www.sailing-dulce.nl

Logboek 2009/2 (Çanakkale> Odessa>Kreta)

Ataköy Marina, Istanboel (9)

Een sprekend detail op een straathoek in de voormalige Griekse wijk van Istanboel
Een sprekend detail op een straathoek in de voormalige Griekse wijk van Istanboel

Woensdag 15-07-2009

Vandaag opnieuw veel bewolking en wind en af en toe regen het. Toch geen verkeerde dag voor een nieuwe tocht met Jaap & Diana de stad in. Maar eerst maak ik de kooi van Lord Byron goed schoon. De Lord volgt het met belangstelling en waardeert een schone kooi zeer, vooral als je ook een schijfje appel in een van zijn bakjes stopt.

 

We nemen dit keer de trein van het dichtbij gelegen station Bakirköy naar het kopstation Sirkeci bij de Galata Brug. Hier was vroeger de eindhalte van de Oriënt Express. Vanuit de trein zie je Istanboel niet op zijn voordeligst. Bouwvallen, krottenwijken, verlaten industrieterreinen en desolate fabriekshallen, parkeerterreinen, autodumps, alles vermengd met brokkelige fragmenten van de Byzantijnse stadsmuur. Buiten het station hangen drommen mannen rond in de plantsoenen. Wachten ze op werk? De werkloosheid in Turkije is hoog, meer dan 20% van de beroepsbevolking. Hier bij de Galata brug, het treinstation en de centrale busterminal en de plek waar talrijke veerponten en rondvaartboten vertrekken, is het gigantisch druk met toeristen, Turken, verkopers van sesambroodjes, ijs, maïskolven, snoepgoed, ansichtkaarten, loten voor één van de vele loterijen, wat niet al (foto hier) Op de kades zijn terrassen waar je vis kunt eten aan kleine tafeltjes, de vis wordt bereid op grote bakplaten in langs het terras gemeerde keukenbootjes, die sterk schommelen ja, meters omhoog en omlaag steigeren door de voortdurende deining die de af- en aanvarende boten en bootjes samen met de harde wind teweegbrengen. Dat de vis niet in het rond vliegt en de koks niet zeeziek zijn, mag een wonder heten (foto hier)

We nemen een veerboot over de Gouden Hoorn naar het stadsdeel Fener waar we nog meer willen zien van de oude Griekse en Joodse wijken. We lopen een straatje in dat omhoog leidt en om een hoek staan we meteen voor hoge muren en een poort met een wachthuisje. Erachter rijst een hoog gebouw op, geheel opgetrokken uit keurig glanzend gevernist hout. Het is de zetel van het Grieks-orthodoxe patriarchaat, de hoogste instantie van deze kerk en dus in feite vergelijkbaar met de de zetel van de katholieke paus in Rome, die nog steeds in Istanboel is gevestigd. Hardnekkigheid is een eigenschap die wel hoort bij geloof. Soepelheid trouwens ook. Een aantal brede treden leidt naar een drievoudige poort. Aan de zijkant mag je erdoor en het complex betreden. Er is veel bewaking van mannen in keurig gestreken overhemden en stemmige stropdassen. De hoofdpoort is echter potdicht. Die zou door de Ottomaanse sultan in 1821 voor eeuwig zijn gesloten vanwege de steun die de toenmalige patriarch Gregorius V gaf aan de opstand van de Grieken tegen het Turkse juk. Hij werd op deze zelfde plek aan de poort opgehangen (foto hier) Inderdaad is de hoofdpoort geblokkeerd door dikke stangen. We lopen verder en betreden de gewijde stilte van een prachtige orthodoxe kerk, vol goud en prachtige ikonen (foto hier)

 

De Griekse wijk in Istanboel verkeert in staat van verpaupering en verkrotting. Ooit was dit een vrolijke en levendige, multiculturele wijk. Er wonen nu alleen maar Turken, getuige de dikke gesluierde vrouwen die in de portieken zitten te praten (foto hier) Arme mensen, dat is duidelijk. Dat deze wijk ooit Grieks was (vóór de massale, gedwongen volksuitwisseling na de Accoorden van Lausanne in 1924) kun je soms zien aan een treffend detail als op de foto hierboven en hier. Islamieten beelden namelijk geen mensen af. We klimmen door de smalle en knobbelige keienstraatjes naar boven en passeren een enorm bakstenen gebouw (foto hier) Het is het vroegere gymnasium van de Grieken, althans de jongens, en nog steeds zou het open zijn en een handjevol leerlingen hebben. Maar we zien daar niets van, alles is afgesloten. Verderop zien we hier en daar de allerlaatste van de houten huizen, die ooit karakteristiek waren voor deze stad (foto hier) De huizen met de gaslantaarns waar Orhan Pamuk over schrijft. Hier huist nog iets van de melancholie van Istanboel, als je het weet. De meeste houten huizen werden prooi van de vlammen en de rest is volledig verkrot. Hier is ook nog ergens een eeuwenoude Byzantijnse kerk, die altijd orthodox is gebleven en de merkwaardige naam Maria van de Mongolen draagt. Na enig zoeken - het regent ondertussen pijpenstelen -  vinden we hem (foto hier) We bellen aan maar helaas wordt er niet open gedaan. De natte kasseienstraatjes en het grijze licht geven Istanboel een stille en sombere sfeer die misschien karakteristieker is dan als de zon schijnt. Op een pleintje vinden we een koffiehuisje waar we nescafe drinken (foto hier) De Turkse koffiedrab is namelijk niet te zuipen en het staat vast dat je er kanker van krijgt.

 

Ik denk dat er eigenlijk heel veel verloren is gegaan en gaat in Istanboel. De regering van Erdogan steekt nogal wat geld in de restauratie van oude moskeeen maar niet in het conserveren van de relikten van andere eeuwen en andere geloven dan die van de Ottomanen. Begrijpelijk, misschien, maar toch jammer. We lopen bij de Gouden Hoorn opnieuw langs resten van de muren die de Oost-Romeinse keizer Constantinus 2000 jaar geleden liet bouwen. De stenen werden hergebruikt en er zijn huizen op en voor gebouwd, zozeer dat redding en restauratie zijn uitgesloten (foto hier) Hier treffen we ook weer de "IJzeren Kerk", de Bulgaars-orthodoxe Sint Stephanuskerk die gebouwd is van gietijzer. We zien er een man in de tuin zitten en hij laat ons zowaar binnen. Natuurlijk is ook hier een koor vol mooie ikonen maar alles heeft een matte tint (foto hier) Het is een treurige ervaring. De kerk roest, lekt en verzakt. Binnen is alles afgedekt met plastic zeilen. Er staan plassen op de tegelvloeren. Het verhaal uit een toeristenboekje, de Marco Polo Gids voor Istanbul (Van Reemst, 12e druk, 2008) dat de toenmalige sultan eiste dat hij in een maand gebouwd werd (ik schreef dat onlangs) klopt niet. De bouw duurde eind 19e eeuw anderhalf jaar. Men koos voor gietijzer omdat het toen - eind 19e eeuw - in de mode was (vgl. de Eiffeltoren) en omdat de bodem slap was. Desondanks verzakt de kerk nu snel. In het ijzer zitten vele scheuren en dat komt nooit meer goed (2 foto's hier)

 

We lopen terug de hellende straatjes op naar het wijkje met de naam Balat. Vroeger woonden hier de joden van Istanboel. Nu niet meer. Ook hier verpaupering maar er zijn meer winkeltjes en restaurantjes en het lijkt wat op te bloeien. We zoeken de oude synagoge maar die vinden we niet. Aanwijzingen op de gevels van joodse bewoning zien we ook niet. Ineen restaurantje eten we voor 8 euro p.p. bonensoep en een heerlijke kebab-schotel. Verderop zien we een oude hamam, een Turks bad. Even onschuldig als onnozel loop ik binnen en als ik opeens dikke blote vrouwen in de stoomwolken zie, begrijp ik dat het een dames-sauna is en smeer ik hem snel (geen foto) In dezelfde straat zie ik een man met een curieuze rijdende zweefmolen (foto hier) Jaap wordt lastig gevallen door een opdringerige schoenpoetser en een Turkse jongeman die een woordje Hollands spreekt, schiet ons aan en neemt ons mee naar zijn huisje. Zijn vader heeft een winkel in Den Haag. Zijn huisje is een onooglijk optrekje bij een schaduwrijke boom in de modder en leunt tegen de brokkelige muur van een oude kerkruine aan. Hij staat erop ons thee te serveren en zijn vrouw brengt die even later. We hurken en nemen plaats op wat oeroude stenen, die misschien ooit deel waren van een altaar of een kerkmuur, onder de boom voor zijn huisje (foto hier) Ach, alleraardigst, hij heeft vijf kinderen en de jongste die SelimAchmed heet is twee jaar en zit op zijn knie en heeft een vervelend kuchje. Onze gastheer heeft geen werk en vraagt tenslotte of we misschien een donatie willen doen. Ik geef hem 20 Turkse ponden die hij terstond aan zijn vrouw doorgeeft. Dat valt me mee. Eigenlijk is het nieuw dat Turken - afgezien van bedelaars - om geld vragen. Het gaat toch slecht in Turkije, maar dat zie je niet in de moderne nieuwe wijken zoals die van ons, Bakirkoy. We zoeken nog een tijd naar de oude synagoge die hier ergens moet zijn. Opeens lopen we ertegenaan, althans tegen de poort met Hebreeuwse tekst erboven (foto hier) De poort is gesloten, de muur eromheen is hoog en er is niemand te zien. We varen terug naar de Galata Brug en nemen een overvolle bus terug, stampvol zwetende mensen die ook zo snel mogelijk naar huis willen. Ach, de huidige generatie leeft in de moderne buitenwijken en heeft geen boodschap aan het verleden, niet aan het Ottomaanse en nog minder aan het Romeinse verleden. Waarom zouden ze ook? In de buitenwijken gaat het veel beter. Dat zie je aan de goed voorziene winkels en de massa kooplustigen daar. In de oude stad blijven de armen, de werkelozen en de mislukkelingen achter. Zelfs de studenten van de universiteiten willen er niet wonen. En van een Turkse Jan Schaeffer heb ik niet gehoord.  

 

Ans vliegt vanavond van Praag naar Amsterdam. Ze logeert nu in Gorcum bij haar oudste dochter Barbara. Als ze om middernacht nog niet heeft gebeld, telefoneer ik ongerust. Ach, zoveel te vertellen, helemaal vergeten, nog geen tijd gehad. Ja, ja. Terug naar boven