www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/1 (Malta>Çanakkale)

Msida Marina, Malta (106)

Tot vlak voor ons vertrek van Schiphol zijn de media aan de lijn
Tot vlak voor ons vertrek van Schiphol zijn de media aan de lijn

Maandag 26-01-2009

In de afgelopen nacht lig ik te woelen in bed. Ik kan niet slapen, voor de zoveelste keer speelt de hele geschiedenis in Twente zich in mijn hoofd af. Ondertussen lijkt alles - wat mijn aandeel betreft - te kunnen worden samengevat in een paar heel eenvoudige zinnetjes:

 

Ik heb me verre gehouden van de kwestie Damink,

ik vond dat het pakkie-an van Henk Bijker.

Ik heb later Jansen Steur verwijderd,

zodra ik daartoe de kans schoon zag.

 

Niet erg heroïsch allemaal,

maar ik heb tenminste iets gedaan,

zij het niet genoeg.

 

Toch is er nog een kriebeling. Iets zegt me dat ik in de periode dat ik Jansen Steur dwong te vertrekken niet alleen contact had met de inspecteur van de volksgezondheid, maar zelf ook heb overlegd met de officier van justitie in Almelo. Over de telefoon, staat me voor. Het was geen prettig contact, herinner ik me, maar het resultaat was dat er geen zaak van gemaakt werd. Ik kan dat niet hard maken, ik bezit geen archief en geen stukken. Maar als het zo is, zou het ergens terug te vinden moeten zijn. Maar waar?

 

Tegen de ochtend val ik in slaap, maar lang mag dat niet lang duren. We moeten de koffers inpakken. Buiten schijnt de zon, het heeft gevroren vannacht. Jeffrey is al naar zijn werk maar Tessa is er nog net. We nemen afscheid. De voorruit van onze huurauto vertoont een barst van ongeveer 15 cm. Die zat er gisteren nog niet, zeker ontstaan door de vorst. Het is ook gelijk krabben geblazen. In het verzorgingshuis nemen we afscheid van Ans´ moeder. Bij de Car Rental van Alamo op Schiphol vullen we een schadeformulier in. We checken in. Voor we bij de veiligheidscontrôle zijn gaat de telefoon. Een journalist van VPRO-Radio 1. Hij zegt dat ze om half vier een item over Jansen Steur hebben en dat hij graag mijn reactie wil op twee documenten, die hen vertrouwelijk in handen zijn gespeeld. Het eerste is een telefoonnotitie gedateerd 10-03-2004 van Wim Nugteren, destijds de regionaal inspecteur met wie ik begin 2004 de "verwijderoplossing" rond de disfunctionerende neuroloog was overeengekomen. Lees eens voor, vraag ik. De notitie  betreft een gesprek met mijn collega Ruud Ramaker, toen de nieuwe voorzitter RvB. Nugteren was gebeld door een journalist van De Telegraaf over geruchten inzake verkeerde diagnoses van een neuroloog van MST. Kon Ramaker daarover opheldering verschaffen? Deze telefoonnotitie duidt erop, zegt de VPRO-man mij, dat de inspectie destijds nog niets wist. Mijn reactie is dat dat niet waar kan zijn en dat ik voor 100% zeker weet dat ik in het najaar, toen de vervalste recepten op mijn tafel kwamen, terstond Wim Nugteren daarvan op de hoogte heb gesteld. Dat we daarna in een aantal contacten de oplossing overeenkwamen: Ernst mag niet terug in het ziekenhuis én in de patiëntenzorg en zijn patiënten worden overgenomen, begeleid en geïnformeerd door de andere neurologen. Met name dokter Petra Poels, die niet lang daarvoor uit Zwolle overkwam en nog niet veel eigen patiënten had, heeft zich daarvoor ingespannen. Op een rare, vertraagde manier is Wim Nugteren later een eigen onderzoek begonnen, herinner ik me vaag. Ik begreep dat niet goed want - opnieuw - hij wist toch al alles? Ik vertel de journalist ook van mijn herinnering van vannacht, zie hierboven, dat ik ook begin 2004 de officier van justitie in Almelo aan mijn kant kreeg, zij het schoorvoetend. Aan het tweede document, dat van augustus 2004 zou zijn, komen we niet toe. Ans en ik moeten naar de gate.

 

Het is een vreemde ontwikkeling! Ik herinner me dat ik medio maart 2004 voor korte tijd niet op MST was, omdat Ans en ik van Gorcum naar mijn voormalig huis in Deil verhuisden, waar mijn ex-echtgenote toen uit vertrokken was. Bij mijn terugkeer maakte Ruud inderdaad melding van het telefoongesprek met Wim Nugteren. Hij verbaasde me, Wim Nugteren wist alles immers? Je hebt de inspecteur toch wel voldoende ingelicht, vroeg Ruud. Jazeker, was mijn antwoord. Nogmaals, wat een vreemde zaak? Maakte Wim Nugteren geen notities van de gesprekken met mij in de voorafgaande maanden? Of zou de ponteneur van de zaak Jansen Steur niet voldoende tot hem zijn doorgedrongen? En waarom en door wie is deze notitie gelekt? De VPRO-journalist wil deze en de andere notitie helaas niet aan me doormailen. Dat mag ik niet, zegt hij, ik kreeg ze vertrouwelijk. Dat is wel heel erg raar! Alleen de regionale inspectie in Zwolle en Wim Nugteren zelf beschikken over die notitie, mag je veronderstellen. Ik kan me niet voorstellen dat een officiële instantie als de inspectie zoiets zou doen, dus...? Ik weet het niet. Het voelt alsof er een val voor me wordt opgezet.

 

Ik telefoneer met de media in Twente (zie foto hierboven) om nog op de valreep voor ons vertrek mijn reacties op deze merkwaardige ontwikkeling te geven. Ik voel me in het nadeel, want ik kan niets staven, ik bezit geen dossiers en geen archief waaruit ik kan putten, ik heb alleen mijn geheugen - en het geheugen is feilbaar, weten we. Trouwens, ook Yme Drost heeft nog steeds geen reactie gestuurd op mijn e-mailverzoek om zijn stukken. Het gaat hem, vrees ik, niet om de waarheid maar om de winst. Wel las ik vanmorgen vroeg dat VVD-kamerlid en oud-OvJ Fred Teeven waarschuwt dat ondertussen allerlei bewijsmateriaal verdonkeremaand kan worden. Dat zou best kunnen. Had ik maar een eigen archief! Het enige dat ik bezit is een doos met mijn agenda´s, die staat in de opslag in Rotterdam. Vaak schreef ik er dingen in, lijstjes en zaken die ik niet mocht vergeten. Misschien staat er iets in. Maar daar kan ik niet bij, nu. We vliegen met twintig minuten vertraging naar Frankfurt. Als ik daar mijn telefoon weer aanzet, zijn er ettelijke VoiceMails. De pers heeft aanvullende vragen, die ik zo goed mogelijk probeer te beantwoorden. Ook nu worstel ik met mijn geheugen. Een journalist leest me de namen voor van alle officieren van justitie in Almelo in die tijd. Ik kan me niet concentreren door het hectisch lawaai in de vertrekhal en ik herken er geen.

 

Tijdens de vlucht naar Malta dommel ik. Plotseling word ik wakker en zie glashelder een scène voor me. Het is begin 2004 en ik ben in mijn auto onderweg van Oldenzaal naar het MST. Ik rijd over landelijke binnenweggetjes langs het vliegveld. Daar hield ik altijd van. Mijn mobieltje rinkelt, mijn secretaresse in MST verbindt een telefoongesprek door. Het is de officier van justitie in Almelo, die ik gevraagd had terug te bellen. Ik denk me - nu - te herinneren dat hij Dronkers heet. Hij legt me uit dat hij belt in reactie op mijn verzoek te overleggen inzake Jansen Steur. Ik parkeer mijn auto onder de bomen langs het  weggetje, ik moet me kunnen concentreren. Hij legt me uit dat hij in deze casus optreedt in de plaats van Patricia van der Valk, de officier die de gezondheidszorg in haar pakket heeft. Haar man is longarts in het MST en ze heeft mogelijk daardoor te weinig distantie. Akkoord, zeg ik. Het is een lang en moeilijk gesprek. Dronkers is humeurig en heeft er duidelijk geen zin in. Toch stemt hij uiteindelijk in met de snelle verwijdering van Jansen Steur uit het ziekenhuis en de zorg, die me voor ogen staat. Voor hem geeft het akkoord van inspecteur Wim Nugteren de doorslag.

 

Even voor tien uur landen we in Malta. Er is veel turbulentie bij de daling die boven Sicilië aanvangt. De Boeing 737 rammelt en schudt door elkaar. Bij de bagageband bellen we onze vertrouwde taxichauffeuse. Buiten is het een aangename 18° Celsius. Om half elf betreden we ons bootje. Ons thuis. Alles is in orde. Ans en ik hebben de vaste gewoonte om eerst alle koffers uit te pakken, de boot op gang te brengen (afsluiters open, schakelingen aan, bilge gecontroleerd, koffers uitgepakt en alles op zijn plek, enzovoorts) Ik typ dit verslag af en zet het op de site en morgen zien we verder. Een vriend mailt me een waarschuwing: wees niet zo open, er zijn mensen erop uit om jou zoveel mogelijk van de MST-shit op je bord te schuiven, je geeft je teveel bloot en hen teveel informatie. Zij weten wat jij weet, maar jij weet niet wat zij weten. Daardoor dreig je je positie te verzwakken. Heeft hij gelijk? Eigenlijk redeneer ik niet op die manier. I will think it over. Het is twee uur als ik ga slapen. Buiten is het hard gaan waaien en regen hamert op de ruiten van de kajuit. Terug naar boven