindelijk nog wel mee, Zuidwest 5, maar omdat het elders harder waait loopt een misselijk makende swell de haven binnen (foto hiernaast) De auto´s die langs de kade geparkeerd staan krijgen zeeën van schuim over zich heen. Op zee staan grote schuimkoppen. In de ochtend valt er een enkele regendruppel. Donkere wolkenpakken blijven rond de bergtoppen van het eiland hangen. De hele dag lang arriveert er geen enkele veerboot, de golven spoelen regelmatig de hele veerkade onder (2 foto´s hier) Het motorjacht van de Belgen en ons bootje stampen en zwaaien vervaarlijk l | |