www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Áyios Nikólaos (9)

Ik zit te peinzen op de altaarstenen van een tempel in het oude Lato
Ik zit te peinzen op de altaarstenen van een tempel in het oude Lato

Dinsdag 20-10-2009

Na het zwemmen lopen we de stad in voor onze ochtendkoffie bij Café Astería. Onderweg vinden we een boekhandel. Het meisje achter de toonbank heeft een donkere snor. Ze wijst naar een kast met Engelse. Franse en Duitse boeken. Na wat grasduinen vind ik een interessant boek, "Paradise Lost. Smyrna 1922. The Destruction of Islam´s City of Tolerance" van de Britse journalist Giles Milton (Sceptre, 2008), dat de bloedige geschiedenis vertelt van de stad Smyrna, gelegen aan de westkust van Klein-Azië en tegenwoordig het Turkse Izmir, waar in het begin van de vorige eeuw twee maal zoveel Grieken woonden dan in Athene. Een oorlogsmisdaad van Atatürks troepen waar je tegenwoordig weinig meer over hoort.

 

Gewapend met een gedetailleerde wegenkaart van Oost-Kreta, handschoenen en fleece jacks bestijgen we onze scooters voor een nieuwe tocht. Moeten we niet even tanken?, vraagt Ans. Neu, hoeft nog niet, we zijn nog halfvol, zeg ik. We rijden naar Kritsa, een dorp dat tegen de berghellingen ligt en waar het bewolkt is. We bezoeken de nabijgelegen resten van de oude Dorische stad Lato uit de vijfde tot vierde eeuw voor het begin van onze jaartelling. Het is er stil en stenig. De stad lag strategisch in een zadelvormige verbinding tussen twee lage bergtoppen. De uitzichten over Áyios Nikólaos en de Baai van Mirabello, waar de zon schijnt, zijn schitterend. We scharrelen tussen de millennia-oude muren. In de rotsen uitgehouwen traptreden leidden ooit naar de kleine huisjes, die de agora omzoomden. Er zijn resten van een heiligdom, een centrale cysterne voor drinkwater en er zijn resten van een tempel. Ik zit een tijd op wat altaarstenen rond te kijken (foto hierboven). Er staan knoestige olijfbomen en verdroogde distels bij een stenen deurpost, ooit een toegang tot...ja, tot wat? (2 foto´s hier). De stad zou in de tweede eeuw voor Christus vernietigd zijn. Waardoor weet men niet, een oorlog, barbaren of een natuurramp? Alleen de haven, beneden aan de baai, bleef in gebruik tot in de Romeinse tijd. Ieder keer bekruipt me een gevoel van de uiteindelijke vergeefsheid van alle streven, als ik door die oude, vergane steden loop.

 

We raadplegen de wegenkaart en zien dat Lassithi niet het enige, door hoge bergen omringde plateau is. Met 25 vierkante kilometer wél het grootste, maar niet ver weg is een kleinere hoogvlakte: het Katharo Plateau. Om dat te bereiken kruipt een spectaculair slingerweggetje steil naar boven naar een hoge bergpas op ongeveer 1300 meter. Het plateau is zelf vier bij anderhalve kilometer groot en ligt op 1150 meter hoogte. Dat is 300 meter hoger dan de hoogvlakte van Lassithi, waarop het afwatert via een nauwe kloof, die Havgas heet. Enthousiast rijden we het slingerende weggetje op, dat inderdaad met spectaculaire haarspeldbochten door een weerbarstig en stenig gebergte naar de pas voert. Onderweg stoppen we een paar keer om ingespannen te turen naar de grote roofvogels, die drijvend op de thermiek in trage kringen hoog boven de stenige hellingen cirkelen. Het lijf en de vleugels tonen een geelbruine tekening met de voor roofvogels karakteristieke zwarte slagpennen aan het eind van de vleugels en de staart. De spanwijdte daarvan is bepaald indrukwekkend. We weten dat er gieren in deze bergen zijn. In de Vogelgids zoeken we ze later aan boord op: we denken dat het gaat om de bij ons zeldzame Vale Gier (Gyps fulvus) Voor twee foto´s, van grote afstand, klik hier. Tien kilometer later arriveren we op de bergpas. Hier zijn een paar kleine huizen met bewerkte landjes en omheiningen met geiten erachter. Alsof we in een andere wereld raken, zo plotseling breekt de zon door. Vanaf de bergpas dalen we een paar honderd meter af naar de vlakte. Hier komen weinig mensen. De paar dorpjes zijn stoffig en vreedzaam met hier en daar een kleine taverna. Aan een paar gevels hangt wat lokale huisvlijt, geborduurde tafelkleden en kleren. Het doet erg vriendelijk en basaal aan: graslandjes, boomgaarden, moestuintjes, heggen, veel kastanjebomen in herfstkleuren die het lage zonlicht filteren tot een melancholiek zacht schijnsel. Maar...ik heb opnieuw een beginnersfout gemaakt. Niet op de waarschuwing van Ans gelet. Stom! De tank van Ans´scooter is bijna leeg. Navraag in een dorpje leert dat er hier geen enkele benzinepomp is. Het heeft geen zin verder te gaan. Voor de zoveelste keer zegt Ans dat ze zich voortaan niks van mijn oordelen zal aantrekken. We besluiten rechtsomkeert te maken, de paar honderd meter naar de pas halen we immers nog wel. Daarna gaat het bergafwaarts. We duiken een kille loodgrijze wolkenlaag in. Ik suis met uitgeschakelde motor op Ans´scooter naar beneden en rol 16 kilometer later voorzichtig door het dorp Kritsa, waar ook al geen pompstation is. Wel op de weg naar Áyios N. die gelukkig ook licht hellend naar beneden loopt. Pff.. Wat een stommiteiten bega ik toch aan de wal! Terug naar boven