sailing-dulce.nl

Logboek 2008/2 (Corsica>Malta)

Cala Canelle, Isola del Giglio

Voor de wind naar Isola del Giglio, dat je kunt zien onder de giek
Voor de wind naar Isola del Giglio, dat je kunt zien onder de giek

Dinsdag 15-07-2008

Om negen uur gooien we los. De wind is Noord Bf 2 - 4. Met een heerlijk bakstagwindje zeilen we rustig naar het Isola del Giglio, ofwel het "Eiland van de Lelie", aldus onze pilot. Er schijnen in het voorjaar overal lelies te bloeien. Rare tijd voor lelies. Ans zont bloot aan dek (zie foto hier) In de verte rijst het eiland op uit zee als een hoge, blauwgroene berg. Aan stuurboord zien we nog zo´n berg, het onbewoonde Isola di Montecristo, een nationaal park waar je niet mag komen. En nog verder zien we vaag de kartelrand van de bergen van Corsica. Het ligt allemaal niet ver van elkaar in dit gebied, bijna het centrum van het Romeinse Rijk. De stuurautomaat raakt een paar keer de koers kwijt - geen probleem natuurlijk omdat je alles zo goed kan zien. Volgens de pilot zijn er magnetische anomalieën door de rijke ijzerertsafzettingen in de bodem. De wind krimpt wat, zodat we de grote genua aan loef kunnen zetten en voor de wind verder varen. "De melkmeid optuigen", om de term van Zeeuwse Noke uit het Gastenboek te gebruiken (zie foto hierboven) Na 35 mijl ontspannen zeilen is het haast jammer dat we er al zijn. We varen langs het de kleine haven van Giglio, die vol lijkt, en omzeilen een aantal rotspunten. Daarachter ligt een mooie ankerbaai, Cala Canelle, waar we het anker uitwerpen. Het houdt meteen, daar hebben we ieder keer toch maar mooi geluk mee. Ons Danforth-anker is kennelijk goed geschikt voor de bodems van zand en zeegras hier. Schepen met ploegschaarankers zien we regelmatig tobben. Zo ook nu: een jacht verderop begint opeens te krabben en waait voor iemand er erg in heeft met een rotklap tegen een huurjacht met een Nederlandse crew aan. Geschrokken ankeren ze verderop en een uurtje later komen ze keurig met de dinghy bij het huurjacht langs om de zaak in orde te maken. Voor alle zekerheid duik ik onder de boot en zie dat ons anker met 30 meter ketting goed is ingegraven. Ik zie ook dat er een plastic zak om de schroef zit, die zich gemakkelijk los laat maken. Om een uur of acht steekt er een harde noordwestenwind op. Je denkt dat je in de luwte van de bergrug van het eiland er geen last van zou moeten hebben, maar dat is niet zo. De wind valt met een rotvaart van de berg af, het schip trekt aan de ankerketting. Ik installeer me voor de nacht met het kookwekkertje en de biografie van De Gaulle op een bank in de kuip. Als het donker is ankert een stukje verderop een mooie, klassiek houten tweemastbark. Een halfuur later komt de maan op, helemaal vol.  Terug naar boven