sailing-dulce.nl

Logboek 2008/2 (Corsica>Malta)

Isola de Ventotene

De ingang van de Romeinse haven van het stadje Ventotene
De ingang van de Romeinse haven van het stadje Ventotene

Zondag 03-08-2008

Het is helemaal niks met Lord Byron, vandaag. Hij verliest steeds meer veren en krijgt kale plekken. Is hij in de rui geraakt in het havenkantoor van Ostia? Hij eet en drinkt wel goed, maar er omt geen geluid uit. Af en toe zit hij te bibberen, zijn snaveltje trilt en staat halfopen. Het is een zielig gezicht. Uiteraard stoppen we hem vaak lekkere hapjes toe, stukjes peer en appel, brood, die hij met smaak opeet. We wachten maar af en maken ons op om verder te varen. In deze lawaaiige discohoek willen we niet blijven. Ik check de motorolie en de bouten van de schroefaskoppeling, allebei in orde. Om 10 uur lichten we het anker. Wind - nou ja, wind - NO Bf 0, koers 106° In de noodzakelijke schaduw van de bimini tuffen we over de blakke zee (zie foto hier) Na twee uur varen zien we op ongeveer drie mijl afstand in het zuidwesten een klein rotspuntje, 10 tot 15 meter hoog, midden in zee. Ik zoek op de zeekaart: het is de Scogli della Botte, het puntje van een onderzeese berg. Het is hier namelijk 800 meter diep. Vreemd genoeg is het onverlicht, zie ik op de kaart, je moet er in het donker niet tegenaan varen (zie foto hier) We motoren verder. Opeens zie ik beweging in het water, schuin achter de boot, op een halve mijl. Dolfijnen! We zien de donkere rugvinnen, het zijn er een zevental. Even lijken ze dichterbij te komen. Ach, op dit drukbevaren traject wekken boten hun nieuwsgierigheid niet meer. Want druk is het, steeds komen motorboten en zeiljachten ons tegemoet of varen strijkbouten ons achterop. Ze trekken een breed, golvend spoor met hun snelheden boven 20 knopen. Zo ben je in een uur op Ventotene, dat wij pas om 12 uur in de wazige verte kunnen zien. De wind is West Bf 1 - 2.

 

Om half twee naderen we het Isola de Ventotene aan de noordkant. Erachter weg schuift het kleine Isola San Stefano, het eilandje met de ruïne van een enorme gevangenis. Nu is het een natuurgebied, je mag er niet komen. Tussen de eilanden liggen talloze ankeraars. De beide haventjes van Ventotene proberen we niet eens. Het ziet er wel heel schilderachtig uit met zijn pastelkleurige huisjes en een groot, vermoedelijk Aragonees paleis. De zuidelijke haven is nog van Romeinse oorsprong (zie foto boven en hier) Hij werd kunstig uit de zandstenen rotsen uitgekerfd en functioneert nog steeds en ligt - zo te zien - vol met "dozen" (strijkboutvormige motorjachten) en drie zeiljachten. Langzaam varen we langs het ankerveld met honderden boten tot het zuidelijk eind van het eiland. Om 14 uur werpen we het anker uit onder de hoge rotskliffen van de Punta dell´Arco, waar het natuurgebied begint en je niet meer mag ankeren. We kijken omhoog, het eiland is begroeid met maquis. Overal boven op de klifwand staan de telefoonpalen van de bloei van talloze agaven. Ik ga te water en zwem tot boven het anker. De bodem bestaat uit enorme rotsblokken, waarschijnlijk het gevolg van een vurige stenenregen door een vroegere vulkaanuitbarsting. De blokken zijn grillig van vorm, soms lijken ze op gezonken en versteende schepen. Ik ben gerust, het anker ligt weliswaar op zijn kant achter zo´n blok, maar als het schuift zal het zich vasthaken. Met een mesje krab ik wat aangroei weg bij sommige afsluiters en bij de koelwaterinlaat van de motor. Het laat zich gemakkelijk verwijderen tot het mesje uit mijn handen glipt. Weg! Dan zwem ik maar naar de kust om te snorkelen. De rotsen aan de voet van de klifwand bestaan gedeeltelijk uit zwart, vulkanisch basalt.  Er zijn veel zeeëgels , dus oppassen geblazen. De klifwand zelf is van zachte zandsteen, zeer gevoelig voor erosie en instorting. Toch moeten we tegen het donker verkassen, omdat blijkt dat we geen mobiel telefoonnetwerk hebben. Ans zou haar dochter Barbara bellen, die morgenochtend met haar gezin met vakantie gaat. Bij het stadje werpen we opnieuw het anker uit, dat met de vloeien blijft haken achter een rotsblok. Als een huis. Er liggen nu veel meer ankeraars, allemaal zeiljachten. De dozen zijn naar huis. We drinken wijn in de kuip en kijken naar het voormalige gevangeniseiland achter ons. Het is volledig donker op drie verlichte ramen na, helemaal bovenin. Nachtwakers? Krakers? Boven ons welft zich het besterde uitspansel. Het sikkeltje van de maan ging al uren terug onder. In het zuiden staat een heldere ster. Venus? Jupiter? Waarom weet ik er niet meer vanaf? De band van de Melkweg welft zich schitterend over ons hoofd. Daar maken we deel van uit, onze Melkweg. Terug naar boven