www.sailing-dulce.nl

Logboek 2019/3 Zomer in Noord-Nederland

Gorinchem (23)

Oudegracht, Utrecht
Oudegracht, Utrecht

Vrijdag 13-09-2019

Het was gisteren heerlijk in Utrecht (foto hierboven). In de zon op een terrasje aan de Oudegracht dronken we thee. De domtoren is met steigers omringd; dat blijft geloof ik wel jaren zo. Bij Broese op de Stadhuisbrug vond ik een dik boek met alle werken van de schilder Caravaggio, een aanbieding 'The Complete Works' van Uitgeverij Taschen voor slechts 14,99 euro. Na al die keren dat die fascinerende schilder op mijn cursussen kunstgeschiedenis voorbij kwam is het onmogelijk het hoofd te bieden aan zo'n aanbieding, zelfs een euro goedkoper bij Bol.com. Paul ontdekt me daar in de boekhandel. Samen halen we de dames op in een boetiekje. We nestelen ons met zijn vieren bij traditiegetrouw bij Graaf Floris op de Vismarkt voor een glas witte wijn (foto hier) en lopen later (foto hier) door 'ons Utrecht'  naar de Mariaplaats, naar ons favoriete restaurant Se7en met zijn lekkere uitheemse schotels, voor een gezellige avond.

     Vandaag begint de dag grijs, maar het klaart al gauw op. We krijgen een stukje nazomer, volgens de weersverwachting. Morgen zullen we onze Dulce vast van Numansdorp naar Dordrecht brengen. Daar blijft ze tot na 1 oktober, als we hier in de Lingehaven terecht kunnen. Vanaf Dordrecht zijn de bruggen over de Beneden Merwede en de Merwede bij Gorcum gemakkelijker tijdig te halen.

     In de loop van de ochtend brengt een koerier de vier nieuwe eettafelstoelen, die we besteld hadden. Deze zijn van echt leer - Echtes Leder - , de oude niet en die waren al binnen tien jaar flink versleten. Het zijn bouwpakketten en het kost een paar uur om ze in elkaar te zetten. De oude stoelen breng ik naar de stort.

 

Vandaag zou ik het over de vondst van een exoplaneet met water hebben, maar iets anders vraagt de aandacht. Daarom de exoplaneet morgen of overmorgen. Al eerder schreef ik over de Hubble controverse (hier en hier). Die controverse houdt in dat er geen overeenstemming bestaat over de snelheid waarmee het universum uitdijt. We weten dat hoe groter de afstand, hoe sneller het heelal uitdijt. Dat word wordt uitgedrukt in de Hubble-constante, de verhouding tussen snelheid en afstand. Maar verschillende meetmethoden leveren niet dezelfde waarde op. De meest nauwkeurige bepalingen, gebaseerd op analyses van de kosmische achtergrondstraling, komen uit een op waarden van 71 km/s per megaparsec (WMAP-missie) en ongeveer 67 (Planck-missie). Er is een een systematisch verschil tussen de waarde van de Hubble-constante zoals die is afgeleid uit indirecte bronnen als de kosmische achtergrondstraling die kort na de oerknal werd uitgezonden, en methoden gebaseerd op metingen aan objecten als supernova’s of in dit geval zwaartekrachtlenzen, die veel jonger zijn. Een klein verschil, maar te groot om te verwaarlozen. Onverklaarde meetverschillen kunnen duiden op nieuwe fysica. Mogelijk betekent het dat het standaardmodel van de kosmos niet klopt.

     Een internationaal team van astronomen. geleid door het Max Planck Institute for Astrophysics (MPA) in Garching, Duitsland, heeft een nieuwe methode ontwikkelt. Lees het persbericht hier. Met behulp van zwaartekrachtlenzen kun je zien hoe de zwaartekracht van twee verschillende sterrenstelsels het licht van objecten die erachter staan afbuigt. Uit dat verschil in buiging de diameter van deze lenzen te achterhalen. En met deze diameter konden zij de afstand tot de beide lenzen nauwkeurig berekenen en van daaruit de waarde van de Hubble constante afleiden. De astronomen vonden een waarde van 82 ± 8 km/s per megaparsec, wat erop zou wijzen dat het heelal sneller uitdijt dan werd aangenomen. De onzekerheid in de schatting is toe te schrijven aan statistische onzekerheid, omdat maar twee zwaartekrachtlenzen zijn gebruikt.

     Uiteraard is dat maar één meting, maar er zullen er snel meer volgen. Het nieuwe resultaat lijkt te bevestigen dat er een systematisch verschil bestaat tussen de waarde van de Hubble-constante zoals die is afgeleid uit oeroude, indirecte bronnen als de kosmische achtergrondstraling, en methoden gebaseerd op metingen aan objecten die veel jonger zijn, zoals supernova’s of in dit geval zwaartekrachtlenzen. Dat zou erop kunnen wijzen dat de natuurkunde van het jonge heelal nog niet goed begrepen wordt.

     Er is iets wat me dwarszit. Het universum is 15 miljard jaar oud. Van de versnelde uitdijing van het heelal weet ik dat die 'pas' sinds 7 miljard jaar bestaat. Daarvóór dijdde het dus minder snel uit. De expansie nam in die oude tijden zelfs af. Dan is er een evident verschil in snelheid van uitdijing en daar heb je toch de verklaring van het verschil? Maar wie ben ik. Terug naar boven