www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Ataköy Marina, Istanboel (2)

Het voorblad van ons nieuwe Turkse transit log. Dat niet geldig is doordat het stempel van de corrupte havenmeester van Istanboel ontbreekt
Het voorblad van ons nieuwe Turkse transit log. Dat niet geldig is doordat het stempel van de corrupte havenmeester van Istanboel ontbreekt

Vrijdag 18-09-2009

Zes uur lang, van 14.00 tot 20.00 uur, ben ik vandaag bezig met het verwerven van een Transit Log for Turkish Ports (zie hierboven) en nog is het niet voor elkaar. Het begint met een tocht naar het stadsdeel Tophane (trein, tram en een stuk lopen) Daar zit de Chamber of Shipping die de gegevens van schepen - en ook van jachten - bijhoudt. Onze gegevens hebben ze al maar ze moeten aangepast worden. Het zijn aardige mensen, die me een glas Turkse thee geven tijdens het wachten. Een aardig meisje zegt verontschuldigend dat al deze poespas voor jachten volgend jaar niet meer nodig is. Dat beurt me echt op. Voor 118 Turkse lire krijg ik het document, dat ik nog zelf moet invullen en waar vier stempels op moeten komen. Voor het eerste moet ik naar het Coastal Health Control Center in Karaköy (een half uur lopen) Een verveelde norse man in uniform laat me een half uur wachten, vraagt niets, maakt kopieën van het eigendomscertificaat van de boot (ICP) en begint te stempelen. Aha, dat is gelukt. Dan volgt een lange reis per tram en trein naar Zeytinburnu, waar ik een taxi naar de zeehaven neem. In het gebouw van de Passport Police is niemand. Alle loketten en kamertjes zijn verlaten. Na een kwartier wachten komt een zwijgzame jongen in uniform. Hij maakt de visa voor Turkije in orde (tweemaal 30 TL) en stempelt het document. Nummer twee! Ik neem een taxi naar Ataköy waar naast de marina het gebouw van de Customs Enforcement zetelt. Een overigens niet onvriendelijke dame vertelt me zuchtend dat ik terug moet naar de receptie van de marina, waar ik twee kopieën moet laten maken van het ICP en onze visa. Daarna stempelt ze (nummer drie!) het document. Het is nu zes uur en ik moet met trein en tram helemaal naar de andere kant van de Gouden Hoorn, naar het stadsdeel Findikli, waar in een sjofel blauw geverfd gebouw (foto hier) de Harbour Master van Istanboel zit. Direct links bij de ingang is een onooglijk bureautje waar je moet zijn. Hier gaat het mis. Een narrige man in uniform snauwt me toe in het Turks, hij spreekt geen Engels. Ik toon het Transit Log en maak een stempelgebaar. Hij pakt het aan en staart er laatdunkend naar. Dan wil hij de visa, een eigendomsbewijs en mijn kapiteinsdiploma (captains licence) Die laatste heb ik niet en ik probeer vergeefs uit te leggen dat ik een tourist ben en schipper van een pleasure boat, no cargo ship. Opeens gaat me een licht op en ik haal mijn ICC tevoorschijn, het International Certificate for Operators of Pleasure Craft, dat onze ANWB verstrekt als je je vaarbewijzen hebt. Hij kijkt er verachtelijk naar, haalt zijn wenkbrauwen op en zegt iets als "validation?" Ik wijs naar de datum tot wanneer het geldig is, 25 april 2037, en zeg dat ik dus heel oud zal worden. Geen lachje kan eraf, hij werpt me alle stukken in de schoot, schudt zijn hoofd mismoedig en begint te telefoneren, kennelijk met een hoger geplaatste. Die verschijnt even later, in burgertenue met een kind op zijn arm. Hij spreekt tenminste Engels, maar ook hij kijkt minachtend naar het ICC. "Captains licence?" vraagt hij op geërgerde toon. En waarom heb ik geen fotokopieën van mijn stukken bij me? "Nobody told me so", zeg ik. Mijn uitleg dat we toeristen zijn op een zeiljacht en dat een kapiteinslicentie niet nodig is, helpt niet. Ze smoezen met elkaar en kijken weer op het transit log en dan zien ze wat anders: de paspoortpolitie heeft wel een stempel gezet maar geen handtekening! Ik moest die eerst maar eens gaan ophalen. Ongelovig kijk ik ze aan. Dat kost me nog eens twee uur door de stad reizen! Nu word ik werkelijk kwaad en zeg dat het mijn fout niet is en dat ze me niet als een kleine jongen van hot naar her kunnen sturen. Dat ze geacht worden me te helpen en beter de paspoortpolitie kunnen bellen om hierheen te komen om hun fout te herstellen. Ze bijten me toe dat ze me niet zullen helpen. De chef zegt dat de andere man "zijn vriend is" en verlaat het bureau. Er hangt een sfeer van intimidatie en de onuitgesproken mogelijkheid van een bedrag aan steekgeld. In mijn kwaadheid pak ik een pen en zet zelf een paraaf op het verdomde stempel, maar dat helpt natuurlijk niet. Ik hark mijn spullen bij elkaar, zeg dat alles hier crazy is en dat ik zonder hun stempel de haven zal verlaten, en been het pand uit. Om 20.00 uur (tram en trein en een halfuur lopen) kom ik, nog steeds razend, bij Ans op de boot terug.

 

We zouden samen in de stad gaan eten, maar daar hebben we totaal geen zin in. We hebben het wel gehad met Turkije en we vrezen dat dit muisje nog best eens een staartje kan hebben. Terug naar boven