www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Ataköy Marina, Istanboel

Opnieuw passeren we die wereldberoemde skyline van Istanboel met het silhouet van de Haghia Sophia
Opnieuw passeren we die wereldberoemde skyline van Istanboel met het silhouet van de Haghia Sophia

Donderdag 17-09-2009

Een stille nacht aan de kade van de kustwacht in Iğneada, totdat hun patrouilleschip aanlegt. Er gaat liefst twintig man van boord. Daarna is het weer rustig tot we bij het krieken van de ochtend een onrustbarend loeiend gehuil horen. Wolven? De beide waakhonden van het kustwachtstation janken onrustig mee. We vertrekken uit de haven om tien over zeven. Vandaag zullen we de Zwarte Zee verlaten. Ik zet de koersautomaat op 126°, 65 mijl naar de ingang van de Bosporus. De wind is West 3. Alle vissersboten in de haven varen tegelijk met ons uit. De mannen zwaaien, ze hebben er zin in na maanden van kennelijk gedwongen inactiviteit. Verderop bij de kaap drentelen er al ettelijke rond, op zoek naar scholen vis. Ik neem aan dat ze nauwlettend op de schermpjes van hun fishfinders kijken. Ze wijken steeds keurig voor ons uit.

 

De kust verdwijnt geleidelijk uit het zicht. Er volgen lange uren waarin we af en toe de genua uitrollen en wegnemen als hij weer inzakt. Ik dommel op een bank beneden in de kajuit. Opeens hoor ik de pomp van het bilgeputje. Dat gebeurt vaker, doorgaans is het condenswater dat uit de koelkast loopt als de boot wat rolt op de deining. Meestal trek ik dan even het vlottertje omhoog om ook het laatste plasje  weg te pompen. Dat doe ik nu ook en, jakkes, wat een vettigheid! Ik haal het krat met allerhande spullen weg en zie een olieachtige vloeistof in het putje. Na enig zoeken zie ik de oorzaak, de grote drum met 50 liter motorolie ernaast is langs de schroefdraad van de sluitdop gaan lekken. Met stukken keukenrol deppen we de zaak droog en spoelen putje, leiding en pomp door met lauw zeepsop. De drum zet ik anders neer, met de dop vast aangedraaid aan de bovenkant. Nu kan het krat er niet meer bij, daar vinden we wel een andere plek voor. Na deze operatie zijn we beiden behoorlijk katterig, bijna is het nodig om "de vissen te voeren" maar het trekt over.

 

Een uur later roept Ans me wakker. Er zijn liefst drie veldrietzangertjes op de boot neergestreken. Even zitten ze op een rijtje op een railingdraad, te kort voor een foto. De uren rijgen zich aaneen. Weer genua uit en in. Af en toe zien we dolfijnen die van hun kant weinig interesse voor ons tonen. Dan strijkt er een kleine roofvogel op de giek neer. We zien een licht geelbruine staart met banden en donkere strepen op de zilvergrijze vleugels. Een kleine scherpe snavel. Zonder twijfel is hij op jacht naar onze kleine gasten, die overigens nergens te zien zijn. Of zou de roofvogel ook moe zijn? Ans is alert genoeg om de camera te pakken en in elk geval blijkt er later één foto te zijn waar de boef op staat (foto hier) In het vogelboek vinden we hem: een vrouwtjeskiekendief, een blauwe of een grauwe ("Vogels van Europa", Rob Hume, Capitool Natuurgidsen, pp. 101 - 102) Wat valt er soms een hoop te beleven midden op zee! Je komt helemaal niet aan de peinzerij toe. Een uur of wat later zien we één veldrietzangertje wegfladderen, richting kust. Geen idee waar de andere twee zijn gebleven.

 

Om kwart voor twee zien we aan bakboord, op 18 mijl van de Bosporus, de eerste zeeschepen naderen. Op VHF 11, het kanaal van het VTS Bosporus waar we nu voortdurend met een half oor naar luisteren, horen we hoe ze hun instructies ontvangen. Ze worden naar de wachtsector gedirigeerd om moeten daar ankeren tot middernacht op 11 respectievelijk 12 mijl van de invaart. Overigens lopen we ondertussen snoeihard op de genua, gemiddeld 7,5 knopen, want de wind is sinds een paar uur NO 3. We varen noordelijk langs de lange rij van zeeschepen die op hun beurt liggen te wachten, het zijn er ruim dertig. Af en toe braakt er een een rookwolk uit zijn schoorsteen en begint te varen, dan is hij aan de beurt. "Proceed at maximum speed towards the entrance", wordt hem gevraagd door Bosporus Control. Ach wat maken we nu toch weer mee, zomaar weer de Bosporus aan te varen? Één van de mooiste vaarwegen van de wereld. We razen op de genua met een rotgang op de invaart af. Langs het zeil zien we het witte vuurtorentje van Türkeli - de haven waar we weken terug een nacht hebben doorgebracht langszij een visser -  met ervoor het bruingrijze blok van de oude Ottomaanse vesting (foto hier) Maar pas op! Vlak voor ons vaart zomaar opeens, zonder waarschuwingsignaal, de Gelius 2 uit Charleston weg van zijn ankerplek. Dat is nog het minste probleem, want voor de rest zwermen er tientallen vissersboten overal in de ingang van deze internationale vaarweg rond alsof het hun eigen territoir is (dat is niet het goede woord) Samen met een ander zeeschip, de Chemstar Havel geregistreerd in Monrovia, lopen we de zeestraat binnen. Het is kwart voor vijf als we het haventje van Türkeli passeren en precies nu begint vanaf de lange. slanke minaret de gebedsoproep "Allahu-o-akbar!" Treffender kun je de Bosporus niet invaren. Snel draaien we de genua in, want die grote lap belemmert ons uitzicht. De stroom grijpt ons en we surfen de zeestraat in met snelheden (SOG - speed over ground) tussen 7 en 9 knopen, afhankelijk van de breedte van het vaarwater. We kijken terug naar de Zwarte Zee die we nu verlaten (foto hier) Een nukkige zee met mooie havens. We zagen nauwelijks andere jachten. We hadden er alleen eerder in het seizoen moeten zijn, dan hadden we ook nog de Krim kunnen aandoen en - wie weet - Georgië. Het kwam er niet van. Achteraf bezien bleven we te lang in Istanboel. Is dat erg? Nee, bovendien heeft mijn liefste een aversie ontwikkeld tegen deze zee, die ze terecht zwart vindt heten.

 

Aan beide zijden van het vaarwater staan vele forten en vestingen (eentje hier) Een groot containerschip loopt ons voorbij voor de noordelijke Bosporusbrug (foto hier) en daarna volgen twee Turkse marineschepen. Wat een prachtige waterweg is dit toch! Hoe zuidelijker we komen, hoe drukker het wordt. Bij de zuidelijke brug tussen Azië en Europa werpen nog een keer een blik op die mooie, kleine moskee bij Ortaköy (foto hier) Bij het naderen van de Gouden Hoorn breekt er een woelige heksenketel los. Veerboten en van alles en nog wat suist aan alle kanten ons voorbij en voor of achter ons langs, terwijl de avond begint te vallen (twee foto´s hier) Bij de kade naast de Galata Brug liggen drie enorme cruiseschepen. Eentje vaart net van de wal af en draait in onze richting. Het is de Costa Serena die onder Italiaanse vlag vaart. Hij kruipt langzaam op ons toe. Dan voel je je wel heel erg klein. Maar net als ik denk mijn koers maar drastisch te verleggen, zie ik hem inhouden en hij laat ons keurig passeren (twee foto´s hier) De stroom voert ons snel langs de oude stad met de beroemde skyline, de koepels en de minaretten van de Haghia Sophia en de Blauwe Moskee en het Topkapi Paleis (foto hierboven) Om kwart voor acht meren we af in Ataköy Marina. Het is donker en het voelt als thuiskomen. We willen hier even een paar dagen op verhaal komen en een nieuw Turks transit log zien te bemachtigen Terug naar boven