www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Mangalia (2)

Dulce aan de jachtsteiger in Mangalia. Oostblokflats op de achtergrond
Dulce aan de jachtsteiger in Mangalia. Oostblokflats op de achtergrond

Zondag 16-08-2009

In het begin van de avond wordt het werkelijk erg druk op de wal. We blijken te zijn beland in het jaarlijkse Callatis Festival. We liggen een paar honderd meter van het drijvende podium. Er lopen en slenteren duizenden mensen rond, een deel bezoekt ook de steigers en loopt langs de boten. Het lijkt alsof op de Natte Hiswa hebben aangemeerd. Velen laten zich voor of naast onze en andere boten fotograferen. We zitten in de kuip met enige gène te kijken, maar iedereen is vriendelijk en vrolijk en het kan niet anders dan dat we straks met onze Dulce in tientallen Roemeense fotoalbums prijken. In de haven is een demonstratie van de (vrijwillige?) brandweer, die met tien dinghy´s snoeihard rondjes vaart zodat alle jachten liggen te steigeren aan de touwen. Gelukkig duurt de demonstratie niet lang. Na een paar uur komt er een man, kennelijk van de bewaking, die geleidelijk iedereen van de steiger weet te krijgen en daarna voor het hek gaat staan. Tegen elf uur is het festival nog in volle gang. Er wordt niet alleen populaire muziek gebracht. We horen ook wat opera-aria´s en er is een verkiezing - Miss Diaspora - van het mooiste Roemeense meisje dat in het buitenland woont. Ik weet het niet zeker maar ik geloof dat België won. Hier vind je meer over het festival en het programma. We slenteren door de enorme menigte over een kermis en langs de talloze terrassen en kramen. Hoewel we allebei geen liefhebber zijn van grote mensenmassa´s voelt het hier wel lekker om zo onbekend en anoniem in de menigte op te gaan. Ik herinner me datzelfde gevoel toen ik, een jaar of tien geleden, een afgeschreven maar nog goed functionele ambulance (het Beatrixziekenhuis had toen nog een eigen ambulancedienst) met een chauffeur en een tolk naar een ziekenhuis in de stad Iaşi in het oosten van Roemenië bracht. Ook toen liepen we in die stad en ook in de hoofdstad Boekarest, vanwaar we terugvlogen, in zulke menigten. Ik herinner me dat we na een nachtelijke treinreis op het centraal station van Boekarest aankwamen. Van mijn leven heb ik nog niet zo´n drukke mierenhoop gezien. Menigten horen bij dit land, geloof ik, en ik voelde me erin opgenomen alsof het zo hoorde. Nu weer, merkwaardig. In Turkije had je het ook wel, maar dat was anders, vreemder en minder vertrouwd. Als we eindelijk in bed liggen begint een groot knalfestijn. Vuurwerk. We komen er niet meer ons bed voor uit.

 

Ik heb nooit meer iets vernomen over die ambulance. Een Chevrolet, als ik me het goed herinner. We brachten hem naar een ziekenhuis voor traumatologie, op advies van een Nederlandse hulporganisatie. De rit zelf door Duitsland, Oostenrijk, dwars door de eindeloze steppes van Hongarije en over de Transsylvaanse bergen was schitterend. De ambulancechauffeur (heette ook Tom) en ik reden om beurten. Op de Duitse Autobahn kwamen we in een file terecht. Ik zat achter het stuur en ik kon die kans niet aan me voorbij laten gaan. Ik zette het zwaailicht aan (niet de sirene) en over de vluchtstrook reden we prinselijk langs de kilometerslange file tot aan de kop, waar een ongeval was en de politie vriendelijk wuifde dat we konden doorrijden. In Iaşi werden we ondergebracht in een zo´n naargeestig betonnen hotel die je overal in de oostblokstaten aantrof, even kolossaal als leeg. Om de ambulance ingevoerd en goedgekeurd te krijgen, moesten we steekpenningen betalen aan de douane. In het ziekenhuis zelf was het een grote, armoedige ellende. Op een of andere manier erger en meer ontluisterend eigenlijk dan ik jaren eerder in Afrika meemaakte. Een volstrekte afwezigheid van medijnen, hygiène en materiaal. Overvolle en vuile ziekenzalen. Zieken die met zijn tweeën in een bed lagen, of met zijn drieën in twee tegen elkaar geschoven bedden. De beelden staan me nog in de geest gegrift. Bij het schrijven van het bovenstaande herinner ik me ineens de naam van het ziekenhuis en ik google Spitalul Clinic de Urgente. Als ik de beelden zie, twijfel ik. Zo´n groot gebouw van staal, beton en glas als je op sommige foto´s ziet, was er toen niet. Maar ik twijfel niet meer als ik het adres zie: Str. General Berthelot 2. Dat klopt. Nu herinner ik me ook het oude gebouw dat je op de website ziet. En de onooglijke Eerste Hulp Post bij de ingang. Maar kennelijk is er nieuwbouw geweest. Ook de gruwelfoto´s die vrijelijk op de Internet-presentatie staan en moeten tonen wat ze allemaal niet kunnen, hebben iets vertrouwds. Zo zie voorlopig Nederlandse ziekenhuizen nog niet reclame maken. Een ambulance zie ik niet op de foto´s. Ach, tien jaar, hij zal wel uit roulatie zijn genomen. 

 

Vandaag kuieren we opnieuw door het stadje. Bij een ATM pinnen we Roemeens geld (1 euro = 4,20 lei) Voor het gemak delen we alle prijzen door 4. Alles is spotgoedkoop. De levensstandaard is hier zichtbaar lager dan in Bulgarije, we hadden het min of meer gelijk verwacht. De straten zijn echter schoner. De Roemenen zijn kleiner, volkser en talrijker dan de Bulgaren. De vrouwen zijn minder mooi. We zien veel oude Dacia´s, de auto die hier gemaakt werd in de dagen van Ceauscescu ondersteund door Renault. Eén van de voorbeelden van de Franse invloed die er altijd in Roemenië was. In het stadje zijn de straten recht, kaal en saai, omzoomd door haveloze flats (zie hier) De Conducator hield daarvan. Toch is het met planten en bloembakken wat vrolijker gemaakt. Verderop zien we, haast verstopt achter flatgebouwen, een opgeknapte orthodoxe kerk (foto hier) Via het lange zandstrand (foto hier) lopen we terug. Het is er druk en winderig, niet onprettig met de felle zonneschijn van vandaag. Er staat een forse zeegang uit het noordwesten. Enfin, we zien morgen wel. Terug naar boven