sailing-dulce.nl

Logboek 2018/2 Naar de Scillies

Oostende (4)

Een grijze dag aan het strand in Oostende vanmorgen.
Een grijze dag aan het strand in Oostende vanmorgen.

Dinsdag 15-05-2018

De hele nacht door harde NW-wind en die rukkerige deining. Tot het opeens over is: om half zeven vanmorgen gaat de wind zomaar liggen en de deining dooft in een kwartier uit. Mooi. Het is een loodgrijze ochtend, kil en mistig. Nu de wind verdwenen is, verlaten een viertal jachten de haven. Wij maken geen haast. Omstreeks kwart over elf besluiten we tot een wandeling, te beginnen over het strand, met de bekende, onafzienbare rij flatgebouwen erlangs (foto hierboven). De Belgische kust is volgebouwd en het vastgoedvolk wil dat graag in Nederland ook uitvoeren. Dat moeten we absoluut tegenhouden.

     Op het Zeeheldenplein staat sinds 2012 het kunstwerk 'Rock strangers' van de Gentse kunstenaar Arne Quinze (1971). Een aantal ingedeukte rode dozen (foto hier). In 2017 spanden bewoners van een appartement op de eerste verdieping van een van de flatgebouwen aan het plein een procedure aan tegen de gemeente, omdat de beelden definitief op die plaats zouden blijven en ze daardoor veel minder zicht hadden op zee en strand. Tja, de rechter oordeelde dat het plein openbare ruimte is en daar kunnen altijd kunstwerken geplaatst worden. Persoonlijk waardeer ik het vrolijke werk wel, ik vind het zelfs iets voor Gorcum, maar Anna begrijpt de bewoners.

     We drinken tas koffie op het Marie José Plein. Ooit was Oostende - de stad van Ensor - een mondaine badplaats, niet in de laatste plaats omdat het Belgisch vorstenhuis er een paleis bezit aan het strand. Van de aangename sfeer van nostalgie en vergane glorie resteert nog veel, hoewel de vastgoedjongens ook hier huis hielden. Soms tref je nog pareltjes van Jugendstilarchitectuur aan, zoals op de Van Iseghemlaan (foto hier). Met vreugde herontdekken we de grote Aziatische toko naast het postkantoor, waar we tal van zaken inslaan (o.a. echte garnalenkroepoek, sauzen en andere lekkernijen). In een zijstraat zien we het Ensor-museum, zeer de moeite waard, maar daar zijn we al twee keer geweest bij eerdere bezoeken.

 

Bij terugkeer aan boord om half twee keert ook de zon terug. Warm is het nog niet maar toch ziet alles er meteen veel aangenamer uit. Anna laat de wasmachine draaien en hangt de was buiten te drogen. Ik lees gefascineerd het verhaal in Richard Rodes' 'The Making of the Atom Bomb' (Simon & Schuster, 186, herduk 2012) over de ontdekking van de splitsing van uranium eind 1938, vlak voor kerstmis. Nota bene in Berlijn, de hoofdstad van het Derde Rijk, op het Kaiser Wilhelm Instituut für Chemie, door Otto Hahn en Fritz Strassmann. Ze kregen er in 1944 de Nobelprijs voor, hoewel de Joodse Lise Meitner er steeds met Hahn aan gewerkt had maar vanwege de jodenvervolgingen naar Zweden moest vluchten. Dus eigenlijk had Meitner ook in de prijs moeten delen. Zij leverde in januari 1939 samen met Otto Frisch de eerste natuurkundige theoretische verklaring van de kernsplijting. Na WO II werd ze in de Amerikaanse pers de "Joodse moeder van de atoombom" genoemd. Hoe werd voorkomen dat de ontdekking in handen van de Nazi's viel? Dat hoop ik in het volgende hoofdstuk van Rhodes te lezen. Dat boek leest nu al als een thriller. Terug naar boven