sailing-dulce.nl

Logboek 2008/2 (Corsica>Malta)

Cala Volo di Motte, Isola di Giannutri

Zonsondergang op Isola del Giglio, achter ons ankert een mooie, klassieke tweemastbark
Zonsondergang op Isola del Giglio, achter ons ankert een mooie, klassieke tweemastbark

Woensdag 16-07-2008

Om middernacht gaat de harde wind liggen, even plotseling als hij vier uur eerder begon. De rest van de nacht slaap ik rustig op de kuipbank. Soms word ik even wakker, een enkele blik leert dat alles in orde is. Om acht staan we op. Ik snorkel een uurtje langs de rotsen naast ons. Hele scholen kleine vissen zwemmen om me heen, kennelijk onverstoord. Aan boord terug aarzelen we, wat zullen we doen? We besluiten een kijkje te nemen in het haventje van Giglio, om wat boodschappen te doen en misschien het oude, ommuurde Aragonese vestingstadje te bezoeken, dat strategisch op de hoogste bergtop van het eiland ligt. We varen binnen maar op een steiger staat een marinero die uitlegt dat de haven completo is en dat we vanavond maar moeten terugkomen om het nog eens te proberen. We besluiten door te varen naar het piepkleine Isola di Giannutri, een mijl of tien verderop, waar een goed besloten ankerbaai moet zijn. Met enige spijt laten we het schilderachtige Giglio achter ons (zie foto hier) De wind, noordwest Bf 2 - 3, houdt net de genua vol en zo sukkelen we volkomen relaxed over de diepblauwe zee. Het Isola del Giglio schuift langzaam aan de kant en openbaart de vaag zichtbare kartellijn van Corsica. Na het middaguur valt de wind helemaal weg en moet helaas de motor aan. Maar - o schrik! - we voelen een klap en een vreemde trilling. De schroefas! Er zit iets vast aan de schroefas! We zetten de motor meteen af en aangelijnd duik ik even later onder het schip. Niks te zien. Dan kan het alleen maar binnen zijn. Ik haal het paneel boven de schroefas los evenals de achterste panelen van de motorruimte en ik zie het direct: de schroefaskoppeling is losgetrild. Er zit nog maar één schroef in, de andere liggen her en der onder de motor. Daar vind ik ook de losgetrilde bouten. Tja, ik heb er al een jaar niet naar omgekeken. Ik schroef met enige moeite onder een lastige hoek de koppeling weer stevig vast, start de motor, de trilling is weg en alles is in orde. Ans kijkt me bewonderend en dankbaar aan, maar dit was echt een fluitje van een cent, was het altijd maar zo eenvoudig. Overigens zag ze, toen we stil lagen te dobberen, een grote grijswitte rog van zeker een meter breed, die nieuwsgierig om de boot bleef zwemmen. Naast de kop zaten aan iedere kant twee griezelige uitsteeksels. Ze durfde me echter niet te storen tijdens mijn belangrijke werkzaamheden. Ze probeerde foto´s te nemen, maar met weinig succes. Hier zie je er iets van, maar hij duikt net in elkaar dus zijn grootte blijkt er niet uit.

 

We hervatten onze tocht op de motor. Ik mijmer over het leven van Charles de Gaulle, wiens biografie ik inmiddels uit heb. Wat is achteraf zijn betekenis gering geweest! Sommigen zeggen dat hij de positie van Frankrijk in de WO II heeft veilig gesteld. Roosevelt moest echter niets van hem hebben en deed de hele oorlog lang liever zaken met het collaborerende Vichy-bewind van Pétain. Churchill irriteerde hij voortdurend. Na de oorlog zou Frankrijk toch wel een stevige positie in Europa hebben gekregen. Zijn tweede regeerperiode in de jaren ´60 was een farce. Niemand in het buitenland nam hem nog serieus. Een visionair was hij niet, eerder een geroepene voor de grandeur en het prestige van Frankrijk. De rest deed er niet toe. Daarom hield hij zolang hij leefde de toetreding van Engeland tot de EEG tegen; het zou immers het Franse leiderschap kunnen aantasten. Hij dacht met het verslagen Duitsland als gehoorzame partner Charlemagne te kunnen herscheppen, het Heilige Roomse Rijk van Karel de Grote, onder Franse leiding en met Parijs als hoofdstad. Ja maar, kan je tegenwerpen, hij gaf toch maar Algerije de onafhankelijkheid. Zeker, maar pas toen het niet meer anders kon. Een paar jaar eerder riep hij nog tijdens een bezoek "Vive l´Algérie Francaise" Hij was een pur sang nationalist, autoritair, bekrompen en egocentrisch. De mei-revolte in Parijs van 1968 luidde zijn val in, maar veroorzaakte die niet (afgezien van zijn paniekvlucht van een dag met zijn vrouw naar generaal Massu en diens troepen in Duitsland) In feite veroorzaakte hij zijn val zélf, door een volstrekt nonsensikaal en overbodig referendum over participation uit te roepen en het vervolgens te verliezen. Eén van de eerste daden van zijn opvolger Pompidou was het instemmen met de toetreding van Engeland tot de EEG.

In 1968 woonde ik in Utrecht, in één van de (toen nieuwe) studentenflats aan de Ina Boudier Bakkerlaan. Eén van mijn etagegenoten had een bestelbusje en daarmee reden we het stakende Frankrijk in, op weg naar de studentenrevolutie in Parijs. Alle tankstations waren gesloten en halverwege kwamen we zonder benzine te zitten, afgezien van de ene jerrycan voor onze terugkeer. Dus gingen we terug. Twee weken later zakte ik voor mijn kandidaatsexamen geneeskunde. Ruim een halfjaar later was ik wel in Parijs, als lid van het linkse USF-bestuur (de Utrechtse studenten-grondraad), om van de revolte te leren. Het was winter en bitterkoud. Nog een halfjaar later bezetten we het Academiegebouw op het Domplein. Een bezetting die verder weinig uithaalde, maar natuurlijk wel grote betekenis had voor onze eigen emancipatie.

 

Om half drie bereiken we het piepkleine Isola di Giannutri. Het is een nationaal park en er zijn maar twee baaien waar je mag ankeren. Gelet op de weersvoorspelling (NW wind) doen we dat aan de oostkant, in de Cala Volo di Motte, een hoekje van de besloten Baai van Spalmatoio waar het eilandje aan drie kanten om heen ligt. Het is er diep en we ankeren vlak onder de rotsen met bijna 40 meter ketting. Ook nu houdt het anker meteen, hoewel ik even later snorkelend vaststel dat het plat op het zand ligt. Ans trekt de boot op de motor achteruit en 12 meter lager zie ik het anker zich na de tweede poging ingraven. We kijken rond. Het eilandje is nog geen 100 meter hoog op het hoogste punt, waar een vierkante kasteelruïne staat. Noordelijk daarvan zouden ergens de resten van een Romeinse villa moeten zijn, die volgens onze pilot het eigendom was van de moeder van keizer Nero. Op de hellingen groeit stekelig struikgewas tussen verweerde, grijze rotsen. In een inhammetje verderop zijn wat huizen, er legt twee keer per dag een veerbootje aan en er begint (helaas) enige toeristische ontwikkeling. In de hitte klinkt het eentonige gerasp van cicades. Om ons ligt een tiental andere jachten geankerd, allemaal verder van de rotsen af dan wij, in water van minstens 25 meter diep. Liggen we te dicht bij de rotsen? We besluiten het maar eens aan te zien. Ik maak van een landvast een lijn die ik aan een schakel van de ankerketting klik en op een bolder beleg. Daardoor staat de spanning niet meer op de ankerlier, hoewel die dat volgens mij best kan hebben, maar ik zag het bij vooral Engelse jachten. Enfin, baat het niet, het schaadt ook niet. Terug naar boven