sailing-dulce.nl

Logboek 2018/2 Voorjaar naar Engeland

Weymouth

Bij de invaart van de Lulworth Cove.
Bij de invaart van de Lulworth Cove.

Vrijdag 08-06-2018

Afvaart om negen uur, tegelijk met wat andere boten. Het is een subtiele indicatie dat mijn rekenwerk van gisteravond waarschijnlijk adequaat was. Of ze hebben dezelfde fouten gemaakt als ik. Het is grijs bewolkt als gisteren. In de geul die de haven uitvoert komen we de veerboot van Yarmouth (Wight) weer tegen. Buitengaats is de SOG 9,7 knopen, de volgende aanwijzing dat het rekenwerk klopt. De stroom spoelt ons langs kaap Hurst aan stuurboord, met het  lage, platte fort erop (foto hier). Aan de andere kant komen de beruchte drie scherpe rotsen voorbij, de Needles, die de westpunt van Wight vormen (foto hier). Tussen beide spuwt de Solent ons uit als een kwalijk brok vreten, naar de grote Baai van Poole. Op deze plaats begonnen we in het voorjaar van 2003 aan onze oversteek naar het Kanaaleiland Alderney, ongeveer 50 mijlen (verhaal hier). Het is 9.40 uur als we aan de 17 mijlen oversteek beginnen, met een noordoostenwindje van 7 knopen. Maar toch nét genoeg om de genua te vullen; het scheelt enige tienden van een knoop.

 

Er verglijdt een uur. De zee is kalm, de lucht is grijs maar de zon komt er bijna door. Op VHF 16 horen we de communicatie van Solent Coastguard met een jacht dat een PANPAN-oproep deed. Het jacht is te ver weg om de horen, maar uit de antwoorden van de kustwacht begrijpen we dat er iemand aan boord een beroerte heeft gehad. Het mondt uit in contact met een dokter op VHF 63 en even later per mobiele telefoon. Tenslotte maakt een lifeboat zich op om de patient op te halen; ze blijken vlakbij Langston Harbour te zijn. We passeren aan de overkant van Poole Bay de kaap die naar een aambeeld is vernoemd, Cape Anvil, maar die er volgens ons weinig van heeft. De SOG is nog altijd 8,3 knopen.

     Om 12.05 uur zijn we bij St. Alban’s Head, de volgende kaap. Een kaap van kale rotsen. Hier zou het moeten wriemelen van de draaikolken en overfalls, die als kringetjes op de kaart staan. Maar ze zijn er niet. De zon breekt eindelijk door en het is meteen warm. De overtollige kleren gaan uit, de zomer is daar. Voorbij deze kaap zijn er twee grote militaire oefengebieden, de Inner en de Outer Firing Range. In de laatste zijn er bijna nooit schietoefeningen, in  de eerste elke week. Ik bel het telefoonnummer van Range Control, dat op de zeekaart staat, want je moet er een enorm stuk voor omvaren. Zeker als je naar Lulworth Cove wil, dat ernaast aan de kust ligt. Een zeer beleefde man meldt me dat er vandaag geen oefeningen zijn, we kunnen doorvaren. Ik steek de lange St Alban’s Ledge bank over (20 meter water onder de kiel). Ook hier totaal geen rafelingen en draaikolken zoals ze op de kaart getekend staan.

     Het is zeven mijlen naar de Cove. Lulworth Cove is zo’n plek waar iedere zeiler van droomt. Het is een merkwaardige divertikel van de zee in de hoge klifkust van krijtrotsen, een intieme inham met een allerschattigst ankerbaaitje, een wonderschone plek waar je het liefst in opperste bewondering een nacht achter je ankertje ligt. Maar, waarschuwt Tom Cunlliffe in zijn pilot, beslist niet bij zuidenwinden. Dan is de positie onhoudbaar. ‘Cases are on record of anchored yachts rolling their rails down, and horror stories are in plentiful supply. Your problems will be exacerbated if you haven not left at the first sign of trouble, because if it really comes on  to blow from a southerly or sothwesterly quarter you may not get out at all’.  En laat nou uitgerekend in het afgelopen uur de wind naar zuid te zijn gedraaid! We besluiten toch gewoon eerst maar eens in de Cove zelf te kijken. De aanloop en invaart zijn eenvoudig (foto hierboven). Binnen openbaart zich een idylle, een kom van krijtkliffen met links wat huisjes en met doodkalm water. Het is alsof we terug zijn in Griekenland, waar je honderden van dit paradijselijk soort besloten baaitjes hebt. Er liggen een motorjacht en een klein zeiljacht geankerd (foto hier). Tja, misschien zou het best kunnen, ondanks de zuidenwind, we kunnen er gemakkelijk bij, maar boven de hoge klifranden zien we dat er onweerslucht opbouwt. Hm. We nemen het risico toch niet, je kunt zoveel willen in je leven maar niet tot elke prijs, we draaien in het kommetje en varen er weer uit. Gat, wat jammer.

 

Het is nog zeven mijlen langs hoge krijtrotsen naar de veilige haven van Weymouth. Het tij is nu licht tegen (7.0 SOG). Aan stuurboord bouwt het onweer zich verder op. In de donkergrijze lucht flikkeren bliksems terwijl wij nog ruim in de zon varen. Over de bakboordboeg rijst het hoge schiereiland Portland Bill op. Een uurtje laten meren we af aan de Customs House Quay in de buitenhaven van het schilderachtige stadje Weymouth. Alles bij elkaar met veel tij mee 35 mijlen afgelegd. Van het onweer komt niks, het zakt weer ineen en bereikt ons niet. We rusten uit in de kuip, de zon is er weer en we kijken vergenoegd rond (foto hier). Terug naar boven