Logboek 2026/2 Lente en Engeland
Nieuwpoort (26.146)

Vermakelijk nieuws vanmorgen. De Franse televisiezender BFMTV heeft de afgelopen dagen klachten gekregen dat de weerkaarten die men vertoont 'te rood' zouden zijn. Dat leidt volgens klimaatsceptici alleen maar tot paniek. Ze uitten zelf 'een golf van beledigingen en bedreigingen'. Met dergelijke 'klachten' kwamen de zeurpieten al vaker, maar het land kampt momenteel met een van de ergste en vroegste hittegolven ooit. De zender gaat het niet anders doen. De verwachting voor India en Pakistan voor morgen is 49 graden Celsius. De weerkaarten daar zijn niet meer rood of donkerrood, maar asgrijs.
Vandaag is een bijzondere dag: we maken de eerste tocht van dit jaar. Nee, het wipje van de Mercatorhaven naar de RNSYC-haven van eerder deze maand telt niet mee. Vanochtend bel ik met de SeaShop in Nieuwpoort (gisteren waren ze dicht). Ze denken ons nieuwe bijbootje vrijdag binnen te krijgen. Weet u wat, zeg ik, het is vandaag woensdag en goed weer. Als we nu met de boot naar Nieuwpoort komen dan hoeft u het bootje niet meer op te sturen naar Oostende. Dan winnen we een dag. Dat vindt ze een goed idee.
Het weer is inderdaad goed, zonnig, noordoost 4, dus ruime wind, alleen het tij zal tegenstaan. We rekenen het liggeld af, deponeren het vuil in het milieuparkje en maken de boot vaarklaar, trekken de zwemvesten aan en om half elf varen we uit. Buitengaats staat een fikse zeegang - wind tegen tij - en het waait Bf 5. Anna kijkt verstoord. Verder op zee vallen we af, zeg ik, en kunnen we de genua erbij zetten, dan is het een stuk aangenamer.
Op de rede van Oostende liggen twee windjammers voor anker te wachten tot ze de haven binnen kunnen voor Oostende Voor Anker. Maar dat liggen ze al. In de verte zien we nog een driemaster onder vol tuig naderen. Ik verleg de koers naar parallel aan de kust en zet de stuurautomaat aan. Een mijl of tien of elf. Ik rol de genua af die meteen vol staat. De motor kan terug naar halve kracht en zo maken we rond de vijf knopen tegen het afgaand tij in. We hijsen de zwarte kegel in het want die in Belgische wateren verplicht is als je zeil en motor tegelijk gebruikt. Ik geniet van het varen en de wijde zee rond ons heen (foto hier). Ach, die kleuren, die ruimte en die prikkelende geur van de zee! En alles werkt aan boord! Oostende wordt snel kleiner. De zeegang is wat rustiger al vindt Anna van niet. Er zit een ritme in: na iedere 10 tot 13 golftoppen komen er drie hoge, die het schip flink doen slingeren. De diepte is hier 9 tot 10 meter. Onderweg zien we iets drijven, een donkere structuur met zwarte en zeegroene kleuren. Er zit een rijtje aalscholvers op. Een boomstam? Of een dode walvis (Timmy)? Maar het lichaam blijft op zijn plaats liggen alsof het vast zit. Inderdaad is er hier een noordkardinale boei, die een zandbank aanduidt.
We schieten flink op. Anna heeft zich aan de omstandigheden aangepast en komt met koffie. Om half één naderen we de invaart van Nieuwpoort. Het havenkanaal. Op het grootste deel ervan staan nu nieuwe appartementsgebouwen en overal kuieren bejaarde mensen. Even geleden dat we hier waren. Hier kozen we altijd de oude haven, die van de Koninklijke Yacht Club Nieuwpoort (KYCN), omdat je daar een steiger hebt die het dichtst bij het stadje ligt. Daarachter ligt de mega-jachthaven van de Belgische Luchtmacht en daar weer achter zou de winkel van de SeaShop moeten zijn. Het lukt ons niet om aan de hoge wal van de meldsteiger aan te leggen, we waaien er gewoon af, dus ik zak meteen af naar onze gewenste plek aan de O-steiger. Exact de plaats waar we voor het laatst lagen, voor het mooie houten Duitse zeilschip Endlich, dat er toen ook lag. Vervolgens loop ik om de havenkom heen naar de overkant, waar andere jachten nog steeds vergeefs pogen aan te leggen aan de hoge wal. Van de havenmeester mogen we op O blijven liggen, want de eigenaar van de ligplaats heeft zijn schip nog op de wal staan en liet nog niets van zich horen. Dat is een meevaller; bovendien rekent de havenmeester de halve prijs 'omdat het nog mei is'.
Bij terugkeer meldt Anna dat er iets vreemds is met de bilgepomp. Die blijft maar pompen. Gelukkig is het schip niet lek. Het blijkt dat de pomp het bilgewater niet kan wegwerpen, de afvoerleiding is ergens verstopt. Dus stroomt het water weer terug in het bilgeputje. We bellen onze monteur Cedric, want die was er voor het laatst bij. Maar Cedric is in het buitenland, dus we moeten morgen eens zien hier een monteur te vinden. Voor nu gaat het pompje uit. Ik ga de watertanks vullen terwijl Anna de wasmachine laat draaien. De truc met het extra afvoerpompje lukt weer. Ondertussen valt de zwarte driehoek uit het want naar beneden in het gangboord, het touw aan de laagste zaling is gebroken. Komt morgen wel. Eerst thee en mijn stukje schrijven. Naar het begin van dit kwartaal


website maken