www.sailing-dulce.nl

Logboek 2019/3 Zomer in Noord-Nederland

Dokkum (2)

Het (tweede) graf van Dirk Rafaelsz. Camphuysen op de Kollumer Dwinger in Dokkum.
Het (tweede) graf van Dirk Rafaelsz. Camphuysen op de Kollumer Dwinger in Dokkum.

Zondag 14-07-2019

Een bewolkte zondag. We maken een lange kuier door de erg leuke binnenstad, waar haast niemand zich op straat vertoont. Zondagsrust, alles is dicht en dat geeft een déja vu gevoel: vroeger was dit normaal. Alles was gesloten, de neringdoenden en de kasteleins hadden ook zondag. Uit de vele opvallende zaken in het stadje belicht ik er twee, die mijn morbide geest opvielen: de galg en het kerkhof.

     In de 17e eeuw maakten piraten de kusten onveilig van Friesland. Duinkerker kapers. Op 2 april 1630 veroverden Dokkumer kapiteins een zeeroverschip op het Wad. De hoofdman wist met enkele kompanen te ontsnappen, maar de overigens werden gevankelijk naar de stad gevoerd. Ze kwamen uit (nota bene) Workum, Brugge, Noorwegen, Denemarken en een Engelsman, die Franciscus heette, lees ik op een bordje. Die was 23 jaar. Niks Duinkerks aan, zou ik zeggen. Ze werden tot de galg veroordeeld. De vrouw van Franciscus kwam nog over uit Engeland om voor hem te pleiten, maar vergeefs. De piratenkok kwam uit het Duitse waddeneiland Norderney, en werd alleen maar gegeseld. De galg stond bij de Halvemaanspoort en daar werden de anderen opgeknoopt. Nu is er op die plaats alleen de Halvemaansbrug met er tegenover een steakhouse. Een kunstenaar mocht er ter nagedachtenis een modern soort galg opzetten (foto hier). Vreemd, er zit een kraai bovenop, die naar beneden loert alsof hij zit te wachten op het moment dat hij de ogen van de gehangene mag uitpikken. Drommen mensen stonden er destijds naar te kijken op de naastgelegen Kettingbrug, die doorzakte. Iedereen viel in het water.

 

Verderop, op het een bolwerk aan de oostzijde van de binnenstad, de Kollumer Dwinger, vinden we een kerkhof. Daar ligt of all places een Gorcummer begraven (foto hierboven). Dat is zeer onverwacht. Het blijkt de dichter en dominee Dirk Rafaelsz. Camphuysen, een naam die iedere Gorcummer kent vanwege het gymnnasium dat naar hem genoemd is. Ik herinner me hem nog uit mijn HBS-jaren, door deze karaktervolle regels:

 

Daer moet veel strijdts gestreden sijn'

Veel kruys en leedts geleden zijn

 

Camphuysen werd in 1568 in Gorcum geboren en nam als overtuigd remonstrant deel aan de kerkstrijd tussen remonstranten en contra-remonstranten. Ons stadje was toen niet zo tolerant als het nu beweert te zijn en Campuysen moest de stad verlaten en vluchtte naar het noorden. Hij stierf, straatarm geworden, van algehele uitputting op 41-jarige leeftijd in Dokkum en werd in gewijde grond naast de Grote Kerk begraven.

     Nu komt er een vreemd verhaal. Het staat op weer een bordje bij de begraafplaats. Men zou men medewerking van een doodgraver zijn schedel uit de kist ontvreemd hebben. Wie 'men' waren, staat er niet bij. Remonstrantse broeders? De doodgraver was bepaald niet nuchter en verklaarde later dat hij niet zeker wist of hij zw de goede schedel meegaf. 'Jaren later werd de gemeente Dokkum gebeld door iemand die via een erfenis in het bezit van de schedel van Camphuysen was gekomen.' De schedel lag daarna jarenlang in een kistje op het stadhuis, totdat men in overleg met de remonstrantse gemeente besloot om hem hier te begraven. Hm.

     Waar de grafsteen vandaan komt, staat er niet bij. Lag die nog op de Markt naast de kerk? Neen, het is anders. Met moeite ontcijfer ik tekst op de steen (foto hier):

 

MORTUUS VIVO DIRK RAPHAELS KAMPHUYZEN, geboren te Gorinchem in 1586 en overleden te Dokkum 1627, is deze steen gewijd door de verenigde christelijke gemeente te Dockum in het jaar 1823. In het jaar 1860 van de voormalige begraafplaats herwaarts overgebragt benevens 's mans schedel tot dien tijd berustende op het Raadhuis alhier'. Daaronder volgt zijn beroemdste dichtregel.

 

Dirk Coster, de Delftse literair criticus en essayist, schreef over hem en dat beroemde gedicht: 'Hij stierf als pauper, als teringzieke werkman, ver van zijn land, weggejaagd ook hij van “zijn arme schapen”. Hij bekroonde dit smartelijk leven met een klein gebed een preveling maar, een kleine toverformule die hij nodig had om niet al te angstig te worden in deze wereld’.

 

Terug naar boven