sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Het Byzantijnse Rijk in 1143, tijdens de Kruistochten
Het Byzantijnse Rijk in 1143, tijdens de Kruistochten

Direct naar

het laatste

verslag

Çanakkale (2)

Op de kade in Çanakkale staat het houten Paard van Troje dat in de film Troy met Brad Pitt gebruikt werd
Op de kade in Çanakkale staat het houten Paard van Troje dat in de film Troy met Brad Pitt gebruikt werd

Woensdag 01-07-2009

Bij het ontwaken horen we de zangerige gebedsoproep uit een luidspreker op een minaret in de buurt. Vandaag waait het Noord 5. Hadden we vandaag de trip naar de Dardanellen gemaakt, dan hadden we er beduidend meer moeite voor moeten doen. De marina in Çanakkale is klein maar heel comfortabel (foto hier) Behalve water en electra is er zelfs diesel op de steiger. Inklaren hebben we nog niet gedaan. De meningen over de noodzaak ervan verschillen. Sommigen doen het helemaal niet, zoals bijvoorbeeld Leonard van Veldhoven (in deel 3 van zijn scheepsjournaal, "De Hellespont voorbij", Elmar 2007) en ondervonden geen problemen. In ons geval gaat het niet op. Ans moet immers over een paar weken naar Holland en Tsjechië en ze komt Turkije niet uit als ze er niet eens formeel ingekomen is. We lopen langs bij de vestigingen van Vodaphone en Turkcell voor een Turkse prepaid SIM-card ten behoeve van mobiel internet. Helaas blijkt dat een illusie, die heb je hier (nog) niet. De winkelbedienden staren bevreemd naar de dongle, die ik heb meegenomen. Een aardige Turk die Duits spreekt neemt ons mee naar de telefoonwinkel van zijn vriend. Die blijkt het fenomeen te kennen, hij heeft er zelfs een reclameposter van een dongle hangen. Maar hier in Çanakkale is het niet te koop. Misschien in Istanboel, zeggen ze. De draadloze netwerken in de omgeving oppikken, lukt ook al niet. Enfin, ik zie wel een oplossing te vinden, een Internet-café of iets anders. Çanakkale is overigens een aardige stad met mooie parken, waar de Turken graag vertoeven. Overal onder de bomen zitten of liggen groepjes mensen. Grappig is dat je in dit islamitische landen eigenlijk niet méér vrouwen met hoofddoek ziet als bij ons. Op de kade staat een groot houten Paard van Troje (foto hierboven) Het werd gebruikt in de film Troy over de Trojaanse oorlog met Brad Pitt, vermeldt een bord. Er is ook een mooie maquette van het Troje van de Ilias. Op een terras drinken we de verrukkelijk Turkse thee uit kleine glaasjes. Ik herken niets van de tijd dat ik, 41 jaar geleden, hierlangs gekomen ben. In mijn herinneringen staan beelden van een landelijk stadje, eigenlijk een groot dorp, met nauwelijks geplaveide wegen. De stad moet enorm gegroeid zijn. Ik vond toen een bus naar Troje, dat hier 30 kilometer vandaan ligt. De warrige mengeling van talloze bewoningslagen, ik geloof dat er tientallen Trojes bestaan hebben, maakte niet veel indruk op me. Een man probeerde me antieke munten te verkopen. Over de velden keek ik uit naar de zee, waar de Griekse strijdmacht destijds ontscheept werd en zijn kampement opsloeg. Mijn behoefte om nog een bezoek aan Troje te brengen is gering. Later lukt het toch met Internet: met een krachtiger antenne van Diana kan ik nét het draadloze netwerk van een nabijgelegen hotel oppikken.

Çanakkale (3)

De buste van de beroemde kartograaf Piri Reis op de boulevard van Çanakkale
De buste van de beroemde kartograaf Piri Reis op de boulevard van Çanakkale

Donderdag 02-07-2009

Gisteravond is er een grote menigte op de been op de boulevard. De mensen drentelen druk pratend en lachend op en neer in familiegroepjes of met zijn tweeën. De pantalonnade in de koele avondlucht is begonnen. Samen kuieren we mee. Overal staan kraampjes en karretjes waar zoetigheden, noten, gegrilde maïskolven, ringvormige zoete broodjes, ijs, limonade of gewoon koud water worden verkocht. We zien schoenpoetsers, gehurkt bij hun met glimmende knoppen en koperbeslag versierde kisten, ijverig in de weer de schoenen te poetsen van nonchalant rondkijkende mannen. Als het goed donker is, steekt men een mooi vuurwerk af. Kleurige fonteinen van licht bloeien op boven de boulevard en worden weerspiegeld in het water van de Dardanellen. Het is even wennen, alles is hier veel voller en volkser, zoveel mensen vlak bij elkaar, maar het voelt niet onaangenaam. Iedereen is vrolijk en aardig. We komen langs een standbeeld voor de befaamde Osmaanse kartograaf en admiraal Piri Reis. Piri Reis! Dat was een intrigerende man! Hij leefde rond de overgang van de 15e naar de 16e eeuw (foto hierbij) Hij is vlakbij geboren, in Gelibolu (Gallipoli) aan de Europese kant van de Dardanellen. In 1929 vond men in Istanboel in het voormalige paleizencomplex Topkapi van de Osmaanse sultans een curieuze wereldkaart, gemaakt door Reis, die aanleiding gaf tot veel speculaties en controverses. Niet alleen had hij al - nog geen twintig jaar na de tocht van Columbus - diens Amerikaanse ontdekkingen verwerkt, ook had hij tamelijk adequaat de contouren van het nog niet ontdekte Antartica erin aangegeven. Hoe dat kon is nogal raadselachtig. Toeval? Lees er hier meer over.

 

Gisteren hebben we toch maar een scheepsagent ingeschakeld, ondanks de kosten, om voor ons visa en een Transit Log te regelen. Voor het document moet je namelijk persoonlijk stempels gaan halen - in deze volgorde - bij de gezondheidsautoriteiten, de douane, de politie en de havenmeester. De eerste twee zijn aan de andere kant van de stad dus moet je een taxi nemen, op die manier kost het je uren. Onze scheepsagent Recep Demir van Falcon Shipping Agency, een nogal link ogende man van eind dertig met een beginnend buikje, wilde wel de kosten van zijn bemiddeling laten zakken omdat we met twee schepen waren. Hij heeft nodig ons eigendomsbewijs (ICP - International Certificate of Propriety), het vaarbewijs (ICC - International Certificate of Competence), het Internationaal Verzekeringsbewijs en de paspoorten. We geven hem echter onze ID-kaarten, omdat we liever geen visumstempel in onze paspoorten willen. Bij een ID-kaart stempelen ze het visum op een los velletje papier. Dat geeft straks  meer flexibiliteit bij de veelvuldige grenspassages tussen de Turkse kust en de Griekse eilanden in de Egeïsche Zee. Bij de Turken lever je bij vertrek het visumvelletje in (je kunt het ook laten) Bij de Griekse autoriteiten gebruik je je paspoort, waaruit niet blijkt dat je uit Turkije komt en je dus niet ieder keer hoeft in te klaren. Zo kun je al die overbodige en tijdrovende bureaucratie vermijden. Recep kijkt verbaasd naar de ID-kaarten maar na enige uitleg accepteert hij ze. Vanmorgen vroeg keert hij terug met het Transit Log en de visa, op losse velletjes.

 

"Na een tijdje gebeurde het dan dat de muziek waar ik naar luisterde, de Istanbulse beelden die aan de voorruit voorbijtrokken, de sfeer van sommige met straatkeien geplaveide stoepen en steegjes, waarvan mijn vader vroeg of we die in zouden slaan en er dan glimlachend de auto indraaide, zich in mijn hoofd samenvoegden en me lieten voelen dat we nooit een antwoord zullen krijgen op onze levensvragen, maar dat het goed is ze toch te stellen" (p. 355)

 

"Soms verandert de stad in een totaal andere plek. Plotseling trekken de kleuren waardoor je je thuis voelt uit de straten weg, en dan dringt het ineens tot me door dat de drommen mensen die ik er altijd zo geheimzinnig vind uitzien eigenlijk al honderden jaren doelloos over het trottoir voortsjokken" (p. 357)

 

Geboeid lees ik verder in Orhan Pamuk´s "Istanbul, herinneringen en de stad" (Ned. Vert. Arbeiderspers, 2005) Eigenlijk zijn het jeugdherinneringen van een melancholieke, eenzame jongen waarin de stad een grote rol speelt. De afgetakelde stad die tweemaal het centrum van een wereldrijk was. Niet alles is even boeiend, maar zulke passages als de bovenstaande maken het weer helemaal goed. Vandaag is er - als voorspeld - veel wind uit het noorden met uitlopers naar Bf 6. We slenteren wat door de stad en vanavond zijn we met Jaap & Diana te gast op de Souris Rose, waar Jill ons gegrilde inktvis gaat voorzetten. Terug naar boven

Kemer

Bij een boei op een nauw punt bij Nara in de Dardanellen staat bijna twee knopen tegenstroom
Bij een boei op een nauw punt bij Nara in de Dardanellen staat bijna twee knopen tegenstroom

Vrijdag 03-07-2009

Gisteren heeft Ans haar klerenkast uitgemest. Dingen die ze in de twee jaar dat we onderweg zijn niet heeft gedragen, gaan in een vuilniszak. Ik zet hem naast de vuilcontainer bij de haven. Na een paar uur is hij weg. We hadden een gezellige avond op de Souris Rose en de octopus van Jill smaakte heerlijk.

 

Vandaag vertrekken we om kwart voor acht. Zoals te verwachten staat de wind (NO 4) op kop. Dat soort wind staat hier meestentijds, in het lengte van de zeestraat die al een soort windtunnel fungeert. Even boven Çanakkale, bij Nara is het ook een smal gedeelte van iets meer dan een mijl breed. Een westkardinale boei markeert de ondiepte voor Nara. Aan de stroming rond de boei kun je zien hoe hard de tegenstroom is (foto hierbij) Uit het verschil tussen het log en de SOG (speed over ground) kan ik zien dat die bijna twee knopen bedraagt. Op de punt ligt een oud fort en daarachter een militaire kazerne. Een mijl verder verbreedt de zeestraat zich en neemt de tegenstroom steeds verder af. Vredig varen we naar het noordoosten, het lijkt wel of we op een grote, zacht vloeiende rivier varen, die door een golvend heuvellandschap loopt met velden en bossen. In werkelijkheid is dit een kloof tussen twee continenten, twee aardschollen die zachtjes langs elkaar schuren en geleidelijk aan hevige spanningen opbouwen die zich af en toe ontladen in forse aardbevingen. En het is een zeestraat die de hele geschiedenis door van grote betekenis is geweest. Xerxes stak hier met zijn Perzen over een schipbrug over en begon er zijn invasie. Alexander de Grote stak hem over in de andere richting. De Byzantijnen, de Osmanen, de Britten, wie hebben er niet gevochten om de beheersing van deze plek? Om 12.30 uur zijn we bij het dorpen Lapseki en Çardak aan stuurboord  met de stad Gelibolu (Gallipoli) op de Europese oever. Veerboten varen af en aan en wijken netjes uit voor de scheepvaart en ook voor ons (foto hier) We worden achterop gevaren door een sleepboot uit Holland, de Barracuda, met een grote bak achter zich. Hij zwaait. Een uur later passeren we een groot baken bij de Zincirbozan Bank, een grote zandbank aan de rechteroever die de noordelijke uitgang van de Dardanellen markeert. Aalscholvers zitten er op een rijtje naast elkaar als een groepje keuvelende oude mannetjes op een bank aan de haven (foto hier) Een nieuwe zee ligt voor ons open, de Zee van Marmara, in de Griekse tijd de  Propontis, de voorzee voor de Egeïsche Zee. Toch weer een groots moment. De wind zakt helemaal in naar NO 2. We verleggen de koers naar het oosten voor de laatste dertien mijl naar Kemer, een dorp op de zuidoever. Tussen kaap Bodrum en het haventje laten we om half vier het anker vallen, dat zich meteen ingraaft. Souris Rose ligt er al en Kiara ankert vijf minuten later. Het is hier heel vreedzaam. Op de kant liggen wat vakantiehuisjes van Turken (foto hier) Het water is stil en 23 graden, Ans gaat snorkelen. Ik bel mijn jongste zoon Bas om hem te feliciteren met zijn 19e verjaardag. Op de achtergrond hoor ik vrolijk gepraat en gelach. Het is er kennelijk gezellig. Soms mis ik ze, die levendige bijeenkomsten van vroeger met de kinderen en de familie op verjaardagen en feestdagen. Wie weggaat laat ook de goede dingen achter zich. Overigens is het plan dat mijn oudste zoon Rommert en zijn vriendin Esther over een paar weken in Istanboel bij ons langskomen en dat Bas in augustus een weekje in de Zwarte Zee komt meevaren. Internet is er niet op deze rustige ankerplek, het is sedert lang de eerste keer dat ik het dagelijks verslag niet op de website kan plaatsen.

 

De avond valt. De zon gaat bloedrood onder achter een purperen wolkenbank. De zee is volledig roerloos. Het is nog steeds 30° en het wemelt van de insecten. Ans spuit ze uit onze hut weg. Ik sluit de ventilator op de 12/220V-omvormer aan, dan is het minder benauwd. Vanaf het dorpje horen we de laatste gebedsoproep van de dag: "Allah-u-akbar!"  Terug naar boven

Pasjalimani

Dulce (l) en Kiara geankerd bij Pasjalimani. Rechts het overdekte vlondertje van het restaurant. Op de achtergond het eiland Koyun
Dulce (l) en Kiara geankerd bij Pasjalimani. Rechts het overdekte vlondertje van het restaurant. Op de achtergond het eiland Koyun

Zaterdag 04-07-2009

Om kwart voor acht lichten we het anker. De barometer is vannacht gedaald naar 1006 hP. De windmeter geeft WNW 1, motoren dus. We varen om kaap Bodrum heen en koersen naar het oosten langs de kust. Een groepje common dolphins komt even langs om ons te begroeten. We passeren de industriehaven Içdaş. Om half elf laten we kaap Karaburun achter ons, de zuidkust van de Zee van Marmara valt naar het zuiden weg. We zetten koers naar de Marmara eilanden, de eilanden die voor een groot deel bestaan uit marmer, waaraan de zee zijn naam ontleend. Aan de noordkant van Marmara Adasi, het grootste eiland, is een haventje waar de kade zelfs geheel van marmer is (Saraylar) Op de Navtex lezen we dat in de Egeïsche Zee de meltemi lijkt te gaan opsteken, hier komt het echter niet verder dan Oost 1. Op het middaguur zijn we bij de eilanden en varen tussen Ekinlik en het wat grotere Türkeli Adasi door (foto hier) Op het laatste zien we een langgerekt strand vol badgasten. Veerboten varen ook hier af en aan. Ekinlik is veel rustiger met een aardig dorpje met een slanke, spitse minaret. Daarachter Rijst het grote Marmara op met hoge bergen en ravijnen. Hier zijn een paar havens, maar we willen vandaag naar een mooie ankerplaats die Leonard van Veldhoven aanbeveelt in deel 3 van zijn boek over zijn zwerftocht door de Med. We varen door het smalste en ondiepste punt van de passage tussen de eilanden. Er ligt een YB zuidkardinale boei, (yellow-black) en aan de kant van Türkeli is een nieuwe haven gemaakt, nog volledig zonder voorzieningen. We varen door. We zien nu de twee eilanden voor ons waar we tussen willen ankeren, het kleine Koyun en het grotere Paşalimani ten oosten ervan. Om kwart voor twee valt na 27 mijl het anker in 5 meter diepte voor een slaperig dorpje met een curieus minaretje, dat de eerder genoemde Van Veldhoven het meest vond lijken op de raket waarmee de stripheld Kuifje naar de maan vloog. Tegenover ons is het enige restaurantje met een prieeltje op palen boven het water (foto hierbij en hier) en een strandje waar een Turkse familie met kinderen zich vermaakt. We laten onze bijbootjes te water en Ans gaat bij Diana op bezoek en Jaap en ik brengen een bezoek aan de wal. In het restaurantje reserveren voor vanavond. Er zit een oud-NAVO officier aan een tafeltje. Hij vertelt ons de herkomst van de naam van het eiland. Paşalimani betekent "Baai van de Pasja" Toen de Osmaanse sultan in 1577 terugkeerde van de verovering van Cyprus geraakte hij met zijn vloot in de Zee van Marmara in een hevig onweer en vluchtte naar deze baai. De vloot verbleef er vier maanden en de sultan liet er een kleine moskee bouwen met dat curieuze minaretje. We slenteren door het slaperige dorpje. Geloof het of niet, we zien hoe er in het noorden een onweersbui zich opbouwt (2 foto´s hier) In elk geval liggen we hier dus veilig, zou je zeggen. Bij het moskeetje fotograferen we het grappige minaretje (foto hier) We zien er een wasplaats voor de voeten van de gelovigen en een begraafplaats uit de Osmaanse tijd. De grafstenen dragen Arabische schrifttekens en iets als een tulband erbovenop (foto hier) Op de kade voor de vracht- en veerbootjes zijn mannen bezig vers gevangen mosselen schoon te maken (foto hier) Wie weet eten we die wel vanavond. Elders zitten vissers onder een boom hun netten te repareren (foto hier) De rust die dit alles hier uitademt is weldadig.

 

Om acht uur motoren we in onze bijbootjes naar het restaurantje. De eigenaar, een kleine vriendelijke  man met een peper-en-zout kleurige snor, neemt de touwtjes aan.  Onder het afdak staat onze tafel al gedekt. Een prinselijk gevoel. We eten gebakken dorade met salade en patat frites met een lichte rode wijn van het nabije eiland Türkeli. Aan het eind serveert de eigenaar een schaal met kleine friszure pruimen en ijsblokjes. "Kroosjes", zegt Ans, "vroeger noemden we die dingen kroosjes. Ik heb ze nooit meer gezien" Ik durf niet te zeggen hoe stuitend weinig het maal kost. Daarna kuieren we door de ongeplaveide straatjes van het dorp. De geuren van kamperfoelie en andere kruiden hangen zwaar tussen de huisjes en de oude muurtjes. Later hijsen Ans en ik het bijbootje weer op het voordek en zitten daarna in de avondwind op het dak van de kajuit na te praten. Dulce deint zachtjes achter het anker. We denken terug aan onze moeilijke beginjaren. We kregen het niet cadeau. Nog later zit ik alleen aan dek. De wolken zijn weggetrokken, overal pinkelen de sterren maar ze worden overstraald door het wasbleke licht van de bijna volle maan. Boven mijn hoofd ronkt een vliegtuig en aan de zuidelijke hemel trekt een licht voorbij. Een satelliet? Of misschien het International Space Station (ISS)? Dat zou in deze tijd zichtbaar kunnen zijn. Ik weet het niet. Vanaf het eiland klinken weer de zangerige oproepen voor het laatste gebed uit de minaretten. Ik kijk naar de lichten van een vuurtoren in het noorden, die over de baai zwiepen. Golfjes kabbelen om de boot. Is dit wat ik wilde? Ja, dit is wat ik wilde.  Terug naar boven

Karşikaya

Karsjikaya op zondag. Deze jongens hielpen ons aanleggen naast een trawler. Nu drinken ze er de wodka en het bier dat ze als dank van ons kregen
Karsjikaya op zondag. Deze jongens hielpen ons aanleggen naast een trawler. Nu drinken ze er de wodka en het bier dat ze als dank van ons kregen

Zondag 05-07-2009

Het ritueel als iedere ochtend. Ik check het oliepeil van de motor: in orde. Om half negen gaan we ankerop met Noordwest 1. We varen de baai van de Pasja uit en motoren langs de ruige noordkust van Paşalimani. Vandaag doen we het traject langs het steile, zwaar beboste en bergachtige schiereiland Kapidag Yarimadasi. Daarachter ligt de Bandirma Körfezi, de Golf van Bandirma. In het zuidwestelijk hoekje ligt de industriehaven Bandirma, maar wij hopen eerder een plekje te vinden in één van twee vissershaventjes na kaap Kapsül. We steken de zeestraat tussen Paşalimani en het schiereiland over. Noordelijk liggen de hellingen van het grote eiland Marmara. De bergtoppen op het schiereiland zijn verscholen in zware, donkere wolkenmassa´s. Overal waar land is, schiereiland of eiland, zien we hoe de cumuluswolken zich beginnen op te bouwen. De zee is kalm maar er komt iets meer wind, Noord 3. We rollen de genua uit en motorzeilend gaat het verder (foto hier) Ans ziet bij het schoonmaken van de kooi dat onze Lord Byron zowaar een staartveertje heeft verloren. Dat is het hele jaar nog niet gebeurd, zou zijn jaarlijkse rui-periode weer beginnen? In elk geval is His Lordship nog tierig genoeg en zingt hij uit alle macht.

 

Uren lang motorzeilen we langs de kust. Er zijn diverse baaien en baaitjes waar je met licht weer kunt ankeren, maar ze zijn onbeschut als de gebruikelijke noordoostenwind harder doorstaat. Na een goede twintig mijl zakt de wind helaas in. Radio Istanbul meldt over de Navtex dat er tegen het eind van de middag regen en onweer kan komen. Voor kaap Kapsül passeren we twee vissershaventjes, waarvan er slechts eentje in de pilot staat. We ronden kaap en laten rotseilandjes van Mola Adalari aan bakboord liggen. Opvallend is de smerige vuilstort die vlak voor de kaap over de klif ligt (foto hier) Dan varen we Çakilköy binnen, het eerste vissershaventje. Met recht een vissershaventje, het licht helemaal propvol met vissersboten. Ze liggen vijf- tot zesdik afgemeerd. We besluiten eerst maar eens in het tweede haventje te kijken, dat 2 mijl verder de baai in ligt en Karşikaya heet.  Ook dat is vol met twee coasters en een hoop trawlers. Besluiteloos dobberen we wat rond, op het traject van 35 mijl langs de Aziatische kust naar de eerstvolgende baai Gemlik Körfezi liggen alleen maar onbeschutte baaitjes. Dan roepen er twee jongens vanaf een trawler dat we langszij kunnen op een rij vissersboten die ook al vijfdik is. Zo gezegd, zo gedaan. Kiara meert af aan onze andere kant. Opeens zijn er veel meer jongemannen en jongens, die de lijnen aannemen. "Alcohol!", roepen ze vragend, "wodka!" Dat hebben we. Dankbaar voor de hulp geven we ze de driekwart volle fles wodka, waaruit Tessa graag een scheutje in haar frisdrank deed, en wat blikjes bier. Ze vragen ook sigaretten, maar die hebben we niet. Ze zijn overigens allervriendelijkst en de wat oudere jongeren houden de jongere keurig in bedwang, want die zijn nogal opdringerig en zouden het liefst bij ons aan boord willen rondneuzen. Als we liggen maak ik een foto van de situatie en van het groepje dat op de trawler van de alcoholische versnaperingen zit te genieten (foto hierboven en hier) Het is twee uur en we verdwijnen voor een middagdutje onderdeks. Even later wordt het ook naast ons stil. We hebben 26 mijl afgelegd. Internet is er ook hier helaas niet.

 

Jaap en ik klimmen over de trawlers naar de kant en lopen langs de haven. We zien dat men hier bij het vissen kleine bootjes lanceert vanaf de achterkant van de grotere schepen. Die zetten kennelijk de netten uit. We maken foto´s van onze boten, die aan de overkant liggen (foto hier) In een weitje met dor spichtig gras staat een ezel. We lopen het dorp binnen. Het is hier duidelijk Azië en er is niets toeristisch aan. Dit is een andere wereld. Deze stoffige straatjes met wrakke huisjes met meerdere houten bovenverdiepingen is hun alledaagse wereld. Het staat allemaal bovenop elkaar, bij een aardbeving stort het zo in elkaar. Vrouwen met hoofddoeken zitten naast hun deuren. Er zijn veel kinderen en tieners. We vinden de grote moskee met drie minaretten (foto hier) Het middaggebed is in gang, door de openstaande deuren zien we geknield biddende mannen, hun achterwerken omhoog. Dan horen we een trommel, we gaan op het geluid af en komen bij een straatje met een ophoping van mensen. Er wordt op straat een bruiloft gevierd. Op straat zitten rijen vrouwen in klederdracht in een kring om de dansende familie heen, de bruid en bruidegom in het midden (2 foto´s hier) Een trommel en twee klarinetachtige blaasinstrumenten spelen oosterse dansmuziek. Op de balkons hurken vrouwen en kinderen, ze gooien af en toe snoepgoed naar beneden. Het lijkt allemaal zeer authentiek maar er is ook iemand die het met een camera allemaal filmt. Later lopen we over de terrassen langs de haven (foto hier) Aan de tafeltjes zitten alleen mannen, ze spelen trik-trak en kaartspellen. Televisies in de openlucht tonen voetbalwedstrijden. Futbol, heet het hier. Galatasaray, de club waar Frank Rijkaard zojuist trainer schijnt te zijn geworden. Turken noemen die naam steeds tegen ons. Voortdurend proberen jongeren hun twee of drie woorden Engels op ons uit. Terug aan boord vervelen een paar rotjochies ons door met een speedbootje klierig achter ons te gaan hangen. Ans en ik krijgen er nota bene woorden over, omdat ik me dood erger en ze tenslotte wegstuur. De vooruitgang gaat met ergernissen gepaard maar, dág, ik ben Jezus niet. De visser naast ons komt zijn boot inspecteren. Hij geeft ons een prachtige, grote schelp, een stuk zeep gemaakt uit olijven en een flesje voortreffelijke, lokaal gemaakte olijfolie. Ans geeft hem een pak van de Arabische koffie die we in Malta bij de Lidl insloegen. Maar de stemming is eruit bij ons. We gaan zwijgend naar bed. Het voorspelde onweer is uitgebleven. Ik kan niet slapen. In het kleine toiletje vang ik een kakkerlak en spoel hem door. Daarna spuit ik de ruimte vol ZUM en ga in de kuip zitten. De maan is bijna vol. Uit het dorp komt muziek en feestgedruis, daarna een bescheiden vuurwerk. Een ezel balkt. Twee keer hoor ik een schot. Een paar vissers varen uit.

 

Morgen hebben we een langer traject voor de boeg naar het kleine eilandje Sivriada, het meest westelijke van de Prinseneilanden, vlak voor de ingang van de Bosporus. Terug naar boven

Sivriada

Zo ziet een nachtmerrie eruit, ware het niet dat het schip voor anker ligt
Zo ziet een nachtmerrie eruit, ware het niet dat het schip voor anker ligt

Maandag 06-07-2009

Even voor zes uur schrik ik wakker van een vreemd geluid. Als ik de kajuit inloop zie ik in mijn ooghoek een vaalgele cyperse kat via de kajuittafel door het luik naar buiten springen. De handdoek die ´s nachts over de kooi van Lord Byron hangt, is half weggetrokken. His Lordship kijkt wat verbaasd maar is gelukkig ongedeerd. Je leest en hoort wel eens dat ze van schrik dood kunnen blijven. Even later zien we kattenharen aan het klapraampje boven het fornuis. Daardoor is de onverlaat binnengekomen. Ala Ans even later in het achterste toilet ook nog een dode kakkerlak vindt, hebben we het wel gehad met onwelkome indringers. We vertrekken om 7 uur. Wind Noordwest 1. We motoren tussen kaap Kapsül en het eilandje Fener door naar zee en leggen de koers op 57°, ongeveer 49 mijl naar onze bestemming Sivriada. Onder de rotsen van Fener worden we op een dolfijnenshow getrakteerd. De zee is verder de hele dag een blanke, vlakke spiegel (foto hier) We leggen onze domme ruzie van gisteravond bij; we kunnen helemaal niet tegen ruzie met elkaar. Om half tien raken we opeens zomaar van onze koers af. Volgens de pilot komen er in dit gebied magnetische anomalieën voor. Juist. Ik stel hem weer in en dat is het dan. Tegen tien uur, de "wind" is nu Oost 1, passeren we een tanker die midden op zee voor anker ligt op 50 meter diep. Het schip heet Touraine en zal dus wel Frans zijn. Ik maak een foto als we vlak voor zijn boeg passeren. Zo ziet een nachtmerrie eruit met een zeeschip dat op het punt staat je te overvaren (foto hierboven) Een uur later passeren we op 5,5 mijl afstand noordelijk van Imrali Adasi, een eenzaam bergachtig eiland (foto hier) Daar is de  gevangenis waar ondermeer de Koerdenleider Öçalan zijn levenslange veroordeling uitzit. Eromheen is een veiligheidszône van drie mijl, waar je niet komen mag. De zee is groen, stil en vuil. Veel plastic zakken en flessen. De wind draait wat zonder in kracht toe te nemen. We zien oostelijk van ons de hoge bergen van het schiereiland Bozburun. Die richting op is een grote baai met de industriestad Izmit. Ik zit te lezen in de pilot "Cruising Bulgaria and Romania" van Nicky Allardice (Imray, 2007) Eergisteren hoorden we toevallig op de Wereldomroep een verhaal over corruptie bij de Bulgaarse douane. Ze vroegen veel geld voor een volstrekt onnodige gezondheidsverklaring. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

 

Op 14 mijl afstand zien we een groep eilandjes, de Prinseneilanden. Op een ervan heeft ooit Trotsky een tijd vertoeft na zijn verbanning uit de Sovjet-Unie door Stalin. Welke weet ik niet. We naderen een complex TSS bij de ingang van de Bosporus. De shipping lanes vanaf de Dardanellen en die vanaf de industriestad Izmit komen hier bij elkaar op een soort rotonde. Sivriada ligt eigenlijk op de "middenberm" van de laatste. Ik zet de radar en de MARPA aan, maar echt moeilijk wordt het niet. Op 8 mijl zien we dan eindelijk de miljoenenstad Istanboel (15 miljoen inwoners) Door de kijker zien we een haag van wolkenkrabbers. Die waren er in 1968 niet, toen ik er voor het eerst was. Ik tuur ingespannen naar de stad en na een tijd zoeken zie ik hem: de Haghia Sophia met zijn later door de Osmaanse veroveraars toegevoegde minaretten. We varen recht op het kale rotseilandje Sivriada af (foto hier) Aan de oostzijde is een soort vluchthaventje met voldoende diepte en zonder voorzieningen, op een paar mijl van de wereldstad. Als we binnenvaren liggen er drie bootjes, er plek genoeg. Het is vier uur als we afmeren (2 foto´s hier) op dit wonderlijk stille plekje. Tegen half zes zijn de bootjes weg en zijn we de enigen. We borrelen met Jaap & Diana. Later kijken we stil hoe de bijna volle maan opkomt boven zee en het buureilandje Yassiada (foto hier) Morgen de laatste paar mijlen naar Istanboel. Terug naar boven

Ataköy Marina, Istanboel (1)

In het TSS bij Istanboel wijken we uit voor een Grieks schip
In het TSS bij Istanboel wijken we uit voor een Grieks schip

Dinsdag 07-07-2009

De nacht is redelijk rustig hoewel er een lichte deining het haventje van Sivriada inloopt. We hebben de scheepjes niet te strak langszij aan de kade geknoopt, zodat ze los van de wal kunnen bewegen. ´s Ochtends maak ik een wandeling. Het eilandje is eigenlijk geheel bewoond door meeuwen en, op de rotsen langs de waterlijn, door aalscholvers. Helaas zie dat menselijke  bezoekers hier en daar hun vuil hebben achtergelaten en dat wordt hier niet opgehaald. Er is altijd het risico dat er ratten op af komen en als je er eentje aan boord krijgt ben je nog niet jarig. Ze geven veel overlast, het doorknagen van de isolatie van elektriciteitsdraden is er een van, en je bent er niet zomaar vanaf. Ik klim naar een plateau dat aan drie zijden door steile rotswanden wordt ingesloten. De meeuwen die hier overal nestelen, maken een enorm misbaar. Op de grond liggen talloze vogelbotjes, schelpen, veren en een paar dode meeuwen. In een van de wanden is een grot met een roestige metalen deur, afgesloten met een hangslot. Op de wand erboven staan twee zonnepanelen, de draden leiden de grot in. Vergeefs probeer ik door de kieren naar binnen te kijken, het is te donker. Ik loop verder en ineens suist er vlak boven mijn hoofd een meeuw over. Een aanval! Er komen er meer, ik raap een stok op en weer ze af en keer wijselijk terug. Ze kunnen gemeen in je kop pikken en per slot wonen zij hier en ik niet. Langs de kade heeft aan de zuidkant ooit iets als een fort gestaan. Ik zie resten van oude, ruw gemetselde muren, de contour van een ronde toren en even verder de resten van gewelven. Gaten aan de bovenkant duiden erop dat het cisternen zijn geweest waarin regenwater werd verzameld (foto hier) Je zou het verleden van dit eilandje willen weten, dat zo strategisch voor de ingang van de Bosporus ligt.

 

Om 10 uur varen we af. We motoren bij ZW 2 zuidelijk om de rotonde van het TSS heen en moeten uitwijken voor een Grieks zeeschip, dat op weg is naar de Bosporus (foto hierboven) Daarna zetten we koers naar Ataköy Marina aan de zuidwestkant van Istanboel. Het centrum van de oude stad is nu duidelijk te zien: de Haghia Sofia, het Topkapi Paleis en de Blauwe Moskee. Opnieuw een geweldig gezicht. We steken de zuidwestgaande shipping lane zonder problemen dwars over en motoren tussen vele tientallen geankerde zeeschepen door. Om 12 uur liggen we aan een ponton met vingersteigers naast elkaar afgemeerd.

 

In het kantoor besluiten we tot een contract voor een maand, nadat we telefonisch gecheckt hebben dat Rommert & Esther daadwerkelijk geboekt hebben. Dat is het geval, ze komen van 21 tot 28 juli op bezoek. Hoewel we de gecontracteerde maand niet helemaal willen volmaken is het aanzienlijk goedkoper dan per dag betalen. De marina is redelijk aan de prijs maar ligt niet ver van het oude centrum en heeft prima voorzieningen. Alleen is het gratis draadloze WiFi-netwerk net te ver af om aan boord op in te kunnen loggen. We mogen echter voor Internet een aparte kamer op het kantoor (met airco!) gebruiken. Ik koop een pilot over de Zwarte Zee: "Cruise The Black Sea. Turkey, Georgia, Russian Federation, Ukraine, Romania and Bulgaria" van Doreen & Archie Annan, uitgegeven door Ataköy Marina in 2001. Tamelijk bejaard maar er staan duidelijke havenkaartjes in en erg veel zal er niet veranderd zijn. De vorige editie was nog bij Imray en kennelijk is het overgenomen door Ataköy.

 

Terug aan boord drinken we met Jaap & Diana de fles champagne op, die we een halfjaar geleden in Malta van Gerda Bol van de Pegasus voor dat doel kregen. Proost, Bolletjes! We hebben Istanboel gehaald voordat de meltemi ging doorstaan. Terug naar boven

Ataköy Marina, Istanboel (2)

Istanboel. Samen op de Galata brug (foto Diana)
Istanboel. Samen op de Galata brug (foto Diana)

Woensdag 08-07-2009

Vanochtend klappen we de buiskap neer en spannen we het zonnezeil over de giek. Zo blakert de zon niet meer de ganse dag op het kajuitdak en trekt er een aangenaam windje onder het zeil door. Daarna  zijn we in het Internet-zaaltje van het havenkantoor uren in de weer met het boeken van het reistraject voor Ans: Istanboel>Praag>Amsterdam>Istanboel. Als we het uitgeplozen hebben voor redelijke tarieven en gaan boeken, accepteert het systeem van de vliegmaatschappij wél de boeking maar niet de betaling via onze credit-card. Omdat de website waarschuwt dat annuleren geld kost, klikken we de website gewoon weg. Benieuwd wat ervan komt. We hebben haast de neiging om het maar op te geven en naar een reisbureau te gaan, als we de site van Turkish Airlines in beeld krijgen. Het toeval helpt. Uiteindelijk krijgen we het voor elkaar voor een veel goedkoper tarief dan bij de eerste keer. Natuurlijk was Turkish Airlines de maatschappij met het vliegtuig dat enige maanden geleden bij Schiphol crashte, maar statistisch gesproken is een herhaling uiterst onwaarschijnlijk (dat is natuurlijk niet juist) Enfin, het reisschema van Ans ziet er nu als volgt uit:

 

11 juli: Istanboel>Amsterdam (Turkish Airlines)

13 juli: Amsterdam>Praag (Sky Europe)

15 juli: Praag>Amsterdam (Sky Europe)

20 juli: Amsterdam>Istanboel (Turkish Airlines)

 

Van 21 tot 28 juli zijn Rommert & Esther bij ons en daarna wil Bas ook een weekje komen. Dat moeten we nog regelen. Het idee is dat hij vanaf Istanboel meevaart de Zwarte Zee in dat hij vanaf het Bulgaarse Varna weer terugvliegt. Daarna varen wij verder naar Roemenië, bezoeken de Donau-delta en vervolgens Odessa en zo mogelijk de Krim.

 

In de kooi van Lord Byron ligt vanmorgen alweer een staartveertje op de bodem. De rui-periode lijkt nu echt te gaan beginnen, het is dezelfde tijd als vorig jaar toen hij in Rome bij de havenmeester logeerde. De lord zingt al minder vaak maar tegen de avond  concerteert hij nog graag. Met Jaap & Diana lopen we na het middaguur Bakirköy in, het stadsdeel naast de haven. Eigenlijk een soort bad in de menigte. Het is ontzettend druk in de winkelstraten maar het voelt niet vervelend, niemand is opdringerig, iedereen gaat zijn gang. Er zijn veel jongelui op straat. Turkije heeft een jonge bevolking: 60% van de Turken is jonger dan dertig jaar. Als de groei van economie en welvaart doorzet en het geboortecijfer daalt, zoals steeds geschiedt in rijkere samenlevingen, zal de bevolkingspiramide over veertig jaar dezelfde omgekeerde structuur vertonen als momenteel bij ons. Ook nu zien we weinig traditioneel gesluierde vrouwen in lange gewaden, meisjes en vrouwen gaan overheersend westers en modern gekleed. De talloze warenhuizen, winkels, winkeltjes en kiosken liggen vol koopwaar. We pinnen Turkse ponden,  drinken de lekkere Turkse thee in glaasjes in een beschaduwd tuinterras met een klaterende fontein (foto hier) en doen uitgebreid boodschappen in een supermarkt.

 

´s Avonds brengt een gele taxi ons voor nog geen tientje in twintig minuten naar de beroemde Galata-brug over de Gouden Hoorn, de natuurlijke haven van het oude Byzantium (foto hierboven) Hier heb je tegelijk de geschiedenis en het heden om je heen. Talloze volgeladen veerboten schieten met onwaarschijnlijke snelheden over en weer en onder de brug door. Op de brug staan tientallen mannen en een enkele vrouw te vissen (foto hier) Het wemelt van de straatverkopers met hun stalletjes met maïskolven, sesambroodjes, fruit, noten en snuisterijen. Ik zie geen bedelaars en ook de vroegere waterverkopers met hun versierde waterketels op de rug zijn er niet meer. Overbodig geworden omdat iedereen zijn drinkwater in plastic flesjes bij de kiosken koopt? Verderop is de Bosporus met zijn scheepvaart en de Aziatische oever. Dichterbij aan onze kant zien schittert het Topkapi paleizencomplex van de Osmaanse sultans te midden van zijn weelderige tuinen, met even rechts de Haghia Sofia met de vier toegevoegde minaretten en daar weer rechts van steken nog juist de zes slanke minaretten van de Sultanahmet Camii, de beroemde Blauwe Moskee die een wonder van Islamitische architectuur is, boven de oude huizen uit. In het oosten steken in het oranjerode licht van de ondergaande zon boven het water van de Gouden Hoorn de moskeeën en de minaretten donker af (foto hier) Ach, wat is dit prachtig en wat prijs ik mezelf gelukkig hier nog een keer terug te zijn! Ik krijg er tranen van in de ogen. Veertig jaar geleden was ik hier voor het eerst en daarna nog een keer in 1972 en er lijkt althans op deze plek niets veranderd. Alles was toen net zo druk en levendig als nu. Op een parkeerplaats aan de zuidkant van de brug probeerde ik mijn dollars te wisselen op de zwarte markt. Mannen om me heen sisten "Change money?" Ik koos een schoenpoetsertje, een oude man met een klein postuur. Hij noemde een prima tarief en jatte vervolgens al mijn dollars uit mijn portemonnee. Ik greep hem vast en na een korte worsteling waarbij ik hard "Politie!" riep, had ik alles weer terug. Een goede les.

 

Onder en naast de brug wemelt het van de visrestaurants. We kiezen er eentje uit en eten een smakelijke tarbot van de houtskoolgrill. Een taxi brengt ons terug naar de Ataköy Marina. Terug naar boven

Ataköy Marina, Istanboel (3)

In de Grote Bazaar van Istanboel drinken we glaasjes heerlijke Turkse thee
In de Grote Bazaar van Istanboel drinken we glaasjes heerlijke Turkse thee

Donderdag 09-07-2009

Vandaag bezoeken we de Kapali Çarşi, de Grote Bazaar van het oude Istanboel. Al gebouwd in 1461, een paar jaar na de verovering van de stad door de Osmanen en sedertdien uitgebreid tot een uitgestrekt, labyrintisch complex van 32.000 m² met zeventien toegangspoorten, gelegen tussen twee grote moskeeën. Het is een genot om urenlang langs de uitstallingen en de winkeltjes te lopen, te kijken en te keuren (3 foto´s hier) Natuurlijk vind je er veel kitscherige souvenirs en verder oneindige hoeveelheden koopwaar zoals tapijten, sieraden, lederen kleding, thee, gitaren, lampen en lampjes (foto hier) In het oudste gedeelte zitten de antiquairs en daar zie je soms erg mooie dingen, zoals oude ikonen en antieke nautische apparatuur (kijkers, sextanten) Alles fiks aan te de prijs. In veel zaken kun je dus heel modern on-line met de credit-card afrekenen. Ik herinner me dat ik hier in 1968 doorheen slenterde en me liet verleiden tot de aanschaf van een saz, een traditioneel Turks snaarinstrument. Niet een erg goede maar hij heeft jaren in mijn diverse behuizingen gestaan. Ik kon er niet opspelen en uiteindelijk is hij ergens, ik meen al in Deil, teloor gegaan. Wat ik me ook herinner dat veertig jaar geleden de vrouwen in mijn studentenhotel erover klaagden dat ze onophoudelijk door kerels in de billen werden geknepen. Ik zie nog die twee Zweedse meisjes voor me die te bloot en te blond door de bazaar liepen, angstig tegen elkaar gedrukt, op zoek naar een uitgang en met een drom Turkse mannen erachter. Dat is nu wel sterk veranderd. Niemand kijkt op van westerse toeristes in mini-rok en short en Ans en Diana melden geen één keer te zijn geknepen.

 

In een zaakje met schaak- en andere spellen zie ik een aardig kastje met handgesneden versieringen. Trouwe lezers weten dat ik een kastjesziekte heb. Voor een leuk kastje weet ik altijd wel een nuttige, ja, welhaast noodzakelijke en decoratieve functie aan boord te vinden. Het afdingen is succesvol. Je moet er de tijd voor nemen en bereid zijn om je af en toe af te wenden en met spijt op je gezicht weg te lopen. De handelaar kan dat niet aanzien, hij deelt je smart en roept je terug met een dramatische prijsverlaging. Dat leidt tot hervatting van de gedachtewisseling waarbij je niet alleen vertelt waarom je dat kastje graag wil hebben en wat je ermee voor hebt, maar ook feiten over elkaars levensgeschiedenis uitwisselt.  Zo krijg ik het kastje na een genoeglijk kwartiertje voor beduidend minder dan de helft van de aanvankelijke prijs en gaan de handelaar en ik als vrienden uiteen. Op dezelfde wijze schaf ik van een andere vriend ook nog een alleraardigst koperen lampje aan, dat zonder twijfel de knusheid en de gezelligheid in onze kajuit des winters belangrijk zal verhogen. Als ik ze beiden heb geïnstalleerd - daar moet nog goed over worden nagedacht - zal ik ze in het fotoalbum plaatsen.

 

Je kunt op een aantal plaatsen in de bazaar uitrusten en de heerlijke, sterke Turkse thee drinken, gezeten op krukjes aan een laag tafeltje (foto hierboven en hier) Als we tenslotte door een van de poorten naar buiten terugkeren, is het alsof we uit een onderaardse doolhof aan de oppervlakte komen. Daar regent het tot onze verbazing pijpenstelen. Een taxi voert ons terug langs uitvalsweg op de zuidelijke oever. We zien twee zware ongevallen en dat wekt geen verbazing, meer nog dan de Italianen, de Spanjaarden, de Grieken en zelfs de Maltezers, rijden de Turken als idioten en niemand draagt veiligheidsgordels. Dat is iets voor mietjes. In de haven is het droog gebleven. We installeren ons in de kuip en sukkelen in slaap tot de wind opsteekt uit het noordoosten en de lucht betrekt. Het lijkt alsof er onweer op komst is maar het blijft bij dreigen. Aan het  begin van de avond krijg ik een idee. Hoe ik erop kwam weet ik niet, maar in een plotselinge ingeving - waarvandaan? - zoek ik de WiFi-kabel op en sluit hem aan op de WiFi-antenne die ik dit voorjaar kocht - en die het niet deed. Het resultaat van enig gemanipuleer in de Geavanceerde Instellingen van de verbindingsmanager is dat hij het nu wél doet. Ik snap het niet goed, of liever helemaal niet, maar ik configureerde de verbinding kennelijk niet juist - en nu werkt het wel. Dat zou ook wel eens voor de (nog gevoeliger) Canopii kunnen gelden. Wat een weelde! Terug naar boven

page loading