sailing-dulce.nl

Logboek 2008/2 (Corsica>Malta)

Porto Turistica di Roma - Ostia (5)

God schept Adam - Michelangelo, Sixtijnse Kapel, Vaticaanstad
God schept Adam - Michelangelo, Sixtijnse Kapel, Vaticaanstad

Maandag 21-07-2008

De dag van ons bezoek aan het Vaticaan. Met bus en metro gaan we op weg. De eerste metro komt langs een halte die Ostia Antica heet. Hier liggen de ruínes van de voormalige haven van het Rome van de Romeinen. De verleiding om uit te stappen is groot, maar we reizen verder, het is onmogelijk om alles te zien. Op zeker moment stapt er een ietwat gezette, onbestemde man met een klarinet de coupé binnen. Hij stelt zich op bij de deuren en begint "Les feuilles mortes" te spelen. Een mooi begin van de dag. Op station Piramide stappen we over, rijden een keer verkeerd, maar komen toch uiteindelijk terecht op het knooppunt Termini en nemen de lijn naar het station op de Via Ottaviano. Onderweg steken we de Tiber over. Vanaf Ottaviano lopen we naar het Sint Pieter Plein. Het ziet er zo uit als ik me het herinner van de talloze keren dat er beelden van op televisie waren. De trappen van de Sint Pieter, het bordes waar de pausen de jaarlijkse zegen Urbi et Orbi over de stad (Rome) en de wereld uitspreken, de vleugel met de vensters van de privé-vertrekken waarachter maandenlang de stervende paus Woytila (Johannes Paulus II) lag en waar hij zich af en toe even aan de bezorgde menigte toonde, die dag en nacht op het plein zijn dood afwachtte, de mal geuniformeerde wachters van de Zwitserse Garde, die de toegangen bewaken, het is er allemaal. Dit is het grootse en indrukwekkende centrum van een wereldgodsdienst; natuurlijk is alles bedoeld om indruk te maken want een religie zonder macht, pracht en praal nemen de mensen niet serieus. Het is bewolkt, dus gelukkig niet zo heet als eergisteren bij het Colosseum. Soms vallen er wat druppels. Er zijn duizenden mensen op het plein. Velen staan in een een lange rij, die zich naar de Sint Pieter slingert (zie foto hier) Dat kost uren! Maar we kunnen net als eergisteren met een betaalde gids mee, die ons snel langs de duizenden wachtenden en door de bezienswaardigste punten van het Vaticaan zal loodsen. Het is een Amerikaanse, Cathy, een vlotte praatster die al vier jaar in Rome woont. Toch duurt het wel even voor iedereen in de groep kaartjes heeft en, voorzien van een ontvangertje met oorknopjes, achter Cathy en haar behulpzame zus Kelly aan snelt naar de Vaticaanse musea. We worstelen ons door de drommen toeristen in ijltempo over binnenplaatsen, gangen, patio´s, zalen, trappen, galerijen, allemaal vol met een duizelingwekkende hoeveelheid antieke beelden, mozaïeken, schilderijen, tapijten, wat niet al. De rijkdom aan kunstwerken is fenomenaal en verwarrend. Als je dit allemaal rustig zou willen zien, ben je jaren bezig! Een paar springen eruit, soms alleen maar omdat er toevallig niemand voor staat. De beroemde beeldengroep van Laocoön en zijn zonen, worstelend met de slangen (foto hier), een prachtig klassiek torso zonder armen en benen dat een inspiratiebron zou zijn geweest voor zowel Michelangelo (fresco van de zegevierende Christus) als voor Auguste Rodin (De Denker) - rechts ervan zie je op de foto trouwens gids Cathy, in de gele jurk (foto hier) - , een merkwaardig bronzen beeld dat pas in de 19e eeuw in Rome werd opgegraven en dat na zijn opstelling in het Colloseum door de bliksem getroffen werd en waarvan men aanneemt dat de Griekse halfgod Hercules voorstelt (foto hier) - een blikseminslag die voedsel gaf aan tal van interpretaties als goddelijk teken. Het gaat steeds meer op een kermis lijken, ik word er een beetje lacherig van. Op zeker moment zien we in het gelaat van een beeld van een Griekse strijder, dat wat terzijde staat in een galerij, onmiskenbaar de trekken van Bill Clinton op jongere leeftijd (zie foto hier)

 

Via de fameuze Kaartengalerij en een aantal brede en daarna smalle trappen komen we tenslotte in de Sixtijnse Kapel met de wereldberoemde fresco´s van Michelangelo. Cathy geeft uitvoerig uitleg. We zitten op de banken langs de wanden met de erop geschilderde gordijnen, waar de kardinalen zitten tijdens de urenlange, geheime sessies van een Conclaaf, als er een nieuwe paus gekozen moet worden. Vlak naast ons is de plaats van het kacheltje, waar met witte of zwarte rook de buitenwereld, verzameld op het Sint Pieter Plein of achter de beeldbuis thuis, geïnformeerd wordt. Het voelt alsof we naar de Middeleeuwen zijn afgedaald. Je mag in de Sixtijnse Kapel niet fotograferen, sinds een Japanse firma de fotorechten heeft gekocht. Ik doe het natuurlijk toch, maar de foto is mislukt (bewogen) Daarom staat hierboven een plaatje vanaf het Internet. De schilderingen zijn trouwens beeldschoon, vooral die tegen het plafond die het scheppingsverhaal voorstellen.

 

Daarna laat gids Cathy ons vrij voor de Sint Pieter basiliek. Die is enorm (foto hier) We lopen naar rechts, naar de kapel met de beroemde Piëtà van Michelangelo. Er staan een kogelwerende glaswand en een menigte mensen voor. Over de schouders van de bezoekers proberen we een glimp op te vangen. In 1972 probeerde een gestoorde geoloog met een hamer het beeld stuk te slaan; hij riep dat hij de opgestane Christus was. Sindsdien mag je er niet meer dichtbij komen. We staan, lopen en zitten hier en daar wat in de gigantische ruimte. Je krijgt er geen grip op. De koepels, groot en klein, zijn prachtig. De rijkelijk versierde altaren, het kostbaarste marmer, het goud en zilver de ornamenten, de beelden, het is niet te bevatten. En dan die verhalen! De basiliek werd gebouwd op de plaats waar men sedert eeuwen het graf van de apostel Petrus veronderstelt. Eens stond hier het Circus, waar keizer Nero zijn wrede Spelen liet houden. Erachter zou men Petrus hebben gekruisigd, op Petrus´ verzoek op zijn kop om niet op dezelfde manier als Jezus te sterven. Hier zocht men tussen de duizenden botten niet lang geleden nog naar zijn gebeente, dat aan drie echtheidscriteria moest voldoen: een correcte datering via radioactieve koolstofisotopen, forse botten want de apostel was een grote man, en er mochten geen voeten meer aan zitten. Na de kruisdood werden die verwijderd, om de ontsnapping te verhinderen van wie de kruisiging overleefde. Niet nóg een opstanding, zal men hebben gedacht. Ik weet niet of die botten gevonden werden. We hebben geen moed meer om de koepel te beklimmen en gaan naar de kelders onder de basiliek met de graven van de pausen. Daar lopen we ondermeer langs het graf van de laatstoverleden paus, Woytila. Er staat een tiental biddende mensen bij. Ik wil even teruglopen om het beter te bekijken, maar een bewaker fluistert dat het niet mag. Waarom niet?, vraag ik. Not possible, fluistert hij. Ik haal mijn schouders op en loop verder. Roomse fratsen, zou mijn moeder hebben gezegd. Het is curieus dat ik juist nu bezig ben met het boek van Daniel C. Dennet, dat religie omschrijft als een natuurlijk fenomeen in de evolutie van onze hersenen, die uiterst ontvankelijk zijn voor de suggestieve kracht van mythologische betekenisgeving, geboden en verboden, verhalen en riten - een fenomeen dat zichzelf ook weer een keer zal overleven zodra het niet meer bruikbaar is en geen evolutionair voordeel meer biedt. Zal ik het einde van de bruikbaarheid van religie nog meemaken? Of is het misschien al zover?

 

Vermoeid lopen we de basiliek uit, langs de toegangspoort naar het Vaticaan, die bewaakt wordt door twee Zwitsers (foto hier) De paus is momenteel in Australië. We nemen de metro terug naar station Termini. Het is helaas een oud treinstel zonder airco, dat afgeladen met zwetende, tegen elkaar aanhangende mensen tergend langzaam door de gloeiend hete, broeierige en benauwde tunnels sukkelt. Ook in de aansluitende verbindingen treffen we het niet, zodat we bezweet en doodmoe aan boord terugkomen. Morgen een rust- en opruimdag. Overmorgen vliegen we ´s avonds naar Nederland. Terug naar boven