www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Nessebar

Dit bootje lag lang op onze koers. Tenslotte bleek het een gewoon visserstrawlertje
Dit bootje lag lang op onze koers. Tenslotte bleek het een gewoon visserstrawlertje

Dinsdag 15-09-2009

Om kwart voor acht vanochtend is het bewolkt en grijs als we afvaren. Vannacht viel er wat regen maar nu is het in elk geval droog. Geen wind, NW 1. We motoren pal naar het zuiden richting kaap Emine op bijna 45 mijl. Naast het stadje zien we links aan de kust het kasteeltje met de minaret, waar koningin Marie van Roemenië woonde. Vele weken geleden schreef ik daarover, toen we hier de eerste maal kwamen. Op de Navtex voorspelt Varna Radio Oost tot Noordoost Bf 2 - 4, maar het waait West 3 als we wat onder de kust uit zijn. We zetten de genua bij en alsof dat teveel provocatie is valt hij na tien minuten in elkaar bij Noord 1. Om kwart voor tien passeren we kaap Sveti Georgi op 4 mijl en steken we de baai van Varna over. Er ligt hier een TSS (Traffic Separation Scheme) waarvan we de noordoostgaande arm oversteken, oostelijk van de grote TSS-rotonde, een draaicirkel voor de zeeschepen met een gele boei in het middelpunt. Oostelijk van de noord-/zuidgaande arm varen we naar het zuiden over een spiegelgladde, zacht wiegende zee. Schepen zijn er niet in zicht.

 

Om half elf zien we een eenzaam stipje voor ons uit, precies op onze koerslijn. Er komen zoals vaker what, if-scenario´s in me op. Wat als ze ons willen beroven? Er is niemand in de wijde omtrek. Ik repeteer: noodoproep op VHF 16 met opgave van onze positie en het seinpistool pakken. In de eerste plaats om er een noodsein mee af te schieten, in de tweede plaats om mee te dreigen. En dan maar zien wat ervan komt. Als we dichterbij komen, is het stipje gewoon een kleine visserstrawler (foto hierboven) De windmeter geeft Oost 1, het is bladstil zou je zeggen als er hier bomen stonden. Er zwermt een grote libelle rond de boot. Die is ver uit de kust geraakt, denk ik bij mezelf, hij zal op zee omkomen. Geleidelijk lost de bewolking op, de lome ochtend gaat over in een lome, zonnige middag. We lezen (foto hier) Om half één passeert een schip op tegenkoers, de Chemstar Seven, geregistreerd in Panama (foto hier) Als er niks gebeurt is alles een gebeurtenis. Ik zit mijn hoofd te breken over het hoofdstuk over inflationary cosmology in Greene als we opeens weer een piepklein, bruingrijs vogeltje op de boot zien met hetzelfde brutale, spitse snaveltje als onze gast van gisteren. Zou het dezelfde zijn? Zou hij de nacht bij ons aan boord hebben doorgebracht en lift hij nu verder mee naar het zuiden? Gelukkig gaat hij anders dan gisteren vlakbij ons op een stang van de opbouw van de zonnepanelen zitten, zodat ik we hem goed kunnen bekijken en fotograferen (foto hier) We halen opnieuw het vogelboek erbij ("Vogels van Europa" van Rob Hume, Capitool Natuurgidsen, 5e druk 2006) Samen concluderen we dat het een Veldrietzanger moet zijn, een vogeltje dat bij ons (in Holland) een dwaalgast is en inderdaad bij de Zwarte Zee veel voorkomt (pagina 412)

 

Na tweeën komt de kust, die de hele dag ver van ons af was, geleidelijk dichterbij (wij blijven uiteraard recht op onze koers) Als de kajuittrap afga om beneden de positie in de kaart te zetten, zie ik opeens ons veldrietzangertje binnen op de kajuitbank zitten. Kennelijk is hij door het luik naar binnen gevlogen. Al eerder hoorden we Lord Byron in zijn kooi piepjes geven, maar we sloegen geen acht op zijn waarschuwingen. Snel maak ik wat foto´s van ons nieuwe vriendje (foto hier) waarna Ans hem onder een handdoek vangt. Buiten in de kuip blijft hij even op haar hand zitten, te kort voor een foto, tot hij kennelijk ziet dat we vlakbij land zijn. Hij fladdert met een soort stuiterende vlucht naar de wal, met de kijker zien we dat hij inderdaad de kust haalt. Tien over drie ronden we kaap Emine en een kleine anderhalf uur later varen we onder de oude wallen van de vesting Nessebar naar de haven en meren af aan de jachtsteiger op dezelfde plaats als vele weken terug. Toen was mijn zoon Bas nog bij ons. Iemand van de jachtclub komt vertellen dat we hier niet uit kunnen klaren, tenzij we 140 euro betalen want de border police moet per auto uit Burgas komen. Nou, dan klaren we toch niet uit, de Turken interesseert het toch niks. In Nessebar is het nog steeds druk met toeristen. Ik wissel ons Roemeense geld om voor Bulgaarse levs en vanavond gaan we lekker uit eten. Morgen naar het Turkse Iğneada. Overmorgen naar Istanboel.

 

Na het diner ontmoeten we op een terras bij een mojito de Zwitserse solo-zeiler, die vanavond zijn Dufour 36CC achter ons parkeerde. Voor het eerst sinds lang weer eens een collega-zeiler in deze wateren. Treurig verhaal, zijn vriendin is een paar maanden geleden in Montenegro afgehaakt. Een van die vele mannen die ondanks alles hardnekkig poogt de ooit gedroomde droom vol te houden terwijl de partner - natuurlijk ook eenzaam- thuis zit. Ik besef weer dat ik een geluksvogel ben. Terug naar boven