www.sailing-dulce.nl

Logboek 2010/2 (Fethiye>Israël)

Şanliurfa (3)

Bijbels aandoend tafereel in het oude Harran. Links de ongebruikelijke, vierkante minaret van de Ulu Moskee uit de 8e eeuw en misschien de oudste moskee in het huidige Turkije
Bijbels aandoend tafereel in het oude Harran. Links de ongebruikelijke, vierkante minaret van de Ulu Moskee uit de 8e eeuw en misschien de oudste moskee in het huidige Turkije

Vrijdag 30-07-2010

Gisteravond belt Derrick zijn moeder: Oma Steers, de moeder van Ans, is vandaag vanuit haar verzorgingshuis in het achterliggende, Gorcumse Beatrixziekenhuis opgenomen. Schrik! Wat is er precies aan de hand? We weten dat het de laatste weken niet denderend met haar ging. Ze had veel last van de langdurige warme periode. Het is niet direct acuut, we besluiten de berichten van morgen af te wachten. In de loop van vandaag blijkt dat ze is opgenomen met een beeld van verwardheid en algemene malaise, veroorzaakt door een verstoring in de electrolytenbalans in het bloed. Dat komt door een combinatie van langdurige warmtestress, te weinig eten en drinken, te kwistig gebruik van diuretica (plaspillen) en laxantia en het feit dat wij ver weg zijn en Ans´ broer Cees met zijn gezin voor drie weken op vakantie naar New York is vertrokken. We herademen. Het is typisch een verschijnsel van hoogbejaarde mensen tijdens de zomervakantie. In het ziekenhuis zal ze waarschijnlijk snel opknappen. Maar dan? Enfin, over tien dagen zijn we terug In Holland om dat vraagstuk onder ogen te zien.

 

Vandaag bezoeken we het oude Harran, ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Şanliurfa en een kilometer of 18 van de Syrische grens. Een van de oudst bewoonde plaatsen op aarde en tevens een plaats met een betekenis die tot oudtestamentische tijden teruggaat en trouwens nog veel verder. Zijn we dan helemaal van onze indigestie verlost? Hm. In de loop van de ochtend krijgt Ans opnieuw buikkrampen met toebehoren. Ze moet zich kokhalzend redden op uiterst primitieve toiletten, in de middag gaat het beter. Ik heb goddank geen last meer. We rijden naar het zuiden op de weg naar Akçakale aan de Syrische grens. Vol verbazing constateren we dat de er nauwelijk iets meer over is van de woestijn, die hier tot voor vijftien jaar lag en die zich over de Syrische grens voortzet. De Turken hebben letterlijk de woestijn tot bloeien gebracht.

 

Ataturk Dam2

        Kaart van de te irrigeren woestijngebieden. De linker cirkel is de regio rond Harran

  

Een deel van het gebied ten oosten van

Harran dat nog niet bevloeid wordt en nog steeds woestijn is.

Katoenaanplant in de regio Harran, eerst was dit woestijn

Dat komt door het gigantische ZuidOost Anatolië Project, waarvan het uitgestrekte Atatürk Stuwmeer (dat we eerder deze reis overstaken) een belangrijk onderdeel is. Het idealistische doel van het project is de onbalans in welvaart tussen het westen en het oosten van het land recht te trekken, door water (irrigatie), infrastructuur (o.m. 8 nieuwe vliegvelden), energie (o.m. 17 waterkrachtcentrales), industrie en werkgelegenheid voor 3,5 miljoen mensen naar het dorre en straatarme oosten te brengen. Het geirrigeerde landbouwgebied in Turkije zal erdoor verdubbelen. Het water van het stuwmeer wordt door enorme tunnels en kanalen naar ondermeer het land rond Harran geleid (foto hier). Hier zien we een duidelijk en overtuigend resultaat van al die investeringen. Het hele gebied is vol grote velden met katoen, maïs en granen. Zijn er ook minpunten? Bij een project van deze omvang is dat onvermijdelijk. In de eerste plaats is er het risico van aanslagen door bijvoorbeeld naburige Koerdische terroristen. De Atatürk dam hoort daardoor tot de meest beveiligde dammen ter wereld. Als de dam zou worden opgeblazen is de ramp onafzienbaar. In de tweede plaat leidt het project tot conflicten met de buurlanden Syrië en Irak omdat er meer dan 85% van de waterafvoer in de rivieren Euphraat en Tigris voor wordt gebruikt. Dat laat de stroomafwaardse staten letterlijk "met een druppelstroompje" zitten. Ten derde is er mogelijk een effect op het klimaat in de regio. Een waterverplaatsing van die omvang door intensieve irrigatie in een voorheen droog gebied kan gevolgen hebben. De ingenieurs verwachten dat de toenemende verdamping leidt tot meer wolkenvorming en tot meer regen; aldus hopen ze een deel van het teloorgegane water terug te winnen. Maar of dat op termijn zo uitwerkt (of heel anders) is niet zeker. Toch heb ik bewondering voor de visie die eruit spreekt en die je misschien moet vergelijken met het latere en nog veel grotere 3-klovenproject in de Chinese Yang-Tse -Kiang (dat ook zo zijn bezwaren kent). De mensheid verandert voortdurend zijn wereld - nee beter, het leven verandert voortdurend zijn wereld (en omgekeerd), ten goede en ten kwade. Ten opzichte van wat? Weet ik niet. Het kan niet anders.

En waarom katoen? Ik dacht dat je daar vandaag de dag nauwelijks een cent voor krijgt op de wereldmarkt. Uitzoeken.

 

Het eerste dat je van Harran ziet is een lange, leemkleurige stadswal, over lange afstanden in elkaar gezakt en verkruimeld. De stadsmuren waren ooit 4 kilometer lang. Ze werden onderbroken door liefst 187 torens en vier stadspoorten. Nu rest alleen nog de zuidelijke poort, de Aleppo Poort. We rijden de stoffige straatjes in. Overal de typische bijenkorfwoningen. Het model dateert van ver voor onze jaartelling. Misschien heeft aartsvader Abraham met zijn gezin in dergelijke bouwsels gewoond, maar hij was niet zo honkvast; waarschijnlijk woonde hij in tenten. De woningen zijn geheel opgetrokken uit stenen en leem, hout was kennelijk al schaars in die tijd (in een land dat ooit dicht bebost was!) Ze zijn onderdeel van grotere woningen, zo lijkt het (foto hier). In een portacabin is een ticketoffice, de kaartjes kosten 5 Tl per persoon plus drie lire voor de auto. We rijden door het onwezenlijke dorpse tafereel. Alles is bruingrijs, de zandige aarde, de lemen muren, de omheinde plaatsjes, de gezichten van de mensen, de voeten van de kinderen die met hun brutale ogen steeds dezelfde conversatie op ons beproeven: "Hello!" en "Where are you from?" Meer Engels kennen ze niet. Het doet allemaal ongelooflijk Bijbels aan, ik kan het niet helpen. Toch moet je je ook bedenken dat hier, in de hoogtijdagen van de stad Harran/Edessa wel 200.000 mensen kunnen hebben gewoond. De stad werd in 331 vChr. ingenomen door Alexander de Grote, die het naar een stadje in zijn eigen Macedonië Edessa doopte. Ik wil hier niet de rijke en ingewikkelde geschiedenis van de  stad navertellen. Slechts een enkel punt. In 217 AD werd hier de Romeinse keizer Caracalla vermoord door zijn lijfwacht. Caracalla was een chagrijnige en gemene vent die zijn eigen broer doodde om keizer te kunnen worden. We kwamen hem een tijdje geleden tegen toen we  de Romeinse brug bij Mount Nemrut bezochten. in de tweede plaats werd de stad in 1104 AD ingenomen door het leger van de Eerste Kruistocht en zo ontstond het christelijke Graafschap van Edessa, dat het niet lang redde (zie ook het kaartje helemaal bovenaan dit Logboek)

 

We worden naar een plek gedirigeerd waar men 150 of 200 jaar geleden - aldus een bordje - een bijenkorfwoning heeft nagebouwd en volledig ingericht zoals het vroeger was (foto hier). Oh, kwamen er toen al toeristen? Er is ook een bruidskamer ingericht met een traditioneel bruidsbed (foto hier). De bruidsjurk hangt ernaast. En verder is er een theetuin. Daar doen we een gids op, een tengere jongen die ons voor 40 TL een aantal uren zal rondleiden (Later gaat hij het grootste deel van de dag mee) Hij heet Jamal en is student Toerisme aan de Universiteit van Şanliurfa). Hij is van Irakese afkomst, vertelt hij, zijn over-over-overgrootvader kwam 200 jaar geleden van het Irakese Faludja hierheen. Dat geldt voor veel mensen in deze streek, velen kwamen uit het tegenwoordige Irak en Syrië, toen nog allemaal onderdeel van het Ottomaanse Rijk, en vandaar dat het grootste deel van de mensen hier Arabisch spreekt.

 

Jamal leidt ons door de aardkleurige ruïnestad. Hier is nog weinig aan opgravingen gedaan. Wel zijn er resten blootgelegd van een complex waar de Ulu moskee stond uit de 8e eeuw. Dat moet een van de eerste moskeeën in dit gebied zijn geweest zijn. Er rest ondermeer een ongebruikelijke, want vierkante minaret van. Het complex bevatte ook de eerste Islamitische universtiteit in de wereld, maar niemand weet precies waar die stond (foto hier). Dan bezoeken we het kasteel, dat uit 1059 zou dateren, maar gebouwd was op resten van eerdere burchten, de oudste mogelijk uit de tijd van de Hittieten. De anderen gaan het kasteel binnen, maar Ans hurkt met buikkrampen in de schaduw van de hoge muren. Ik blijf bij haar en gelukkig gaat het na een tijdje over. Daarna stapt Jamal bij ons in het busje en voert ons over slechte weggetjes 25 kilometer naar het oosten, naar Bazda Mağaraları, een zeer merkwaardige plaats. Via een zijweggetje komen we een grote grot, waar we inlopen. De wanden, plafonds en pilaren zijn veelal vlak uitgehakt of gezaagd. De grot heeft grote zalen met vele vertakkingen (foto hier). Volgens onze gids Jamal was dit de tempel voor de Soemerische maangod Sin. Als dat waar is zou deze tempel bijna 5000 jaar oud zijn. We dwalen door de zalen, soms omringd door lokale kinderen die hun gebruikelijk repertoire afdraaien ("hello", "where are you from?" en "money, money!"). Nergens is een afbeelding van de god te zien en ik betwijfel het verhaal van Jamal eerlijk gezegd. Het lijkt hier meer op een mergelgroeve, zoals we die zelf in Zuid-Limburg hebben. Mogelijk uit de Romeinse tijd. Later kan ik op Internet niks duidelijks over deze plaats vinden.

 

De volgende lokatie, een tiental kilometers verder naar het oosten, is Han-El Ba´rur, de ruïne van een caravanserai uit 1129, gebouwd door de Seltjukse Sultan El-Hadj Husameddin Ali b. Isa (foto hier). Dat zegt een bordje op de gerestaureerde toegangspoort. Maar ik kan die sultan niet vinden op Wikipedia. Ans lijdt aan haar darmontsteking op een vieze latrine achter het complex. Dan rijden we nog eens 20 kilometer door het doodse, gloeiende landschap in noordelijke richting naar de resten van de stad Şuayb, hetgeen - als ik het goed bergijp - binnen de Islam de naam is van de profeet die in het Oude Testament Jetro heet. Hij zou de schoonvader van Mozes geweest zijn, volgens anderen diens zwager. De lokatie is verbluffend mooi: een grote ruïnestad in temidden van de dorre woestijnheuvels, halfingestorte muren en bogen en kelders die ooit het centrum van een levende stad waren, wat huisjes in de stomende zon ernaast, waar nog mensen wonen. Een trap leidt naar wat volgens gids Jamal de onderaardse moskee van de profeet Jetro was. Daar is een met tapijten belegde ruimte. In een wand is een soort opvangbekken. In de twee maanden per jaar dat hier regen valt, komen moslims hier om wat van de doorsiepelende waterdruppels op te vangen en er hun handen mee te reinigen. Over Jetro vertelt Jamal een merkwaardig verhaal. De profeet zou van God de opdracht hebben gekregen voor een kinderoffer. Op een naastgelegen heuvel doodde hij zeven kinderen. We lopen de heuvel op en verdraaid, ik tel er zeven graftombes (kijk hier voor 4 foto´s). Waarheid of verdichting? Ik heb nooit van dat verhaal gehoord. Het doet denken aan dat van aartsvader Jacob, die zijn zoon Izaäk moest doden. Jamal brengt ons naar een van de eenvoudige huisjes onder de heuvel. Hij smoest wat een we moeten binnen op een kleed op de grond zitten. Op een kleedje ligt een kind te slapen. Andere kinderen kijken soms om het hoekje van de deur naar het vreemde bezoek. Een aardige, gesluierde vrouw met licht misvormde ledematen schenkt ons Turkse thee (foto hier). Zij is de derde vrouw van een rijke man en moet op diens kinderen passen. Het burgerlijk recht in Turkije is op westerse leest geschoeid en bigamie is verboden, maar in uithoeken als deze komt veelwijverij dus nog gewoon voor.

  

Verder gaat het weer, opnieuw zo´n 15 kilometer naarhet noorden door de zinderende woestijnheuvels. Zonder airco in het busjes hadden we dit vast niet volgehouden. De volgende lokatie is opnieuw verbluffend. Het is een armoedig dorp met de naam Soğmatar naast een hoge heuvel van een vrijwel volledig verkruimeld kasteel en een hoge, kale rots. We parkeren ons busje in de schaduw onder wat bomen. Om die rots gaat het, beduidt Jamal. We klauteren omhoog.

 

De Soemerische maangod Sin

Soğmatar. Relëfs van de Maangod Sin

(links) en diens zoon Utu, de Zon

De Soemerische zonnegod Utu

 

Halverwege de top is een ingang naar een grot uitgehakt, maar er is slechts één kamer zonder bijzonderheden. We klimmen verder en dan staan we opeens, vlak onder de top, verbluft voor twee rotsreliëfs (zie de foto´s hierboven en nog eentje hier). De linker stelt de Soemerische Maangod Sin voor, de rechter is zijn zoon Utu, de zon. Van deze godenwereld weet ik niets af. De zonnegod heeft een stralenkrans om zijn hoofd en in beide handen lijkt hij voorwerpen te dragen, in de linkerhand iets als een neerhangend kromzwaard, rechts kan ik niet onderscheiden. De maangod heeft geen andere tekenen. Gelaatstrekken kun je nauwelijks onderscheiden. Is dat zo bedoeld of is het erosie? We lopen naar de bovenkant, een rondlopend rotsplateau, haast alsof je boven op een enorme schedel staat. Hier vinden we inscripties in het Soemerisch, aldus Jamal (foto hier), nauwelijks leesbaar. De reliëfs en de inscripties zijn naar schatting 4500 jaar oud. Over honderd jaar zullen de inscripties volledig zijn uitgewist, denk ik. De reliëfs gaan misschien nog een millennium langer mee. Op de top van de schedelrots (zal ik hem maar noemen) kijken we ver rond in de omtrek. Op een viertal hoge rotstoppen in de omtrek zien we resten van bouwsels. Dat zijn heiligdommen voor de andere kinderen van de maangod, zegt Jamal, zoals Inanna (Venus) en andere planeten. In de harde bodem van de rots is een holte gemaakt met een goot, die exact in westelijke richting wijst, waar de zon ondergaat. Een offerkom met goot, lijkt het (foto hier). Alles heeft zonder twijfel een wezenlijke, astronomische oriëntatie, dunkt me, maar er is geen tijd om het verder uit te zoeken. We lopen terug naar de rand van de rotstop, waar je het verkommerde, verkruimelde kasteel kunt zien (foto hier). Daar is nooit meer iets van te maken. Onze tengere gids jamal komt naast me lopen. Van een van de anderen heeft hij gehoord dat ik dokter was. Hij toont zijn magere, pezige armen. Is het mogelijk om die dikker en gespierder te maken? Tja, excercises, zeg ik, maar let op, de meisjes houden van tengere jongens - meer dan van opzienbarende spierbundels. Hij lacht.

 

Beneden bij de armetierige huisjes smoest Jamal wat met een oudere vrouw. Ze zal een traditionele lunch voor ons bereiden in haar eenkamerwoninkje: salade, ayran (karnemelk), platte broden, koud water en thee. Onderwijl brengt Jamal Jaap en mij (de anderen hebben geen zin meer) naar een merkwaardige grot tussen de huisjes, de Pagnon Cave geheten. Vol verbazing staren we naar een hele rij reliëfs van de hele Soemerische godenwereld. De reliëfs zijn grof, er niets aan details te herkennen. Was dat altijd zo? Jamal beweert dat 50 jaar gelden, toen het toerisme opkwam, mensen er stukjes vanaf hakten. Hm. In elk geval is het een even merkwaardig als deprimerend gezicht (drie foto´s hier). We keren terug naar het huisje en genieten van de eenvoudige lunch. Ans koestert op haar schoot een aanvallig kindje van vier maanden (drie foto´s hier). Dan is het tijd om terug te keren. Na een kilometer of twintig komen we weer in het groene, geirrigeerde en vruchtbare landbouwgebied rond Şanliurfa. Om vier uur zijn we in het hotel, moe maar vol van indrukken. Jamal keert per dolmuş terug naar Harran. ´s Avonds wil ik het verslag maken, maar dat gaat niet. Op het bewerkingsscherm van de website zie ik dat mijn ruimte op de server van Maakum 0 MB is. Hè? Nu houd ik het niet elke dag bij, maar voor mijn gevoel moet ik nog minstens 40 MB hebben. Zoiets gebeurt uiteraard precies op vrijdagavond, als het weekend ingaat. Ik stuur een mail aan Maakum, maar vooralsnog kan ik niets. Terug naar boven