www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Marmara

Een regen- en onweersbui zit ons naar Marmara op de hielen
Een regen- en onweersbui zit ons naar Marmara op de hielen

Dinsdag 22-09-2009

Gisteravond komt er nog een Turks motorjacht naast ons liggen. We spreken af dat wij om 8 uur morgenochtend vertrekken. No problem!, grijnst de man. Op de kade vinden we een puik restaurant waar we genieten van paddenstoelen in een soort zaziki, gegrillde octopus, zeer gepeperde garnalen en als hoofdgerecht een smakelijke Blue Fish bij een krachtige rode wijn van het prima Turkse huis Kavaklidere. Daarna maken we nog een lange slentertocht over de gezellige kade. Er zijn veel mensen op de been. Bij een man met een karretje kopen we gepofte kastanjes (foto hier) Later bedenk ik dat het gisteren drie jaar geleden was dat ik met deze website ben gestart. Helemaal niet aan gedacht.

 

Vanaf half vijf vaart de ene na de andere visser uit. Die van ons om half zes. Handig manoeuvreert hij tussen ons en de wal uit. We kruipen nog even terug in bed. Om 8 uur is de eigenaar van het motorjacht er niet. Er parkeert wel een politieauto naast ons op de kade, twee agenten stappen uit. We zijn depineut, denken we, met ons onvolledig transit log. Het is vast doorgebeld. Maar de agenten lopen naar de zojuist afgemeerde vissersboot en kopen aan maaltje verse vis en rijden weer weg. Met hulp van een paar vissers wurmen we ons ertussen uit. Helaas vergeet ik de extra lijn terug te vragen die nodig was om zijn voortros achter ons om vast te maken. Je afspraak niet nakomen en er ook nog een mooie lijn aan overhouden. Het zij zo. Het is zonnig met N 2 - 3. Op zee wordt het N 4, de genua gaat uit. Ik zet een koers van 218° uit op de oostpunt van het eiland Marmara, 34 mijl dwars over de gelijknamige Zee. Na een halfuur kan de genua al weer weg, de wind zakt volledig in. Een grote, donkere  regen- en onweerswolk zit ons op de hielen (foto hierboven) Het lijkt een tijdlang of we eraan kunnen ontkomen maar allengs sluit een sombere donkergrijze wolk ons in. Op de VHF horen we het weerrapport van Istanbul Turk Radio: het "poeiert" op de Zwarte Zee en het "poeiert" op de Noord Egeïsche Zee, maar in de Zee van Marmara is alles rustig. Alleen begint het te miezeren. We trekken ons terug in de kajuit waar je immers een goed rondom uitzicht hebt door de grote ramen van de deksalon. Dat is de reden dat de keus destijds op deze boot viel. Ondertussen varen we over een diepe trog. Volgens de kaart - de dieptemeter laat het bij 180 meter afweten - is het hier ruim 1200 meter diep. De trog is onderdeel van de Noord-Atlantische Breuk, waar de continentale platen van Europa en Azië langs elkaar schuren. In 1999 werd de grote stad Izmit, aan de oostkant van de Zee van Marmara, door een zware aardbeving getroffen van 7,5 op de Schaal van Richter. Er vielen meer dan 17.000 doden. De breuk lijkt als een soort rits in schokken open te scheuren van oost naar west, elke schok is een zware aardbeving. Tussentijds is het rustig. De verwachting is dat de breuk steeds meer naar het westen zal openscheuren en dat volgende zware aardbeving hier ergens, ten zuidwesten van Istanboel, zal plaatsvinden. Er  hangt de stad dus een Zwaard van Damocles boven het hoofd, want het staat vast dat er zo´n aardbeving komt. Alleen weet niemand wanneer.

 

Het is weer droog en we naderen het TSS, de grote shipping lane tussen de Dardanellen en de Bosporus. We zien één oostwaarts varend schip en zeven westwaarts varende. Die leveren geen problemen op. Maar de nummers 9 en 10 wel. Ze naderen uit het westen op aanvaringskoers. We houden in de "middenberm" wat in en zetten de koers op het achterschip van nummer 9. Het is het containerschip MSC Bruxelles onder Liberiaanse vlag (foto hier) en erachteraan volgt nummer 10, de CMA CGM Beirut geregistreerd in St John´s. Daarna zijn we het TSS uit. Inmiddels is het eiland Marmara goed te zien. Op de hoge groene hellingen zitten grote bleke plekken, daar zijn de fameuze marmergroeven. Het is bijna twee uur als we tussen het eiland en het pukkeltje Asmaliada (foto hier) doorvaren. Bij de naam Marmara moet ik altijd denken aan een curieus boek dat ik vroeger las en dat indruk op me maakte door de sombere ondergangssfeer aan de vooravond van WO II, "Auf den Marmorklippen" heette het. Ik weet niet eens meer wie het schreef, ik meen Ernst Jünger. (Klopt, inmiddels nagekenen) Een vreemde auteur die het (Duitse) soldatenleven verheerlijkte. Ondertussen komt een grote, donkergrijze dolfijn ons begroeten. Hij zwemt een aantal keren om de boot. Op de steile berghellingen van het eiland zien we zwarte en witte geiten en koeien. De toppen van de kale bergen zijn in grauwe wolken gehuld. Opeens zijn we omringd door allemaal eilandjes, waaronder het mooie en vredige Paşalimani waar we op de heenweg met Jaap & Diana ankerden, en het hoge schiereiland Kapidağ. Het doet hier werkelijk denken aan de Ionische eilanden, temeer omdat inmiddels de zon weer is gaan schijnen. Al een tijdje vraag ik me af of ik af en toe een vreemde trilling onder de boot voel. Ook de snelheid is een halve knoop minder dan zou moeten bij het toerental van 2200 per minuut. Als ik weer zo´n trilling voel, rem ik af en sla langzaam achteruit. Ans is op het voordek gaan staan en ziet de boosdoener, een forse lap plastic zeil en waterplanten omhoog komen. Juist. Voorzichtig varen we eromheen, de boot heeft zijn normale snelheid weer terug. We varen verder langs idyllische dorpjes, ieder met een moskee en een slanke minaret, en langs mooie ankerbaaitjes. De hellingen zijn begroeid met laag struikgewas, afgewisseld door olijfbomen.

 

Om half vier naderen we de haven van Marmara, aan de zuidwestkant van het eiland. We laten een naderende veerboot voorgaan en varen nieuwsgierig binnen. De haven is vol vissersboten. Verrassend, er ligt naast een ijzeren bak die niet meer varen zal een Hollands jacht: een Beneteau 423 Clipper genaamd Lady M uit Amsterdam. Daar leggen we naast aan. Er is niemand aan boord maar later komt de schipper terug met boodschappen. Hij is met een paar opstappers onderweg van het Turkse Fethye naar Istanboel, om zijn boot er voor de winter weg te leggen. In de Egeïsche Zee hebben ze flink op hun donder gehad. Terug naar boven