sailing-dulce.nl

Logboek 2018/3 Zomer in Engeland

St Mary's Harbour, Isles of Scilly (2)

Afgemeerd in St Mary's Harbour, de avond valt, voor ons de redingboot.
Afgemeerd in St Mary's Harbour, de avond valt, voor ons de redingboot.

Vrijdag 06-07-2018

Gisterochtend vroeg vertrekken veel jachten uit Falmouth omdat de wind voor het eerst in langere tijd uit westelijke richting waait. Noordwestelijk, in feite, ze gaan naar het oosten. Onze Franse buurman en die achter ons willen – net als wij – naar de Scillies. Ze vertrekken om 9.15 uur en wij even later. Eerst naar de bunkersteiger, want ik heb graag de tanks vol. Maar de diesel is op, zegt de man van de bunkersteiger, iedereen heeft vanmorgen getankt. Enfin, we hebben nog genoeg brandstof. De hemel is bewolkt en er is geen wind (Noord 1 – 2), later is het zonnig maar nog steeds geen wind. We motoren langs het schiereiland met Pendennis Castle en langs Black Rock. De zee is volkomen vlak en Anna is gelukkig en belooft straks koffie te zetten. Het MetOffice belooft op de Navtex dat NW 4 voor later op de dag. We zetten koers naar de eerste kaap, The Manacles, op 6 mijlen, voorbij Helford River, een mooi riviertje dat we mogelijk op de terugweg zullen aandoen. Het tij loopt nog tegen, de SOG is om 9.50 uur 6.6 knopen.

     Om 10.35 uur naderen we Manacle Point, een gebied met veel rotsen onderwater. Een oostkardinale boei geeft duidelijk aan waar je langs moet varen. Er ligt een tankertje voor anker. Een van de Franse boten dacht een stuk af te kunnen snijden en moet nu voorzichtig tussen de rotsen doorscharrellen om bij de oostkardinaal te komen. Er staat iemand op de voorplecht om de rotsen aan te wijzen in het heldere water. Ik zet de koers op de volgende kaap: Black Head op 4 mijlen, een gebied met enige stroomrafelingen. De SOG zakt er meteen terug naar 5.7 knopen. Ervoor ligt Coverage, een mooi kustdorpje. We varen nog in de volle zon, maar boven de kust hangen donkergrijze wolken. Echt warm is het ook aan boord niet door de koude wind die opsteekt. Kaapwind. Het is nog 5.5 mijlen naar de grote, zuidelijke kaap Lizard Point. Als we verder van Black Head raken licht de hemel op en zakt de wind weer in. De SOG is 6.2 knopen.

     Tegen 12 uur naderen we Lizard Point, met terzijde het dorpje Lizard. We lopen onze Franse buren in en maken foto’s van elkaar. Veel tegenliggers, jachten die vanaf de Scillies komen nu de wind eindelijk west is. Hoog is de kaap met een witgekleurd vuurtorencomplex erop niet (foto hier). Opnieuw kaapwind, West tot Noordwest 3. Tegen dus. De zee heeft een mooie, groenblauwe kleur. De SOG is 6.8. We zetten de koers op de Scillies: bijna pal west (265 graden) en 42 mijlen. Van de beruchte stroomrafelingen bij Lizard Point is niets te merken, hoewel de SOG terugzakt naar 5.3 knopen. De tijwisseling is over een uur. Voorbij de kaap liggen twee zeeschepen voor anker. Nog steeds zijn er veel tegenliggende jachten, de Scillies lopen leeg zoals we gecalculeerd hadden.

     Om 13.00 uur neemt de wind iets toe en ruimt iets naar noordwest. De genua kan uitgedraaid en dat scheelt meteen aardig: SOG 7.1. Zo leggen we mijl na mijl af over een redelijk rustige zee. Deze baai heet Mounts Bay, de Engelse kust verdwijnt in lage nevel. Als er niets gebeurt is alles een gebeurtenis. Dus ook als wind krimpt en SOG weer inzakt, ook als er een containerschip passeert op tegenkoers, ook als er niks gebeurt. Het is erg saai. De uren verstrijken. In de verte verschijnt aan stuurboord de lage kust van Lands’ End, de zuidwestelijke kaap van Engeland. Ik mijmer over de dichteres Gertrude Starink, die niet ver hiervandaan aan de noordkust van Cornwall woonde in het dorp St Ives, met Jan Starink, de liefde van haar leven. Ze komt voor in een kleine, maar belangrijke rol in mijn boeken. Ze stierf in St Ives en Jan ging terug naar Nederland, naar Den Bosch meen ik. Hij overleed in 2014.

     Om 15.00 uur is de wind NW 3 en de genua weer ingedraaid. SOG 6.8. In de verte onderscheiden we Wolf Rock (foto hier), de rots met vuurtoren die op de rand van de noordgaande shipping lane staat. Het TSS. De tijstroom komt op gang en  maakt (wind tegen stroom) de zeegang onrustiger. Anna fronst de wenkbrauwen. Veel scheepvaart is er niet, een containerschip dat Mirror heet en volgens de AIS op weg is naar Antwerpen. Schuin achter ons zakt Lands’ End in de nevel. Een kwartier later ruimt de wind iets en trekt weer aan, met de genua uit maken we opeens 7.4 knopen. Een uur later draait een vrachtschip met de naam Telamon het TSS in, we zien een grote ongelukkig kijkende vogel op de golven drijven (later determineren we hem als een Jan van Gent), we zien een helikopter vanaf de Scillies langsvliegen. Om half vijf ziet Anna de donkere strepen van de Scillies in de verte. Om 17.45 uur rijzen de tamelijk lage eilanden als donkere kartelmuurtjes uit zee op, het lijkt wel of we terug in Griekenland zijn. Nu goed opletten op rotsen en boeien in de St Mary’s Sound, de invaart. We oefenen met de Zweedse haak, ooit gekocht in Bornholm, het aanmeren aan een mooringboei. De SOG is 7.2. Niet ver van ons vaart een ander Nederlands jacht, de Mallemok, een naam die we al eens eerder zagen. De invaart is niet moeilijk. Aan stuurboord is een ankerbaai met een tiental jachten, mooi in de luwte voor de NW-wind. Maar we willen eerst eens aan de andere kant in Hugh Town zien, met de St Mary’s Harbour, ook al ligt dat in de wind. Daar is ruim plaats. Om 19.00 uur meren we met de Zweedse haak succesvol aan een van de groene visitorsmoorings  aan, de boeien voor de jachten van meer dan 40 voet lengte. Wind en binnenlopende swell vallen mee. De Scillies zijn in feite tamelijk openliggende eilanden met niet veel luwte, maar met een indrukwekkende, ruige schoonheid. Naast ons ligt helaas een luidruchtige Fransman, iemand die met een harde, sonore stem aan één stuk door praat. Tenslotte breng ik het geduld niet meer op en maan hem tot stilte, hetgeen hem boos maakt, maar wel helpt. We improviseren wat eten, in koken hebben we geen zin. Later zitten we nog een tijd te kijken naar de lichten van het stadje en de vallende schemer. Voor ons ligt de reddingsboot aan een mooring (foto hierboven). De Fransman is naar bed.

 

Vannacht zakken wind en swell ineen. We hebben een rustige nacht. Om acht uur vertrekt de Fransman. De hemel is grijs en het is windstil. Volgens het BBC-weer is dit de enige plek in Engeland met bewolking - en daar liggen wij. Maar in de loop van de dag valt het mee, de wolkenlaag is dun en de zon komt er nu en dan door. Tijd om deze plek te verkennen. We laten het bijbootje te water, installeren het bb-motortje en gieten er benzine en wat olie in. Mengsmering. Tot mijn grote voldoening start het na een paar keer trekken aan het koord. We varen tussen de afgemeerde vissersboten door naar de dinghysteigers en lopen verwonderd Hugh Town in. Een schilderachtig stadje aan een strand langs de baai. Veel palmbomen en bloeiende planten, vetplanten en agapanthus. Hier een foto. We drinken koffie op een terras boven het strand. Daar reserveren we een tafel voor het diner morgenavond. Terug aan boord kijken we wat er rond ons gebeurt. Geleidelijk aan raken de gele en de groene moorings bezet. Er zijn opmerkelijk veel Franse boten. De havenmeester komt langs en rekent 25 pond per overnachting af. We boeken alvast voor drie dagen. Terug naar boven